Wie mocht de werknemer als werkgever aanmerken? Geplaatst 4 maart 2015 door Hinke Wever Wie mocht de werknemer als werkgever aanmerken? In onderhavige zaak is de vraag aan de orde wie de werknemer als werkgever mocht aanmerken. Feiten Werknemer is per 1 juli 2014 aangevangen met schoonmaakwerkzaamheden in het filiaal van Burger King aan de Nieuwendijk te Amsterdam. Workmate Services Nederland B.V. (WMN) en FS B.V. (FS) zijn vennootschappen die actief zijn of waren in de schoonmaakbranche. WMN had een overeenkomst met Burger King gesloten om schoonmaakwerkzaamheden te verrichten. Uit de uittreksels van de Kamer van Koophandel blijkt dat WMN, FS en Awan Holding B.V. gevestigd zijn aan hetzelfde adres. Tevens blijkt hieruit dat Awan Holding B.V. enig aandeelhouder en bestuurder is van WMN en van FS. FS is op 16 december 2014 failliet verklaard. Werknemer heeft over de periode van 1 juli 2014 tot en met 10 september 2014 voor zijn werkzaamheden geen salaris ontvangen. Vordering eiser Werknemer vordert in kort geding o.a. salaris over de periode van 1 juli tot en met 10 september 2014, een gemiddelde toeslag van 40%, vakantietoeslag, wettelijke rente en wettelijke verhoging. Werknemer stelt dat WMN zijn werkgever. Werknemer onderbouwt dit als volgt. Aan hem is werkkleding uitgereikt met daarop de naam van WMN gedrukt. In deze kleding heeft werknemer zijn werkzaamheden uitgevoerd. Zijn collega reed in een auto met daarop de naam van WMN. Werknemer heeft geen arbeidsovereenkomst met FS noch heeft hij ooit salarisspecificaties van FS mogen ontvangen. Werknemer mocht op basis hiervan erop vertrouwen dat WMN zijn werkgever was. Dit klemt temeer nu WMN en FS volledig met elkaar verweven zijn. Verweer WMN WMN stelt dat werknemer de verkeerde persoon heeft gedagvaard. WMN heeft geen arbeidsovereenkomst met werknemer gesloten en heeft nooit personeel in dienst gehad. Voor het uitvoeren van de schoonmaakopdracht met Burger King werd personeel van FS ter beschikking gesteld, waarvoor WMN een vergoeding betaalde. Oordeel kantonrechter Beoordeeld dient te worden of aannemelijk is dat de bodemrechter werknemer zal volgen in zijn standpunt dat hij per 1 juli 2014 een arbeidsovereenkomst heeft gesloten met WMN. De kantonrechter is van oordeel dat indien een werknemer werkkleding met de naam van WMN wordt uitgereikt, hij daarin zijn werkzaamheden verricht en een collega rijdt in een bedrijfsauto waarop de naam van WMN staat, terwijl er niet uitdrukkelijk met hem wordt overeengekomen dat hij desalniettemin bij een andere vennootschap in dienst treedt, deze werknemer ervan uit mag gaan dat hij met WMN een arbeidsovereenkomst heeft gesloten. Het enkele feit dat WMN een sollicitatieformulier heeft overgelegd waarboven de naam van FS staat doet daaraan niet af. Dit geldt temeer nu uit de overgelegde uittreksels van de Kamer van Koophandel en hetgeen tijdens de zitting door partijen naar voren is gebracht blijkt dat WMN en FS niet alleen juridisch, maar ook feitelijk in vergaande mate met elkaar verweven zijn: zoon Ikram is bestuurder van de enig aandeelhouder van zowel WMN als FS, Awan Holding B.V., en hij heeft zichzelf ter zitting als bestuurder van WMN bekend gemaakt, terwijl de vader “bewaarder en bescheiden” van FS is. Bovendien komt het, zeker nu er meerdere vennootschappen in het spel waren, voor rekening en risico van WMN dat zij geen schriftelijke arbeidsovereenkomst met werknemer heeft gesloten. Daardoor zou immers onduidelijkheid over wie als werkgever moest worden aangemerkt zijn uitgesloten. Daarnaast heeft het feit dat nagelaten is om aan werknemer salarisspecificaties te verstrekken, de onduidelijkheid nog eens vergroot. Het gaat er om waar werknemer bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst van uit mocht gaan en op welke wijze aan de arbeidsovereenkomst uitvoering is gegeven. De kantonrechter is van oordeel onder de hiervoor genoemde omstandigheden dat vooralsnog aannemelijk is dat de bodemrechter zal oordelen dat werknemer ervan uit mocht gaan met WMN een arbeidsovereenkomst te hebben gesloten. De vorderingen van werknemer tot betaling van het achterstallig salaris et cetera worden dan ook toegewezen. Bron: Voorzieningenrechter Kantonrechter Rechtbank Amsterdam 5 februari 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:759 Deze bijdrage is geschreven door mr. Babs Dubois. Voor meer informatie over de uitspraak of over Van Diepen van der Kroef Advocaten: stuur een email naar mw. mr. Babs Dubois – Van Kleef Van Diepen Van der Kroef Haarlem, tel. 023 542 42 92. Geplaatst in Rechtspraak | Tags arbeidsovereenkomst, arbeidsrecht, jurisprudentie, Schoonmaak, Van Diepen Van der Kroef Advocaten, werkgever, werknemer | Reacties uitgeschakeld voor Wie mocht de werknemer als werkgever aanmerken?
Pas op de plaats voor StiPP Geplaatst 4 maart 2015 door Erica Wits Arrest hof Arnhem-Leeuwarden gaat recht in tegen hof Amsterdam inzake StiPP/Care4Care Verrassend arrest Afgelopen maand heeft het hof Arnhem-Leeuwarden een arrest gewezen dat op een belangrijk punt volledig afwijkt van het arrest van het hof Amsterdam inz. StiPP/Care4Care van 28 oktober 2014. Het arrest van 3 februari j.l. van het hof Arnhem-Leeuwarden is nog niet gepubliceerd. Uitzendonderneming ja/nee? Het gaat in deze zaken om de vraag wanneer een onderneming een uitzendonderneming is in de zin van art. 7:690 BW. Het antwoord op deze vraag is o.a. van belang of een onderneming valt onder de verplichtstelling van het pensioenfonds StiPP. Het hof Arnhem-Leeuwarden over de allocatiefunctie Het hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de bijzondere regeling van de uitzendovereenkomst alleen geldt voor de werkgevers die daadwerkelijk een allocatiefunctie vervullen. Dit betekent dat terbeschikkingstelling van werknemers doelstelling moet zijn van de bedrijfs- of beroepsactiviteit van de werkgever. De werkgever dient de vraag naar en het aanbod van tijdelijke arbeid bij elkaar te brengen door middel van terbeschikkingstelling. Visie hof Arnhem-Leeuwarden tegenovergesteld aan die van het Hof Amsterdam Het hof gaat met zijn uitspraak lijnrecht in tegen de opvatting van het Hof Amsterdam in de Care4Care zaak. Dit hof oordeelde dat de allocatiefunctie geen bestanddeel is van artikel 7:690 BW. Het hof gaf hiervoor geen motivering. Het Hof Arnhem-Leeuwarden baseert zich op de wetsgeschiedenis van artikel 7:690 BW. Dit is in lijn met het betoog van Johan Zwemmer in zijn dissertatie ‘Pluraliteit van werkgeverschap’, Deventer: Kluwer 2012). Zie over deze wetsgeschiedenis ook zijn column “Einde olievlekwerking artikel 7:690 BW?”. SNCU/Velocitas De zaak bij het hof Arnhem-Leeuwarden was ingezet door de Stichting Naleving CAO voor Uitzendkrachten (SNCU). SNCU had het bedrijf Velocitas Personeelsdiensten voor de rechter gedaagd omdat dit bedrijf weigerde mee te werken aan een onderzoek door SNCU. De kantonrechter was het echter met Velocitas eens dat het bedrijf geen uitzendonderneming is. Uit het arrest van het hof blijkt dat een van de redenen hiervoor was dat Velocitas volgens de kantonrechter geen allocatiefunctie vervulde. Nog meer onduidelijkheid over uitleg artikel 7:690 BW Zoals ik in mijn eerdere column “De uitspraak van het hof Amsterdam inzake StiPP/Care4Care. Eindelijk duidelijkheid!?” al schreef, zal uiteindelijk de Hoge Raad moeten uitmaken hoe artikel 7:690 BW moet worden uitgelegd. De Hoge Raad krijgt hiervoor nu de kans, nu Care4Care in cassatie is gegaan tegen het arrest van het hof Amsterdam. Pas op de plaats voor StiPP De al bestaande onzekerheid, is met deze uitspraak alleen maar vergroot. Het kan nog even duren voordat de Hoge Raad een arrest wijst in de Care4Care-zaak. Maar misschien zal er voor die tijd al door een lagere rechter aan de Hoge Raad een prejudiciële vraag zijn gesteld over de uitleg van artikel 7:690 BW. Hoe dan ook: in afwachting van het standpunt van de Hoge Raad dient StiPP naar mijn mening een pas op de plaats te maken als niet duidelijk is of een bedrijf een allocatiefunctie heeft. Erica Wits, advocaat e.wits@sprengers.nl, 030-2520900 Geplaatst in Branchenieuws | Tags allocatiefunctie, arbeidsrecht, Artikel 7:690 BW, Care4Care, Erica Wits, SNCU, Terbeschikkingsstelling, uitzendovereenkomst, Velocitas | Reacties uitgeschakeld voor Pas op de plaats voor StiPP
Depotstelsel van de baan Geplaatst 3 maart 2015 door Redactie FlexNieuws De invoering van het depotstelsel, dat de G-rekening had moeten vervangen, is definitief van de baan. De Belastingdienst heeft besloten de G-rekeningen te continueren. Het plan was om het systeem van G-rekeningen stapsgewijs te vervangen door een depot bij de Belastingdienst. Vorig jaar werd de invoering van het depotstelsel voor onbepaalde tijd uitgesteld. Nu heeft de Belastingdienst definitief besloten het depotstelsel niet door te laten gaan. Bron: NBBU, 3 maart 2015 Geplaatst in Rechtspraak | Tags belastingdienst, depotstelsel, g-rekening | Reacties uitgeschakeld voor Depotstelsel van de baan
HR Allocatie dienstverlening Company You Geplaatst 3 maart 2015 door Hinke Wever Company You uit Valburg komt met een nieuwe variant op werving & selectie gebied, door haar HR Allocatie dienstverlening daadwerkelijk af te bakenen tot het werven en selecteren. Dit concept in abonnementsvorm ontzorgt bedrijven in het zoeken naar personeel en biedt ze voor het stadium daarna volledige vrijheid. Het verzekert kandidaten van echte vacatures, aldus het persbericht. Wet- en regelgeving, de economische situatie, de vraag naar flexibele arbeid door bedrijven versus de behoefte van werknemers aan zekerheid; het zijn slechts enkele factoren die een rol spelen in de huidige arbeidsmarkt, waardoor deze voortdurend in beweging is. De diensten van Company You bewegen met de veranderingen mee. De HR Allocatie dienstverlening biedt eenvoudige en goedkope werving & selectie voor ondernemers die geen tijd, zin of middelen hebben om zelf personeel te werven. Ook voor payrollbedrijven, die over het algemeen zelf geen allocatiefunctie bezitten, kan deze dienstverlening interessant zijn. Daarnaast biedt het voordelen voor werkzoekenden: ze hebben de zekerheid dat ze op echte vacatures reageren. Company You verzorgt de werving & selectie van personeel, waarna een bedrijf zelf beslist of de medewerker in dienst komt of ondergebracht wordt bij een HR dienstverlener. De HR Allocatie dienstverlening wordt geboden in abonnementsvorm en kost 5 euro per maand per formatieplaats. De kosten kunnen eventueel in rekening worden gebracht bij leveranciers, die het kunnen verrekenen met de transitievergoeding die opgebouwd moet worden. Het bovenstaande past in de visie van Company You om in een steeds flexibeler wordende arbeidsmarkt tot oplossingen te komen die voor alle partijen voordelig zijn. Een al gerealiseerd voorbeeld is de Transitiepool, waarin bedrijven in een besloten omgeving (tijdelijk) boventallig personeel kunnen uitwisselen. Bron: Company You, 3 maart 2015 Geplaatst in Bedrijfsnieuws | Tags allocatiefunctie, Company You, HR Allocatie, Transitiepool, transitievergoeding, werving en selectie | Reacties uitgeschakeld voor HR Allocatie dienstverlening Company You
VPO Q4 2014: omzet payroll groeit 4% Geplaatst 3 maart 2015 door Hinke Wever De werkgelegenheid in de payrollsector is in het laatste kwartaal van 2014 gestegen. De omzet van de payrollbedrijven groeide in de maanden oktober, november en december met 4% ten opzichte van dezelfde periode in 2013. Over heel 2014 maakte de payrollbranche een groei door van eveneens 4%. Dat blijkt uit de marktmonitor van de brancheorganisatie van payrollbedrijven, de VPO-marktmonitor. “De cijfers passen in het economisch beeld van het afgelopen jaar en in een arbeidsmarkt die langzaam maar zeker herstelt”, aldus Jeu Claes, voorzitter van de Vereniging Payrollondernemingen. “Meer mensen komen weer aan het werk. Maar de economische groei is bescheiden wat zorgt voor onzekerheid bij werkgevers die daarom liever personeel op flexibele basis inhuren.” Los van dit conjuncturele beeld is de trend dat bedrijven sowieso meer flexkrachten inzetten. De flexibele schil bij bedrijven wordt groter, zoals bleek uit het TNO-onderzoek van vorig jaar (mei 2014). Wet- en regelgeving Daarnaast wordt de behoefte aan professionele HR-dienstverleners steeds groter. Dat komt door alle wet- en regelgeving die vanuit de overheid op werkgevers af komt, zoals de nieuwe Wet werk en zekerheid en de nieuwe werkkostenregeling. Claes: “Werkgevers moeten nóg meer regelen. Zeker voor het midden- en kleinbedrijf wordt het vrijwel onmogelijk om zelfstandig goed en compleet personeelsbeleid te voeren. Dat voedt de behoefte aan payrolldienstverlening.” Juridische duiding De markt erkent de groeiende behoefte aan flexibiliteit en payroll als flexvorm. Belangrijk daarbij waren in 2014 de juridische uitspraken die zorgden voor de gewenste duidelijkheid over de juridische status van payroll. De payrollwerkgever wordt geaccepteerd als juridisch werkgever en payrolling is een geaccepteerde vorm van ter beschikking stellen zonder dat daar werving en selectie voor nodig is, aldus de VPO. Bron: VPO, 3 maart 2015 Geplaatst in Branchenieuws | Tags Jeu Claes, payroll, TNO, VPO, VPO-Marktmonitor | Reacties uitgeschakeld voor VPO Q4 2014: omzet payroll groeit 4%