Maandelijkse archieven: juni 2026

Na 3 jaar automatisch in vaste dienst bij de klant? Vijf lessen uit de AH-uitspraak

In april 2026 deed de kantonrechter in Den Haag een uitspraak die de uitzendbranche op haar grondvesten doet schudden. Een uitzendkracht die zeven jaar via OTTO Workforce bij Albert Heijn werkte, is door de rechter aangewezen als vaste medewerker van de supermarktketen.

Zeven jaar inlenen is geen ‘tijdelijk flexwerk’ meer, maar structureel werk, aldus de rechter. Voor uitzendondernemers is nu de grote vraag: kunnen we nog uitzenden aan een klant die iemand langdurig nodig heeft? En is het huidige verdienmodel nog wel houdbaar in het veranderde flexlandschap van 2026?

De juridische context: Misbruik van recht? 

Om te begrijpen waarom de rechter dit besloot, moeten we kijken naar de Europese Uitzendrichtlijn en het Upfield-arrest van de Hoge Raad uit november 2025. Kort samengevat is de kern van de zaak dat ‘uitzendarbeid naar haar aard’ tijdelijk moet zijn. Wanneer een inlener een uitzendkracht jarenlang inleent, kan er sprake zijn van misbruik van recht of omzeiling van de Uitzendrichtlijn.

Omdat AH geen ‘objectieve rechtvaardiging’ kon geven voor de inzet van zeven jaar, oordeelde de rechter dat er na 36 maanden (drie jaar) automatisch een arbeidsovereenkomst tussen de uitzendkracht en AH is ontstaan.

Wat betekent dit voor jou als uitzendondernemer?

Eigenlijk zegt de rechter: ‘Beste uitzendbureau, je mag iemand niet eeuwig uitlenen aan dezelfde klant.’ Dit heeft grote gevolgen voor jouw dagelijkse praktijk:

  • Je raakt je flexkrachten kwijt: Als een uitzendkracht langer dan drie jaar bij dezelfde klant werkt in dezelfde rol, kan diegene claimen dat hij nu echt bij die klant in vaste dienst hoort.
  • Financiële claims: De klant (de inlener) kan boos op jou worden. In deze zaak moet AH namelijk met terugwerkende kracht (vanaf 2021) extra loon en pensioen betalen. De kans is groot dat klanten deze kosten op het uitzendbureau willen verhalen.

Structureel werk is geen uitzendwerk: als een klant een gat in het rooster heeft dat nooit meer weggaat, mag jij dat volgens de rechter niet jarenlang met dezelfde uitzendkracht opvullen.

Reactie van de FNV

Vakbond FNV is blij en noemt het een ‘belangrijk signaal voor de markt’. Levin Zühlke-van Hulzen (FNV-bestuurder Handel) zegt hierover: “Deze uitspraak maakt duidelijk dat werkgevers niet eindeloos kunnen blijven schuiven met uitzendconstructies. Dit was simpelweg misbruik van de uitzendconstructie.”

Wordt de soep zo heet gegeten?

Niet iedereen in de markt is in paniek. Ervaren flexexperts zoals Bart Imming (Flexpedia) wijzen op een belangrijk punt: het fasesysteem van de Uitzend-cao. De betreffende uitzendkracht zat namelijk al in fase C. Dat betekent dat hij al een vast contract had bij het uitzendbureau (OTTO Workforce).

Volgens Bart Imming is de uitspraak van de rechter vreemd omdat de uitzendkracht al de zekerheid van een vast contract had. Er was dus geen sprake van een onzekere situatie voor de werknemer. De verwachting is dan ook dat deze uitspraak in hoger beroep kan worden teruggedraaid.

Vijf strategische adviezen voor de uitzendondernemer

De uitspraak van de kantonrechter in de zaak tegen Albert Heijn is een signaal voor de hele sector. Hoewel flexexperts zoals Bart Imming verwachten dat de zaak in hoger beroep nog kan veranderen, is de koers van de rechtspraak gezet: uitzendwerk moet weer echt tijdelijk worden. Daarbij komt nog de Wtta: de Wet meer zekerheid flexwerkers en de nieuwe Uitzend Cao.  Dit alles dwingt de uitzendondernemer kritisch te kijken naar de huidige werkwijze en strategie.

Advies 1: Houd de driejaarstermijn goed in de gaten

Het eerste advies voor de korte termijn is simpel: wacht niet af tot een hogere rechter een definitieve uitspraak doet. Neem nu al de controle over de inzet van jouw flexkrachten.

Houd de termijn van drie jaar (36 maanden) scherp in de gaten voor elke uitzendkracht die je hebt geplaatst. Ga proactief in gesprek met je klanten. Werkt een uitzendkracht al bijna drie jaar bij dezelfde inlener? Bespreek dan eerlijk de risico’s. Er zijn dan eigenlijk maar twee veilige smaken:

  • Roulatie: Zorg dat de medewerker op tijd bij een andere opdrachtgever aan de slag gaat.
  • Overname: Bespreek met de klant of zij de medewerker willen overnemen.

Door dit gesprek nu al te voeren, voorkom je juridische claims achteraf en laat je zien dat je een professionele partner bent die de klant beschermt tegen onnodige risico’s.

Advies 2: Pas je verdienmodel aan op de nieuwe wetgeving

De tijd van concurreren op prijs door middel van goedkope flex, is nagenoeg voorbij. Sinds 1 januari 2026 is de nieuwe Uitzend-cao van kracht, die een gelijkwaardige beloning voor uitzendkrachten verplicht stelt.

Tel daar de komst van de Wtta (het toelatingsstelsel voor uitzendbureaus) en de Wet meer zekerheid flexwerkers bij op, en je weet: het oude verdienmodel van het leveren van goedkope flexkrachten staat enorm onder druk. Bart Imming zegt hierover: ”Je moet jouw verdienmodel en jouw strategie opnieuw tegen het licht houden. Waar blink jij in uit? Waar ligt jouw expertise? Hoe kan ik van meer toegevoegde waarde zijn voor mijn klanten?”

Advies 3: Pak je rol als expert in werving

Zoals flexexperts Bart Imming, Wim Davidse en Hendarin Mouselli benadrukken: de eerste stap naar een nieuw succesvol model is ‘terug naar de basis’. Als uitzender heb jij vaak veel meer kennis van de arbeidsmarkt, employer branding en personeelszaken dan je opdrachtgevers. Pak je professionele rol op in werving en selectie. Door de ultieme match te maken tussen kandidaat en opdrachtgever, werk je efficiënter dan wanneer een klant het zelf doet. 

Een goede match verlaagt het verloop en verhoogt de productiviteit voor jouw klant. Onderaan de streep ben jij daardoor nog steeds de beste en meest voordelige oplossing voor jouw opdrachtgever. En dat dit verdienmodel blijvend is, blijkt wel uit de uitspraak van flexexpert Harm Wiertz: “Bedrijven zoeken mensen en mensen zoeken een baan. Dat was zo, en dat blijft zo.”

Advies 4: Word de loopbaanbegeleider van je kandidaten

Omdat je een uitzendkracht niet meer eindeloos bij dezelfde inlener kunt laten werken (gezien de recente uitspraak van de rechter over de driejaarsgrens), moet je creatiever worden met het plaatsen van kandidaten en de begeleiding van hun loopbaan. Dit kan een mooie kans zijn om de band met je flexkrachten te versterken.

Word de loopbaanbegeleider van je kandidaat. Stel samen met je kandidaat een loopbaanplan op voor bijvoorbeeld twee jaar. Begeleid iemand in die periode van de ene functie naar de andere, bijvoorbeeld van orderpicker naar chauffeur.

Je kunt ook een plan maken waarbij een kandidaat een jaar lang bij verschillende opdrachtgevers in diverse branches ervaring opdoet. Na dat jaar weet de kandidaat precies wat bij hem past, en kun jij helpen om daar de juiste werkplek bij de juiste inlener te vinden.

Advies 5: Los de ‘pijn’ van de klant op

Onderzoeken waar de echte ‘pijn’ op HR-gebied ligt bij jouw opdrachtgever. Denk aan recruitment maar ook minder voor de hand liggende zaken zoals, verzuimpreventie, employer branding, verzuimbegeleiding en het opleiden van personeel.

