SLUIT MENU

Afnemende groei van de economie in Q1, flexbranche flink gekrompen

De Nederlandse economie groeide in het eerste kwartaal een stuk minder dan in de voorgaande zes kwartalen. Het aantal mensen met werk groeide ook nog wat, maar net als in het vorige kwartaal nam het totale aantal uren dat zij samen werkten af. Die krimp kwam ook in dit kwartaal volledig voor rekening van de zelfstandigen en de flexbranche. Ook in het eerste kwartaal van 2026 bleven werkgevers vasthouden aan hun wendbaarheid, door uitbreiding van hun interne flexschil.

De economie is in het eerste kwartaal van 2026 met +1,2% gegroeid ten opzichte van een jaar eerder – de laagste groei sinds het voorjaar van 2024. De werkgelegenheid gemeten in personen tussen 15 en 75 jaar die in Nederland werken en wonen (de zogenoemde werkzame beroepsbevolking) groeide met +0,3%, dus minder snel dan de +0,6% in de tweede helft van 2025. Hoewel er dus iets meer mensen werkten, werkten zij in totaal iets minder uren: -0,4% ten opzichte van een jaar eerder. Dat blijkt uit de cijfers die het CBS op 30 april publiceerde.


Wil je meer weten over deze trends en de impact die dit heeft op ondernemen in flex? Kom dan naar het FlexNieuws TOP 100 LIVE event, 20 mei in Amsterdam. In een middag ben je weer helemaal bij. Keynotes door  Wim Davidse en Han Mesters (ABN AMRO), kennissessies (met Q&A) over wetgeving, compliance en tech & AI. Interviews met ondernemers in de flexbranche.


Voorzichtig herstel flexbranche alweer voorbij

Nadat het CBS een aantal correcties had doorgevoerd in de afgelopen maanden, bleek de flexbranche in de tweede helft van 2025 te zijn gegroeid, in termen van uren. Daarvan is in het eerste kwartaal van 2026, met een fikse urenkrimp van -4,8%, duidelijk geen sprake; dat is de sterkste krimp sinds de zomer van 2024. De urenkrimp in Q1 was daarmee ook maar een fractie kleiner dan de -5,1% van de ABU marktmonitor.

In de onderstaande grafiek, met de flexbranche-uren per kwartaal vanaf 1995, is de stevige stap terug in het eerste kwartaal, net als in 2023, goed duidelijk. (In dat jaar ontvouwde zich vervolgens een milde recessie.) Ook is duidelijk dat het aantal in Q1 gemaakte uren later lag dan in enig kwartaal tijdens de coronacrisis van 2020-2021.

Het aandeel van de flexbranche-uren in de totaal gewerkte uren kwam in Q1 uit op 5,3%, het laagste aandeel sinds Q1 2014.

Het wordt daarmee steeds duidelijker dat er geen sprake is van flex-herstel, niet tijdelijk, en al helemaal niet structureel. Dat lijkt, met de blijvend onzekere politieke, maatschappelijke, geopolitieke en economische omstandigheden, en de dus hoogstwaarschijnlijk voortdurende pauze op de arbeidsmarkt, in combinatie met de krapte op de arbeidsmarkt, voorlopig ook niet aan de orde.

Vermoedelijk hebben de op 1 januari van dit jaar in werking getreden cao’s voor uitzendkrachten en voor detachering ook niet bijgedragen aan het bestendigen van het vorig jaar ingezette herstel.

En ook weer niet geprofiteerd van minder zzp’ers

De flexbranche-uren zijn dus met -4,8% gekrompen, maar het aantal door zelfstandigen gewerkte uren is in Q1 zelfs met -6,0% gekrompen – de sterkste krimp sinds eind 2020 (toen vanwege de corona-lockdowns). Het door werknemers (in vaste dienst of met tijdelijke dienstverbanden, niet: uitzendkrachten en gedetacheerden) gewerkte aantal uren groeide daarentegen met +1,5%.

