Maandelijkse archieven: november 2024

Dennis Luyten (CEO Brisker Group): ‘Vergeet niet dat de uitzendbranche werkzekerheid biedt’

“De uitwassen in de uitzendsector moeten eruit.” De Wtta kan in theorie helpen bij het weren van malafide uitzenders, maar de hele keten moet zich daarvoor inzetten, stelt Dennis Luyten (CEO Brisker Group, met de labels Pay for People en Tentoo). “Inleners moeten beseffen dat ook zij een verantwoordelijkheid hebben om te zorgen dat er compliant wordt gewerkt.”

Werkzekerheid boven baanzekerheid

“De uitzendbranche levert een belangrijke bijdrage aan de economie. Het is de flexbranche die meebeweegt en werkzekerheid garandeert.” Want het gaat volgens Dennis Luyten niet om baanzekerheid, maar om werkzekerheid. Dat geldt voor de huidige generatie en dan vooral hoger opgeleiden. “Die willen autonomie, geen binding met één organisatie, maar de vrijheid om verschillende opdrachten te kiezen. Zelf bepalen waar, wanneer en voor wie ze werken.”

En dat geldt volgens Luyten ook voor de groep mensen die het moeilijk hebben op de arbeidsmarkt. “Er is nu eenmaal een werkzame groep die een kleine kans heeft op een vaste baan. Zij zijn vaak niet in staat om voldoende vertrouwen op te bouwen bij een organisatie om daar te kunnen blijven werken.” Juist het uitzendbureau zorgt ervoor dat die mensen niet in een uitkeringssituatie belanden en investeert in de duurzame inzetbaarheid, opleiding en ontwikkeling van deze mensen. Luyten geeft een voorbeeld: een jongen kreeg maar geen vaste baan. Een gedreven flexondernemer neemt hem onder zijn hoede. Door begeleiding vanuit het uitzendbureau heeft hij een heel traject doorlopen; van orderpicker tot aan het behalen van zijn groot rijbewijs, waardoor hij nu in de transport kan werken.

Negatief imago flex onterecht

“Maar daar hoor je Den Haag niet over.” Want het imago van flex is slecht, weet ook Dennis Luyten. “Als politici het woord uitzenden horen, denken ze aan uitbuiting en koppelbazen.” Dat men negatief is over flex komt door de uitwassen, de voorbeelden van foute uitzendbureaus. Die halen de media, de vele mooie initiatieven van goede intermediairs niet, zo ervaart Luyten in de praktijk: een uitzendbureau komt op het idee om statushouders bij een vleesverwerker te plaatsen. Dit krijgt aandacht van de lokale media, maar de uitzendondernemer die dit heeft gerealiseerd wordt niet genoemd. “Als men zou zeggen dat er een uitzendbureau bij betrokken is, zou dat meteen tot rode vlaggen leiden.”

Terwijl het volgens Luyten juist de uitzendbranche is die bijdraagt aan ontwikkeling en duurzame inzetbaarheid van mensen. “Uitzenders bouwen een relatie op met hun uitzendkrachten, begeleiden hen van de ene naar de andere plek, zorgen dat ze elke keer een stapje vooruit komen.”

“Als de hele keten elkaar uitknijpt, krijgt de uitzender uiteindelijk de schuld.”

Wtta: mooi in theorie, in praktijk niet haalbaar

Dat het imago van uitzenden slecht is komt natuurlijk ook doordat er daadwerkelijk misstanden in de uitzendsector plaatsvinden in Nederland. “Die uitwassen moeten eruit. Die mogen niet meer op de voorpagina’s komen”, stelt Luyten. Het toelatingsstelsel moet deze malafide uitzenders gaan weren. Luyten juicht de komst van de Wtta dan ook van harte toe. “In theorie is het een goed plan. Het is heel gemakkelijk om een uitzendbureau te beginnen en als je klein blijft is de kans klein dat je tegen de lamp loopt. Dus dan zou het toelatingsstelsel goed zijn. Maar de  praktische uitwerking is niet haalbaar.” Ga maar na, er zijn circa 20.000 uitzendbureaus in Nederland actief, waarvan nog geen 5.000 NEN-gecertificeerd zijn. “Dat is voor een inspectie-instelling qua capaciteit niet te doen.”

