Redactie FlexNieuws 13 juli 2026 0 reacties Print Gerechtshof bevestigt uitspraak: uitzendbureau moet alsnog kwartier voorbereidingstijd Schiphol-medewerker uitbetalenMoet een uitzendkracht betaald krijgen voor het kwartier dat hij verplicht eerder aanwezig moet zijn? En wat als die verplichting niet in de arbeidsovereenkomst staat, maar alleen in een interne memo van de opdrachtgever? Het Gerechtshof Amsterdam behandelde de zaak in hoger beroep.Een bagage-afhandelaar op Schiphol moest zich altijd een kwartier voor zijn dienst melden, maar kreeg dat kwartier niet uitbetaald. Het Gerechtshof Amsterdam oordeelt dat dit gewoon arbeidstijd was en wijst de volledige eis op achterstallig loon toe, inclusief de wettelijke verhoging van 50 procent. De kern van de zaak Een man werkte van juni 2017 tot mei 2022 als bagage-afhandelaar, 32 uur per week, via uitzendbureau AFS Uitzendbureau B.V. Hij werkte onder de cao voor Uitzendkrachten (ABU) bij de afdeling Bagage Operational Support (BOS) van Schiphol. Elke dienst moest hij zich vijftien minuten voor aanvang melden in de BOS-coördinatieruimte, achter de douane. Dat kwartier werd nooit uitbetaald. De man eiste daarom over de hele periode een bedrag van 3.614,98 euro bruto aan achterstallig loon, plus 50 procent wettelijke verhoging en wettelijke rente. Aanleiding Bij BOS gold een interne memo genaamd “Memo Werktijden”. Daarin stond dat medewerkers zich altijd minimaal een kwartier voor de geplande dienst fysiek moesten melden. Wie zich daar niet aan hield, kreeg een aantekening in de zogeheten onregelmatighedenlijst en kon zelfs de toegang tot BOS verliezen. In dat kwartier moest de medewerker zich melden, een scanner en portofoon in ontvangst nemen, instructies ontvangen over de bagagehal waarin hij die dag moest werken en vervolgens naar die hal reizen, soms met een karretje. Nadat de man was ontslagen, maakte hij per e-mail aanspraak op loon over al die kwartieren. Het verweer AFS bestreed de eis van de uitzendkracht en de eerdere uitspraak van de rechtbank op meerdere fronten. Het uitzendbureau stelde dat er geen echte verplichting bestond, maar slechts een huisregel van BOS. Verder voerde AFS aan dat de man te laat had geklaagd, dat het kwartier geen arbeid of arbeidstijd was, dat er sowieso geen recht op loon bestond over dat kwartier en dat toewijzing van de eis in strijd zou zijn met redelijkheid en billijkheid. De afweging van de rechter Het hof wees alle argumenten van AFS af. Uit het interne memo bleek volgens het hof duidelijk dat het om een verplichting ging waarop sancties stonden, niet om een vrijblijvende huisregel. Het te laat klagen werd de man niet aangerekend: hij verkeerde in een afhankelijke positie en AFS kon niet aantonen dat zij daardoor benadeeld was. Over de vraag of het kwartier als arbeidstijd gold, oordeelde het hof dat de medewerker tijdens die vijftien minuten verplicht aanwezig en beschikbaar moest zijn om instructies op te volgen, wat volgens de Arbeidstijdenwet als arbeid geldt. Het hof merkte op dat het kwartier “geen ‘eigen tijd’ was, noch ‘rusttijd'”. Omdat het om vaste, verplichte uren ging en niet om incidentele overuren, moest dat kwartier tegen hetzelfde uurloon worden uitbetaald als de reguliere uren. Over de wettelijke verhoging dacht het hof anders dan de kantonrechter. Die had de verhoging eerder gematigd tot nihil, maar het hof vond daar in dit geval geen grond voor. Volgens het hof was het oordeel in eerste aanleg “helder, goed gemotiveerd”, en had AFS er zelf voor gekozen om door te procederen over een relatief beperkt bedrag. De uitspraak Het hof bekrachtigt het eerdere vonnis van de kantonrechter: het verplichte kwartiertje eerder aanwezig zijn moet gewoon als arbeidstijd gezien worden en daarom worden uitbetaald. Ook als daar niets over is opgenomen in de uitzendovereenkomst of cao. De uitzendkracht heeft daarmee recht op de bijna vierduizend euro achterstallig loon, plus de wettelijke verhoging en rente. Een relatief bescheiden bedrag in deze individuele casus. Het mag duidelijk zijn dat de impact van de uitspraak, nu bevestigd door het hof, groter is. AFS overweegt om cassatie in te stellen bij de Hoge Raad. Mocht de uitzender dat doen, dan hoeft dit vonnis nog niet uitgevoerd te worden, zo bepaalden de rechters. Bron: Gerechtshof Amsterdam, 23 juni 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:1887 AFS, Gerechtshof Amsterdam Print Over de auteur Over Redactie FlexNieuws Redactie van Flexnieuws - interviews, artikelen, aankondigingen en persberichten. Bekijk alle berichten van Redactie FlexNieuws