FlexNieuws lezersonderzoek: toelatingsstelsel en een dure cao leveren uitzenders meeste kopzorgen op Geplaatst 6 juli 2026 door Arthur Lubbers In het kader van de publicatie van de FlexNieuws TOP100 2026 is een lezersonderzoek gehouden waaraan 167 respondenten uit de flexbranche hebben deelgenomen. Dit tweede artikel (van twee) gaat over de uitdagingen die zij ervaren. De WTTA (toelatingsstelsel), de Wet meer zekerheid flexwerkers, de Wet Rechtsvermoeden laag tarief, de Zelfstandigenwet: het is veel, complex en onduidelijk. De wet- en regelgeving is dé uitdaging voor de flexbranche de komende tijd. Dat vindt althans een overgrote meerderheid (84%) van de flexbureaus. Daarbij wijzen de respondenten vooral naar het kabinet. ‘Doordat de overheid geen duidelijkheid biedt en steeds plannen verandert weet je niet waarin je moet investeren en welk beleid je moet voeren. Ook schiet de overheid tekort in kennis van de branche en de gevolgen van haar handelen. Dat zie je bij de invoering van de WTTA en in het verhaal VBAR/Zelfstandigenwet.’ Nog een paar reacties: ‘Er is een veelvoud aan wettelijke (niet concrete) wijzigingen en kostenverhogende maatregelen’. En: ‘de verhouding tussen administratie en echt uitzenden is compleet zoek’. Het is duidelijk dat uitzenders de regeldruk als enorme last ervaren. En dat in een economisch onzekere tijd waarin de prijzen toch al hard stijgen. De internationale, geopolitieke onrust helpt de markt ook zeker niet. Toelatingsstelsel kent negatief én positief effect Het aanstaande toelatingsstelsel zal sowieso effect hebben op de uitzendmarkt. Slechts een op de zes respondenten denkt dat de markt gelijk zal blijven. Een meerderheid (63%) verwacht dat de markt krimpt als gevolg van de komst van de Wtta. Maar lang niet alle flexondernemers zien dat als een negatieve ontwikkeling. Een op de vijf (21%) ziet de markt kleiner worden doordat opdrachtgevers minder mensen zullen gaan inhuren. In combinatie met de hogere kosten voor het flexbureau pakt volgens hen de nieuwe wetgeving ‘flink negatief’ uit. Maar een dubbel aantal respondenten (43%) is optimistischer: zij verwachten weliswaar dat de markt kleiner wordt, maar zien voor het eigen flexbureau kansen omdat concullega’s zullen stoppen. Dat nieuwe wetgeving uitzenden complexer en riskanter maakt zien zij als een positieve ontwikkeling. Ook opvallend, 12 procent denkt dat de markt juist groter gaat worden omdat opdrachtgevers ook worstelen met de complexe wetgeving en daarom flexbureaus vragen om hen te helpen. Lees ook: Overheidscampagne roept uitleners en inleners op zich voor te bereiden op Wtta Twijfels over handhaving Wtta Complexere wetgeving en meer prijsdruk zullen tot een shake-out in de uitzendmarkt leiden, zo stelde ING begin dit jaar. Ook Rabobank verwacht een consolidatieslag en (dus) een afname van het aantal uitzendbureaus. Over het aanstaande toelatingsstelsel zijn de meningen verdeeld, zo blijkt uit het lezersonderzoek. Sommige respondenten zien dit als een professionalisering van de markt en een kans om het ‘kaf van het koren’ te scheiden. Wel leeft branchebreed de zorg dat de Wtta de cowboys op de markt niet zal stoppen. ‘Hopelijk wordt het geen papieren tijger. Je moet als bureau die alles al netjes op orde heeft, weer eerst door allerlei hoepels springen. Het gaat alleen helpen als er ook echt goede controles plaatsvinden.’ En daar liggen de grootste twijfels bij de respondenten. ‘’De cowboys zullen ondergronds gaan’ en ‘malafide bureaus vinden wel andere wegen om personeel te kunnen blijven leveren, bijvoorbeeld via onderaanneming van werk’, zijn enkele reacties. Minder inhuur door dure cao Ruim de helft (54%) van de flexbureaus merkt dat opdrachtgevers minder inhuren vanwege de stijging in de tarieven die zij in rekening moeten brengen. Dat is een direct gevolg van de kostenstijging die de nieuwe cao voor uitzendkrachten en detacherings-cao met zich meebrengt. Daarnaast stelt een op de drie dat opdrachtgevers ook minder uitzendkrachten inhuren omdat zij de regels te complex vinden en dit te veel administratief werk kost. Uitzenders moeten die lastige boodschap – uitzenden wordt complexer en duurder (door de nieuwe cao) – zien te verkopen aan hun opdrachtgevers. Sommigen van hen merken in sales-gesprekken dat de nieuwe wetgeving klanten afschrikt. Niet alleen moeten zij de tariefstijging verdedigen naar hun klanten toe, die verhoging van de tarieven is volgens 43 procent onvoldoende om de stijging van de eigen kosten/kostprijs te dekken. Zij zetten niet alleen minder uren weg, hun marges staan ook nog eens extra onder druk. Slechts 7 procent geeft aan er per saldo (minder uren, hogere marge) financieel niet slechter op te worden dit jaar. En evenzoveel zien de omzet zelfs stijgen ten opzichte van vorig jaar. Maar dat geldt dus niet voor de overgrote meerderheid. Een aanzienlijk aantal flexondernemers (42%) ziet bovendien dat concurrerende bureaus zich niet aan de cao-regels houden en hun opdrachtgevers daarom een lagere prijs en minder gedoe bieden. Dat kost de bonafide uitzenders business. Positieve kanten aan de nieuwe cao zijn er ook. Bijna 45 procent merkt dat na een drukke periode met veel gedoe rondom de invoering van de nieuwe cao ook opdrachtgevers beginnen te wennen en de rust in de markt terugkeert. Voor 12 procent van de flexbureaus is de cao aanleiding geweest om, naast het uitlenen van uitzend- en/of detacheringskrachten, bredere hr-dienstverlening te gaan aanbieden. Zij maken een strategische heroverweging om op die manier meer toegevoegde waarde te kunnen bieden aan hun klanten. Lees ook: Hogere tarieven stuwen omzet flexbranche, maar urenkrimp houdt aan AI is zowel kans als bedreiging Digitalisering en kunstmatige intelligentie (AI): de (gevolgen van de) technologische ontwikkelingen zijn volgens 37 procent van de respondenten de grootste uitdaging de komende tijd. Slechts 7 procent van de flexondernemers denkt dat technologie, in het bijzonder AI, geen of nauwelijks invloed zal hebben op de flexbranche. De rest is er inmiddels wel van overtuigd dat de impact groot zal zijn. Zij zien zowel kansen als bedreigingen. Bijna een op de drie (31%) vreest dat platforms sterk zullen groeien ten koste van henzelf, zoals dat ook bij reisbureaus is gegaan. Ook zal AI leiden tot het verdwijnen van beroepen, waardoor een deel van de business wegvalt (19%). Daarentegen zegt 22 procent juist dat er nieuwe beroepen bijkomen, waardoor nieuwe business ontstaat. De komst van nieuwe technologie heeft zeker ook positieve kanten. De meeste respondenten zien mogelijkheden voor rendementsverbetering. ‘We kunnen hetzelfde werk met minder mensen realiseren, dus met een kleiner personeelsbestand betere rendementen behalen’ zegt een kwart. Een derde draait het om en stelt ‘We kunnen (veel) meer werk met hetzelfde aantal mensen realiseren, dus we gaan groeien en betere rendementen behalen’. Pauze op de krappe arbeidsmarkt De krapte op de arbeidsmarkt is nooit echt weggeweest en behoort volgens de meerderheid (56%) van de flexbureaus nog altijd tot de grootste uitdagingen. Hoewel een op de drie respondenten een soort pauze op de arbeidsmarkt ervaart: een periode met minder aanvragen en meer kandidaten. Dat duidt op een iets meer ontspannen arbeidsmarkt. Niet voor niets zegt een kwart van de respondenten weliswaar last te hebben van de krapte op de arbeidsmarkt, maar minder dan een jaar of twee geleden. Bijna 30 procent ervaart een blijvende krapte die helemaal niet minder wordt. Dit is het tweede artikel over de uitkomsten van het FlexNieuws lezersonderzoek dat is gehouden in het kader van de publicatie van de FlexNieuws TOP 100 2026. Het eerste artikel gaat in op de factoren die bepalen of je als flexbedrijf kunt blijven groeien en over de toekomstverwachtingen van de flexbranche. Lees ook: FlexNieuws lezersonderzoek: waar hangt het succes van je flexbureau van af (in de toekomst)? Geplaatst in Flexdata, In de branche | Tags arbeidsmarkt, cao, FlexNieuws TOP 100, lezersonderzoek, wet- en regelgeving, WTTA | Laat een reactie achter
Temper gaat in cassatie tegen uitspraak Gerechtshof Geplaatst 3 juli 2026 door Redactie FlexNieuws Het klusplatform Temper legt zich niet neer bij de uitspraak van het Gerechtshof dat het bedrijf gezien moet worden als een uitzendbureau. De stap komt niet onverwacht. De financiële belangen zijn groot, de casus is principieel en de uitkomst ongewis. Het Gerechtshof leek ook zelf rekening te houden met de cassatie door te bepalen dat de uitspraak nog niet uitgevoerd hoeft te worden indien de zaak aan de Hoge Raad wordt voorgelegd. Uitspraak Het Gerechtshof Amsterdam oordeelde op 16 juni 2026 in hoger beroep dat er tussen Temper en de mensen die via het platform werken sprake is van een uitzendovereenkomst, en draaide daarmee de uitspraak van de rechtbank Amsterdam uit 2024 volledig om. Het hof oordeelt dat Temper zo’n grote vinger in de pap heeft bij de totstandkoming van de overeenkomst tussen opdrachtgever en freelancer, dat het platform niet louter gekarakteriseerd kan worden als een bemiddelingssite. Temper werft en selecteert werkers (freeflexers zoals Temper ze zelf noemt), beheert de toegang tot klussen via de app, stelt kwaliteitseisen en kan werkers van het platform weren; kenmerken die volgens het hof horen bij een werkgever en niet bij een neutrale bemiddelaar. Temper kwalificeert daarmee volgens het hof als uitzendwerkgever en moet de cao voor uitzendkrachten toepassen op iedereen die via het platform werkt. In cassatie Temper maakt nu dus de stap naar de Hoge Raad. De financiële belangen zijn groot. Het hof oordeelde onder andere dat Temper de fee van 1 euro per uur die het in rekening bracht bij de freeflexers moet terugbetalen, omdat een bemiddelingsfee vragen aan werkers verboden is onder de Waadi. Daarnaast spelen mogelijke claims rond vakantiegeld, loondoorbetaling bij ziekte en pensioenopbouw, en zal ook de Belastingdienst aanleiding kunnen zien om naheffingen op te leggen. ‘We waren echt verrast door de uitkomst,’ zegt Matthijs Tetteroo, de kersverse CEO van Temper, in gesprek met het FD. ‘Temeer omdat het arrest qua richting lijnrecht tegenover het vonnis van de rechtbank staat.’ Temper, dat ondertussen ook een uitzendformule heeft gelanceerd, wil alle vormen van flexwerk kunnen blijven aanbieden, aldus Tetteroo. ‘Alleen zo kunnen we tegemoetkomen aan de uiteenlopende werkwensen van de groep die via Temper bijverdient.’ Haakjes voor cassatie Temper ziet, ook omdat de uitspraak van het hof geheel anders was dan de eerdere uitspraak van de rechtbank, voldoende inhoudelijke argumenten om in cassatie te gaan. In een eerdere reactie op de uitspraak van het hof noemden een aantal juristen een aantal openingen voor een succesvolle cassatie. Arbeidsrechtadvocaat Maarten Tanja van Köster Advocaten schat in dat er weinig ruimte is om tot een andere beoordeling te komen, maar ziet wel een kwetsbaar punt: de eenvormigheid van de groep werkers. Temper voerde aan dat, in lijn met het Uber-arrest, de werkers onderling te veel verschillen voor een gemeenschappelijke beoordeling van hun zelfstandigheid. Volgens Tanja is dat “heterogeniteitsbeginsel” een aspect waarop het arrest heroverwogen zou kunnen worden. Ook arbeidsrechtadvocaat Jasper van der Voet van Pellicaan Advocaten noemt dit punt, al plaatst ook hij een kanttekening: de Temper-werkers zijn van een ander kaliber dan de taxichauffeurs van Uber als het om ondernemerschap gaat, omdat het bij Temper vaak om studenten gaat die zich inschrijven bij de Kamer van Koophandel omdat het platform dat vereist. Daarnaast wijst Van der Voet erop dat de vraag of er überhaupt sprake is van een uitzendovereenkomst in het arrest maar mager is onderbouwd. Fiscaal-jurist Jacques Raaijmakers sluit zich daarbij aan en vindt dat het hof op punten kort door de bocht gaat, met name als het gaat om de inbedding van de werkers in de organisatie van Temper. Hij verwacht dat de Hoge Raad daar mogelijk anders naar kijkt. Geplaatst in In de wet, Rechtspraak | Laat een reactie achter
Kabinet zet door: uitzendverbod vleessector vanaf medio 2028 Geplaatst 2 juli 2026 door Redactie FlexNieuws Het kabinet gaat een verbod instellen op het inhuren van uitzendkrachten in de vleesverwerkende industrie. Het kabinet neemt daarover naar verwachting vrijdag een besluit. Dat meldt RTL Nieuws. Minister Vijlbrief dreigde er al mee, gaf de sector tot 15 juni de tijd om te verbeteren, en die deadline is nu verstreken. Morgen moet de ministerraad het besluit definitief maken, zo bevestigen bronnen ook tegen NOS en ANP. Een ruime Kamermeerderheid stemde vandaag voor een motie die het kabinet oproept het uitzendverbod nog voor de zomer af te kondigen. Vijlbrief lijkt die wens dus over te nemen. De maatregel zou wel pas halverwege 2028 ingaan. Volgens RTL op verzoek van staatssecretaris Silvio Erkens van Landbouw. Mariette Patijn (PRO), indiener van de motie, laat aan FlexNieuws weten het ‘onbegrijpelijk’ te vinden dat er zo lang wordt gewacht met invoering. Ze wijst er op dat in de aangenomen motie staat dat het uitzendverbod ‘zo snel mogelijk’ ingevoerd moet worden. Verbod niet onverwacht Het sectoraal uitzendverbod zat er al enige tijd aan te komen. Al in september 2024 liet toenmalig minister Van Hijum weten een technische verkenning te laten uitvoeren naar de mogelijkheid om uitzendarbeid in risicosectoren als de vleessector te verbieden, en naar een verplicht minimumpercentage vaste dienstverbanden. Van Hijum noemde een verbod destijds “een ingrijpende stap, en een laatste redmiddel”, waar zorgvuldig naar gekeken moest worden. Aanleiding was het feit dat al sinds 2010 misstanden gemeld worden bij de behandeling van uitzendkrachten, veelal arbeidsmigranten. Het gaat om onderbetaling, te veel of onverantwoorde uren, slechte huisvesting, onveiligheid op de werkvloer en meldingen van intimidatie en geweld. Het nieuwe kabinet nam dit voornemen over in het regeerakkoord. Brancheorganisaties in de uitzendsector noemden dat voornemen destijds ‘voorbarig’. Lees ook: De Arbeidsinspectie legt miljoenenbeslag op het vermogen aandeelhouder uitzendbureau