Wim Davidse 2 juni 2026 0 reacties Print Hogere tarieven stuwen omzet flexbranche, maar urenkrimp houdt aanNa alle eerdere omzetcijfers van het eerste kwartaal zijn die van het CBS weer de grote en allesomvattende afsluiter. De inwerkingtreding van de nieuwe cao’s voor uitzendkrachten en gedetacheerden lijkt de omzet van de flexbranche vooralsnog te stuwen. Maar dat is volgens Wim Davidse niet per se reden voor blijheid.Volgens de cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek maandagochtend heeft gepubliceerd, groeide de omzet van de totale Zakelijke dienstverlening, waar de flexbranche onderdeel van is, in het eerste kwartaal van 2026 met 4,9% ten opzichte van een jaar eerder. Dat was een relatief sterke groei, na de 4,5% in het laatste kwartaal van 2025 en de 3,6% in het hele jaar 2025. Dat is daarmee ook voor het eerste kwartaal een behoorlijk positief beeld. De Specialistische zakelijke diensten (zoals juridische diensten, ingenieursbureaus en accountantskantoren) groeiden met 4,2% in Q1 wat minder hard dan de Overige zakelijke diensten (+5,5%). De flexbranche maakt deel uit van die Overige zakelijke diensten en zag in Q1 de omzet met 3,8% groeien. Dat was dus ook nu weer wat minder dan het gemiddelde van de zakelijke diensten, maar na alle recente kwartaalcijfers toch best positief. Ook gezien de omzetgroei in het voorgaande kwartaal (na correctie door het CBS: +0,8% in Q4 2025). En zeker in vergelijking met de urenkrimp die we al eerder konden vaststellen: een daling van 5,2% ten opzichte van het eerste kwartaal van 2025 (na correctie door het CBS), wat een stevige stijging van het gemiddelde uurtarief impliceert van liefst 9,5%. Tariefstijgingen te sterk en onvoldoende Eerder werd al duidelijk dat het gemiddelde uurtarief in de ABU Marktmonitor in de loop van de afgelopen maanden steeds sterk steeg, tot 10,4% in periode 4 (ongeveer gelijk aan april). In vergelijking met de cao-lonen en de inflatie, en na de relatieve rust van 2024-2025, is dat een enorm sterke stijging. Uit het onderzoek dat we in april onder onze lezers uitvoerden, bleek dat 54% ervaart dat hun opdrachtgevers minder inhuren vanwege de flinke stijging van de tarieven die in rekening moeten worden gebracht. Ook ervaart 43% dat de marge onder druk staat: de enorme stijging van de tarieven is onvoldoende om de stijging van de kostprijs en de eigen kosten te dekken. Volgens de CBS-data, die ook de bruto toegevoegde waarde (BTW) van de flexbranche (grofweg de macro-economische variant van de brutomarge van de flexbranche) sinds 2022 meten, is de brutomarge nog met 0,2% gestegen ten opzichte van een jaar eerder. Dat is dus nog groei, maar een stuk minder dan in de voorgaande kwartalen. Sinds de arbeidsmarkt min of meer structureel krap is (vanaf het voorjaar van 2018, met uitzondering van het bijzondere tweede en derde kwartaal van 2020), is het inherente uurtarief (totale omzet gedeeld door totale aantal uren) continu met gemiddeld zo’n 7 tot 8% gestegen ten opzichte van een jaar eerder. In 2025 was dat ineens nog maar 1%. Enorme verschillen in de flexbranche De omzetgroei van 3,8% in het eerste kwartaal van 2026 is het gewogen gemiddelde van de ontwikkelingen van de ruim 20.000 flexbureaus die in de Nederlandse flexbranche actief zijn. In de afgelopen weken hebben we al gezien dat de ABU Marktmonitor meer omzetgroei liet zien dan in 2025, de VvDN Kwartaalmonitor minder omzetkrimp, en de beursgenoteerde staffing companies een sterk wisselend beeld. Op basis van alle nu bekende cijfers kan worden geraamd dat al die duizenden bureaus die hun cijfers niet elk kwartaal publiceren (De REST in de grafiek), in Q1 samen 5% omzetgroei hebben gerealiseerd. Nog steeds positieve omzetverwachtingen Op korte termijn is urengroei van de flexbranche als geheel nog steeds onwaarschijnlijk, vanwege de combinatie van pauze op de arbeidsmarkt, krapte op de arbeidsmarkt, grote geopolitieke en economische risico’s en de nieuwe cao’s voor uitzendkrachten en gedetacheerden. Sterke indicatoren als de inkoopmanagersindex en het producentenvertrouwen wijzen nog steeds op gematigde voortzetting van de economische groei. De indicator die de intentie meet om de komende drie maanden meer mensen aan te nemen, is nog steeds positief, maar zakt wel. De omzet in de ABU Marktmonitor is in de vierde periode van 2026 (dus in Q2) met 4,8% gegroeid, dus sterker dan in Q1. Het scenario voor de flexbranche in en na 2026 blijft al met al overeind en lijkt zelfs wat beter te kunnen worden, met wat minder urenkrimp en meer omzetgroei in 2026 dan eerder verwacht. Hopelijk is dat genoeg om de nominale omvang van de brutomarge overeind te houden. CBS, omzetcijfers Print Over de auteur Over Wim Davidse Wim Davidse is director Trends & Insights bij ZiPmedia, hoofdredacteur van FlexNieuws en toekomstverteller en strategisch prestatie-adviseur. Bekijk alle berichten van Wim Davidse