Tijdsaspecten van de cao-werking Geplaatst 18 oktober 2021 door Esther Koot-van der Putte Tijdsaspecten van de cao-werking Door mr. dr. Esther Koot-van der Putte Cao-recht Advies en Opleiding (www.cao-recht.nl) Esther Koot-van der Putte Het gebeurt regelmatig dat de looptijd van een cao is verstreken voordat de nieuwe opvolgende cao van kracht is. Dat de nieuwe cao nog op zich laat wachten kan verschillende redenen hebben. Zo vonden cao-onderhandelaars het tijdens de afgelopen lockdown-periodes vaak lastig de besprekingen te voeren door middel van digitale vergadermiddelen, zoals MS Teams. De cao-vernieuwing liep daardoor vertraging op. Ook stakingen, zoals nu in de Metaal-sector, of stroef verlopende onderhandelingen kunnen ervoor zorgen dat de nieuwe cao niet op tijd gereed is. Tot slot kan ook de aanmeldingsprocedure bij het Ministerie van SZW soms meer tijd vragen dan voorzien. In de praktijk rijzen dan vragen wat nog de status is van de geëxpireerde cao-bepalingen. Kan de werkgever of de werknemer daar nog een beroep op doen en wat is dan de grondslag? Of dit mogelijk is, hangt af van de status van de cao. Nawerking Dat sprake is van nawerking wordt soms zonder meer aangenomen, maar is niet altijd aan de orde. Zo werkt de algemeen verbindend verklaring (avv) van de cao niet na. Dit betekent dat indien een werkgever enkel door avv is gebonden en verder geen contractuele afspraken over de cao heeft gemaakt met zijn werknemer, dat de werking van de avv direct eindigt als de looptijd van het avv-besluit voorbij is. In Nederland zijn de meeste werkgevers (zo’n 80%) georganiseerd bij een werkgeversvereniging. Dit leidt tot binding aan de cao op grond van artikel 9 en 12 Wet CAO. Als de werknemer ook is gebonden aan de cao, dan ontstaat doorwerking in de individuele arbeidsovereenkomst van de cao-bepalingen. De cao modelleert eigenlijk de arbeidsovereenkomst helemaal naar voorbeeld van de cao. Op het moment dat de cao expireert zijn de bepalingen in de individuele arbeidsovereenkomst blijvend vervangen door de cao-bepalingen (normatieve werking). De bepalingen in de arbeidsovereenkomst die in strijd waren met de cao zijn getroffen door nietigheid. Ook heeft artikel 13 Wet CAO ervoor gezorgd dat de arbeidsovereenkomst wordt aangevuld met de bepalingen van de cao indien de arbeidsovereenkomst een dergelijke regeling zelf niet kende (aanvullende werking). Als de looptijd van de cao eindigt, dan is de arbeidsovereenkomst van de gebonden werknemer (in dienst van een gebonden werkgever) blijvend genormeerd naar voorbeeld van de cao: dit laatste noemen we de nawerking. De nawerking bevindt zich dus op het niveau van de individuele arbeidsovereenkomst. Incorporatiebeding Ook kan in de arbeidsovereenkomst een incorporatiebeding zijn opgenomen. Dit heeft tot doel om een cao van toepassing te verklaren op de arbeidsovereenkomst. Dit kan dynamisch worden geredigeerd, bijvoorbeeld: “de Cao voor het Bakkersbedrijf is van toepassing op deze arbeidsovereenkomst.” Bij een dynamische redactie verwijst het beding in potentie ook naar toekomstige versies van de cao. Een enkele keer gebruikt men een statisch geformuleerd incorporatiebeding, dat naar bijvoorbeeld één enkele editie verwijst: “De Cao Bouw & Infra 2021-2022 is van toepassing op deze arbeidsovereenkomst.” Door het overeenkomen van een incorporatiebeding in de arbeidsovereenkomst, creëren werkgever en werknemer over en weer nog een extra aanspraak op nakoming van de cao. Dit is puur gebaseerd op individueel verbintenissenrecht. Omdat die afspraak in de arbeidsovereenkomst is opgenomen, is de looptijd van de cao van minder belang geworden en zal in de meeste gevallen een vorm van nawerking ontstaan. Wel is de redactie van het beding van cruciaal belang. Indien in het beding is opgenomen dat de cao alleen tijdens de looptijd zal worden toegepast, dan wordt juist weer geen nawerking gecreëerd door de individuele contractspartijen. Stilzwijgende verlenging Een artikel dat in de dagelijkse arbeidsrechtpraktijk wat onderbelicht is, is artikel 19 Wet CAO. Dit artikel bepaalt kort gezegd dat een cao waarvan de looptijd is verstreken stilzwijgend wordt verlengd voor de gelijke tijd als waarvoor deze is aangegaan. Dit laatste met een maximum van één jaar. Dit betekent dus dat een tweejarige cao voor maximaal één jaar stilzwijgend kan worden verlengd. Een cao die voor acht maanden was afgesloten, wordt voor acht maanden verlengd. Voorwaarde voor deze stilzwijgende verlenging is dat de cao niet is opgezegd door één van de cao-partijen. Zo’n opzegging kan bij aangetekende brief of bij deurwaardersexploot plaatsvinden. Tevens moet in de cao zelf niet zijn bepaald dat de cao van rechtswege afloopt op een exact bepaalde datum. Dit laatste betreft een cao-afspraak die los staat van de looptijdbepalingen. Cao-partijen kunnen ervoor kiezen om een einde van rechtswege op te nemen. Dit soort afspraken treffen we vaak in het laatste gedeelte van de cao. Het kan de moeite waard zijn om na te gaan of een bepaalde cao stilzwijgend is verlengd. Als deze niet is opgezegd en niet van rechtswege afloopt, dan loopt de cao stilzwijgend door. Alle rechtsgevolgen blijven dan in stand. Dat heeft voordelen ten opzichte van de nawerking op grond van artikel 9 en 12 Wet CAO. Er is in de literatuur nog wel eens discussie over de vraag of werkgevers in het nawerkingstijdvak nog gebruik mogen blijven maken van afwijkingen van driekwart dwingend recht. De opvattingen hierover zijn verdeeld. Dit probleem doet zich niet voor indien sprake is van stilzwijgende verlenging. Lees ook Interview met Esther Koot, expert in cao-recht en arbeidsverhoudingen Geplaatst in Branchenieuws | Tags algemeen verbindend verklaring, arbeidsrecht, arbeidsvoorwaarden, cao, incorporatiebeding, werkingssfeer, Wet CAO | Reacties uitgeschakeld voor Tijdsaspecten van de cao-werking
Land- en tuinbouw en uitzendsector tekenen voor veilig en gezond werk uitzendkrachten Geplaatst 15 oktober 2021 door Hinke Wever Land- en tuinbouw en uitzendsector tekenen voor veilig en gezond werk voor uitzendkrachten Op 14 oktober 2021 hebben LTO Nederland, Glastuinbouw Nederland, FNV, Doorzaam en Stigas hun handtekening gezet onder de intentieverklaring ‘Uitzendkrachten werken veilig’. Zij vinden dat iedereen in de land- en tuinbouw veilig en gezond moet kunnen werken, ook uitzendkrachten. De campagne loopt tot eind 2022. Doel is om middels verschillende activiteiten de veiligheid en gezondheid van uitzendkrachten in de land- en tuinbouw te verbeteren. Doorzaam, voor duurzame inzetbaarheid uitzendkrachten Uitzendkrachten verdienen specifieke aandacht. Door de aard van het werk dat zij verrichten hebben zij vaak te maken met ongevallen, lichamelijke belasting en blootstelling aan stoffen. Daarnaast hebben internationale uitzendkrachten door hun geringe kennis van de Nederlandse taal moeilijker toegang tot belangrijke informatie en ondersteuning gericht op veilig en gezond werken[1]. Verder is het door de complexe verantwoordelijkheidsverdeling tussen de inlener, het uitzendbureau en de uitzendkracht niet altijd duidelijk wat de rechten en plichten zijn van partijen als het gaat om de zorg voor veilige en gezonde werkomstandigheden voor uitzendkrachten. Betere werkomstandigheden “Vrijwel alle ondernemers vinden goede werkomstandigheden belangrijk en investeren daar dagelijks in”, benadrukt Eric Douma, portefeuillehouder Ondernemerschap en Onderwijs bij LTO Nederland. “Er gaat heel veel goed. Maar er zijn ook nog stappen te zetten. Als ondertekenaars zetten wij ons in voor betere werkomstandigheden voor uitzendkrachten en ondersteunen wij onze achterban hierbij.” Extra slagkracht “Met deze intentieverklaring slaan inleners, uitzendkrachten en uitzendbureaus de handen ineen. Daarmee creëren we extra slagkracht” aldus Jurriën Koops, voorzitter Doorzaam. “We gaan de kennis van inleners, uitzendkrachten en uitzendbureaus over hun rechten en plichten bevorderen. En hen ondersteunen met advies, voorlichting en activiteiten.” “Zo vergroten we voor iedereen de toegang tot instrumenten als de risico-inventarisatie en -evaluatie, de Arbochecklist, de arbocatalogi, en werkinstructies”, vult Leo van Beekum van FNV aan. “Daarnaast vragen wij leiderschap van inleners en uitzendbureaus op het gebied van veilige en gezonde werkomstandigheden. Met gerichte communicatie, wetende dat nog niet iedereen even ver is in de ontwikkeling van goed werkgeverschap”, aldus Adri Bom-Lemstra, voorzitter Glastuinbouw Nederland. Bedrijven en uitzendorganisaties betrekken “We gaan er de komende maanden alles aan doen om ervoor te zorgen dat werkgevers en uitzendorganisaties zich aanmelden als ambassadeur en zich ook committeren aan de doelstellingen. vertelt Hans Koehorst, werkgeversvoorzitter van Stigas. “Zo willen we bouwen aan betere arbeidsomstandigheden voor uitzendkrachten op de werkvloer”, zegt Jeroen Brandenburg, werknemersvoorzitter Stigas. [1] Dit blijkt onder andere uit de SER-verkenning diversiteit arbeidsrelaties en arbeidsomstandigheden in adviezen van Arbodeskundigen gericht op arbeidsmigranten Bron: Doorzaam en LTO Nederland, 14 oktober 2021 Lees ook Doorzaam ondersteunt duurzame inzetbaarheid uitzendkracht DOORZAAM – Integrale aanpak duurzame inzetbaarheid uitzendkrachten Geplaatst in Bedrijfsnieuws | Tags Arbo, Doorzaam, FNV, Glastuinbouw, LTO, Stigas, uitzendkrachten, veilig werken | Reacties uitgeschakeld voor Land- en tuinbouw en uitzendsector tekenen voor veilig en gezond werk uitzendkrachten
Platformarbeid: arbeidsovereenkomst, zzp of uitzendovereenkomst? Geplaatst 14 oktober 2021 door Gastblogger Platformarbeid: arbeidsovereenkomst, zzp of uitzendovereenkomst? Annemiek Poortman Door Annemiek Poortman, Marxman Advocaten De laatste tijd komt de vraag vaker voor de rechter: Is er sprake van een arbeidsovereenkomst wanneer gebruik wordt gemaakt van een digitaal platform om werknemers in contact te brengen met klanten? In de Uber uitspraak van 13 september 2021 werd geoordeeld van wel. Daar werden de chauffeurs geacht te werken op basis van een arbeidsovereenkomst met Uber. Een week later stond bij het Gerechtshof Amsterdam opnieuw de vraag centraal hoe het werken via online platform Helpling dat vraag en aanbod naar schoonmaakdiensten samenbrengt moet worden gekwalificeerd. Hebben de schoonmakers een arbeid- of uitzendovereenkomst? En zo ja met wie? Kwalificatie arbeidsovereenkomst of uitzendovereenkomst Om van een arbeidsovereenkomst (art. 7:610 BW) te spreken, moet aan drie voorwaarden zijn voldaan. De werknemer voert (persoonlijk) arbeid uit tegen betaling van loon en onder gezag van de werkgever, kortom: arbeid, loon en gezag. De Hoge Raad heeft in november 2020 in het arrest X/Amsterdam geoordeeld dat een overeenkomst wordt aangemerkt als een arbeidsovereenkomst indien de inhoud van de overeenkomst voldoet aan de wettelijke omschrijving van de arbeidsovereenkomst. De bedoeling van partijen speelt bij deze kwalificatie geen rol. Een uitzendovereenkomst is ook een arbeidsovereenkomst (7:690 BW) maar dan een bijzondere. Er is sprake van een driehoeksverhouding, waarbij de werknemer door de werkgever in het kader van de uitoefening van het bedrijf van de werkgever ter beschikking wordt gesteld aan een derde (de inlener) om daar arbeid onder gezag van die derde te verrichten. Helpling Helping biedt een online platform waarop schoonmakers zich kunnen aanbieden en waar huishoudens op zoek kunnen naar een voor hun geschikte schoonmaker. Helpling heeft een kleine rol in de selectie van de schoonmaker, door de identiteitsgegevens van de schoonmaker te controleren. De uiteindelijke selectie van de schoonmaker doet het huishouden op basis van het opgestelde profiel en tarief van de schoonmaker. De kantonrechter was in eerste aanleg van oordeel dat tussen de schoonmakers en Helping geen arbeids- of uitzendovereenkomst bestond. Wel bestond een arbeidsovereenkomst tussen de schoonmakers en de huishoudens. Het Gerechtshof Amsterdam zet daar nu een streep door en beoordeelt de verhouding tussen de schoonmakers en Helping als een uitzendovereenkomst op grond van art. 7:690 BW. Laten we die beoordeling nader bekijken aan de hand van de drie elementen arbeid, loon en gezag. Arbeid Het Hof stelt vast dat de werkzaamheden persoonlijk door de schoonmaker ten behoeve van het huishouden worden verricht. Helpling heeft geen inzicht of de arbeid wordt verricht, en/of op welke wijze. Dit bemoeilijkt de kwalificatie van een arbeidsovereenkomst met Helpling nu het ontbreekt aan direct gezag en zij geen materiele werkgeversrol lijkt uit te oefenen. Loon Ook bij de vaststelling van de hoogte van de beloning had Helpling nauwelijks zeggenschap. Zij stelde weliswaar een ondergrens aan het tarief en gaf de schoonmakers advies over het tarief, maar de uiteindelijke hoogte werd – met een grote mate van vrijheid – vastgesteld door het huishouden en de schoonmaker. Ook dit punt pleit nog voor een arbeidsovereenkomst tussen de huishoudens en de schoonmaker. Echter belangrijk in deze kwestie is dat de beloning niet rechtstreeks van de huishoudens aan de schoonmaker wordt betaald, maar dat hiervoor een door Helpling verplicht gesteld betalingsplatform moet worden gebruikt. Helpling ontvangt een percentage van de vergoeding. Het feit dat de betaling niet rechtstreeks geschiedt, maar via Helpling doet afbreuk aan de kwalificatie arbeidsovereenkomst tussen schoonmaker en huishouden. Gezag De vraag of sprake is van een gezagsverhouding is nog steeds het meest kenmerkende criterium bij het onderscheid tussen een arbeidsovereenkomst en een andere arbeidsrelatie, en daarmee beslissend voor de vraag of sprake is van ‘werknemer’ ‘uitzendkracht’ of (bijvoorbeeld) een zelfstandige zonder personeel (zzp-er). Het speelt bij de beoordeling een sleutelrol. Als gezegd heeft Helpling op de werkvloer geen invloed of leiding en toezicht op de arbeid. Die ligt volledig bij de huishoudens. Zij bepalen de werkzaamheden, de schoonmaakmiddelen en de werkwijze. Anderzijds lijkt het Hof de formele werkgeversrol wel aan Helpling toe te kennen. De betaling (van reguliere loonbetalingen) vindt plaats op een wijze die door Helpling wordt voorgeschreven. De formele gezagsrelatie, dat wil zeggen de wijze waarop de werkzaamheden van een schoonmaker ten behoeve van een huishouden bedrijfsmatig zijn ingebed, wordt daarmee voor een belangrijk deel bepaald door Helpling. Verder benoemt het Hof nog dat Helpling de huishoudens niet stimuleert om een werkgeversrol aan te nemen. Door de huishoudens wordt geen loon betaald bij ziekte, of een transitievergoeding bij vertrek. Kwalificatie uitzendovereenkomst Bij de kwalificatie van deze verhouding overwoog het Hof dat sprake is van arbeid: namelijk de door de schoonmakers verrichte schoonmaakwerkzaamheden. Verder wordt over de schoonmakers gezag uitgeoefend: er is direct toezicht door het huishouden en er is formeel gezag door Helping. Tevens wordt er loon betaald. Hiermee is aan de vereisten van een ‘arbeidsovereenkomst’ voldaan. Het Hof oordeelde echter dat er geen sprake is van een gewone arbeidsovereenkomst tussen Helping en de schoonmakers, omdat de werknemers structureel ter beschikking worden gesteld aan inleners. Daarbij is het voor een arbeidsovereenkomst ongebruikelijk dat de werkgever geen enkel inzicht heeft in de door zijn werknemer verrichte arbeid. Daarnaast vinden de werkzaamheden altijd plaats onder toezicht en leiding van een inlener. De terbeschikkingstelling van schoonmakers geschiedt in het kader van de bedrijfsvoering van Helpling en de schoonmakers worden door Helpling ter beschikking gesteld om arbeid bij de huishoudens te verrichten via een opdracht van die huishoudens aan Helpling. Hiermee is voldaan aan de wettelijke vereisten die gelden voor het bestaan van een uitzendovereenkomst (7:690 BW). Anderzijds oordeelt het Hof dat de werkwijze van Helping niet verenigbaar is met een arbeidsovereenkomst tussen de schoonmakers en de huishoudens. Er is weliswaar sprake van arbeid en gezag, maar de schoonmakers worden betaald via de door Helping voorgeschreven betalingsdienst. Ook het niet hoeven doorbetalen bij ziekte en het eenvoudig kunnen wisselen van schoonmaker voor de huishoudens, wijzen erop dat er geen arbeidsovereenkomst bestaat tussen de schoonmakers en de huishoudens. Overigens kan je je dan de vraag stellen of dit dan niet valt te kwalificeren als een vorm van payrolling. Deze kwalificatie gaat echter bij Helpling niet op. Kenmerkend voor payroll is het afwezig zijn van de allocatiefunctie, hetgeen bij Helpling juist kenmerkend kan worden genoemd. Zij brengen immers uit hoofde van het bedrijf vraag en aanbod bij elkaar middels een digitaal platform. Uitspraak Uber De uitspraak Helpling ligt in lijn met de recente uitspraak van de kantonrechter die oordeelde dat tussen de chauffeurs die via het digitale platform van Uber werken, en Uber een arbeidsovereenkomst bestaat. Helpling en Uber beheren beiden een online platform waar vraag en aanbod naar een bepaalde dienst samen wordt gebracht. In dat kader is het opvallend dat de chauffeurs van Uber werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst en de schoonmakers van Helpling werkzaam zijn op basis van een uitzendovereenkomst. Doorslaggevend verschil is dat in Helpling leiding en toezicht bij de huishoudens ligt, een derde in de zin van een uitzendovereenkomst en anderzijds de betaling via Helpling geschiedt. Bij Uber wordt het werkgeversgezag juist aan Uber toegedicht nu zij middels een app en bijbehorend algoritme controle en gezag over de chauffeurs kan uitoefenen. De hedendaagse, door technologie beheerste tijd staat toe dat het criterium ‘gezag’ meer indirect (vaak digitaal) controlerende invulling krijgt. Werknemers zijn zelfstandiger geworden en verrichten hun werk op meer wisselende (zelfgekozen) tijden. Geoordeeld wordt dat in de verhouding tussen Uber en de chauffeurs sprake is van deze “moderne gezagsverhouding. Hoewel er kanttekeningen zijn te plaatsen bij de beoordeling van het Hof in de Helpling uitspraak, kunnen we uit deze uitspraken afleiden dat de toekomst voor platformarbeid minder flexibel lijkt te worden. Het laatste woord lijkt dan ook nog niet gezegd over de arbeidsverhoudingen bij het gebruik van digitale platforms. Heeft u vragen over of er in uw situatie sprake is van een arbeidsovereenkomst, neemt u gerust contact op met Annemiek Poortman, advocaat Arbeid & Organisatie bij Marxman advocaten. Annemiek Poortman is bereikbaar op nummer 033 -450 8000. Lees ook Helpling, prikbord voor schoonmaakhulp, is uitzendbureau Uberchauffeurs vallen onder CAO Taxivervoer Geplaatst in Branchenieuws | Tags arbeidsovereenkomst, Helpling, rechtspraak, Uber, uitzendovereenkomst, zzp | Reacties uitgeschakeld voor Platformarbeid: arbeidsovereenkomst, zzp of uitzendovereenkomst?
Waarom is ‘two factor authentification’ (2FA) zo belangrijk? Geplaatst 14 oktober 2021 door Gerrit van Rooij Waarom is ‘two factor authentification’ (2FA) zo belangrijk? Door Gerrit van Rooij Functionaris Gegevensbescherming HelloFlex In deze Europese maand van de cyberveiligheid ga ik in dit artikel in op de toegevoegde waarde van een tweede factor (2FA) bij het inloggen op een account. Accounts die via internet benaderbaar zijn worden vaak met een gebruikersnaam en een wachtwoord beveiligd. Zolang deze geheim zijn kan je er vanuit gaan dat er niemand anders dan jij toegang tot dit account heeft. Maar hoe geheim zijn deze? Cybercriminelen doen er van alles aan om deze te verkrijgen. Bijvoorbeeld door deze aan je te vragen door middel van phishing. Of gewoon door ze kopen of ze te raden. Emailadressen – en die worden vaak als gebruikersnaam gebruikt – zijn vaak niet moeilijk te raden en als er dan ook een eenvoudig wachtwoord wordt gebruikt is een account zo overgenomen. Om dat te voorkomen is het dus belangrijk een hoge drempel op te werpen. En dat begint met sterke/lange wachtwoorden. Hoe langer en complexer het wachtwoord hoe moeilijker deze is te kraken. Extra karakters toevoegen helpt zeker, maar de lengte heeft meer effect op de beveiliging. Een voordeel van een complex wachtwoord is ook dat je ze niet zo frequent hoeft te wijzigen. Een wachtwoord moet volgens het Nationale Cyber Security Centrum (NCSC) uit minimaal 10 verschillende karakters bestaan. Om deze beter te kunnen onthouden kun je een wachtzin bedenken bijvoorbeeld eentje die bestaat uit drie of vier achter elkaar geschreven woorden. Maak hierbij ook gebruik van spaties. Maak voor elk account een eigen wachtwoord aan! Wordt het te ingewikkeld voor je, dan kan een wachtwoordmanager behulpzaam zijn. Vaak is het verstandig extra maatregelen te nemen om accounts te beveiligen. Zeker als er in dat account gevoelige gegevens zijn opgeslagen. En daar komt 2FA om de hoek kijken. Als je daar gebruik van maakt moet een hacker niet alleen je gebruikersnaam en wachtwoord weten maar ook die tweede factor. Zo’n tweede factor kan een SMS-code zijn, maar veiliger is het gebruik van een token of een authenticator app. Het NCSC adviseert tweede factoren zoveel mogelijk te gebruiken. En ook de Consumentenbond beveelt dit aan met name voor wachtwoordmanagers en emailaccounts. Ook de Autoriteit Persoonsgegevens is van mening dat 2FA een belangrijke bijdrage levert aan de beveiliging van persoonsgegevens. Op grond van de AVG moeten bedrijven passende beveiligingsmaatregelen nemen. Hierbij moeten ze o.a. rekening houden met de (privacy)risico’s. Simpel gezegd, hoe meer gevoelige gegevens je verwerkt des te groter de beveiligingsinspanningen moeten zijn. Verder moet er rekening gehouden worden met de “stand der techniek”. Dit wil zoveel zeggen dat als 2FA techniek breed beschikbaar en makkelijk bruikbaar is deze eerder toegepast moet worden. De toezichthouder heeft na bestudering van de datalekken in 2020 vastgesteld dat veel van de datalekken, die het gevolg waren van een hack of malware, zijn ontstaan omdat er gebruik gemaakt werd van slechts één wachtwoord. Als een tweede factor was gebruikt had de schade vaak beperkt of zelfs voorkomen kunnen worden. 2FA wordt meer en meer toegepast. Voor banken en binnen de zorg is dit al de standaard. Ook grote clouddiensten bieden meer en meer 2FA aan. Soms moet je deze activeren, soms wordt deze standard (“by default”) gebruikt. Google heeft inmiddels ook aangekondigd 2FA standaard in te gaan stellen. Voor wat betreft salarisadministraties die “in de cloud” worden uitgevoerd is gebruik van zo’n tweede factor zeker aan te bevelen. Gerrit van Rooij Functionaris Gegevensbescherming HelloFlex Lees ook Privacy by design & by default Over AVG, informatie aan betrokkenen en privacy statements Hoe ga je slim om met wachtwoorden? Geplaatst in Branchenieuws | Tags AVG Garant, cyber security, persoonsgegevens, Privacy | Reacties uitgeschakeld voor Waarom is ‘two factor authentification’ (2FA) zo belangrijk?
Bedrijven zien voordelen diversiteit en inclusie maar pakken niet door Geplaatst 14 oktober 2021 door Hinke Wever Het Nederlands bedrijfsleven ziet het maatschappelijk belang diversiteit en inclusie maar pakt nog niet door. Dat blijkt uit onderzoek van Berenschot, Performa en AFAS Software onder meer dan tweeduizend HR-professionals. Desondanks geeft de helft van de HR-professionals (49 procent) aan dat er binnen hun organisatie geen focus ligt op het actief voorkomen van discriminatie binnen de organisatie. “Bedrijven missen nog handvatten om dit inzicht in daden om te zetten.” Conclusies Diversiteit is weer iets belangrijker, maar daadwerkelijke actie blijft achter Maatschappelijke visie en betere prestaties zijn een reden om wél actief te sturen op diversiteit en inclusie Kwart ziet oplossing voor krapte op de arbeidsmarkt via sturen op diversiteit Slechts vier procent bedrijven werft anoniem Hans van der Spek Bijna viervijfde (79 procent) van de HR-professionals die actief sturen op diversiteit en inclusie stelt dat het oogmerk voor diversiteit aansluit bij hun maatschappelijke visie. Een andere reden om actief te sturen op diversiteit en inclusie is dat het ten goede komt aan de prestatie van teams en afdelingen binnen de organisatie. Ruim zestig procent noemt dit als belangrijke reden voor verandering in het beleid. “Bedrijven zien steeds meer voordelen van een diversiteit en inclusie-beleid, maar missen nog handvatten om dit inzicht in daden om te zetten”, zegt Hans van der Spek, manager kenniscentrum HCM bij Berenschot. “De wil is er maar de kennis lijkt te ontbreken.” Top 3 redenen onder HR-professionals om te sturen op diversiteit en inclusie: Het hoort bij de maatschappelijke visie Het komt ten goede aan prestaties van de teams en afdelingen Het stimuleert goed werkgeverschap en employer brand Diversiteit oplossing voor krapte arbeidsmarkt? Momenteel is de krapte op de arbeidsmarkt één van de grootste problemen. 25 procent ziet aandacht voor diversiteit en inclusie als een mogelijke oplossing voor het probleem om geschikte mensen te vinden. “Mooi om te zien dat HR-professionals diversiteit als een actie zien die bijdraagt aan het oplossen van het vervullen van krapteberoepen”, vindt Van der Spek. “Je ziet het percentage binnen sectoren zoals de industrie- en kennisintensieve sector ook hoger liggen dan in andere sectoren. Dat komt omdat er daar relatief veel banen zijn die moeilijk in te vullen zijn. In de industriesector denkt 33 procent dat aandacht voor diversiteit en inclusie mogelijk een oplossing is voor de krapte. In de kennisintensieve sector is dat 27 procent”. Nauwelijks anonieme werving Slechts 22 procent van de Nederlandse organisatie onderneemt actie om tot meer diversiteit en inclusie te komen. Hoewel bijna een kwart vindt dat er meer aandacht naar diversiteit binnen de organisatie zou moeten gaan, is het ondernemen van actie iets dat vaak ontbreekt. Op het prioriteitenlijstje van de HR-professionals staat het topic op een twaalfde plek. Vorig jaar nam het topic dezelfde plek in. Tevens maakt maar vier procent van de HR-professionals gebruik van een anoniem werving- en selectieproces. “Wellicht is dat een gemiste kans”, vindt Van der Spek. “Anoniem solliciteren is een instrument dat vaak genoemd wordt om tot meer diversiteit te komen. Dat slechts vier procent dit middel aangrijpt, is wel een teken aan de wand. Misschien is het iets waar bedrijven simpelweg niet in geloven of er niet bekend mee zijn.” Sector bepalend Uit hetzelfde onderzoek blijkt dat het openbaar bestuur ver voorop loopt ten opzichte van andere sectoren. 42 procent van de HR-professionals binnen het openbaar bestuur stuurt actief op diversiteit. Terwijl dit percentage in heel Nederland met 22 procent veel lager ligt. Ook het actief tegengaan van discriminatie staat hoger op de agenda binnen de sector openbaar bestuur. “Die verschillen zijn aanzienlijk”, vindt Van der Spek “Het lijkt erop dat organisaties pas actief bezig gaan met het thema wanneer dit wordt verplicht van bovenaf. In de sector openbaar bestuur is daar vaak sprake van.” Bron: Berenschot, 14 oktober 2021 Lees ook Bedrijven met diversiteitsbeleid genieten voorkeur van jonge werkzoekenden Geplaatst in Nieuws | Tags Diversiteit, HRM, inclusie | Reacties uitgeschakeld voor Bedrijven zien voordelen diversiteit en inclusie maar pakken niet door