Maandelijkse archieven: juli 2024

Generieke uitzenders versus flexspecialisten: een uitzendwereld van verschil

Eerder deze maand publiceerden we onze eerste FlexNieuws TOP 100. Deze honderd flexbureaus – goed voor 46% van de totale flexbranche – geven een getrouw beeld van de ontwikkelingen in de markt. De verschillen tussen de typen flexbureaus (uitzenden, detachering, brokers/MSP, zzp-bemiddeling) zijn echter groot. En dat geldt ook binnen de uitzendsector; de generieke uitzenders presteren veel minder goed dan de specialistische flexbureaus.

Grote uitzenders fors in de min

De ABU Marktmonitor laat al twee jaren achtereen een forse krimp in uitzenduren zien. De tijd van het eenvoudig wegzetten van grote aantallen uitzendkrachten lijkt voorbij. Daar hebben de grote uitzenders, die het altijd moesten hebben van volumes, natuurlijk het meest last van. De onbetwiste marktleider Randstad Groep Nederland zet de toon van de krimp van de grote, generieke uitzendbureaus. Randstad boekte in ons land in 2023 een indrukwekkende omzet van bijna € 3,2 miljard, maar dat betekende wel een omzetdaling van maar liefst -9,4%.
En 2024 brengt vooralsnog geen verbetering voor Randstad. Ook in het tweede kwartaal van dit jaar is de omzet van Randstad Nederland met -9% gekrompen. Dat was al de zesde stevige kwartaalkrimp op rij, en zelfs weer meer dan in het vorige kwartaal, toen de omzet van de Randstad in Nederland met -7% afnam.

Ook de andere uitzenders die tot de (Traditionele of) Grote 4 behoren – RGF Staffing NL (-9%), ManpowerGroup NL (-6,5%) en Adecco Group NL (-0,5%) – hadden het moeilijk in 2023: allemaal zagen zij hun Nederlandse omzet een beetje tot stevig krimpen.

Dat geldt zelfs voor het ambitieuze YoungCapital (The Works) dat enkele jaren geleden naam maakte als de nieuwe uitdager van de Traditionele 4. Het bedrijf kende met een omzet van € 485 miljoen in 2023 een omzetkrimp van bijna -10%.  Het tekent de malaise waarin de generieke uitzenders momenteel zitten. Ook Olympia Nederland – sterk vertegenwoordigd in de industrie – kende met een omzet van € 479 miljoen een omzetdaling van -10,7%.

Bron: Dzjeng

Positieve uitschieters

Onder de (grote) generieke uitzendbureaus zijn echter ook positieve uitschieters, bijvoorbeeld Actief Werkt! (omzetgroei +1,6%) en vooral Carrière, dat met een omzetgroei van +18,4% (omzet 2023: € 222 miljoen) ver boven de andere grote, generieke uitzenders uitsteekt. Carrière Uitzendbureau, dat vorige maand nog het failliete Flexibility overnam – is dan ook een van de snelst groeiende uitzendbedrijven van Nederland.

Met ruim 7.000 uitzendkrachten per dag en meer dan 55 vestigingen in Nederland, Polen, Roemenië en Turkije, richt Carrière zich op uitvoerende functies in de sectoren productie, logistiek, food, transport en industrie.
Ook enkele (iets minder) grote spelers op de uitzendmarkt (< € 100 miljoen omzet) deden het uitstekend, bijvoorbeeld TRIXXO Nederland (+10,7%) en FlexFirst Groep (+11,8%).

Generiek is uit, specialisme is in

Ondanks de positieve uitschieters onder de generieke uitzenders kan op basis van de FN TOP 100 de conclusie worden getrokken dat de aloude uitzendstrategie om uitzendkrachten te leveren voor alle soorten beroepen (op praktisch en middelbaar niveau) aan alle soorten werkgevers in alle sectoren niet meer zo goed werkt als vroeger.

De gemiddelde krimp van de generieke uitzendorganisaties staat in schril contrast met de omzetgroei van gespecialiseerde flexbureaus. Die doen het namelijk veel beter. Zo blijkt uit de FlexNieuws Top 100 dat 80% van de specialisten omzetgroei wist te boeken vorig jaar. Van logistiek, techniek, bouw tot zorg en onderwijs – de specialisten wisten opnieuw hun kennis en expertise in hun gekozen sectoren te verzilveren.

De grootste specialist is OTTO Workforce NL (omzet 2023: € 821 miljoen (+ 13%)) is marktleider in het bemiddelen van arbeidsmigranten in de logistiek, retail en food-sector. Het bedrijf richt zijn pijlen inmiddels op arbeidsmigranten van buiten de EU en bouwt haar specialisme uit door samenwerkingen aan te gaan met opleiders van zorgprofessionals in Indonesië en Filipijnen. Logistic Force Group verstevigt haar marktpositie in de logistiek en transport (omzet 2023: € 113 groei (+17,6%)). Ook IQ Select, dat zich helemaal heeft toegelegd op de transportsector, behoort weer tot de snelgroeiende flexbedrijven (+19,3%).

Daan presteert uitstekend in haar – bepaald niet eenvoudige – specialisme overheid, zorg en onderwijs (omzet 2023: € 125 (+12%)). Ook de in de bouw gespecialiseerde uitzenders deden het opvallend goed, met Jansen & De Wit als grootste uitblinker (omzet 2023: € 46,6 miljoen (+43%)).

Hoewel er grote verschillen zitten in de ontwikkeling van doelgroepen (zie grafiek hieronder) kan over het algemeen dus worden gesteld dat uitzenders die zich specialiseren in een of meer van die doelgroepen succesvoller zijn dan generieke uitzenders.

Bron: Dzjeng

Multi-specialisten, succes met zelfstandige labels

Bijzondere aandacht verdienen de zogenoemde multispecialisten. Dit zijn grotere uitzendorganisaties die met verschillende merken (labels) zich op specifieke doelgroepen (kandidaten) richten.

House of HR is zo’n multispecialist, een heel grote, interantionale organisatie die telkens meer specialistische uitzendbureaus opslokt, ook in Nederland. De kracht van hun strategie is dat zij de sterke labels zelfstandig laten (ook in naam). ‘Zij groeien hard, juist door het in stand houden van de specialisaties’, zo stelde flexbranche strateeg Wim Davidse in een eerdere analyse van de uitzendmarkt. De cijfers onderschrijven dit; House of HR boekte alleen al in Nederland vorig jaar een omzet van € 1,35 miljard (+11,3%) en bezet daarmee de derde plaats in de FlexNieuws TOP 100.
Ook Home of People doet veel overnames om de benodigde schaalgrootte te creëren, maar laat de verschillende, succesvolle bedrijven bewust zelfstandig opereren. Met goede resultaten tot gevolg (omzet 2023: € 123 miljoen (+13%).

The Specialist Group laat haar labels ook zelfstandig en onder eigen naam de specifieke sectoren bedienen (petrochemie, energie, life science en bouw/infra). Eveneens met succes. De omzet steeg vorig jaar met een kwart naar bijna € 250 miljoen. In een binnenkort te publiceren interview op FlexNieuws.nl vertelt CEO Sil Hoeve waarom deze strategie zo goed werkt.

Van handjes leveren tot partner in flexpersoneel

Samenvattend: de gemiddelde omzetkrimp van de grote generieke uitzenders bedroeg in 2023 -7%. De gespecialiseerde uitzendbureaus boekten gemiddeld een omzetgroei van +9,7%. (en de multi-specialisten +8,6%). De snelle conclusie is dan ook dat generiek uitzenden (gericht op volume en/of gericht op allerlei doelgroepen en alle soorten werkgevers) het aflegt tegen het kunnen leveren van de juiste, gespecialiseerde vakkrachten in een bepaalde sector. Dat zal alles te maken hebben met minder vraag naar grote aantallen uitzendkrachten; door automatisering in de productie, industrie en logistiek zijn simpelweg minder ‘handjes’ nodig.
Maar het heeft ook te maken met kunnen bieden van echte toegevoegde waarde, waarin gespecialiseerde flexbedrijven wel slagen (en generieke uitzenders blijkbaar niet of minder). Door kennis en expertise van specifieke sectoren en/of het hebben van een sterk netwerk in een bepaalde regio, zijn de flexspecialisten beter in staat de bredere dienstverlening te bieden waar hun klanten (met name MKB’ers) behoefte aan hebben, namelijk een partner die meedenkt om hun specifieke complexe (flex)personeelvraagstuk op te lossen.
Jansen & Wit, een gespecialiseerde uitzender in met name de bouw en techniek in het oosten en noorden van het land, is daar een fraai voorbeeld van. Binnenkort op FlexNieuws.nl het verhaal achter het succes van Jansen & De Wit in een interview met mede-eigenaar José Perik.

Lees ook:

Geplaatst in Flexdata, In de branche | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor Generieke uitzenders versus flexspecialisten: een uitzendwereld van verschil

Urenregistratie met oog op de komst van de Wtta: hoe zit het ook alweer?

Hoe registreer ik de gewerkte uren?

In de uitzendsector, waar veel met wisselende uren wordt gewerkt, is een goede urenregistratie noodzakelijk. Een goede urenregistratie leidt niet alleen tot een juiste verloning richting uw uitzendkracht, maar zorgt er ook voor dat de facturering richting opdrachtgevers op een correcte en volledige wijze gebeurt.

Daarnaast geeft het een goed inzicht in de aanwezigheid van uw werknemers, en dus ook in diens afwezigheid bij eventuele verlof en/of ziekte momenten. Wel zo belangrijk aangezien dit de betrouwbaarheid van uw onderneming laat zien en daarmee de mate van professionalisering van het proces.

Is een urenregistratie verplicht?

De Nederlandse Arbeidstijdenwet (ATW)
De arbeids- en rusttijden van werknemers moeten wel geregistreerd worden, maar er staat niet bij aan welke eisen de registratie moet voldoen. Iedere werkgever kan vanuit deze wet dus zijn eigen invulling aan geven.

De factuurvereisten uit hoofde van de wet op de omzetbelasting
Ook de factuur die u aan uw opdrachtgever stuurt dient aan eisen te voldoen. Zo dient u als u uitzendondernemer bent en dus diensten levert het volgende op te nemen op de factuur:

  • welke diensten u hebt geleverd en de omvang ervan (Bijvoorbeeld 1 uur hovenierswerk);
  • de datum waarop diensten zijn geleverd;
  • het bedrag dat u in rekening brengt, exclusief btw;
  • de eenheidsprijs.

Bovenstaande betekent dus eigenlijk al dat u een adequate urenregistratie dient bij te houden uit hoofde van de omzetbelastingwetgeving. Immers kunt u eenheidsprijzen ook vertalen als uur soorten. Er staat daarbij nog niets over het registreren van tijd.

De CAO vereisten uit hoofde van de CAO voor uitzendkrachten
Op het moment dat uitzendondernemingen de CAO voor uitzendkrachten moeten toepassen, wat het geval is bij leden van de ABU of de NBBU dan wel ingeval van een AVV (Algemeen verbindend verklaarde CAO) of incorporatie in de arbeidsovereenkomst.
Zegt de CAO in artikel 8 Tijdverantwoording van de CAO daar het volgende over:

  1. De uitzendonderneming informeert de uitzendkracht over de wijze van verantwoording van de gewerkte uren. Deze tijdverantwoording bevat het aantal normale, toeslag- en/of overwerkuren en wordt schriftelijk vastgelegd.
  2. De tijdverantwoording wordt naar waarheid ingevuld. De uitzendkracht heeft inzage in de oorspronkelijke tijdverantwoording en ontvangt op verzoek een afschrift daarvan.
  3. Bij een geschil over de tijdverantwoording, ligt de bewijslast over het aantal gewerkte uren bij de uitzendonderneming.

Uit hoofde van de CAO dienen normale, toeslag- en/of overwerkuren en schriftelijk vastgelegd te worden. De wijze waarop dat gebeurd is echter vormvrij zolang de uitzendonderneming bij een geschil kan bewijzen dat de urenregistratie klopt.

Wat zien we in de praktijk?

In de praktijk zien we een grote diversiteit in de wijze waarop de gewerkte uren worden geregistreerd.

Dat varieert van keurig gedigitaliseerde systemen tot aan mailtjes afkomstig van de opdrachtgever waarin staat dat de betreffende werknemer de afgelopen week 35 uren heeft gewerkt. Ook maken we mee dat gewerkte uren enkel telefonisch worden doorgegeven. Een summiere basis voor een adequate urenregistratie.

Ondernemingen die gecertificeerd zijn op het SNA Keurmerk (NEN 4400 norm) door een inspectie – instelling als Bureau Cicero zijn gewend getoetst te worden op de juiste toepassing van de CAO voor uitzendkrachten. Zo wordt getoetst of in de schriftelijke vastlegging van de tijdverantwoording een onderscheid kan worden gemaakt in normale, toeslag- en/of overwerkuren. Op die manier kan de inspecteur de toepassing van toeslagen controleren.

Wat gaat er veranderen met de komst van de Wtta?

Met de komst van de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta), welke een jaar is uitgesteld, krijgen ondernemingen zoals die van u wat meer de tijd om alles vooraf goed te regelen. Dat is positief nieuws.

Ongeacht het feit dat het nu al voor iedere werkgever verplicht is een correcte en volledige urenregistratie te hebben, wordt hier juist ook in het verplichte toelatingsstelsel door inspectie – instellingen als Bureau Cicero op getoetst. In het concept normenkader is opgenomen dat de opgave van de door de arbeidskrachten gewerkte uren juist, volledig en tijdig is verwerkt in de urenregistratie.

In de het concept normenkader van de Wtta zijn daarin vooralsnog de volgende vereisten opgenomen:
De methode van urenregistratie is sluitend en maakt controle daarop mogelijk.
De werkbriefjes, elektronische gegevensuitwisseling en facturen moeten
daarom minimaal zijn voorzien van de volgende gegevens:

  • naam arbeidskracht;
  • week-, periode- of maandnummer van verrichte arbeid;
  • aantal gewerkte uren (op de factuur);
  • begin-en eindtijd per dag of shift inclusief eventuele niet betaalde pauzes
    (niet op de factuur);
  • locatie werkplek (niet op de factuur). Bij arbeidskrachten zonder vaste
    werkplek is dit de plek van degene van de inlener.

Wij raden u dan ook aan om te beoordelen of uw huidige systematiek van urenregistratie voldoet aan deze vereisten. Op het moment dat dat niet het geval is doet u er goed aan tijdig aanpassingen door te voeren. In veel gevallen zult u daarover ook in gesprek moeten met uw opdrachtgever, want met de komst van de Wtta bent u daar samen verantwoordelijk voor.

Bureau Cicero en Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta)

Bureau Cicero is als inspectie – instelling aangesloten bij de gesprekken die plaatsvinden in de privaat- publieke samenwerking met het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid (SZW). Als partner voor de sector begrijpen wij de uitdagingen waar u en de branche voor staan. Wij staan klaar om te helpen en mee te denken over mogelijke oplossingen in deze uitdagende tijd. Als u meer wilt weten of behoefte heeft aan verdere toelichting, neem dan gerust contact met ons op. We helpen u graag om u te ondersteunen in deze transitieperiode.

Geplaatst in Branchenieuws, In de branche, Nieuws | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor Urenregistratie met oog op de komst van de Wtta: hoe zit het ook alweer?

Randstad oprichter Frits Goldschmeding (90) overleden

Goldschmeding richtte Randstad op in 1960 na het schrijven van een scriptie over tijdelijk werk als onderdeel van zijn masterdiploma in economie. Hij bekleedde 38 jaar lang de functie van CEO, groeide het bedrijf en lobbyde actief om het imago van de uitzendbranche te verbeteren en de juridische positie van uitzendkrachten te versterken. In 1999 trad hij toe tot de Raad van Commissarissen van Randstad N.V. en ging in 2011 met pensioen.

