Flexbranche laat veel loonkostenvoordeel liggen Geplaatst 7 mei 2021 door Redactie FlexNieuws Veel bedrijven kunnen het nog altijd goed gebruiken in deze tijden: subsidies. Toch loopt de flexbranche nog veel mis op dit gebied. Niet specifiek rondom corona, wel als het gaat om algemene personeelssubsidies. De flexbranche staat in de top 5 van sectoren die veel geld laten liggen. Dat meldt Moritz Tielemans van MijnSubsidie. “Of je het nu moeilijk hebt of niet, het is zonde om geld mis te lopen”, stelt Tielemans. Hij doelt vooral op de regeling Loonkostenvoordeel (kortweg LKV) die de overheid sinds enkele jaren heeft. “Met name voor 56-plussers en mensen met een arbeidsbeperking, ligt er 18.000 euro per fulltime medewerker,” zegt hij. Top 5 branches Werkgevers laten vele miljoenen aan subsidies liggen en dat komt het meest voor bij de flexbranche, de transportsector, de bouwsector, de maakindustrie en de schoonmaakbranche. Tielemans denkt de oorzaak te weten: “Deze sectoren zijn meer bezig met hard werken en oplossen van personeelstekorten dan met letten op mogelijke subsidies. Maar juist hier wisselt het personeel nogal eens. Dat maakt de kans op subsidie groter. De overheid wil ondernemers aanmoedigen werknemers aan te nemen uit doelgroepen die moeilijk aan het werk komen door financieel bij te dragen. Waarom zou je deze kans dan niet grijpen?” Bron: MijnSubsidie, mei 2021 Lees ook Tijd om stil te staan bij de gerealiseerde loonsubsidies in 2020 Geplaatst in Nieuws | Tags LKV, loonkostensubsidie | Reacties uitgeschakeld voor Flexbranche laat veel loonkostenvoordeel liggen
Mkb’ers zakelijke dienstverlening investeren meer in welzijn personeel Geplaatst 6 mei 2021 door Redactie FlexNieuws Bijna 4 op de 10 mkb’ers in de zakelijke dienstverlening investeren sinds corona meer in het welzijn van hun werknemers, die als gevolg van de pandemie veel meer thuiswerken dan voorheen. Dit doen zij onder meer door het stimuleren van een dagelijkse wandeling (41 procent), het geven van kortingen op gezonde maaltijden (13 procent) en door (online) sportlessen te organiseren (13 procent). Ook zijn veel ondernemers een stuk flexibeler als het gaat om de werktijden: bijna twee derde hanteert geen vaste werkuren meer, zolang het werk maar wordt gedaan. Bijna een derde zegt zelfs dat hun werknemers door thuis te werken veel efficiënter zijn en er minder tijd wordt ‘verspild’ bij bijvoorbeeld de koffieautomaat. Bijna 4 op de 10 mkb’ers geven dan ook aan dat zij na de crisis meer zullen thuiswerken dan ervoor. Dat blijkt uit de MKB Barometer van Teamleader, waarin ruim 300 Nederlandse mkb-ondernemers in de zakelijke dienstverlening hun visie geven over de impact van één jaar corona op thuiswerken, arbeidsproductiviteit en het welzijn van hun medewerkers. Hoewel de sector optimistisch is over de toekomst denkt 52 procent van de mkb’ers in de zakelijke dienstverlening dat de sector blijvend is veranderd door corona. Bijna 6 op de 10 mkb’ers met personeel geven aan dat dit vooral opgaat voor de manier van werken. Desondanks zien werkgevers vaker (19 procent) dat thuiswerken een positief effect heeft op de arbeidsproductiviteit dan andersom (14 procent). Veel mkb’ers hebben de indruk dat hun personeel thuis harder werkt, maar signaleren wel verschillen tussen personeel met en zonder kinderen. Bijna een kwart (22 procent) stelt vast dat werknemers zonder kinderen productiever zijn dan collega’s met kinderen. Bron: Teamleader, 6 mei 2021 Lees ook TNO: Kwart thuiswerkers wil blijven thuiswerken Geplaatst in Nieuws | Tags Corona, duurzame inzetbaarheid, MKB, personeelsbeleid, thuiswerken, zakelijke dienstverlening | Reacties uitgeschakeld voor Mkb’ers zakelijke dienstverlening investeren meer in welzijn personeel
DPA boekt lagere omzet in Q1 2021 Geplaatst 6 mei 2021 door Hinke Wever DPA boekt lagere, maar solide kwartaalresultaten in uitdagende detacheringsmarkt Hoofdpunten Q1 2021: • Omzet: 32,1 miljoen euro (Q1 2020: 37,6 miljoen) • Brutowinst/-marge: 10,8 miljoen euro; 33,6% (Q1 2020: 11,7 miljoen; 31,2%) • EBITDA/-marge: 4,9 miljoen euro; 15,3% (Q1 2020: 6,0 miljoen; 16,0%) • Eén werkdag minder dan in Q1 2020: negatieve impact 0,5 miljoen euro op de omzet en 0,4 miljoen euro op de brutowinst en EBITDA • Eenmalige transactiekosten: negatieve impact van 1,1 miljoen euro op de EBITDA • Dalend aantal professionals (-17%) en uitdagende detacheringsmarkt • Minder reis- en vervoerskosten dan in 2020: positieve impact van 0,5 miljoen euro op de EBITDA • Minder verlofopnames dan in 2020: positieve impact van 0,6 miljoen euro op de omzet en 0,4 miljoen euro op de EBITDA Arnold van Mameren, CEO van DPA, over de resultaten “Per saldo zijn we de afgelopen periode goed doorgekomen, maar de onzekerheden blijven groot. DPA heeft laten zien goed in staat te zijn om flexibel en adequaat te acteren in de zeer uitdagende detacheringsmarkt. Mede door de TOZO-regeling zien we aanzienlijke groei in het cluster Legal & Overheid. Daar staat tegenover dat veranderingen in het bancaire landschap uitdagingen met zich meebrengen voor het cluster Banking. We zien ook dat de krapte op de arbeidsmarkt weer toeneemt, vooral gedreven door de structurele schaarste aan gespecialiseerde, hoog opgeleide professionals. Om goede professionals aan ons te verbinden, blijft DPA investeren in de organisatie en de competenties van de medewerkers.” Doordat DPA de medewerkers zo flexibel mogelijk inzet, is de ‘bankzit’ beperkt gebleven en de productiviteit op een hoog niveau gehouden. Daarnaast werkt DPA aan ontwikkeling van haar professionals door persoonlijke begeleiding, opleidingen en trainingen. Omdat de schaarste op de arbeidsmarkt ongekend hoog is, zijn verdere investeringen nodig om weer te kunnen groeien. Vooruitzichten Vanwege de aanhoudende onzekere omstandigheden blijft DPA de marktontwikkelingen nauwlettend volgen. De inzet is focusgedreven groei in 2021, vergezeld van investeringen in marketing en de interne organisatie. Bron: DPA persbericht, 6 mei 2021 Lees ook Gilde doet openbaar bod op alle aandelen van DPA DPA ziet 2,5% omzetgroei in eerste kwartaal 2020 Geplaatst in Bedrijfsnieuws | Tags DPA, Q1 | Reacties uitgeschakeld voor DPA boekt lagere omzet in Q1 2021
Wie is de payrollkracht? Wetgeving en vragen in de praktijk Geplaatst 5 mei 2021 door Hinke Wever Bureau Cicero wijdt een serie van drie artikelen, podcasts en een webinar aan de feiten rondom payrolling. Maarten de Jong Bureau Cicero is gespecialiseerd in NEN 4400-certificeringen en controleert of ondernemingen voldoen aan de vele eisen die tegenwoordig van overheidswege aan alle partijen in de inhuurketen worden gesteld. Het eerste artikel in de serie luidt: Wie is de payrollkracht? Sinds 1 januari 2020 is de Wet arbeidsmarkt in balans (Wab) in werking getreden. Voorheen was er weinig verschil tussen een uitzendkracht en een payrollkracht. De Wab bracht hier verandering in. Na ruim een jaar nieuwe wetgeving op dit gebied is er veel veranderd in uitzenden en payrolling. Hendarin Mouselli Bureau Cicero (Maarten de Jong) en VRF Advocaten (Hendarin Mouselli) beschrijven en bespreken de essentie van payrolling en de rechten van payrollkrachten. Webinar over payrolling op 27 mei a.s. De artikelen en podcasts worden afgesloten met een webinar. Via deze link kun je je daarvoor aanmelden. Waarom is kennis van zaken belangrijk? Omdat het niet eenvoudige materie is. De experts belichten de regelgeving en de knelpunten aan de hand van voorbeelden uit de praktijk. Maarten de Jong, Auditor bij Bureau Cicero, vat het als volgt samen: “De invoering van de Wab heeft veel verandering teweeggebracht in payroll- en uitzendland. Nadat de eerste commotie hierover is gaan liggen, komen er sinds eind 2020 weer veel vragen over payrolling, onder meer door de eerste gerechtelijke uitspraken, maar ook door de nieuwe pensioenverplichting per 2021. De vele onduidelijkheden, mede veroorzaakt door de ruime definitie in de wet, zorgen bij uitzenders én opdrachtgevers, maar ook voor payrollers die uitzenders zijn geworden, voor vragen. De vrees is, dat er loonclaims ontstaan vanuit uitgezonden werknemers nadat een dienstverband is geëindigd en de uitzendkracht claimt een payrollkracht te zijn. Die zorg is niet altijd onterecht. Wanneer dit daadwerkelijk zo is, dan is dit ook niet meer te verhelpen. Wij vinden het belangrijk voorlichting te geven over deze materie en vragen te duiden die wij in de dagelijkse praktijk hierover krijgen. Samen met Hendarin Mouselli van VRF Advocaten hebben wij in een drieluik vanuit verschillende invalshoeken deze materie benaderd om zo inzicht te geven in de verschillen tussen uitzenden en payrolling.” Wie is de payrollkracht? Misverstanden “Zo is het bijvoorbeeld een misverstand dat een uitzendbureau geen payrolling diensten meer kan aanbieden. Of dat een medewerker ingehuurd via een uitzendbureau geen payrollkracht zou kunnen zijn. Of dat een payrollbedrijf geen medewerker op uitzendbasis zou kunnen inzetten. Niet het ‘soort’ onderneming, maar de feiten en omstandigheden waarbinnen de inhuur van een medewerker vanuit deze onderneming naar de opdrachtgever tot stand is gekomen, bepaalt of er sprake is van een payrollovereenkomst of een uitzendovereenkomst. Een medewerker die op grond van een uitzendovereenkomst (niet zijnde een payrollovereenkomst) ter beschikking wordt gesteld, kan in de praktijk wel degelijk een payrollkracht zijn, als de feiten en omstandigheden daarop wijzen. Naast duidelijke schriftelijke afspraken is het dus net zo belangrijk hoe partijen hier in de praktijk uitvoering aan geven.” Payrollkracht situaties en de praktijk “De administratieve werkelijkheid beschrijft slechts een deel van het traject tussen het ontstaan van een vacature en de totstandkoming van het dienstverband. Alle relevante details moeten in ogenschouw worden genomen. Daarbij komt dat het juridisch kader van de wetteksten in de Wab voor interpretatie vatbaar is. Om de complexiteit van de praktijk van alle dag te illustreren beschrijven wij een viertal situaties, waaruit blijkt dat het indelen van dienstverbanden in de categorie payrolling of uitzenden niet eenvoudig is. Betrokken functionarissen beschikken niet altijd op voorhand over alle relevante feiten, wat het uitdagend maakt.” Lees het hele artikel Bron: Bureau Cicero, mei 2021 Lees ook Eerste rechterlijke uitspraak over payrollovereenkomst in licht van Wab Wab, wanneer is sprake van payrolling? Terugblik invoering Adequate Pensioenregeling voor payrollbedrijven Top 3 vergissingen bij invoering Adequate Pensioenregeling Geplaatst in Rechtspraak | Tags adequate pensioenregeling, arbeidsrecht, Bureau Cicero, Hendarin Mouselli, Maarten de Jong, payrolling, payrollkracht, Uitzenden, uitzendkracht, WAB, webinar | Reacties uitgeschakeld voor Wie is de payrollkracht? Wetgeving en vragen in de praktijk
UWV keurt te weinig mensen door tekort aan artsen Geplaatst 4 mei 2021 door Hinke Wever Door een tekort aan artsen bij UWV blijven duizenden werknemers onnodig lang in de Ziektewet of WGA hangen. Dat leidt tot vertraging van de re-integratie en hogere kosten voor werkgevers. Hybride systeem voor verzekeren van ziekteverzuim De verzekering voor ziekteverzuim kan in ons land worden uitbesteed aan UWV of aan private uitvoerders van de sociale zekerheid. Hoe langer het duurt voor werknemers weer aan de slag gaan, hoe hoger de premielast wordt voor de betrokken werkgevers. UWV berekent de individuele premiepercentages voor werkgevers op basis van de schadelast; hoeveel werknemers zijn in voorgaande jaren ziek gemeld en hoe lang waren zij ziek. Zo stimuleert de overheid dat werkgevers actief meehelpen om ziekteverzuim te voorkomen en re-integratie bevorderen. Het ziekteverzuim verschilt per sector en is relatief hoog in de uitzendsector. Het tekort aan keuringsartsen in het algemeen en nu in het bijzonder bij UWV begint te nijpen. Maudi Derks – Acture Het Platform van Private Uitvoerders Sociale Zekerheid (PPUSZ) dringt per brief bij UWV aan op een snelle oplossing, zo meldt Rik Winkel in FD op 4 mei. UWV erkent dat er achterstanden zijn, maar ontkent een keuringsstop. Wie bijna een jaar ziek thuiszit, moet een keuring door het UWV ondergaan; de Eerstejaars ziektewetbeoordeling (EZWB). Na het eerste jaar wordt de beoordeling breder. Dan kijkt de arts niet alleen of iemand het eigen werk weer kan oppakken, maar ook of ander passend werk wellicht beter aansluit. UWV moet jaarlijks gemiddeld 40.000 van dergelijke beoordelingen doen. ‘Dit aantal wordt niet gehaald,’ zegt Maudie Derks, bestuursvoorzitter van Acture. ‘Bij de 460 beoordelingen waar Acture op wacht, zitten 388 precies op de termijn van een jaar en de rest langer.’ Private uitvoerders van sociale zekerheid hebben daardoor geen greep meer op het proces van herstel en re-integratie, aldus Derks. Werknemers blijven onnodig lang in de Ziektewet of WGA (Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsongeschikten); daardoor vertraagt hun re-integratie en er ontstaat schadelast voor werkgevers, eigenrisicodragers en private uitvoerders van sociale zekerheid. Lees ook Gedifferentieerde premies WGA en Ziektewet 2021 Maudie Derks: Vergoed ziekte-uitkeringen als gevolg van pandemie uit noodfonds Randstad brengt ziekteverzuim weer bij UWV Waarom worden uitzenders eigenrisicodrager Ziektewet? Ziekteverzuim verschilt aanzienlijk per bedrijfstak Geplaatst in Nieuws | Tags Regeling eigenrisicodragen WGA, Wet eigenrisicodragen Ziektewet (ZW), WGA, ziekteverzuim, Ziektewet | Reacties uitgeschakeld voor UWV keurt te weinig mensen door tekort aan artsen