Maandelijkse archieven: november 2024

De sprekers van FlexFuture 2024 bereiden u voor op de toekomst: dit komt aan bod

De experts van het FlexFuture-panel praten je bij over de actuele ontwikkelingen van wet- en regelgeving rond (flex)werk, de kostprijsberekening 2025 en de praktische implicaties voor je bedrijfsvoering.

1. Trends in beeld voor toekomstbestendig ondernemen

Wim Davidse (hoofdredacteur FlexNieuws & HRMorgen en chief evangelist ZiPmedia) is de dagvoorzitter en opent met een krachtige presentatie. Hij zegt hierover:

“Naast de update van de cijfers over de economie, de arbeidsmarkt en de flexbranche (als het FlexFuture-event plaatsvindt, zijn bijna alle relevante cijfers van het derde kwartaal net binnen), zal ik kort ingaan op een paar spannende zaken.

Zoals de aanstaande herstart van de handhaving van de Wet DBA, de vele internationale spanningen en de gevolgen voor onze economie en onze arbeidsmarkt, de sterk groeiende impact van stress op verzuim (en dat op een nog steeds krappe arbeidsmarkt).

En wat dat allemaal betekent voor de flexbranche – en natuurlijk waar de mogelijkheden liggen. Prachtige, maar niet per se makkelijke mogelijkheden voor een schitterende flexfuture. Eén ding staat als een paal boven water: Succes met flex in de WerkersRevolutie is een keuze!”

2. Op de hoogte van nieuwe ontwikkelingen en Kostprijs 2025

Henk Geurtsen (Experts in Flex) neemt de bezoekers mee langs de laatste ontwikkelingen in de uitzendbranche. Hij gaat in op twee belangrijke items, namelijk de actualiteit rond de wet- en regelgeving en Kostprijs 2025.

 Om te kunnen voldoen aan de wet- en regelgeving dien je op de hoogte te zijn alle nieuwe

ontwikkelingen. Vaak hebben deze aanpassingen in de regelgeving ook gevolgen voor je kostprijsberekening en hebben impact op je bedrijfsvoering. Denk hierbij aan de wijzigingen van de ET-regeling, uitspraak Hoge Raad over bonussen en de inlenersbeloning, het ZZP-dossier of de dure addertjes onder het gras bij herstelaangiftes StiPP. 

In de woorden van Henk Geurtsen (Experts in Flex): “Was ik in 2023 de herrieschopper over het met terugwerkende kracht willen toepassen door de StiPP. Nu heb ik een discussie lopen met de StiPP over het niet crediteren van afgedragen Basispremie als er Pluspremie afgedragen moest worden. Terwijl de Pluspremie dan alsnog volledig moet worden betaald.” 

3. Een eerlijke, nette uitzendbranche, wie wil dat nu niet?

Irene Pasmans (SNCU) geeft een kijkje achter de schermen bij SNCU.

Met haar voorlichtende en handhavende taak, draagt de SNCU hieraan bij. Maar wat doet de SNCU nu precies? Wat zijn de redenen om een onderzoek te starten en wat komt de SNCU tegen bij een onderzoek? Waarom start zij een onderzoek terwijl er ook lidmaatschapscontroles en SNA-audits zijn? En als het gaat om voorlichting: op welke manieren doet de SNCU dat?

Een kijkje in de keuken van SNCU is nu mogelijk. Irene Pasmans (inspecteur SNCU) doet een boekje open uit de dagelijkse praktijk. Daarbij worden ook de meest voorkomende cao-afwijkingen besproken. Deze bijzondere openheid van zaken door het SNCU is iets waar velen op hebben gewacht.

4. Actualiteiten van de WTTA (het toelatingsstelsel)

Arjan Boer en Julisa Fereijra-Phelipa (beiden Normec VRO) presenteren de actualiteiten met betrekking tot het toelatingsstelsel en hoe ieder van ons zich daarop kan en moet voorbereiden.

De Wet Toelating Terbeschikkingstelling Arbeidskrachten (Wtta) is een wet die vanaf 2026 ingrijpende veranderingen zal brengen in de flexbranche. Deze wet stelt strenge eisen aan onder meer uitzendbureaus, detacheerders en payrollondernemingen, zoals correcte loonbetalingen en gecertificeerde huisvesting. 

Het behalen van het SNA-keurmerk is daarbij essentieel. In dit seminar bespreken Boer en Fereijra-Phelipa de huidige status van het stelsel, recente ontwikkelingen en de belangrijkste discussiepunten die spelen. 

“Het nieuwe inspectieproces en de strakke deadlines voor het herstellen van non-conformiteiten zijn een belangrijk onderdeel hiervan. Dit is een cruciaal punt voor bedrijven die straks toegelaten willen worden en blijvend willen voldoen aan de norm om personeel ter beschikking te kunnen stellen.”

5. Fraude herkennen en voorkomen bij ZZP’ers

Ralph Ghering en Suzan Laarman (beiden Younited) duiken in de wereld van fraude bij ZZP’ers en geven praktische tips om deze te herkennen en te voorkomen.

Ze nodigen jullie uit om samen te ontdekken hoe intermediairs fraude kunnen herkennen en voorkomen. Tijdens het Flexfuture-evenement zullen ze op interactieve wijze ingaan op vormen van fraude zoals diplomafraude, VOG-fraude en certificaatfraude binnen de arbeidsbemiddeling. Ze delen praktische tips en tools om de validiteit van bijvoorbeeld diploma’s en VOG’s te controleren.

Daarnaast richten ze zich specifiek op aspecten die relevant zijn voor ZZP’ers. Ze delen inzichten over hoe opdrachtgevers beschermd kunnen worden tegen fraude. Breng jij ook je tips mee? Kennis delen is immers een kracht.

Wie, wat, waar, wanneer:

Datum: 26 november 2024

Tijd: 12.30 – 18.00 uur

Locatie: Van der Valk Hotel Vianen, Prins Bernhardstraat 75 4132 XE Vianen

Programma: Bekijk het volledige programma op FlexFuture.nl

Geplaatst in Branchenieuws, In de branche | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor De sprekers van FlexFuture 2024 bereiden u voor op de toekomst: dit komt aan bod

Herziene Detacheringsrichtlijn heeft effect, maar A1-verloning blijft hardnekkig probleem

De Herziene Detacheringsrichtlijn is recent geëvalueerd door de Europese Commissie (EC). Ook de uitwerking daarvan in Nederlandse wetgeving, de Implementatiewet Herziene Detacheringsrichtlijn (IHD) die sinds 30 juli 2020 in werking is getreden, is geëvalueerd. In een Kamerbrief informeert minister Eddy van Hijum van SZW de Tweede Kamer hierover en geeft hij zijn beleidsreactie. Hiermee komt de minister ook tegemoet aan de motie-Palland om de IHD te monitoren en te evalueren, en om de mogelijkheden te onderzoeken om de cao van de inlener toe te passen op (buitenlandse) gedetacheerde werknemers.

Het blijkt dat er in 2023 in ieder geval 96.230 buitenlandse gedetacheerde werknemers minstens één dag in Nederland aan het werk waren. Ze werden vooral gedetacheerd door werkgevers gevestigd in Polen, Duitsland, Litouwen, België en Portugal. Driekwart van de gemelde gedetacheerde werknemers had de nationaliteit van een EER+-land (EU-landen, IJsland, Liechenstein en Noorwegen of Zwitserland), en ongeveer een kwart had de nationaliteit van een land buiten de EER+.

De Europese Commissie trekt na de evaluatie van de Herziene Detacheringsrichtlijn drie conclusies:

  1. De Herziene Detacheringsrichtlijn heeft de arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden van gedetacheerde werknemers verbeterd
  2. De informatievoorziening over huisvesting, arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden is ontoereikendDe minister onderschrijft deze conclusie en zegt dat het kabinet zich blijvend zal inzetten voor het verbeteren van de informatievoorziening, in Nederland en in landen van herkomst.
  3. Er zijn zorgen over de praktische toepassing van de bepalingen van de richtlijn op gedetacheerde uitzendkrachten. De EU adviseert de Europese Arbeidsautoriteit een belangrijke rol te geven in de samenwerking en handhaving van regelgeving over grensoverschrijdende detachering.

Minister Van Hijum omarmt deze aanbeveling en stelt dat waar mogelijk ook de sociale partners hierbij betrokken kunnen worden.

Evaluatie Implementatiewet Herziene Detacheringsrichtlijn (IHD)

Onderzoeksbureau Panteia doet 5 aanbevelingen na evaluatie van de Implementatiewet Herziene Detacheringsrichtlijn:

  1. Versterk de handhaving; dit gaat vooral over de rol van CAO-partijen voor handhaving (door de Arbeidsinspectie).
  2. Identificeer risicosectoren; Panteia wijst op het belang van risicogericht werken voor de Arbeidsinspectie
  3. Sluit niet-risicosectoren uit van de meldplicht; dit omdat de administratieve lasten niet in alle sectoren in verhouding staan tot het risico op ondermaatse arbeidsomstandigheden
  4. Verbeter de bekendheid en voorlichting
  5. Verbeter de bewustwording bij de werknemer van hun gedetacheerde status


Minister Van Hijum laat weten de aanbevelingen (grotendeels) over te nemen.

Motie-Palland: Inleners-CAO via vergewisbepaling

De Motie-Palland roept om de mogelijkheden om de cao van de inlener toe te passen te onderzoeken. De inleners-cao is de cao van het bedrijf waar de werknemer naartoe gedetacheerd wordt.
Hiervoor is volgens Penteia een wettelijke optie en een CAO-optie. Bij die laatste optie kunnen CAO-partijen een vergewisbepaling opnemen in CAO’s. Via deze vergewisbepaling worden gebonden werkgevers verplicht om, als zij gebruikmaken van detachering, zich ervan te vergewissen dat gedetacheerde werknemers aanspraak maken op de inleners-CAO.

De minister raadt CAO-partijen aan deze optie te overwegen. Deze optie kent volgens Van Hijum minder ingrijpende nadelen. Het voordeel hiervan is ook dat het meer aansluit bij de huidige cao-systematiek en dat maatwerk mogelijk is, in tegenstelling tot de wettelijke optie.

De Herziene Detacheringsrichtlijn

De Implementatiewet Herziene detacheringsrichtlijn, die vanaf 30 juli 2020 in Nederland in werking is getreden, is bedoeld om oneerlijke concurrentie op arbeidskosten tegen te gaan. Uitgangspunt is: gelijk loon voor gelijk werk in de hele EU.

Daarvoor zijn de EU-lidstaten in 2018 overeengekomen de bestaande richtlijn uit 1996 aan te passen. In de Herziene detacheringsrichtlijn is de zogenaamde ‘harde kern’ van Nederlandse arbeidsvoorwaarden (bijvoorbeeld het minimumloon en regels voor vakantie, verlof, werk- en rusttijden uit de wet en uit algemeen verbindend verklaarde bepalingen van cao’s) uitgebreid met voorwaarden voor huisvesting en onkostenvergoedingen. De rechten van gedetacheerde uitzendkrachten uit een andere EER-lidstaat of Zwitserland die gedetacheerd worden naar Nederland zijn hiermee meer gelijkgetrokken met die van nationale uitzendkrachten.
Ook krijgen gedetacheerde werknemers die langer dan 12 maanden in Nederland werken recht op aanvullende arbeidsvoorwaarden. Zij hebben daarmee recht op bijna alle Nederlandse arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden uit de Nederlandse arbeidswetten en algemeen verbindend verklaarde cao’s. Deze periode van 12 maanden kan verlengd worden tot 18 maanden wanneer de werkgever dit meldt.

Uitzendbureaus blijven daarbij verantwoordelijk voor de juiste betaling van de gedetacheerde werknemer, ook als een uitzendkracht door de opdrachtgever wordt doorgezonden naar een tweede opdrachtgever (doorlenen).

A1-verloning tegengaan

De Herziene Detacheringsrichtlijn zou het ongewenste gebruik van de A1-verloning tegen moeten gaan. Bij A1-verloning blijven werknemers die elders in de EU werken in hun ‘thuisland’ sociaal verzekerd. Dit doen werkgevers om loonkostenvoordeel te realiseren op basis van lagere sociale lasten in het thuisland.

Dit voorjaar publiceerde de Adviesraad Migratie een rapport over EU-detachering waaruit blijkt A1-verloning nog altijd voorkomt, zeker bij derdelanders (werknemers van buiten de EER+). ABU-directeur Jurriën Koops noemde de A1-constructie destijds de ‘bermudadriehoek van arbeidsmarkt’. De ABU is fel tegenstander van het gebruik van A1-detachering.

In de evaluatie IHD zegt minister Van Hijum ‘oneigenlijke detachering van derdelanders hoog op de agenda te zetten in Europees verband.’ De minister neemt zelf ook stappen om dit tegen te gaan. Hij verwacht de Kamer hierover in de zomer van 2025 te kunnen informeren.

Geplaatst in In de wet, Nieuws, Wetten & CAO’s | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor Herziene Detacheringsrichtlijn heeft effect, maar A1-verloning blijft hardnekkig probleem

Uitbesteden backoffice: ‘Focus op kandidaten combineren met compliant ondernemerschap’

Pay for People, onderdeel van de Brisker Group, begon 26 jaar geleden met backofficedienstverlening voor uitzenders en detacheerders. “De intermediairs waar wij voor werken zijn dagelijks bezig met kandidaten bemiddelen. Daar ligt hun focus”, stelt Reijer Hollander. En die focus is meer dan ooit nodig op deze krappe arbeidsmarkt, weet zijn collega Peter Krijgsveld. “Het is steeds moeilijker om kandidaten uit de markt te halen. Het vinden en plaatsen van goede kandidaten kost veel tijd en inspanning. Zaken waar uitzenders en detacheerders liever niet mee bezig zijn – zoals verloning, facturatie, compliancy en certificering – besteden ze dan eerder uit.”

En volgens Hollander wordt de behoefte om de backoffice uit te besteden groter. “Er komt een hele bak, steeds complexere, wet- en regelgeving af op intermediairs. De meesten willen het wel allemaal goed doen, maar dat lukt vaak niet. Je kunt niet én goed zijn in relatiebeheer én nieuwe business binnenhalen én aan de achterkant ook alles goed organiseren. Daarom besteden ze de backoffice en het juridisch werkgeverschap, met alle rechten en plichten die daarbij horen, aan ons uit. Wij spelen de ondernemer vrij zodat hij zich kan richten op datgene waarvoor hij ooit is gaan ondernemer, namelijk vraag en aanbod van personeel bij elkaar brengen.”

‘Compliancy op één’

Reijer Hollander studeerde sportmarketing en commerciële economie en is net als zijn collega bij toeval in de flexbranche gerold door als intercedent zijn carrière te starten. Zijn overstap in 2015 naar Pay for People was voor hem heel logisch. “Het past bij mij. Backoffice heeft echt impact op een uitzendorganisatie. Het is de motor van een organisatie, daar moet geen zand in komen. Het geeft mij een kick als intermediairs ons het vertrouwen geven.” Dat moet je verdienen, vindt Hollander. “Compliant ondernemerschap staat niet voor niets altijd op één bij ons.”

 

Inlenersbeloning in de praktijk

Peter Krijgsveld heeft een sociaal-juridische achtergrond maar is al lang geleden de flexbranche ingerold, eerst bij uitzendbureau Vedior en later werkte hij 11 jaar als zelfstandig uitzendondernemer. Die elf jaar ervaring aan klantzijde helpt bij het sparren, meedenken en schakelen met intermediairs. “Ik houd van de hectiek in de uitzendwereld. Er komt heel veel bij kijken, intermediairs zitten met tal van vragen, dat varieert van het wervingsproces tot het toepassen van de inlenersbeloning.” Krijgsveld geeft een voorbeeld van hoe complex bijvoorbeeld de inlenersbeloning kan zijn: Volgens de nieuwe CAO voor de Metaal en Techniek geldt een loonsverhoging van 7%, met terugwerkende kracht. Het kan heel goed zijn dat uitzendkrachten al niet meer voor een opdrachtgever werken, maar de intermediair nog wel met die opdrachtgever in gesprek moet om dit te corrigeren en nog een factuur moet sturen. “Dat is heel vervelend voor intermediairs. Daarom begeleiden wij hen daarbij.”

Ander voorbeeld: vanuit de WAS en de WAADI is de opdrachtgever verplicht alle onderdelen van de inlenersbeloning te delen met de intermediair (informatieplicht). Dat gaat in de praktijk niet altijd goed. Doet een intercedent zaken met een afdelingshoofd die niet helemaal thuis in de geldende CAO en komt een NEN-inspectie of StiPP-audit, dan kunnen zij een claim verwachten. “Aan ons de taak de intermediair daarbij zo goed mogelijk te adviseren en te faciliteren. Zodat het zeker is dat er compliant gewerkt wordt.”

Ziekte grote kostenpost

Die backofficedienstverlening gaat dan ook veel verder dan verloning, facturatie (inclusief debiteurenbeheer richting inlener) en het voldoen aan alle certificeringen zodat compliancy gegarandeerd is. Een ander belangrijk thema is ziekte en verzuim. “Ziekte van personeel is een van de grootste financiële risico’s, zeker voor een MKB-uitzendondernemer. Dat risico nemen wij over”, zegt Hollander.
“En daarbij gaat het niet alleen om kosten van loondoorbetaling. Als je de verzuimbegeleiding niet goed doet, krijg je een nog grote kostenpost”, vult Krijgsveld aan. “We hebben een eigen afdeling verzuim die de hele begeleiding faciliteert, de dossieropbouw en re-integratie verzorgt.”

Omkatten naar uitzenden door Wet DBA

Een andere reden waarom intermediairs aankloppen bij Pay for People is de aanstaande handhaving van de Wet DBA (vanaf 1 januari 2025). Zzp-bemiddelaars in de zorg maken zich hier zorgen om, stelt Hollander. “Zij merken dat zorginstellingen geen zzp’ers meer willen inhuren. Maar zij hebben die flexcapaciteit wel nodig. Het alternatief is bijvoorbeeld omkatten naar uitzenden, zeg maar een omgekeerd waterbedeffect. De intermediair kan die flexprofessionals bijvoorbeeld uitzendcontracten bieden. Maar vaak is zo’n zzp-bemiddelaar niet ingericht op het werkgeverschap, niet gecertificeerd en heeft hij nooit zelf verloond. Dus dan komen wij in beeld.”

Voordeel voor de zzp’er is dat hij dan toch kan blijven werken voor verschillende opdrachtgevers. Want die behoefte blijft volgens Hollander. “Ik heb zelf in het verleden ook docenten bemiddeld. Die professionals willen zelf als zelfstandige werken, die willen het vak uitoefenen waarvoor ze zijn opgeleid en niet alle administratie en organisatorische verplichtingen daaromheen.”

Wtta wordt spannend’

Pay for People heeft vanaf dag één de eigen software ontwikkeld. Het IT-team werkt hard aan het verbeteren en updaten van de software en zorgt ervoor dat elke wijziging in wet- en regelgeving tijdig wordt doorgevoerd “Dat is een continu proces”, zegt Krijgsveld.
Want nieuwe wet- en regelgeving blijft maar komen, geeft Hollander aan. “Denk aan de Wtta, dat gaat voor veel uitzenders spannend worden. Zeker voor uitzenders die het nog niet zo goed op orde hebben, maar eigenlijk geldt dit voor alle uitzenders. De controles gaan veelvuldig en intensiever plaatsvinden. Ook dat is een reden om te overwegen de backoffice uit te besteden.” Volgens Hollander heeft een intermediair dan juist een krachtig verhaal naar zijn klant. “Als je aangeeft dat je daarvoor een specialist inhuurt zodat je zeker bent dat alles goed verloopt – de geldstromen en de papierwinkel – is dat goed voor de flexkracht en goed voor de opdrachtgever die dan de zekerheid heeft dat de inhuur volledig compliant is.”

Geplaatst in Bedrijfsnieuws, In de branche | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor Uitbesteden backoffice: ‘Focus op kandidaten combineren met compliant ondernemerschap’

Brunel Nederland in Q3 niet kleiner geworden, maar wel gekrompen

Persbericht: https://s29.q4cdn.com/775574951/files/doc_financials/2024/q3/press-release-q3-2024.pdf

Wereldwijd zag Brunel de omzet in het derde kwartaal met -2% krimpen ten opzichte van vorig jaar, naar 338,6 miljoen euro (organisch, dus na correctie voor werkbare dagen, eventuele overnames en wisselkoersverschillen). In het tweede kwartaal was er met +4% nog groei, na +13% in het eerste kwartaal. Na de +18% van 2023 is de trend overduidelijk.

