Marcel Reijmers 17 september 2026 0 reacties Print Kostprijs 2027, tips & tricksWat verandert er in 2027 aan de kostprijs van flexkrachten? Marcel Reijmers van FlexKnowledge zet de belangrijkste ontwikkelingen op een rij en laat zien waar uitleners bij hun kostprijsberekening extra alert op moeten zijn.In het kort De kostprijs voor 2027 wordt vooral beïnvloed door premie- en belastingaanpassingen, gewijzigde arbeidsvoorwaarden bij opdrachtgevers en de doorwerking van tijdreserveringen bij loonstijgingen. Na de grote wijzigingen van 2026 lijkt de overgang naar 2027 op het eerste gezicht overzichtelijk. Dat geldt vooral als je de commerciële kostprijzen op klantniveau in 2026 goed berekend had. De belangrijkste wijzigingen komen dan naar verwachting voort uit premie- en belastingaanpassingen. Kijk daarnaast goed naar de beloningsregelingen van opdrachtgevers, omdat inhoudelijke wijzigingen direct kunnen doorwerken in de kostprijs(factor). Denk bijvoorbeeld aan een andere ADV-systematiek, meer of minder vakantiedagen of een ander aantal doorbetaalde feestdagen. De eerste vergelijkingen tussen 2026 en 2027 zijn inmiddels uitgevoerd. De precieze uitkomsten verschillen per regeling en per opdrachtgever, maar het saldo van de premiewijzigingen in de Sociale Zekerheid is beperkt, ongeveer een half procent. Verderop in dit artikel lichten we toe waar deze stijgingen vandaan komen. Opbouw van de kostprijs De kostprijs bestaat uit verschillende onderdelen. Sinds 2026 wordt de hoogte daarvan bepaald door de regeling bij de inlener, meestal een CAO, eventueel aangevuld met eigen arbeidsvoorwaarden of een bedrijfsregeling. De CAO voor Uitzendkrachten is daarvoor niet langer het enige uitgangspunt. De belangrijkste looncomponenten zijn: Brutoloon Reserveringen voor vakantiedagen, feestdagen en kort verzuim/bijzonder verlof zoals bij de opdrachtgever Een eventuele eindejaarsuitkering, bonus, 13e maand, winstdelingsregeling, enzovoort, zoals bij de opdrachtgever Vakantiegeld inclusief de grondslag daarvoor(!), zoals bij de opdrachtgever Werkgeverscomponenten die volgen uit de CAO: Aanvulling Ziektewet van 70 naar 90% voor contracten in fase A (ABU) of fase 1+2 (NBBU) Pensioenpremie van StiPP Pensioencompensatie voor het verschil tussen de pensioenpremie bij de werkgever en de premie van StiPP, berekend over de grondslag van StiPP. Deze compensatie kan niet negatief zijn. Afhankelijk van de contractvorm en/of fase: Premie sociaal fonds Scholing Kosten voor leegloop en verzuim Werkgeverslasten Premie WAO/WIA Gedifferentieerde premie Werkhervattingskas (Whk) Premie Zorgverzekeringswet Premie Werkloosheidswet Kosten voor de transitievergoeding Opslag voor kosten van de eigen organisatie Welke kostprijzen zijn er? Er zijn twee ‘soorten’ kostprijzen: de voorcalculatorische of commerciële kostprijs(factor) en de nacalculatorische of ‘echte’ kostprijs(factor). Voorcalculatorische kostprijsfactor Dit is het getal waarmee het bruto uurloon wordt vermenigvuldigd om de kostprijs te berekenen. Daarbovenop komt de bureaumarge om het tarief voor de klant te bepalen. Vaak worden kostprijsfactor en marge gecombineerd tot één getal en dat wordt dan tarieffactor of omrekenfactor genoemd. Als over ‘de kostprijs’ wordt gesproken, wordt eigenlijk altijd deze variant bedoeld. Nacalculatorische kostprijs Waar in de voorcalculatorische kostprijs voor elke kandidaat hetzelfde uitgangspunt wordt gehanteerd, worden in de nacalculatorische kostprijs individuele situaties berekend. Tijdens de verloning wordt bijvoorbeeld rekening gehouden met de franchise voor de pensioenregeling en ET-regeling. Deze nacalculatorische kostprijs kan dus per individu en per