Redactie FlexNieuws 30 mei 2026 0 reacties Print OTTO verliest rechtszaak over privacyschendingen in verhuurde woonruimte arbeidsmigrant.De formele scheiding tussen werken en wonen stelde volgens rechter in de praktijk niet veel voor. En dus werd conflict met huurder ook een arbeidsconflict.Mag een uitzendbureau dat ook de huisvesting van haar arbeidsmigranten regelt, de woning van een werknemer binnengaan zonder toestemming? En als een zusterorganisatie die huisvesting formeel beheert, maar het uitzendbureau er feitelijk nauw bij betrokken is, wie is er dan verantwoordelijk als het misgaat? De kern van de zaak Een Roemeense arbeidsmigrant werkte al jaren als uitzendkracht via OTTO Work Force bij het distributiecentrum van Albert Heijn Logistics in Zwolle. OTTO bood hem, zoals bij veel arbeidsmigranten gebruikelijk, ook huisvesting aan. Die huisvesting werd formeel geregeld via Labour Housing, een zusterorganisatie van OTTO Work Force. De werknemer klaagde jarenlang over onrechtmatige inspecties van zijn woning: medewerkers kwamen binnen zonder aankondiging of toestemming, ook als hij sliep. De uitzender reageerde steeds met de mededeling dat de inspecties op basis van de huisregels waren toegestaan. Uiteindelijk vroeg de werknemer de kantonrechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens ernstig verwijtbaar handelen van OTTO, en om een billijke vergoeding van € 350.000. OTTO stemde in met de ontbinding, maar betwistte de vergoeding. Aanleiding: jarenlange klachten over inspecties De problemen begonnen al vroeg in de arbeidsrelatie. De werknemer maakte tussen 2023 en 2025 minimaal zes keer schriftelijk bezwaar tegen het betreden van zijn woning zonder zijn toestemming. Zijn kamer werd meermalen betreden terwijl hij sliep, ook nadat medebewoners de inspectiemedewerkers daarop hadden gewezen. In 2024 vonden maar liefst 23 aangekondigde controles plaats, terwijl de huurovereenkomst maximaal één inspectie per maand toestond. Onaangekondigde inspecties kwamen daar nog bovenop. Het meest ingrijpende incident dateert van 29 december 2025, toen twee medewerkers van Labour Housing zijn slaapkamerdeur openden. Niet voor een inspectie, maar om met hem te praten over klachten en praktische zaken. Uit een audio-opname van dat gesprek bleek dat zij hem vertelden: “U huurt van ons, u bent niet privé.” Naast de huisvestingsproblematiek had de werknemer ook een klacht over de manier waarop OTTO zijn ziekmelding had afgehandeld. Na één dag zonder contact tijdens zijn ziekte verklaarde OTTO hem, zonder hem zelf te bellen, arbeidsgeschikt. Het verweer van OTTO OTTO Work Force voerde aan dat de privacyschendingen haar niet konden worden toegerekend, omdat OTTO en Labour Housing juridisch zelfstandige organisaties zijn. OTTO was de werkgever, Labour Housing de verhuurder. Wat er in en rond de woning gebeurde, was de verantwoordelijkheid van Labour Housing. De uitzendorganisatie wees er ook op dat beide organisaties steeds verder van elkaar worden onderscheiden: medewerkers gebruiken inmiddels geen OTTO-e-mailadressen meer, en de overeenkomsten worden per juni 2026 aangepast. De afweging van de rechter De kantonrechter legde de formele scheiding tussen OTTO en Labour Housing naast de feitelijke praktijk, en concludeerde dat die twee ver uit elkaar lagen. De huurovereenkomst stond op briefpapier van OTTO, met OTTO als ondertekenaar en de werknemer aangeduid als “werknemer” in plaats van “huurder”. De huurkosten werden ingehouden op het salaris van OTTO. Het personeelshandboek van OTTO bevatte uitgebreide informatie over de huisvesting, inclusief een eigen ‘welfare officer’ voor huisgerelateerde klachten. In de praktijk werden inspecties deels door OTTO-medewerkers uitgevoerd en behandelde OTTO de klachten van de werknemer over de inspecties, zonder hem door te sturen naar Labour Housing. Zelfs het incident van 29 december 2025 werd door een Labour Housing-medewerker gerapporteerd aan OTTO. De rechter oordeelde dat arbeidsrelatie en huisvesting in dit geval zo sterk met elkaar verweven waren, dat de zorgplicht van OTTO als werkgever zich ook uitstrekte tot de woonsituatie. OTTO had Labour Housing moeten aansturen, controleren en corrigeren. Dat had zij niet gedaan. Integendeel: zij had de klachten van de werknemer jarenlang genegeerd. Daarmee handelde OTTO ernstig verwijtbaar. Ook de ziekmelding werd de werkgever aangerekend. Het is niet aan een werkgever om zelf te beoordelen of een werknemer arbeidsgeschikt is. Na één dag zonder contact, terwijl de werknemer mocht begrijpen dat OTTO zelf contact zou opnemen zoals ook in het personeelshandboek stond, hem zonder overleg beter melden was naar het oordeel van de rechter ernstig verwijtbaar. De gevraagde vergoeding van € 350.000 wees de rechter niet toe. Bij de bepaling van de hoogte van de billijke vergoeding telde mee dat de werknemer zich niet altijd constructief had opgesteld. Hij weigerde mondelinge gesprekken en eiste uitsluitend schriftelijke communicatie. Ook had hij zijn gestelde psychische schade niet medisch onderbouwd en had hij zelf al nieuwe arbeidsperspectieven op het oog. De uitspraak De kantonrechter ontbond de arbeidsovereenkomst, zoals de uitzendkracht verzocht, per 1 juli 2026. Daarbij is OTTO Work Force veroordeeld tot betaling van een billijke vergoeding van € 15.000. De vorderingen tegen Labour Housing en EE Accommodations, de eigenaar van de woningen, werden afgewezen, omdat die partijen niet als werkgever konden worden aangemerkt. De overige verzoeken van de werknemer, waaronder immateriële schadevergoeding van € 50.000 en terugbetaling van € 23.417 aan huisvestingskosten, werden eveneens afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Bron: Rechtbank Overijssel, 21 mei 2026, zaaknummer 12090193 \ EJ VERZ 26-37 arbeidsrecht, huisvesting arbeidsmigranten, OTTO Work Force, rechtszaak Print Over de auteur Over Redactie FlexNieuws Redactie van Flexnieuws - interviews, artikelen, aankondigingen en persberichten. Bekijk alle berichten van Redactie FlexNieuws