SLUIT MENU

Spannend: eerste Q1-cijfers van ABU, PageGroup en ManpowerGroup

Nu de eerste kwartaalcijfers van 2026 bekend worden, zien we voor het eerst wat de gevolgen zijn van het invoeren van de nieuwe cao voor uitzendkrachten voor de uren en de omzet. Dat valt over het algemeen nog niet tegen.

Afgelopen dinsdag kwamen de Q1-cijfers van de ABU Marktmonitor en van PageGroup naar buiten, donderdagmiddag die van ManpowerGroup. Daarmee krijgen we voor het eerst een concreet beeld van de impact van de nieuwe cao voor uitzendkrachten, die op 1 januari van dit jaar in werking is getreden. 

De eerste cijfers over Q1 tonen gemiddeld meer krimp dan de cijfers van het laatste kwartaal van 2025, toen we nog onder de oude cao werkten. Ook is er meer druk op marge en rendement. De impact valt gemiddeld misschien nog niet tegen, maar niet iedereen is gemiddeld. 

De uren in de ABU Marktmonitor zijn in het eerste kwartaal (de perioden 1, 2 en 3, dus samen 12 weken) met -5,1% gekrompen ten opzichte van het eerste kwartaal van vorig jaar. Dat is een sterkere krimp dan in de drie voorgaande kwartalen.

Hogere uurtarieven, lagere marges

Toch viel die krimp mee. Zo is de urenkrimp kleiner dan ik eind 2025 voorspelde voor 2026 (-6%). De omzet van de ABU Marktmonitor is in het eerste kwartaal met 2,6% gestegen, geheel conform de voorspellingen van twee derde van de respondenten in een paar onderzoeken die ik eind vorig jaar deed, en sterker dan ik eind 2025 voorspelde. 

De ontwikkelingen verschillen sterk per beroepsgroep. De ABU Marktmonitor onderscheidt er vier en publiceert cijfers over drie: Admin deed -12,8% (-19,9% in uren!), Tech deed -4,1% (-9,5% in uren) en Indu deed +5,0% (-2,7% in uren).

Die combinatie van urenkrimp en omzetgroei impliceert een flinke stijging van het gemiddelde uurtarief, van maar liefst 8,2%. Zeker in verhouding tot de stijging van de cao-lonen in andere sectoren en de inflatie is dat een opvallende ontwikkeling.

Dat enorme verschil zal negatief kunnen uitwerken op de bereidheid van opdrachtgevers om in te lenen.

Tegelijkertijd is die sterke tariefstijging onvoldoende om de eigen kostenstijgingen (hogere lonen van de uitzendkrachten en stijgende overige kosten) helemaal te kunnen dekken. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is de bruto toegevoegde waarde van de flexbranche (grofweg: het macro-economische equivalent van de opgetelde brutomarges van alle flexbureaus) in januari (februari en maart zijn op dit moment nog niet bekend) met 0,7% gedaald ten opzichte van een jaar geleden. En daar moeten dus de overwegend gestegen kosten van de eigen organisatie (lonen eigen mensen, huren, rente, afschrijvingen) van worden betaald.

Het heftige eerste kwartaal van Page Nederland

Zoals gebruikelijk was PageGroup weer de eerste beursgenoteerde staffing company die z’n kwartaalcijfers publiceerde. Op dezelfde dinsdag als de ABU presenteerden zij een margekrimp van Page Nederland in Q1 van maar liefst 26% (in het hele jaar 2025 was dat ongeveer een ook al pittige -17% geweest). Net als bij de ABU Marktmonitor dus nu een sterkere krimp dan in 2025.

De enorme krimp van Page Nederland was daarmee de sterkste in de hele PageGroup. In de regio EMEA, waar Nederland deel van uitmaakt, was de krimp 9,2%, en in het Verenigd Koninkrijk 11,4%. In de Americas was er groei (+1,1%) en die was nog sterker in AsiaPacific (+9,3%). Het land met de sterkste margegroei was China exclusief Hong Kong: +21%. De margekrimp voor de totale PageGroup was 4,9% (-4,6% in het voorgaande kwartaal).

(Toelichting: De PageGroup is een ietwat vreemde eend in de flex-bijt: uitzenden, detacheren en zzp-bemiddeling (Temporary, Temp) zijn relatief onbelangrijk voor de groep, goed voor minder dan een derde van de totale mondiale brutomarge. Permanent (Perm, recruitment voor vast) is goed voor 70%; bij Randstad is dat ongeveer 15%. De business- en verdienmodellen verschillen dus aanzienlijk. Ten tweede: de groep rapporteert geen omzetcijfers, maar de brutomarge; de afgelopen vijf jaar bedroeg hun bruto marge ongeveer 49-50% van hun omzet: een enorm hoog percentage, dat kan worden teruggevoerd op het grote aandeel Permanent in hun business.)

Het eerste kwartaal van ManpowerGroup Nederland

Bij de ManpowerGroup ligt de nadruk vooral ‘gewoon’ op uitzenden. Wereldwijd kwam in het eerste kwartaal 62% van de totale bruto marge van Manpower (vooral grootschalig uitzenden), 21% van Experis (professionals) en 17% van Talent Solutions (RPO, MSP en Talentontwikkeling). Manpower was van de drie business lines de enige met omzetgroei. De totale omzet van de groep groeide met 3% (gecorrigeerd voor werkbare dagen, overnames en wisselkoersveranderingen); in het vierde kwartaal van 2025 was dat nog een groei van 2%, dus dat is een lichte verbetering.

De brutomarge daarentegen zakte: van 17,1% van de omzet in dezelfde periode vorig jaar naar 16,0% nu. De EBITA (de winst voor rente, belastingen en afschrijving op goodwill) steeg een fractie: met 0,1 procentpunt naar een nog steeds heel lage 1,4%.

De omzet in de Americas-regio groeide met 4%, in Zuid-Europa met 3% en in de APME-regio (AsiaPacific Middle East) met 8%. De omzet in Noord-Europa kromp met 1%. Daarbinnen ging het het slechtst met Duitsland (-14%) en het best met de Nordics (+2%) en Overig (+16%). De ManpowerGroup-omzet in Nederland kromp met 5%. In Q4 was dat nog 2% en in het hele jaar 2025 nog 4%. Ook ten opzichte van de ABU-omzetgroei is dat een opvallende ontwikkeling.

We hebben daar natuurlijk geen data over, maar de urenkrimp van ManpowerGroup Nederland zal dan ook een behoorlijk stuk groter zijn dan die van de ABU Marktmonitor (die was zoals gezegd -5,1% in Q1).

De Raad van Bestuur van ManpowerGroup voorziet dat de omzet, de brutomarge en de EBITA-marge zich in het tweede kwartaal wederom wat gunstiger zullen ontwikkelen.

Concluderend: nu vooral au…

De eerste cijfers vallen mee en tegen: de omzet en de uren in de ABU Marktmonitor hebben zich iets beter ontwikkeld dan verwacht. De stijging van het gemiddelde uurtarief is daarentegen enerzijds onvoldoende en anderzijds verontrustend sterk.

De ontwikkelingen van de eerste twee staffing companies die hun cijfers hebben gepubliceerd, wijken flink negatief af van het ABU-beeld. Daar moet dan rekenkundig gezien tegenover staan dat ‘de rest’ het gemiddeld beter heeft gedaan dan de ABU Marktmonitor. De komende weken wordt ons beeld scherper, als we nog de cijfers van Randstad, Brunel, Adecco Group, de VvDN en de totale Nederlandse flexbranche gaan zien.

Wim Davidse is director Trends & Insights bij ZiPmedia, hoofdredacteur van FlexNieuws en toekomstverteller en strategisch prestatie-adviseur.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *