Maandelijkse archieven: maart 2021

Werkloosheid blijft 3,6 procent in februari 2021

In februari 2021 waren 340 duizend mensen werkloos, dat is net als in januari 3,6 procent van de beroepsbevolking.

Gemiddeld over de afgelopen drie maanden daalde het aantal werklozen met 13 duizend per maand.

In dezelfde periode kwamen er gemiddeld per maand 16 duizend mensen met betaald werk bij. In februari bestond de werkzame beroepsbevolking uit 9,0 miljoen mensen. Dat meldt het CBS op basis van nieuwe cijfers. UWV registreerde eind februari 286 duizend lopende WW-uitkeringen.
Werkloosheid en WW-uitkeringen
In februari hadden 4,1 miljoen mensen van 15 tot 75 jaar om uiteenlopende redenen geen betaald werk. Naast werklozen ging het om 3,8 miljoen mensen die niet recent hebben gezocht en/of niet direct voor werk beschikbaar zijn. Zij worden niet tot de beroepsbevolking gerekend. Hun aantal is in de laatste drie maanden met gemiddeld 3 duizend per maand gedaald.

Met 340 duizend werklozen was in februari 3,6 procent van de beroepsbevolking werkloos. Dit percentage is even hoog als in januari. Tussen maart en augustus steeg de werkloosheid van 2,9 procent naar 4,6 procent. Daarna is dit percentage tot en met januari maandelijks gedaald.

UWV: Kleine afname WW in februari
Eind februari 2021 verstrekte UWV 286 duizend lopende WW-uitkeringen. Dat zijn er 2,5 duizend minder dan een maand eerder (-0,9 procent). In februari kwamen er 31,8 duizend nieuwe WW-uitkeringen bij en werden er 34,2 duizend WW-uitkeringen beëindigd.

UWV: Minder langdurige uitkeringen sinds februari 2020
In een jaar tijd is het aantal lopende WW-uitkeringen met 45,9 duizend toegenomen. De meeste mensen zitten korter dan 6 maanden in de WW. In februari 2021 ging het om 177 duizend uitkeringen. Vorig jaar waren dat er 145 duizend, een stijging van 21,8 procent. Het aantal WW-uitkeringen met een verstreken duur van 1 jaar of langer is juist gedaald (-7,9 procent): van 50 duizend uitkeringen in februari 2020 naar 46 duizend in 2021.

De toename sinds februari 2020 verschilt ook per leeftijdsgroep. Bij jongeren tot 27 jaar is het aantal lopende WW-uitkeringen 67,3 procent hoger dan een jaar geleden, bij de leeftijdsgroep van 27 tot 50 jaar is dat 20,9 procent en bij de leeftijdsgroep van 50 jaar en ouder is dat 9,0 procent.

Toename arbeidsparticipatie
In februari waren er 9,0 miljoen werkenden, bijna evenveel als begin 2020. Het gaat om mensen met betaald werk als werknemer of zelfstandige, ongeacht het aantal uren dat ze werken. Net voor het uitbreken van de coronacrisis, in maart 2020, was de werkzame beroepsbevolking in zes jaar tijd met bijna 900 duizend mensen toegenomen. Tussen maart en mei nam het aantal werkenden met 184 duizend af en daalde de arbeidsparticipatie relatief sterk. Vervolgens nam deze weer toe en zijn er bij 25- tot 45-jarigen inmiddels weer meer mensen aan het werk dan een jaar geleden. Bij 45-plussers is de arbeidsdeelname even hoog als een jaar geleden. Bij jongeren viel de werkgelegenheid vorig jaar het sterkst terug en bij deze leeftijdsgroep is de arbeidsparticipatie nog niet terug op het peil van begin 2020.

Bron: CBS, 18 maart 2021

Geplaatst in Nieuws | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor Werkloosheid blijft 3,6 procent in februari 2021

Hoe kun je denkfouten rond flex en werkloosheid nuanceren?

Hoe kun je denkfouten rond flex en werkloosheid nuanceren?

Door Patrick Hustinx, Senior Beleidsadviseur Sociale Zekerheid, ABU

Patrick Hustinx
Patrick Hustinx

Ik schreef erover in deel 1 van dit tweeluik: de soms vreemde verbanden die worden gelegd in de veronderstelde fouten bij de beprijzing van flexibele contracten. Om echt goed te bepalen of en zo ja in welke mate beprijzing van flexibele arbeid nodig is, is extra onderzoek nodig. Wat zouden we moeten onderzoeken?

Ten eerste: we moeten geen appels met peren vergelijken. Zijn de WW-instroomcijfers van de uitzendkrachten en vaste krachten wel vergelijkbaar? Zou het misschien kunnen dat de uitzendkrachten op voorhand al andere arbeidsmarktkansen hebben dan mensen in vaste dienst? En is het verschil in competentieprofiel misschien een betere verklaring voor hogere kans op werkloosheid dan het type contract?

Ten tweede: we moeten oorzaak en gevolg van flexwerk niet omdraaien. Heeft iemand een verhoogd risico op ‘geen werk’ omdat hij uitzendkracht is, of is hij uitzendkracht omdat hij moeilijker aan werk komt?

Ten derde: bekijken we de instroom van WW? Dan moeten we ook de uitstroom meenemen. Kan het zijn dat mensen die na een uitzendbaan werkloos worden, vóór hun uitzendbaan al werkloos waren? Is het dan nog wel terecht om alleen te kijken naar de instroom in de WW ná de uitzendbaan? Of is het juister om dit te salderen met de uitstroom uit de werkloosheid vóór de uitzendbaan?

Ten vierde: is beprijzing van flexibele contracten überhaupt een logische gedachte? Kan een werkgever – iemand die netto dus werk verschaft – überhaupt verantwoordelijk worden gehouden voor kosten van werkloosheid? Is het logisch om de zwakste doelgroep op de arbeidsmarkt juist duurder te maken? Leidt dit dan tot meer kans op vast werk, of juist meer kans op géén werk?

En tot slot: we moeten rekening houden met externe effecten. Wat is het effect op de economie en het ondernemerschap als bedrijven alleen nog maar vaste contracten kunnen aanbieden? Gaat dit niet ten koste van de wendbaarheid van ondernemingen, innovatie, en risicobereidheid?

Antwoorden op deze en meer vragen geven pas echt zicht op de effecten van flexibele arbeid. Eén ding weet ik wel: als we al deze aspecten meewegen, wordt onze mening over de beprijzing van flexibele arbeid een stuk genuanceerder.

Deze column is eerder gepubliceerd op ABU.nl en in overleg ook geplaatst op FlexNieuws.nl

Lees ook zijn eerdere column over dit thema.

Geplaatst in Branchenieuws | Tags , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Hoe kun je denkfouten rond flex en werkloosheid nuanceren?

HeadFirst Group neemt Sterksen over

HeadFirst Group neemt recruitment dienstverlener Sterksen over. Sterksen is een toonaangevende speler in het segment IT & Technology.

Samen spelen zij in op de markttrend dat organisaties het benutten van talent steeds meer integraal – ongeacht contractvorm – organiseren.

Sterksen, opgericht in 2002, is groot in Recruitment Process Outsourcing (RPO), wat betekent dat een opdrachtgever het wervingsproces van nieuw personeel uitbesteed. Daarnaast biedt Sterksen diensten op het gebied van recruitment, bemiddeling voor interim professionals en Managed Service Providing (MSP).

Total Talent Management
CEO Han Kolff van HeadFirst Group verklaart de overname als volgt: “De trend van total talent management is al een tijd gaande en zet door. De contractvorm op basis waarvan arbeid plaatsvindt, wordt steeds minder relevant. De samenwerking met Sterksen is daarom een logische stap in de verbreding van onze dienstverlening.”

Sterksen blijft zelfstandig
Sterksen wordt een zelfstandig merk binnen HeadFirst Group, waarmee ze haar eigen identiteit behoudt. De huidige directie blijft de organisatie besturen. Sterksen en HeadFirst Group gaan wel de krachten bundelen op diverse terreinen. Algemeen directeur Donald Derksen licht toe: “De kennis en ervaring op twee domeinen – vast en flex – wordt gebundeld. We gaan gezamenlijk opdrachtgevers adviseren en ondersteunen bij hun vraagstukken op het snijvlak van recruitment en inhuur. De omvang en toonaangevende marktpositie van HeadFirst Group gaat ons helpen nieuwe deuren te openen, zowel nationaal als internationaal. Zo wordt HeadFirst Group de duwende kracht achter Sterksen.”

Over HeadFirst Group
HeadFirst Group biedt een diversiteit aan HR-oplossingen, waaronder contracting, matchmaking, MSP-dienstverlening en business consultancy. Er werken dagelijks meer dan vijftienduizend professionals bij ruim vierhonderd opdrachtgevers in Europa, waarmee HeadFirst Group een jaaromzet realiseert van meer dan 1,5 miljard euro. De belangrijkste merken van HeadFirst Group zijn de intermediairs HeadFirst, Between en Myler en MSP-dienstverlener Staffing Management Services.

Over Sterksen
Sterksen is sinds 2002 een innovatieve en toonaangevende recruitment dienstverlener op het gebied van IT & Technology en specialist in Recruitment Process Outsourcing (RPO). Vanuit de kantoren in Breda en Utrecht werkt Sterksen zowel op de Nederlandse als internationale markt, met focus op Noordwest-Europa. De organisatie bemiddelt jaarlijks zo’n tweeduizend kandidaten en honderdvijftig interim IT & HR-recruitment professionals. Sterksen staat bekend als snelgroeiend bedrijf met een notering als Top 250 Groeibedrijf en FD Gazelle.

Bron: HeadFirst Group, persbericht 16 maart 2021 en Sterksen

Lees ook
Rob van de Ven wordt Head of MSP Solutions bij Sterksen
HeadFirst Group neemt Between Staffing Group over
HeadFirst Group benoemt Han Kolff als CEO

Geplaatst in Bedrijfsnieuws | Tags , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor HeadFirst Group neemt Sterksen over

Toeslag over onregelmatige uren of overwerkuren, hoe bepaal je dat?

Toeslag over onregelmatige uren of overwerkuren?

Linda Bol, Inspecteur Bureau Cicero
Linda Bol, Inspecteur Bureau Cicero

Door Linda Bol, Inspecteur Bureau Cicero

Linda is werkzaam als inspecteur van Bureau Cicero, een inspectie-instelling die onder meer controles uitvoert voor het keurmerk van de Stichting Normering Arbeid. Voordat Linda als inspecteur aan de slag ging, was zij werkzaam als financieel manager van een uitzendbureau, waar zij ruime ervaring heeft opgedaan op dit terrein. Linda vindt het jammer dat de uitzendbranche nogal eens negatief in het nieuws komt. “Ik kom genoeg ondernemingen tegen die het goed (willen) doen,” zegt ze. “Met Bureau Cicero hebben wij de doelstelling ondernemingen vooruit te willen helpen. Met columns en artikelen kan ik hier ook aan bijdragen. Goede, toegankelijke informatie biedt uitzenders immers mogelijkheden om te leren en deskundig te worden. Het is de moeite waard met elkaar te laten zien op welke manier de uitzendsector positief bijdraagt aan de economie en de arbeidsmarkt.” Reacties op Linda’s bijdragen zijn welkom!

Zijn het nou onregelmatige uren of overwerkuren en wat doe ik ermee?
Tijdens onze inspecties zien we het nog weleens gebeuren: het door elkaar halen van onregelmatige uren en overwerkuren. Beide gewerkte urensoorten worden met een toeslag uitbetaald, maar zijn wel degelijk verschillend. In dit blog halen we de verschillen aan, en de mogelijke gevolgen als de uren niet correct worden verwerkt.

Onregelmatige uren
Loon over onregelmatige uren; hiermee wordt bedoeld loon over gewerkte uren in afwijkende tijdzones en dagen of uren in ploegendiensten. Per uitgevraagde inlenersbeloning kan dit verschillend zijn, omdat de tijdzones per CAO vaak verschillend zijn. Over het algemeen is er sprake van onregelmatige uren als er gewerkt wordt in de avonden, nacht, vroege ochtenduren, zaterdag, zondag en uiteraard als er bijvoorbeeld gewerkt wordt op feestdagen. De gewerkte uren worden uitbetaald inclusief een daarbij behorende toeslag, zoals in de inlenersbeloning per geldende CAO of bedrijfseigen regeling is vastgelegd. Onregelmatige uren vallen meestal binnen de normale arbeidsduur, waardoor zij meetellen voor zowel het minimumloon, de reserveringen en de pensioengrondslag.
Let op: de reserveringen hoeven alleen berekend te worden over het loon zonder de toeslag, over het 100% deel.

Bijvoorbeeld:
In de schoonmaakbranche is het gebruikelijk dat er in de avonden en soms ’s nachts wordt gewerkt. In de CAO Schoonmaak is in artikel 18 opgenomen dat werknemers een toeslag ontvangen voor gewerkte uren op doordeweekse dagen voor de uren na 21:30 en voor 6:00 uur en verder alle zaterdag, zondag – en feestdaguren. De toeslagen staan in onderstaand schema verwerkt (in %):

MA DI WO DO VR ZA ZO FE
00.00 uur tot 06.00 uur 50 30 30 30 30 50 50 150
06.00 uur tot 21.30 uur 0 0 0 0 0 50 50 150
21.30 uur tot 24.00 uur 30 30 30 30 50 50 50 150

 

Overuren
Wanneer er in een week meer uren worden gewerkt dan de van toepassing zijnde normale arbeidsduur, is er sprake van overwerk en worden de uren boven de normale arbeidsduur uitbetaald met een toeslag. Of er sprake is van overwerk is ook nu weer afhankelijk van de van toepassing zijnde inlenersbeloning. Immers per opdrachtgever moet volgens de inlenersbeloning de normale arbeidsduur van de CAO of bedrijfseigen regeling van de opdrachtgever worden toegepast. Overuren zijn in een cao of arbeidsvoorwaardenregeling bepaald. Het zijn de uren die uitgaan boven een bepaald aantal uren per dag, week en /of andere periode.

Bijvoorbeeld:
Volgens de schoonmaak CAO artikel 20 is er sprake van een overwerktoeslag van 25% na het 9e uur per dienst of dag, of per loonperiode volgens onderstaand schema:

Loonperiode Overwerk vanaf
Betaling per 4 weken Het 152e uur per periode van 4 weken
Betaling per maand op basis van het gemiddelde van 21,667 werkdagen per maand Het 164,67e uur per maand
Betaling per maand op basis van een wisselend aantal werkdagen per maand – Het 152e uur bij 20 werkdagen;
– Het 159,60e uur bij 21 werkdagen;
– Het 167,20e uur bij 22 werkdagen;
– Het 174,80e uur bij 23 werkdagen.

 

Verschillen tussen onregelmatige uren en overwerkuren
De reden waarom een toeslag wordt uitbetaald is dus van belang. Gaat het om overuren of gaat het om onregelmatige uren op basis van de definitie die in de CAO of bedrijfseigen regeling van de opdrachtgever van toepassing is?
Daarnaast is het van belang of dit loonbestanddeel behoort tot een grondslag voor reserveringen, vakantiegeld en of pensioen en wachtdagcompensatie:

  • Onregelmatige uren: het basis uurloon zonder toeslag is grondslag voor wachtdagcompensatie, pensioen en reserveringen, zoals vakantiegeld, e.d. Net zoals bij normale uren.
  • Overwerkuren: van toepassing zijnde overuren (inclusief toeslag), geen grondslag voor reserveringen, meestal ook niet voor pensioen en dergelijk Let op: denk aan WML, zoals hieronder beschreven.

Soms kan het ook nog zo zijn dat er zowel toeslaguren als overuren zijn. De normale arbeidsduur wordt overschreden én er wordt gewerkt op uren buiten het normale rooster. Hoe hier precies mee om te gaan is ook weer afhankelijk van de van toepassing zijnde inlenersbeloning. In de CAO van de opdrachtgever zal dit beschreven staan. Als er geen CAO van toepassing is zal dit met opdrachtgever goed moeten worden besproken en vastgelegd.

Bijvoorbeeld:
Artikel 21 van de CAO schoonmaak vermeldt dat werknemers die overwerk verrichten tijdens de (bijzondere) uren volgens de matrix in artikel 18 van de CAO, zowel een toeslag voor de bijzondere uren ontvangen als een toeslag voor het overwerk. In deze CAO staat dus duidelijk beschreven dat de werknemer recht heeft op beide toeslagen, als deze samenvallen.

De bovengenoemde voorbeelden zijn nu vanuit de CAO Schoonmaak bekeken. Uiteraard heeft iedere CAO zijn eigen voorwaarden voor de verschillende toeslagen en definities van overwerk en onregelmatige urensoorten.

Overwerk en wettelijk minimumloon en minimumvakantietoeslag (WML)
Vanaf 1 januari 2018 telt overwerk en meerwerk mee bij het WML, waarbij geldt dat ieder gewerkt uur minimaal aan het WML voldoet. Volgens de uitzend-cao’s worden de reserveringen berekend over het feitelijk loon, waarin overwerk is uitgesloten. Wel dient het loon over alle gewerkte uren minimaal te voldoen aan 108% van het voor de leeftijd geldende WML. Op het moment dat er geen toeslag over de overwerkuren wordt berekend (overwerk à 100%) dan zal er aangevuld moeten worden zodat voldaan wordt aan 108% WML over alle gewerkte uren bij uitbetaling van het vakantiegeld, uiterlijk in juni, of eerder bij einde dienstverband.

Meerwerkuren
Een andere term voor extra uren is meerwerk. Wanneer er sprake is van extra gewerkte uren die boven de afgesproken contracturen liggen van werknemers met een parttime dienstverband, dan worden de extra gewerkte uren tot er sprake is van overuren (uren die uitgaan boven een bepaald aantal uren per dag, week en /of andere periode) uitbetaald als normale 100% uren, inclusief alle daarbij behorende reserveringen.

Extra aandachtspunt; de ET-regeling
Volledige uitruil van overwerkuren was tot 1 januari 2018 mogelijk. Vanaf 1 januari 2018 is meer- en overwerk onderdeel van WML. Alleen het loon boven het voor de medewerker geldende WML mag uitgeruild worden. Dus is volledige uitruil van overuren niet meer mogelijk. Maar er moet ook rekening gehouden worden met minimum vakantiegeld. Dat betekent dat niet uitgeruild kan worden tot WML, maar tot 108% van WML.

In onze inspecties zien we dit nog niet altijd goed gaan.
In de uitzend-cao is een artikel opgenomen betreffende het uitruilen van arbeidsvoorwaarden, de ET-regeling. Voor een uitgebreide toelichting op deze regeling verwijs ik naar de website van Bureau Cicero waarop een ET-Special staat en de ET-regeling in detail uitgelegd wordt: ET Special | Uitleg over de ET-regeling – Bureau Cicero

Lees ook deze columns van Linda Bol:
Werkingssfeer CAO ABU en sectoraansluiting
Twee cao’s in één werkweek, hoe bereken je het uitzendloon?
CAO voor Uitzendkrachten en budget duurzame inzetbaarheid
Uitzend-cao en loon bij arbeidsongeschiktheid van flexkrachten
Feestdagen reserveren en uitbetalen volgens de uitzend-cao’s

Geplaatst in Branchenieuws | Tags , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Toeslag over onregelmatige uren of overwerkuren, hoe bepaal je dat?

Maak kennis met de SETU – webinar 22 april 2021

22 APRIL 2021 WEBINAR ‘MAAK KENNIS MET DE SETU’
Webinar SETU
Om de flexbranche goed te faciliteren bij de standaardisatie van elektronisch berichtenverkeer, is in 2007 op initiatief van de ABU (Algemene Bond Uitzendondernemingen) de stichting SETU opgericht. Digitalisering van werkprocessen zorgt voor kostenbesparing, reductie van handmatige fouten en snellere verwerking van gegevens. Data is direct beschikbaar in geautomatiseerde systemen.

De SETU-standaarden zijn ontwikkeld door de grote uitzendorganisaties en zijn de Nederlandse implementatie van de internationale HR-XML standaard. De uitdaging bij het digitaliseren van processen is om alle systemen en data in goede harmonie met elkaar te laten communiceren. Vooral wanneer systemen de communicatie naar externe partijen faciliteren. Aanbieders (uitzendbureaus) en afnemers (inleners) van flexibele arbeidskrachten gebruiken vaak verschillende pakketten en systemen.

Wat biedt SETU?
Het interactieve webinar geeft een introductie op de SETU. Welke standaarden zijn er? Waarom zou je er gebruik van maken? Wat doet de SETU nog meer? Deze onderwerpen worden belicht zowel vanuit het perspectief van de uitzender als van de inlener.

Onder leiding van Robin de Veer, Consultant Data Interoperability and Standards bij TNO en ruim drie jaar werkzaam in het SETU-team, komen deze en andere onderwerpen aan bod tijdens het webinar.

Het webinar is gericht op organisaties die willen kennismaken met de SETU en voor nieuwe SETU-betrokkenen. Zowel SETU-leden als niet-leden kunnen deelnemen; deelname is kosteloos.

Datum: 22 april 2021
Tijd: 16.00 – 17.00 uur
Locatie: online, via MS Teams
Aanmelden via deze link: SETU.nl

Neem voor andere vragen contact op met Wouter Klomp, secretaris@setu.nl.

Bron: SETU, maart 2021

Lees ook
2012 – Ontvangst SETU Standard for Vacancies door minister Kamp
2011 – interview SETU, met Dennis Krukkert
2009: interview SETU – stroomlijnen van gegevensverkeer

Geplaatst in Bedrijfsnieuws | Tags , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Maak kennis met de SETU – webinar 22 april 2021