Wellicht kun je jouw klanten helpen of adviseren over strategische personeelsplanning (SPP). Hiermee help je de klant vooruit te kijken. Hoeveel mensen hebben ze over drie jaar nodig en wat moeten die mensen kunnen? 

Of ondersteun jouw klanten op het gebied van total talent management (TTM). Dus over het slim inzetten van alle werknemers, zowel vaste medewerkers als flexkrachten. Help de klant met het realiseren dat de juiste mensen op de juiste plek zitten. Zo bedien je de klant niet alleen met het vinden van kandidaten, maar ook met het ontwikkelen en behouden van werknemers.

Door jouw expertise in te zetten om deze problemen op te lossen, bied je veel meer toegevoegde waarde dan alleen het leveren van tijdelijke arbeidskrachten. Je versterkt de klantrelatie en wordt een onmisbare strategische HR-partner.

Samenvattend

De markt verandert, maar de behoefte aan goede mensen blijft. Gebruik deze periode van nieuwe wetgeving en uitspraken van de rechter(s) om jezelf opnieuw uit te vinden. Wie nu kiest voor kwaliteit, loopbaanbegeleiding en echt partnership, heeft volgens de flex-experts de toekomst in de flexbranche.

Bronnen: Rechtspraak.nl, Hans Kamerbeek op linkedIN, AWVN, Flexmarkt, FNV

Geplaatst in In de wet, Rechtspraak | Tags , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Na 3 jaar automatisch in vaste dienst bij de klant? Vijf lessen uit de AH-uitspraak

Hogere lonen onvermijdelijk voor bouw, zorg en transport

Sectoren in Nederlandse economie kwetsbaar voor nasleep oorlog

Hoewel Iran en de Verenigde Staten een belangrijke stap richting vrede lijken te zetten, blijft de nasleep van de oorlog een risico voor sectoren in de Nederlandse economie. Naar verwachting kan het maanden duren voor de olie- en gassector in het Midden-Oosten weer redelijk functioneert. Ook is er onzekerheid over het akkoord en de wapenstilstand zelf. Ondernemingen blijven daardoor ook in de komende maanden kwetsbaar voor hogere energie- en transportkosten, materiaalschaarste, hogere rentes, druk op consumentenbestedingen en voor – vooral vanaf 2027 – opnieuw stijgende loonkosten. Met name de sectoren industrie, transport, bouw en de vrijetijdsbranche lopen volgens de bank extra risico’s. 

Hogere energiekosten drukken op bedrijfsvoering en marges

De sluiting van de Straat van Hormuz heeft in verschillende toeleveringsketens al geleid tot de hoogste inflatie in jaren. In de industrie zijn de inkoop- en afzetprijzen sinds de oorlog met Iran gestegen. Hoewel de industrie nog redelijk sterk groeit in zowel 2026 (+2,5 procent) als 2027 (+3 procent), heeft ABN AMRO haar prognose neerwaarts bijgesteld. De transportsector, die naar verwachting ondanks tegenwind toch 1,5 procent groeit, probeert de hogere dieselprijs door te berekenen aan opdrachtgevers in andere sectoren, zoals de retail. De bouw krijgt vooral met hogere materiaalprijzen te maken. De groei in deze sector blijft in de komende twee jaar steken op 1,5 procent, ondanks volle orderportefeuilles en een stijging van het aantal afgegeven vergunningen.  Bouwprojecten lopen grotere kans op vertraging door hoge energie- en transportkosten en vanwege netcongestie.

Dalende koopkracht raakt arbeidsintensieve sectoren het hardst

Tegelijkertijd groeit de druk op sectoren die vooral kwetsbaar zijn voor tweede-ronde-effecten, zoals een lagere koopkracht door een hogere inflatie. ABN AMRO verwacht dat de voedselprijzen in de eerste helft van volgend jaar een piek bereiken, waardoor de koopkracht verder onder druk komt te staan. Zo wordt de vrijetijdssector dit jaar geconfronteerd met terughoudendheid van consumenten. Met als gevolg een kleine krimp (-1 procent), waarna in 2027 een bescheiden herstel (+2 procent) wordt verwacht. Ook de retail staat onder een steeds grotere druk. Zo verwacht de bank dat deze sector een gematigde volumegroei boekt in zowel 2026 (+0,5 procent) als 2027 (+1 procent).

De foodsector ondervindt niet alleen hinder van hogere energie- en grondstofprijzen, maar ook indirect van een dalende groei van consumentenbestedingen. Na een sterke groei (+3 procent) in 2025, ligt zowel in 2026 als 2027 stagnatie in het vooruitzicht. Naar verwachting leidt de combinatie van een krappe arbeidsmarkt en een stijgende inflatie tot hogere looneisen. Dit kan met name arbeidsintensieve sectoren raken, zoals de zorg, vrijetijd en transport, en bedrijven of organisaties die actief zijn in beveiliging, schoonmaak, uitzendwerk en onderwijs. Vooral voor de zogeheten ‘krapteberoepen’ – beroepen die te kampen hebben met een grote schaarste aan werknemers – kunnen de loonkosten behoorlijk stijgen, zoals voor bouwvakkers, monteurs en verplegers.

Investeren in verduurzaming verlaagt uw personeels- en energierisico’s

Volgens ABN AMRO is het voor de meeste ondernemingen juist nu van belang de energiekosten en het verbruik van fossiele energie tegen het licht te houden. “Sinds de energiecrisis in 2022 als gevolg van de Russische invasie in Oekraïne letten de meeste ondernemingen veel beter op energiekosten. Toch is nog niet al het laaghangende fruit geplukt en is fossiele energie nog steeds belangrijk in het totale energieverbruik”, zegt Albert Jan Swart, Sectoreconoom Industrie en Transport en Logistiek van ABN AMRO. “Veel ondernemingen kunnen hun processen nog elektrificeren en daardoor minder afhankelijk worden van fossiele energie. Zo is de batterijtechnologie in hoog tempo verbeterd, waardoor elektrische voertuigen grotere afstanden kunnen afleggen zonder te laden. Ook zijn batterijopslagsystemen veel goedkoper geworden, waardoor bedrijven in de industrie, bouw en transportsector deze bijvoorbeeld steeds vaker inzetten om netcongestie geen obstakel te laten zijn bij verdere elektrificatie.”

Geplaatst in Branchenieuws, In de branche | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor Hogere lonen onvermijdelijk voor bouw, zorg en transport

Temper is toch een uitzendbureau: wie betaalt straks de rekening?

Temper is geen neutraal prikbord met zzp-opdrachten maar een actieve bemiddelaar van personeel. Het oordeel van het Gerechtshof Amsterdam dreunt na in de flexbranche.

Michiel Vergouwen, die als advocaat optreedt namens de vakbonden, reageert opgelucht. Voor de bonden stond het al die tijd buiten kijf dat de Tempers geen ondernemers zijn, “kijk alleen naar het uurtarief”. Hij is blij dat rechters dat in hoger beroep door de constructie heen hebben gekeken. Hij heeft er dan ook alle vertrouwen dat het arrest, mocht Temper in cassatie gaan, zal standhouden.

Als de uitspraak inderdaad standhoudt, zullen op enig moment claims volgen. Want als Tempers werknemers zijn, betekent dat onder meer recht op gelijke beloning en arbeidsvoorwaarden, maar ook pensioenopbouw, loondoorbetaling bij ziekte en alle andere arbeidsrechten.

Een giga-claim aan nabetalingen, zegt Vergouwen, maar ook eentje die ingewikkeld uit te voeren is. Want hoewel het hof bepaalt dat alle zzp’ers die voor Temper werken met terugwerkende kracht uitzendkrachten zijn, moeten de vorderingen die volgen uit de cao individueel worden bepaald. En dan gaat het om vele tienduizenden Tempers die in de afgelopen jaren miljoenen opdrachten hebben uitgevoerd. Een claim van deze omvang heeft zich nog niet eerder voorgedaan. “We verwachten en hopen dat Temper de bonden zal opzoeken om samen tot een praktische oplossing te komen”, zegt Vergouwen.

Claim op claim op claim

Arbeidsrechtadvocaat Jasper van der Voet van Pellicaan Advocaten is niet verrast door de uitspraak. “Dat Tempers geen ondernemers zijn, voelde iedereen op z’n klompen aan. Wat wil je, als je een student plaatst in een strandtent om daar als ondernemer in de bediening te werken. De vraag is: wie pakt het bonnetje op? Dat is Temper, zegt het hof.”

En dat bonnetje kan enorm in de papieren lopen, vervolgt hij. Om te beginnen heeft het hof bepaald dat de fee van 1 euro per uur die de werkers aan het platform moesten afdragen, terugbetaald moet worden. Nu Temper net als alle uitzendbureaus onder de Waadi valt, moet die fee terug naar de werkers, oordeelde de rechters; een bemiddelingsfee vragen aan de werkers is namelijk verboden onder de Waadi.

“De fiscus zal bij de werkgever op de stoep staan om niet betaalde loonheffing na te vorderen”, verwacht Van der Voet. “Dat kan naar schatting oplopen tot 50 tot 100% van het betaalde tarief. Vervolgens zal pensioenfonds StiPP zich waarschijnlijk melden om pensioenpremies te vorderen.”

Volgens fiscaal-jurist Jacques Raaijmakers, zal de fiscus waarschijnlijk met hun onderzoek de cassatie afwachten. “Mocht het definitief vaststaan dat sprake is van arbeidsovereenkomst, dan zal de fiscus waarschijnlijk niet verder naheffen dan 1 januari 2025, de datum dat het handhavingsmoratorium eraf werd gehaald. Alsnog zal de schade aanzienlijk zijn.”

En daar komen de civielrechtelijke massaclaims van de bonden inzake de loonvorderingen van  uitzendkrachten dan nog bovenop. Het betaalde tarief zal waarschijnlijk het periodeloon wel dekken, verwacht Van der Voet. “Maar Temper zal afgezien daarvan alle beloningselementen moeten nabetalen, van reiskosten tot vakantiedagen en doorbetaling bij ziekte.”

“In het arrest heeft het hof alleen een verklaring voor recht afgegeven”, benadrukt hij, maar de beslissing is niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dat betekent dat de beslissing pas opeisbaar is na het verstrijken van de cassatietermijn. Tenzij Temper daadwerkelijk in cassatie gaat. Daar zal Temper vermoedelijk wel toe overgaan. StiPP en de Belastingdienst zullen deze procedure vermoedelijk afwachten. Als individuele Temper-werkers achterstallig loon willen navorderen, kan dat al wel. Met dit arrest in de hand, maken zij een aardige kans. Maar weinig werkers zullen dat nu al doen, schat ik zo in.”

Inlenersaansprakelijkheid

Welk risico loopt de inlener? Dat is de vraag die bij de uitspraak van de rechtbank boven de markt bleef hangen. Bij wie wordt de uiteindelijke bon neergelegd? De rechter heeft in het arrest niet voor recht verklaard dat de opdrachtgevers aansprakelijk zijn voor te laag betaalde lonen. Maar dat hoeft helemaal niet, zegt arbeidsrechtadvocaat Maarten Tanja van Köster Advocaten. “De inleners zijn aansprakelijk voor niet-betaalde loonheffingen op grond van de Wet Aanpak schijnconstructies. Die hobbel is meteen genomen, doordat Temper als uitzend-werkgever is aangemerkt.” 

Fiscaal geldt dat ook. “Als Temper de loonheffing niet kan betalen – en dat is niet ondenkbaar – volgt uit de wettelijke inlenersaansprakelijkheid, dat de opdrachtgevers kunnen worden aangesproken voor niet betaalde loonheffing, zegt Van der Voet. “Overigens is hier al jaren voor gewaarschuwd.”

Ook wat betreft de civielrechtelijke loonvordering lopen de opdrachtgevers risico, vult Van der Voet aan. “De Wet aanpak schijnconstructies geeft uitzendkracht de keus wie ze mogen aanspreken bij loonvorderingen: de opdrachtgever of Temper of allebei.”

Cassatie

Beide advocaten verwachten dat Temper in cassatie zal gaan, al is het maar om eventuele nabetalingen voor zich uit te schuiven. Op zich vindt Tanja het arrest goed te volgen. “In het oordeel van de rechtbank werd de arbeidsrelatie buiten beschouwing gelaten. Alleen de constructie is beoordeeld. In hoger beroep beoordeelde het hof de arbeidsrelatie wél en vielen de punten daarna als dominostenen één voor één om. De bemoeienis van Temper met het platform is daarbij zodanig dat het de rol van uitzender heeft, en niet die van bemiddelaar, zoals het zelf had aangedragen.”