Druk op de marge en de winst, de conversieratio stijgt een beetje

De totale brutomarge kromp zelfs met -10% (organisch), met als gevolg dat de brutomarge als percentage van de omzet van het totale concern behoorlijk zakte, naar 19,8% (21,4% een jaar eerder). De winstmarge (voor rente en belastingen, EBIT) zakte van 5,5% in Q3 2023 naar 5,1% van de omzet. De conversieratio (winstmarge als percentage van de brutomarge, zegt iets over de productiviteit en efficiency van de organisatie) kwam uit op een mooie waarde van 25,9%, een fractie hoger dan de 25,8% van een jaar eerder. Cumulatief ligt de conversieratio over de eerste drie kwartalen daarmee op 21,1% (2023: 22,0%), dus lager dan de theoretische streefwaarde van 25%. Daarmee liggen er uitdagingen op vier terreinen: omzet, marge, kosten en productiviteit. De aandelenbeurs reageerde wat onzeker, maar toch vooral een tikkeltje teleurgesteld: in de loop van de ochtend stond het aandeel Brunel (BRNL.AS) zo’n -1% lager, terwijl de beurs (AEX) een plusje van +0,5% toonde.

Zeer gemêleerd mondiaal beeld

In termen van omzet is de DACH-regio (Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland) met 60,3 miljoen euro nog net de grootste regio voor het concern, maar de omzet in die belangrijke regio is er voor de tweede keer in jaren gekrompen, met een fikse -8% (organisch), na al -2% in het tweede kwartaal. Hier zien we hetzelfde beeld als eerder bij Randstad. Australasia is na een gigantische groei van +18% naar een omzet van 59,2 miljoen euro inmiddels de tweede regio van de groep. Nederland is met 52,0 miljoen euro nummer 3, maar wordt nu op de hielen gezeten door de Americas: 48,8 miljoen euro na een fikse groei van +9%. In de rest van de regio’s was er met -10% (Asia) en -17% (Rest) serieuze krimp.

Nederland op het randje, hogere productiviteit, minder personeel

De omzet van Brunel Nederland kwam in het derde kwartaal uit op 52,0 miljoen euro, tegen 51,6 miljoen euro een jaar eerder. Groei dus! Maar de organische “groei”, dus gecorrigeerd voor eventuele overnames of afstotingen, is gerapporteerd op 0% en na correctie voor werkbare dagen (dit jaar volgens Brunel één meer dan vorig jaar) resulteerde een omzetkrimp van -1,2%.

De brutomarge zakte organisch met -9% harder in dan de omzet, en dus was ook het brutomargepercentage met nu 25,4% lager dan een jaar geleden (27,0%). De EBIT zakte iets, van 4,2 naar 4,1 miljoen, maar dat was volgens Brunel een organische krimp van liefst -13%. De EBIT-marge zakte van 8,2% naar 8,0% – een daling dus, maar percentages die wel flink hoger zijn dan die van Randstad of de ManpowerGroup. De conversieratio kwam uit op een hoge 31,3%, nog hoger dan de 30,3% van een jaar geleden. Die stijging zal zeker ook te danken zijn aan de verbetering van de ratio direct personeel / indirect personeel, die steeg van 6,5 naar 6,7. Dat is een gevolg van de (natuurlijk niet aangename) krimp van het aantal directs (bemiddelde kandidaten) met -3% en de sterkere krimp van het aantal indirects (eigen mensen) met -5% (ook niet aangenaam). De negatieve trend van het aantal bemiddelde kandidaten is in onderstaande grafiek goed zichtbaar.

Verwachtingen

Brunel verwacht dat de impact van de ontwikkelingen in de automotive-sector in de DACH-regio en de projectvertragingen in Asia verder zal toenemen in het vierde kwartaal.

Geplaatst in Nieuws | Tags , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Brunel Nederland in Q3 niet kleiner geworden, maar wel gekrompen

Roel Plasman (Careermaker): “De kansen op de complexe markt liggen in duurzame recruitment”

Bij de transitie van uitzender naar recruitmentorganisatie hoort ook een andere dienstverlening. Want de trend is: minder uitzenden, meer recruitmentoplossingen. “Recruitment is complexer dan ooit. En juist dat is ons specialisme,” stelt Roel Plasman, operationeel directeur Careermaker.

