Wim Davidse 18 december 2025 0 reacties Print De flexbranche in en na 2026De flexbranche staat in 2026 voor grote veranderingen: nieuwe cao’s voor uitzendkrachten en gedetacheerden, krapte op de arbeidsmarkt, toenemende interne flex en omzetverschillen tussen segmenten. Flexbureaus moeten kiezen voor toegevoegde waarde om future proof te blijven.Terwijl de economie in 2025 nog wat meer aantrok, koelde de arbeidsmarkt juist wat verder af. De flexbranche zag de omzet ongeveer stabiliseren en de uren nog een beetje krimpen. De verschillen tussen flexsegmenten waren ook dit jaar weer aanzienlijk. Voor 2026 wordt iets minder economische groei voorspeld, met wederom veel onzekerheden en turbulentie. En de wetgever houdt zich ook in 2026 niet rustig. Maar de allergrootste onruststokers zijn natuurlijk de nieuwe cao’s voor uitzendkrachten en die voor gedetacheerden. Wat zal 2026 de flexbranche brengen? Beter dan voorspeld Een jaar geleden verwachtte ik dat in 2025 de economie 1,5 procent zou groeien, de werkgelegenheid zou stabiliseren en de werkloosheid iets zou oplopen, naar 4,2 procent. De flexbranche-uren zouden met 3,0 procent krimpen en de omzet met 3,5 procent groeien. De feiten zien er nu wat beter uit: de economie zal dit jaar met ongeveer 1,7 procent groeien, de werkgelegenheid zal circa 0,4 procent groeien en de werkloosheid zal op 3,9 procent uitkomen. De flexbranche-uren zullen ongeveer 1 procent krimpen en de omzet (de enige tegenvaller ten opzichte van mijn voorspellingen van vorig jaar) zal stabiliseren. Vast is in, en dat is logisch (en lastig) Was die relatieve uren-meevaller voor de flexbranche te danken aan de op 1 januari j.l. gestarte handhaving van de Wet DBA? Dat zzp’ers hun heil gingen zoeken in een uitzend- of detacheringscontract? Daar lijkt het zeker niet op. Dat die start gepaard ging met krimpende uren voor de flexbranche zegt eigenlijk al genoeg. Het zijn vooral de vaste contracten die hebben geprofiteerd: in de eerste drie kwartalen van 2025 (tot zover gaan de nu beschikbare data) groeide hun aantal met 1,8 procent, aanzienlijk harder dus dan de totale werkgelegenheid. En dat is logisch: op een krappe arbeidsmarkt, met een werkloosheid onder de 5 procent, willen werkgevers ‘hun’ mensen binden en bieden daarom vaker en eerder contracten voor onbepaalde tijd aan. De grafiek maakt die dans van economie, arbeidsmarkt, vaste contracten en uren van externe inhuur duidelijk. Op een krappe arbeidsmarkt heeft de flexbranche het altijd moeilijk. Ook interne flex blaast een partij mee De start van de handhaving van de Wet DBA had duidelijk invloed op het aantal zzp’ers (eigen arbeid): dat daalde. Omdat organisaties in deze onduidelijke, roerige tijden een wendbaar personeelsbestand belangrijk vinden, en met het oog op de krapte die flexibele mensen toch zo dichtbij mogelijk willen houden, gingen ze in 2025 de flexibiliteit meer intern regelen: ze maakten meer gebruik van tijdelijke contracten en oproepkrachten. In de onderstaande grafiek is dat voor wat betreft het derde kwartaal goed zichtbaar. Als wat dieper wordt ingezoomd op de economie en de arbeidsmarkt, blijkt dat de verschillen tussen de bedrijfstakken (branches, sectoren) enorm zijn. Zo groeide de werkgelegenheid in de Zorg en de Industrie, en kromp die in de Zakelijke dienstverlening en in het Onderwijs. In de Zorg verdwenen er flink wat zzp’ers (eigen arbeid) en groeide het aantal vaste contracten, de interne flex én het aantal uitzendkrachten en gedetacheerden. Het aantal uitzendkrachten en/of gedetacheerden groeide in het derde kwartaal alleen in de Zorg, Logistiek, Verhuur van onroerend goed en Specialistische zakelijke diensten. In de Industrie was dat hetzelfde als in de Zorg, met uitzondering van een krimpend aantal uitzendkrachten en gedetacheerden. In het Onderwijs namen alle flexvormen af en groeide alleen het aantal vaste medewerkers. Bijna elke sector heeft een andere groei- of krimpmix. Hoe dan ook, de flexbranche heeft met 2025 weer een moeilijk jaar achter de rug. Maar er was ook (omzet)groei in de flexbranche! Hoewel, de flexbranche… natuurlijk waren er ook dit jaar weer grote groei- en krimpverschillen zichtbaar. In onze TOP 100 werd weer heel duidelijk hoe groot die verschillen zijn tussen flexbureaus. En ook dat die sterk samenhangen met strategische keuzes en met de interne cultuur; dus grofweg met de keuzes voor wel of niet specialiseren en welke specialisaties dan. Maar ook met een ondernemende en decentrale cultuur of een bureaucratische en gecentraliseerde cultuur. Ook in de loop van 2025 zagen we weer krimpers én groeiers. Na twee kwartalen met omzetkrimp voor de flexbranche als geheel, was er in het derde kwartaal alweer wat omzetgroei: +0,9 procent ten opzichte van een jaar eerder. Onder dat rustige oppervlak waren de verschillen enorm, met opvallend genoeg veel krimp bij detachering. Uit al die cijfers kan ook nog worden afgeleid dat de duizenden bureaus die hun cijfers niet elk kwartaal publiceren, in het derde kwartaal samen 1,5 procent omzetgroei hebben gerealiseerd. In het tweede kwartaal was dat nog 0,5 procent krimp, in het eerste nog het dubbele daarvan. De nieuwe cao’s, de Wmzf en de Wtta Op ons eerste FlexNieuws LIVE event, op 20 mei 2025, spraken we met directeuren van drie hard groeiende bureaus over hun bijzondere strategische keuzes en dito cultuur. Daar presenteerden we vervolgens de uitkomsten van ons eind april-begin mei uitgevoerde lezersonderzoek. Daaruit bleek onder meer dat flexondernemers de (krappe, complexe) arbeidsmarkt de op één na grootste uitdaging vinden om succesvol te zijn en blijven. Veruit de allergrootste uitdaging betrof volgens de deelnemers aan ons onderzoek: de wet- en regelgeving. Wel, daar moeten we ons in 2026 misschien wel meer dan ooit mee bezig houden. De nieuwe cao’s voor uitzendkrachten en voor gedetacheerden hebben onze sector al flink wat overuren laten draaien in de voorbereiding, en de uitvoering ervan vanaf 1 januari 2026 zal ook nog heel wat ongemak en onrust opleveren. Ze zijn wel een sterke voorbereiding op de wat later volgende Wet meer zekerheid flexwerkers; daarvan is nog niet exact duidelijk wanneer die in werking gaat treden. Die Wmzf legt ook de interne flex van werkgevers aan banden, dus biedt toch ook wel weer mogelijkheden voor de flexbranche. Ook zullen we het jaar 2026 moeten gebruiken om ons voor te bereiden op het toelatingsstelsel van de Wtta. Minder flexbureaus en nieuwe concurrenten Sowieso krijgen uitzendkrachten en gedetacheerden meer rechten (gelijkwaardige beloning) en zullen er waarschijnlijk flink wat kleine flexbureaus gaan stoppen, en vervolgens ook minder nieuwe flexbureaus toetreden. Ook zullen er overnames en fusies plaatsvinden. Het aantal flexbureaus, nu op een paar na 20.000 volgens het CBS, zal dus afnemen. Maar er zullen ook nieuwe concurrenten opdoemen. Nou ja, nieuwe… in de komende jaren zullen ook (delen van) accountantskantoren, IT-dienstverleners, ingenieursbureaus en consultancies tot onze flexbranche gaan behoren, omdat dan vanwege de Wtta duidelijk wordt dat zij eigenlijk ook (gedeeltelijk) detacheringsbureaus zijn. Wat betekent dit allemaal voor de huidige uitzend-, detacherings-, zzp- en payrollbureaus? Een uitdagende context in flux, vol nieuwe, moeilijke, mooie mogelijkheden. Economie, werk en flex vanaf 2026 Nog los van alle andere nationale vraagstukken (stikstof, nieuwbouw, energietransitie, opbouw defensie, vergrijzing en het toekomstbestendig maken van de zorg, migratie, herstructurering Nederlandse economie) is daar ook nog de enorm stevige set van technologische en geopolitieke uitdagingen. Wat gaat AI betekenen voor banen, beroepen en bedrijfstakken? Wat gaat er verdwijnen, veranderen en verschijnen, en hoe snel en ingrijpend? De kwantitatieve verwachtingen zijn nog overwegend positief (dus hoogstwaarschijnlijk geen massawerkloosheid als gevolg van AI), maar de kwalitatieve verwachtingen gaan uit van stevige omscholingsverplichtingen. Vooralsnog heeft de assertieve, wispelturige Trump weinig invloed op de groei van onze economie, maar het lijkt wel duidelijk dat Europa op geen enkel front nog langer kan rekenen op Amerikaanse bijstand. En dat terwijl China zich in een steeds hoger tempo ontplooit tot een economische, militaire, politieke en zelfs culturele grootmacht die op alle fronten in staat lijkt te zijn om de VS, en al helemaal Europa, naar de kroon te steken. Wat er allemaal gaat gebeuren in 2026 is daarom behoorlijk onduidelijk, maar het zal hoe dan ook onrustig en hoogstwaarschijnlijk ook ingrijpend zijn. Positieve vroege indicatoren Te midden van alle wereldwijde turbulentie zijn een paar belangrijke vroege indicatoren nog behoorlijk positief. Om te beginnen is het vertrouwen van producenten aardig op niveau gebleven. Nadat de voorjaarsdip (vanwege de Trump-heffingsdreigingen) in de zomer volledig