"Voor futureproof ondernemen in flex"
SLUIT MENU

Uitspraak rechter over uitzendkracht bij Albert Heijn ‘opmerkelijk’

Advocaat Maarten Tanja noemt de uitspraak opmerkelijk: een uitzendkracht moet na drie jaar met terugwerkende kracht in dienst komen bij Albert Heijn. Uitzenden moet volgens de Europese richtlijn tijdelijk zijn. Maar wat is tijdelijk? En wat gebeurt er met de uitzendovereenkomst met Otto Work Force?

Uitzendkracht Pawel werkt zeven jaar lang via Otto Work Force in de distributiecentra van Albert Heijn. Hij wil graag in vaste dienst bij Albert Heijn. Maar deze zet na zeven jaar de inlening stop. De uitzendkracht vindt dat hij recht heeft op een vaste instelling bij Albert Heijn en stapt, ondersteund door vakbond FNV, naar de rechter.

De kantonrechter gaat mee in de eis van de uitzendkracht. “Albert Heijn heeft hiermee misbruik gemaakt van de uitzendovereenkomst, omdat de inlening van de uitzendkracht langer heeft geduurd dan redelijkerwijs als tijdelijk is aan te merken en voor de duur van de inlening onvoldoende objectieve verklaring is gegeven.”

Albert Heijn had de man al na drie jaar in dienst moeten nemen, oordeelt de rechter. En de inlener moet de uitzendkracht met terugwerkende kracht alsnog een vaste aanstelling geven. 

De zaak Upfield

Uit de Europese uitzendrichtlijn en de Europese jurisprudentie volgt dat uitzenden tijdelijk moet zijn. Maar nergens staat een termijn voorgeschreven. Hoe lang het tijdelijk mag duren en onder welke condities, is aan de nationale rechters om te bepalen.

Eén keer eerder boog de Nederlandse rechter zich over de tijdelijkheid van uitzenden. In de zaak Upfield eiste een productiemedewerker na dertien jaar uitzendwerk een vaste aanstelling. De zaak diende uiteindelijk voor de Hoge Raad. Die gaf de man gelijk: dertien jaar was te veel van het goede. De behoefte van het bedrijf aan een flexibele schil vond de raad onvoldoende verklaring voor een dermate lange termijn. De zaak werd terugverwezen naar het hof, dat nog uitspraak moet doen.

Na drie jaar in vaste dienst

Hoewel sommigen in het arrest lezen dat een flexschil nooit een rechtvaardiging mag zijn voor het inhuren van uitzendkrachten, is dat voor arbeidsrechtadvocaat Maarten Tanja een brug te ver. De behoefte aan flexibiliteit kan wel degelijk een valide reden zijn om uitzendkrachten langere tijd in te huren, stelt hij. “Het enige wat er in het Upfield-arrest staat is: naarmate het uitzenden langer duurt, moet het inlenende bedrijf beter kunnen onderbouwen waarom.”

De vraag die in deze tweede zaak voorlag was dus of Albert Heijn valide redenen had om deze uitzendkracht zeven jaar lang in te huren. De rechter vond van niet. Maar aan de onderbouwing daarvan is de rechter onvoldoende toegekomen, vindt Tanja. En hij vraagt zich af of dit vonnis in hoger beroep zal standhouden.

“Er is weinig inhoudelijk gekeken hoe er gewerkt is en waarom je dat wel of niet tijdelijk mag noemen. Albert Heijn heeft verschillende argumenten aangevoerd. Zo had de werkgever geen goede ervaringen met deze uitzendkracht en is het bedrijf heel terughoudend geweest om hem te blijven inschakelen. Ik kan me voorstellen dat je iemand die niet goed functioneert liever niet in vaste dienst neemt.”

Ook heeft AH aangevoerd dat zij bezig is met de mechanisering van haar distributiecentra. De aard en hoeveelheid van toekomstige functies in de distributiecentra zijn daarom onzeker. Daarom maakt AH de bedrijfsstrategische keuze om te werken met uitzendkrachten, zodat snel kan worden ingespeeld op ontwikkelingen in de personeelsbehoefte. Maar de kantonrechter heeft geen van de argumenten gehonoreerd. 

Waarom een periode van drie jaar?

Tanja vindt de uitspraak in de zaak Albert Heijn opmerkelijk. Dat een uitzendperiode van zeven jaar lang een gang naar de rechter rechtvaardigt, begrijpt hij ergens nog wel. In deze zaak is de rechter duidelijk op zoek naar een houvast. Maar dat hij uitkomt bij een periode van drie jaar vindt de advocaat onnavolgbaar. “De rechter baseert dat op de wettelijke regeling dat tijdelijke contracten na 36 maanden overgaan in een contract voor onbepaalde tijd. Maar dat is wetgeving die helemaal niets met de tijdelijkheid van uitzenden van doen heeft. Daar maakt deze rechter in mijn ogen een heel rare sprong.”

Wel ligt er een voornemen van voormalig minister Van Hijum om een maximumtermijn van inlenen van 36 maanden in te voeren. Maar dat voorstel is nog geen wet, benadrukt Tanja. “Je kunt daar als rechter niet op vooruitlopen.” 

Rechtsgeldige overeenkomst

Opmerkelijk vindt hij bovendien dat de uitzendkracht met terugwerkende kracht in dienst komt. “Hoe zou dat vorm moeten krijgen? Er is altijd gehandeld op basis van een rechtsgeldige uitzendovereenkomst met Otto Work Force. Er zijn betalingen gedaan uit hoofde van een arbeidsovereenkomst. Gaat Otto nu met terugwerkende kracht loon terugvorderen? En wat betekent dit voor de overeenkomst tussen Otto en Albert Heijn? Moet de opslag die Albert Heijn heeft betaald aan Otto ook worden teruggedraaid?” 

Ondertussen reageert vakbond FNV verheugd op de winst en onderstreept het belang van de uitspraak. “Dit gaat niet alleen over Pawel”, zegt een woordvoerder tegen de NOS. “De rechter bevestigt dat iemand die ergens drie jaar lang als uitzendkracht werkt, het recht heeft om daarna in dienst genomen te worden.”

Individuele zaak

Tanja is het daar niet mee eens. “Dit gaat alleen over Pawel. Het is een individuele weging. Het is een weging van de tijdelijkheid van de individuele uitzendkracht bij de individuele inlener. In het Nederlands recht bestaat nog geen algemene regel over wanneer die tijdelijkheid voorbij is. Daarom kijk ik ook met belangstelling naar het oordeel van het hof in de Upfield-zaak. Ik ben benieuwd hoe zij deze juridische knopen gaan doorhakken, want eigenlijk voorziet het recht niet in een eenvoudige, snelle oplossing.”

 

Eén reactie op dit bericht

  1. Als dit gangbaar wordt, is er (bijna) geen verschil meer tussen oproepkrachten en uitzendwerkers. Dan hebben uitzendbureaus (en STPP Pensioen) geen bestaansrecht meer. Ik snap dat er bedrijven zijn die “creatief” omgaan met oproepers en uitzendkrachten. Maar er zijn redenen waarom gekozen wordt voor een uitzendkracht in plaats van eigen oproepkrachten. Hopelijk ziet de vakbond dit ook in.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *