Maandelijkse archieven: september 2025

Dailyflex Personeelsdiensten sluit zich aan bij uitzendorganisatie House of Work B.V

Een sterk merk met een vertrouwd gezicht

Dailyflex blijft als zelfstandig label bestaan en blijft de dienstverlening voortzetten zoals opdrachtgevers en flexwerkers dat gewend zijn. Het bedrijf geeft aan dat, door de aansluiting bij House of Work, het toegang krijgt tot extra slagkracht:

  • een groter netwerk van collega’s en uitzendkrachten
  • gedeelde expertise op het gebied van markt- en branchekennis
  • innovatie op het vlak van ICT en communicatie
  • sterke ondersteuning bij huisvesting

Voor opdrachtgevers zou dit moeten zorgen voor meer mogelijkheden, daadkracht en ervaring. Voor flexwerkers kan dit leiden tot dezelfde persoonlijke begeleiding met extra kansen om te groeien en zich verder te ontwikkelen

Lees ook:

Samen sterker

Met de komst van Dailyflex bestaat House of Work vanaf heden uit zeven labels: EG Personeel, Westflex, FlexWorx!, ICE Agency, Fix Personeelsdiensten, RC Westland en Dailyflex. Elk label behoudt zijn eigen identiteit en specialisme, maar samen vormen ze één organisatie.

“Dailyflex is al 25 jaar een vertrouwde naam in de uitzendbranche en staat bekend om haar mensgerichte aanpak. Precies diezelfde waarden staan ook bij House of Work voorop. Met deze aansluiting bundelen we onze krachten en bouwen we samen aan een sterke basis voor de toekomst,” zegt Edwin Grootscholten, oprichter van House of Work.

Geplaatst in Bedrijfsnieuws, In de branche | Tags , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Dailyflex Personeelsdiensten sluit zich aan bij uitzendorganisatie House of Work B.V

Wat kost een uitzendkracht en wat verdient een uitzendbureau?

Veel mensen vragen zich af: wat kost een uitzendkracht eigenlijk? En hoeveel verdient een uitzendbureau daaraan? Het beeld leeft vaak dat bureaus enorme winsten maken. Een uitzendkracht denkt soms: “Ik verdien 16 euro bruto per uur, maar mijn opdrachtgever betaalt 35 euro. Dat verschil van 19 euro is pure winst.”

Zo werkt het niet. Het verschil tussen loon en tarief bestaat grotendeels uit werkgeverslasten, reserveringen en risico’s die het bureau of de backoffice moet afdekken. In dit artikel leggen we stap voor stap uit hoe de kosten zijn opgebouwd, welke rol de backoffice speelt en hoe de verdeling van marges in werkelijkheid eruitziet.

Wat doet een uitzendbureau?

Een uitzendbureau koppelt werkgevers en werknemers. Hun kerntaak is om snel de juiste match te maken: de juiste kandidaat op de juiste plek. Daarbij hoort werving en selectie, begeleiding van de flexwerker en het onderhouden van klantcontact.

Een intermediair wil zich juist dáárop richten, en niet op complexe arbeidsvraagstukken of cao-regels. Daarom besteden de meeste bureaus hun backoffice uit.

Waarom werken uitzendbureaus met een backoffice?

Alleen de grootste spelers, zoals Randstad en Adecco, hebben een eigen backoffice. Voor kleine en middelgrote bureaus is dat simpelweg te kostbaar en risicovol.

Een backoffice neemt het volledige werkgeverschap en de administratieve last over. Dat gaat veel verder dan alleen loonstroken draaien:

  • Contracten en salarisadministratie
  • Voorfinanciering: salarissen worden wekelijks betaald, facturen vaak pas na 14 tot 30 dagen ontvangen
  • Risico’s: loondoorbetaling bij ziekte, debiteuren die failliet gaan, juridische aansprakelijkheid en zelfs boetes bij fouten (ABU, SNCU, NEN)
  • Software: complexe en kostbare systemen die continu up-to-date moeten zijn met veranderende wetgeving 
  • Certificering en audits: controles zijn streng, fouten kunnen leiden tot boetes en claims
  • Personeel: ervaren backoffice-medewerkers die dossiers kennen en snel schakelen

Kortom: een uitzendbureau kan zich niet veroorloven om dit zelf te doen zonder enorme investeringen en risico’s.

Voorbeeld van een betrouwbare backoffice partner

Veel bureaus kiezen er daarom voor hun backoffice uit te besteden. One People Services staat al meer dan vijftien jaar midden in de markt, is ABU-gecertificeerd en financieel solide. Dat betekent dat alle risico’s – van loondoorbetaling bij ziekte tot debiteurenbeheer, voorfinanciering en juridische aansprakelijkheid – veilig zijn afgedekt.

Belangrijk voor opdrachtgevers: als een backoffice omvalt, kan de Belastingdienst onbetaalde premies en belastingen alsnog verhalen op de opdrachtgever. Een financieel betrouwbare backoffice is dus cruciaal, niet alleen voor het uitzendbureau, maar ook voor de klant.

De kosten van een uitzendkracht: van loon naar tarief

Stel dat een opdrachtgever 35 euro per uur betaalt voor een uitzendkracht die 16 euro bruto per uur verdient. Hoe is dat bedrag opgebouwd?

Kostencomponenten

  • Bruto uurloon
  • Vakantiegeld en vakantiedagen (reserveringen)
  • Sociale premies en werkgeverslasten (WW, ZW, WIA, pensioenpremies en verzekeringen)
  • Pensioenpremie
  • Ziekte- en verzuimrisico, inclusief re-integratie
  • Debiteurenrisico (wanbetalers of failliete klanten)
  • Boetes en juridische aansprakelijkheid bij fouten of overtredingen
  • Backofficekosten (personeel, huisvesting, software, certificering, audits enz.)
  • Wervings- en begeleidingskosten van het uitzendbureau zelf
  • Marge voor zowel uitzendbureau als backoffice

Rekenvoorbeeld: tarief van 35 euro per uur

Component Bedrag (€/uur) % van totaal
Bruto loon + werkgeverslasten 28,00 80%
Kosten backoffice (incl. marge) 2,80 8%
Overige kosten + marge uitzendbureau 4,20 12%
Totaal 35,00 100%

Wat betekent dit?

  • Van de 35 euro gaat ruim 80% direct naar de werknemer en de verplichte werkgeverslasten, inclusief pensioen.
  • Ongeveer 8% gaat naar de backoffice, waarvan slechts ±1% marge is. De rest zijn echte kosten voor voorfinanciering, software, audits, risico, verzekeringen, personeel en kantoor.
  • De laatste 12% is voor het uitzendbureau zelf: werving, selectie, begeleiding, kantoor, personeel en een kleine marge.

Visualisatie: verdeling van kosten

Benieuwd hoe dit er voor jouw organisatie uitziet? One People Services laat graag zien hoe de kosten en risico’s in jouw situatie verdeeld zijn. Zo weet je precies waar je aan toe bent. Neem vrijblijvend contact op

Mythe doorbroken: is uitzenden een goudmijn?

De perceptie dat een bureau enorme winsten maakt, klopt niet. Het verschil tussen bruto-uurloon en tarief is geen winst, maar een optelsom van lasten en risico’s.

De realiteit: marges zijn klein en afhankelijk van:

  • De functie: werving van een schoonmaker kost minder dan van een AI-programmeur
  • De sector: premies en cao’s verschillen
  • De schaarste op de arbeidsmarkt
  • De contractvorm (fase A, B of C)
  • Het ziekteverzuim en debiteurenrisico

Wie transparant naar deze kosten kijkt, ziet dat uitzenden geen goudmijn is, maar een dienst met hoge verantwoordelijkheid.

Waarom is uitzenden aantrekkelijk voor opdrachtgevers?

Ondanks de kostenstructuur is uitzenden nog steeds een aantrekkelijke oplossing.

  • Snelheid: bureaus kunnen vaak razendsnel geschikte mensen leveren.
  • Flexibiliteit: perfect voor pieken, ziekte en tijdelijke projecten.
  • Proefperiode: vaak neemt een opdrachtgever een uitzendkracht na een aantal uur in vaste dienst. Zo leer je iemand echt kennen voordat je een contract aanbiedt.
  • Risico-afdekking: werkgeversrisico’s liggen bij het uitzendbureau en de backoffice, niet bij de opdrachtgever.

Conclusie: helderheid voorkomt misverstanden

Een tarief van 35 euro per uur lijkt hoog vergeleken met een bruto uurloon van 16 euro. Maar zodra je de kostenposten naast elkaar legt, zie je dat het grootste deel van het tarief noodzakelijk is voor loon, lasten en risico’s. Slechts een klein deel blijft over voor het bureau en de backoffice.

Voor intermediairs is het slim om samen te werken met een betrouwbare backofficepartner die risico’s afdekt en alle complexe administratie verzorgt. Voor opdrachtgevers is het belangrijk te begrijpen dat een tarief méér is dan loon: het is een totaalpakket van zekerheid, flexibiliteit en kwaliteit.

Veelgestelde vragen over kosten van een uitzendkracht

Wat kost een uitzendkracht gemiddeld?

Dat hangt af van de cao, functie en markt. Een tarief ligt vaak tussen 1,8 en 2,5 keer het brutoloon. Bij 16 euro bruto per uur kan dat uitkomen op 30 tot 40 euro per uur.

Wat verdient een uitzendbureau aan een uitzendkracht?

De marge is vaak beperkt: slechts enkele euro’s per uur. Het grootste deel van het tarief gaat naar loon, werkgeverslasten en backofficekosten.

Waarom betaal ik meer dan het brutoloon van de uitzendkracht?

Omdat reserveringen, pensioenpremies, werkgeverslasten, verzekeringen en risico’s (zoals ziekte en debiteuren) allemaal bij het tarief horen.

Wat doet een backoffice precies?

De backoffice verzorgt contracten, loonadministratie, certificeringen, risico’s en voorfinanciering. Zonder betrouwbare backoffice zou een uitzendbureau die risico’s zelf moeten dragen.

Geplaatst in Nieuws | Tags | Reacties uitgeschakeld voor Wat kost een uitzendkracht en wat verdient een uitzendbureau?

Kamer stelt kritische vragen over de Wet Meer Zekerheid flexwerkers

Waar blijft de flexibiliteit die werkgevers zo hard nodig hebben? Hoe zit het met de uitvoerbaarheid? En waarom nog meer regeldruk?

Nog even op een rij – de Wet Meer Zekerheid flexwerkers omvat drie maatregelen die enorme impact hebben op uitzendbranche:

  1. Positie oproepkrachten versterken door het afschaffen van nulurencontract; deze wordt vervangen door een basiscontracten met een minimumaantal uur waarvoor werkenden worden ingeroosterd en betaald krijgen. Dit bandbreedtecontract stelt een maximum aan de urenomvang van een flexcontract, namelijk 130% van het gegarandeerde minimumaantal uren.
  2. Positie uitzendkrachten verbeteren door inperking uitzendtermijn; de maximale duur van Fase A wordt verkort van 78 weken naar 52 weken, waarbij geen afwijkingen per CAO meer mogelijk zijn. (Dit is overigens al in de huidige Uitzend CAO bepaald). En de maximale termijn van Fase B gaat van 6 contracten in 3 jaar naar 6 contracten in 2 jaar. Na deze periode moet de uitzendkracht een vast contract krijgen bij het uitzendbureau. En er zal geen mogelijkheid meer zijn via cao hiervan af te wijken, wat betekent dat de uitzendtermijn (Fase A en B) maximaal 3 jaar wordt.
  3. Draaideurconstructies voorkomen door aanpassen ketenregeling; de onderbrekingstermijn waarna een werkgever iemand opnieuw een tijdelijk contract mag geven, gaat naar 5 jaar (die tussenpoos is nu nog 6 maanden). De termijn van 5 jaar geldt straks ook bij fase A en B bij uitzenden. Voor scholieren en studenten met een bijbaan gaan andere regels gelden. Ook voor seizoensarbeid blijft een uitzondering gelden; per cao kan een onderbrekingstermijn van 3 maanden worden afgesproken voor functies die maximaal 9 maanden per jaar kunnen worden uitgeoefend

Vragen van vaste Kamercommissie

Op 11 september jl. is het verslag van de vaste commissie voor SZW gepubliceerd waarin de vragen en bezwaren van de verschillende politieke partijen staan. De meeste steun komt van D66, GroenLinks-PvdA, SP, CDA en ChristenUnie. Zij hebben echter wel vragen over de uitvoerbaarheid, specifieke uitzonderingen, effectiviteit en gevolgen voor de positie van ouderen en jongeren. De grootste tegenwerpingen komen van VVD, BBB, SGP en deels NSC, die vooral vrezen voor verlies aan flexibiliteit, hogere regeldruk en negatieve effecten op de arbeidsmarkt.

Dit zijn de drie belangrijkste bezwaren:

  1. Afschaffing oproep- en nulurencontracten; alle partijen hebben vragen over de gevolgen van het afschaffen van nulurencontracten en de invoering van het bandbreedtecontract (30% arbeidsurenomvang). Zo vraagt GL-PvdA zich af of werkgevers niet straks massaal éénurencontracten gaan aanbieden waarbij de bescherming van de flexkracht nog lager is dan nu het geval is. Ook leven bij de verschillende partijen vragen over de uitzondering voor studenten en AOW’ers. De SGP is om die reden faliekant tegen afschaffing van het nulurencontract omdat dit belangrijk is voor jongeren en gepensioneerden. De VVD vreest voor ‘rigiditeit’ en banenverlies. De liberalen stellen dat het bandbreedtecontract te weinig flexibiliteit biedt voor werkgevers waardoor bedrijven in de horeca, detailhandel, recreatie en cultuur in de problemen komen. Ook BBB stelt dat het afschaffen van het nulurencontract de werkgelegenheid en flexibiliteit bedreigt.
  2. Ketenregeling en tijdelijke contracten; er zijn veel vragen over uitzonderingen voor seizoenswerk, scholieren en studenten. Wat is het verschil op de bestaande uitzondering op seizoenswerk (PvdA)? Waarom is de bestaande tussenpoos van 6 maanden eigenlijk onvoldoende? En waarom is gekozen voor een periode van 5 jaar? (VVD) Ook de ChristenUnie vraagt zich af waar de drastische verandering van 6 naar 60 maanden goed toe dient? De SP-fractie vraagt zich af of dit daadwerkelijk meer werk- en inkomenszekerheid biedt, dus of het tot meer vaste contracten leidt?
  3. Bij vrijwel alle partijen leven zorgen over de extra administratieve lasten en toenemende complexiteit voor werkgevers door de nieuwe wet. Zo vraagt de CDA-fractie zich af of bijvoorbeeld het bepalen van de tussenpozen geen de extra administratieve last zal zijn en of dit wel uitvoerbaar is? Ook de PVV is kritisch op het wetsvoorstel en hekelt de extra regeldruk voor met name het MKB zoals door de verplichte controle op bandbreedtecontracten en inschrijvingsbewijzen voor studenten, terwijl kleine ondernemers nu al worstelen met bureaucratie.

Gelijk(waardig)e beloning uitzendkrachten

De Wet Meer Zekerheid flexwerkers moet ook zorgen voor meer gelijke beloning van uitzendkrachten: uitzendkrachten krijgen meer recht op gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden als werknemers in dienst bij de inlener. Het akkoord over de CAO voor Uitzendkrachten tussen ABU, NBBU en vakbond LBV loopt daar al op vooruit. D66 is positief over het idee om iets te doen aan het ‘ongelijke speelveld’, maar vraagt zich wel af hoe de regering dit gaat waarborgen. Hoe wordt dit daadwerkelijk afdwingbaar als cao’s ruimte voor interpretatie laten?

Meer schijnconstructies of meer vaste contracten?

Daarnaast vragen verschillende politieke partijen zich af of werkgevers niet alsnog uitwijken naar schijnconstructies (PVV). Ook D66 vreest verdringing naar zelfstandigheid.
De Wet meer zekerheid flexwerkers zou ook het verschil tussen vast en flex moeten verkleinen. Maar SP en CDA vragen zich af of de Wet meer zekerheid flexwerkers wel zal leiden tot meer vaste contracten. Wat opvalt is dat over het vaste contract zelf niet of nauwelijks wordt gesproken. NSC en VVD stellen dan ook vast dat er niets gedaan wordt aan het wendbaarder (flexibeler) maken van het vaste contract (zoals Borstlap beoogde).

Bredere arbeidsmarkthervormingen

D66 wijst daarnaast op de beoordeling van de Raad van State die heeft gewezen op de beperkte effecten van dit wetsvoorstel zolang fundamentele aanpassingen aan het vaste contract en bredere institutionele hervormingen uitblijven. Flex minder flex en vast minder vast, dat was het uitgangspunt. D66 mist de samenhang met andere wetgeving die in voorbereiding is, zoals de VBAR en de re-integratieverplichtingen bij ziekte. Hoe wordt voorkomen dat maatregelen los van elkaar worden ingevoerd, waardoor samenhang en effectiviteit verloren gaan? Past de Wet meer zekerheid flexwerkers in het plaatje van de bredere arbeidsmarkthervormingen die zo gewenst zijn? En dan blijft de meest prangende vraag staan: hoe draagt deze wet bij aan het oplossen van de personeelstekorten?

Het wetsvoorstel Wet meer zekerheid flexwerkers ligt momenteel is in behandeling in de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel ligt – net als de andere arbeidsmarktwetgeving – op dit moment op het bord van de nieuwe SZW-minister Mariëlle Paul (VVD).
Het is de bedoeling dat de wet op 1 januari 2027 ingaat.

Geplaatst in In de wet, Wetten & CAO’s | Tags , , , | 3s Reacties

Zvoove neemt Plan4Flex over en versterkt positie in Nederlandse markt

Zvoove, leverancier van software- en AI-oplossingen voor de uitzend-, beveiligings- en schoonmaakbranche, heeft workforce-managementspecialist Plan4Flex overgenomen. Met deze stap zet zvoove zijn groeistrategie in Nederland door en legt het extra nadruk op een belangrijk segment binnen de uitzendmarkt: arbeidsmigranten.

Plan4Flex, opgericht in 2009, geldt als marktleider in workforce management voor uitzendorganisaties en telt inmiddels zo’n 200 klanten. Het bedrijf richt zich met name op het ondersteunen van de inzet van arbeidsmigranten, die in 2023 al 35 procent van de 912.000 uitzendkrachten in Nederland uitmaakten. Het team van 34 medewerkers blijft actief onder de vlag van zvoove. 

Strategische uitbreiding

Volgens Oliver Muhr, CEO van zvoove, sluit de overname naadloos aan bij de ambitie om end-to-endoplossingen te bieden voor de personeelsdienstenbranche: “Met Plan4Flex zetten we onze groei in Nederland voort en versterken we onze focus op arbeidsmigranten. Samen met Nocore kunnen we geïntegreerde oplossingen aanbieden die de volledige waardeketen van uitzendbedrijven ondersteunen. Deze overname is een nieuwe mijlpaal in onze strategische uitbreiding.”

Ook de managing partners van Plan4Flex, Dreann van den Akker en Wesley Lam, zien de overname als een kans om het aanbod verder uit te breiden: “Onze missie is altijd geweest om uitzendorganisaties te ondersteunen met praktische en betrouwbare tools die aansluiten op de specifieke behoeften van arbeidsmigranten. Door de samenwerking met zvoove kunnen we klanten nog meer waarde bieden.”

Portfolio groeit snel

Het van oorsprong Duitse Zvoove bedient wereldwijd circa 8.000 klanten en ondersteunt meer dan drie miljoen werknemers via zijn platforms. Het bedrijf telt 880 medewerkers verspreid over 24 locaties in Europa en Latijns-Amerika. Plan4Flex levert workforce-managementsoftware die werkopdrachten, huisvesting, vervoer, communicatie, werktijden en cao-afspraken integreert. Het bedrijf uit Nederland richt zich vooral op uitzendorganisaties die met arbeidsmigranten werken. De transactie is inmiddels ondertekend en wordt binnen twee weken afgerond. 

Met de overname van Plan4Flex groeit het Nederlandse portfolio van zvoove verder. Eerder nam de softwareleverancier al bedrijven over als Pivoton (2022), HelloFlex en RecruitNow (2023), Planbition en OnlineResults (2024) en in mei 2025 ook ERP-leverancier Nocore. Nocore levert IT-oplossingen voor schoonmaakbedrijven en uitzendbureaus die met name gespecialiseerd zijn in arbeidsmigranten.

Geplaatst in Bedrijfsnieuws, In de branche | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor Zvoove neemt Plan4Flex over en versterkt positie in Nederlandse markt

Cao-wijziging heeft grote impact op inkoop van uitzenddiensten

Voor inkopers betekent dit dat diepgaand inzicht in de loonsomopbouw onmisbaar wordt. Alleen zo kun je aanbiedingen zorgvuldig vergelijken en voorkomen dat prijs onbedoeld doorslag geeft bij de keuze van een uitzendbureau. In dit artikel lees je de belangrijkste veranderingen en wat dit concreet betekent voor jouw rol als inkoper of HR-professional.

Wat verandert er?

Per 1 januari 2026 verdwijnt de bekende ‘inlenersbeloning’. Daarvoor in de plaats komt het principe van ‘gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden’. Het totale pakket aan arbeidsvoorwaarden voor uitzendkrachten moet minstens dezelfde waarde hebben als dat van vaste medewerkers.

Voor inleners en uitzendbureaus betekent dit meer administratieve complexiteit, vooral bij het waarderen en toetsen van vergoedingen. De kosten voor de inhuur van uitzendkrachten stijgen naar verwachting gemiddeld met 5% voor de normale uren en voor toeslagen kan dit wel oplopen tot wel 17%, afhankelijk van de sector.

Omdat cao’s onderling fors verschillen in arbeidsvoorwaarden, is maatwerk in de loonsomopbouw noodzakelijk: per leverancier én per inlener. Dit heeft grote impact op de prijsuitvraag en maakt de rol van inkoop bij het vergelijken van aanbiedingen nog belangrijker.

Grotere verantwoordelijkheid voor de inlener

De nieuwe cao stelt dat de “regeling van de opdrachtgever” ook geldt voor de uitzendkracht. Denk aan vakantiebijslag, het aantal vakantiedagen, vaste percentages voor kort verzuim, maar ook specifieke voorzieningen zoals een leaseauto of doorbetaling bij ziekte. Uitzendbureaus hebben dus goed zicht nodig op de regelingen van de inlener om de loonsomkosten vast te stellen en een passend prijsaanbod te doen. Een uitzendbureau zal in beginsel namelijk alle loonkosten willen doorberekenen aan de inlener.

Als inlener moet je daarom voortaan bij start van een inkooptraject volledig inzicht geven in de arbeidsvoorwaarden van vaste medewerkers. Hiervoor bestaan uitgebreide templates (+30 pagina’s) met cao-details die zorgvuldig ingevuld moeten zijn. Bij een inkooptraject ben je als inlener verplicht deze details beschikbaar te stellen. Bronnen daarvoor zijn niet alleen de CAO van de inlener, maar ook aanvullende, bedrijfseigen regelingen. Uitzendbureaus stemmen hun prijs hierop af. 

Om een vergelijking tussen appels en peren te voorkomen, moet je aangeven welke arbeidsvoorwaarden in de omrekenfactor vallen en welke je apart gefactureerd wilt zien, zoals bijvoorbeeld jubileumuitkeringen, aanvullingen op WAZO-verlof, uitbreidingen van wettelijke verlofregelingen, etc. Een open loonsomopbouw is daarbij essentieel voor transparantie. Zo kun je als inkoper controleren of alle arbeidsvoorwaarden correct in de aanbieding zijn verwerkt.

Het overzicht met cao-details lever je in principe één keer aan voor al je leveranciers, tenzij de eigen beloningsregeling verandert. Voor bepaalde doelgroepen kan een sectorbrede aanpak worden ontwikkeld, waardoor je kunt verwijzen in plaats van zelf uitwerken. De eindverantwoordelijkheid blijft echter altijd bij jou. Bovendien constateren wij dat de eerste door sectoren ingevulde documenten kwalitatief onder de maat zijn.

Vergelijken van aanbiedingen wordt complexer

De nieuwe cao maakt onderscheid in de opbouw van de loonsom voor overwerk en voor vergoedingen. Waar dit tot nu toe vaak met dezelfde factor gebeurde, wordt dit nu gescheiden. In de nieuwe situatie kan het bijvoorbeeld nodig zijn dat over overwerk ook vakantiegeld wordt opgebouwd en dat er een franchise geldt voor StiPP. Die elementen zijn er niet bij bruto vergoedingen. Wil je als inlener niet te veel betalen, dan neem je in het inkooptraject de mogelijkheid op om hiervoor aparte tarieven te laten aanbieden. Dit vraagt om nieuwe templates waarmee je het tariefaanbod van leveranciers eerlijk kunt vergelijken.

Door verschillen in arbeidsvoorwaarden wordt het vergelijken van aanbiedingen lastiger. Inkoop moet toetsen of een aanbod gelijkwaardig is aan de beloningsregeling van vaste medewerkers. Uitzendbureaus kunnen kosten opnemen in het loon van de uitzendkracht of juist apart factureren om het uurtarief te verlagen. Daardoor ontstaat verschil tussen de commerciële kostprijs (wat de inlener betaalt) en de verloning (wat de uitzendkracht ontvangt).

Omdat je geen inzage hebt in de salarisadministratie van het uitzendbureau, moeten leveranciers inhoudelijk én cijfermatig onderbouwen dat de arbeidsvoorwaarden “gelijkwaardig” zijn. Een sturende rol van inkoop hierbij is onmisbaar om transparant te blijven en onnodige kosten te vermijden. Kennis van loonsomopbouw is daarbij cruciaal om aanbiedingen objectief te vergelijken.

Contractmanagement niet vergeten

Na afronding van het inkooptraject blijft contractmanagement essentieel. Controle op facturatie, naleving van afspraken en juiste uitbetaling van arbeidsvoorwaarden wordt belangrijker. Publieke inleners moeten bovendien kunnen aantonen dat zij rechtmatig inhuren binnen de nieuwe kaders. Dit vraagt om goede dossiervorming en structurele controles.

Wat nu te doen als inkopende partij?

Dat hangt af van je situatie.

> Je hebt een lopende raamovereenkomst
Per 1 januari 2026 moet de tariefstelling in alle lopende overeenkomsten worden herzien. In de loonsomopbouw wijzigen reserveringen, sommige verdwijnen en nieuwe komen erbij, grondslagen veranderen. Werk je niet met een open loonsomopbouw, dan zie je als inlener alleen het nieuwe tarief zonder inzicht in de achterliggende wijzigingen. Daarmee verlies je controle en mogelijk ook grip op de marge van het uitzendbureau. Dienstverleners bereiden hun klanten hier al op voor. Voor publieke inleners geldt bovendien dat transparantie verplicht is om een gelijk speelveld te waarborgen. Blijft die uit, dan kan heraanbesteding nodig zijn.

> Je hebt een inkooptraject lopen
Op dit moment is nog niet duidelijk hoe de loonsomopbouw er na 1 januari precies uitziet, omdat details uit de nieuwe cao en premies voor werkgeverslasten nog niet bekend zijn. Na gunning moet het tarief bij start van het nieuwe jaar dus alsnog worden aangepast. Dit moet op transparante wijze, zodat geen enkele partij onterecht een concurrentievoordeel behaalt (bijvoorbeeld een lagere prijs aanbieden bij het inkooptraject en later de marge verhogen).
Momenteel lopen 10 openbare aanbestedingen (met 23 percelen) waarbij de inschrijftermijn uiterlijk verloopt in oktober 2025 (bron: pifa-monitor). Bij al deze trajecten moet het tarief per 1 januari worden herzien, mét behoud van een gelijk speelveld voor alle inschrijvers.

> Je wilt binnenkort een inkooptraject starten
De eenvoudigste keuze: stel het traject uit tot begin 2026, wanneer alle wijzigingen bekend zijn. Werk je hierbij met een adviesbureau? Verzeker jezelf er dan van dat deze beschikt over de noodzakelijke kennis om dit goed in te regelen.

Hulp nodig?
De cao-wijziging voor uitzendkrachten raakt elke inlener die via mededinging tariefafspraken maakt met een uitzendbureau. Je krijgt meer verantwoordelijkheid in het aanleveren van cao-informatie en het hanteren van passende prijsmodellen. Bij de beoordeling moet je bovendien controleren of het aanbod klopt en volledig is.

Lees ook dit artikel van Rémon van Buuren: zo gaat het er aan toe op de aanbestedingsmarkt flexibele arbeid

Geplaatst in In de wet | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor Cao-wijziging heeft grote impact op inkoop van uitzenddiensten