Maandelijkse archieven: juni 2025

Kamer wil minimumjeugdloon al in 2026 verhogen

De Tweede Kamer wil het wettelijk minimumjeugdloon (WMJL) al per 1 januari 2026 verhogen, een jaar eerder dan het demissionaire kabinet oorspronkelijk van plan was. Een meerderheid stemde vorige week in met een motie van Volt-leider Laurens Dassen, gesteund door onder andere PVV, PvdA/GL, D66, SP, CU, PvdD en Denk. Opvallend was dat NSC, dat eerder pleitte voor verhoging, zich nu tegen keerde vanwege zorgen over de financiering van de maatregel.

Hogere staffels én snellere invoering

De aangenomen motie stelt niet alleen een vervroegde invoering voor, maar ook hogere loonniveaus dan eerder afgesproken. De motivatie is dat jongeren van 18 jaar nu maar de helft verdienen van het minimumloon voor volwassenen (vanaf 21 jaar). Bovendien kent Nederland vergeleken met andere Europese landen een van de laagste jeugdminimumlonen. 

Volt-leider Laurens Dassen pleit er daarom in zijn motie voor om het minimumjeugdloon stap voor stap te verhogen en daarbij te zorgen dat een twintigjarige minstens negentig procent van het volwassen minimumloon verdient. Jongeren van 15 tot en met 19 zouden in stappen volgen, met percentages oplopend van veertig tot tachtig procent van het volwassen minimumloon. 

De extra kosten, geschat op zo’n 29 miljoen euro, zouden volgens de indieners van de motie deels gedekt moeten worden uit middelen die eerder gereserveerd waren voor ‘groepen in de knel’. Demissionair minister Eddy van Hijum van Sociale Zaken kan zich vinden in het doel van de aangenomen motie, maar niet in de manier waarop de indieners de verhoging willen betalen. Hij waarschuwt dat dit ten koste kan gaan van onder andere de sociale werkvoorziening voor mensen met een arbeidsbeperking.

Werkgevers vrezen hogere lasten en inflatie

Werkgeversorganisaties reageren kritisch op het besluit. Veel jongeren hebben flexbanen in de horeca en detailhandel. Die branches vrezen voor oplopende loonkosten en als gevolg daarvan stijgende prijzen. “De impact op de inflatie is voor ons helder: het kan niet anders dan dat de consument dit gaat merken in hun boodschappen- en winkelmandjes”, stelt de Raad Nederlandse Detailhandel in een statement. “Advies is om dus niet te vaak en te hard aan de knop van het minimum(jeugd)loon te blijven draaien en dit over te laten aan sociale partners die weten wat de sector nodig heeft.”

Ook Koninklijke Horeca Nederland maakt zich zorgen. “Dit kan voor horecaondernemers opnieuw zorgen voor hogere loonkosten,” zegt de organisatie in een verklaring, die wijst op de kleine marges en hoge kosten in de sector. De brancheorganisatie voor horecaondernemers noemt ook de forse stijging van het wettelijk minimumloon voor volwassenen, waar het minimum jeugdloon van is afgeleid, met meer dan veertig procent in de afgelopen vijf jaar. 

Koninklijke Horeca Nederland zegt verder dat het merendeel van de jongeren in de sector scholier of student is, vaak thuis woont en parttime werkt. “Hun loon is meestal niet bedoeld om van te leven.” Ook hebben jongere werknemers vaak minder ervaring en vragen ze meer begeleiding. “Een hoger loon kan er zelfs toe leiden dat werkgevers minder snel jongeren aannemen. Of dat jongeren eerder stoppen met school om te gaan werken.”

Nog geen wet, maar politiek signaal is duidelijk

Het is nu aan het demissionaire kabinet om uitvoering te geven aan het Kamerverzoek. Minister Van Hijum heeft zich vooralsnog terughoudend uitgelaten over de uitvoerbaarheid op korte termijn. Naar verwachting zal het onderwerp in de verkiezingscampagnes weer volop ter discussie staan.

Geplaatst in In de wet, Wetten & CAO’s | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor Kamer wil minimumjeugdloon al in 2026 verhogen

Wie profiteert van de pauze op de arbeidsmarkt?

Het rommelt in de wereld. Europa heeft Amerika als vriend verloren. “Dat is een pijnlijk proces”, zegt Han Mesters, sectorbankier bij de ABN Amro. “We zullen als Europa op een aantal dossiers toe moeten naar een meer zelfvoorzienende economie. Denk aan voedselvoorziening, chiptechnologie, defensiemateriaal en grondstoffen. Dat proces was al in gang gezet en wordt nu versneld door de handelsoorlog die Amerika in gang heeft gezet.”

De wereldhandel gaat er volgens Mesters anders uitzien. “De wereldhandel zoals we die nu kennen stagneert en de handel tussen landen binnen een bevriend blok neemt toe. De wereldvolumes dalen en een open economie als Nederland gaat dat voelen.”

Een economie die sukkelt …

Ondertussen sukkelt de economie, zegt arbeidsmarkteconoom Wim Davidse. Voor het bruto binnenlands product (bbp) is de verwachte groei 1,4%  in 2025 en 1,3% procent in 2026, volgens de rapportage van ABN AMRO-sectoreconoom Mario Bersem. Davidse vult aan: “De inkoopmanagersindex zweeft zo rond net geen groei. Het producentenvertrouwen gaat niet echt goed en ook niet echt slecht. Ofwel, de economie groeit net niet hard genoeg om de werkgelegenheid op gang te krijgen.”

De arbeidsmarkt verkeert in een vreemde spagaat, signaleert Davidse. “We hebben al twee jaar een pauze in de economie in combinatie met een krapte op de arbeidsmarkt die nauwelijks afneemt.” Mesters vult aan: “Mogelijk groeit de werkloosheid als de tarievenoorlog uit de hand begint te lopen, maar dat zal niet dramatisch zijn, voorspellen onze economen.”

… en een arbeidsmarkt die pauzeert

Die pauze op de arbeidsmarkt brengt de flexbranche geen goeds, zegt Davidse. “Voor groei is er groei van werkgelegenheid nodig. De flexbranche is in principe gebaat bij turbulentie en verandering. Dan zijn er ineens mensen nodig-  of andere mensen. Maar die dynamiek ontbreekt.” En dat zie je terug in de prognose: ABN AMRO verwacht voor 2025 dat de HR-dienstverlening (uitzendondernemingen, detacheerders, payrollbedrijven, werving- en selectiebureaus en werkplatforms) stagneert. Dat wil zeggen: 0% groei.

Maar zelfs als de economie weer terugveert, schiet de gemiddelde flexondernemer daar weinig mee op, voorspelt Davidse. “Die loopt gelijk in de vangrails van de krapte. Detacheerders en uitzenders golven niet meer automatisch mee op een oplevende economie.”

Een tekort aan kandidaten belemmert de arbeidsbemiddeling, bijvoorbeeld omdat kandidaten eerder in vaste dienst gaan. Zo nam het aantal uitzendkrachten in drie jaar af met 15%, terwijl het aantal vaste banen met 5% toenam. “Je opdrachtgever is nu ook je concurrent,” zegt Davidse. “De mindset moet zijn: hoe vang ik zo snel mogelijk die kandidaat af, zodat ik hem of haar heb en zo lang mogelijk kan plaatsen bij een opdrachtgever, die daar ook blij van wordt.”

Laten we hopen dat AI wat verlichting op de arbeidsmarkt zal brengen, vervolgt hij. “Nu al zie je dat IT-bedrijven simpel programmeurswerk vervangen door AI. Het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) voorspelde in 2023 dat ze geen knelpunten zagen voor de komende paar jaar op het vakgebied IT. Dat lokte toen verbaasde reacties uit. Maar daar zit dit verhaal achter.”

Voorsorteren als flexbranche

Wat er gaande is in de wereldeconomie heeft effect op de eindmarkten, waar uitzenders in zitten, legt Mesters uit. Vooral cyclische bedrijfstakken als transport en industrie gaan de pijn voelen. Tegelijkertijd liggen juist in de industrie kansen voor de flexbranche. Mesters wijst op de opschalende defensieproductie. Het kabinet gaat extra investeren in vijf gebieden: slimme materialen (composieten, 3D-printing), ruimtetechnologie, quantum, intelligente systemen (AI-technologie, drones) en sensoren zoals radars. Daarnaast blijft de Nederlandse maritieme maakindustrie een belangrijke pijler. 

“Daar liggen kansen voor de industrie,” zegt ook arbeidsmarkteconoom Wim Davidse. “De industrie groeit in Nederland alweer tien jaar, na decennia vol krimp. We hebben ASML, maar ook zoveel meer. We zijn goed in machinebouw, in elektronica. We hebben allerlei parels klaarstaan om te groeien in die nieuwe gekke toekomst. Nu extra industriecapaciteit wordt benut voor Defensie, kun je daar als flexbureau op voorsorteren. Bedenk dat de industriesector nog altijd de grootste klant is van de Nederlandse flexbranche.”

Mesters geeft het voorbeeld van de VDL Groep, waarvan de autofabriek in Zuid-Limburg leeg kwam te staan toen de laatste Mini vorig jaar van de band rolde. VDL zocht de samenwerking met defensie en gaat de locatie nieuw leven inblazen. “Een opsteker voor de werkgelegenheid en het MKB in de regio”, zegt Mesters. “Er zijn hoogopgeleide mensen nodig, naast vakkrachten op mbo-niveau. Er ligt een enorme personele uitdaging om, om die nieuwe productie aan te kunnen.”

Kansen voor de branche

Kansen ziet Mesters op twee vlakken. De voorkant, de recruitmentkant, blijft belangrijk. En dan vooral op het vlak van recruitmentmarketing, waarmee je een complete online marketingstrategie opbouwt in plaats van het klassieke uitzetten van vacatures. Kansen ziet hij ook aan de andere kant van het businessmodel: aan de back-office kant, het ontzorgen. “Mits je het verder trekt dan de traditionele urenadministratie en verloning. Denk aan wat professional employer organisations (PEO’s) allemaal doen op het vlak van HR-ondersteuning. Dat kan gaan van het beheer van een wagenpark tot een nabestaandendesk.”

“Werkgeverschap is alles bij elkaar ingewikkeld geworden”, constateert Davidse. “Wet- en regelgeving is complex, de arbeidsmarkt doet raar, generatie Z heeft eisen, net als ouderen die best na hun pensioen willen doorwerken, maar dan onder hun voorwaarden. Daar ligt een nieuwe toekomst voor uitzenders, detacheerders en andere bemiddelaars, om dat mede te ontzorgen.”

We kunnen niet zonder kennismigranten

Waar de arbeidsmarkt nu al krap is, wacht om de hoek een nog grotere uitdaging: de vergrijzing. Vanaf 2030 wordt dat in Nederland een serieus probleem vertelt Davidse. “Dan komen er elke dag minder mensen beschikbaar op onze arbeidsmarkt. Terwijl er zo veel extra mensen nodig zijn voor de uitdagingen die er liggen op het gebied van defensie, duurzaamheid, woningbouw, energietransitie, cybersecurity en ga zo door.”

Kennismigranten aantrekken is een van de oplossingen en volgens Davidse kan Nederland daar gewoon niet omheen. Alleen staat het politiek gesternte vooralsnog ongunstig. “We doen moeilijk over kennismigranten, gooien de universiteiten op slot voor buitenlandse, niet-Nederlands sprekende jonge mannen en vrouwen. We maken het voor iedereen ingewikkeld.”

Als succesvol voorbeeld noemt Mester detacheerder iSprout die gekwalificeerde Zuid-Afrikaanse accountants naar Nederland haalt. Hij ziet voor Europese arbeidsmigratie kansen. “Europa kent twee snelheden. De mediterrane landen hebben een groot probleem met jeugdwerkloosheid. Daar zit nog een groot arbeidspotentieel.”

Davidse knikt. “Er zijn al uitzenders die zich specialiseren op Spanje, dat een jeugdwerkloosheid kent van tegen de 25%. Maar we zouden toch ook meer moeten denken aan wat er allemaal mogelijk is met India en Afrika en Zuid-Amerika. Daar letten we veel te weinig op. Terwijl de bevolking juist in met name India en Afrika ontploft. Daar is nog een heel hoge werkloosheid en wordt er weinig menselijke capaciteit benut. Vanuit West-Afrika bijvoorbeeld is de stap naar Europa makkelijk te zetten. Of er kan vanuit daar IT-werk gedaan kan worden.”

Groeiers en dalers in de FlexNieuws TOP 100

Of een flexbureau profiteert van de arbeidsmarkt verschilt sterk per type onderneming. Davidse ziet in de FlexNieuws TOP 100 grote verschillen. De traditionele vier (Randstad-groep, RGF Staffing, ManpowerGroup en Adecco Group) zijn al jaren aan het krimpen. De vraag dringt zich op of je nog wel een grote generieke uitzender à la Randstad kunt zijn in deze tijd? “Nee”, zegt hij. “Maar is uitzenden daarmee over? Allerminst. Want in diezelfde lijst vindt op allerlei plekken groei plaats. Grote en generieke uitzendbedrijven presteren slechter dan kleine, wendbare en gespecialiseerde bedrijven. Groeiers zijn bijvoorbeeld The Specialist Group (bijna 9%) en Home of People (ruim 34%). Zij hebben eenzelfde soort wendbaar business model als House of HR, een moederorganisatie waar specialisten onder hangen.”

In de FlexNieuws TOP 100 doen ook de MSP’s het goed. Maar blijft dat zo? Davidse: “Die vraag geldt voor alle soorten bureaus, kijk maar naar de dit jaar toch wat tegenvallende detacheerders. Het is van zoveel afhankelijk, onder meer van de ontwikkelingen op zzp-gebied. Je moet als flexbureau blijven opletten en doorontwikkelen, je strategie kan niet dezelfde zijn als vijf of tien jaar geleden.” Voor succes telt volgens Mesters ook de discipline om de processen dagelijks door te lichten. “Een zelflerende discipline.”

Davidse: “Je kunt heel goed zijn in het fabriceren van stoomlocomotieven, maar dan zit je toch echt in de verkeerde eindmarkt.” 

_________________________________________________________________________

Download het rapport Future proof ondernemen in de wereld van flex hier. 

Geplaatst in Arbeidsmarktdata, In de wereld | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor Wie profiteert van de pauze op de arbeidsmarkt?

Eén op de vijf migranten benut arbeidspotentieel niet

In Nederland is het arbeidspotentieel van zo’n 330.000 migranten tussen de 25 en 65 jaar onbenut. Dat blijkt uit een nieuw rapport van de Adviesraad Migratie. Deze groep vormt een vijfde van alle migranten in deze leeftijdscategorie. Het gaat om mensen die niet of nauwelijks deelnemen aan betaald werk, terwijl vergelijkbare Nederlanders zonder migratieachtergrond dat wel doen. Het beter benutten van dit arbeidspotentieel levert volgens de adviesraad brede maatschappelijke winst op. 

Onder arbeidsdeelname wordt verstaan het aandeel van de potentiële beroepsbevolking dat betaald werk heeft in loondienst of als zelfstandige. Het onbenut arbeidspotentieel van migranten is het verschil in arbeidsdeelname tussen migranten en overeenkomstige Nederlanders zonder migratieachtergrond.

Asielmigranten vormen helft onbenut potentieel

Het onbenut potentieel is relatief het grootst onder vrouwen, migranten van 45 jaar en ouder, en met asiel- en gezinsmigranten van buiten de EU. Vrijwel de helft van het onbenutte potentieel bestaat uit asielmigranten, Oekraïense ontheemden en hun gezinsleden. Gekeken naar herkomstland is bijna veertig procent afkomstig uit drie landen: Turkije, Marokko en Syrië.

“Als we meer migranten aan het werk krijgen, slaan we drie vliegen in één klap. Migranten krijgen een hoger inkomen en meer welzijn, werkgevers kunnen gemakkelijker in hun personeelsbehoefte voorzien, en de samenleving profiteert van minder uitgaven aan sociale uitkeringen en hogere belastinginkomsten,” zegt Monique Kremer, voorzitter Adviesraad Migratie. 

Grootste verschillen bij asiel- en gezinsmigranten

Tussen migranten met verschillende migratiemotieven bestaan grote verschillen in arbeidsdeelname. Onder asielmigranten ligt het onbenutte arbeidspotentieel het hoogst (44%), en bij vrouwen nog hoger dan bij mannen. Bij Oekraïense ontheemden bedraagt het 32 procent. Onder gezinsmigranten van buiten de EU/EFTA is het onbenutte potentieel ook hoog met bijna 21 procent.

Arbeidsmigranten, zowel van binnen als buiten de EU, vormen hierop een uitzondering: daar is geen onbenut arbeidspotentieel. Zij zijn gemiddeld zelfs actiever op de arbeidsmarkt dan Nederlanders zonder migratieachtergrond.

Langer verblijf helpt, maar niet altijd

Bij de meeste migrantengroepen stijgt de arbeidsdeelname naarmate zij langer in Nederland verblijven. Toch blijft het onbenutte potentieel bij asiel- en gezinsmigranten ook na tien jaar hoog. Er lijkt sprake van een kwalitatieve onderbenutting van werkende migranten, doordat hun competenties niet volledig worden benut. 

De helft van de werkende migranten heeft een flexibel contract, tegenover een derde van de Nederlanders zonder migratieachtergrond. Naarmate migranten langer in Nederland verblijven neemt het aandeel met een flexibel contract sterk af. Asielmigranten vormen een uitzondering: na tien jaar heeft nog steeds zeventig procent een flexibel contract. 

Ook verdienen migranten vaker een laag uurloon, van maximaal dertig procent boven het wettelijk minimumloon. Vrouwelijke migranten verdienen gemiddeld minder dan mannelijke. Alleen kennismigranten wijken hiervan af en verdienen minder vaak een laag loon dan een gemiddelde werknemer. Werkende asielmigranten en Oekraïense ontheemden hebben het vaakst een laag loon.

Meer uren, minder zelfstandig

Opvallend is dat migranten gemiddeld meer uren per week werken dan Nederlanders. Vooral vrouwelijke migranten werken vaak meer uren dan Nederlandse vrouwen zonder migratieachtergrond (waarvan ongeveer tweederde in deeltijd werkt). Zelfstandig ondernemerschap komt echter minder vaak voor: elf procent van de migranten is zelfstandig, tegenover zeventien procent van de Nederlanders zonder migratieachtergrond.

Een goede opleiding en kennis van de Nederlandse taal zijn volgens het rapport de belangrijkste factoren die het onbenutte arbeidspotentieel verkleinen. Maar ook andere factoren kunnen een rol spelen, zoals erkenning van buitenlandse diploma’s, (opvattingen over) de rolverdeling tussen mannen en vrouwen en discriminatie.

Drie routes naar beter benut potentieel

Het rapport bevat diverse aanbevelingen om het arbeidspotentieel van migranten beter te benutten:

  1. Benut talenten. Geef meer beleidsaandacht aan migranten die al in Nederland zijn, vooral aan vrouwen, 45-plussers en asiel- en gezinsmigranten van buiten de EU. Focus op groepen met het grootste onbenutte potentieel voor de grootste impact.
  2. Investeer in onderwijs en taal. Taalvaardigheid en scholing zijn cruciale sleutels tot betere arbeidsmarktkansen. Erkenning van buitenlandse diploma’s, met name bij vrouwen, verhoogt de arbeidsdeelname.
  3. Versnel bemiddeling naar werk. Versnel de toetreding tot de arbeidsmarkt, vooral bij asiel- en gezinsmigranten. Richt beleid op beide partners binnen een huishouden en ga in gesprek met niet-werkende vrouwen over wat zij nodig hebben om te kunnen werken.

Aandacht voor werkgeversrol in vervolgonderzoek

Het rapport is gebaseerd op cijfers van het CBS en SCP en maakt deel uit van het adviestraject ‘Talenten benutten: migranten en betaald werk’, dat de adviesraad op eigen initiatief uitvoert. Hoewel dit rapport zich richt op migranten zelf, ziet de Adviesraad Migratie ook een belangrijke rol voor werkgevers. Waarom benutten zij de competenties van migranten onvoldoende? Welke belemmeringen ervaren zij? Dat wordt onderwerp van vervolgonderzoek.

Geplaatst in Arbeidsmarktdata, In de wereld | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor Eén op de vijf migranten benut arbeidspotentieel niet

Bedrijven zien vooral efficiëntiewinst door AI

Artificial intelligence (AI) wordt steeds vaker ingezet binnen Nederlandse bedrijven, vooral om processen efficiënter te maken. Vier op de tien organisaties (41%) zet AI in met merkbaar resultaat op operationele efficiëntie. 

Toch vertaalt deze verbetering zich nog niet altijd in financiële winst: slechts een kwart van de bedrijven rapporteert daadwerkelijke kostenbesparingen dankzij AI. Dat blijkt uit recent onderzoek door PanelWizard in opdracht van fiscale softwareleverancier Nextens onder 838 financieel eindverantwoordelijken uit het bedrijfsleven.

Kostenbesparing blijft achter bij verwachtingen

Hoewel de helft van de bedrijven kostenbesparing noemt als voornaamste reden om AI in te zetten, blijken de realisaties nog achter te blijven. In de horeca en retail geeft 32 procent van de bedrijven aan kosten te besparen met AI, en in de financiële sector is dit 30 procent. In sectoren als cultuur, sport en recreatie (4%) en landbouw en visserij (17%) blijven de besparingen ver achter. 

Grote organisaties (500+ medewerkers) profiteren vaker van kostenbesparing (meer dan 30%) dan kleine bedrijven tot 25 personen (17%).

AI-implementatie kost meer dan verwacht

Voor 23 procent van de bedrijven zijn de implementatiekosten van AI hoger dan ingeschat. Opvallend is dat dit cijfer vrij constant is over verschillende bedrijfsgroottes, behalve bij kleine organisaties (2-25 personen), waar het percentage duidelijk lager ligt (12-17%). Sectoren waar de kosten vaker tegenvallen zijn onder meer vervoer en opslag (36%), financiële instellingen (35%) en landbouw en visserij (33%).

AI verbetert processen over de hele linie

Vergeleken met de 25 procent die kostenbesparing rapporteert, geeft een veel grotere groep (41%) aan dat AI de efficiëntie van interne processen merkbaar verbetert. Dit geldt zowel voor hoger opgeleiden (43%) als lager opgeleiden (53%). Met name de sectoren informatie en communicatie (59%), financiële instellingen (55%) en adviesdiensten (49%) scoren hoog op efficiëntiewinst. 

Ook de bedrijfsomvang maakt uit: bij organisaties met meer dan 1.000 medewerkers ziet de helft (51%) efficiëntieverbetering, tegenover slechts efficiencydertig procent bij bedrijven tot 25 medewerkers en elf procent bij eenpitters.

Toekomst: AI neemt steeds meer processen over

De verwachting is dat AI de komende drie jaar een steeds groter deel van ondersteunende bedrijfsprocessen zal automatiseren. Dit speelt onder andere bij HR-diensten. Denk hierbij aan werving via AI, pre-selectie van kandidaten en payroll automatisering. Maar ook bij juridische dienstverlening, consultancy, marketing- en communicatiediensten en finance zullen ondersteunende processen steeds meer geautomatiseerd worden. 

Vooral op het gebied van klantenservice wordt veel verwacht van AI. Denk hierbij onder andere aan chatbots en automatische ticketafhandeling. Een op de vijf ondervraagden verwacht dat AI binnen drie jaar zestig tot honderd procent van het werk overneemt. Een kwart van de respondenten schat dat wat lager in: tussen de 31 en 60 procent van het werk. Vooral jongeren, personen die werken in grotere organisaties en hoger opgeleiden schatten de mate waarin AI klantenservice-werk zal overnemen het hoogst in.

Geplaatst in AI, In de cloud | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor Bedrijven zien vooral efficiëntiewinst door AI

Flexfamily neemt A12 Personeelsdiensten over

Intermediair A12 Personeelsdiensten is het nieuwste lid van uitzendgroep Flexfamily. Voor A12 Personeelsdiensten is de overname door Flexfamily een logische vervolgstap na jaren van groei. De overname  betekent voor Flexfamily een versterking van het portfolio, met name in de regio Liemers, en een inhoudelijke aanvulling op het gebied van Transport & Logistiek en opleidingstrajecten. 

Groei en kwaliteit

A12 Personeelsdiensten heeft zich de afgelopen jaren ontwikkeld tot een betrouwbare partner in personeelsbemiddeling, met een sterke focus op groei en kwaliteit. “We zijn klaar voor een volgende fase waarin we nog sneller en gerichter kunnen groeien,” aldus Frank Huijink, eigenaar en directeur van A12 Personeelsdiensten. 

“Door de samenwerking binnen Flexfamily krijgen wij onder andere toegang tot de kennis en het commerciële netwerk van de andere leden. Daarnaast kunnen wij gebruik maken van hun expertise en ervaring om onze organisatie verder te ontwikkelen. Tegelijkertijd blijven we zelfstandig en bepalen we zelf hoe en in welke richting we groeien”, vertelt operationeel directeur Shu Fun Tang van A12 Personeelsdiensten.

Uitbreiding naar de Liemers 

Voor Flexfamily betekent de overname niet alleen een geografische uitbreiding richting de Liemers, maar ook een inhoudelijke versterking. “We zien een sterke aansluiting bij de verschillende bedrijven in onze familie. Hiermee kunnen we onze klanten en onze flexkrachten nog beter van dienst zijn”, vertelt Martin van den Hemel, algemeen directeur van Flexfamily. 

Geplaatst in Bedrijfsnieuws, In de branche | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor Flexfamily neemt A12 Personeelsdiensten over