Marcel Reijmers 16 september 2026 0 reacties Print De reserveringspercentages voor 2027Sinds 2026 gelden geen vaste reserveringspercentages meer; deze volgen uit de regeling van de inlener. Marcel Reijmers van FlexKnowledge beschrijft de belangrijkste aandachtspunten en de rekenmethodiek voor 2027.In het kort Sinds 2026 zijn de vaste reserveringspercentages in de uitzend-cao grotendeels vervangen door percentages die volgen uit de regeling van de inlener. Voor de kostprijsberekening betekent dit dat per opdrachtgever moet worden vastgesteld welke vakantiedagen, feestdagen, ADV-/ATV-dagen, kort verzuimregelingen en vakantiebijslag gelden. De regeling van de inlener is daarbij leidend, met wettelijke minima zoals 20 vakantiedagen en 8 procent vakantiegeld als ondergrens. Voor commerciële kostprijzen blijft de methode op basis van netto werkbare dagen praktisch bruikbaar en waarschijnlijk voorlopig dominant. Wel moet rekening worden gehouden met de nieuwe cao-systematiek, waarin voor de beloning wordt gewerkt met een dagwaarde op basis van 260 werkbare dagen. Daardoor kunnen kostprijsberekening en verloning uit elkaar lopen, vooral wanneer software de nieuwe waardemethode nog niet volledig ondersteunt. Belangrijkste aandachtspunt is dat niet alle feestdagen automatisch meetellen voor de kostprijsberekening, zeker niet bij weekendfeestdagen of 24/7-roosters, en dat ADV sinds 2026 bij voorkeur in tijd wordt meegenomen om opbouw van vakantiedagen en vakantiegeld correct te verwerken. Bij vakantiebijslag moet niet alleen het percentage, maar ook de grondslag van de inlener worden gevolgd. Systematiek van werkbare dagen Naast de al jaren gebruikte methode op basis van netto werkbare dagen schrijft de cao nu een methode voor die altijd uitgaat van 260 bruto werkbare dagen, ongeacht of op die dagen wordt gewerkt. Het praktische effect is dat over álle dagen vakantiedagen en eventueel ADV-dagen worden opgebouwd op het moment dat ze worden genoten: vakantiedagen over vakantiedagen dus. Deze methodiek is echter expliciet bedoeld voor de verloning en leent zich minder voor de kostprijsberekening. Wij verwachten dus dat voor de kostprijsberekening de vertrouwde methode van netto werkbare dagen de standaard blijft. Daarom vormt deze methode het uitgangspunt voor dit artikel. Voor alle ter beschikking gestelde werknemers Deze regels gelden niet alleen voor uitzendkrachten, maar ook voor gedetacheerden en payrollwerknemers. Sinds 2026 hebben al deze groepen recht op gelijke arbeidsvoorwaarden voor payrollwerknemers of gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden voor uitzendkrachten en gedetacheerden. Vooral voor detacheerders ontstaat daardoor meer ruimte om eigen arbeidsvoorwaardenpakketten samen te stellen en te compenseren, zonder dat ieder onderdeel exact hoeft overeen te komen met de waarde bij de opdrachtgever. Zolang er geen algemeen verbindend verklaarde CAO voor Uitzendkrachten is, is lidmaatschap van een branchevereniging strikt genomen vereist om gelijkwaardige beloning toe te mogen passen. Vanuit de WAADI geldt namelijk gelijke beloning, tenzij daar bij cao van wordt afgeweken. Bruto en netto werkbare dagen 2027 is geen schrikkeljaar. Het uitgangspunt is daarom 365 dagen min 104 weekenddagen: 261 bruto werkbare dagen. Het aantal netto werkbare dagen in 2027 is 261 minus het aantal vakantiedagen, minus het aantal officiële feestdagen, minus het aantal ADV-, ATV- of roostervrije dagen. De regeling van de inlener is daarbij steeds leidend. Enkele voorbeelden: 20 vakantiedagen, 5 doordeweekse feestdagen en geen ADV: 261-20-5=236 netto werkbare dagen 25 vakantiedagen, 5 doordeweekse feestdagen en geen ADV: 261-25-5=231 netto werkbare dagen 28 vakantiedagen, 11 feestdagen en 10 dagen ADV: 261-28-11-10=212 netto werkbare dagen. Dit voorbeeld gaat ervan uit dat alle 11 feestdagen daadwerkelijk tot doorbetaling wegens niet-werken leiden, dus inclusief eventuele weekendfeestdagen die op grond van de regeling van de inlener moeten worden doorbetaald. Vakantiedagen Sinds 2026 maken vakantiedagen deel uit van de beloning van uitzendkrachten. De cao bevat hiervoor geen bodem. Wat de inlener in zijn regeling heeft staan, geldt dus ook voor uitzendkrachten, met uiteraard de wettelijke ondergrens van 20 dagen. De reserveringspercentages worden berekend door het aantal vakantiedagen te delen door het aantal netto werkbare dagen. Voor de drie voorbeelden hierboven levert dat de volgende percentages voor de vakantiedagreservering op: 20/236 = 8,47% 25/231 =10,82% 28/212 = 13,21% Als de reservering wordt gesplitst in wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen, gelden de volgende percentages: 20 wettelijke vakantiedagen 20/236 = 8,47% Percentages wettelijk/bovenwettelijk uit de voorbeelden 20/236 = 8,47% en 0/236 = 0% 20/231 = 8,66% en 5/231 = 2,16% 20/212 = 9,43% en 8/212 = 3,77% Feestdagen In 2026 vallen (maar) vijf feestdagen op een doordeweekse dag. Als Goede Vrijdag bij de inlener ook een officiële feestdag is, zijn het er zes. En als ook 5 mei wordt aangemerkt als officiële feestdag, kan dit oplopen tot zeven dagen. Vier feestdagen vallen in het weekend: 1e Paasdag, 1e Pinksterdag, 1e Kerstdag en 2e Kerstdag. Of deze moeten worden doorbetaald wanneer normaal op die dag wordt gewerkt, hangt af van de regeling van de opdrachtgever. Dat is meestal direct zichtbaar: als 1e Paasdag en 1e Pinksterdag bij de officiële feestdagen staan, geldt er voor die dagen een toeslag en eventueel doorbetaling. Voor de kostprijsberekening betekent dat echter niet dat deze vier feestdagen in het weekend klakkeloos moeten worden opgeteld bij de doordeweekse feestdagen. Voor de kostprijsberekening gaat om het aantal feestdagen dat moet worden doorbetaald omdat er wegens de feestdag niet kan worden gewerkt. Als weekendfeestdagen in de regeling van de inlener officiële feestdagen zijn, is de kans groot dat er 24/7 wordt doorgewerkt en dat uitzendkrachten dus gewoon kunnen werken. Zij ontvangen dan loon plus eventuele toeslag, maar geen doorbetaling wegens niet-gewerkte uren. Kijk voor de reservering voor doorbetaalde feestdagen dus niet alleen naar het aantal feestdagen, maar ook naar de kans dat er daadwerkelijk niet kan worden gewerkt wegens de feestdag. Alleen in dat geval ontstaan er voor de uitlener kosten. Praktijkwaarschuwing: neem weekendfeestdagen alleen mee in de reservering als uit de regeling van de inlener én uit de feitelijke planning volgt dat de werknemer door de feestdag niet kan werken en toch moet worden doorbetaald. Is werken op die dag gewoon mogelijk, bijvoorbeeld bij volcontinu- of 24/7-roosters, dan leidt de feestdag meestal niet tot een reserveringslast maar tot loonbetaling voor gewerkte uren, eventueel vermeerderd met een toeslag. De reserveringspercentages worden berekend door het aantal feestdagen te delen door het aantal netto werkbare dagen. Voor de drie voorbeelden hierboven levert dat de volgende percentages voor de feestdagreservering op. Het derde voorbeeld is dus een maximumvariant: de 11 feestdagen tellen alleen volledig mee als zij allemaal tot doorbetaling wegens niet-werken leiden. 5/236 = 2,12% 5/231 = 2,16% 11/212 = 5,19% ADV/ATV/Roostervrij Dit onderdeel is voor uitzendkrachten vaak lastig uit te leggen en te berekenen. De kern is dat reguliere werknemers ADV in dagen opbouwen en op die dagen hun normale salaris doorbetaald krijgen, inclusief het bijbehorende vakantiegeld. Uitleners mochten kiezen of zij ADV in geld of in tijd uitkeerden en kozen meestal voor geld. Via een complexe redenering kon dit als brutovergoeding worden uitbetaald: tot en met 2019 zonder opbouw van vakantiedagen en sinds 2020 met opbouw van vakantiedagen. Vakantiegeld hoefde daarover echter niet te worden betaald. Sinds 2026 moet dat wel. Daarom wordt in kostprijsberekeningen vrijwel altijd uitgegaan van ADV in tijd; dan is de opbouw van vakantiegeld en vakantiedagen geborgd. De reserveringspercentages worden berekend door het aantal ADV-dagen te delen door het aantal netto werkbare dagen. Voor de drie voorbeelden hierboven levert dat de volgende percentages voor de ADV-dagreservering op: 0/236 = 0% 0/231 = 0% 10/212 = 4,72% Kort verzuim/bijzonder verlof Ook hiervoor geldt geen vast percentage meer. Het recht op kort verzuim, bijzonder verlof en bovenwettelijke doorbetaling bij verschillende vormen van zorg- en WAZO-verlof volgt, net als de overige arbeidsvoorwaarden, uit de regeling van de inlener. De 0,6% die jarenlang in de Cao voor Uitzendkrachten stond, kwam overeen met ongeveer 1,5 werkdag per jaar. Wij zien dat veel uitleners dit als uitgangspunt blijven gebruiken. Eventuele extra kosten kunnen worden doorbelast wanneer zij zich voordoen, omdat deze vooraf moeilijk zijn in te schatten. Vakantiebijslag Ook hiervoor is de regeling van de inlener leidend. Meestal gaat het om 8 procent, maar sommige cao’s hanteren een hoger percentage. Nieuw sinds 2026 is dat niet alleen het percentage, maar ook de grondslag voor het vakantiegeld moet worden overgenomen. Wettelijk moet vakantiegeld over al het loon worden betaald, tenzij de cao daarvan afwijkt. Veel cao’s bepalen dat vakantiegeld ook geldt over onregelmatigheidstoeslagen, ploegendiensten en vergelijkbare loonbestanddelen, maar minder vaak over overwerk. Voor bedrijven zonder cao betekent dit dat vakantiegeld altijd moet worden betaald over onregelmatigheid en overuren. Let op Voor de commerciële kostprijs is het noodzakelijk om op de hierboven beschreven manier te rekenen. Deze methode wijkt echter af van de methode die voor de beloning is voorgeschreven in artikel 33 van de CAO voor Uitzendkrachten: een verlofdag heeft een waarde van 0,385% van het loon. Die formule gaat altijd uit van 260 werkbare dagen en van opbouw van vakantiedagen over alle soorten dagen, dus ook over bijvoorbeeld feestdagen. Voor de verloning is de oude methode op basis van werkbare dagen strikt genomen niet meer toegestaan. Toch zien wij dat nog niet alle softwarepakketten de nieuwe methode op basis van de waarde van een dag ondersteunen. Als de verloning nog plaatsvindt op basis van werkbare dagen, leidt dat tot iets andere uitkomsten dan de waardemethode, meestal in het nadeel van de uitgeleende werknemer. Dat lijkt bij inspecties voorlopig nog gedoogd te worden, maar het is onzeker of dat zo blijft. CAO voor Uitzendkrachten, feestdagen, Reserveringen 2026, vakantiedagen Print Over de auteur Over Marcel Reijmers Marcel Reijmers is directeur van FlexKnowledge en adviseert en begeleidt intermediairs en inleners. Bekijk alle berichten van Marcel Reijmers