"Voor futureproof ondernemen in flex"
SLUIT MENU

Rechtbank: Temper is geen uitzendbureau

Temper is geen uitzendbureau en de Temper-werkers zijn geen werknemers van het platform. Dat is de uitspraak vandaag van de Amsterdamse rechtbank in een rechtszaak die vakbonden FNV en CNV tegen het platform hadden aangespannen.

Temper is sinds 2020 verwikkeld in een rechtszaak aangespannen door vakbonden CNV en FNV. Temper is een online platform voor werk, waar werkers en opdrachtgevers overeenkomsten kunnen sluiten over uit te voeren werkzaamheden. Op het platform gebeurt dit automatisch op basis van een model-opdrachtovereenkomst.

Volgens FNV en CNV is dat een constructie van schijnzelfstandigheid en zijn de werkers in werkelijkheid geen zelfstandigen maar uitzendkrachten van Temper. Naar hun mening moet het uitzendbureau de uitzend-cao hanteren. Bovendien moet, met terugwerkende kracht, de onterechte vergoeding voor bemiddeling die door de medewerkers van Temper afgedragen is, terugbetaald worden.

Conclusie

De rechtbank Amsterdam kwam woensdag tot de conclusie dat er geen sprake is van een uitzendovereenkomst, met name omdat er geen sprake is van formeel werkgeversgezag van Temper. Daarbij speelt een rol dat Temper geen loon betaalt aan de werkers (dat doen de opdrachtgevers) en er is nauwelijks sprake van een verplichting voor de werkers om de werkzaamheden persoonlijk te verrichten. Over de secundaire eis van de bonden dat werkers in dienst zijn van de opdrachtgever kon de rechter geen uitspraak doen, omdat de groep van opdrachtgevers te uiteenlopend is en bovendien niet bij deze rechtszaak betrokken waren.

Maarten Zoomers, ceo Temper

Maarten Zoomers, ceo van Temper, is verheugd over de uitspraak. ‘Mooi om te zien dat de rechtbank duidelijk aangeeft dat ons model bestaansrecht heeft.’ Volgens Zoomers laat het vonnis zien dat de manier waarop Temper werkt onverenigbaar is met een dienstbetrekking. ‘Er is geen formeel werkgeversgezag. Werkers kunnen zich vrij laten vervangen. Dat is bij ons niet alleen een theoretische mogelijkheid, maar het kan en gebeurt ook echt. Werkers bepalen zelf waar en wanneer ze werken. Ook dat past niet binnen een dienstbetrekking.’

De vakbonden noemen het in een verklaring een ‘onbegrijpelijke uitspraak, die in strijd is met andere  jurisprudentie van de afgelopen jaren in andere platformzaken. ‘Receptionisten, obers, logistiek medewerkers, winkelbedienden zijn geen zelfstandigen maar werknemers.’ Ze gaan in hoger beroep tegen de uitspraak.

Wie praat namens de platformwerkers?

In eerder uitgesproken tussenvonnis kreeg Temper ook het gelijk aan zijn zijde. Daarin stond de vraag centraal of de bonden de Temper-werkers in collectieve actie mochten vertegenwoordigen. De werkers die niét door de bond vertegenwoordigd willen worden, konden dat via een ‘opt-out’ laten weten. Ongeveer een kwart van de werkers tekende zo’n opt-out, waarna de rechter een streep zette door de eisen die betrekking hadden op individuele gevallen. Alleen het tweede deel van de rechtszaak – de principiële beoordeling van de overeenkomst – kon toen nog doorgaan.

De Stichting Vrij Platform probeerde zich vervolgens te voegen aan de zijde van Temper als belangenbehartiger van de platformwerkers. De stichting is in 2021 opgericht door enkele Temper-werkers, waarna ook platformwerkers van Young Ones zich aansloten. De rechter vond de stichting te zeer verstrengeld met Temper om onafhankelijk te kunnen zijn. Wel mochten de bestuurders van de stichting zich in de procedure voegen als belanghebbende, zodat ze hun stem konden laten horen in de procedure.

Enzo Salatiello, bestuurslid van Stichting Vrij Platform is enorm opgelucht over de uitspraak, laat hij weten in een reactie. ‘We voelen ons gesterkt en gezien in onze positie als belangenbehartiger van platformwerkers die er weloverwogen en bewust voor kiezen om op deze wijze hun werkzame leven in te richten.’

Deliveroo, Helpling

Het is niet voor het eerst dat de bonden een rechtszaak aanspannen tegen bedrijven uit de platformeconomie. Bij platform Helpling – dat inmiddels failliet is – stapten vakbond FNV en een van de zelfstandige schoonmakers naar de rechter om een arbeidsovereenkomst af te dwingen. Schoonmakers die via platform bij particulieren werkten, hebben een arbeidsovereenkomst met het platformbedrijf, oordeelde advocaat-generaal De Bock deze maand in haar advies aan de Hoge Raad.

In de rechtszaak rond de maaltijdbezorgers van Deliveroo oordeelde de Hoge Raad dat deze werknemers van de bezorgdienst waren. Deliveroo heeft altijd volgehouden dat het om zzp’ers gaat.

Volgens de rechter is deze zaak anders dan Deliveroo, omdat in die zaak de relatie tussen twee partijen (de bezorgers en Deliveroo) werden beoordeeld. Zoomers noemt daarbij de modus operandi ook wezenlijk anders. ‘Deliveroo had meer invloed op de werkers. En de werkers waren daar niet vanaf het begin zelfstandig. Ze hebben vanuit het werknemerschap de overstap gemaakt. Helpling is weer een heel ander model. De schoonmakers werkten daar nooit als zelfstandige, maar vanuit ‘dienstverlening aan huis’.  

Ook de Arbeidsinspectie oordeelde eerder anders dan de rechtbank. Van Temper – en recent van Young Ones – vond de inspectie dat het een uitzendbureau betrof. Volgens Zoomers van Temper gaat het om twee onvergelijkbare grootheden. ‘De meervoudige kamer van de Rechtbank heeft vier jaar lang onderzoek bij ons gedaan naar alle feiten en omstandigheden, met het Deliveroo-arrest in de hand. De Arbeidsinspectie is een handhavend orgaan, het zal net als de Belastingdienst, zich moeten voegen naar de jurisprudentie.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *