Adecco boekt als enige van de top-3 uitzenders omzetgroei in 2023 Geplaatst 29 februari 2024 door Redactie FlexNieuws Dat blijkt uit de cijfers die The Adecco Group vandaag heeft bekendgemaakt. Adecco mondiaal Adecco heeft in 2023 wereldwijd een omzet behaald van bijna € 24 miljard, een organische omzetgroei van +3% ten opzichte van het jaar daarvoor. Daarmee presteert Adecco aanzienlijk beter dan de andere twee grote uitzenders. Ter vergelijking: Randstad boekte in 2023 een omzetkrimp van -6% en ManpowerGroup -4%. De mondiale omzet van Adecco kwam in het vierde kwartaal van 2023 uit op € 6,1 miljard. Dat komt neer op een (organische) groei (dus: exclusief wisselkoersvariaties en overnames, en gecorrigeerd voor werkbare dagen) van +1% ten opzichte van dezelfde periode het jaar daarvoor. Dat betekent dat de mondiale nummer 2 ook dit kwartaal weer duidelijk beter heeft gepresteerd dan marktleider Randstad (Q4 2023: -9%) en nummer 3 ManpowerGroup (Q4 2023: -5%). Op totaal mondiaal niveau ging de brutomarge van Adecco in het laatste kwartaal omlaag naar 20,2% (van 21% een jaar eerder) en de winstmarge (EBITA) steeg naar 4,3% (van 3,7% een jaar eerder). Een mooie ontwikkeling, maar toch niet echt indrukwekkend in een wereld vol krappe arbeidsmarkten waar extra moeite moet worden gedaan om flexkrachten te vinden. Gesplitst naar formules liet Adecco (uitzenden, et cetera) een mondiale omzetgroei zien van +3%, Akkodis (professionals t.b.v. de tech transformatie) kende een omzetkrimp in het vierde kwartaal van 2023 -5% en LHH (dienstverlening t.b.v. de workforce transformatie) kromp in het laatste kwartaal met -2%. Die laatste krimp is opvallend in deze tijd waarin omscholing zo belangrijk is. Adecco Nederland Adecco Group Benelux kende in het vierde kwartaal van 2023 een omzetgroei van +2% (in Q3 nog 0%, Q2 nog -1%, in Q1 nog -2%). Een positieve omzetontwikkeling dus in de loop van 2023. Adecco Group rapporteert niet apart over Nederland, maar die ontwikkeling zal niet veel afwijken van de Benelux-cijfers. Adecco heeft het op basis van de Benelux-cijfers het hele jaar gerekend ook beter gedaan dan de concurrentie gemiddeld, zo blijkt uit de ABU Marktmonitor. Vooruitzichten 2024 Adecco Group ziet de volumes aan het begin van 2024 iets dalen ten opzichte van het laatste kwartaal van 2023. Denis Machuel, CEO van Adecco Group zegt in een toelichting op de cijfers dat het bedrijf een sterk einde van 2023 kende in een uitdagende markt. Volgens hem heeft Adecco voor het zesde kwartaal op rij marktaandeel gewonnen. De uitzender verwacht dit jaar nog meer ‘marktaandeel af te snoepen van de concurrentie in een macro-economisch uitdagende omgeving’. Lees ook: Adecco Group Nederland benoemt Rien van Ekris tot nieuwe HR Directeur Geplaatst in Flexdata, In de branche | Tags Adecco, omzet | Reacties uitgeschakeld voor Adecco boekt als enige van de top-3 uitzenders omzetgroei in 2023
Toekomst Wet Toezicht Gelijke Kansen bij Werving en Selectie onzeker Geplaatst 29 februari 2024 door Redactie FlexNieuws De Wet Toezicht Gelijke Kansen bij Werving en Selectie, ooit ingediend door (toenmalig) VVD-staatssecretaris Tamara van Ark, verplicht werkgevers en uitzenders en andere intermediairs om een werkwijze te hebben die gericht is op het voorkomen van discriminatie bij werving en selectie van werknemers. Werkgevers met 25 of meer werknemers moeten deze werkwijze schriftelijk vastleggen. Werkgevers en arbeidsbemiddelaars moeten hun procedures regelmatig evalueren en bijwerken naar de laatste wetenschappelijke inzichten. De Arbeidsinspectie controleert of werkgevers en externe bureaus zich aan de wet houden en kan verbeteringen eisen en boetes opleggen. Werkgevers worden verplicht te controleren of de intermediairs waar ze mee werken zo’n werkwijze hebben (de ‘vergewisplicht’). De bureaus worden verplicht om de Arbeidsinspectie te informeren indien hun opdrachtgevers, na een gesprek, volharden in een discriminerend verzoek (de ‘meldplicht’). Nog geen meerderheid In de Tweede Kamer kon het wetsvoorstel nog op brede steun rekenen, omdat daar de VVD en BBB voor het wetsvoorstel hebben gestemd. In de Eerste Kamer ligt dat anders. Het centrum-linkse blok in de Eerste Kamer (van CDA tot SP) blijft voorstander. Zij hebben samen 36 zetels, twee minder dan nodig voor een meerderheid. Aan de rechterkant zijn PVV, JA21, SGP en BBB tegen de wet. Dat is nog verre van een meerderheid. VVD: eerst nog extra pilots Bij de VVD zijn er stevige bezwaren tegen de wet. De partij heeft twijfels of de wet wel duidelijk effect oplevert en vreest dat de wet voor met name kleinere bedrijven veel administratieve lasten met zich meebrengt. De VVD had liever gezien dat de wet alleen voor bedrijven gaat gelden van boven de 250 medewerkers. Vlak voor het debat herhaalden werkgeversorganisaties VNO/NCW. MKB Nederland en AWVN nog maar eens hun bezwaren tegen de wet. De VVD wil het liefst dat voordat de wet wordt ingevoerd er nog extra pilots worden gedaan om te kijken of de wet het juiste resultaat bereikt. Een suggestie