Maandelijkse archieven: maart 2025

FlexKnowledge en Procres Bedrijfsadvies gaan samenwerking aan

Het toelatingsstelsel (Wtta), de wet Meer zekerheid flexwerkers, de wet DBA, de toenemende aversie tegen arbeidsmigranten en de opkomst van AI. Het zijn ontwikkelingen die de komende jaren grote impact gaan hebben op de arbeidsmarkt en op de flexbranche in het bijzonder. De vraag is niet langer óf je hier iets mee gaat doen, maar of je al begonnen bent. Je wilt de boot natuurlijk niet missen, maar waar begin je?

FlexKnowledge probeert al langer te helpen bij deze uitdagingen. Met hun netwerk van experts helpen zij bij vraagstukken over wet- en regelgeving, software, zzp’ers, A1 verloning, ziektewet en arbobeleid, tenders en aanbestedingen en externe vertrouwenspersonen. Met de komst van Richard Philips, eigenaar van Procres Bedrijfsadvies, wordt daar een cruciale schakel aan toegevoegd: strategisch bedrijfsadvies en sparringpartner voor uitzendondernemers. 

Richard is jarenlang ondernemer in de flexbranche geweest en met Procres helpt hij nu andere ondernemers met het realiseren van hun groeiambities. Daarnaast helpt hij ze ook op weg met de praktische toepassing van AI.

“Vaak ligt de focus te lang, of alleen maar, op het genereren van omzet. Daardoor loopt de bedrijfsvoering regelmatig achter de feiten aan en dat frustreert vervolgens het commerciële proces, vertraagt de groei en zorgt voor hogere interne kosten en minder winst. De groei van je bedrijf vraagt om andere vaardigheden dan die waarmee je ooit begon. Je moet je bedrijfsvoering steeds verder optimaliseren om te kunnen blijven groeien”, aldus Richard.

Met deze samenwerking hoopt FlexKnowledge zijn klanten niet alleen antwoord op vragen van vandaag te bieden, maar ook een plan voor morgen. Samen zorgen FlexKnowledge en Procres ervoor dat klanten weer grip krijgen op hun organisatie en dat hun (groei)kansen optimaal worden benut, met minder stress en meer winst. 

Lees ook:

Geplaatst in Bedrijfsnieuws, In de branche | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor FlexKnowledge en Procres Bedrijfsadvies gaan samenwerking aan

Frank van Gool blijft na afscheid pleitbezorger van arbeidsmigratie: “Wilders kan mijn telefoontje verwachten”

“Wat een timing hè.” Het vertrek van Frank van Gool valt precies samen met het finale debat in de Tweede Kamer over de Wtta. Destijds, 25 jaar geleden, was de penibele situatie van de arbeidsmigrant aanleiding om het beter te organiseren dan de bestaande uitzendbureaus. Hij richtte met twee compagnons OTTO Work Force op.

De CEO laat het bedrijf picobello achter. Toen het in 2018 werd overgenomen door het Japanse Outsourcing Inc, beloofde hij nog minstens vijf jaar aan te blijven. De omzet was toen 270 miljoen. In 2024 brak OTTO Work Force door de magische omzetgrens van 1 miljard. “Zo’n snelle groei had ik niet verwacht”, zegt hij. Sinds de oprichting kent het bedrijf jaarlijks een gestage omzetgroei van gemiddeld 18%. Zo groeide het uit tot Europees marktleider in internationale arbeidsbemiddeling. Via OTTO Holding, waar ook Duitsland onder valt, werken 27 duizend internationale medewerkers.

Met mede-directielid en ex-partner Karolina Swoboda neemt Van Gool afscheid in een periode dat de arbeidsmigrant opnieuw in een verdomhoekje zit. En dat zit hem niet lekker. Want een succesvol bedrijf oprichten is één ding. Maar dat andere, opkomen voor de arbeidsmigrant, loopt net zo goed als een rode draad door zijn carrière. Een van zijn wapenfeiten: “Samen met wijlen FNV-bestuurder Marcel Nuyten de internationale paragraaf in de ABU-cao opstellen. De arbeidsmigrant is een aparte doelgroep, daar moet je anders mee omgaan.”