werd weggewerkt, lijkt het enthousiasme in de loop van de herfst (het vierde kwartaal) wel weer wat terug te zakken. Iets dergelijks geldt voor het vertrouwen van de inkopers, in de vorm van de Inkoopmanagersindex Maakindustrie (PMI, Purchase Managers Index). De internationale handel binnen de Eurozone, zo belangrijk voor de Nederlandse economie, is in het eerste kwartaal voorzichtig gaan groeien, en die ontwikkeling zette verder door in het tweede en het derde kwartaal; cijfers van het vierde kwartaal zijn nog niet bekend. De intentie van dienstverleners om hun personeelsbestand uit te breiden in de komende 3 maanden is nog steeds positief, maar wordt wel trendmatig kleiner. Pauze plus krapte Het resulterende scenario is al met al nog steeds eerder licht positief dan negatief. De economie blijft op een niet al te hoog pitje doorpruttelen, de werkgelegenheid groeit elk jaar een fractie en de werkloosheid groeit de komende jaren licht naar uiteindelijk 4,5 procent, dus nog steeds een krappe arbeidsmarkt. Voor onze flexbranche als geheel zijn en blijven dat ronduit slechte voorwaarden: pauze plus krapte. Het is onmogelijk om de (initiële) cao-impact voor 2026 goed te voorspellen, maar ik ga uit van een flinke urendip (op jaarbasis -6 procent ten opzichte van 2025, vermoedelijk in de eerste helft meer krimp en daarna minder), in combinatie met een minstens zo flinke gemiddelde uurtariefstijging van 6,5 à 7 procent, en dus een lichte omzetgroei (+0,5 procent). Daarna blijven de uren krimpen, maar elk jaar een beetje minder. De omzetgroei in 2026 en de jaren daarna zal terecht komen in bijna alle segmenten van de flexbranche (detacheringsbureaus, zzp-bemiddelaars/brokers, msp-dienstverlening, payroll & HR-dienstverlening, recruitment voor vast), maar niet in het segment van de uitzendbureaus, daar zal de totale omzet kleiner worden. We staan nu namelijk voor een T-splitsing. De keuzes voor 2026 en daarna We zijn aanbeland in de bijzondere situatie dat groei van de economie niet meer leidt tot groei van onze branche: de krapte is daarvoor de hoofdverantwoordelijke, via het hiervoor beschreven mechanisme van binding door vaste contracten. De nieuwe cao’s en de aanstaande Wet meer zekerheid flexwerkers gaan de randvoorwaarden ook zeker niet versoepelen. Maar de nieuwe cao’s brengen uitzenden en detacheren qua arbeidsvoorwaarden op hetzelfde niveau als vast werk bij de opdrachtgever. Uitzendkrachten en gedetacheerden krijgen letterlijk gelijkwaardige rechten. Als uitzendkracht of gedetacheerde ben je vanaf 2026 dus 100 procent veilig, én kun je het werk doen dat jij wilt, in interessante projecten, bij interessante opdrachtgevers. Voor onze uitzendkrachten en gedetacheerden worden werken en leven vanaf 1 januari 2026 dus veel mooier! En voor uitzend- en detacheringsbureaus betekent dit: meer concurrentiekracht op de krappe arbeidsmarkt en een geweldige rol als regisseur van de goede levens van hun kandidaten. Van flexefficiency naar flexkracht We staan op een T-splitsing. Aan de ene kant heb je het traditionele uitzendmodel. Dat is in de loop der tijd door steeds meer inleners gebruikt (of: misbruikt?) om zo goedkoop en risicoloos mogelijk werk te kunnen organiseren. Die markt is sinds 2018 over z’n top en komt niet meer terug. Aan de andere kant ontstaat het model dat kiest voor veel toegevoegde waarde: natuurlijk nog als vanouds piek & ziek, maar bovendien voor uitzendkrachten en gedetacheerden een geweldig leven, toegesneden op hun werkbehoeften, en voor opdrachtgevers ontzorging op een krappe arbeidsmarkt in een turbulente wereld. Kandidaten krijgen meer perspectief, opdrachtgevers meer oplossingen voor hun vele en ingrijpende personeel- en HR-gerelateerde vraagstukken. De start van de nieuwe cao’s is hét moment om de waarde van uitzenden en detacheren aan te tonen. Ze gaan ons helpen bij de opstap naar een volgend niveau, van flexefficiency naar flexkracht. Het oude uitzendbedrijfsmodel is vanaf 1 januari een heel eind klaar. De transformatie zal niet makkelijk gaan, maar is wel heel erg future proof. Word flexbureau 4.0: helemaal klaar voor succes in de kantelende wereld van werk. arbeidsmarktcijfers, CAO voor Uitzendkrachten, CBS, Wim Davidse, WTTA Print Over de auteur Over Wim Davidse Wim Davidse is director Trends & Insights bij ZiPmedia, hoofdredacteur van FlexNieuws en toekomstverteller en strategisch prestatie-adviseur. Bekijk alle berichten van Wim Davidse