Lees ook: Minister moet invoering wet toelastingsstelsel wederom uitstellen. Justis kan uitvoering niet aan.

Inlener ook verantwoordelijk

De Wtta kan in theorie dus helpen bij het weren van malafide uitzenders, maar ook inleners zouden hun verantwoordelijkheid moeten nemen, stelt Luyten. “De flexbranche handelt naar vraag en aanbod. Zolang de vraag er is, blijft het aanbod bestaan.” Wordt bijvoorbeeld een uitgekleed tarief gevraagd of een goedkope oplossing voor huisvesting, dan zullen er partijen in de flexbranche zijn die ‘creatieve’ oplossingen zullen zoeken. “Vaak weet die inleners donders goed dat het antwoord op hun vraag nooit binnen de desbetreffende CAO past en dus niet compliant kan zijn. En als het dan fout gaat, is dit het meest zichtbaar bij de uitzender. Dus als de hele keten elkaar uitknijpt, krijgt de uitzender uiteindelijk de schuld.”

Natuurlijk moet je als intermediair niet meegaan in zulke aanvragen. De goede intermediair zegt ‘nee’, maar voor hem tien anderen, weet Luyten. “Er is altijd wel een bureau bereid dat wel te doen. Daarom is certificering zo belangrijk. Dan creëer je een gelijk speelveld. Maar je moet bij de controles ook de inleners betrekken. Inleners moeten beseffen dat ook zij een verantwoordelijkheid hebben om te zorgen dat er compliant wordt gewerkt.”

Dennis Luyten deelt zijn visie op actuele ontwikkelingen in de flexbranche tijdens het webinar in de recente Webinar Week van Werf& en ZiPconomy. Kijk het gesprek tussen FlexNieuws-hoodfredacteur Wim Davidse en Dennis Luyten hieronder terug.

Geplaatst in Branchenieuws, In de branche | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor Dennis Luyten (CEO Brisker Group): ‘Vergeet niet dat de uitzendbranche werkzekerheid biedt’

Meer uitzendkrachten kunnen hypotheek aanvragen

Voor uitzendkrachten wordt het makkelijker om een hypotheek aan te vragen. Dit komt door de versoepeling van de Perspectiefverklaring. Deze kun je als uitzendkracht gebruiken voor een hypotheekaanvraag.

Voorheen moesten uitzendkrachten gedurende 52 weken werken bij hetzelfde uitzendbureau om hiervoor in aanmerking te komen. Vanaf 1 januari 2025 wordt deze periode verkort naar 26 weken, waarbij de werkervaring over 52 weken wel gehandhaafd blijft. “Prachtig dat een eigen huis nu binnen bereik is van nog meer uitzendkrachten”, aldus NBBU-directeur Marco Bastian.

Eerder oordeel over verdiencapaciteit

Op basis van de ervaringen in de afgelopen jaren is vastgesteld dat uitzendorganisaties na 26 weken voldoende in staat zijn om een oordeel te geven over de verdiencapaciteit van een uitzendkracht.

Om meer uitzendkrachten toegang te geven tot de koopwoningmarkt is daarom het aantal weken dat een uitzendkracht moet werken bij hetzelfde uitzendbureau verkort naar 26 weken.

Wel geldt daarbij de eis dat de uitzendkracht in de laatste 14 maanden minimaal 12 maanden moet hebben gewerkt. Dit in combinatie met de data-analyse biedt voldoende basis voor het beoordelen van iemands perspectief op de arbeidsmarkt en de bestendigheid van iemands inkomen.

Meer kans op hypotheek, maar geen garantie

Met het verkorten van de periode naar 26 weken komen veel meer uitzendkrachten in aanmerking voor een Perspectiefverklaring. Hiermee wordt de kans op een eigen huis voor uitzendkrachten vergroot.

Goed om te weten: de Perspectiefverklaring is geen garantie voor het krijgen van een hypotheek. Banken wegen namelijk ook andere zaken mee. “Toegang tot een hypotheek voor uitzendkrachten is een belangrijke stap om hun financiële perspectief en welzijn te bevorderen. De versoepeling van de Perspectiefverklaring is een positieve ontwikkeling die deuren opent voor duidelijk meer mensen om een hypotheek aan te vragen,” zegt Jurrien Koops, directeur van de ABU.

Geplaatst in Branchenieuws, In de branche, Nieuws | Tags , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Meer uitzendkrachten kunnen hypotheek aanvragen

Kamerlid en woordvoerder arbeidsmarkt Tjebbe van Oostenbruggen (NSC) nieuwe staatssecretaris Financiën

Tjebbe van Oostenbruggen wordt de nieuwe staatssecretaris op het ministerie van Financiën, meldt RTL Nieuws. Hij volgt Folkert Idsinga op, die onlangs vertrok na kritiek over zijn zakelijke belangen.

Van Oostenbruggen is sinds vorig jaar Kamerlid voor NSC. Hij was daar onder meer woordvoerder voor het arbeidsmarktbeleid. In die rol was hij voorstander van stevig ingrijpen in de flexbranche, vertelde hij in de ZiPtalk podcast: “Vast minder vast, flex minder flex. Het is een gevleugelde uitspraak, waar we nu echt werk van moeten maken.”

“Nieuw Sociaal Contract staat voor eerlijke, solidaire en inclusieve arbeidsmarkt”, vertelt hij. “Meer mensen aan het werk, want werk is de kortste en breedste route naar bestaanszekerheid.”

Nieuwe wetten op basis van Borstlap

Daarnaast maakte hij zich hard voor minder verschillen op de arbeidsmarkt. “We vinden het echt heel belangrijk dat uiteindelijk in Nederland het vaste contract weer de norm wordt.”

Het viel op dat Van Oostenbruggen voorzichtig zijn woorden koos toen het over het langlopende zzp-dossier ging. “Wij hebben in Europa een aantal bindende afspraken, onder meer over wat een arbeidsrelatie is. Dat betekent dat Nederland bijvoorbeeld niet zomaar kan zeggen: voortaan is iedereen met een blauw shirt in loondienst en iedereen met een geel shirt een zzp’er. Dat mag niet.”

Voordat Van Oostenbruggen de politiek in ging, was hij ondernemer in de arbeidsbemiddelingsbranche. Hij was grootaandeelhouder van Brainnet. In 2021 werd Brainnet verkocht en ging het verder onder de naam Magnit.

Geplaatst in In de wereld, Nieuws, Politiek | Tags , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Kamerlid en woordvoerder arbeidsmarkt Tjebbe van Oostenbruggen (NSC) nieuwe staatssecretaris Financiën

Rechter zet streep door concurrentiebeding uitzendbureau

Wat is de reikwijdte van een concurrentiebeding? Dat is de vraag die voorlag bij de rechtbank in Almelo in een kort geding tussen een uitzendbureau en een werknemer die een nieuwe baan aanvaardde bij een ander uitzendbureau.

De werknemer werkte sinds een aantal jaar als assistent-planner bij een uitzendbureau. Ze ondertekende bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst een relatie- en concurrentiebeding. Kortweg hield dat een verbod in om in een tijdvak van een jaar binnen een straal van 30 km rond een vestiging van het bedrijf in dienst te treden bij een concurrent.


Een concurrentiebeding verbiedt een werknemer om na het einde van zijn arbeids­overeenkomst soortgelijke werkzaamheden uit te oefenen bij een ander bedrijf of als ondernemer.
Een relatiebeding verbiedt werknemers om na uitdiensttreding zakelijke contacten te onderhouden met bepaalde relaties van de werkgever. 


Als de werknemer een nieuwe baan aanvaardt als vestigingsmanager bij een ander uitzendbureau, beroept haar werkgever zich op het concurrentie- en relatiebeding. Hij eist in kort geding dat ze haar werkzaamheden voor het nieuwe bedrijf staakt zolang de bedingen voortduren. Tevens maakt de werkgever aanspraak op de boetes die gelden bij het overtreden ervan.

De reikwijdte van het beding

Vaststaat dat partijen een geldig concurrentiebeding zijn overeengekomen in de arbeidsovereenkomst. De werknemer betwist dat de nieuwe werkgever een concurrent is. Ook bestaat er discussie over de reikwijdte van het beding.

De kantonrechter vindt dat de werkgever voldoende heeft onderbouwd dat het nieuwe bedrijf een directe concurrent is. Beide bedrijven houden zich bezig met het uitzenden en detacheren van personeel op het gebied van bouw en infra, zijn dicht bij elkaar gevestigd en begeven zich op dezelfde markt. Wel is de kantonrechter het met de werknemer eens dat het concurrentiebeding zeer verstrekkend en ruim is geformuleerd. Het beding is namelijk niet regionaal beperkt tot de vestiging waar hij werkte. Daarbij is de formulering in het concurrentiebeding zo ruim dat het de werkneemster verhindert om bij alle uitzendbureaus in dienst te treden.

De werkneemster heeft een duidelijk belang bij de overstap, naar het oordeel van de kantonrechter. Ze gaat er in positie en salaris flink op vooruit. Ook wordt zij, een alleenstaande moeder, sterk beperkt in haar vrije arbeidskeuze als zij niet binnen een straal van 30 kilometer mag werken. Tot slot heeft de werkneemster overtuigend uitgelegd dat zij in haar functie als assistent-planner niet beschikte over vertrouwelijke informatie. Ze voerde slechts administratieve werkzaamheden uit onder leiding van een planner en was niet het vaste aanspreekpunt voor klanten en relaties.

De kantonrechter schorst het concurrentiebeding gedeeltelijk, zodat werkneemster aan haar nieuwe baan kan beginnen. Wel blijft het relatiebeding in stand. Volgens de kantonrechter staat het relatiebeding een indiensttreding bij het nieuwe bedrijf niet in de weg. De werkneemster zegt toe dat zij zich zal houden aan het overeengekomen geheimhoudingsbeding. 

Wetsvoorstel inperken concurrentiebeding

Het concurrentiebeding is een beperking van de vrije arbeidskeuze en mobiliteit van werknemers. Daarom mag het alleen opgenomen en ingeroepen worden als dat voor de bescherming van het bedrijfsdebiet – datgene wat een bedrijf waardevol maakt – nodig is. In de praktijk wordt een concurrentie­beding vaak standaard in een arbeids­overeenkomst opgenomen, zonder dat het echt nodig is. Daarom kwam het vorige kabinet met een wetsvoorstel om het concurrentiebeding aan te scherpen. Daarin staan de volgende wijzigingen:

  • De duur van het concurrentiebeding is maximaal één jaar.
  • De geografische reikwijdte moet worden vermeld.
  • In het beding moet een motivering staan van het zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelang bij alle contracten, dus ook die voor onbepaalde tijd.
  • De werkgever moet een vergoeding betalen als deze een beroep doet op het concurrentiebeding.

Deze wijzigingen gelden overigens ook voor het relatiebeding. 

Lees ook:

Geplaatst in Branchenieuws, In de branche | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor Rechter zet streep door concurrentiebeding uitzendbureau

Vertraagde invoer van de WTTA: dit zijn de kansen en uitdagingen

De invoering van het wetsvoorstel Wet Toelating Terbeschikkingstelling van Arbeidskrachten (WTTA) is nu voor een tweede keer uitgesteld. Recent heeft het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) dat besloten op basis van uitvoerbaarheidstoetsen die aantonen dat verschillende instanties nog niet volledig voorbereid zijn op de implementatie.

Wat betekent dit voor de planning? Welke uitdagingen en kansen brengt deze wet met zich mee voor de uitzendsector en de maatschappij? Directeur Patrick Tom van Bureau Cicero vertelt het in dit artikel.

Meer weten? Bekijk het webinar met Bureau Cicero tijdens de Werf& en ZiPconomy Webinarweek.

Kernpunten van de WTTA

De WTTA is ontwikkeld als onderdeel van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten onder leiding van Emile Roemer. De wet is gericht op het verbeteren van de positie van arbeidsmigranten en het verminderen van malafiditeit in de uitzendsector. De wet beoogt een toelatingsstelsel waarin alleen erkende uitleners arbeidskrachten mogen inzetten, wat gepaard gaat met kwalitatief goede inspecties en toezicht vanuit handhaving. Het gedachtegoed van de overheid is dat dit moet leiden tot een veiliger en eerlijker speelveld voor arbeidsmigranten en bonafide uitzendorganisaties.

Uitdagingen en Vooruitzichten voor uitleenbedrijven en Inspectie-Instellingen

De invoering van deze wet brengt uitdagingen met zich mee voor uitleenbedrijven maar ook voor inspectie-instellingen, zoals Bureau Cicero. De toelatende instantie (TI) zal streng toezicht houden op de naleving van de normen door inspectie-instellingen. Bureau Cicero krijgt met dit uitstel meer tijd om de capaciteit op te bouwen die nodig is voor de uitvoering van de WTTA. Daarnaast blijft het belang van het SNA-keurmerk onveranderd: dit keurmerk is straks het entreeticket voor het toelatingsstelsel en biedt uitleners de kans om zich goed op de aanstaande wettelijke normen voor te bereiden.

Redenen voor uitstel en nieuwe tijdlijn

Volgens de uitvoeringstoetsen zijn er aanzienlijke obstakels bij de realisatie van de WTTA. De Directie DSU gaf aan dat de oorspronkelijke tijdslijn (1 januari 2026) onhaalbaar is vanwege ICT-uitdagingen, capaciteitsvraagstukken en de benodigde financiële middelen. Beide onderzochte scenario’s voor de ICT-inrichting tonen aanzienlijke onzekerheden, wat de uitvoerbaarheid in het geding brengt.

Het ministerie van SZW verwacht uiterlijk in januari 2025 nieuwe tijdslijnen aan te kunnen aankondigen, waarmee ondernemingen en betrokken instanties meer tijd krijgen om zich op de invoering voor te bereiden. Dit extra tijdsbestek biedt voor uitleenbedrijven de ultieme kans om te voldoen aan de strenge vereisten van de WTTA. Het behalen van het SNA-keurmerk is en blijft cruciaal voor bedrijven die zich willen voorbereiden op de toelating. Daarnaast kunnen ondernemingen naast hun SNA keurmerk een additionele WTTA module laten toetsen door inspectie – instellingen. Samen met de controle op het SNA keurmerk is dit de nulmeting voor het WTTA normenkader in het toelatingsstelsel.

Voortgang van het Kwartiermakersteam en Mogelijke Landingsplaatsen voor de Toelatende Instantie

Het kwartiermakersteam, verantwoordelijk voor de basisinrichting van de Toelatende Instantie (TI), werkt aan een ‘plug-and-play’ structuur zodat de TI direct aan de slag kan zodra de wet in werking treedt. Dit team is inmiddels in de bouwfase en richt zich op het opzetten van zeven hoofdprocessen, waaronder juridische zaken, finance, HRM, en governance. Deze opzet moet ervoor zorgen dat de TI haar wettelijke taken effectief kan uitvoeren, maar vereist een passende landingsplaats binnen het ministerie.

Het ministerie overweegt DSU of Justis als potentiële uitvoerder, waarbij beide partijen verschillende voorwaarden hebben gesteld om hun capaciteit op te schalen en de vereiste ICT-structuren te implementeren. Het is ook mogelijk dat SZW een aparte uitvoeringsinstantie opricht die specifiek op deze taken is gericht, om de maatschappelijke impact van deze wetgeving te waarborgen.

Overlegstructuren inspectie – instellingen en kwartiermakers van de TI

Bureau Cicero participeert in diverse overlegstructuren met de kwartiermakers van de Toelatende Instantie (TI) welke o.a. gaan over thema’s als kwaliteit, samenwerking en capaciteit. Voor Bureau Cicero is het van belang dat het stelsel uitvoerbaar is en dat het element van continu verbeteren zoals we dat ook kennen vanuit het SNA keurmerk behouden blijft. Dit betekent dat we goed willende bedrijven niet willen afstraffen op gemaakte fouten maar juist scherp houden door ze aan te spreken op hun professionaliteit zodat het tot een continu verbetertraject leidt. Dit is overigens niet ongebruikelijk, ook in de accountancy sector waarin fiscale aangiften en jaarrekeningen worden opgemaakt wordt uitgegaan van termen als substantieel, structureel en materieel. Het is dan ook maatschappelijk niet voor te stellen dat er geen enkele jaarrekening meer wordt goedgekeurd omdat er kleine fouten zijn geconstateerd. Dan ligt de hele economie op zijn gat.

Ook is het van belang dat het professional-judgement van inspecteurs wordt behouden. In de beoordeling van onze controle is bijna niets zwart/wit, er zijn wel meer dan 50 tinten grijs. Juist de weging van de context is van belang voor het oordeel. We merken dat de overheid op dit soort thema’s van ver moet komen, maar we hebben er vertrouwen op dat we uiteindelijk bij elkaar komen.

Werken bij Bureau Cicero: De Rol van Inspecteur in een Wendbaar Stelsel

De vertraagde invoering van de WTTA biedt ook kansen voor de werving van nieuwe inspecteurs bij Bureau Cicero, dat als stelselpartner intensief samenwerkt met SZW. Bij Bureau Cicero staat kennisdeling hoog in het vaandel. Ons team van enthousiaste professionals staat te popelen om hun kennis over te dragen aan nieuwe collega’s.

Inspecteurs kiezen voor Bureau Cicero vanwege het hybride werken en het zelf in kunnen delen van de agenda’s, hiermee hebben (toekomstig) inspecteurs maximale autonomie en vrijheid. Geïnteresseerden in deze dynamische, impactvolle rol mogen zich altijd aanmelden via werkenbij@cicero.nl.

Conclusie

De WTTA heeft een behoorlijke impact op de uitleensector en inspectie – instellingen waarbij vanuit het doel bekeken “het beschermen van arbeidskrachten, met name arbeidsmigranten, en bijdragen aan een gelijk speelveld in de uitzendsector” er de keuze is gemaakt om holistisch te kijken naar de gehele markt. We horen dan ook met regelmaat dat bepaalde uitleenbedrijven zich niet tot deze doelgroep aangesproken voelen en dat het soms ook leidt tot fronsende wenkbrauwen. Daar hebben we begrip voor, echter heeft de overheid gekozen voor de brede aanvliegroute.

Hoewel de invoering opnieuw is uitgesteld, biedt dit uitleenbedrijven en ook inspectie-instellingen een waardevolle kans om zich grondig voor te bereiden op de implementatie.

Het op tijd voldoen aan het SNA-keurmerk blijft onverminderd van belang, aangezien dit de sleutel is tot het toelatingsstelsel. Bestaande SNA keurmerkhouders doen er verstandig aan dit uit te breiden met een WTTA-voorinspectie, wat samen met het SNA-keurmerk een equivalente toets is t.o.v. de WTTA controle op het verplichte normenkader.

Meer weten over de WTTA? Bekijk hieronder het webinar met Bureau Cicero tijdens de Werf& en ZiPconomy Webinarweek:

Dit artikel verscheen eerder op de blog van Bureau Cicero.

Geplaatst in Arbeidsmarktdata, In de wereld | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor Vertraagde invoer van de WTTA: dit zijn de kansen en uitdagingen