Het gaat goed met Careermaker. Afgelopen jaar steeg de omzet met 7% en men heeft er alle vertrouwen in dat die groei komende jaren doorzet. Ondanks een stagnerende economie en krimpende volumes in de uitzendmarkt.
 Roel Plasman, operationeel directeur Careermaker, verklaart de groei door te wijzen naar de strategie. “We hebben ervoor gekozen om te focussen op drie branches: klantcontact, logistiek en techniek. Tegen alles wat daarbuiten ligt, durven we ‘nee’ te zeggen. Voordeel van specialiseren is dat je die doelgroepen echt kent, weet hoe je hen moet bereiken en hoe je hen in beweging kunt krijgen.” Die focus en specialisatie zie je volgens Plasman ook terug in de samenwerking met de klant. “Wij gaan een stap verder dan de initiële klantvraag.”

Martijn de Jong, directeur Careermaker, licht dit toe: ‘’Als een klant tien mensen vraagt en de volgende maand weer tien, dan kun je gewoon telkens die tien mensen leveren, maar dat is geen duurzaam model.” Careermaker begint liever een gesprek met de klant op consultancy-niveau. “Wat zit er achter die personeelsvraag; is het groei, vervanging, ziekteverzuim of ligt de uitstroom te hoog? Zo ja, hoe komt het dat de achterdeur openstaat? Door mee te denken bij het vinden van oplossingen help je de klant echt, voorzie je in zijn werkelijke behoefte.”

‘’Als een klant tien mensen vraagt en de volgende maand weer tien, dan kun je gewoon telkens die tien mensen leveren, maar dat is geen duurzaam model.”
 – Martijn de Jong, directeur Careermaker

Personeelsvraag blijft in klantcontactbranche

“De flexbranche is een heel dynamische markt, waarin een groot tekort aan personeel is en dat zal de komende 10-15 jaar ook wel zo blijven”, stelt Plasman. Tegelijkertijd ziet hij dat de uitzendbranche onder druk staat door een dalende trend in uitzenduren. Neem daarbij de strengere wet- en regelgeving die flexwerk onder druk zet en je weet dat de markt er niet florissant voor staat. Toch ziet Careermaker kansen op die complexe markt. “De vraag naar flex blijft toenemen.”

Dat geldt ook voor het bemiddelen van personeel voor klantcontact- of customer service centers, een specialisme waarin Careermaker al meer dan 20 jaar ervaring heeft opgebouwd. Het is een misvatting dat dit werk allemaal door AI en chatbots wordt overgenomen. De Jong: “In bijvoorbeeld de facilitaire klantcontactcenters zie je dat de wat simpelere vragen geautomatiseerd kunnen worden. Daar is meer ruimte voor dergelijke technologische toepassingen. Bij het hoogwaardige klantcontactvragen zoals de finance-wereld, waar meer specialistische kennis is vereist, waarderen mensen het als er ook daadwerkelijk een mens aan de andere kant van de lijn zit.”

Plasman denkt dat AI inderdaad voor een efficiency-slag kan zorgen, maar ook dat het menselijk contact niet verdwijnt. “In het klantcontactbranche wordt gekeken of de capaciteit terug te brengen is door chatbots of AI-tools. Een deel van de gesprekken zijn op die manier over te nemen. Ook het outsourcen naar het buitenland blijft in trek. Toch blijft er behoefte aan contact met echte mensen in Nederland. Dus die personeelsvraag in het klantcontactsegment blijft.”

Recruitment ‘complexer dan ooit’

De grote uitdaging is volgens Plasman dat recruitment ‘complexer dan ooit is’. “De tijd dat kandidaten een vestiging binnenliepen of via een job site solliciteren, is voorbij. Je hebt nu tig kanalen nodig om de juiste doelgroep te vinden en te bereiken. Dat is ons specialisme. Wij zijn continu bezig met het ontwikkelen van tools, het aanboren van nieuwe kanalen en we lopen voorop in recruitment- en job marketing.”

