Marcel Reijmers 17 september 2026 0 reacties Print Premies 2027Marcel Reijmers van FlexKnowledge zet de voorlopige variabelen in de kostprijs van uitzendarbeid voor je op een rij. Deze cijfers zijn bekendgemaakt tijdens Prinsjesdag.De voorlopige variabelen in de kostprijs van uitzendarbeid zijn bekend. Per saldo is er een stijging van ongeveer een half procent, maar per uitlener kan dit sterk verschillen, afhankelijk van de individuele premie Werkhervattingskas. Die wordt echter pas eind november/begin december verstuurd door de Belastingdienst. Premies sociale zekerheid In onderstaand overzicht zie je de voorlopige premies in één oogopslag. Let op: de ZW-A staat in dit schema als premie, maar wordt niet aan het UWV afgedragen. Het gaat om een cao-afspraak als aanvulling op de Ziektewet. De uitlener kan hiervoor een verzekering afsluiten bij een private partij of zelf een voorziening treffen. Pensioenpremie StiPP Het premiepercentage wordt ieder jaar vastgesteld door het bestuur van het pensioenfonds en kan dus wijzigen. Sinds 2026 bedraagt de pensioenpremie 23,4%: 7,5% voor de werknemer en 15,9% voor de werkgever. Ook werknemers in fase A/1+2 betalen altijd een eigen bijdrage, omdat het verschil tussen de basis- en plusregeling is vervallen. De uurfranchise en het maximum pensioengevend uurloon worden meestal pas eind december door StiPP bekendgemaakt. De verwachting is dat beide bedragen zullen stijgen, wat kostprijsverlagend werkt. Totaal over grondslag Werkgeversdeel Werknemersdeel Premie Pensioenregeling 23,4% 15,9% 7,5% Franchise n.n.b. n.v.t. n.v.t. Max. pensioengevend uurloon n.n.b. n.v.t. n.v.t. Pensioencompensatie Sinds 2026 moeten uitleners bij gelijk(waardig)e beloning ook rekening houden met pensioencompensatie. Die compensatie ziet op het verschil tussen de werkgeverspremie van de pensioenregeling bij de inlener en de werkgeverspremie voor StiPP. Is de premie bij de inlener bijvoorbeeld 20,9%, dan moet het verschil met StiPP worden gecompenseerd: 20,9% – 15,9% = 5%. Dit percentage wordt vermenigvuldigd met een jaarlijks vastgestelde factor. Voor 2026 is die factor 0,853; voor 2027 is deze nog niet bekendgemaakt. De uitkomst is de compensatie die de uitzendkracht ontvangt over dezelfde grondslag als bij StiPP: kort gezegd het SV-loon, vóór toepassing van de ET-regeling of de bijtelling voor een auto. In dit voorbeeld ontvangt de uitzendkracht 5% x 0,853 = 4,27% compensatie over het SV-loon. Deze compensatie wordt als bruto vergoeding betaald. Daarover zijn ook werkgeverslasten én pensioenpremie verschuldigd. Het lijkt misschien logischer om deze compensatie als extra pensioenpremie aan StiPP af te dragen en zo werkgeverslasten te voorkomen. Helaas is dat (nog?) niet zo geregeld. Is de werkgeverspremie bij de inlener lager dan de 15,9% van StiPP? Dan hoeft er niets te worden gecompenseerd. De compensatie is in dat geval 0, omdat in de cao is afgesproken dat deze niet negatief mag zijn. Er mag dus geen bedrag worden ingehouden als de pensioenpremie bij de inlener lager is dan die van StiPP. Voor de kostprijs kan deze compensatie dus een aanzienlijk verschil maken. Wil je snel bepalen welke kostprijsfactoren gelden per cao of regeling en per fase? FlexKnowledge biedt hiervoor een uitgebreide tool. De versie voor 2027 is vanaf eind november beschikbaar. Miljoenennota, pensioenpremie, premies, prinsjesdag, sociale zekerheid Print Over de auteur Over Marcel Reijmers Marcel Reijmers is directeur van FlexKnowledge en adviseert en begeleidt intermediairs en inleners. Bekijk alle berichten van Marcel Reijmers