Maandelijkse archieven: april 2024

UWV: iets minder spanning op de arbeidsmarkt

Eind 2023 daalde de spanning op de arbeidsmarkt voor het tweede kwartaal op rij. Daardoor is de arbeidsmarkt niet meer ‘zeer krap’, maar ‘krap’. In veel regio’s en beroepen was nog steeds sprake van een zeer krappe arbeidsmarkt. Dit blijkt uit de nieuwste data van de UWV Spanningsindicator.

Seizoenseffect

Vanaf het eerste kwartaal van 2022 was de arbeidsmarkt zeer krap. Het historische hoogtepunt van de krapte werd bereikt in het tweede kwartaal van 2022. Daarna koelde de arbeidsmarkt langzaam af, met uitzondering van het tweede kwartaal van 2023. Toen liep de spanning iets op, vermoedelijk als gevolg van een seizoenseffect.

De arbeidsmarkt bleef zeer krap tot in het vierde kwartaal van 2023. De spanning nam verder af, van zeer krap naar krap. Door de recente dalingen keerde de Spanningsindicator terug op het niveau van het vierde kwartaal van 2021. Toen was de arbeidsmarkt voor het laatst krap.

Aanbod neemt toe, vraag daalt

De afgenomen spanning in het vierde kwartaal van 2023 heeft 2 oorzaken. Ten eerste is het  aantal openstaande vacatures ten opzichte van het derde kwartaal van 416.800 naar 389.200 gedaald, een daling van 6,6%. Het aantal vacatures nam in alle sectoren af, vooral in de industrie, cultuur en horeca.

Daarnaast is het aantal kortdurende WW’ers toegenomen. Het aantal personen met een verstreken WW-duur van maximaal 6 maanden groeide ten opzichte van het kwartaal ervoor met 5,9%.

De daling van het aantal vacatures en de toename van het aantal kortdurende WW’ers waren het gevolg van een lichte economische krimp in het laatste kwartaal van 2023. Hierdoor hadden veel sectoren het iets lastiger.

Steeds meer beroepsgroepen bereiken omslagpunt

Voor 60 van de 93 beroepsgroepen bleef de arbeidsmarkt in het laatste kwartaal zeer krap. Bij 3 beroepsgroepen gold een gemiddelde spanning en waren er ongeveer evenveel vacatures als werkzoekenden:

  • reisbegeleiders
  • hulpkrachten bouw en industrie
  • chauffeurs auto’s, taxi’s en bestelwagens

Hoewel de arbeidsmarkt voor de meeste beroepen nog (zeer) krap was, daalde de waarde van de Spanningsindicator voor 63 van de 93 beroepsgroepen die worden meegenomen in de berekening van de indicator. Steeds meer beroepsgroepen komen dicht bij het omslagpunt van zeer krap naar krap.

In veel regio’s neemt de spanning af

In het vierde kwartaal van 2023 daalde de spanning op de arbeidsmarkt in 32 van de 35 arbeidsmarktregio’s. Voor de meeste van deze regio’s veranderde dit niets aan de typering ‘krap’ of ‘zeer krap’. In 6 regio’s ging de spanning van zeer krap naar krap:

  1. Haaglanden
  2. Midden-Brabant
  3. Midden-Gelderland
  4. Midden-Limburg
  5. Noord-Holland Noord
  6. Zuid-Kennemerland en IJmond

In 3 van de 35 arbeidsmarktregio’s nam de spanning licht toe:

  1. Drechtsteden
  2. Flevoland
  3. Gooi en Vechtstreek

Het dashboard Spanningsindicator is hier te vinden.

Pauze

Wim Davidse

Arbeidsmarktexpert Wim Davidse beschouwt de huidige situatie als een ‘pauze op de arbeidsmarkt’, maar waarschuwt dat deze rustige periode snel voorbij kan zijn. “Vanaf de zomer, of misschien begin volgend jaar, gaan we weer los op de arbeidsmarkt.”