De vraag ‘hoe kom ik aan goed personeel?’ zal organisaties hoofdbrekens blijven bezorgen. En juist daar ligt de focus van Careermaker, legt Plasman uit. “Wij zijn de early adopters van de techniek die daarvoor de laatste jaren is ontwikkeld. Wij kunnen alle instrumenten binnen recruitmentmarketing inzetten om grote aantallen kandidaten snel te bereiken en sollicitanten binnen te halen.”

“Wij zijn er steeds handiger in geworden de doelgroepen te vinden en in beweging te krijgen. Dit doen we bijvoorbeeld door marketingcampagnes, via Indeed en social media (Instagram, TikTok, Facebook). We draaien ook specifieke job marketingcampagnes voor klanten die wel een eigen recruitmentafdeling hebben, maar toch de juiste mensen niet kunnen vinden. Dan heb je het dus niet meer over uitzenden, maar over andere vormen van dienstverlening.”


Careermaker boekte in 2023 een omzet van € 15,8 miljoen, een omzetgroei van 7% ten opzichte van het jaar daarvoor (FlexNieuws TOP 100). Martijn de Jong, ooit begonnen als intercedent bij Manpower Techniek, startte het Rotterdamse bedrijf in 2000. Net als mede-eigenaar Arie Bol is De Jong zijn rol binnen Careermaker aan het afbouwen om plaats te maken voor de volgende generatie.

Die nieuwe directie wordt sinds 2023 gevormd door Roel Plasman (operationeel directeur) en Bjorn Kamman (financieel directeur) die beiden al jaren bij Careermaker werken en ruime ervaring hebben in de uitzendwereld (o.m. Start People). De Jong en Bol blijven als aandeelhouders betrokken.
 Careermaker heeft zich ontwikkeld tot een multi-nichespeler en bewust gekozen voor de focus op drie segmenten: klantcontact, techniek en logistiek. Daarbij is enkele jaren geleden de transitie ingezet van uitzendbureau naar recruitmentorganisatie, met een steeds bredere dienstverlening


Andere contractmodellen

Minder uitzenden, meer recruitmentoplossingen – dat is de trend. “Het vinden van de juiste kandidaten en het benaderen van de doelgroep is de grote uitdaging”, stelt ook De Jong. Careermaker heeft enkele jaren geleden dan ook de transitie ingezet van uitzendbureau naar recruitmentorganisatie. Het bedrijf haalt nu nog de meeste omzet uit uitzenduren, maar dat kan in de toekomst heel goed via andere contractmodellen gebeuren. “Ongeacht welke vorm van arbeid en welk afrekenmodel daaraan ook ten grondslag ligt – zzp, detacheren, uitzenden, aanneming van werk en alle mogelijke tussenvormen – wij kunnen de recruitment voor klanten verzorgen.”

“De vraag in kaart brengen en de oplossing bieden. Het gaat om het vinden van de juiste mensen, de time to hire en de cost per hire laten aansluiten bij de klant – dat is waar wij goed in zijn.”

Duurzame recruitment

En Careermaker heeft de ambitie de dienstverlening verder uit te breiden – eventueel samen met partners. Extra oplossingen bieden, naast recruitment, om onderscheidend te zijn op de markt. Als voorbeeld noemt Plasman verzuim, een thema dat zeker ook in de klantcontactbranche speelt. “Wij zijn zelf Eigenrisicodrager (ERD) geworden en hebben met ons verzuimteam ervaring met het grip krijgen op verzuim. Die kennis zetten we ook in voor onze klanten. Wij kunnen het verzuim meten en de verzuimcijfers per functie boven tafel krijgen. En door preventie, aandacht voor zieke uitzendkrachten en snelle re-integratie kunnen wij klanten helpen. We zetten dus soms onze verzuimmanagers in bij de klant op de werkvloer.”

Het is een van de voorbeelden van andere, aanvullende dienstverlening. Niet zoveel mogelijk uitzendkrachten leveren, maar kijken hoe je de klant echt verder kunt helpen. De Jong: “Wij willen voor elke uitdaging achter de initiële klantvraag oplossingen bieden.”

Geplaatst in Bedrijfsnieuws, In de branche | Tags , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Roel Plasman (Careermaker): “De kansen op de complexe markt liggen in duurzame recruitment”