verloning anders zijn. De exacte waarde wordt bepaald tijdens de verloning. De voorcalculatorische kostprijs wordt meestal berekend op basis van aannames en houdt minder rekening met individuele effecten. Daardoor ontstaat na de verloning vaak een positief verschil tussen de commerciële kostprijs en de werkelijke kostprijs: de verborgen marge. Hoe hoog die marge is, blijft een strategische keuze. In de praktijk geldt meestal dat een organisatie met hogere overheadkosten ook een hogere commerciële kostprijs nodig heeft. Welke elementen zijn al bekend? Looncomponenten De looncomponenten volgen uit de regeling bij de opdrachtgever, meestal een CAO. Sinds 2026 hebben uitgeleende medewerkers recht op de beloning die geldt voor eigen medewerkers van de opdrachtgever in gelijke of gelijkwaardige functies. Het totale pakket aan arbeidsvoorwaarden moet ten minste gelijkwaardig zijn, zowel voor toekenningen als voor aanspraken. Meer informatie hierover vind je op de website van Wijzerbelonen. Ook de grondslag voor het vakantiegeld volgt uit die regeling. Dat betekent dat vakantiegeld ook moet worden betaald over onregelmatigheidstoeslag (ORT), zoals ploegendienst, en overwerk (OV), tenzij dit in de CAO expliciet is uitgesloten. Is er geen CAO, dan moet het vakantiegeld hierover dus altijd worden betaald. In de meeste CAO’s wordt vakantiegeld wél betaald over ORT, maar niet over OV. Hoe je de reserveringspercentages voor vakantiedagen, ADV en feestdagen berekent, is hier beschreven: De reserveringspercentages voor 2027 Sinds 2026 moeten niet alleen vaste eindejaarsuitkeringen en vergelijkbare regelingen aan ingeleend personeel worden toegekend, maar ook flexibele beloningscomponenten zoals winstdeling, bonussen en andere arbeidsvoorwaarden die voor eigen personeel van de opdrachtgever gelden. Daar komt bij dat uitzendkrachten en gedetacheerden ook recht kunnen hebben op voorzieningen uit bijvoorbeeld cafetariaregelingen en mobiliteitsregelingen. Werkgeverscomponenten die volgen uit de CAO voor Uitzendkrachten De pensioenpremie blijft 7,5% voor de werknemer en 15,9% voor de werkgever. De franchise en het maximum pensioengevend uurloon zijn nog niet bekend. Voor de doorbetaling bij ziekte geldt vanaf 2026 dat het recht op doorbetaling volgt uit de regeling bij de inlener (wel of geen wachtdagen, percentage van het loon dat moet worden doorbetaald, etc.), maar dat de hoogte van het door te betalen loon volgt uit de CAO voor Uitzendkrachten. Dat geldt ook voor de feestdagen. Voor kort verzuim en bijzonder verlof gelden de aanspraken uit de regeling van de inlener, net als aanvullende afspraken die daarin zijn gemaakt over bijvoorbeeld een aanvulling op het loon bij WAZO-verlof. We zien dat veel uitleners vasthouden aan de 0,6% waarmee al sinds jaar en dag wordt gerekend. De premie sociaal fonds is voor 2027 nog niet vastgesteld. Deze premie hoeft alleen tijdens fase A/1+2 te worden betaald. Ook in de nieuwe CAO is deze afdracht verplicht. Sinds 2026 is er geen verplichte scholingsbijdrage van 1,02% meer. Ingeleende werknemers hebben recht op dezelfde of gelijkwaardige scholingsfaciliteiten als werknemers van de opdrachtgever. De vraag is wel wie deze kosten draagt als er geen standaardpercentage meer in de kostprijs is opgenomen. Inleners kunnen vaak terecht bij hun eigen sociaal fonds of opleidingsinstituut, maar uitzendkrachten kunnen daar niet altijd aanspraak op maken. Bureaus die deze bijdrage gebruikten voor sociale begeleiding van arbeidsmigranten, zullen hiervoor alternatieve financiering moeten vinden, bijvoorbeeld via een hogere marge of afzonderlijke doorbelasting. In de praktijk zien wij dat vaak alsnog 1 tot 1,8% in