Nadat hij jaren in het bestuur van brancheorganisatie ABU had gezeten werd hij bij zijn afscheid benoemd als erevoorzitter. Bij het 35-jarig jubileum van de Randstad Groep werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Daarnaast ontving hij eredoctoraten aan van de Universiteit van Rochester en Nyenrode Business Universiteit.

In 2015 richtte hij de Goldschmeding Foundation. Deze stichting zet zich in voor het verbeteren van de manier waarop mensen werken en samenwerken, in de overtuiging dat als we elkaars belangen dienen, we samen werken aan een betere wereld. Met haar kennis, financiering en netwerk ondersteunt de Goldschmeding Foundation veelbelovende initiatieven met aantoonbare maatschappelijke impact.

Cruciaal

“Goldschmeding richtte in 1960 niet het eerste, maar wel het succesvolste Nederlandse uitzendbureau op.” zo reageert FlexNieuws hoofdredacteur Wim Davidse op zijn overlijden. “Dat was te danken aan zijn visie op en diepe inzicht in economie en werk, gekoppeld aan gedreven ondernemerschap en organisatievermogen. Een onvergetelijk bijzondere man, die cruciaal is geweest voor de Nederlandse en internationale flexbranche.”

Verlies van visionair

Sander van ’t Noordende, CEO van Randstad, merkt op: “Met het overlijden van Frits verliezen we een groot visionair en een prachtige, inspirerende persoonlijkheid” zegt Sander van ’t Noordende, CEO van Randstad. “Frits richtte Randstad op met sterke gemeenschapswaarden en zijn nalatenschap leeft voort in ons allemaal. Zijn impact op onze industrie en bijdrage aan de ontwikkeling van flexibel werken en HR-diensten zijn wereldwijd zichtbaar. Hij zal zeer gemist worden door degenen die de eer hadden hem te leren kennen en met hem samen te werken. Dit is een zeer trieste dag voor Randstad en we blijven denken aan Frits’ familie. Frits richtte Randstad op met de inzet om ervoor te zorgen dat duurzaamheid op de lange termijn altijd centraal staat binnen het bedrijf. Dit leidde tot de kernwaarden van Randstad – kennen, dienen, vertrouwen, streven naar perfectie en het gelijktijdig bevorderen van alle belangen – die nog steeds de basis vormen van onze sterke, mensgerichte cultuur.”

Geplaatst in Bedrijfsnieuws, In de branche | Reacties uitgeschakeld voor Randstad oprichter Frits Goldschmeding (90) overleden

Temper- en Helpling-zaak tonen aan: onzelfstandige arbeid hoort thuis in een arbeidsovereenkomst

Eerst Helpling, het (inmiddels failliete) digitale prikbord voor schoonmaakhulpen. Vakbond FNV heeft de rechter gevraagd te bepalen dat er tussen Helpling en de schoonmakers sprake was van een reguliere arbeidsovereenkomst of een uitzendovereenkomst.

In 2019 oordeelde de kantonrechter dat er sprake was van arbeidsovereenkomsten tussen de schoonmakers en de huishoudens (en Helpling dus slechts bemiddelaar was).

In 2021 oordeelde het Gerechtshof in Amsterdam echter anders: Helpling en de schoonmakers hebben uitzendovereenkomsten, waarbij de huishoudens optraden als inlener. Begin deze maand kwam advocaat-generaal (AG) De Bock met haar advies aan de Hoge Raad: Helpling is geen uitzendbureau – ‘het oordeel van het hof dat sprake is van een uitzendovereenkomst kan niet in stand blijven’.

In haar redenering maakt zij hierbij overigens een bijzondere juridische sprong. Volgens de Europese Uitzendrichtlijn moet de inlener een economische activiteit verrichten (en is een particulier huishouden dus geen inlener). Maar dit staat niet in de Nederlandse wetgeving (definitie uitzendovereenkomst). De AG vindt het onwenselijk dat dit uiteenloopt. Dus perkt zij de reikwijdte in tot zakelijke inleners. Ik begrijp de redenering, maar ze gaat daarmee op de stoel van de wetgever zitten en dat kan natuurlijk niet. Ik denk dan ook dat de Hoge Raad – uitspraak is (voorlopig) bepaald op 6 december 2024 – hier niet in mee zal gaan.