waar minister Van Gennip niets in ziet. “Volgens mij is die pilot niet nodig. Als ik de keuze heb tussen de wet überhaupt niet invoeren of er met een pilot nog een klein kansje op hebben, kies ik natuurlijk voor het tweede. Maar dat zou me echt, echt pijn doen en het zou de samenleving pijn doen. Dat zou u zich ook moeten aantrekken”, zo richtte de minister zich tot Koen Petersen van de VVD. “We doen dit namelijk om discriminatie bij het zoeken van een baan terug te dringen. We doen dit zodat mensen de kans krijgen om een bestaan op te bouwen, om een baan te vinden in Nederland, om hun talenten te kunnen aanwenden. Dat is al die jaren verwaarloosd. (…) Met het oog op al die mensen in Nederland die zo graag aan de slag willen, met het oog op al die talenten die zich in willen zetten, vraag ik aan u: ga nou gewoon voor die wet.” Gefaseerde handhaving Mogelijk dat een meer gefaseerde invoering van de wet, waarbij de handhaving gestart wordt bij grotere bedrijven zodat het MKB langer de tijd heeft om te wennen aan de wet, de VVD kan overtuigen. Het CDA heeft een motie ingediend voor zo’n fasering. Minister Van Gennip komt deze week nog met een uitwerking van dat idee. 50Plus Mocht de VVD toch tegen de wet blijven, dan ligt mogelijk de sleutel bij de fracties van 50Plus en de Onafhankelijk Senaatsfractie. Beiden hebben 1 zetel in de Eerste Kamer. Wanneer ze beiden voor de wet zijn, dan heeft de minister ook zonder de VVD toch een meerderheid. Martin van Rooijen van 50Plus is kritisch, maar toonde zich ook gevoelig voor het feit dat leeftijdsdiscriminatie volgens cijfers van de minister de meest voorkomende vorm van arbeidsmarktdiscriminatie is. De Eerste Kamer zal op 5 maart over het wetsvoorstel gaan stemmen. Geplaatst in In de wereld, Politiek | Tags Wet toezicht gelijke kansen bij werving en selectie | 1 Reactie
Wetsvoorstel toelating terbeschikkingstelling arbeidskrachten; Tweede Kamer pakt malafiditeit niet aan Geplaatst 29 februari 2024 door Theo van Leeuwen Dit is mijn vierde, dit keer zeer uitgebreide, blog over het Wetsvoorstel toelating terbeschikkingstelling arbeidskrachten (WTTA). De eerste was de aankondiging van de artikelenserie. De tweede gaat over de vlag die de lading niet dekt; de vlag is “misstanden bij arbeidsmigranten in Nederland, voornamelijk arbeidsmigranten die laag- of ongeschoolde arbeid verrichten”. De lading is een wetsvoorstel dat eist dat ieder die arbeid ter beschikking stelt, zich moet laten certificeren. Gerichte handhaving op malafiditeit raakt uit beeld. In mijn vorige, derde, blog heb ik mij verdiept in de cijfers en aantallen. Hoeveel uitzenders en detacheerders zijn er eigenlijk? Is er sprake van ‘wildgroei’ of worden de aantallen schromelijk overdreven? Welke groep vormt daadwerkelijk een risico? Volgens mijn analyse en berekening doen circa 300 uitzenders en detacheerders nu niet mee aan de vrijwillige SNA certificering. Naar die groep zou gericht de aandacht moeten gaan. Het WTTA vangnet gaat evenwel 15.000 ondernemingen controleren. Is dat effectief voor het opsporen en bestrijden van malafiditeit? Hoe is de politieke besluitvorming geweest, die heeft geleid tot de WTTA? Daar heb ik mij in verdiept en dat schets ik in dit blog. Een paar zaken springen er wat mij betreft uit. Stichting Normering Arbeid (SNA) kreeg vaak en mijns inziens onterecht de schuld van zaken die niet lukten; te weinig onderscheidend vermogen, onvoldoende handhaving. Daarnaast werden kritische signalen vanuit ambtelijke organisaties, zoals de Algemene Rekenkamer en de Nederlandse Arbeidsinspectie, (NLA, vroeger ISZW) niet opgepakt. Het Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR) concludeerde tot mijn verrassing: Wetsvoorstel niet indienen. Daar ben ik het helemaal mee eens. Het lijkt me zinvol om de stappen die hiertoe hebben geleid nog eens op een rij te zetten. Ik wil ze graag van commentaar voorzien, vooral omdat het mij frustreert dat ik het doel, de bestrijding van malafiditeit in de flexbranche, ten onder zie gaan. De ATR concludeerde: wetsvoorstel niet indienen Hoe begon de WTTA? Positionering van de regering In een brief aan de Tweede Kamer d.d. 20 december 2019 werd de grondslag van de nu voorliggende WTTA neergelegd. De brief constateerde: “In de praktijk blijkt dat voornamelijk de groep arbeidsmigranten die zich bevindt aan de onderkant van de arbeidsmarkt en arbeidsintensief en laaggeschoold werk verricht, kwetsbaar is”. Uitgebreid wordt beschreven wat er op allerlei bureaucratische fronten wordt gedaan om dit probleem aan te pakken. SNA wordt als onvoldoende onderscheidend beoordeeld. Vakbonden, maar ook de Belastingdienst (BD) en Inspectie SZW, nu NLA, constateren niet alleen bij niet-gecertificeerde, maar ook bij gecertificeerde ondernemingen overtredingen van wet- en regelgeving. Ook bij gecertificeerde ondernemingen zien ze overtredingen van wet- en regelgeving. De brief onderzoekt ook de mogelijkheid van een vergunningenstelsel en een waarborgsom voor uitzendbureaus. Het gaat daarbij nadrukkelijk om het aanpakken van