de factor wordt opgenomen, ook als de inlener geen harde verplichtingen kent. Uitzendkrachten blijven verplicht deelnemen aan PAWW, maar krijgen geen compensatie meer voor die premie, tenzij de CAO van de opdrachtgever een compensatie kent. Werkgeverslasten Op Prinsjesdag zijn de voorlopige premies voor de sociale zekerheid voor 2027 gepubliceerd. We hebben de premies voor je verzameld in een apart artikel. De premie Werkhervattingskas op ondernemingsniveau wordt eind november door de Belastingdienst meegedeeld. Extra aandacht! Let bij het bepalen van de kostprijs voor 2027 vooral op de volgende punten. Omdat inmiddels alle reserveringen in tijd worden opgebouwd, Tijd voor Tijd in de nieuwe CAO is toegestaan en ADV vaker in tijd wordt gereserveerd, nemen de verborgen kosten van herwaardering bij loonstijgingen toe. De reservering is opgebouwd tegen het lagere loon, maar moet worden uitbetaald tegen het hogere loon. Het verschil komt voor rekening van de uitlener. Dit geldt ook voor het vakantiegeld. Volgens de nieuwste inzichten moet dit worden berekend op het moment van uitbetaling, dus als percentage van het dan geldende loon. Ook dat kan leiden tot forse herwaarderingskosten. De loonberekening bij verzuim volgt nog steeds uit de CAO voor Uitzendkrachten, maar het percentage loondoorbetaling en eventuele wachtdagen volgen uit de regeling van de inlener. Bij verzuim zal daarom vaak vanaf dag 1 tegen 100% van het loon moeten worden doorbetaald. Tot 2026 was dat 90% met één wachtdag. Verzuim van een week kan daardoor ongeveer 40% duurder worden. Als je de oude, lagere kosten had verwerkt in een lager verzuimpercentage in je kostprijsopbouw, moet je dit onderdeel opnieuw beoordelen. Kosten van de eigen organisatie Of en in welke mate je de kosten van de eigen organisatie meeneemt, is een strategische keuze. Wij zien steeds vaker dat deze kosten niet of beperkt worden opgenomen in de kostprijsberekening, omdat inleners juist transparantie vragen. De kostprijsberekening die wij hier beschrijven, gaat primair over de kosten van arbeid. De berekeningen Wil je snel inzicht krijgen in de kostprijs voor 2027? Vanaf eind november is de nieuwe versie van onze geavanceerde tool beschikbaar. Dat is vrij laat, maar we moeten nu eenmaal wachten op de individuele beschikking Werkhervattingskas. Met die tool bereken je álle kostprijsfactoren voor uitzenden en payrolling, ook wanneer andere pensioenfondsen dan StiPP van toepassing zijn. De tarieven De meeste uitleners hebben in hun algemene voorwaarden vastgelegd dat aanpassingen van kostprijzen en lonen worden doorberekend aan de inlener. Kijk daarnaast kritisch naar het kostenniveau van je eigen organisatie. Periodieken en loonsverhogingen voor eigen medewerkers, hogere huurkosten en stijgende leasekosten wil je bij voorkeur doorbelasten aan je inleners. Of dat commercieel haalbaar is, bepaal je zelf. Juist daarom is snel inzicht in de kosten voor 2027 noodzakelijk. Met dit artikel hopen wij je daarvoor een praktisch vertrekpunt te geven. Hulp nodig? Heb je hulp nodig bij de berekening of implementatie? Neem dan contact op met FlexKnowledge. Vanaf eind november is er ook een uitgebreide tool beschikbaar waarmee je de kostprijsfactoren per cao, regeling en fase snel bepaalt. Op onze website vind je meer informatie over hoe wij in- en uitleners ondersteunen bij de implementatie van de nieuwe CAO. Lees ook: De reserveringspercentages voor 2027 Premies 2027 CAO voor Uitzendkrachten, Kostprijs, premie Print Over de auteur Over Marcel Reijmers Marcel Reijmers is directeur van FlexKnowledge en adviseert en begeleidt intermediairs en inleners. Bekijk alle berichten van Marcel Reijmers