Niet in uren, maar in personen gemeten zien we nog het volgende:

  • Het aantal werknemers met een vast contract groeide nog met +1,1% – minder sterk dan in de voorgaande kwartalen, maar wel harder dan de +0,3% van de totale werkzame beroepsbevolking. Hun aandeel in die groep groeide dan ook van 56,8% een jaar geleden naar 57,2% nu – het op één hoogste aandeel in meer dan 12 jaar (Q3 2025 had met 57,3% het hoogste aandeel).
  • Het aantal werknemers in de interne flexschil (vooral tijdelijke werknemers en oproepkrachten) groeide met +3,3% nog harder (na +3,2% in Q4), naar een aandeel van 24,2%; dat was een jaar eerder nog 23,5%.
  • Het aantal uitzendkrachten en gedetacheerden werd -4,1% kleiner, dat is wat minder dan het gemiddelde van de afgelopen 2 jaar (-4,7%), en omvat nu nog 3,4% van alle werkenden – dat is het allerlaagste percentages van deze eeuw, zelfs lager dan tijdens de corona-lockdowns (de piek lag in Q4 2016 op 5,4%).
  • In Q1 waren er nog 974.000 zzp’ers (eigen arbeid), voor het eerst sinds het voorjaar van 2022 minder dan een miljoen – eind 2024 piekte hun aantal op 1.091.000 – nu dus -10,7% minder. Ten opzichte van een jaar eerder ging de krimp met -7,8% een fractie minder hard dan in het vorige kwartaal (toen met een heel stevige -8,0%, wat toen het sterkste jaar-op-jaar zzp-krimppercentage van deze eeuw was). Hun aandeel in de werkzame beroepsbevolking zakte voor het eerst sinds eind 2021 onder de 10%: 9,9% – een jaar eerder was dat nog 10,8% en in het laatste kwartaal voor de start van de handhaving Wet DBA (Q4 2024) piekte dat aandeel nog op 11,1%.
  • De externe flexschil omvatte daarmee in Q1 13,3% van de werkzame beroepsbevolking, een behoorlijk tuimeling sinds de 14,8% van Q4 2024, die bijna volledig voor rekening van de zzp’ers komt, en voor een klein deel door de krimp van uitzenden en detacheren. (Piek: 14,9% in Q4 2022.)
  • Al met al omvatte de totale flexschil in Q1 nog 37,6% van de werkzame beroepsbevolking, wat minder dan de 37,9% van een jaar eerder. (Piek: 40,4% in Q2 2017.)

Arbeidsposities per kwartaal

Met de veranderingen van de aantallen personen per arbeidscontractvorm per kwartaal ten opzichte van een jaar eerder samengevat in een grafiek, wordt wederom de impact van de handhaving van de Wet DBA op het aantal zzp’ers eigen arbeid duidelijk. Dat aantal is begin 2025 direct gekrompen, eerst elk kwartaal wat sneller, en in Q1 van dit jaar dan weer wat minder dan in Q4 – of dat een trendbreuk is, of een seizoenseffect, of wat anders, dat zal de komende kwartalen moeten blijken.

Ook wordt duidelijk dat werkgevers absoluut de voordelen van flexibele arbeid zien, en dat vertalen naar een sterke groei van de interne flexschil – in Q1 is die ontwikkeling zelfs relatief sterk.

Of anders samengevat:

Het is duidelijk dat werkgevers in de turbulente context van 2026 blijven hechten aan de flexibiliteit en wendbaarheid van hun personeelsbestanden. De invulling daarvan verschuift al sinds begin 2025 van de externe naar de interne flexschil. De flexbranche is veel harder gekrompen dan de totale flexschil – het is dus aan de flexbranche om te ontdekken hoe beter van die blijvende flexbehoefte te gaan profiteren.

Wim Davidse is director Trends & Insights bij ZiPmedia, hoofdredacteur van FlexNieuws en toekomstverteller en strategisch prestatie-adviseur.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *