Maandelijkse archieven: januari 2025

Eastmen kiest voor Cockpit om buitenlandse flexkrachten te werven

In deze podcast van FlexNieuws (in samenwerking met RecruitNow (Zvoove)) gaat Wim Davidse (hoofdredacteur FlexNieuws) in gesprek met Tamar de Block, eigenaar van Eastmen en Jeroen Drenth (COO). Eastmen, dat de matching van vakmensen uit heel Europa voor opdrachtgevers verzorgt, krijgt met Cockpit meer overzicht en inzicht in de eigen recruitmentprocessen.

Eastmen is 18 jaar geleden begonnen in Hongarije, werd vervolgens ook actief in Roemenië, en bemiddelt inmiddels vele buitenlandse flexkrachten in de (metaal)techniek, engineering, transport en logistiek vanuit heel Europa. Het is een markt waar heel veel groei in zit. Het familiebedrijf behaalde in 2023 een omzet van € 24,2 miljoen en bezet daarmee een 75e positie in de FlexNieuws TOP100. En als het aan Tamar de Block ligt, zal zijn bedrijf snel opklimmen in de TOP100. “We willen onze omzet de komende drie jaar verdriedubbelen.”

Om dat te realiseren is er veel werk aan de winkel. “We moeten professionaliseren. Dat betekent ook dat de digitalisering in andere fase komt”, weet Jeroen Drenth. 

Adoptie belangrijk

Van lasser, timmerman, monteur, procesoperators, laboranten of chauffeur – Eastmen regelt alles voor de buitenlandse flexkracht, van contact tot contract; van recruitment tot verhuizing, aansluiting bij de nieuwe werkgever en alle administratie die erbij komt kijken. Een team van Eastmen staat 24/7 voor hen klaar. “Ze worden opgehaald van het vliegtuig, naar hun woning gebracht en we installeren zelfs Flitsmeister voor hen”, vertelt De Block.

Bij buitenlandse bemiddeling komt namelijk heel veel coördinatie en papierwerk kijken. Dat vraagt om goede digitalisering. Niet voor niets werkt Eastmen al sinds 2012 in de cloud en volledig paperless. “Hard werken is goed, maar je wil vooral slim werken, effectief en efficiënt zijn. Dus je wil goede systemen, maar ook mensen die met die systemen kunnen werken. De adoptie van nieuwe systemen is dus belangrijk”, stelt Drenth. “Want je kunt wel een heel goed applicant tracking system (ATS) hebben, dat wil nog niet zeggen dat je recruitment ineens goed gaat. Je moet zo’n systeem wel goed gebruiken.”

Overstappen naar Cockpit

Om de recruitment te optimaliseren is besloten per 1 januari 2025 over te stappen van het tien jaar oude systeem naar Cockpit van RecruitNow. De reden waarom de keuze hierop gevallen is volgens De Block: “Snelheid, data en inzichtelijkheid. En het is een Nederlandse softwareleverancier. Dan kun je wat sneller schakelen.”

Drenth vult zijn collega aan. “In de arbeidsmarkt waarin wij werven is snelheid, focus en eigenaarschap – ook in het proces – heel belangrijk. En er moet vanuit de software een link zijn naar allerlei kanalen waar je mensen vandaan haalt.”
En Cockpit biedt dat volgens hem. “Alle data is gecentraliseerd en je ziet in één oogopslag het hele proces – wie doet wat? – en alles is maar een klik van je verwijderd. Je ziet direct in welke fase van de procedure een kandidaat zit, wie ermee bezig is.” Nog een voordeel: Eastmen werkt met het salarispakket Easyflex, waarmee Cockpit naadloos te koppelen is. Bij een plaatsing komt de kandidaat met één klik in Easyflex terecht.

“En RecruitNow is een partij die met je meedenkt’, stelt De Block. “Het is mooi om met een grote partij, die veel kennis en expertise in huis heeft, te werken. Als je een specifieke behoefte hebt, dan wil je dat vertaald zien in je systeem zodat we dit instant kunnen gebruiken, bijvoorbeeld via koppelingen of tools. Daarin kan RecruitNow ons heel goed ontzorgen.” 

Sturen op data

Het overstappen naar een nieuw recruitmentsysteem is een grote stap, vertelt De Block. “Dat is niet een kwestie van even een pakketje installeren. We hebben nogal wat data verzameld de afgelopen jaren. Zo’n datamigratie is niet niks en het moet ook AVG-technisch goed gaan.”

Maar als dat eenmaal is gebeurd, verwacht hij veel voordelen te halen uit het nieuwe recruitmentsysteem. “De software moet een groot gedeelte van ons werk uit handen nemen. Wat bijvoorbeeld heel goed is aan Cockpit is de koppeling met social media, dat is ingebed in de software.” Key is volgens hem data. “We willen sturen op data. We moeten weten waar we mee bezig zijn en hoe we daarin beter kunnen worden. Denk bijvoorbeeld aan de doorlooptijd van kandidaten. Hoe lang duurt het voordat een kandidaat bij een klant aan de slag gaat? Maar ook, hoe snel wordt hij misschien weer opgezegd bij bepaalde klanten? Welke klanten zijn daarin voor ons goede voorbeelden en welke niet?”

Van post & pray naar find & engage

“Recruitment is niet meer een kwestie post & pray, maar find & engage”, zegt Drenth. Ook in Oost- en Zuid-Europa zijn vakmensen inmiddels schaars. Op afstand werven maakt het niet gemakkelijker. Eastmen werkt met freelance recruiters die lokaal actief zijn en heeft op de vestigingen forse teams zitten. “Je moet die markt echt kennen en er echt aanwezig zijn. We willen een mix van op afstand en fysiek.”

De Block denkt dat de benadering van kandidaten verder geautomatiseerd kan worden, bijvoorbeeld door AI-toepassingen als een chatbot. “Die stelt vragen aan de kandidaat en daar rolt een profiel uit. Dat scheelt de recruiter (of de candidate analyst die de voorselectie doet) veel tijd en dit is ook niet het meest leuk om te doen.” 

Balans vinden bij arbeidsmigratie

Migratie – en dus ook arbeidsmigratie – is een onderwerp dat politiek niet lekker ligt momenteel. Toch kan het volgens Drenth juist een heel positieve bijdrage leveren aan de BV Nederland. “Als men daar wat meer open voor zou staan, zou het mes heel goed aan twee kanten kunnen snijden. Als we met elkaar de balans kunnen vinden.” Juist bij het vinden van die balans speelt Eastmen volgens hem een belangrijke rol. “Als specialist in het bemiddelen van buitenlandse flexkrachten in onze segmenten bieden wij echt toegevoegde waarde. Wij brengen kennis binnen bij de opdrachtgever en kunnen vanuit de inhoud meepraten. Daarnaast proberen wij ook zingeving te bieden, helpen we onze mensen om hun leven hier op te bouwen.”

Geplaatst in In de cloud | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor Eastmen kiest voor Cockpit om buitenlandse flexkrachten te werven

Reguleren is in de mode

Het NSC heeft bij de laatste verkiezingen veel stemmen gekregen op basis van de deskundige, ijverige en betrouwbare uitstraling van Pieter Omtzigt. Maar ook vanwege de ambitie om hervormingen door te voeren die zullen leiden tot ‘goed bestuur’. Ze omschrijven dit zelf als:

Een grondige renovatie is noodzakelijk: de overheid moet betere besluiten nemen, betere wetten maken, meer oog hebben voor de uitvoering en voor de gevolgen, en zorgen voor betere publieke dienstverlening. De menselijke maat en gezond verstand moeten terug in alle lagen van het bestuur.

Nu het NSC sleutelposities bekleedt op het terrein van de arbeidsmarkt zou je zeggen dat de voorgenomen hervormingen in goede handen zijn. Toch laten ook de NSC bewindslieden zich in het reguleringsmoeras van politiek en polder trekken, alwaar de maakbaarheidsfantasieën nog welig tieren en er tegelijk bijna wekelijks op allerlei gebieden tegen de grenzen van die maakbaarheid wordt aangelopen. Feitelijk voegt het NSC niets toe aan het beleid van voorganger Van Gennip.

Reguleren is geen hervorming

Sinds de rapporten van de commissies Roemer (arbeidsmigratie) en Borstlap (hervorming arbeidsmarkt), is een politieke meerderheid in Nederland ervan overtuigd geraakt dat onze arbeidsmarkt verder gereguleerd moet worden. Gezien de bestaande misstanden met arbeidsmigranten en de politieke wens om de rechtspositie en inkomenspositie van een deel van de beroepsbevolking te verbeteren, is daar wellicht ook wat voor te zeggen.

De vraag is echter of voorgenomen wetgeving als de VBAR en de WTTA wel in deze bedoelingen voorzien. In elk geval wordt hieraan door meerdere adviesorganen van de overheid getwijfeld. De kritiek op deze wetgeving concentreert zich op drie elementen:

  • Beide wetten zullen niet of onvoldoende de beoogde doelen bereiken
  • Er wordt onvoldoende rekening gehouden met negatieve bijeffecten van de wetten
  • De overheid blijkt de wetten niet of onvoldoende te kunnen uitvoeren en/of handhaven

Gelukkig zult u zeggen dat deze regulering in handen is van NSC bewindslieden want die zijn juist op deze punten gekozen.

Wet Toelating Terbeschikkingstelling van Arbeidskrachten (WTTA)

Naar aanleiding van de rapporten Roemer en Borstlap heeft de SER een MLT-advies geformuleerd. Dit SER-MLT advies is vervolgens de basis van onder meer de WTTA. Met horten en stoten beweegt deze wet zich struikelend door het politieke goedkeuringsproces.

Inmiddels is duidelijk dat deze wet slechts een fractie alle misstanden uit de arbeidsmarkt weg zal nemen, voor de uitvoering en handhaving van deze wet bestaat (nog) geen degelijk plan en er worden teveel administratieve en financiële kosten in de sector neergelegd. Dat kan veel beter en gemakkelijker zou ik zeggen.

Behoefte aan een 2.0 versie

Daarnaast is het SER-MLT-advies inmiddels hard toe aan een 2.0 versie. We zien dat de vakbonden het SER-MLT-advies al vanaf het begin links en rechts passeren en uitsluitend hun eigen agenda hanteren. De laatste tijd zien we ook dat VNO-NCW geleidelijk wat meer afstand neemt van dit advies en kritischer gaat staan tegenover de nieuwe wetsontwerpen. Er zullen ongetwijfeld al gesprekken plaatsvinden over een beter en meer evenwichtig SER-MLT-advies met meer dan alleen aandacht voor het verlanglijstje van de vakbonden.

Hans Borstlap had het nog zo gezegd: “Geen cherry picking uit mijn rapport a.u.b. want onze adviezen hangen met elkaar samen en het gaat er juist om dat we, door dit hervormingstraject weer vooruit kunnen in de 21ste eeuw”. Gelukkig hebben de bewindslieden van het NSC herhaaldelijk aangegeven ‘fan’ van het rapport Borstlap te zijn en zij zullen daarom stellig ook de tot nu genegeerde elementen uit het rapport gaan oppakken.

Die genegeerde elementen gaan onder andere over het leggen van een ‘universeel fundament van sociale zekerheid’ voor alle werkenden, met meer aandacht voor opleidingen. In een tijd waarin veel behoefte bestaat aan omscholing en bijscholing, is een laagdrempelige toegang hiertoe immers de belangrijkste sociale zekerheid.

In afwachting van betere wetgeving in de zin zoals het NSC dat bedoelt, is er gelukkig wel van alles gebeurd. De bestrijding van bestaande misstanden is volop ter hand genomen door de ABU en de NBBU en hun leden. Feitelijk zijn zij nu de enige partijen die de uitvoering en handhaving van zorgvuldige tewerkstelling en huisvesting van arbeidsmigranten hebben opgepakt zodat Nederland zich momenteel internationaal onderscheidt als land waar arbeidsmigratie redelijk tot goed is geregeld. Het verantwoord regelen van arbeidsmigratie is immers over de hele wereld een enorm moeilijk probleem en nog nergens echt goed onder controle.

Wet DBA

Sinds de invoering van de Wet DBA in mei 2016 worden er vooraf geen vrijwarende verklaringen meer verstrekt door de Belastingdienst. De opdrachtgever is altijd medeverantwoordelijk voor de feitelijke werksituatie en merkt het pas na een eventuele controle door de Belastingdienst of die werksituatie gekwalificeerd wordt als een arbeidsovereenkomst. De Belastingdienst keurt dus niets meer vooraf goed of af zonder dat er een controle heeft plaatsgevonden en zou zelfs in overtreding van de Wet DBA zijn als ze dat wel zouden doen.

Opdrachtgevers en intermediairs moeten daarom zelf de werksituaties van zzp’ers kwalificeren om te weten welke risico’s ze lopen. Voor een dergelijke kwalificatie worden nu de Deliveroo-criteria gebruikt. Bij W&RK constateren we dat interpretatie bij flink wat werksituaties een rol blijft spelen. Ook bij het naar eer en geweten kwalificeren, blijven er onzekerheden en de uitkomst van een controle door de Belastingdienst is op voorhand niet altijd duidelijk.

Iedereen die zich in deze materie verdiept weet inmiddels dat er gewerkt moet gaan worden aan een contractneutraal stelsel van sociale voorzieningen zodat de regels beter gaan passen bij de arbeidsmarkt zoals deze nu werkt. Dat betekent dat er afscheid genomen moet worden van de heimwee-wetgeving die nu voorligt vooral omdat ‘grijze regels’ telkens leiden tot uitvoeringsproblematiek bij de overheid. Maar ook omdat een flink deel van onze beroepsbevolking verlangt naar een werksituatie met meer eigen regie.

Brede welvaart

Politiek en polder zeggen te streven naar brede welvaart maar bij de ontwikkeling van brede welvaart speelt onze economie een cruciale rol. Het is niet alleen een herverdelingsvraagstuk maar ook een kwestie van collectief verdienvermogen. Nu wordt ons verdienvermogen geremd door schaarste aan energie, ruimte en mensen en het lijkt er niet op dat deze knelpunten zomaar even kunnen worden opgelost.

We zullen ons moeten afvragen of al die regels, zeker als ze zo complex zijn en behangen met nadelige bijeffecten, ons wel gaan helpen. Het is alsof we dralen bij de ingang van de 21ste eeuw en niet los kunnen komen van de gewoonten van de 20ste eeuw en dat is nu net waar het bij hervorming om draait. Ik zou zeggen dat is een kwestie van gezond verstand.

Geplaatst in In de wereld, Politiek | Tags , , , , , , , , | 2s Reacties

Beperking van de verrekening van huisvestingskosten: einde van de rekening-courant?

In dit artikel leg ik uit welke wettelijke beperkingen er gelden voor het inhouden van kosten op het loon van werknemers, hoe softwareontwikkelaars hier vorm aan hebben gegeven door introductie van de rekening-courant, welke nieuwe beperking de CAO-partijen daarvoor hebben geïntroduceerd en wat mijns inziens de echte oplossing is.

Het ontstaan van het NEWML

Met de wijziging van de WAS per 1 januari 2017 mogen werkgevers niet onbeperkt inhoudingen en verrekeningen doen op het minimumloon van de werknemer. 

Artikel 6 lid 1 van de Wet Minimumloon en Minimumvakantiebijslag (hierna Wet Minimumloon) definieert wat er in het kader van deze wet wordt bedoeld met loon: onder loon wordt verstaan de ‘geldelijke inkomsten uit hoofde van de dienstbetrekking, met uitzondering van vakantiegeld, winstuitkeringen, eindejaarsuitkeringen, kostenvergoedingen e.d.’ 

Wettelijke verplichtingen als loonheffingen en pensioenpremies mogen op dit minimumloon worden ingehouden. Om te bepalen of er nog ruimte is voor andere inhoudingen en verrekeningen op het nettoloon is er een nieuw begrip ontstaan: het netto equivalent van het wettelijk minimumloon. Dit NEWML moet te allen tijde giraal worden overgemaakt aan de werknemer. 

De rekening-courant

Er zijn twee uitzonderingen op de regel dat er geen betalingen uit het NEWML mogen worden gedaan. De eerste uitzondering betreft de premie voor de zorgverzekering. De tweede uitzondering betreft huisvestingskosten. Voor beide uitzonderingen geldt dat de werknemer schriftelijk toestemming moet hebben gegeven voor de inhouding. Bij huisvestingskosten kan dit achterwege blijven als de huurpenningen op grond van een huurovereenkomst met de werkgever verschuldigd zijn. Meer uitzonderingen zijn er niet. Het kan daarom voorkomen dat een werknemer wel een bedrag verschuldigd is, maar dat het bedrag niet meer via de loonstrook kan worden betaald. 

Ook in de uitzendwereld komt dit regelmatig voor. Om toch een inhouding te kunnen doen, is de rekening-courant in het leven geroepen. De inhouding of verrekening wordt verwerkt en om te voorkomen dat het netto loon onder het NEWML uitkomt, betaalt de werkgever een netto aanvulling. De werkgever registreert vervolgens de aanvulling als schuld van de werknemer aan de werkgever. Ik heb steeds mijn vraagtekens gezet bij deze gang van zaken. Er is naar mijn mening helemaal geen sprake van een rekening-courant. Een rekening-courant is normaliter iets dat op vrijwillige basis ontstaat. Denk hierbij aan de bankrekening bij de bank of de financiële verhouding tussen DGA en werkmaatschappij. 

De rekening-courant in de uitzendwereld ontstaat zonder medeweten en/of toestemming van de werknemer. Bovendien heeft de werknemer geen zeggenschap over wat er met het ontstane schuldsaldo gebeurt. Het saldo wordt afgeboekt op het moment dat er wel netto ruimte is of kwijtgescholden als die ruimte nooit ontstaat. Aan dat kwijtschelden zitten vanzelfsprekend fiscale gevolgen – in Nederland kun je niet zomaar netto betalingen doen – maar daar staat men meestal niet bij stil. Een ongewenste situatie als je het mij vraagt. 

Ik zou de aanvulling op het netto loon eerder een voorschotbetaling noemen. Een voorschot is echter alleen maar toegestaan als deze van tevoren schriftelijk tussen beide partijen overeengekomen is. Het mag duidelijk zijn dat daar in dit geval geen sprake van is.

De discutabele rol van de softwareleverancier

In de uitzendbranche is het gebruikelijk dat de salarissoftware de bewaking van het NEWML ondersteunt. Naast de berekening van het te betalen netto loon wordt op de achtergrond het NEWML berekend. De rekening-courant is door softwareleveranciers ingevoerd om een te hoge inhouding te voorkomen. In de basis is het heel fijn dat men niet zomaar onder NEWML kan betalen. In regulier salarisland doet de software niets met het NEWML. Met alle consequenties van dien.  

Veel werkgevers zijn blij met de rekening-courant maar zijn zich niet bewust van de nadelen ervan. De saldi op de rekening-couranten kunnen iedere periode flink oplopen, zonder dat de werkgever en/of werknemer dat in de gaten heeft. De fiscale gevolgen van de kwijtgescholden saldi op het moment dat er geen verrekeningsruimte meer over is, worden meestal pas zichtbaar bij een controle. En dan zijn de rapen gaar. Is de oorspronkelijke WAS correctie – zoals de aanvulling op het NEWML vaak genoemd wordt – niet aangewezen als eindheffingsloon, dan zal er alsnog gebruteerd moeten worden.  De naheffing loonheffingen en sociale verzekeringspremies vindt niemand grappig. Dat wat als een werkgeversvriendelijke oplossing is gepresenteerd, kan heel eenvoudig omslaan in een financiële strop. 

Beperking van verrekenen van huisvestingskosten door de uitzendcao

Per 1 januari 2025 is er een aanvulling op artikel 36 van de uitzendcao van kracht die het gebruik van de rekening-courant beperkt:

“Als gedurende het dienstverband in een periode van vier weken de uitzendonderneming de inhoudingen voor huisvesting niet volledig heeft kunnen doen omdat het loon van de uitzendkracht niet toereikend was zal de alsdan ontstane schuld worden gecompenseerd zodanig dat de rekening courant voor wat betreft deze huisvestingskosten geen negatief saldo meer laat zien. De compensatie mag ook op een later tijdstip niet meer worden verrekend of ingehouden. Dit is alleen anders als uit schriftelijke stukken blijkt dat de compensatie redelijkerwijs niet voor rekening van de uitzendonderneming kan komen”

De tekst is niet eenvoudig te lezen. De regeling houdt in dat als je binnen een periode van vier weken niet alle kosten voor huisvesting op het netto loon van je werknemer hebt kunnen inhouden of verrekenen, je deze kosten als werkgever voor eigen rekening moet nemen. Er is gekozen voor vier weken zodat er aangesloten kan worden bij de door de Belastingdienst gedefinieerde periodes bij aangifte loonheffingen per vier weken. Voor werkgevers die per maand verlonen, is dit lastig. De FAQ pagina van de ABU stelt dat maandverloning nog steeds is toegestaan, maar feitelijk onwerkbaar is voor uitzenders die de rekening-courant moeten toepassen. Dus de cao bepaalt dan je verloningstijdvak? Heel bizar.

De consequenties van het verrekeningsverbod

Een voorbeeld:  In week 1 en 2 verdient een werknemer genoeg om de huisvestingskosten te kunnen verhalen. In week 3 is dit niet zo en wordt het bedrag aan ingehouden huisvestingskosten aangevuld met een WAS-correctie. Er is een schuld op de rekening-courant ontstaan. Deze situatie herhaalt zich in week 4. Wat moet ik nu volgens de nieuwe regelgeving doen?

De ABU antwoordt op haar FAQ pagina dat er is afgesproken dat per periode van 4 weken een vergelijking moet worden gemaakt tussen het inkomen en de huisvestingskosten. Als de balans tussen die twee (de rekening-courant) na afloop van die periode negatief is, moet de schuld van de arbeidsmigrant worden kwijtgescholden. Interessant. Dat betekent dat het denkbeeldige overschot  in week 1 en 2 meespeelt in de beoordeling of alle huisvestingskosten verrekend mogen worden. Ik zet daar mijn vraagtekens bij. En zeker als er per week wordt betaald. Of mag dat ook niet meer?

De software zal op de achtergrond na vier weken moeten berekenen hoeveel huisvestingskosten er alsnog in week 1 en 2 geboekt moeten worden. Ik heb inmiddels begrepen dat dit niet haalbaar is. 

Het kan natuurlijk ook andersom. Er wordt in de eerste twee weken een schuld opgebouwd die in week 3 en 4 wordt verhaald. Als er in week 3 en 4 echter niet genoeg wordt verdiend ,ontstaat er aan het eind van de periode een negatieve rekening-courant, welk bedrag vervolgens wordt kwijtgescholden. Hoe ga je dit in vredesnaam uitleggen?  En wat als er een nagekomen werkbriefje wordt ingeleverd of als er een fout in de verwerkte uren zit? Iedere correctie leidt tot een nieuwe rekening-courant situatie.  

Het kan nog leuker. Er mag volgens artikel 36 namelijk wél verrekend worden als ‘uit schriftelijke stukken blijkt dat de compensatie redelijkerwijs niet voor rekening van de uitzendonderneming kan komen’. Ik heb zo mijn vermoedens over hoe dit in de praktijk zal gaan uitwerken…

De oplossing

In mijn ogen is de oplossing eenvoudig. Stop met de zogenoemde rekening-courant. Als er niet kan worden ingehouden of verrekend vanwege een te laag netto loon, dan komen de kosten voor de werkgever, in elk geval als het om huisvestingskosten gaat. Ik realiseer me heel goed dat de werkgevers nu niet direct staan te juichen bij dit voorstel. Ik hoop dan alleen wel dat men zich realiseert wat er allemaal fout kan gaan en wat er dan aan boetes, naheffingen en correcties boven de hoofden van de werkgevers hangt. 

De door de NEN-certificeerders uitgedeelde minors en majors in verband met de onjuiste verwerking van de ET 81% uitruil zijn nog steeds niet opgelost en nu lijkt er alweer een nieuwe storm op komst. Dát is nu precies wat ik probeer te voorkomen. 

Geplaatst in In de wet, Wetten & CAO’s | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor Beperking van de verrekening van huisvestingskosten: einde van de rekening-courant?

ABN AMRO pleit voor btw nultarief uitzendkrachten in zorg en onderwijs: ‘Verbetert de toegankelijkheid en betaalbaarheid’

Het aantal uitzendkrachten en gedetacheerden in de zorg, de kinderopvang en het onderwijs behoort verhoudingsgewijs tot het laagste van alle sectoren in de Nederlandse economie (zie figuur). Instellingen in deze semipublieke sectoren maken wel veel gebruik van zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers): 255.000 zzp’ers zijn werkzaam in deze drie sectoren, tegenover 37.000 uitzendkrachten, schat ABN AMRO op basis van data van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

De inhuur van zzp’ers is aantrekkelijk, omdat zij vrijgesteld zijn van btw, terwijl bij de inhuur van uitzendkrachten 21 procent btw moet worden betaald. Deze btw kan niet verrekend worden, omdat de instellingen uit deze sectoren zelf geen btw in rekening brengen. Zorg, kinderopvang en onderwijs zijn vrijgesteld van omzetbelasting (btw). De fiscale prikkel om vooral zzp’ers in te huren staat haaks op overheidsbeleid om schijnzelfstandigen terug te dringen. 

Het aantal zelfstandigen in de zorg, de kinderopvang en het onderwijs is de afgelopen jaren sterk toegenomen. In 2024 werkten 255.000 personen in deze semipublieke sectoren als zzp’er. Het kabinet wil het aantal zzp’ers terugdringen, omdat vermoed wordt dat in de genoemde sectoren veel schijnzelfstandigen actief zijn, dat wil zeggen zzp’ers die feitelijk in loondienst werkzaam moeten zijn.

Terugdringen schijnzelfstandigheid maakt externe inhuur duurder

Vanaf 1 januari 2025 verscherpt de belastingdienst de controles op schrijnzelfstandigheid, wat grote gevolgen kan hebben voor de arbeidsmarkt en specifiek voor de semipublieke sectoren. Al zal de belastingdienst in 2025 nog geen boetes opleggen; daarmee komt de belastingdienst tegemoet aan de politieke wens om van 2025 een “overgangsjaar” te maken. Deze coulance geldt echter niet voor naheffingen van sociale premies en loonbelasting. Werkgevers doen er dan ook goed aan hun arbeidsrelaties met zzp’ers onder de loep te nemen.

Zoals in het rapport Werkgevers worstelen met handhaving schijnzelfstandigheid van ABN AMRO is beschreven, hebben werkgevers drie opties om het risico op schijnzelfstandigheid te beperken: zzp’ers in dienst te nemen, de feitelijke werkafspraken herzien, of via een uitzend- of detacheringsbureau beschikken over de werkende (inleenconstructie).

De optie om via uitzend- of detacheringsbureaus over personeel te beschikken, is in de sectoren zorg, kinderopvang en onderwijs weinig kansrijk. Zodra de voormalig zzp’er zich namelijk via een uitzend- of detacheringsbureau laat inhuren, moet de opdrachtgever over het loon maar liefst 21 procent omzetbelasting betalen in plaats van 0 procent die zzp’ers in deze sectoren mogen rekenen.

De organisaties in de zorg, kinderopvang en onderwijs staan voor een flinke extra kostenpost wanneer ze besluiten om hun zzp’ers als uitzendkrachten in te huren. Deze organisaties zijn namelijk vrijgesteld van btw, wat betekent dat ze geen btw over hun inkomsten heffen. Hierom kunnen ze de btw die ze over kostenposten betalen niet verrekenen met btw-inkomsten. Anders dan bijvoorbeeld bedrijven in de industrie, waar de btw wel verrekend kan worden, draaien deze semipublieke organisaties op voor de volle 21 procent btw over de kosten van uitzendkrachten.

Uitzendkrachten in het nadeel

Het is dan ook geen toeval dat het aantal uitzendkrachten in de genoemde sectoren opmerkelijk laag is, namelijk 37.000 uitzendkrachten. Van de totale werkzame beroepsbevolking werkt zo’n 4 procent als uitzendkracht, waartoe ook gedetacheerden worden gerekend. In de zorg (1,4 procent), de kinderopvang (1,5 procent) en het onderwijs (1,7 procent) zijn de percentages aanmerkelijk lager. Deze lage percentages worden grotendeels verklaard door het hoge btw-tarief dat uitzend- en detacheringsbureaus moeten rekenen in deze sectoren, namelijk 21 procent.

Het hoge btw-tarief voor uitzendkrachten leidt tot hogere kosten voor de organisaties die via uitzendbureaus arbeid inlenen en lagere marges voor de bureaus. De uitzendkracht zelf wordt ten opzichte van een van btw vrijgestelde zzp’er niet direct geraakt, omdat deze vanwege de ‘inlenersbeloning’ mag rekenen op loon en arbeidsvoorwaarden zoals deze in de cao is bepaald. Al met al hebben uitzendbureaus een prijsnadeel ten opzichte van de andere vormen van flexwerk, waarvoor de btw-vrijstelling geldt. Als gevolg werken in de zorg, de kinderopvang en het onderwijs opvallend weinig uitzendkrachten (zie bovenstaand figuur).

Inhuur via uitzendbureaus is dus vanwege het verschil in btw duurder dan inhuur als zzp’er. Bovendien moeten uitzendbureaus, als bemiddelaars, ook nog wat verdienen. Een brutomarge van 15 procent op het loon is heel gebruikelijk. In combinatie met de 21 procent niet-verrekenbare btw is een uitzendkracht in de zorg, de kinderopvang en het onderwijs in totaal 39 procent duurder dan de zzp’er.

Marktverstoring door btw-heffing

De overheid streeft naar gelijke arbeidsvoorwaarden tussen alle vormen van arbeid, maar een discrepantie in btw-tarieven kan deze inspanning ondermijnen. Dit geldt in elk geval voor de zorg, kinderopvang en het onderwijs; de arbeidsmarkt wordt onbedoeld verstoord door de verschillen in btw-tarieven.

Ook rond de inlenersbeloning is de wetgeving gericht op gelijke behandeling van uitzendkrachten met werknemers in de sector; op het gebied van loon en arbeidsvoorwaarden krijgen uitzendkrachten tenminste net zoveel als in de geldende cao van de sector. Nu het loon van zzp’ers in de zorg, kinderopvang en onderwijs – evenals uiteraard het salaris van mensen in vaste dienst – is vrijgesteld van btw, zou volledige gelijkstelling van alle vormen van arbeid een nultarief voor uitzendkrachten in deze semipublieke sectoren betekenen.

Dit btw-nultarief zou de arbeidsmarkt minder verstoren en beter aansluiten bij de doelstelling om het aantal zzp’ers terug te dringen. Ook helpt het de zorg, de kinderopvang en het onderwijs toegankelijk en betaalbaar te houden. De overheid wil immers dat personeel in de zorg, of het nu via ziekenhuizen, eerstelijnszorg of uitzendbureaus is, voldoende beschikbaar en betaalbaar blijft. De misgelopen inkomsten als gevolg van de btw-vrijstelling voor uitzendkrachten schat ik op 300 miljoen euro.

Geplaatst in In de wet, Wetten & CAO’s | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor ABN AMRO pleit voor btw nultarief uitzendkrachten in zorg en onderwijs: ‘Verbetert de toegankelijkheid en betaalbaarheid’

Voorspellingen 2025: veranderende wetgeving en wat gaat de arbeidsmarkt doen?

Arbeidsmarkt in een te krappe jas

Jurriën Koops (ABU)

 De arbeidsmarkt blijft in 2025 in een te krappe jas zitten. Het is de voorbode van wat ons de komende jaren te wachten staat. Werkgevers zullen vooral strategisch naar hun personeelsbeleid moeten gaan kijken. En ze zullen steeds vaker werk en organisatie aan moeten passen op de wensen van de beschikbare mensen. Ofwel (sociaal) innoveren én de arbeidsproductiviteit verhogen. Dat vraagt anders kijken naar werk, mensen en matchen. Daar liggen, naast hun traditionele rol als verbinder van mens en werk, gouden kansen voor intermediairs om van meer toegevoegde waarde te zijn.

Jurriën Koops (ABU)

 

Wetgeving en arbeidsmarkt hoog in de top 10 van aandachtspunten

Wim Davidse (hoofdredacteur FlexNieuws)

Vanaf 1 januari 2025 zal de Belastingdienst de Wet Deregulering beoordeling arbeidsrelatie (DBA) gaan handhaven, en wellicht levert dat voor flexbureaus allerlei mogelijkheden op om (voormalige?) zzp’ers en hun opdrachtgevers te ontzorgen. Er lijken meer kansen dan redenen voor paniek te zijn. Te midden van al die regelreuring is het begrijpelijk dat Berenschot in z’n jaarlijkse Strategie Trendsonderzoek afgelopen voorjaar vaststelde dat wetgeving hoog in de top 10 van aandachtspunten staat bij directies van werkgevers in het algemeen.

Maar de absolute nummer 1 in die lijst is: de arbeidsmarkt. Het vinden, boeien en binden van medewerkers op een krappe arbeidsmarkt is voor 45% van de respondenten een cruciaal topic op de directie-agenda. Uit de Conjunctuur Enquête (COEN) van het CBS blijkt dat momenteel 38,5% van de werkgevers in Nederland belemmerend last heeft van schaarste van arbeidskrachten. Bij flexbureaus is dat zelfs 63,1%! Ook volgens de COEN is bij werkgevers in het algemeen – en bij flexbureaus in het bijzonder – de krapte op de arbeidsmarkt de grootste uitdaging.

In 2025 blijft de relatieve pauze op de arbeids- en de flexmarkt nog even voortduren. Maar zodra de totale werkgelegenheid weer gaat aantrekken, zal zich dat direct uiten in de vraag naar uitzendkrachten. In de loop van of na 2025 zal dat gaan gebeuren. En dan zullen we snel concreter de impact van de vergrijzing gaan voelen.

Wim Davidse (hoofdredacteur FlexNieuws)

Flexwerk in 2025: Groei, veranderende wetgeving en AI

Sjuk Akkerman (ING)

Trends die we zien voor 2025 zijn aanhoudende personeelskrapte, veranderende wet- en regelgeving en voortgaande technologische ontwikkelingen, zoals AI. Voor 2025 zal door de economische groei de vraag naar flexwerkers enigszins toenemen. De nieuwe zzp-wetgeving leidt naar verwachting tot een verschuiving van een deel van de zzp’ers naar detachering en vaste contracten.

Om toekomstbestendig te blijven zullen flexbedrijven efficiënter moeten opereren met behulp van digitalisering en AI. Dit helpt kosten laag te houden en de interne organisatie te optimaliseren.

Sjuk Akkerman (ING)

Geplaatst in In de wereld, Werken 4.0 | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor Voorspellingen 2025: veranderende wetgeving en wat gaat de arbeidsmarkt doen?