malafide uitzendbureaus, waardoor oneerlijke concurrentie ontstaat met bonafide uitzendbureaus en werknemers benadeeld worden. De bijlage bij deze brief (blz 17) bevat een tabel waarin de opties voor vergunningstelsels voor uitzendbureaus onder elkaar worden gezet. Het gaat om vrijwillige certificering, verplichte certificering, vergunningenstelsel en een tot bepaalde sectoren beperkt vergunningenstelsel. De regering blijkt geen voorstander van een vergunningenstelsel en wil ook de SNA-certificering niet laten vallen. Dan kom je uit op verplichte certificering van de gehele uitzendbranche. De brief kondigt aan: Te kijken naar breder draagvlak en meer onderscheidend vermogen voor het SNA-keurmerk. Denk aan: controle op het juiste loon, verliezen van het keurmerk bij bepaalde boetes van de Inspectie, inzet op controle bij de inlener en verbetering van de controle op de certificerende instanties. Aanvullende eisen te formuleren voor (Nederlandse en buitenlandse) uitzendbureaus. De aanvullende eis voor een uitzendbureau om een waarborgsom te storten wordt nader bekeken. SNA heeft onvoldoende onderscheidend vermogen Het ‘onvoldoende onderscheidend vermogen van SNA’ is in de politiek en in ambtelijke kringen blijven hangen, uitgaande van de wens: de wet moet worden gehandhaafd. SNA is echter geen handhaver; heeft daartoe niet de machtsmiddelen. SNA kan niet een onderneming binnenvallen en dwingen tot medewerking. SNA beoordeelt of een onderneming werkt conform wet- en regelgeving. In een brief van de minister van Economische Zaken uit 2016 wordt dit ook genoemd: “Conformiteitsbeoordeling kan bijvoorbeeld niet worden ingezet om overtredingen van de regelgeving op te sporen dan wel om naleving af te dwingen”. Dit betekent dat we voor handhaving en opsporing van criminele uitleners van personeel en bewuste en/of notoire overtreders vooral moeten kijken naar de effectiviteit van NLA (Nederlandse Arbeidsinspectie) en de Belastingdienst. Uit een onderzoek van Regioplan in opdracht van SZW, getiteld “Zelfregulering in de Uitzendbranche” blijkt dat SNA wel significant onderscheidend is (blz. 45). Uit dit onderzoek blijkt ook dat de gegevens van NLA en SNA moeilijk vergelijkbaar zijn en dat er nog best veel overtredingen plaatsvinden. SNA checkt of wordt gewerkt conform wet- en regelgeving; is de betaling conform de regels in de Wet Minimumloon en minimum vakantiebijslag? SNA ziet niet toe op de juiste inlenersbeloning, dat wil zeggen: krijgt een uitzendkracht gelijk loon voor gelijk werk? Die check doet het PayOK keurmerk. Bij verplichte certificering, volgens de WTTA, wordt wel gecontroleerd op de juiste beloning (zie mijn vorige blog). Positie van de vakbonden De vakbonden zijn in 2016 uit het bestuur van SNA gestapt. Ze waren het er niet mee eens dat binnen het SNA-keurmerk niet wordt gecontroleerd op het daadwerkelijk betalen van het juiste cao-loon. Daarnaast wilden de vakbonden contracting niet certificeren. In plaats daarvan wilden ze onder de aandacht brengen dat contracting als constructie wordt benut om niet het juiste cao-loon te hoeven betalen. Ook waren de vakbonden het niet eens met het certificeren van zzp-bemiddeling. De vakbonden zijn ook nu nog van mening dat het SNA-keurmerk onvoldoende onderscheidend is. Mening van de brancheorganisaties De ABU steunt de hoofdlijnen van het wetsvoorstel en benadrukt bij de verdere uitwerking het belang van effectieve handhaving en uitvoerbaarheid om de wet in de praktijk tot een succes te maken. Ze heeft haar best gedaan om het stellen van de financiële zekerheid van € 100.000,- in de voorstellen te houden. En dat is gelukt. Dat is goed voor de ABU leden. Die zijn meestal groter en draagkrachtiger en zullen daarom minder concurrentiedruk ervaren van nieuwkomers. De NBBU staat achter de introductie van een toelatingsstelsel. Wel vindt ze het behoorlijk ingrijpend, bovendien zorgt het voor hogere kosten bij de onderneming. De NBBU is een fel tegenstander van de waarborgsom van €100.000,-, omdat dit de drempel verhoogt voor het mkb en starters. De NBBU blijft kritisch kijken naar de effectiviteit, uitvoerbaarheid en betaalbaarheid van het stelsel. Ook de handhaving door de Arbeidsinspectie blijft een punt van aandacht. Beide organisaties zijn bezorgd over de effectiviteit en vooral over de handhaving. Dat is terecht. Meer inspecteurs bij de inspectie SZW heeft afgelopen jaren niet geleid tot een effectieve bestrijding van arbeidsuitbuiting. Genuanceerde mening van SZW SZW heeft een goed beeld van de arbeidsmarkt en waar de risico’s op malafiditeit zitten. Zo publiceert de Nederlandse Arbeidsinspectie het rapport ‘De Staat van Eerlijk Werk’. De infographic geeft kort en bondig aan waar de risico’s van onderbetaling liggen in 2016: aan de onderkant van de arbeidsmarkt lopen ca 600.000 mensen dat risico. NLA schat dat er 24.000 slachtoffers zijn van onderbetaling (lager dan het minimumloon). Daarvan zijn er bij inspecties 1077 aangetroffen. Van de werkers die het risico lopen op onderbetaling van het minimumloon zijn er dus slechts 0,17% ontdekt. Het rapport duidt genuanceerd en in detail de problematiek. Er zijn 7 sectoren geïdentificeerd, waarbij 40% van de meldingen voorkomen in de sector Uitzenden. Het grootste deel, namelijk 60%, wordt met de WTTA buiten beschouwing gelaten. NLA (vroeger ISZW) geeft in haar programmarapportage 2020-2022 aan dat er heel veel overtredingen zijn van werkgevers die de identiteit van hun werknemer niet hebben vastgesteld, terwijl dat wettelijk wel verplicht is. Dat betekent mijns inziens dat men goed is in het controleren van ID-bewijzen, maar om allerlei redenen niet toekomt aan het aanpakken van de echte malafiditeit. Dit sluit aan bij het rapport van de Algemene Rekenkamer over de aanpak van arbeidsuitbuiting uit 2021. Het begint met de openingszin: Meer inspecteurs bij de Inspectie SZW heeft afgelopen jaren niet geleid tot een effectieve bestrijding van arbeidsuitbuiting. Met de aanpak van de inspectie gaan niet minder daders vrijuit of worden meer slachtoffers geholpen. De effectiviteit van de NLA is nu onvoldoende. De adviescommissies Twee belangrijke adviescommissies hebben zich gebogen over de verplichte certificering. Dat zijn de Raad van State (RvS) en het Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR). De RvS verwijst naar een rapport van NLA: De zelfregulering heeft volgens dit rapport de misstanden in de sector niet kunnen wegnemen vanwege verschillende substantiële tekortkomingen. De RvS heeft in zijn rapport op blz. 5 als alternatief de mogelijkheid van een vergunningenstelsel in een of meerdere sectoren aangedragen. Artikel 12 van de WAADI biedt nu al die mogelijkheid. De regering antwoordt hierop dat ze de eisen van de WTTA aan alle uitzendondernemingen wil stellen en dat regels per sector de handhaving bemoeilijken. Het ATR komt in zijn rapport tot een simpele conclusie: Wetsvoorstel niet indienen. Strikte en consequente handhaving is effectiever. De regering reageert met een mijns inziens wollig betoog waaruit moet blijken dat dit past in breder beleid. Ik vind het jammer dat de RvS wel aangeeft dat de zelfregulering onvoldoende werkt, maar tegelijk vergeet te melden dat de handhaving van NLA niet effectief is. De Tweede Kamer Het is lastig om in de enorme hoeveelheid rapporten en Kamerstukken de grote lijn te vinden. De brief van minister van Gennip aan de Tweede Kamer van 10 oktober 2023 geeft enig inzicht. Daarnaast zijn er nog talloze moties. Als ik het zou moeten samenvatten in één alinea, dan constateer ik dat de leden van de Tweede Kamer steeds op losse onderdelen reageren. Ik herken geen diepgaande kennis van de materie en ik mis een duidelijke visie. De Tweede Kamer ziet malafiditeit en problemen met beloning en huisvesting vooral gekoppeld aan uitzenden. Dat is begrijpelijk omdat uitzenders de expertise en middelen hebben om buitenlandse werknemers naar Nederland te halen. Deze expertise kan echter ook makkelijk in andere sectoren (lees 60%) worden toegepast tegen een bemiddelingsfee. De overheid duidt dit aan met “vluchtig ondernemerschap”: De ondernemer is niet gebonden aan vestigingsplaats en investeringen. Vandaag doet hij zaken, morgen is hij verdwenen. Memorie van Toelichting bij de WTTA De Minister legt uit wat de meerwaarde is van het toelatingsstelsel. De regering acht een toetredingsmechanisme alleen effectief als dat gecombineerd wordt met periodieke controles op wet- en regelgeving (blz. 17). Eigenlijk vergelijkbaar met het huidige SNA. Zonder zulke controles heeft het mechanisme weinig onderscheidende waarde en blijft het risico te groot dat misstanden ongezien kunnen voortduren. Publiek toezicht is nodig om te waarborgen dat niet-toegelaten uitleners effectief van de markt worden geweerd. (blz. 19). Concreet: Een inlener krijgt een boete als hij gebruikmaakt van een niet-toegelaten uitlener. Publiek toezicht is ook noodzakelijk om op te kunnen treden tegen overtreding van de bestaande arbeidswetten in complexe situaties. Voorts wordt geconstateerd dat voor een effectief samenspel tussen de private controles, het publieke toezicht, en de toelatingstaak van de minister, goede samenwerking en gegevensuitwisseling noodzakelijk is. Het wetsvoorstel creëert daarom enkele aanvullende grondslagen voor gegevensuitwisseling. En dan kom ik toch met een paar kritische kanttekeningen: NLA gaat controleren of inleners gebruikmaken van toegelaten uitleners. In de wettekst lees ik niet hoe NLA effectiever gaat optreden tegen criminele uitleners en notoire wetsovertreders. Het rapport van de Algemene Rekenkamer dat meer inspecteurs bij de Inspectie SZW afgelopen jaren niet heeft geleid tot een effectieve bestrijding van arbeidsuitbuiting blijft blijkbaar in de la. De grondslagen voor gegevensuitwisseling (blz. 71) worden uitgewerkt, maar er is (nog) niets concreets over geformuleerd. In het huidige systeem worden ook al gegevens uitgewisseld. Ik begrijp niet waarom het kabinet verwacht dat dit in de WTTA wel goed gaat werken, terwijl de gegevensuitwisseling in het huidige systeem al vele jaren niet kon worden verbeterd. Een verbetering is wel dat inspectie-instellingen een controle kunnen uitvoeren bij een inlener als er aanwijzingen zijn dat de werkzaamheden bij de inlener zouden moeten leiden tot een hogere beloning. Helaas wordt dit ook niet verder uitgewerkt in de wettekst. Die regel heeft mogelijk enige afschrikkende werking. In de praktijk zal het denk ik moeilijk zijn om “aanwijzingen” voor overtreding op waarde te schatten en zo’n controle met bijbehorende strakke bewijsvoering is moeilijk. Dus ik verwacht daar niet te veel van. Wat leveren we in met de WTTA? Creativiteit, want die wordt in de kiem gesmoord. De toegangsdrempel van €100.000,- maakt het voor beginnende ondernemingen moeilijk om te starten. Ik heb met een aantal gerenommeerde partijen enkele keren een Starter van het Jaar award georganiseerd. Daar hebben we enthousiaste en creatieve starters ontmoet met goede ideeën. Te veel beheersing beperkt ook. Ik ken uitzendondernemingen die goed geschoolde vaklui vanuit de EU plaatsen, zoals plaatwerkers en elektriciens. Ze worden ondergebracht in pensions en dergelijke. Dat moet straks allemaal onder het huisvestingskeurmerk geregeld worden. Daar zit niemand op te wachten. Deze vaklui eisen goede huisvesting bij een goed netto salaris. Als dat niet in orde is, komen ze niet of zijn ze meteen weer vertrokken. Dit zijn slechts twee voorbeelden waaruit blijkt dat te veel regulering slecht is voor de economie. Ik daag lezers in hun reacties uit om dit aan te vullen met andere sprekende voorbeelden! Wat brengt ons de WTTA? Het startpunt van de WTTA is het advies van het Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten (Commissie Roemer) dat constateerde dat misstanden bij arbeidsmigranten op gebied van beloning en huisvesting die laag- of ongeschoolde arbeid verrichten, moeten worden tegengegaan. Er moet iets worden gedaan tegen bewuste/notoire overtreders en malafide organisaties. We eindigen met een wet die de bestaande bonafide bedrijven zwaarder controleert, terwijl de daders vrijuit gaan en de slachtoffers niet worden geholpen (rapport Algemene Rekenkamer) En dat komt omdat de Nederlandse Arbeidsinspectie onvoldoende effectieve middelen heeft om het probleem aan te pakken. Circa 40% van de meldingen van onderbetaling betreft de uitzendsector en 60% betreft andere sectoren (zie: NLA: Staat van eerlijk werk, blz. 9). Dit is slechts indicatief. Malafide ondernemers, die vaak ook goed zijn in ‘vluchtig’ ondernemerschap, hebben dus genoeg kans in andere sectoren. Waar de wet tracht ‘waterbed’-effecten te voorkomen door te kiezen voor het uitputtend controleren van alleen de uitzendsector is de malafide ondernemer alweer op zoek naar nieuwe kansen in minder zwaar gecontroleerde sectoren. Meldingen van onderbetaling: 40% uitzendsector 60% andere sectoren Het advies van het Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten richt zich met name op de uitzendbranche om de risico’s aan te pakken van malafiditeit en van arbeidsuitbuiting van, vooral, arbeidsmigranten. Daar is veel voor te zeggen, omdat juist deze branche als geen ander de kennis en vaardigheden heeft om buitenlandse arbeidskrachten naar Nederland te halen. Uit de analyses blijkt dat het probleem zich niet beperkt tot de uitzendbranche, maar tot meerdere bedrijfstakken die gebruik maken van lager- en ongeschoolde arbeid. Ik vind daarom: ga op zoek naar oplossingen die lager- en ongeschoolde arbeid beter beschermen. Ga niet zoeken in bedrijven waar je het probleem niet kan vinden. Het bereik van de WTTA afgezet tegen de problematiek kan grafisch zo worden uitgebeeld: Alleen in het oranje gebied kan met de WTTA echt een verschil worden gemaakt. Dat hangt echter af van twee dingen: Een betere afstemming tussen NLA, Belastingdienst, (de nieuwe) SNA en de SNCU. Hoe dat gerealiseerd wordt, is nog niet duidelijk. Een effectieve handhaving door de NLA. Dat staat helaas niet op de wetsagenda. Ongetwijfeld zal het effect van de WTTA zijn dat de sector zich beter aan de regels zal houden. De prijs die daarvoor moet worden betaald is hoog, het nut is beperkt. Ik ben het hartgrondig eens met het Adviescollege Toetsing Regeldruk. En nu het zover is, vind ik dat het wetsvoorstel niet aangenomen moet worden. Wetsvoorstel niet aannemen! In mijn volgende blog beschrijf ik een aantal mogelijkheden die wel kunnen leiden tot betere bestrijding van malafiditeit bij lager- en ongeschoolde arbeid. Geplaatst in Arbeidsmarktdata, In de wereld | Tags PayOK, Theo van Leeuwen, Wet Toelating Terbeschikkingstelling Arbeidskrachten (WTTA), WTTA | 1 Reactie
Flexbranche zeer kritisch op WTTA: ‘sleepwet’ schiet doel voorbij Geplaatst 28 februari 2024 door Arthur Lubbers De Tweede Kamer buigt zich binnenkort over het wetsvoorstel Wet toelating terbeschikkingstelling arbeidskrachten (WTTA). Voor invoering van de WTTA moet de WAADI (Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs) worden aangepast. De internetconsultatie over de wijziging van het Besluit allocatie arbeidskrachten door intermediairs liep vorige week af. Verschillende partijen die actief zijn in de flexbranche hebben van de gelegenheid gebruik gemaakt hun bezwaren tegen het voorgestelde toelatingsstelsel kenbaar te maken. En die kritiek is niet mals. Een beknopt overzicht van de reacties. HeadFirst Group: ‘sleepwet beperkt bonafide bedrijven’ HeadFirst Group wijst om te beginnen op het ontbreken van relevante informatie over het normenkader en de ontheffingsregeling. Die “belangrijke informatie is nodig om het toelatingsstelsel integraal te kunnen beoordelen”, zo stelt de HR-dienstverlener. Grote zorgen heeft HeadFirst Group daarnaast over de brede reikwijdte van het toelatingsstelsel. “In grote delen van de (flexibele) arbeidsmarkt – zoals detachering, consultancy, interim-management en de intermediaire dienstverlening voor hoger opgeleide professionals – is er geen sprake van huisvestingsproblematiek van arbeidsmigranten, onderbetaling van arbeidskrachten en malafiditeit. Ons inziens zorgt deze brede reikwijdte voor een sleepwet. Voor veel bonafide ondernemingen heeft dit grote gevolgen, zoals extra kosten, administratieve lasten en regeldruk. Dit zijn ondernemingen die in beginsel niets te maken hebben de problemen die genoemd worden in het rapport van de Commissie Roemer (dat aanleiding was voor de WTTA, red.).” Ook vraagt HeadFirst Group zich af waarom het verplicht betalen van de waarborgsom (van € 100.000) naast het gebruik van de G-rekening en SNA-certificering nodig is. Dit heeft een nadelig effect op de liquiditeit van bonafide ondernemingen. “Als gevolg zullen er miljoenen ‘geparkeerd’ worden bij de overheid. (…) Deze financiële middelen kunnen ons inziens beter besteed worden aan werkenden, opleidingen en innovatie.” Conclusie HeadFirst: “De brede reikwijdte die nu gehanteerd wordt voor het toelatingsstelsel zorgt voor een sleepwet. Dit brengt administratieve lasten en extra regeldruk met zich mee en heeft gevolgen voor de liquiditeit en investeringsmogelijkheden van bonafide ondernemingen. Zij betalen een hoge prijs voor de verplichtingen en vereisten die voortvloeien uit deze wet. Dit alles tezamen roept bij ons de vraag op in hoeverre het proportionaliteits- en subsidiariteitsbeginsel in acht is genomen.” Stichting PayOK: ‘beter richten op kwetsbaren aan onderkant arbeidsmarkt’ Theo van Leeuwen van Stichting PayOK gaf eerder op FlexNieuws al een uitgebreide toelichting op de bezwaren van zijn organisatie op de WTTA. Je kunt zijn kritiek samenvatten als ‘schieten met hagel’. Volgens Stichting PayOK is het centrale probleem arbeidsuitbuiting en slechte huisvesting aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Omdat de gehele uitzendbranche in de WTTA wordt betrokken is aan de ene kant de reikwijdte te groot – het gaat immers dan ook om mensen ter beschikking stellen met betere kwalificaties dan de kwetsbare groep niet- of laaggeschoolde en dus laagbetaalde werknemers. En aan de andere kant blijven met de WTTA sectoren buiten schot waar wel misstanden plaatsvinden. Denk aan werkgevers die direct arbeidsmigranten in dienst nemen (en dus niet onder de WAADI vallen). Ook stelt Stichting PayOK dat het wetsvoorstel kwalitatief niet voldoende is om het gestelde doel van de commissie Roemer te bestrijden. Het gaat uit van bestaande kaders die niet de basisvoorwaarden scheppen voor het bestrijden van malafiditeit. Van Leeuwen vreest een waterbedeffect: “Het heeft geen nut om heel veel goedwillende ondernemers en werknemers te belasten met beleid dat vooral tot gevolg zal hebben dat de malafide organisaties en bewuste/notoire overtreders van wet- en regelgeving verhuizen naar andere sectoren.” Van Leeuwen ziet overigens als zwakste schakel in de voorgenomen wetgeving effectieve handhaving. De Arbeidsinspectie (ISZW) en Belastingdienst hebben volgens hem ‘betere instrumenten’ nodig. Ook pleit hij voor een betere afstemming tussen NLA, Belastingdienst, (de nieuwe) SNA en de SNCU. ATR: ‘te complex, misstanden wel oplossen door consequente handhaving’ Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) adviseert om bij de uitwerking van de WTTA vooral nut en noodzaak van aanvullende, nadere eisen (regels) voor ogen te houden. Liever niet nog meer, complexe regelgeving. Zeker niet omdat die niet effectief is, zo stelt ATR in haar reactie op de internetconsultatie: “Het ligt in de rede – als minder belastend alternatief – om niet nog meer administratieve procedures, eisen en regels in te stellen. Die nemen de misstanden bij het ter beschikking stellen van arbeidskrachten niet weg, simpelweg omdat deze zich voordoen bij ondernemers die zich weinig of niets aan (administratieve) procedures en eisen gelegen laten liggen. Dan helpen nieuwe procedures en eisen niet. “Vrij vertaald: vooral goedwillende, kleinere uitzendorganisaties zullen veel last hebben van nog meer regelgeving, terwijl het doel – malafide uitzenders weren – niet wordt bereikt omdat de cowboys op de markt zich hier toch niets van aantrekken. Bovendien denkt ATR dat de complexiteit van de WTTA effectieve handhaving moeilijk maakt, waardoor de pakkans van malafide uitzendbureaus nog altijd te laag zal zijn. Ook omdat er al te weinig capaciteit bij de Arbeidsinspectie is. Consequente handhaving van bestaande regels is veel effectiever, zo is de conclusie. Lees ook: Toelating zonder handhaving gaat niet werken (Jurriën Koops, ABU) Bovib: ‘reikwijdte te groot, alternatief register wél handhaafbaar’ Volgens de Brancheorganisatie voor Intermediairs en Brokers (Bovib) is de reikwijdte van de WTTA veel groter dan het probleem rechtvaardigt. De WTTA komt voort uit de aanbevelingen van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten (Commissie Roemer) en ook Bovib vindt dat er meer moet gebeuren om de werk- en leefomstandigheden van arbeidsmigranten te verbeteren. Maar dit wetsvoorstel is niet de oplossing, zegt voorzitter Marc Nijhuis in een interview met ZiPconomy. “Er vallen straks duizenden bedrijven onder het toelatingsstelsel die niets te maken hebben met arbeidsmigranten. Zij krijgen te maken met onnodige (administratieve en financiële lastenverzwaringen (waarborgsom € 100.000)). “Het is ook vreemd dat het begrip ‘arbeidsmigrant’ niet één keer voorkomt in het wetsvoorstel.” De Bovib voorziet ook problemen met handhaving, want dat wordt zeer complex en er zijn niet voldoende inspecteurs voor de vele bedrijven die straks onder het stelsel vallen. Als alternatief oppert de Bovib een register, een audit van bedrijven (inleners, doorleners en werkgevers) die werken met arbeidsmigranten. Idee hierachter: wie met arbeidsmigranten werkt en niet geregistreerd staat, krijgt een boete. Daarbij geldt ketenaansprakelijkheid, oftewel: in-, uit- en doorleners zijn verantwoordelijk. Nijhuis: “Zo’n register leidt tot minder lastenverzwaringen en is veel beter handhaafbaar. Het is eenvoudiger en helpt ons het echte doel te bereiken, namelijk arbeidsmigranten beschermen en hun werkomstandigheden verbeteren.” RIM: ‘maak onderscheid segmenten arbeidsmarkt’ Volgens de Raad voor Interim Management (RIM) heeft het wetsvoorstel nadelige effecten op de bovenkant van de markt, waarin de RIM-bureaus zich begeven. De WTTA maakt namelijk geen onderscheid tussen de verschillende segmenten op de arbeidsmarkt. Daarmee is volgens de RIM de “reikwijdte van de WTTA veel groter dan het probleem – misstanden met arbeidsmigranten door malafide uitzenders – rechtvaardigt.” Het grootste bezwaar van de RIM: “Bemiddelingsbureaus zoals de RIM-bureaus hebben niets te maken met arbeidsmigranten. Wel met zzp’ers, maar die vallen niet onder deze toetsing. Dat is verwarrend voor de organisaties voor wie wij arbeidskrachten bemiddelen en wij voorzien een onnodige extra regeldruk.” De RIM sluit zich aan bij het advies van ATR en pleit voor een consequente en daadkrachtige handhaving van de reeds bestaande regels. Redmore en Cohedron Ook Redmore en Cohedron, onderdeel van House of HR, pleiten in hun reactie voor het maken van onderscheid tussen uitzenden, detacheren en interim-management. Zo is er bij detachering veelal sprake van ter beschikking stelling van arbeidskrachten met een vast dienstverband zonder uitzendbeding. Hier is dus de bescherming voor de werknemer al op het gewenste niveau, stellen zij. Voor bijvoorbeeld gedetacheerden en interim-managers op het gebied van finance, audit, compliance, interim management, consultancy, IT en interim juridisch zou volgens Redmoren en Cohedron een uitzondering moeten gelden. Dit is nodig om uitleners en opdrachtgevers de gewenste flexibiliteit (in arbeidsvoorwaarden, red.) te kunnen blijven bieden. “Het zal niet de bedoeling zijn van het toelatingsstelsel om rechtsonzekerheid te creëren voor bedrijven en voor de onderhavige categorieën arbeidskrachten, omdat er op inlenersbeloning volgens een rigide opbouw van arbeidsvoorwaarden wordt gehandhaafd en uitsluiting van de markt in het verschiet ligt. Indirect zal dit ten koste gaan van middelen en mogelijkheden tot het ontwikkelen van arbeidskrachten, het behouden van de benodigde kennisniveaus en de flexibiliteit ondermijnen waaraan bij de onderhavige groep arbeidskrachten een grote behoefte bestaat.” Ook adviseren Redmore en Cohedron om te wachten met de uitvoering van de WTTA totdat er meer duidelijkheid is over de uitwerking van het conceptwetsvoorstel Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelatie en Rechtsvermoeden (Wet VBAR). Zij verwachten dat het aantal gedetacheerden en interim-managers dat ter beschikking wordt gesteld, mogelijk zal groeien door de instroom van zelfstandigen die na invoering de Wet VBAR geen zelfstandige meer mogen zijn. “Hierin schuilt een aanvullend argument om bij de uitwerking van het toelatingsstelsel voor de hier bedoelde groep van arbeidskrachten duidelijkheid te creëren en uitzonderingen van de toepassing van het toelatingsstelsel mogelijk te maken. Voor de vigerende wet- en regeling is het belangrijk dit besluit pas te nemen wanneer de breed gedragen weerstand tegen de Wet VBAR is opgelost. Uitvoering in de verkeerde volgorde kan leiden tot oneigenlijke toepassing en vergroting van de problematiek.” Lees ook: 10 vragen en antwoorden over de Wet Toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Fariël Dilrosun (NBBU), Webinar Week feb 2024) ‘De WTTA komt eraan, zorg dat je gebruik kunt maken van het overgangsrecht’ (Patrick Tom (Bureau Cicero), Webinar Week feb 2024) Geplaatst in In de wereld, Politiek | Tags WTTA | Reacties uitgeschakeld voor Flexbranche zeer kritisch op WTTA: ‘sleepwet’ schiet doel voorbij
Navigeren door het ESG-landschap: Kansen en verplichtingen voor (staffing)bedrijven Geplaatst 28 februari 2024 door Redactie FlexNieuws Door de ESG richtlijnen ter harte te nemen, kunnen staffing bedrijven niet alleen voorkomen dat ze een “speelbal” worden van klanten en leveranciers, maar kunnen ze zich ook positioneren als leiders in duurzaamheid en sociale verantwoordelijkheid. Tot dat advies kwamen Maudie Derks, CEO van Acture, en Wim Davidse, econoom en hoofdredacteur van FlexNieuws, in een aflevering van ZiPtalk. Ze gingen met Narada Bouwland in gesprek over de impact van de ESG-rapportage (Environmental, Social, en Governance) die verplicht wordt voor grote en middelgrote bedrijven. Ze bespraken de rol van accountants in het waarborgen van compliance, en de strategische kansen die ESG biedt voor bedrijfsinnovatie en een grotere maatschappelijke bijdrage. ESG: Een nieuwe horizon voor bedrijfsverantwoordelijkheid “ESG staat voor Environmental, Social, en Governance, wat betekent dat er een aantal richtlijnen zijn waar bedrijven aan moeten voldoen, variërend van klimaatuitstoot tot sociale aspecten en governance”, zo legt Maudie Derks uit. Deze aanstaande rapportageverplichtingen voor bedrijven vanaf boekjaar 2025, moeten transparantie en vergelijkbaarheid tussen bedrijven bevorderen. Lees ook: Wat is ‘CSRD’ en wat moet ik ervoor doen? Een cruciaal aspect van ESG-compliance is de rol van de accountant. Derks verduidelijkt: “De controlerend accountant moet aftekenen op je ESG-rapportage. Dit legt een duidelijke verplichting neer bij bedrijven om ervoor te zorgen dat hun rapportage aftekenbaar, controleerbaar en verifieerbaar is.” Deze vereiste benadrukt de noodzaak voor bedrijven om hun ESG-inspanningen serieus te nemen en adequaat te documenteren. Lees ook: ABN AMRO: ‘Twee op drie Nederlandse bedrijven onbekend met richtlijn om vanaf 2024 te rapporteren over duurzaamheid’ Kansen en uitdagingen van ESG Ondanks de initiële zorgen over de complexiteit en lasten van ESG-wetgeving, zien zowel Derks als Davidse de kansen die ESG biedt. Davidse: “Mijn eerste reactie was precies dezelfde als die bij oude wet- en regelgeving. Maar als je de eerste schrik van je afzet, dan zie je dat ESG eigenlijk de core business van flexbedrijven is. Wij gaan over mensen, doen het met en voor mensen, en die willen we zo goed mogelijk tot hun recht laten komen, laten floreren.” Strategische benaderingen voor ESG-compliance Derks legt uit hoe Acture ESG zelf heeft benaderd: “Door te denken vanuit ESG, kunnen we makkelijk aantonen dat we meer doen dan het noodzakelijke. Dit werkt uiteindelijk ondersteunend voor onze core business en creëert waarde voor onszelf en onze klanten.” Dus, stelt ze, zie ESG niet alleen als een reeks van beperkingen, maar als een kans om bedrijfsprocessen te innoveren en maatschappelijke waarde te vergroten. Voorbij compliance: ESG als drijfveer voor innovatie Davidse en Derks benadrukken in de podcast beiden dat ESG bedrijven de kans biedt om voorbij compliance te kijken en het als drijfveer te zien voor innovatie en positieve maatschappelijke impact. Davidse merkt op: “Deze [ESG] geeft ons een soort van wettelijk fundament om aan [goed werkgeverschap] te gaan doen,” wat suggereert dat ESG de basis legt voor een meer verantwoordelijke en duurzame bedrijfsvoering. Conclusie: het belang van proactieve ESG-Strategieën Zo biedt ESG niet alleen een kader voor bedrijven om hun sociale en ecologische impact te beheren, maar opent het ook de deur naar innovatie en competitief voordeel. Bedrijven worden aangemoedigd om proactief ESG-strategieën te ontwikkelen die zowel aan de wettelijke vereisten voldoen als de kernwaarden en missie van het bedrijf versterken. Door de richtlijnen van ESG ter harte te nemen, kunnen (staffing) bedrijven niet alleen voorkomen dat ze een “speelbal” worden van klanten en leveranciers, maar kunnen ze zich ook positioneren als leiders in duurzaamheid en sociale verantwoordelijkheid. In de woorden van Derks: “We hebben meer gekeken naar hoe we van de enorme berg aan ESG-informatie een kans kunnen maken.” Dit sentiment wordt gedeeld door Davidse, die de potentie van ESG benadrukt om “betere werkgevers te zijn, met aandacht voor het welzijn en de ontwikkeling van hun werknemers.” Meer weten: luister het gehele gesprek over de overgang naar een meer duurzame en verantwoordelijke bedrijfswereld terug in deze podcast. Of bekijk de video-opname op YouTube Geplaatst in Arbeidsmarktdata, In de wereld | Tags acture, ESG | Reacties uitgeschakeld voor Navigeren door het ESG-landschap: Kansen en verplichtingen voor (staffing)bedrijven