Wtta dekt niet alle misstanden

Van Gool is blij dat het nieuwe toelatingsstelsel (Wtta) in aantocht is, om misstanden met arbeidsmigranten tegen te gaan. Hij roept het al jarenlang: zorg nou dat die uitzendvergunning terugkomt. “We hebben in Nederland te veel last van de onderkant van de markt. In de landen om ons heen, zoals België en Duitsland, gaat ook wel eens iets fout, maar in Nederland zijn de misstanden vele malen ernstiger. Dat is niet alleen slecht voor de arbeidsmigranten, het bevordert oneerlijke concurrentie en is bovendien slecht voor de reputatie van Nederland.”

Hoe blij hij ook is met de Wtta, hij benadrukt dat de wet niet alle misstanden afdekt. “Als de Arbeidsinspectie stuit op misstanden, krijgt de werkgever een boete, maar een herstelplicht voor de werkgever ontbreekt. Stel een werknemer uit Vietnam wordt via een slechte A1-constructie gedetacheerd. Hij krijgt hier 600 euro, wat veel is vergeleken met de 200 euro die hij in Vietnam verdiende. Maar hij heeft recht op 1500 euro meer. Voor het bureau blijft dat met een geringe pakkans een ingecalculeerd risico. Zeker als hij het toch niet terug hoeft te betalen aan de werknemer. En de werknemer? Die trekt niet aan de bel. Want als hij naar de Arbeidsinspectie stapt, volgt ontslag. Dat gebeurt met enige regelmaat. De herstelplicht moet er daarom óók heel snel komen.”

Vergewisplicht: hoe dan?

Als het aan het kabinet ligt, mogen werkgevers niet langer geld voor huisvesting inhouden op het salaris van arbeidsmigranten. Dat snapt Van Gool. Enigszins. “Als je wonen en werken wil scheiden, dan past dit niet helemaal. Aan de andere kant is het nu wel goed geregeld. Want om te kunnen inhouden, moet de huisvesting in ieder geval voldoen aan SNF-kwaliteit.”

Waar hij de minister helemaal niet kan volgen, is diens plan om werkgevers een vergewisplicht op te leggen. Zij zouden moeten controleren of arbeidsmigranten ingeschreven staan in de basisregistratie. “Alleen al vanwege de privacy is dat verkeerd. Maar hoe kan je nou als je werkgevers verbiedt om via de loonstrook huisvesting in te houden diezelfde werkgever verplichten om te kijken of ze in het BRP staan ingeschreven? Die verantwoordelijkheid moet je dan bij de verhuurders neerleggen. Bovendien is het pure discriminatie om het alleen voor deze groep te vragen.”

Fatsoenlijke huisvesting

Gebrek aan fatsoenlijke huisvesting voor internationale werknemers bracht Frank van Gool en Karolina Swoboda tot de oprichting van KaFra Housing. Daar blijft het tweetal, als aandeelhouders weliswaar, nog wel aan verbonden.

De specialisatie van KaFra Housing: het bouwen van grootschalige woonlocaties. In zes jaar zijn er twintig locaties uit de grond gestampt, met vijfduizend bedden. Toch gaat het de ondernemer nog veel te langzaam. Dat ligt vooral aan de vergunningen. Er zitten een paar succesverhalen tussen, zoals de woonlocatie voor vluchtelingen in Zevenbergen die binnen een jaar gerealiseerd werd. Maar er zitten ook locaties tussen waar na zes jaar nog steeds geen definitieve vergunning binnen is.

Nu hebben grootschalige woonlocaties – net als de arbeidsmigrant – het politieke tij niet mee. Iets waar Van Gool dus niets van begrijpt. “Het merendeel van de arbeidsmigranten woont in verkamerde woningen, met z’n achten of tienen, in woonwijken. De migranten willen dat niet en de mensen in de woonwijk willen dat ook niet. Je ontwricht op die manier de sociale cohesie in zo’n woonwijk. Dus ontlasten wij de Nederlandse woningmarkt door grotere huisvestingslocaties te bouwen. Niet alleen voor arbeidsmigranten, ook voor vluchtelingen en spoedzoekers, zoals mensen die recent gescheiden zijn. Die groepen kun je prima mengen.”

Geen ongebreidelde arbeidsmigratie

Ook na zijn vertrek bij OTTO wil Van Gool een warm pleitbezorger blijven voor arbeidsmigratie. “Mensen kunnen mij altijd bellen en om advies vragen. Maak alsjeblieft gebruik van de expertise die ik heb.”

Terwijl Nederland alles op alles zet om het aantal arbeidsmigranten beheersbaar te houden, is de vaste boodschap Van Gool richting politiek dat er betere arbeidsmigratie moet komen. Ook van buiten Europa. “Bedenk dat heel Europa vergrijst en een land als Polen nog veel meer. Daar gaat de vergrijzing vier keer zo snel als in Nederland.” Hij pleit al jaren voor een vakkrachtenregeling voor arbeidsmigranten buiten de EU, zoals Segers die voorstelde in het rapport Grip op arbeidsmigratie. “Géén ongebreidelde en ongeorganiseerde migratie zoals we die in het verleden hebben gehad”, benadrukt hij. “Laten we lessen trekken uit het verleden en het nu beter organiseren.”

Hoe hij het vindt dat bepaalde sectoren vanwege de arbeidsmigranten ter discussie staan? De slachthuizen, de distributiecentra, tuinbouw; zouden we dat nog wel in Nederland moeten hebben?
Waarom niet, riposteert hij. “Het gaat niet om meer of minder arbeidsmigranten, maar om goede arbeidsmigratie. Het mag niet zo zijn dat lage lonen de drijvende factor of het verdienmodel is voor een onderneming. Nederland moet geen lage-lonenland worden. Maar als een slachterij werkt met machine operators en de crème de la crème van automatisering. Waarom zouden we zo’n slachterij dan niet in Nederland willen?”

Politieke gesternte

De vakkrachtenregeling die hij voorstaat, zou moeten gelden voor kraptesectoren als de zorg en de techniek. Aan werkgevers worden in de regeling eisen gesteld. “Zij moeten aantonen dat ze een goede werkgever zijn. Dat ze alles hebben gedaan om te innoveren, mechaniseren en automatiseren. Pas dan krijgen ze een zogeheten orange card, waarmee ze mensen van buiten de EU hier mogen laten werken. Dat is een tijdelijke regeling, zonder gezinshereniging, voor maximaal vijf jaar. Daarna keren werknemers terug naar het land van herkomst.”

Dat het politieke gesternte ongunstig staat voor de door hem gewenste vakkrachtenregeling, beseft Van Gool al te goed. Het is bekend dat hij warme contacten onderhoudt met de VVD. De politicus die hij nog niét heeft weten te overtuigen, is Geert Wilders. “Ik heb van een hoop mensen het mobiele nummer, maar van hem nog niet. Nu ik geen belang meer heb bij OTTO, wordt het wat gemakkelijker om met hem te praten. Ik ga het zeker proberen. Wilders kan mijn telefoontje verwachten.”

Lees ook:

Geplaatst in Bedrijfsnieuws, In de branche | Tags , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Frank van Gool blijft na afscheid pleitbezorger van arbeidsmigratie: “Wilders kan mijn telefoontje verwachten”

Techniek Nederland en Recruitment Marketeers bundelen krachten

Recruitmentmarketingbureau Recruitment Marketeers en branchevereniging Techniek Nederland hebben een partnership gesloten. De leden van Techniek Nederland kunnen met de hulp van Recruitment Marketeers makkelijker aan nieuw talent komen. Recruitment Marketeers maakt hun technische vacatures op social media en op vakmedia zichtbaar voor technisch talent. Dat is nodig volgens Frank van Eijk-Willemse van Techniek Nederland, “want de tekorten in de technische sector blijven groeien.”

Personeelstekort

Veel technische bedrijven kampen al jaren met personeelstekort en een krappe arbeidsmarkt. 57 procent van deze bedrijven voelt de druk om snel personeel aan te nemen vanwege het aanhoudende tekort, laat onderzoek van Intelligence Group zien. 

“Daarom is het belangrijk dat zij zich onderscheiden van de concurrent met recruitment”, aldus Geert-Jan Waasdorp, Directeur Arbeidsmarkt bij Intelligence Group. “Dit kun je effectief doen door vacatures zichtbaar te maken op social media voor latente kandidaten. Zichtbaarheid in vakmedia en op platformen zoals Techniekwerkt helpt ook. Daar zoeken veel potentiële werknemers actief naar een baan.”

Advertenties

Recruitment Marketeers maakt beeldende advertenties van de technische vacatures, die laten zien hoe het is om bij een technisch bedrijf te werken. “Door het visuele aspect zijn werkzoekenden eerder geneigd te solliciteren”, aldus Remko Booghmans, eigenaar bij Recruitment Marketeers. “De vacature blijft beter hangen en brengt de boodschap beter over, omdat we visuele informatie anders verwerken dan tekstuele informatie. We onthouden 80 procent van wat we zien, en slechts 20 procent van wat we lezen.”

Werven op social media

De advertenties richten zich vooral op starters in de techniek. “Veel van hen hebben onlangs de opleiding werktuigbouwkunde afgerond, of volgen een technische BBL-opleiding”, aldus Booghmans. “Zij zitten in een fase waarin ze een eerste baan zoeken en zijn dagelijks actief op social media. Door hen daar vacatures te tonen, vergroten we de kans dat ze solliciteren.”

Geplaatst in Arbeidsmarktdata, In de wereld | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor Techniek Nederland en Recruitment Marketeers bundelen krachten

Mythe doorgeprikt: EU Pay Transparency en de ‘verplichte’ salarisvermeldingen

“Binnenkort is het gewoon verplicht om salarissen in vacatureteksten te zetten.” Steeds meer mensen roepen dit, als ik weer eens mijn verbazing uitspreek over het salaristaboe. Want daar kampen we mee: een salaristaboe. Meer dan de helft van de vacatureteksten bevat loze termen als ‘marktconform’ of ‘een passend salaris’. Maar is het wel zo? Dat werkgevers en intermediairs straks verplicht zijn om het salaris in de vacatureteksten te vermelden, zodra EU Pay Transparency-wetgeving van kracht wordt?

Hardnekkig misverstand of een feit: salarissen moeten in vacatures

Nee, de EU Pay Transparency-wetgeving die vanaf 7 juni 2026 geldt, bevat geen verplichting om een salarisvermelding in de vacaturetekst op te nemen. Wat (onder andere) wél verplicht wordt?

  • het startsalaris of de salarisrange moet worden gedeeld vóór het sollicitatiegesprek plaatsvindt.
  • er mag niet meer worden gevraagd naar het salarisverleden van kandidaten.
  • grote bedrijven met > 250 werknemers moeten rapporteren over de loonkloof binnen hun organisatie.

Laten we inzoomen op het eerste punt: informatie over het salaris moet dus aan een sollicitant worden gemeld, voordat deze op eerste gesprek komt. In theorie betekent dit dat je een salaris ook via een ander kanaal én op een ander moment kunt delen dan in de vacaturetekst. Bijvoorbeeld per e-mail, bij de uitnodiging voor dat sollicitatiegesprek. Dat een salarisvermelding ín een vacaturetekst verplicht wordt, is dus een misverstand.

Stijging salarisvermeldingen

Toch lijkt dit hardnekkige misverstand een positief effect te hebben. Uit een nieuwe analyse van Indeed blijkt namelijk dat opnieuw in meer vacatureteksten het salaris wél wordt vermeld. Waar in 2019 de teller op slechts 19% stond, is dit percentage inmiddels meer dan verdubbeld. De laatste data van Indeed laten zien dat inmiddels in 45,3% van de Nederlandse vacatures een salaris staat vermeld.

Oorzaken toename salarisvermeldingen

Naast het misverstand rondom de EU Pay Transparency-wetgeving, zie ik meer oorzaken voor de toename van salarisvermeldingen. Zo speelt de komst van Google for Jobs – de zoekmachine binnen Google die puur gericht is op vacatures – een rol. In 2020 noemde Google for Jobs het salaris als 1 van de rankingsfactoren. Ook de krappe arbeidsmarkt van de afgelopen jaren speelt een belangrijke rol: steeds meer organisaties gaan overstag omdat vaststaat dat sollicitatie-aantallen flink toenemen bij salarisvermelding. Indeed zegt hierover dat het aantal sollicitaties met wel 75% kan toenemen. Verder zie je dat werkgevers concurreren ‘op prijs’.

Nederland versus andere Europese landen

Waar ik in Nederland een vreugdedansje doe nu de teller op 45,3% salarisvermeldingen staat, doe ik in Engeland de polonaise. Daar bevat 70% van de vacatures een salarisindicatie. Daarentegen staat in Franse vacatures slechts in 28,2% van de gevallen een salaris. In Duitsland is dit een schamele 12,2%. En in België? Een bedroevende 9,1%.

De echte vraag

De wetgeving dwingt werkgevers straks tot enige openheid over salaris, maar dus niet per se in de vacaturetekst zelf. Toch helpt het doorbreken van het salaristaboe in de vacaturetekst wel bij het naleven van de EU Pay Transparency-wetgeving. Want wat als je het toch vergeet te vermelden, tussen de sollicitatie en een sollicitatiegesprek? Tel hierbij op dat transparantie in vacatureteksten dus tot wel 75% meer sollicitaties oplevert. Ook zorgt het voor een betere kwaliteit sollicitanten, diversiteit en tijdwinst. Last but not least zou het de cost per apply met 35% reduceren.

De echte vraag is dan ook: waarom wachten tot 2026 als transparantie over het salaris nu al werkt?

Geplaatst in In de wereld, Werken 4.0 | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor Mythe doorgeprikt: EU Pay Transparency en de ‘verplichte’ salarisvermeldingen

Tweede Kamer plaatst veel mitsen en maren bij de Wtta

De Tweede Kamer debatteerde woensdag met NSC-minister Eddy van Hijum van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) over de Wet toelating terbeschikkingstelling arbeidskrachten (Wtta). Die regelt dat uitzendbureaus, detacheerders en andere bedrijven uitlenen, alleen de markt op mogen als ze door het ministerie zijn toegelaten.

De wet liep door uitvoeringsproblemen vertraging op. De behandeling werd twee keer uitgesteld. Verschillende partijen drongen aan bij de minister om te komen met een datum voor inwerkingtreding. Die kon de minister in het debat nog niet geven, maar hij zegde toe in april met een datum te komen. Omdat de wet zo lijvig is, werd besloten de behandeling in twee termijnen te doen. Op 27 maart wordt de behandeling voortgezet.

Uitzendverbod

Voorafgaand aan de behandeling werd een flink aantal amendementen ingediend. Zo bepleitte Mariëtte Patijn (GL-PvdA) om een sectorbreed uitzendverbod te kunnen opleggen als er stelselmatig sprake is van misstanden in een bepaalde bedrijfstak. Minister Van Hijum vond het te vroeg om daarover uitspraken te doen. Hij wil eerst nog een studie afwachten. Brancheorganisatie ABU had aan de vooravond van de behandeling gepleit om af te zien van uitzendverboden. Het riep de Tweede Kamer op “om vertrouwen te hebben in de Wtta en geen extra beperkende maatregelen, zoals sectorale uitzendverboden, in te voeren.”

Rechtszekerheid

De rechtszekerheid is een ander punt waarover de ABU zich zorgen maakt. “Het toelatingsstelsel moet voldoende rechtszekerheid bieden, zodat bonafide uitzendbedrijven niet onterecht in de problemen komen door strikte regels en beperkte bezwaarprocedures.”

Voor Thierry Aartsen (VVD) is dit een punt van aandacht. “Het is aan de toelatende instantie om een toelating af te wijzen, te schorsen of zelfs in te trekken. Ondernemers kunnen vervolgens bezwaar aantekenen en vervolgens ook beroep aantekenen tegen zo’n besluit. Dit bezwaar kent echter geen opschortende werking.” Volgens Aartsen kan dat gaan knellen met de doorlooptijden bij de inspecties. In een amendement vroeg de VVD daarom een opschortende werking op te nemen.

Volgens minister Van Hijum is er in het stelsel genoeg tijd ingebouwd om zaken te herstellen. Hij voelt niets voor zo’n opschortende werking, omdat de malafide bedrijven op die manier langer hun gang kunnen gaan. “Het vormt een prikkel om tegen elk besluit in bezwaar te gaan.” De minister toonde zich wel bereid om met Aartsen de komende weken te sparren over waarborgen dat goedwillende ondernemers voldoende gelegenheid krijgen om een fout te herstellen zonder een schorsing te riskeren.

Uitdijende bureaucratie

Tijdens de behandeling bleken er nog veel vragen en twijfels bij kamerleden te leven over het wetsvoorstel. Zo uitten diverse partijen vraagtekens over de toelatende instantie. Die heeft de minister na een zoektocht uiteindelijk belegd bij een zelfstandige dienst binnen SZW zelf.

Thierry Aartsen (VVD) plaatste vraagtekens bij de oplopende kosten van de dienst, waarvan de ondernemingen de rekening gepresenteerd krijgen. De oorspronkelijke begroting van de leges op €490 is in tweeënhalf jaar opgelopen tot tussen de €2.000 tot €2.800, benadrukte hij. Van Aartsen vreest “een stelsel dat continu blijft uitdijen”. De VVD pleit daarom in een amendement voor een plafond van €2.006. Van Hijum toonde zich bereid om “de goede discussie over doelmatigheid te blijven voeren”.

Overgangsperiode

Diverse partijen uitten hun zorgen over de capaciteit bij de inspectie-instellingen. Hoe staat het met de capaciteit? Gaat het allemaal wel lukken? En wat gebeurt er eigenlijk als dat niet lukt?
Van Hijum gaf toe dat er een overgangsperiode zal zijn waarin de uitleners geleidelijk worden toelaten. “Dat kan niet in één klap. Er is bij het begin nog niet voldoende inspectiecapaciteit om iedereen direct te controleren. Het gaat dus ook wel even duren voordat alle bedrijven structureel twee keer per jaar gecontroleerd kunnen worden.” Hij verwacht dat het na inwerkingtreding nog twee jaar duurt voordat de capaciteit op orde is.

Uitleners zullen daar geen nadelen van ondervinden, beloofde Van Hijum. In de overgangsperiode kunnen uitleners blijven uitlenen op grond van het overgangsrecht. De voorwaarde is dan wel dat zij zich voor de inwerkingtreding van de wet bij de toelatende instantie hebben aangemeld of beschikken over een SNA-certificaat.

Mariëtte Patijn (GL-PvdA) maakt zich zorgen dat bedrijven die nu al een SNA-certificaat hebben in het overgangsrecht op basis van dit certificaat toegelaten worden. “Een toelating op basis van het SNA-certificaat suggereert dat deze bedrijven al conform het normenkader werken en daar helemaal aan voldoen, terwijl uit de controle van vakbond CNV bleek dat bij heel veel uitzendbureaus de loonstrookjes bijvoorbeeld niet kloppen. Dat was ook het geval bij uitzendbureaus die het SNA-certificaat hebben. Volgens CNV speelt 50% van de onderzochte kwesties bij grote uitzendbureaus, die allemaal een SNA-certificaat hebben. Het gaat niet alleen om niet-kloppende loonstrookjes, maar ook om misstanden bij de overschrijding van arbeidstijden, illegale tewerkstelling of niet-naleving van socialezekerheidswetten.”

“We kunnen niet uitsluiten dat malafide partijen er in de eerste fase doorheen glippen”, antwoordde Van Hijum. Wel benadrukte hij dat de Toelatende Instantie (TI) bij aanvang van de wet al in staat is om misstanden aan te pakken. De TI kan met een SNA-certificaat toelating weigeren als daar aanleiding toe is. Dat kan bijvoorbeeld via gegevensuitwisseling met de Arbeidsinspectie en de Belastingdienst. Ook kan de toelatende instantie een uitlener tussentijds verplichten om een inspectierapport aan te leveren als daar aanleiding toe is. “Maar we kunnen niet elke dag bij elk bedrijf een inspecteur langs sturen.”

Doet het wetsvoorstel wat het moet doen?

Inge van Dijk (CDA) plaatste vraagtekens bij de effectiviteit van de wet. “Doet het wetsvoorstel wat het moet doen, namelijk de malafiditeit in de uitzendsector bestrijden?” Ze vreest dat de private inspecties op het normenkader vooral ondernemingen eruit halen die hun administratie wat minder op orde hebben. Ze vroeg de minister of een verdere uitbreiding van de Arbeidsinspectie niet effectiever zou zijn dan het optuigen van een nieuwe wet. En dat in combinatie met andere maatregelen, zoals een verplichte uitbreiding van G-rekeningen, een andere weg om de naleving van fiscale wetgeving en socialezekerheidswetgeving af te dwingen. “Is het door de wetgever bij uitzendbureaus neerleggen van de verantwoordelijkheid voor goede huisvesting conform SNF-certificering niet de echte oplossing?”

Volgens Van Hijum zit de kracht van het stelsel in de samenwerking tussen verschillende partijen. Zo kan de Arbeidsinspectie informatie delen met de toelatende instantie wanneer er bijvoorbeeld boetes zijn opgelegd aan een uitzendbureau voor het niet betalen van het minimumloon. Dat kan leiden tot het schorsen, het weigeren of zelfs het intrekken van de toelating als dit niet op tijd hersteld wordt.

Volgens Van Hijum is het nieuwe stelsel effectiever dan het oude vergunningsstelsel dat in 1998 werd afgeschaft. “Dat was een toelating aan de voorkant, maar aan de achterkant stelde het te weinig voor. Wij denken dat je met dit stelsel, waarbij de toelating voor een deel de verantwoordelijkheid van de sector zelf is, met een publiekrechtelijk kader dat je streng handhaaft, uiteindelijk de scheiding tussen bonafide en malafide wel tot stand kunt brengen.”

Inschrijving basisregistratie

Voor de registratie in de basisregistratie is veel aandacht in het debat. In het wetsvoorstel is voor uitleners een zorgplicht opgenomen over correcte registratie van arbeidskrachten in de basisregistratie. Deze zorgplicht bestaat uit een bevorderings-, vergewis- en de optie om eventueel zo nodig een meldplicht in te voeren. Aartsen (VVD) vraagt zich af wat die vergewisplicht inhoudt. “Is een mail of een telefoontje genoeg? En wat gebeurt er als een werknemer geen gehoor geeft?”

De zorgplicht is niet toegevoegd aan het normenkader en komt er geen handhaving en toezicht op, luidde een veelgehoorde kritiek in de kamer.

“Die registratie kun je niet alleen maar koppelen aan deze wet en aan de uitzendsector”, is de reactie van de minister. “Het registratieprobleem speelt natuurlijk breder. Dat geldt voor alle arbeidsmigranten, dus ook bijvoorbeeld de zelfstandige en gedetacheerden. We maken uitzenders met deze wet nu medeverantwoordelijk voor een betere registratie, maar ik denk ook dat we zo fair moeten zijn om te zeggen dat daar niet alles van te verwachten is.”

Op 27 maart wordt de behandeling van de wet voortgezet. 

Lees ook:

Geplaatst in In de wereld, Politiek | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor Tweede Kamer plaatst veel mitsen en maren bij de Wtta