“Op het moment dat er weer meer vacatures bijkomen omdat werkgevers meer mensen nodig hebben, wanneer de economie weer wat aantrekt, dan zitten we bij wijze van spreken binnen een paar seconden weer op zo’n super krappe arbeidsmarkt. Dan komt de vergrijzing erbovenop en wordt het alleen maar spannender. Dus ik zeg: ‘benut deze pauze want de tweede helft gaan nog moeilijker worden dan de eerste’.”

Kantelende wereld van werk

Davidse: “Als we geen goede oplossing verzinnen zitten we de rest van ons leven op een zeer krappe arbeidsmarkt. Werkgevers moeten nu echt hun best gaan doen, ze moeten vanuit de kandidaat gaan denken. Aanstekelijk werkgeverschap. Dat geldt ook voor flexbureaus.”

Ondanks de uitdagingen is Davidse optimistisch over de toekomst van de flexbranche. “De wereld van werk kantelt nu van werkgever naar werknemer, uitzendkracht of gedetacheerde. “Die worden nu de baas op de arbeidsmarkt. En dat is super leuk.”

Lees ook: Waarom de flexbranche een rooskleurige toekomst heeft

Geplaatst in Arbeidsmarktdata, In de wereld, Nieuws | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor UWV: iets minder spanning op de arbeidsmarkt

Uitzendbureau niet verantwoordelijk voor inschrijving arbeidsmigrant in gemeente

Het was een van de adviezen van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten: laat de naleving van de informatieplicht via het toelatingsstelsel voor uitzendbureaus lopen. Maar minister Van Gennip (SZW) is van dat advies afgeweken, zo liet ze weten in een kamerbrief van 7 maart.

Het zou te makkelijk een “papieren tijger” worden. Bovendien wil de minister voorkomen dat er te veel eisen onder het toelatingsstelsel worden gehangen. Dat zou het draagvlak voor het nieuwe stelsel beperken. De minister werkt nu andere mogelijkheden uit om ervoor te zorgen dat de registratie van arbeidsmigranten verbetert.

Belangrijk aandeel voor uitzendsector

Wie korter dan vier maanden in Nederland werkt, kan zich laten inschrijven met het buitenlandse adres in de Registratie niet-ingezetenen (RNI). Als een arbeidsmigrant langer in Nederland woont, moet deze zich inschrijven in de basisregistratie van de gemeente. Maar dat gebeurt lang niet altijd, waardoor de groep onzichtbaar blijft.

Het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten stelde in zijn rapport in 2020 dat de uitzendsector een belangrijk aandeel hierin heeft. Het adviseerde een informatieplicht voor werkgevers (al dan niet beperkt tot de uitzendsector). De werkgever zou in ieder geval actief relevante en juiste informatie moeten geven aan de bij hen werkzame arbeidsmigranten om te stimuleren dat zij zich a) correct inschrijven als ingezetene of niet-ingezetene en b) hun adresgegevens up-to-date houden. Uiteindelijk blijft de arbeidsmigrant volgens de Wet BRP zelf verantwoordelijk voor correcte inschrijving.

Informis …?

“Onze branche is een van de meest geauditeerde sectoren van Nederland”, zegt René van Beek, algemeen directeur van JS Groep. Volgens hem is zo’n extra plicht helemaal niet nodig. JS Groep is een detacheerder en zzp-bemiddelaar in de bouw en installatietechniek. Een kwart van de werkers is arbeidsmigrant.

Van Beek wijst op Informis, een apart locatieregister waarin de uitzendbranche de huisvestingslocaties bijhouden waarin uitzenders hun arbeidsmigranten onderbrengen. Dit online registratieplatform is een verplicht onderdeel van het SNF-huisvestingskeurmerk. “Uitbreiding van dat systeem met welke EU-medewerker in welke locatie is gehuisvest, zou de sector geen extra regels opleggen. Wij zijn toch al verplicht te registreren en het kan helpen bij de beoogde transparantie”, zegt Van Beek. “Uiteraard moet er dan gekeken worden naar AVG-richtlijnen.”

Geplaatst in Branchenieuws, In de branche | Tags , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Uitzendbureau niet verantwoordelijk voor inschrijving arbeidsmigrant in gemeente

Tweede Kamer start behandeling Wet toelatingsstelsel

De Tweede Kamer gaat starten met de behandeling van de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (WTTA). De exacte datum is nog niet bekend, maar zal naar verwachting voor de zomer zijn. Maar het is zeker nog geen gelopen koers. Er zijn nog wel wat politieke obstakels te overwinnen voordat zeker is dat het toelatingsstelsel daadwerkelijk op 1 januari 2026 ingaat.

Het wetsvoorstel kan in de Tweede Kamer op een kritische ontvangst rekenen. Er is kamerbrede steun om de adviezen van de Commissie Roemer uit te voeren om veel meer bescherming te bieden aan arbeidsmigranten. De vraag is echter in hoeverre de brede impact die de WTTA heeft voor alle bureaus (waaronder onder meer ook detacheerders) en de hoge kosten (143 miljoen per jaar, volgens het Adviescollege Toetsing Regeldruk) in verhouding staat met de omvang van de problematiek (proportionaliteit). Daarnaast zijn er grote zorgen omtrent de uitvoerbaarheid: is er voldoende capaciteit om bureaus te toetsen voordat ze toegelaten moeten worden? 

De zorgen omtrent die proportionaliteit waren juist voor de VVD en BBB in de Eerste Kamer aanleiding om hun steun in te trekken bij de Wet Toezicht Gelijke Kansen bij Werving en Selectie

Onderstaand overzicht geeft de fasen aan waarin de verschillende aangekondigde wetten in het wetgevingsproces zitten.

Geplaatst in In de wereld, Politiek | Tags | Reacties uitgeschakeld voor Tweede Kamer start behandeling Wet toelatingsstelsel

Één op vijf Nederlandse bedrijven groeit minder hard door tekort IT-medewerkers

Een op de vijf Nederlandse bedrijven groeit minder hard door tekort aan IT-medewerkers. De gevolgen hiervan laten zich ook financieel voelen. Zo zegt één op de vijf ondervraagden dat zijn of haar organisatie in de afgelopen twee jaar minder winst heeft gemaakt door een tekort aan IT-talent.

Grote organisaties hebben de afgelopen twee jaar vooral een terugloop in bedrijfsgroei ervaren als gevolg van een tekort aan IT-talent, zo geeft ruim 35 procent van alle ondervraagden werkzaam bij die bedrijven aan. Dat is aanzienlijk hoger dan kleine en middelgrote bedrijven, met gemiddeld 22 procent. Wederom hebben grote organisaties het vaakst winst misgelopen door een gebrek aan IT’ers (35 procent), terwijl dit bij kleine en middelgrote bedrijven slechts zestien procent is.

“Steeds meer bedrijven zijn data-driven en begrijpen de noodzaak van het beheren, analyseren en beschermen van die data”, zegt Gerbert Jan Valk, oprichter en CEO van Linden-IT. “Hoe groter de organisatie, hoe meer informatie, waardoor het gebrek aan geschikt IT-personeel op grote bedrijven meer impact kan hebben dan op kleinere bedrijven.”

Hoger salaris dan gebruikelijk

Als een gevolg van de krappe arbeidsmarkt, is een groot gedeelte van de Nederlandse bedrijven bereid om een stapje extra te zetten in de zoektocht naar geschikt IT-talent. Zo zegt maar liefst 32 procent van de ondervraagde HR-verantwoordelijken startende IT-professionals een hoger salaris te willen bieden dan gebruikelijk. 

In de financiële sector geldt dit zelfs voor bijna twee op de drie ondervraagden (62 procent). Daarnaast is meer dan de helft van de respondenten bereid om budget vrij te maken voor interne opleidingen en trainingen voor bestaand IT-personeel. Vooral binnen het openbaar bestuur en overheidsdiensten is dit draagvlak er (68 procent).

Valk: “Het is veelbelovend dat organisaties bereid zijn te investeren in IT-talent. Hierdoor wordt de IT-branche hopelijk alleen maar aantrekkelijker en zal het arbeidstekort afnemen. Zo leidt het ontwikkelen van bestaande IT-medewerkers uiteindelijk tot het aantrekken van nieuw IT-talent.”

Minder gekwalificeerd personeel de oplossing?

Een veelbesproken oplossing voor het tekort aan IT-talent is het aantrekken van hoogopgeleide IT’ers uit het buitenland. Uit het onderzoek blijkt dat slechts één op de vier ondervraagde HR-verantwoordelijken dit een passende uitkomst vindt.

Een andere oplossing is het intern opleiden van minder gekwalificeerd IT-personeel. Maar liefst 46 procent van de respondenten beschouwt dit als een passend redmiddel voor de krapte op de arbeidsmarkt. Met zestig procent zijn vooral grote openbare overheidsorganisaties hier voorstander van.

Valk: “Ik ben van mening dat het versterken van lokale talenten en het bieden van groeikansen binnen de organisatie waardevoller is dan het scouten van buitenlands talent. Dit bevordert niet alleen de ontwikkeling van individuen, maar draagt ook bij aan de groei van de Nederlandse IT-sector als geheel.”

Geplaatst in Arbeidsmarktdata, In de wereld, Nieuws | Tags , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Één op vijf Nederlandse bedrijven groeit minder hard door tekort IT-medewerkers

CBS: cao-loonstijging in eerste kwartaal 6,8 procent

In het eerste kwartaal van 2024 waren de cao-lonen (per uur inclusief bijzondere beloningen) 6,8 procent hoger dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Dit is iets minder dan de ontwikkeling van het laatste kwartaal in 2023, dat met 6,9 procent de grootste cao-loonstijging in ruim veertig jaar tijd kende. In 2022 en 2023 was de toename van de lonen elk kwartaal hoger dan die van het voorafgaande kwartaal. Dit meldt het CBS op basis van nieuwe cijfers.

Bron: CBS

 

In de sector gesubsidieerde instellingen (met name in de zorg) zijn de lonen in het eerste kwartaal van 2024 het hardst gestegen; 7,2 procent ten opzichte van een jaar eerder. In de sector overheid en bij particuliere bedrijven namen de lonen toe met respectievelijk 6,9 en 6,6 procent. In de eerste drie kwartalen van 2023 was de loonstijging in de sector gesubsidieerde instellingen nog het laagst.

Bron: CBS

Contractuele loonkosten iets meer toegenomen dan cao-lonen

De contractuele loonkosten – de cao-lonen plus werkgeverspremies (pensioen, arbeidsongeschiktheid, werkloosheid en zorgverzekering) – stegen in het eerste kwartaal van 2024 met 6,9 procent. Dit is net iets meer dan de ontwikkeling van de cao-lonen. Dit komt voornamelijk doordat in 2024 de werkgeverspremie voor arbeidsongeschiktheid (AOF) is gestegen, terwijl de premie voor ziektekosten lager geworden is.

Bron: CBS

Reële loonstijging 4,3 procent

De reële cao-loonontwikkeling, waarbij het cao-loon wordt gecorrigeerd voor inflatie, lag het afgelopen kwartaal op 4,3 procent. Bij het bepalen van de reële loonstijging is net zoals in het vorige nieuwsbericht gebruikgemaakt van de ontwikkeling van de consumentenprijzen die zijn berekend met de daadwerkelijk betaalde energieprijzen.

Bron: CBS

 

De voorlopige cijfers over het eerste kwartaal van 2024 zijn gebaseerd op 97 procent van de cao’s waaruit de statistiek is opgebouwd. Drie kwart van de werknemers valt onder een cao.

Het oorspronkelijke bericht is hier te vinden.

Geplaatst in Arbeidsmarktdata, In de wereld, Nieuws | Tags , , , , | Reacties uitgeschakeld voor CBS: cao-loonstijging in eerste kwartaal 6,8 procent