"Voor futureproof ondernemen in flex"
SLUIT MENU

Als de backoffice omvalt

Het faillissement van een backoffice-organisatie raakt de uitzendkrachten, opdrachtgever en intermediair. Marcel Slaghekke van Backoffice Plus bespreekt de gevolgen voor alle betrokken partijen en laat zien hoe de overgang goed kan worden georganiseerd.

Deze week verklaarde de rechtbank een backoffice-organisatie in onze branche failliet. Een curator benoemd, een insolventienummer toegekend, en daarmee is het juridisch afgehandeld. Voor iedereen die er middenin zit, begint het dan pas. 

Een faillissement in onze sector is voor niemand goed nieuws, niet voor de faillerend ondernemer en zijn medewerkers en ook niet voor concurrenten, want het raakt het vertrouwen in het hele model. Maar juist omdat er dan zoveel tegelijk misgaat, is het nuttig om op een rij te zetten wat er feitelijk gebeurt. Voor wie het overkomt, en voor wie denkt dat het hem niet kan overkomen. 

De uitzendkracht: vrijdag geen loon 

De eerste die het merkt is de uitzendkracht. Die leeft van zijn wekelijkse loon, en dat komt vrijdag niet. Op papier is het geregeld: het UWV neemt bij faillissement achterstallig loon over tot dertien weken terug, betaalt het loon over de opzegtermijn door en vergoedt vakantiegeld en openstaande vakantiedagen over maximaal het laatste jaar. 

Op papier. In de praktijk moet de aanvraag worden ingediend, beoordeeld en uitbetaald, en dat duurt al snel enkele weken. Voor vakantiegeld en vakantiedagen kan het maanden duren. Wie geen buffer heeft, en dat geldt voor veel uitzendkrachten, kan daar niet op wachten. Die staat maandag bij een ander bureau op de stoep. Dat is geen ontrouw, dat is levensonderhoud betalen. 

De opdrachtgever: twee zorgen tegelijk 

De opdrachtgever heeft een acuut probleem en een sluimerend probleem. Het acute: zijn productie draait op mensen die roepen dat ze stoppen omdat ze niet betaald krijgen, terwijl hij op ze rekent. Het sluimerende: de inlenersaansprakelijkheid. Als de failliete partij loonheffingen en btw niet heeft afgedragen, kan de fiscus bij de inlener aankloppen, en die rekening komt pas maanden later. 

Gevrijwaard is alleen de opdrachtgever die zijn zaken vooraf op orde had: inlenen van een SNA-geregistreerde, NEN 4400-gecertificeerde onderneming, vijfentwintig procent van iedere factuur inclusief btw op de G-rekening gestort (twintig procent bij btw-verlegging), en een administratie waarin facturen, manuren en identiteit van de ingeleende krachten kloppen. Wie dat heeft gedaan, kan rustig slapen. Wie de G-rekening te veel gedoe vond, ligt wakker en heeft daar reden toe. 

Nog een praktische waarschuwing: de openstaande facturen van de failliete partij zijn doorgaans verpand aan de financier of vallen in de boedel. Betaal als opdrachtgever niet zomaar aan wie zich meldt. Wie aan de verkeerde betaalt, betaalt mogelijk twee keer. 

De curator: rekent op het UWV 

De curator heeft één opdracht: een zo hoog mogelijke opbrengst voor de schuldeisers. Uitzendkrachten ontslaat hij vaak niet direct, in de veronderstelling dat het UWV de loonverplichting toch overneemt en de lopende uitzendingen intussen geld in de boedel brengen. Boekhoudkundig klopt dat. Wat een onervaren curator in de uitzendbranche zich zelden realiseert, is dat een uitzendkracht geen crediteuren positie is maar iemand die vrijdag boodschappen moet doen. Tegen de tijd dat de loongarantieregeling uitkeert, zijn veelal alle mensen al vertrokken en is de waarde van die lopende uitzendingen verdampt. Het tempo van de insolventiepraktijk en het tempo van een huishoudboekje verschillen enkele weken, en die weken zijn precies het probleem. 

De intermediair: aan de lijn zonder antwoorden 

En dan de intermediair die zijn verloning bij de failliete partij had ondergebracht. Die krijgt maandag- of woensdagochtend (dinsdag is faillissementen dag) iedereen aan de lijn: opdrachtgevers die continuïteit eisen, uitzendkrachten die hun loon willen, en hij moet een duidelijk antwoord geven terwijl hij zelf vaak van niets wist. Hij heeft veelal ook nog geld tegoed, als concurrente schuldeiser ergens achteraan in de rij. Zijn uitzendkrachten lopen weg, zijn opdrachtgevers twijfelen aan hem, en zijn marge van de afgelopen maand zit in de boedel. Hij is commercieel eigenaar van een probleem dat hij administratief had uitbesteed. 

De prinsen op het witte paard 

Binnen een dag melden zich de redders: backoffices die als vluchtheuvel hun diensten aanbieden. Even omhangen, dinsdag verlonen we bij ons. Ik begrijp de reflex, snelheid is hier echt van belang. Maar wie snel een bestand overneemt zonder na te denken, koopt meer verleden dan toekomst. 

De curator kan zich op het standpunt stellen dat de opbrengst van de lopende uitzendingen aan de boedel toekomt, en dat wie contracten en mensen zonder afspraak omhangt de boedel benadeelt. Dat gesprek wil je vooraf voeren, niet achteraf voor de rechter. 

De vakbond, of de uitzendkracht zelf, kan stellen dat sprake is van overgang van een deel van de onderneming. Bij een faillissement geldt die bescherming in beginsel niet, maar bij een doorstart die vóór het faillissement is voorbereid, kan dat anders liggen, zo heeft de Europese rechter geleerd. Dan gaan alle rechten en verplichtingen mee naar de nieuwe backoffice. 

En zelfs als dat niet speelt, is er het opvolgend werkgeverschap. Wie dezelfde mensen op hetzelfde werk verloont, neemt hun arbeidsverleden mee: de fasetelling en de keten van contracten tellen door, de anciënniteit voor de transitievergoeding reist mee, een nieuwe proeftijd is er niet. Tel daarbij de dossiers die je overneemt zonder due diligence: identiteitsdocumenten, inlenersbeloning, opgebouwde vakantiedagen, pensioenverleden bij StiPP. En de opdrachtgever die je zo enthousiast binnenhaalt, draagt zijn WKA-verleden bij de failliete partij gewoon met zich mee. Het witte paard blijkt bij nader inzien een paard van Troje te kunnen zijn. 

Hoe het wél kan 

Een overgang na een faillissement kan goed worden georganiseerd, snel maar dan in de juiste volgorde en met alle partijen aan tafel. Eerst liefst dezelfde dag met de curator: afspraken over de lopende uitzendingen, over wat wordt overgenomen en tegen welke vergoeding, zwart op wit. Dan ook met de opdrachtgevers: helderheid over continuïteit, over de eigen WKA-positie en over aan wie zij oude facturen wel en niet moeten betalen. En tegelijkertijd met de uitzendkrachten: nieuwe, correcte contracten waarin het arbeidsverleden wordt erkend in plaats van weggepoetst, loonbetaling die vanaf dag één is geborgd, en praktische hulp bij de aanvraag bij het UWV voor wat er nog openstaat. 

Daarbij is snelheid geboden. Wie de uitzendkracht laat wachten op de eerste reguliere verloningsrun, is hem kwijt. In de praktijk betekent dat direct uitbetalen van voorschotten, zodat er weer gewoon geld op de rekening staat en de rest administratief netjes volgt. 

En snelheid vraagt capaciteit en ervaring. Als een grote backoffice omvalt, staan er meerdere intermediairs tegelijk op de stoep, ieder met tientallen uitzendkrachten en ongeruste opdrachtgevers. De overnemende organisatie moet voldoende menskracht in huis hebben om die intermediairs parallel om te zetten naar goede systemen en complete dossiers, en om tegelijkertijd de gesprekken met hun opdrachtgevers en curator te voeren. Wie die capaciteit niet heeft, doet beloften die hij niet kan waarmaken. En daar begon deze ellende nu juist mee. 

De volgorde is daarbij niet onderhandelbaar: eerst de continuïteit voor de opdrachtgever en het loon van de uitzendkracht borgen, dan pas de rest. Wie dat andersom doet, is aan het oogsten op andermans akker. 

De ongemakkelijke vraag 

Blijft de vraag hoe het zover komt. Een deel van het antwoord ligt bij intermediairs zelf. Wie de laagste kostprijs wil én wil dat uitzendkrachten krijgen waar ze recht op hebben, is aan het balanceren tussen risico en hebzucht. Beide tegelijk gaat zelden. Een goede backoffice, met correcte verloning, tijdige afdrachten en mensen die de cao daadwerkelijk bijhouden, kost nu eenmaal geld. Een tarief dat te mooi is om waar te zijn, is dat meestal ook. Wie daar toch voor tekent, neemt bewust een risico, en dat risico is deze week weer eens zichtbaar geworden. 

Onze rol zien wij dan ook breder dan verlonen alleen: samen met de intermediair aan diens opdrachtgevers duidelijk maken wat correct uitzenden kost en waarom. Niet omdat dat een prettig verkoopverhaal is, maar omdat de continuïteit en de reputatie van die opdrachtgever ermee gemoeid zijn. Een inkoper die alleen op tarief stuurt, koopt het risico er gratis bij. 

Tot slot 

Een faillissement van een backoffice is een catastrofe met veel gezichten: de faillerende ondernemer, zijn medewerkers, de uitzendkracht zonder loon, de opdrachtgever zonder zekerheid, de intermediair zonder antwoorden, de curator zonder tempo en daarmee de crediteuren. Het is geen moment voor lijkenpikkerij, en ook niet voor paniekvoetbal. Het is een moment voor partijen die weten hoe je zoiets ordentelijk begeleidt. 

En voor iedereen die niet middenin deze storm zit, is er één les die niets kost: een backoffice kies je niet op de dag dat de vorige omvalt. Kijk vandaag nog even naar certificeringen en de vraag of jouw kostprijs eigenlijk wel kán. Dat is een stuk goedkoper dan het alternatief. 

Marcel Slaghekke is o.a. oprichter van Carrière, HappyNurse en Backoffice Plus.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *