Maandelijkse archieven: september 2026

Waarom werkervaring een slechte voorspeller is van succes in flexwerk (en waar je wél op let)

Stel, je hebt twee kandidaten. De één heeft vijftien jaar ervaring, de ander drie. De opdrachtgever kiest zonder te twijfelen voor de meest ervaren kandidaat. Toch blijkt na een paar maanden dat die kandidaat minder goed presteert.

Hoe kan dat?

Werkervaring voelt als een graadmeter, maar onderzoek laat zien dat het lang niet altijd de beste voorspeller is van toekomstig succes. De beste uitzenders kijken daarom verder dan het cv. Zij weten dat toekomstig succes wordt voorspeld door meer dan alleen het aantal jaren werkervaring.

Waarom krijgt ervaring zoveel gewicht?

Vaak is het aantal jaren ervaring een van de eerste dingen waar naar gekeken wordt. En ergens is dat ook best logisch. Werkervaring voelt als een betrouwbare graadmeter. Het is zichtbaar op een cv, het is eenvoudig te vergelijken en het geeft het gevoel dat je risico’s verkleint. Er wordt vaak gedacht dat hoe meer ervaring iemand heeft, hoe groter de kans is dat diegene de functie succesvol kan uitvoeren. 

Ook stellen opdrachtgevers vaak eisen aan het aantal jaar werkervaring. Daardoor krijgt het vaak een prominente plek in het selectieproces. Het is objectief, en je kan er makkelijk op filteren. 

Toch vertelt ervaring vooral iets over wat iemand heeft gedaan, niet over hoe iemand presteert in een nieuwe omgeving. Zeker in de flexwereld, waar professionals regelmatig schakelen tussen opdrachtgevers, teams en werkwijzen zijn andere eigenschappen vaak minstens zo bepalend voor succes.

Waarom is ervaring geen goede voorspeller van succes?

Ervaring wordt vaak nog gelijkgesteld aan expertise. Maar dat is niet altijd terecht. Natuurlijk kan werkervaring waardevol zijn, maar het aantal jaren in een functie zegt weinig over hoe iemand zich heeft ontwikkeld. Iemand kan jarenlang hetzelfde werk doen zonder nieuwe kennis of vaardigheden op te bouwen, terwijl een ander zich in korte tijd sterk ontwikkelt door nieuwsgierig te blijven, feedback te vragen en nieuwe uitdagingen aan te gaan.

Daarnaast kijkt werkervaring vooral naar het verleden. Het vertelt wat iemand heeft gedaan, maar veel minder hoe iemand presteert in een nieuwe omgeving. En juist in detachering is dat belangrijk. Professionals stappen regelmatig in een nieuwe organisatie, met andere collega’s, processen en verwachtingen. Succes hangt dan niet alleen af van vakkennis, maar ook van eigenschappen als aanpassingsvermogen, leervermogen en communicatie.

Welke eigenschappen voorspellen succes wél? 

Als werkervaring niet het hele verhaal vertelt, waar kijk je dan naar? Er is geen vaste formule voor succes, maar er zijn een aantal eigenschappen die een belangrijke rol spelen. Zeker in de flexwereld, waar professionals zich steeds in andere werkomgevingen bevinden. 

Aanpassingsvermogen

Geen enkele opdrachtgever werkt hetzelfde. Processen, teams, verwachtingen en systemen verschillen per organisatie. Professionals die zich snel aanpassen aan een nieuwe werkomgeving weten sneller hun weg te vinden en leveren daardoor eerder een waardevolle bijdrage. 

Leervermogen

Nieuwe software, veranderende wet- en regelgeving of een andere manier van werken: in de flexwereld is blijven leren geen luxe, maar een noodzaak. Professionals die nieuwe kennis snel oppakken en toepassen, blijven ook op de lange termijn succesvol.

Eigenaarschap

Succesvolle flexwerkers nemen verantwoordelijkheid, denken mee en signaleren zelf kansen of knelpunten. Dat geeft opdrachtgevers vertrouwen en maakt hen sneller van toegevoegde waarde.

Communicatieve vaardigheden

Goede communicatie is onmisbaar. Professionals die helder communiceren, goed luisteren en gemakkelijk contact maken, bouwen sneller een relatie op met collega’s, leidinggevenden en opdrachtgevers. Dat vergroot de kans op een succesvolle samenwerking. 

Probleemoplossend vermogen

Waar de één blijft terugvallen op eerdere ervaringen, zoekt de ander naar wat in de huidige situatie het beste werkt. Professionals die creatief en oplossingsgericht denken, kunnen beter omgaan met onverwachte situaties en veranderingen.

Hoe herken je potentieel tijdens een gesprek?

Deze eigenschappen zie je niet duidelijk terug op een cv. Het wordt pas zichtbaar als iemand vertelt over ervaringen, keuzes en uitdagingen. Daarom is het belangrijk om tijdens een gesprek verder te kijken dan functietitels en het aantal jaar werkervaring.

Vraag naar concrete situaties

Vraag niet of iemand flexibel is, maar of de kandidaat een situatie kan beschrijven waarin hij of zij zich moest aanpassen aan een nieuwe werkomgeving. 

Onderzoek hoe iemand leert

Vraag niet alleen naar de gevolgde opleidingen, maar ook hoe diegene nieuwe kennis opdoet.

Bespreek feedback en ontwikkeling

Vraag naar een situatie waarin gekregen feedback leidde tot een andere aanpak of nieuw inzicht. Hiermee krijg je een beter beeld van zelfreflectie en de bereidheid om te blijven ontwikkelen.

Kijk verder dan functietitels

Een functietitel alleen zegt niet alles. Vraag naar verantwoordelijkheden, resultaten en bijdragen van een kandidaat. Zo krijg je een completer beeld van iemands ervaring en vaardigheden.

Hoe help je opdrachtgevers verder te kijken dan het cv?

Als uitzender ben jij niet alleen leverancier van kandidaten, maar je adviseert opdrachtgevers om zo een succesvolle en duurzame match te maken. In het gesprek met de opdrachtgever onderzoek jij welke behoeften er echt liggen. Door scherpe vragen te stellen ontdek je welke kennis, vaardigheden en eigenschappen echt nodig zijn om succesvol te zijn in de functie.  

Stel dat jouw opdrachtgever zegt: “Wij zoeken iemand met minimaal tien jaar ervaring.”

Dan is het waardevol om door te vragen. Waarom is die tien jaar ervaring belangrijk? Welke vaardigheden heeft iemand nodig om het werk succesvol te kunnen doen? Welke taken moet iemand vanaf dag één zelfstandig kunnen oppakken?

Door het gesprek te verleggen van het aantal jaren ervaring naar de vaardigheden die nodig zijn om succesvol te zijn, krijg je een beter beeld van de ideale kandidaat. Dat vergroot niet alleen de kans op een goede match, maar het geeft ook ruimte aan professionals die minder jaren ervaring hebben, maar wel over de juiste vaardigheden en kwaliteiten beschikken. 

Succesvol uitzenden begint met de juiste voorspellers

Werkervaring blijft waardevol, maar het is zelden het hele verhaal. Juist in de uitzendbranche maken aanpassingsvermogen, leervermogen, communicatie en eigenaarschap het verschil. Door verder te kijken dan het cv maak je betere keuzes voor zowel opdrachtgever als professional. En precies daar ligt jouw toegevoegde waarde als uitzender. 

 

Geplaatst in In de wereld, Werken 4.0 | Tags , , , | Laat een reactie achter

Tres Dijkshoorn met FlexAssets al 25 jaar adviseur en trainer in de flexbranche

Op woensdag 23 september viert Tres Dijkshoorn-Wolterman tijdens het Flexperience-congres haar 25-jarig jubileum als allround expert, handelend onder de naam FlexAssets. Op die dag biedt zij een sterk programma met topsprekers om bureaus te informeren over de Wtta, de nieuwe uitzend-cao en gelijkwaardige beloning. In haar loopbaan heeft ze talloze uitzenders en intermediairs bezocht om hen en hun team met incompany-training te helpen bij het up-to-date maken van hun specifieke kennis voor de backoffice en frontoffice voor klanten en uitzendkrachten. Ook NBBU en ABU zien Tres met haar knowhow als een ‘asset’ voor hun leden. Wat is haar kracht en aanpak?

Nieuwsgierig naar alles, goed in logica

 

Vertel eens hoe jij je hebt ontwikkeld in jouw specialisme?
Tres Dijkshoorn-Wolterman: “Het begon bij toeval. Ik werkte bij een automatiseringsbedrijf en was op zoek naar iets anders. Uit nieuwsgierigheid liep ik een klein uitzendbureau binnen. Die uitzender zei: ‘Ik wil wel kijken naar wat je zoekt, maar wil je niet hier komen werken? Ik leer je alles.’ Zo ben ik in ‘93/’94 gestart bij een uitzendbureau. Ik vond het interessant door de veelzijdigheid. In die tijd administreerden we alles nog met de hand. Ik heb het hele automatiseringsproces meegemaakt en begeleid.”

“Er was toen veel aanbod van personeel en veel aanbod van vacatures. In no time konden we uitbreiden tot drie vestigingen. Als MKB-bureau hebben we ons in 1994 al aangesloten bij NBBU. Ik bezocht de NBBU-infobijeenkomsten, begon als intercedent, werd al snel vestigingsmanager en regiomanager. Alles interesseerde me. Het commerciële, maar ook het sociaal maatschappelijke: er werkelijk zijn voor je flexkrachten en klanten. Ik houd er ook van dingen uit te zoeken. Als jongvolwassene ontdekte ik mijn liefde voor wiskunde en logica. Regels begrijpen en ze dan vertalen in normaal Nederlands. Dat droeg ik ook over op anderen. Ik trainde intercedenten en backofficemedewerkers zodat het hele uitzendproces goed verliep.”

“Tijdens NBBU-informatiebijeenkomsten merkte ik dat veel bedrijven dezelfde vragen hadden en dezelfde fouten maakten. Niet zo vreemd, als je weet dat veel flexondernemers hun uitzendbureau starten vanuit hun laatste professie. Wanneer mensen afkomstig uit de zorg of uit technische beroepen gaan uitzenden snappen zij dat vak, maar weten ze nog niet hoe uitzenden precies werkt. Dat fenomeen is er nog steeds.”

Veel flexondernemers starten hun uitzendbureau vanuit hun laatste professie, zoals zorg of techniek, maar weten nog niet hoe uitzenden precies werkt

Van alleskunner naar zelfstandig consultant

 

Je ontdekte jouw talent voor kennisoverdracht?
“Toen het uitzendbedrijf waar ik werkte, kromp door gebrekkige bedrijfsvoering raakte ik in december 2000 mijn baan kwijt. Maar geen nood, inmiddels wist ik wat ik kon. Binnen twee dagen zat ik bij de KVK in Haarlem om mijzelf in te schrijven onder de handelsnaam FlexAssets. Bij toeval werd ik drie keer benaderd door uitzendbedrijven die iemand zochten voor hun vestiging om werving- en selectieopdrachten uit te voeren. Vervolgens hoorde iemand van Freepack dat ik beschikbaar was. Zij wisten dat ik veel ervaring had met hun software. Zij huurden mij in om klanten vertrouwd te maken met hun automatiseringspakket. Via hen kwam ik als consultant bij de meest uiteenlopende bureaus en raakte nog meer ingewerkt in de praktijk van uitzendbureaus met alle mogelijke klantenkringen en flexkrachten.”

“Na vier jaar raakte ik als trainer in gesprek met het team van NBBU dat leden van meer kennis wilde voorzien. Dit resulteerde in seminars van een hele dag in het Beatrixgebouw van de Jaarbeurs Utrecht. Daar informeerden wij alle bezoekers twee keer per jaar over cao’s en wet- en regelgeving. De ene keer met focus op backoffice, de andere keer op frontoffice. Veel mensen kwamen erop af, maar vonden het lastig om in die grote zaal een vraag te stellen. Toen ging ik met NBBU op tournee door het land waarbij wij de vragen van mensen in kleinschaliger trainingen konden beantwoorden.” 

Verdieping en verbreding op maat

 

Er zijn trainingsbureaus die mensen opleiden voor het behalen van diploma’s voor het vak uitzendprofessional en backofficeprofessional bij Stichting Examens Uitzendbranche (SEU). Wat is jouw aanbod?
“Waar SEU ophoudt, zorg ik voor verdieping en verbreding op maat. Ik geef trainingen incompany om in te kunnen gaan op de kennisbehoefte binnen het bedrijf van mijn opdrachtgever. Laatst gaf ik een training over gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden, waarbij mijn klant aangaf de toepassing van met name twee cao’s lastig te vinden. Dan denk ik mee over de klantenkring van mijn klant en het kennisniveau van de medewerkers. Ik vind het belangrijk dat medewerkers op de vestigingen ruimte krijgen voor hun proces en luister naar de vraag áchter de vraag. Wie zegt er even niks? Waar zit de crux? In een lokale setting kan ik daarop afstemmen en inzoomen om de hiaten in kennis of het werkproces boven tafel te krijgen. Het gaat erom dat mensen het vertrouwen krijgen dat leren oké is.”

Ik vind het belangrijk dat medewerkers op de vestigingen ruimte krijgen voor hun proces en luister naar de vraag áchter de vraag. In een lokale setting kan ik daarop afstemmen en inzoomen op hiaten in kennis

“Leren hoort erbij. Ik ging op zondagmiddag of ’s avonds vaak weer naar kantoor om stukken te lezen die ik de volgende dag nodig had bij klanten. CAO-info stond toen nog niet online, dat  kwam van de Staatsdrukkerij: hele boekwerken om door te nemen. Uitzenden is een vak dat qua complexiteit enorm wordt onderschat. Als je denkt dat je het weet, verandert het alweer. Je moet je kennis bijhouden, anders loop je achter de feiten aan.”

Hoe gebruik jij AI en wat zie je daarvan in de praktijk?
“AI kan helpen, maar zorg dat je altijd je kennis ophaalt bij de bron, zoals een ministerie. Je moet zelf aan AI de juiste instructies geven, dan helpt AI jou met structureren. Ik geef bijvoorbeeld als prompt: ‘Dit is het normenkader van de Wtta en dit is de actuele CAO-tekst. Gebruik niets anders als bron; koppel deze info aan elkaar en orden het overzichtelijk.’ Ik deed een keer een test tijdens een training. Ik gaf een AI-opdracht over een bepaald topic en schrok van de uitkomst: er werd uit een oude cao geput.”

“Mede daarom reis ik door het hele land om zelf mijn klanten te bezoeken. Zo zie ik in de praktijk hoe teams werken, wat ze weten, hoe ze hun processen hebben ingericht en waar ze hun kennis vandaan halen.”

Uitzenden is een vak dat qua complexiteit enorm wordt onderschat. Als je denkt dat je het weet, verandert het alweer

MKB-uitzenders die hun klanten goed kennen, blijven in gesprek 

 

Uitzenden is flink duurder geworden en nog complexer dan voorheen. Hoe kunnen uitzenders hun klanten behouden?
“Ik zie dat MKB-uitzendondernemers die al langer een goede zakelijke en persoonlijke relatie hebben met hun opdrachtgevers in de praktijk makkelijker de gelijkwaardige beloning kunnen invoeren en daar met hun klanten over kunnen praten. Hun interne medewerkers hebben vaak ook lange dienstverbanden. Daar bestaat nog het wederzijdse vertrouwen en is de gunfactor hoger omdat ze elkaar al zo lang kennen. Deze uitzenders zijn goed in staat om met hun klanten te praten over gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden. Het is ook beter om met het uitvraagformulier voor gelijkwaardige beloning (30 pagina’s) naar de klant te gaan en samen met de HR-medewerker ter plekke de vragen te beantwoorden. Dan onderhoud je de relatie, je werkt samen om het goed in kaart te brengen.”

“Ik heb eens een lezing gegeven in een zaal vol met de klanten van een uitzendondernemer. Daar merkte ik dat de neuzen de goede kant opstaan. De klanten praten liever met de eigenaar van het uitzendbureau die ze persoonlijk kennen, dan met een coole, snelle accountmanager. Ze vertrouwen erop dat ze met de uitzendondernemer goed zaken kunnen doen en niet worden gefopt.”

“Het draait steeds weer om die drie kernpunten: altijd blijven leren, samenwerken en de regels volgen. Dat kun je als uitzender niet alleen: eerlijk belonen krijg je pas voor elkaar in samenwerking met je klant. In het algemeen zie ik dat flexkrachten, ook de internationale medewerkers, en de opdrachtgevers bij een MKB-uitzendbedrijf beter worden gezien, omdat de lijnen korter zijn.”

Er is veel lobby in de markt om backoffice uit te besteden. Is dat altijd de oplossing? Hoef je je dan zelf niet meer te verdiepen in de details van de cao’s en de wetgeving?
“Dat vind ik een te simpele voorstelling van zaken. Een paar maanden geleden heb ik een poll uitgezet op LinkedIn onder mijn volgers. ‘Kan je als uitzender nog zelfstandig bestaan onder de Wtta? Zeventig procent antwoordde: jazeker; vier procent zei: het kan zeker niet; twintig procent gaf aan dat het lastig zou zijn maar dat het kan en zes procent gaf aan te twijfelen. Het is zeker niet makkelijk om zelf de backoffice te doen, maar ik ben van mening dat het kan, mits je als uitzender je processen goed op orde hebt en het kennisniveau binnen je team op peil houdt.”

Kennis van zaken blijft nodig, ook als je bemiddelt

“Ik ben er niet op tegen om de backoffice uit te besteden. Ik heb ook enkele backofficepartijen als opdrachtgever. Ik vind wel dat we er met elkaar op moeten letten dat de uitzendkracht weet bij wie hij/zij daadwerkelijk in dienst is en dat de lijnen kort blijven.”

“Backofficedienstverleners kopen acquisitie in via intermediairs. Hoe gaan die intermediairs de opdrachtgevers informeren over de Wtta en gelijkwaardige beloning? En hoe informeren ze de flexkrachten als ze zelf onvoldoende kennis van zaken hebben? Daar kan ruis ontstaan. Wanneer een intermediair afspraken maakt met opdrachtgevers of flexkrachten die niet of net niet kunnen volgens de regels, worden er verkeerde gegevens ingevoerd in de administratie en wordt er niet meer compliant gewerkt.”

“Het is belangrijk te beseffen dat intermediair en backofficedienstverlener samen één uitzendbureau vormen. Ook als ze op afstand van elkaar zijn, soms zelfs werken vanuit totaal verschillende delen van het land.” 

Meer schakels met vierhoeksrelaties

“Voorheen zagen we vooral een driehoeksrelatie in de flexbranche tussen de opdrachtgever, de uitzender en de uitzendkracht, waarbij de uitzendkracht wist dat de uitzender zijn  aanspreekpunt was. Met de komst van backofficedienstverleners ontstaan er vierhoeksrelaties. Dat maakt het moeilijker te borgen dat iedereen weet wat hij doet, dat iedereen elkaar kent en zich binnen de vierhoek verantwoordelijk voelt voor de juiste werkwijze.”

“Via uitzenden kunnen veel mensen voor wie het lastig is om zelf over de drempel te gaan bij bedrijven daar toch solliciteren en krijgen ze een kans. Er zijn uitzenders en intercedenten die zich echt inzetten om iets voor anderen te betekenen. Die ook werkelijk meedenken met hun opdrachtgevers. Die veel meer doen dan ‘uurtjes stampen’.”

“Een deel van de uitzendbranche is helaas gecriminaliseerd. Toch gebeuren er bij de goede uitzenders prachtige dingen. De meeste uitzendondernemers die ik spreek, zeggen tegen mij: ‘Tres, ik slaap niet lekker als het niet goed is ingericht. Ik wil het goed doen.’

Via uitzenden kunnen veel mensen voor wie het lastig is om zelf over de drempel te gaan bij bedrijven daar toch solliciteren en krijgen ze een kans

Bonafide bureau hebben een podium nodig

“Ik vind dat bonafide bureaus meer aandacht en een podium moeten krijgen. Daarom adviseer ik klanten: als je een NEN-audit goed bent doorgekomen, post het op sociale media. Als je controles met goed resultaat hebt doorstaan, vertel erover. Want jij doet je best, terwijl in de media vooral de boeven, de onderkruipsels zoals ik ze noem, aandacht krijgen. Dat is uit balans.”

“Verder adviseer ik alle uitzenders die ik ontmoet, voor zover ze nog niet lid zijn van een van de twee brancheorganisaties: word lid, want dan kun je contact hebben met hun juridische helpdesk. Dat heb je nodig met de huidige complexiteit aan regelgeving. Er zijn misschien wel 23.000 uitzenders en/of intermediairs. Daarvan zijn maar 1.900 lid van ABU en NBBU.
Leden van ABU en NBBU zullen er met kop en schouders bovenuit blijven steken.
Wat zij voor hun leden doen, vind ik super. Ik ben er trots op daar aan bij te kunnen dragen. Dat doe ik bij NBBU al vele jaren, en sinds een aantal jaren ook bij de ABU.”

“Ik heb zelfs onlangs aan SNCU-inspecteurs een training mogen geven over gelijkwaardige beloning. Jaren geleden bouwde SNCU een opleiding voor haar inspecteurs waar ook examens voor moesten worden geschreven. Ik werd gevraagd om die examens te formuleren samen met Patrick Tom van Bureau Cicero. Minder dan de helft van de deelnemers haalde de opleiding, reden waarom de opleiding grondig werd herzien. Ik vond dat een eervolle job.”

Naast mijn langdurige relatie met de NBBU ben ik nu zo’n vier of vijf jaar actief in het adviseursnetwerk van ABU, waaraan zo’n zeven partijen deelnemen. Wij voeden elkaar met informatie, zodat ABU en NBBU op de hoogte zijn van ontwikkelingen die wij als adviseurs tegenkomen in het veld.”

“Het doel is ook dat als we uitleg geven aan klanten, wij het op dezelfde manier doen om  consistentie te creëren in de uitleg van de regels. Rond de huidige CAO voor Uitzendkrachten zijn vele bijeenkomsten georganiseerd voor ondernemers in de flexbranche. Adviseurs zien de vraagstukken in de diepere lagen van de cao-regelgeving en zijn daarover met elkaar in gesprek.” 

Fatsoen en de waarde van uitzendkrachten

 

Waar komt volgens jou de toenemende regeldruk vandaan?
“Wij accepteren in Nederland onvoldoende dat wij samen de regels bedenken om die na te leven. Iedereen vindt langzamerhand: regels zijn er voor een ander, niet voor mij. Daar gaat het mis in de samenleving. Laten we ons gewoon aan de regels houden en niet voortdurend op zoek gaan naar ontduiking.”

“Hoeveel regels we ook bedenken, het draait toch om fatsoen en regels respecteren. Wie zaken doet op basis van meer-meer-meer, poppetjes en kiloknallers, verliest het belang van andere mensen, laat staan uitzendkrachten, uit het oog. Stel je eens voor dat die uitzendkracht jouw kind is, zou je er dan ook zo mee omgaan?”


“Kortom, blijven leren, samenwerken, waarden en regels respecteren: dat is volgens mij de kern van ons werk, daar geloof ik in. Gelukkig zie ik dat nog steeds bij veel ondernemers in de flexbranche.”


Flexperience

Op 23 september 2026 viert Tres Dijkshoorn het 25-jarig bestaan van FlexAssets met haar congres voor de flexbranche: Flexperience. Klik hier voor meer informatie.

 

Geplaatst in Bedrijfsnieuws, In de branche | Tags | Laat een reactie achter

ABU: afschaffen inhoudingsmogelijkheid huisvesting arbeidsmigranten heeft ‘meer nadelen dan voordelen’

Op dit moment mogen werkgevers nog maximaal 25 procent van het brutominimumloon inhouden in ruil voor huisvesting van arbeidsmigranten. Die inhoudingsmogelijkheid verdwijnt per 1 juli 2028.

Slepende discussie

Het wel of niet invoeren van een verbod op looninhoudingen voor huisvesting van arbeidsmigranten is al langere tijd een heet hangijzer. Toenmalig minister Van Hijum (SZW) kwam met een voorstel voor een (stapsgewijs) verbod, maar zijn tijdelijke opvolger, minister Paul, trok dat plan later in, na felle reacties uit de uitzendbranche. Daarop ontstond weer ophef en stevige kritiek vanuit de Tweede Kamer. 

Minister Vijlbrief (SZW) hakt de knoop nu door. Hij liet vorige week weten de inhoudingsmogelijkheid per 1 juli 2028 af te willen schaffen. Met het afschaffen van de regeling wil Vijlbrief voorkomen dat malafide werkgevers huisvesting en inhoudingen op het minimumloon als verdienmodel gebruiken. Ook moet de afhankelijkheid van arbeidsmigranten van hun werkgever voor huisvesting worden verkleind. Daarmee lijkt er een eind te komen aan de langslepende discussie die in het nadeel van de brancheorganisaties in de uitzendsector is beslecht.

ABU: geen transparantie op de loonstrook meer

Daags na het besluit van Vijlbrief stelt de ABU te vrezen dat het afschaffen van de inhoudingsmogelijkheid voor huisvesting ‘meer nadelen dan voordelen’ heeft. De grootste zorg is dat het afschaffen van de inhoudingsmogelijkheid betalingen oncontroleerbaar maakt voor de Arbeidsinspectie. ‘In plaats van dat het zichtbaar gaat via de loonstrook zullen malafide partijen nu kiezen voor pinbetalingen, tikkies of andere schimmige constructies.’ En dat terwijl met de invoering van de Wet aanpak schijnconstructies (WAS) betaling voor huisvesting juist transparant en controleerbaar is via de loonstrook.

Verslechtering positie arbeidsmigranten

De ABU is ervan overtuigd dat het afschaffen van de inhoudingsmogelijkheid zal leiden tot verslechtering van de positie van arbeidsmigranten. Zij zullen veel moeilijker aan een betaalbare woning kunnen komen. De ABU stelt: ‘In een oververhitte woningmarkt, waarin ook Nederlandse woningzoekenden jarenlang op een wachtlijst staan, is het onrealistisch te verwachten dat internationale medewerkers zelfstandig passende huisvesting kunnen vinden voor een bedrag van maximaal 500 euro per maand.’

Het afschaffen van de inhoudingsmogelijkheid zal volgens de brancheorganisatie niet zorgen voor meer huisvesting, een betere kwaliteit  en lagere huurprijzen. Integendeel. Wat volgens de ABU vooral zal helpen: het verbeteren van de handhaving. En juist dat wordt met het besluit van Vijlbrief volgens de ABU een stuk lastiger. De ABU heeft begin 2025 om die reden ook al laten weten fel gekant te zijn tegen een verbod op inhoudingen voor huisvesting van arbeidsmigranten. ABU-directeur Jurriën Koops waarschuwde destijds al voor de risico’s. “Door dit voorstel verdwijnt transparantie over huisvestingskosten, omdat betalingen buiten de loonstrook om gaan. Hierdoor wordt handhaving door de Arbeidsinspectie onmogelijk en ligt misbruik op de loer.”

Geplaatst in In de wet, Wetten & CAO’s | Tags , , , | Laat een reactie achter

Kostprijs 2027, tips & tricks

In het kort

De kostprijs voor 2027 wordt vooral beïnvloed door premie- en belastingaanpassingen, gewijzigde arbeidsvoorwaarden bij opdrachtgevers en de doorwerking van tijdreserveringen bij loonstijgingen.

Na de grote wijzigingen van 2026 lijkt de overgang naar 2027 op het eerste gezicht overzichtelijk. Dat geldt vooral als je de commerciële kostprijzen op klantniveau in 2026 goed berekend had. De belangrijkste wijzigingen komen dan naar verwachting voort uit premie- en belastingaanpassingen. Kijk daarnaast goed naar de beloningsregelingen van opdrachtgevers, omdat inhoudelijke wijzigingen direct kunnen doorwerken in de kostprijs(factor). Denk bijvoorbeeld aan een andere ADV-systematiek, meer of minder vakantiedagen of een ander aantal doorbetaalde feestdagen.

De eerste vergelijkingen tussen 2026 en 2027 zijn inmiddels uitgevoerd. De precieze uitkomsten verschillen per regeling en per opdrachtgever, maar het saldo van de premiewijzigingen in de Sociale Zekerheid is beperkt, ongeveer een half procent. Verderop in dit artikel lichten we toe waar deze stijgingen vandaan komen.

Opbouw van de kostprijs

De kostprijs bestaat uit verschillende onderdelen. Sinds 2026 wordt de hoogte daarvan bepaald door de regeling bij de inlener, meestal een CAO, eventueel aangevuld met eigen arbeidsvoorwaarden of een bedrijfsregeling. De CAO voor Uitzendkrachten is daarvoor niet langer het enige uitgangspunt. De belangrijkste looncomponenten zijn:

  • Brutoloon
  • Reserveringen voor vakantiedagen, feestdagen en kort verzuim/bijzonder verlof zoals bij de opdrachtgever
  • Een eventuele eindejaarsuitkering, bonus, 13e maand, winstdelingsregeling, enzovoort, zoals bij de opdrachtgever
  • Vakantiegeld inclusief de grondslag daarvoor(!), zoals bij de opdrachtgever
  • Werkgeverscomponenten die volgen uit de CAO:
    • Aanvulling Ziektewet van 70 naar 90% voor contracten in fase A (ABU) of fase 1+2 (NBBU)
    • Pensioenpremie van StiPP
    • Pensioencompensatie voor het verschil tussen de pensioenpremie bij de werkgever en de premie van StiPP, berekend over de grondslag van StiPP. Deze compensatie kan niet negatief zijn.
    • Afhankelijk van de contractvorm en/of fase:
      • Premie sociaal fonds
      • Scholing
      • Kosten voor leegloop en verzuim
  • Werkgeverslasten
    • Premie WAO/WIA
    • Gedifferentieerde premie Werkhervattingskas (Whk)
    • Premie Zorgverzekeringswet
    • Premie Werkloosheidswet
    • Kosten voor de transitievergoeding
  • Opslag voor kosten van de eigen organisatie

Welke kostprijzen zijn er?

Er zijn twee ‘soorten’ kostprijzen: de voorcalculatorische of commerciële kostprijs(factor) en de nacalculatorische of ‘echte’ kostprijs(factor).

Voorcalculatorische kostprijsfactor

Dit is het getal waarmee het bruto uurloon wordt vermenigvuldigd om de kostprijs te berekenen. Daarbovenop komt de bureaumarge om het tarief voor de klant te bepalen. Vaak worden kostprijsfactor en marge gecombineerd tot één getal en dat wordt dan tarieffactor of omrekenfactor genoemd. Als over ‘de kostprijs’ wordt gesproken, wordt eigenlijk altijd deze variant bedoeld.

Nacalculatorische kostprijs

Waar in de voorcalculatorische kostprijs voor elke kandidaat hetzelfde uitgangspunt wordt gehanteerd, worden in de nacalculatorische kostprijs individuele situaties berekend. Tijdens de verloning wordt bijvoorbeeld rekening gehouden met de franchise voor de pensioenregeling en ET-regeling. Deze nacalculatorische kostprijs kan dus per individu en per verloning anders zijn. De exacte waarde wordt bepaald tijdens de verloning.

De voorcalculatorische kostprijs wordt meestal berekend op basis van aannames en houdt minder rekening met individuele effecten. Daardoor ontstaat na de verloning vaak een positief verschil tussen de commerciële kostprijs en de werkelijke kostprijs: de verborgen marge. Hoe hoog die marge is, blijft een strategische keuze. In de praktijk geldt meestal dat een organisatie met hogere overheadkosten ook een hogere commerciële kostprijs nodig heeft.

Welke elementen zijn al bekend?

Looncomponenten

De looncomponenten volgen uit de regeling bij de opdrachtgever, meestal een CAO. Sinds 2026 hebben uitgeleende medewerkers recht op de beloning die geldt voor eigen medewerkers van de opdrachtgever in gelijke of gelijkwaardige functies. Het totale pakket aan arbeidsvoorwaarden moet ten minste gelijkwaardig zijn, zowel voor toekenningen als voor aanspraken. Meer informatie hierover vind je op de website van Wijzerbelonen.

Ook de grondslag voor het vakantiegeld volgt uit die regeling. Dat betekent dat vakantiegeld ook moet worden betaald over onregelmatigheidstoeslag (ORT), zoals ploegendienst, en overwerk (OV), tenzij dit in de CAO expliciet is uitgesloten. Is er geen CAO, dan moet het vakantiegeld hierover dus altijd worden betaald. In de meeste CAO’s wordt vakantiegeld wél betaald over ORT, maar niet over OV.

Sinds 2026 moeten niet alleen vaste eindejaarsuitkeringen en vergelijkbare regelingen aan ingeleend personeel worden toegekend, maar ook flexibele beloningscomponenten zoals winstdeling, bonussen en andere arbeidsvoorwaarden die voor eigen personeel van de opdrachtgever gelden. Daar komt bij dat uitzendkrachten en gedetacheerden ook recht kunnen hebben op voorzieningen uit bijvoorbeeld cafetariaregelingen en mobiliteitsregelingen.

Werkgeverscomponenten die volgen uit de CAO voor Uitzendkrachten

  • De pensioenpremie blijft 7,5% voor de werknemer en 15,9% voor de werkgever. De franchise en het maximum pensioengevend uurloon zijn nog niet bekend.
  • Voor de doorbetaling bij ziekte geldt vanaf 2026 dat het recht op doorbetaling volgt uit de regeling bij de inlener (wel of geen wachtdagen, percentage van het loon dat moet worden doorbetaald, etc.), maar dat de hoogte van het door te betalen loon volgt uit de CAO voor Uitzendkrachten. Dat geldt ook voor de feestdagen.
  • Voor kort verzuim en bijzonder verlof gelden de aanspraken uit de regeling van de inlener, net als aanvullende afspraken die daarin zijn gemaakt over bijvoorbeeld een aanvulling op het loon bij WAZO-verlof. We zien dat veel uitleners vasthouden aan de 0,6% waarmee al sinds jaar en dag wordt gerekend.
  • De premie sociaal fonds is voor 2027 nog niet vastgesteld. Deze premie hoeft alleen tijdens fase A/1+2 te worden betaald. Ook in de nieuwe CAO is deze afdracht verplicht.
  • Sinds 2026 is er geen verplichte scholingsbijdrage van 1,02% meer. Ingeleende werknemers hebben recht op dezelfde of gelijkwaardige scholingsfaciliteiten als werknemers van de opdrachtgever. De vraag is wel wie deze kosten draagt als er geen standaardpercentage meer in de kostprijs is opgenomen. Inleners kunnen vaak terecht bij hun eigen sociaal fonds of opleidingsinstituut, maar uitzendkrachten kunnen daar niet altijd aanspraak op maken. Bureaus die deze bijdrage gebruikten voor sociale begeleiding van arbeidsmigranten, zullen hiervoor alternatieve financiering moeten vinden, bijvoorbeeld via een hogere marge of afzonderlijke doorbelasting. In de praktijk zien wij dat vaak alsnog 1 tot 1,8% in de factor wordt opgenomen, ook als de inlener geen harde verplichtingen kent.
  • Uitzendkrachten blijven verplicht deelnemen aan PAWW, maar krijgen geen compensatie meer voor die premie, tenzij de CAO van de opdrachtgever een compensatie kent.

Werkgeverslasten

Op Prinsjesdag zijn de voorlopige premies voor de sociale zekerheid voor 2027 gepubliceerd. We hebben de premies voor je verzameld in een apart artikel. De premie Werkhervattingskas op ondernemingsniveau wordt eind november door de Belastingdienst meegedeeld.

Extra aandacht!

Let bij het bepalen van de kostprijs voor 2027 vooral op de volgende punten.

  • Omdat inmiddels alle reserveringen in tijd worden opgebouwd, Tijd voor Tijd in de nieuwe CAO is toegestaan en ADV vaker in tijd wordt gereserveerd, nemen de verborgen kosten van herwaardering bij loonstijgingen toe. De reservering is opgebouwd tegen het lagere loon, maar moet worden uitbetaald tegen het hogere loon. Het verschil komt voor rekening van de uitlener.
  • Herwaardering kan ook gelden voor het vakantiegeld. Wettelijk gezien hoeft dat niet opgewaardeerd te worden naar het nieuwe uurloon, maar volledige of gedeeltelijke indexering van vakantiegeld kan wel aan de orde zijn als de cao, de arbeidsovereenkomst, het personeelshandboek of een bestendige bedrijfspraktijk een andere regeling bevat. Denk aan een expliciete waardepeilmethodiek, een cao-bepaling over nabetaling na een structurele loonsverhoging met terugwerkende kracht of een afspraak dat de vakantietoeslag wordt berekend over het salaris op het uitbetalingsmoment. Dergelijke bepalingen komen bijvoorbeeld voor in de CAO’s van TLN, Metalektro, Schilders, Betonproductenindustrie, Kartoflex en Vlakglas. Dit zijn de belangrijkste, maar het zijn ze zeker niet allemaal.
  • De loonberekening bij verzuim volgt nog steeds uit de CAO voor Uitzendkrachten, maar het percentage loondoorbetaling en eventuele wachtdagen volgen uit de regeling van de inlener. Bij verzuim zal daarom vaak vanaf dag 1 tegen 100% van het loon moeten worden doorbetaald. Tot 2026 was dat 90% met één wachtdag. Verzuim van een week kan daardoor ongeveer 40% duurder worden. Als je de oude, lagere kosten had verwerkt in een lager verzuimpercentage in je kostprijsopbouw, moet je dit onderdeel opnieuw beoordelen.

Kosten van de eigen organisatie

Of en in welke mate je de kosten van de eigen organisatie meeneemt, is een strategische keuze. Wij zien steeds vaker dat deze kosten niet of beperkt worden opgenomen in de kostprijsberekening, omdat inleners juist transparantie vragen. De kostprijsberekening die wij hier beschrijven, gaat primair over de kosten van arbeid.

De berekeningen

Wil je snel inzicht krijgen in de kostprijs voor 2027? Vanaf eind november is de nieuwe versie van onze geavanceerde tool beschikbaar. Dat is vrij laat, maar we moeten nu eenmaal wachten op de individuele beschikking Werkhervattingskas. Met die tool bereken je álle kostprijsfactoren voor uitzenden en payrolling, ook wanneer andere pensioenfondsen dan StiPP van toepassing zijn.

De tarieven

De meeste uitleners hebben in hun algemene voorwaarden vastgelegd dat aanpassingen van kostprijzen en lonen worden doorberekend aan de inlener. Kijk daarnaast kritisch naar het kostenniveau van je eigen organisatie. Periodieken en loonsverhogingen voor eigen medewerkers, hogere huurkosten en stijgende leasekosten wil je bij voorkeur doorbelasten aan je inleners. Of dat commercieel haalbaar is, bepaal je zelf. Juist daarom is snel inzicht in de kosten voor 2027 noodzakelijk. Met dit artikel hopen wij je daarvoor een praktisch vertrekpunt te geven.

Hulp nodig?

Heb je hulp nodig bij de berekening of implementatie? Neem dan contact op met FlexKnowledge. Vanaf eind november is er ook een uitgebreide tool beschikbaar waarmee je de kostprijsfactoren per cao, regeling en fase snel bepaalt. Eind november en begin december organiseert FlexKnowledge weer de jaarlijkse seminars en webinars Kostprijs en Andere actualiteiten. Meer informatie vind je op de website. Daar kun je je ook inschrijven.

Lees ook:

Geplaatst in In de wereld, Politiek | Tags , , | Laat een reactie achter

Premies 2027

De voorlopige variabelen in de kostprijs van uitzendarbeid zijn bekend. Per saldo is er een stijging van ongeveer een half procent, maar per uitlener kan dit sterk verschillen, afhankelijk van de individuele premie Werkhervattingskas. Die wordt echter pas eind november/begin december verstuurd door de Belastingdienst.

Premies sociale zekerheid

In onderstaand overzicht zie je de voorlopige premies in één oogopslag.

Let op: de ZW-A staat in dit schema als premie, maar wordt niet aan het UWV afgedragen. Het gaat om een cao-afspraak als aanvulling op de Ziektewet. De uitlener kan hiervoor een verzekering afsluiten bij een private partij of zelf een voorziening treffen.

Pensioenpremie StiPP

Het premiepercentage wordt ieder jaar vastgesteld door het bestuur van het pensioenfonds en kan dus wijzigen. Sinds 2026 bedraagt de pensioenpremie 23,4%: 7,5% voor de werknemer en 15,9% voor de werkgever. Ook werknemers in fase A/1+2 betalen altijd een eigen bijdrage, omdat het verschil tussen de basis- en plusregeling is vervallen.

De uurfranchise en het maximum pensioengevend uurloon worden meestal pas eind december door StiPP bekendgemaakt. De verwachting is dat beide bedragen zullen stijgen, wat kostprijsverlagend werkt.

  Totaal over grondslag Werkgeversdeel Werknemersdeel
Premie Pensioenregeling 23,4% 15,9% 7,5%
Franchise  n.n.b. n.v.t. n.v.t.
Max. pensioengevend uurloon  n.n.b. n.v.t. n.v.t.

Pensioencompensatie

Sinds 2026 moeten uitleners bij gelijk(waardig)e beloning ook rekening houden met pensioencompensatie. Die compensatie ziet op het verschil tussen de werkgeverspremie van de pensioenregeling bij de inlener en de werkgeverspremie voor StiPP. Is de premie bij de inlener bijvoorbeeld 20,9%, dan moet het verschil met StiPP worden gecompenseerd: 20,9% – 15,9% = 5%. Dit percentage wordt vermenigvuldigd met een jaarlijks vastgestelde factor. Voor 2026 is die factor 0,853; voor 2027 is deze nog niet bekendgemaakt.

De uitkomst is de compensatie die de uitzendkracht ontvangt over dezelfde grondslag als bij StiPP: kort gezegd het SV-loon, vóór toepassing van de ET-regeling of de bijtelling voor een auto. In dit voorbeeld ontvangt de uitzendkracht 5% x 0,853 = 4,27% compensatie over het SV-loon. Deze compensatie wordt als bruto vergoeding betaald. Daarover zijn ook werkgeverslasten én pensioenpremie verschuldigd.

Het lijkt misschien logischer om deze compensatie als extra pensioenpremie aan StiPP af te dragen en zo werkgeverslasten te voorkomen. Helaas is dat (nog?) niet zo geregeld.

Is de werkgeverspremie bij de inlener lager dan de 15,9% van StiPP? Dan hoeft er niets te worden gecompenseerd. De compensatie is in dat geval 0, omdat in de cao is afgesproken dat deze niet negatief mag zijn. Er mag dus geen bedrag worden ingehouden als de pensioenpremie bij de inlener lager is dan die van StiPP.

Voor de kostprijs kan deze compensatie dus een aanzienlijk verschil maken.

Wil je snel bepalen welke kostprijsfactoren gelden per cao of regeling en per fase? FlexKnowledge biedt hiervoor een uitgebreide tool. De versie voor 2027 is vanaf eind november beschikbaar.

Geplaatst in In de wereld, Politiek | Tags , , , , | Laat een reactie achter