actief in de vleessector. Begin juni stelde Vijlbrief de vleessector een harde deadline. Tijdens een commissiedebat Arbeidsmigratie in de Tweede Kamer zei hij dat de sector tot 15 juni de tijd kreeg om aantoonbare vooruitgang te tonen, bij gebreke waarvan hij zou gaan werken aan een uitzendverbod. Vijlbrief liet eerder weten dat er sinds 2021 al 29 gesprekken met de sector zijn gevoerd, zonder dat dit tot de noodzakelijke vooruitgang leidde. Ook wees hij erop dat het percentage ontslag op staande voet in de vleessector nog altijd rond de 10 procent ligt, tegenover zo’n 0,65 procent landelijk gemiddeld. Brancheorganisatie VleesNL probeerde het verbod nog af te wenden met een actieplan met zestien verbeterpunten, waarin onder meer werd toegezegd alleen nog te werken met gecertificeerde uitzendbureaus die zijn aangesloten bij ABU of NBBU en beschikken over SNA- en SNF-certificering. Die inspanning heeft het kabinet dus kennelijk niet overtuigd om van het verbod af te zien. Geplaatst in Politiek | Tags Vleessector | Laat een reactie achter
Minimumloon per 1 juli 2026 gestegen naar € 14,99 per uur Geplaatst 2 juli 2026 door Redactie FlexNieuws Werknemers van 21 jaar en ouder hebben vanaf 1 juli 2026 recht op een wettelijk minimumuurloon van € 14,99 bruto. Dat is een stijging van 1,85 procent ten opzichte van het eerste halfjaar van 2026, toen het minimumuurloon € 14,71 bedroeg. De overheid past het wettelijk minimumloon ieder jaar aan op 1 januari en 1 juli, zodat het meebeweegt met de ontwikkeling van de cao-lonen. De minimumjeugduurlonen voor werknemers van 15 tot en met 20 jaar zijn per 1 juli 2026 ook verhoogd. Deze bedragen zijn afgeleid van het wettelijk minimumuurloon. Minimumuurloon per 1 juli 2026: 21 jaar en ouder € 14,99 (was € 14,71) 20 jaar € 11,99 (was € 11,77) 19 jaar € 8,99 (was € 8,83) 18 jaar € 7,50 (was € 7,36) 17 jaar € 5,92 (was € 5,81) 16 jaar € 5,17 (was € 5,07) 15 jaar € 4,50 (was € 4,41) Werkgevers moeten er rekening mee houden dat in veel sectoren cao-afspraken gelden waarin hogere minimumlonen zijn vastgelegd dan het wettelijke minimumloon. Sinds 1 januari 2024 geldt in Nederland één wettelijk minimumuurloon. Daarmee is een einde gekomen aan het systeem met de wettelijke minimum maand-, week- en daglonen. Werknemers ontvangen sindsdien voor ieder gewerkt uur minimaal het wettelijk vastgestelde uurloon. Het loon per week of maand hangt af van het aantal gewerkte uren (de arbeidsduur). Lees ook: Werkgevers moeten straks bewijzen dat zij minimumloon hebben betaald Geplaatst in In de wet, Wetten & CAO’s | Tags minimumjeugdloon, minimumloon | Reacties uitgeschakeld voor Minimumloon per 1 juli 2026 gestegen naar € 14,99 per uur
Wtta 2027: vijf stappen naar een succesvolle toelating Geplaatst 2 juli 2026 door Aldert Faassen Met de komst van de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) wordt de markt gereguleerd door een streng toelatingsstelsel. Vanaf 1 januari 2027 mag je alleen nog personeel uitlenen als je over een officiële toelating beschikt. Maar hoe ga je dat fixen? Dit stappenplan helpt je verder. 1. Het SNA-keurmerk: je onmisbare fundament Het nieuwe Wtta-normenkader komt niet zomaar uit de lucht vallen. Het is voor een groot deel gebaseerd op het bestaande SNA-keurmerk (module TBA). Heb je dit keurmerk al? Dan heb je een enorme voorsprong. De controleurs kijken namelijk naar zaken die je voor je SNA-certificering al op orde moet hebben: een betrouwbare salarisadministratie en een correcte afdracht van belastingen en premies. Zonder SNA-keurmerk wordt de weg naar een Wtta-toelating een steile klim. Zie het als je ‘ticket naar de startstreep’. Heb je het nog niet? Start dan vandaag nog met de aanvraag. 