Maandelijkse archieven: maart 2025

Aanpak misstanden arbeidsmigratie: komt oplossing tóch uit de polder?

Van Hijum (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) draait met nieuwe wetgeving de uitzendsector de duimschroeven aan om misstanden rond arbeidsmigranten tegen te gaan. Deels terecht, bonafide uitzenders zien de malafide ‘collega’s’ ook liever verdwijnen. Maar strengere wetgeving voor uitzenders is maar een oplossing voor de helft van het probleem.

Dat er misstanden plaatsvinden met arbeidsmigranten is duidelijk. Overlast in woonwijken door arbeidsmigranten die onder erbarmelijke omstandigheden zijn gehuisvest, uitbuiting van chauffeurs uit Kirgizië die veel te lang achter het stuur moeten zitten, onderbetaling van Oost-Europeanen in de land- en tuinbouw en distributiecentra, tot aan verhalen over uit huis gezette arbeidsmigranten die moeten aankloppen bij de daklozenopvang – de bijna dagelijks nieuwsberichten tonen een belabberd beeld van arbeidsmigratie in Nederland. De situatie voor buitenlandse werknemers in slachthuizen is zelfs zo ernstig dat de minister Van Hijum (SZW) een uitzendverbod overweegt voor de vleesverwerkende sector.

‘Nederland moet geen lage-lonen-land willen zijn’

Thierry Aartsen

De politiek, van links tot rechts, vindt inmiddels dat arbeidsmigratie beperkt dient te worden. Linkse partijen volgen de lijn van vakbond FNV, die oneerlijke concurrentie op arbeidskosten vreest. Goed geregelde arbeidsvoorwaarden van Nederlandse werknemers worden ondermijnd door goedkope arbeid uit het buitenland. Maar ook vanuit liberale zijde, in principe voorstanders van de open markteconomie, klinkt de roep arbeidsmigratie aan banden te leggen. In een visiestuk stelt VVD’er Thierry Aartsen dat er sprake is van ‘een schaduwzijde aan ongebreidelde arbeidsmigratie’.

’Wie hebben we eigenlijk nodig? Wie kunnen we goed gebruiken om ons land welvarend te houden?,’ vraagt Aartsen zich af. En daar zit natuurlijk de crux. Die politieke discussie is al langer gaande. Moeten we in onze moderne economie nog wel laagbetaalde, arbeidsintensieve sectoren willen behouden? Vanuit oudsher heeft Nederland bijvoorbeeld een sterke agrarische sector, maar ons dichtbevolkte land loopt daarmee ook tegen grenzen aan – denk aan stikstof. Nederland loopt vast, er zijn te weinig woningen, en de komst van arbeidsmigranten maakt die problemen eerder groter dan kleiner.

“Nederland moet geen lage-lonen-land willen zijn”, zo zei de vorige minister van SZW Karien van Gennip al. “We hebben echt een probleem als het voor werkgevers aantrekkelijker is om drie medewerkers uit Oost-Europa te halen, dan te investeren in een robot. De lusten van goedkope arbeid zijn voor de werkgever, terwijl de samenleving de lasten draagt. Dat moet eerlijker. De overheid heeft daar (..) een leidende rol in en moet het niet alleen aan de markt overlaten.”

Balans in arbeidsmigratie

Jurriën Koops

Aan de basis van het nieuwe arbeidsmigratiebeleid staan twee rapporten. Eind 2023 kwam de Adviesraad Migratie in haar adviesrapport tot de conclusie dat arbeidsmigratie tot 2040 nodig is (door vergrijzing), maar daarna voor (maatschappelijke) problemen kan zorgen. En in het in 2024 verschenen rapport ‘Gematigde groei’ pleit de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050 ervoor te sturen op een gematigde groei van de bevolking naar 19 tot 20 miljoen mensen in 20250. Ook zij trekt de conclusie dat arbeidsmigratie (tijdelijk) helpt om problemen (tekort aan arbeidskrachten, red.) te verlichten. De redenering: zonder voldoende mensen staat onze welvaart onder druk en lopen maatschappelijke transities vast. De ABU speelt daarop in met de publicatie van een eigen visie ‘Brede welvaart heeft baat bij goed georganiseerde arbeidsmigratie’. ABU-directeur Jurriën Koops stelt in een blog: ‘We hebben meer regie nodig over wat belangrijk is voor onze economie en welvaart. Er moet een betere balans komen tussen de voordelen voor de economie en de maatschappelijke kosten. Dit vraagt om goed werkgeverschap, met fatsoenlijke leef- en werkomstandigheden voor arbeidsmigranten, en meer aandacht voor sociale en maatschappelijke inclusie. Arbeidsmigratie moet onderdeel worden van een strategisch arbeidsmarktbeleid.’ Koops erkent daarbij dat er keuzes gemaakt moeten worden die ‘ongetwijfeld pijn’ gaan doen, ook voor de uitzendbranche.

Aanleiding toelatingsstelsel (Wtta)

Want de politiek heeft bij de drang misstanden rondom arbeidsmigratie aan te pakken alle pijlen gericht op de uitzendbranche. De aanleiding voor nieuwe wetgeving is het in 2020 verschenen rapport ‘Geen tweederangsburgers. Aanbevelingen om misstanden bij arbeidsmigranten in Nederland tegen te gaan’ van het Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten (beter bekend als Commissie Roemer). Hierin wordt onder meer gepleit voor een verplichte certificering van uitzendbureaus. Achtereenvolgens Koolmees, Van Gennip en Van Hijum hebben als minister van SZW hierop voortgeborduurd.

De aanbevelingen van de Commissie Regulering van Werk (Borstlap) vormen samen met de aanbevelingen van de Commissie-Roemer dan ook de basis voor strengere wetgeving voor uitzenden. Meer specifiek: het tegengaan van misstanden rondom arbeidsmigranten die als uitzendkracht werken. Dat is wat Den Haag met de Wet Toelating Terbeschikkingstelling van Arbeidskrachten (Wtta) wil bereiken. Maar het is onduidelijk wanneer dit toelatingsstelsel zal ingaan, nadat eind vorig jaar Van Hijum tot zijn spijt opnieuw de invoering van de Wtta moest uitstellen. Toch twijfelt niemand eraan dat het toelatingsstelsel voor intermediairs er op enig moment gaat komen.

Ruim helft arbeidsmigranten is geen uitzendkracht

Lost dit het probleem van misstanden met arbeidsmigranten op? Nee, want de meeste arbeidsmigranten zijn helemaal geen uitzendkrachten, zo komt naar voren uit een onderzoek door KBA Nijmegen in opdracht van de ABU en NBBU (zie afbeelding hieronder). Uit hun factsheet blijkt dat er ruim 950.000 arbeidsmigranten werken voor Nederlandse bedrijven, waarvan het merendeel (53%) niet als uitzendkracht. Die zijn dus gewoon direct geworven door het bedrijf waar zij in Nederland werken. Het beeld dat misstanden rondom arbeidsmigranten zouden zijn opgelost als er meer en strengere maatregelen zouden komen voor uitzenders, klopt dus slechts gedeeltelijk.

Toch is de het toelatingsstelsel uitsluitend op het weren van malafide uitzenders gericht. Niet voor niets kwamen er eerder al zeer kritische reacties vanuit de flexbranche, waarin de algemene opinie is dat ‘deze sleepwet haar doel voorbij schiet’. Zo wijst HeadFirst Group erop dat in grote delen van de (flexibele) arbeidsmarkt – zoals detachering, consultancy, interim-management en de intermediaire dienstverlening voor hoger opgeleide professionals – er überhaupt geen sprake is van de inzet van arbeidsmigranten (en dus ook niet van huisvestingsproblematiek, onderbetaling en uitbuiting van deze doelgroep). ‘Dit zijn ondernemingen die in beginsel niets te maken hebben de problemen die genoemd worden in het rapport van de Commissie-Roemer (dat aanleiding was voor de WTTAred.).’ Toch gaat de Wtta ook voor die intermediairs gelden – zij doen immers ook aan ter beschikking stellen van arbeid – en zal het ook voor hen leiden tot extra kosten, administratieve lasten en meer regeldruk.

Korte conclusie: de Wtta raakt ook (bonafide) intermediairs die geen arbeidsmigranten bemiddelen en treft niet werkgevers die arbeidsmigranten direct in dienst nemen.

Bron: ABU/NBBU

Arbeidsmigranten zijn wel degelijk een zeer belangrijke doelgroep voor uitzendorganisaties. Volgens SEO Economisch Onderzoek vormen arbeidsmigranten inmiddels circa 33% van de totale populatie uitzendkrachten (zie afbeelding hieronder). De Uitzendmonitor van SEO stelt dat er steeds meer arbeidsmigranten in Nederland werkzaam zijn onder een uitzendcontract. In de periode 2007-2022 is hun aandeel met 20 procentpunt toegenomen.

Bron: SEO

Plan verbod inhouding huisvestingskosten valt niet goed

Als het aan de huidige minister ligt kan strengere wetgeving voor uitzenders die arbeidsmigranten bemiddelen niet snel genoeg gaan. Van Hijum gaat vol op het orgel en kondigde in februari dit jaar nog een verbod op inhoudingen op het minimumloon voor huisvesting aan. De inhoudingsmogelijkheid voor huisvesting kan een verdienmodel in de hand werken waarbij arbeidsmigranten worden uitgebuit, zo stelt Van Hijum. Dat leidde direct tot felle reacties uit de uitzendbranchePeter Loef, Programmamanager Arbeidsmigratie bij de ABU, stelt dat hierdoor ‘de betaling van huisvestingskosten door de arbeidsmigranten weer onder de radar verdwijnt’. Volgens Loef zijn we hierdoor terug bij de situatie van voor de invoering van de Wet Aanpak Schijnconstructies (WAS), terwijl juist het realiseren van transparantie en controleerbaarheid een van de doelstellingen was.”

Eddy van Hijum

Loef vindt dat de minister de verkeerde richting kiest, die zelfs kan leiden tot meer malafide huisjesmelkers, slechtere omstandigheden voor arbeidsmigranten en een toename van dakloze arbeidsmigranten die moeten aankloppen bij het Leger des Heils ‘. Daar komt nog bij dat de minister volledig voorbijgaat aan het Prijs-Kwaliteitsysteem voor huisvesting (PKS) dat sinds 1 januari jl. in de CAO voor Uitzendkrachten is opgenomen. Dit PKS moet zorgen voor correcte, transparante inhouding van huisvestingskosten op het loon van de uitzendkracht. De ABU en NBBU werken dus zelf ook aan meer transparantie en betere huisvesting van arbeidsmigranten.

Van Hijum negeert echter de kritiek uit de sector en houdt vast aan zijn plan.

Detachering derdelanders blijft een probleem

Toch is er zeker ook wetgeving die wel degelijk zijn vruchten afwerpt. De Herziene Detacheringsrichtlijn – bedoeld om oneerlijke concurrentie op arbeidskosten in de EU tegen te gaan – heeft de arbeidsvoorwaarden en – omstandigheden van buitenlandse gedetacheerde werknemers verbeterd, zo blijkt uit een evaluatie door de Europese Commissie. Tegelijkertijd blijft de beruchte A1-verloning, zeker bij derdelanders (werknemers van buiten de EER+), nog altijd een groot probleem. Koops noemt die A1-constructie eerder al de ‘bermudadriehoek van de arbeidsmarkt’, een grote verdwijntruc van werknemersrechten’. Zo blijven er mazen in de wet waar malafide partijen doorheen glippen.

Van Hijum blijft echter de strijd aangaan en heeft zijn belofte om ‘oneigenlijke detachering van derdelanders hoog op de EU-agenda te zetten’ onlangs waargemaakt door zijn oproep voor duidelijkere Europese regels voor gedetacheerde arbeidsmigranten van buiten de EU. De minister neemt zelf ook stappen om oneigenlijke detachering van derdelanders tegen te gaan en verwacht de Kamer hierover in de zomer van 2025 te kunnen informeren. Dit als onderdeel van zijn aangekondigde ‘nieuwe aanpak arbeidsmigratie’ – een strategie met een pakket aan maatregelen die moet leiden tot selectievere (lees: minder) inzet van arbeidsmigranten. Het eindrapport met concrete beleidsopties wordt in juni 2025 verwacht.

Oplossing toch uit de polder?

De minister wil dus haast maken met het arbeidsmigratiedossier. En zijn ergernis over het feit dat de invoering van het toelatingsstelsel nog langer op zich laat wachten wordt gedeeld door de Tweede Kamer. Bijna alle fracties in de Tweede Kamer roepen de minister op om in de tussentijd alvast stappen te ondernemen. Thierry Aartsen (VVD) pleit intussen voor het breder toepassen van de keurmerken SNA (Stichting Normering Arbeid) en SNF (huisvesting).

Van Hijum is het met hem eens dat een privaat certificaat beter is dan helemaal niets en is bereid om in de aanloopfase naar de inwerkingtreding van de Wtta te kijken of dat keurmerk toch niet gebruikt kan worden als een soort eerste, voorlopige waterscheiding. Bijvoorbeeld door bedrijven op basis van het SNA-certificaat toegang te geven tot de Wtta. De ABU stelt zich constructief op en komt samen met de Stichting Normering Arbeid (SNA) met een Wtta pre-audit. Dit helpt uitleners inzicht te krijgen in hun naleving van de nieuwe wet en biedt inspectie-instellingen de kans om ervaring op te doen met het Wtta-toetsingskader.

Want linksom of rechtsom: het lijkt erop dat uiteindelijk de aanpak van misstanden rond arbeidsmigratie via de beproefde polder moet gebeuren. De uitzendbranche heeft de politiek nodig en de politiek heeft de branche nodig om malafide uitzenders te stoppen. Vraag blijft, zijn daarna dan de andere malafide werkgevers (niet-intermediairs) aan de beurt?

Lees ook:

Geplaatst in In de branche | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor Aanpak misstanden arbeidsmigratie: komt oplossing tóch uit de polder?

‘Bijna 10.000 bedrijven extra failliet in West-Europa door handelsoorlog’

Nederland

Na de grote stijging van het aantal faillissementen in 2023 (+52%) en 2024 (+31%) lijkt de situatie in Nederland te normaliseren. Johan Geeroms, Director Risk Underwriting Benelux van Allianz Trade: “Nog altijd verwachten we voor dit jaar een kleine 4.500 faillissementen in Nederland. Het klopt dat de sterke groei van de faillissementen afneemt, maar het valt te bezien wat de impact is van de Amerikaanse maatregelen. De VS is onze vijfde belangrijkste handelspartner. De handelsbelemmeringen raken ons direct, maar vooral ook indirect. Als een land als Canada geraakt wordt door Amerikaanse maatregelen, kan dat een rem zijn op de vraag naar Nederlandse exportproducten. Een aantal sectoren is echt kwetsbaar hierdoor.”

Het onderzoek van Allianz Trade voorziet voor 2026 voor Nederland enig herstel, maar Geeroms houdt liever nog een slag om de arm. “De grillige ingrepen van Trump kunnen zowel de Amerikaanse economie als die van Europa hard raken. Een open handelsland als Nederland gaat dat zeker voelen. Al langere tijd kwakkelt de economie in Europa. Ondertussen stijgen loonkosten en blijven de kosten voor energie hoog. Veel bedrijven moeten dealen met minimale marges. De lijn tussen overleven of failliet gaan is voor veel bedrijven flinterdun. Als dan ook nog eens de vraag terugvalt door Amerikaanse maatregelen, kan dat net de druppel zijn die de emmer doet overlopen.” 

Toename bedrijfsinsolventies 

Zoals verwacht kende 2024 opnieuw een snelle en brede toename van het aantal bedrijfsinsolventies, waardoor de meeste geavanceerde economieën 2025 zijn begonnen met bedrijfsinsolventies die al ver boven de pre-pandemische cijfers lagen. Volgens Allianz Trade steeg het aantal bedrijfsinsolventies vorig jaar wereldwijd met +10% (van +7% in 2023) en eindigde het 12% boven het gemiddelde niveau van 2016-2019. 

Stijging bedrijfsinsolventies zet door in 2025-2026

Vooruitkijkend verwachten de experts van Allianz Trade dat het aantal wereldwijde bedrijfsinsolventies in 2025 en 2026 opnieuw zal stijgen, wat zou resulteren in 5 opeenvolgende jaren van stijgende insolventies (2022 – 2026).

“Wij verwachten dat het aantal bedrijfsinsolventies wereldwijd zal stijgen met +6% in 2025 en +3% in 2026. Deze opwaartse bijstelling is het gevolg van het risico op de uitgestelde verlaging van de rentetarieven, de toegenomen onzekerheid en de zwakke vraag. Relatief hoge rentetarieven zouden sectoren en bedrijven met een hoge schuldenlast onder druk kunnen zetten, evenals sectoren en bedrijven met specifieke uitdagingen op het gebied van financiering – zoals de groene transitie, AI-competitie of fricties in de toeleveringsketen. Tegelijkertijd kan aanhoudende onzekerheid bedrijven in een afwachtende houding laten staan, wat kan leiden tot verminderde activiteit ten nadele van bedrijven die toch al kwetsbaar zijn,” legt Aylin Somersan Coqui, CEO van Allianz Trade, uit. 

Hoge rentetarieven

Meer krediet kan het aantal bedrijfsinsolventies helpen terugdringen door bedrijven liquiditeit te verschaffen om hun schuldverplichtingen na te komen, hun activiteiten voort te zetten en te investeren in groei. Toegang tot krediet stelt bedrijven in staat om schulden te herfinancieren, inkomstentekorten te overbruggen en faillissementen te voorkomen, vooral tijdens economische recessies. 

Hoewel Allianz Trade verwacht dat de rente zowel in Europa als in de VS zal dalen, kunnen inflatoire risico’s, vooral in de VS, een bedreiging vormen voor renteverlagingen. Als de leenkosten stijgen en krediet minder toegankelijk wordt, kan dit leiden tot een vertraging van de kredietgroei, krappere financiële voorwaarden en een groter risico op wanbetaling voor bedrijven met een hoge schuldenlast. Volgens schattingen van Allianz Trade leidt een daling van de kredietverlening met 1% tot een stijging van het aantal insolventies in de komende 3 maanden met ongeveer +3% in de VS, +0,4% in Duitsland, +1% in het VK en 2% in Frankrijk.

Handelsoorlog

Maar volgens Allianz Trade is het belangrijkste opwaartse risico de dreigende handelsoorlog. “Onze insolventievooruitzichten kunnen verslechteren als de Europese economie zwakker presteert dan verwacht, met een sterker gebrek aan momentum, of als er sprake is van een zwakkere veerkracht in APAC en grotere tegenwind vanuit China, evenals als de vooruitzichten voor de VS verder verslechteren. Geopolitiek zou ook een belangrijke factor van turbulentie kunnen zijn, met de aanhoudende conflicten in Rusland-Oekraïne en het Midden-Oosten, spanningen in de Zuid-Chinese Zee en politieke onzekerheden over Taiwan. 

“Een volwaardige handelsoorlog zou onze insolventieprognose met nog eens +2,1pp en +4,8pp doen stijgen, wat betekent dat het aantal bedrijfsinsolventies wereldwijd met respectievelijk +7,8% en +8,3% zou toenemen in 2025 en 2026. Voor 2025-2026 zou dit neerkomen op +6.800 extra gevallen in de VS en +9.100 in West-Europa” , eindigt Maxime Lemerle, Lead Analyst for insolvency research bij Allianz Trade.”

Geplaatst in Arbeidsmarktdata, In de wereld | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor ‘Bijna 10.000 bedrijven extra failliet in West-Europa door handelsoorlog’

Interview met Susanne Hansen-Hamelink Directeur People & Culture ManpowerGroup Nederland: ‘Betrokkenheid creëren’

Serie HR-directeuren in de flexbranche
Femke van Soest voert een serie gesprekken met HR-directeuren in de flexbranche. Daarin vraagt ze naar hun visie op thema’s die spelen op het terrein van HR en de arbeidsmarkt en in hun werkomgeving.

Waarom heb je voor de flexbranche gekozen?

“Vanaf kinds af aan droomde ik al van aspecten van dit vak. Op de basisschool zat ik in de leerlingenraad en kreeg ik de kans een bezoek te brengen aan de Tweede Kamer in Den Haag en mee te werken aan het Jeugdjournaal. De relatie tussen werknemer en werkgever heeft mij altijd geboeid. Natuurlijk heb ik ook weleens nagedacht over andere rollen in organisaties, meer in de business, maar mijn passie voor het HR-vak heeft mij iedere keer weer doen besluiten daar trouw aan te blijven. Wel heb ik diverse HR-rollen vervuld in verschillende sectoren, waaronder de Logistiek, High Tech industrie en Retail & detailhandel.”

“Toen ik werd benaderd voor deze rol bij Manpower Group Nederland was ik meteen geïnteresseerd. Grappig en bijzonder was de reactie van mijn echtgenoot, die in het verleden in de backoffice van een grote uitzendbrancheorganisatie heeft gewerkt. Hij zag mij niet meteen in zo’n omgeving werken. Dat maakte mij juist extra nieuwsgierig. Hij vermoedde dat ik liever procesmatig zou willen werken en gewend was geraakt aan een ander type medewerkers.” 

“In werkelijkheid bleek de functie bij ManpowerGroup – waarbij geen dag hetzelfde is – mij juist te passen als een jas. Mijn werkervaring en kennis van andere sectoren is een bijkomend voordeel. Ook mijn internationale ervaring komt van pas bij ManpowerGroup als internationaal opererende organisatie.”

Wat is voor jou een eye-opener?

“Waar ik mij vanaf de eerste dag over heb verbaasd is het relatief hoge verloop (korte dienstverbanden) onder een deel van de medewerkers in de uitzendbranche. Voorafgaand aan deze rol werkte ik bij een organisatie in de haven van Rotterdam. Daar werken mensen vanaf de start van hun carrière vaak tot aan hun pensioen en vaak van generatie op generatie. Dit is in het algemeen in de uitzendbranche compleet anders. Het betekent dat wij bij ManpowerGroup extra aandacht besteden aan het onboarding programma van nieuwe collega’s. Wij bieden een training- en ontwikkelingstraject voor al onze medewerkers.” 

“Het omgekeerde – qua verloop – komt ook voor, wat dan wel weer superleuk is; oude collega’s keren regelmatig bij ManpowerGroup terug in bijvoorbeeld een andere rol. Zo werkte onze Manpower Brand Leader een periode elders en is nu weer terug op het ‘oude nest’ in een andere functie. Deze boemerangmedewerkers noemen wij trots ‘ManpowerGroupies’. Ook hebben we een collega die werkzaam was in de operationele business in ons HR-team mogen verwelkomen. Om dit te realiseren en de kansen en interesses te zien, is het belangrijk echt in gesprek te zijn en blijven met de medewerkers; een warm en open netwerk te onderhouden met iedereen.”

Hoe houd je jonge mensen betrokken?

“Wij proberen betrokkenheid te creëren door in te spelen op actualiteiten, zowel intern als extern. Al onze medewerkers mogen meedenken op diverse thema’s. Hiervoor is het belangrijk dat iedere medewerker zich welkom voelt, en het ook laagdrempelig en veilig is om je mening te geven.” 

“Onze Happy index biedt daarvoor een handig instrument. Dit is een pulse survey, die wij ieder kwartaal uitsturen, waarin je mag invullen hoe je je voelt en wat je vindt. De eerste vraag gaat over hoe je je voelt, wat je kunt aangeven met smileys, en er is ook de mogelijkheid om een open, zelfgekozen antwoord te geven over waarom je je zo voelt. Daarnaast stellen we 1 à 2 vragen over een actueel onderwerp. Bijvoorbeeld over onze doelstellingen; zijn deze duidelijk en weet je waar jij in jouw rol aan bijdraagt?”

“Uit de antwoorden zijn leuke initiatieven voortgekomen zoals het fietsplan, de walking challenge en de Clarity, Care & Grow Roadshow. Deze roadshow hield in dat collega’s van People & Culture en het Country Leadership Team alle locaties en onsite locaties bezochten om te horen en zien wat er leeft en speelt. Dit werd in de hele organisatie gewaardeerd. Daarnaast worden er natuurlijk verbeteringen die doorgevoerd door de managers.”

Welke ervaring of welk gesprek heeft jou het meest geraakt?

“Mooie gesprekken kunnen mij altijd raken. Ook slecht nieuwsgesprekken kunnen goed en ontroerend zijn, vooral wanneer het vervolgens lukt om samen met de betrokken medewerkers een hanteerbare, zorgvuldige uitkomst te realiseren. Het is fijn dat wij iets voor onze mensen kunnen betekenen, zowel zakelijk als privé of een combinatie van beide.”

“Zo hebben wij een kandidaat mogen begeleiden vanuit een samenwerking met oPuse. Deze kandidaat wilde na een langdurige periode van ziekte weer deelnemen aan het arbeidsproces. Dit proces van opbouwen en samenwerken heeft erin geresulteerd dat zij een vaste baan binnen People & Culture kreeg, van haar ziekte is hersteld en zelfs het vermogen heeft opgebouwd om volledig te kunnen werken. We zagen hoeveel dit deed voor haar levensplezier en zelfvertrouwen.”

“Goede ervaringen en herinneringen heb ik ook opgedaan bij vluchtelingen die we hebben geholpen met het opdoen van werkervaring. Ook aan de reactie van de medewerker, die na een promotie meer financiële ruimte kreeg om met haar gezin dromen te realiseren, denk ik met warmte terug.”

Waar krijg je energie van? Hoe blijf je fit?

“Mijn hele leven werk ik al in een HR-rol. Ik voel me daarin met mezelf in balans, ik vind dat ik het leukste werk doe dat er is!” 

“Sinds het begin van mijn carrière werk ik fulltime en ik heb dit nooit als zwaar ervaren. Natuurlijk was en is dit soms balanceren, maar ik heb altijd het gevoel gehad dat ik de regie had over mijn agenda. Hierdoor ervaar ik geen stress.” 

“Bij ManpowerGroup hechten wij hier sowieso waarde aan. Wie jonge kinderen heeft, moet nu eenmaal soms eerder weg om thuis te zijn. Diezelfde collega’s zijn vaak ’s avonds nog even aan het werk. Werk combineren met een gezin, dat is topsport. Met begrip, geven en nemen, blijven zowel de mensen als de organisatie fit en in balans.” 

Hoe zie je de branche over tien jaar?

“De arbeidsmarkt zal altijd flexibiliteit nodig hebben. Het draait in het leven ook niet alleen maar om werk. Steeds meer mensen willen dat hun werk positief bijdraagt aan de maatschappij. Voor elke werkgever is het uitdagend om hier het juiste evenwicht in te vinden en succesvol te kunnen opereren.” 

“AI-ontwikkelingen gaan veel impact hebben. We kunnen er nu al aan werken om die soepel te integreren in de arbeidsorganisatie.”

“Mensen verbinden zich in het algemeen minder vanzelfsprekend langdurig aan één bedrijf. Zij zullen meer bezig zijn met hun eigen ontwikkeling. Dat geldt niet alleen voor de interne collega’s. Door ontwikkelingsmogelijkheden te bieden kun je als werkgever talent binden en behouden. Daarom bieden wij bijvoorbeeld onze flexwerkers via het programma MyPath  diverse mogelijkheden voor training en ontwikkeling van vaardigheden, en kunnen zij certificaten voor specifieke functies behalen.”

Wat zou je aan starters in de organisatie willen meegeven?

“Aan iedereen zou ik willen meegeven; maak een bewuste keuze, denk na over de stappen die je zet. Wees niet bang om iets te vragen, wees open en vraag om hulp. Je hoeft niet alles alleen te doen. Bij ManpowerGroup werken veel collega’s die open en eerlijk communiceren en erg sociaal zijn. Collega’s zijn er om ervaringen uit te wisselen, van elkaar te leren in sociaal opzicht en in de uitvoering van het werk. Als je samen dingen doet, wordt het werk leuk en gevarieerd. “Dan is ‘learning on the job’ een plezierige en interessante ervaring.”

Femke van Soest schreef dit interview in samenwerking met redacteur Hinke Wever.

Geplaatst in Bedrijfsnieuws, In de branche | Tags , , | 1 Reactie

AWVN: loonafspraken opnieuw boven 4 procent

Dat meldt AWVN als belangrijkste arbeidsvoorwaarden­adviseur van Nederlandse werkgevers in haar cao-maandbericht over februari. De februari-cao’s gelden voor 11.000 werknemers.

Langzaam naar beneden

De afgelopen anderhalf jaar gingen de maandgemiddelden in de cao-afspraken langzaam naar beneden vanaf een hoogste maandgemiddelde van 8 procent in juni 2023. Die daling is sinds afgelopen najaar gestopt op een niveau net boven de 4 procent.Het definitieve cijfer over februari is lager dan de 5,4 procent die twee weken als voorlopig cijfer in media verscheen. Die bijstelling heeft te maken met het kleine aantal februari-akkoorden. Er werden afgelopen maand slechts 15 nieuwe akkoorden gesloten tegenover 22 in een doorsnee-februari-maand. Een of enkele ‘hoge’ of ‘lage’ akkoorden hebben daardoor veel invloed op het gemiddelde.

In haar duiding van de februari-cijfers herhaalt AWVN haar zorg over de aanhoudende hoge loonafspraken. ‘Het koopkrachtverlies van een paar jaar geleden is voor vrijwel alle werknemers meer dan goed gemaakt. Het huidige niveau van verhogingen gaat ten koste van de concurrentiekracht van Nederlandse bedrijven en zal de economie verzwakken.’ De werkgeversvereniging wijst met name op bedrijfssluitingen in de industrie.

Constructief overleg

AWVN dringt al langer aan op de noodzaak om de arbeidsproductiviteit in Nederland te verhogen en wil dat het belangrijkste thema maken in het cao-overleg. AWVN roept de vakbonden op tot ‘constructief overleg dat uitgaat van de loonruimte bij bedrijf of bedrijfstak en dat ook stilstaat bij de uitdagingen rond krapte en productiviteit’.

Het AWVN-looncijfer geeft aan wat werknemers die onder de betreffende cao’s vallen in de komende 12 maanden aan loonsverhogingen kunnen verwachten. De periodieke cao-cijfers van het CBS kijken terug op de realisatie van de gemaakte cao-afspraken.

Kerncijfers

Loonafspraken februari, gemiddeld 4,6%
Loonafspraken kalenderjaar 2025, gemiddeld 4,6%
Loonafspraken kalenderjaar 2024, gemiddeld 4,9%
Hoogste maandgemiddelde afgelopen jaren 8,0% in juni 2023
Laagste maandgemiddelde afgelopen jaren 1,6% in oktober 2020
Aantal nieuwe cao-akkoorden in februari 2025 15 voor 11.000 werknemers
Gemiddeld aantal nieuwe cao-akkoorden in maand februari 22
Aantal aflopende cao’s in 2025 427 voor 5,4 mln. werknemers
Aantal vernieuwde cao’s die in 2025 ingaan 86 voor 782.000 werknemers
Aantal openstaande cao’s op dit moment (expiratie in 2025) 341 voor 4.6 mln. werknemers

 

Geplaatst in Arbeidsmarktdata | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor AWVN: loonafspraken opnieuw boven 4 procent

ABU cijfers: terug op de trage weg naar herstel

Na tegenvallende januari-cijfers lijkt de ABU marktmonitor weer terug op de trage weg naar herstel. In periode 2, van 27 januari tot en met 23 februari 2025, daalde het aantal uren met 6% en de omzet daalde met 2% in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar. Omdat deze periode evenveel werkbare dagen telde als in dezelfde periode vorig jaar, is er geen correctie toegepast.

De ontwikkelingen per sector zijn als volgt:

  • Industriële sector: Het aantal uren daalde met 1% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Het is al 2,5 jaar geleden dat deze krimp zo klein was. Dat sluit aan op de relatief goede berichten van de afgelopen weken over de export en de productie van de industrie. De omzet nam toe met 4%.
  • Administratieve sector: Het aantal uren daalde met 17% en de omzet is gedaald met 11% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar.
  • Technische sector: Het aantal uren daalde met 13% en de omzet daalde met 9% in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar.

De administratieve- en de technische sector vertonen beide geen tekenen van een ommekeer terug naar herstel.

 

Aantal uitzenduren (Bron: ABU-marktmonitor)
Totale omzet (Bron: ABU-marktmonitor)

 

De volgende ABU-marktmonitor verschijnt op dinsdag 15 april 2025.

Lees meer:

Geplaatst in Arbeidsmarktdata, In de wereld | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor ABU cijfers: terug op de trage weg naar herstel