Relevant is dat volgens de AG Helpling geen uitzendbureau is en er dus maar één optie resteert: er is sprake van een reguliere arbeidsovereenkomst tussen Helpling en de schoonmakers. Zij zit daarmee op het spoor dat sprake is van onzelfstandige arbeid waarbij er geen gezagsrelatie is tussen schoonmaker en inlener, dus moet er wel sprake zijn van een gezagsrelatie (en dus arbeidsovereenkomst) tussen Helpling en de werkende.

Dat er door rechters zo verschillend wordt geoordeeld in de Helpling-zaak geeft aan dat het beoordelen van platformwerk moeilijk is, waarbij de ene rechter de weegschaal naar de ene kant laat doorslaan en de andere naar de andere kant.

Temper: slim opgezette constructie

Dat blijkt wel uit de uitspraak van de Rechtbank Amsterdam eerder deze maand: Temper is geen uitzendbureau. Ook hierbij heeft de vakbond FNV (en CNV) bij de rechter willen afdwingen dat de werkers geen zelfstandigen zijn maar uitzendkrachten van Temper. De rechter stopt echter bij het oordeel dat geen sprake is van een uitzendovereenkomst, omdat volgens de rechtbank geen sprake is van formeel werkgeversgezag van Temper. De werkelijke vraag – zijn deze werkers echt zelfstandig – wordt niet beantwoord.

Temper, een platform voor klussen in de horeca, logistiek en detailhandel, is er wat mij betreft in geslaagd een slimme constructie op te zetten. Op precies de juiste onderdelen wordt het zelfstandig ondernemerschap benadrukt én – belangrijker nog – weet Temper zich in te houden in wat zij dwingend voorschrijft en regelt. De rechtbank heeft deze constructie gevolgd en het lijstje met punten afgewerkt die aantonen dat Temper geen uitzendwerkgever is.

Zo ontbreken disciplinaire maatregelen vanuit Temper, is er geen verplichting voor de werkers om de werkzaamheden persoonlijk te verrichten (vrije vervanging) en er is geen rechtstreekse loonbetaling door Temper aan de werkers (dat doen de opdrachtgevers, via een derde). De afweging door de rechter van de plussen en minnen is in dit geval in het voordeel van Temper uitgevallen.

Wat Temper doet is juridisch zuiver, maar de uitkomst strookt – als je uitzoomt – niet met wat er werkelijk gebeurt: het bij elkaar brengen van vraag en aanbod van werk, dat vervolgens onder gezag van de inlener wordt verricht. Het is dan ook zeer de vraag hoe deze kwestie in hoger beroep uitvalt. Daarbij is nog het volgende van wezenlijk belang.

De rechter zegt uitdrukkelijk niet dat de werkers zelfstandigen zijn en dat het volledige model van Temper klopt. De uitspraak van de rechter gaat over de constructie, niet over de inhoud. Door de goed opgezette constructie van Temper ligt echter het risico vooral bij de klanten van Temper en niet bij Temper zelf.

Welke kant slaat de weegschaal uit?

De link tussen beide zaken is dat er in beide gevallen iets wringt, namelijk dat sprake is van onzelfstandige arbeid die buiten de arbeidsovereenkomst wordt gehouden. En de redenering van AG De Bock (in de Helpling-zaak) is wat mij betreft geheel juist, dat onzelfstandige arbeid thuishoort in een arbeidsovereenkomst. Welke route of constructie je ook kiest, als een van de werkverschaffende partijen gezag houdt over het werk dat de werkende uitvoert, dan schrijft de wet dwingend voor dat die arbeid krachtens arbeidsovereenkomst wordt verricht. Die arbeidsovereenkomst bestaat dan hetzij met de inlener, hetzij met de uitlener. Afhankelijk van hoe je die rolverdeling duidt slaat de balans door naar de ene kant, een andere keer naar de andere kant. Daarmee blijft het bemiddelen van mensen die onzelfstandige arbeid verrichten én het inlenen daarvan risicovol, als dit niet wordt gedaan binnen het uitzendregime. Dat geldt nu al, maar zeker als vanaf 1 januari 2025 het handhavingsmoratorium vervalt en de Belastingdienst weer boetes en naheffingen gaat opleggen bij schijnzelfstandigheid.

Dit is een bijdrage van Maarten Tanja (Köster advocaten).

Geplaatst in Branchenieuws, In de branche | Tags , , , , , , , | 2s Reacties

FlexNieuws TOP 100: detacheerders doen het veel beter dan gemiddeld

Vorige week publiceerden we onze eerste FlexNieuws TOP 100. De omzet van deze honderd flexbureaus – goed voor 46% van de totale flexbranche – geven een getrouw beeld van de ontwikkelingen in de markt. De verschillen tussen de typen flexbureaaus (uitzenden, detachering, brokers/MSP, zzp-bemiddeling) zijn echter groot. Zo presteren detacheerders veel beter dan gemiddeld in de flexbranche.

 

Ondernemersgeest en strategie

Onder de honderd deelnemers aan de FlexNieuws TOP 100 tellen we 22 detacheerders. Op één na – TecqGroep (-3,4%) boekten alle detacheerders omzetgroei in 2023 (ten opzichte van 2022). Just Good People springt eruit met en verdubbeling van de omzet vorig jaar (€ 11,9 miljoen). Met een goede ondernemersgeest en strategie slaagt de scale up erin de logistieke sector als geen ander te bedienen.


Het is natuurlijk ook gemakkelijker om snel te groeien als je nog relatief klein bent. Maar ook de meeste middelgrote detacheerders boekten groei met dubbele cijfers; Blue Ocean Staffing (Techsharks/Orcatech/Special Ops/iSprout) (+39%), Joinuz (30%), Compagnon (+21%) – om maar een paar te noemen.

En ook de grote jongens op de detacheringsmarkt zien hun omzetten ondanks de concurrentie van de kleinere spelers nog altijd groeien. Met een omzet van € 368 miljoen boekte Maandag NL een omzetgroei van +6,4%, een keurig resultaat voor een bedrijf van die omvang. Bekende, grote detacheerders als Brunel Nederland ( € 213 miljoen (+12%)) en YER (€ 365 miljoen (+12,3%)) boekten zelfs dubbelcijferige groei.

De detacheerders die deelnamen aan de FlexNieuws TOP 100 – overigens opvallend vaak actief in de sectoren Techniek, IT en overheid/zorg – kenden in 2023 een gemiddelde omzetgroei van 10,3%. En dat is meer dan de gemiddelde omzetgroei van de totale flexbranche (6,1%).

Van omzetgroei naar omzetkrimp

Maar er is een kentering gaande. Na een topjaar 2022 (hersteljaar na coronacrisis) is de groei van de flexbranche in 2023 flink afgevlakt. Dat geldt ook voor detachering.

Steeg de omzet in de detacheringsbranche over heel 2022 gemiddeld nog met 18%, in 2023 vlakte die omzetgroei kwartaal op kwartaal af; van +11% in Q1 2023, +8% Q2, 7% in Q3 tot een magere +3,5% in het laatste kwartaal van 2023, zo blijkt uit de VvDN MarktMonitor. De omzetgroei is zelfs omgeslagen naar omzetkrimp; in het eerste kwartaal van 2024 daalde de gemiddelde omzet van Nederlandse detacheerders met -2,7% ten opzichte van hetzelfde kwartaal in 2023.

Op 12 augustus a.s. komen de cijfers uit de VvDN-MarktMonitor over het 2e kwartaal van dit jaar. Dan zal blijken of de daling doorzet (of niet).


Lees ook: Omzet flexbranche in het eerste kwartaal toch weer gegroeid

Geplaatst in Branchenieuws, In de branche | Tags , , , , | Reacties uitgeschakeld voor FlexNieuws TOP 100: detacheerders doen het veel beter dan gemiddeld