2. Plan je inspectie nú (voordat de wachtlijsten ontploffen) In 2027 moeten duizenden bureaus tegelijkertijd gecontroleerd worden. De verwachting is dat de capaciteit van inspectie-instellingen tekortschiet. Gelukkig zijn er overgangsregelingen: De SNA-route: Heb je op 30 juni 2027 je SNA-keurmerk? Dan mag je de toelating aanvragen zonder direct een Wtta-inspectierapport te overleggen. Het SNA-keurmerk dient dan als tijdelijke vervanger. Let wel op: je moet daarnaast wel aan alle andere voorwaarden voldoen. De Meldings-route: Heb je geen SNA, maar meld je je wel op tijd aan bij de nieuwe autoriteit (NAU)? Dan mag je de aanvraag later completeren met het rapport. Het advies is simpel: wacht niet op de drukte van 2027. Plan je audits voor 2026 nu al in. 3. Stroomlijn je processen (de ‘Gelijkwaardige Beloning’) Het Wtta-normenkader is volop in beweging. Een cruciaal onderdeel dat momenteel wordt uitgewerkt, is de gelijkwaardige beloning. Dit onderdeel moet garanderen dat uitzendkrachten exact hetzelfde behandeld worden als vaste medewerkers bij de inlener in vergelijkbare functies. Uiterlijk 30 juni 2026 verschijnt de definitieve versie van dit normenkader. Dat geeft je precies een half jaar om je administratieve processen hierop aan te passen. Het veranderen van software en interne controleprotocollen kost tijd. Begin liever te vroeg dan te laat. Lees ook: Top 3 pijnpunten en 5 belangrijke lessen uit het Wtta-webinar met Gert-Jan Butter 4. De Wtta-Nulmeting: oefenen zonder strafpunten Een van de meest waardevolle tips uit de NBBU-checklist is de vrijwillige SNA-module Wtta. Tijdens je reguliere SNA-inspectie kun je vragen om deze extra module. De inspecteur kijkt dan met een ‘Wtta-bril’ naar je organisatie. Het grote voordeel? Deze nulmeting heeft geen invloed op je huidige SNA-keurmerk. Het is een veilige manier om te ontdekken waar je steken laat vallen. Zie je tijdens deze proef-inspectie dat je documentatie bij bijvoorbeeld in- en doorleen niet klopt? Dan heb je nog alle tijd om dit te herstellen voordat de echte handhaving begint. 5. Meld je aan bij de NAU (eind 2026) Eind 2026 (vanaf 1 november tot en met 31 december 2026) opent de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU) haar deuren voor aanmeldingen. Ook als je denkt dat je alles op orde hebt met je SNA-keurmerk, is het dringende advies: meld je aan. Deze melding is je vangnet. Mocht er onverhoopt iets misgaan, dan val je door je tijdige melding alsnog onder de overgangsregeling. Bovendien help je de NAU hiermee om de benodigde inspectiecapaciteit in kaart te brengen. Conclusie: 2026 is het jaar van de voorbereiding De Wtta is geen wet die je ‘even snel’ regelt op een regenachtige zondagmiddag in december. Het vraagt om een kritische blik op je volledige bedrijfsvoering: van je personeelsdossiers tot je financiële reserves voor de waarborgsom. De sleutel tot succes in 2027 ligt in je acties van vandaag. Gebruik de checklists zoals die van de NBBU, voer die Wtta-nulmeting uit en zorg dat je processen in lijn zijn met de nieuwe eisen. Zo stap je straks met een gerust hart het nieuwe tijdperk van de uitzendmarkt binnen. Lees ook: WTTA is geen checklist: wat uitzendondernemers moeten weten Geplaatst in Compliance, In de wet | Tags Flexpedia, WTTA | Reacties uitgeschakeld voor Wtta 2027: vijf stappen naar een succesvolle toelating