Mocht Temper in cassatie gaan, dan zit daar weinig ruimte om tot een andere beoordeling te komen, schat Tanja in. Wat wel eventueel nog voor cassatie vatbaar is, is de eenvormigheid van de groep werkers, meent hij. Temper voerde verweer dat in lijn van het Uber-arrest de werkers te veel van elkaar verschillen voor een gemeenschappelijke beoordeling van de zelfstandigheid. De ene zzp’er is de andere niet, zelfs als ze hetzelfde (soort) werk doen. Daar heeft Temper ze een kwetsbaar punt in dit arrest te pakken, aldus Tanja.

Voor Van der Voet is het nog geen gelopen race. Ook hij denkt  dat het “heterogeniteitsbeginsel” een aspect is dat heroverwogen kan worden. Tegelijkertijd tekent hij aan dat de Temper-werkers van een ander kaliber zijn dan taxi-chauffeurs van Uber als het gaat om ondernemerschap. “Bij Temper gaat het vaak om studenten die zich inschrijven bij de Kamer van Koophandel, omdat het moet van het platform. Het externe ondernemerschap is in deze zaak ook minder doorslaggevend, nu de overige punten heel duidelijk wijzen op loondienst.”

Er zijn wel andere technisch-juridische punten waar je vraagtekens bij kan zetten. Is het wel een uitzendovereenkomst bijvoorbeeld? “Daar is natuurlijk veel voor te zeggen, maar in het arrest is het weinig onderbouwd.”

Fiscaal-jurist Raaijmakers is dat met hem eens. Hij vindt dat het hof op punten kort door de bocht gaat: “Aan een punt als inbedding wordt wel heel snel voorbijgegaan. Ik kan me voorstellen dat een Hoge Raad een andere zienswijze heeft.”

Andere platforms

Voor alle partijen die op dezelfde manier werken, is dit een wakeup call, zegt Van der Voet,. “Er bestaat gerede kans dat het dan ook als uitzendwerk wordt gezien. De uitzendbureaus zullen dit arrest met gejuich hebben ontvangen.”

Tanja knikt. “Door niet de bijbehorende premies en belastingen te betalen én sectorale arbeidsvoorwaarden te negeren, is wat Temper doet feitelijk oneerlijke concurrentie, waarbij ze uitzendbureaus uit de markt drukken.”

Temper was zich niet beschikbaar voor inhoudelijk commentaar, anders dan dat een woordvoerder zegt “zeer verrast te zijn door de uitspraak”. Temper gaat de komende weken het arrest bestuderen en zich beraden op cassatie.

Geplaatst in In de wet, Rechtspraak | Tags , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Temper is toch een uitzendbureau: wie betaalt straks de rekening?

Arbeidsmigratie vraagt om regie en verantwoordelijkheid

De discussie over arbeidsmigratie wordt vaak gevoerd alsof Nederland voor een simpele keuze staat: voor of tegen.

Het CBS-onderzoek dat deze week verscheen, laat een veel genuanceerder beeld zien. Een ruime meerderheid van de Nederlanders vindt dat arbeidsmigranten welkom zijn, maar wel met een maximum aantal. Driekwart denkt dat arbeidsmigratie personeelstekorten in bepaalde sectoren kan helpen oplossen. Ongeveer de helft ziet ook economische meerwaarde. Tegelijk maakt een meerderheid zich zorgen over de druk op de woningmarkt.

Dat is geen tegenstrijdigheid. Het laat vooral zien dat veel Nederlanders arbeidsmigratie niet zwart-wit benaderen. Zij zien het belang ervan voor de arbeidsmarkt, maar plaatsen daar duidelijke voorwaarden en zorgen naast.
Die combinatie van erkenning en zorg is goed te begrijpen.

Een dubbel beeld

Arbeidsmigranten leveren al jaren een belangrijke bijdrage aan sectoren als logistiek, tuinbouw, voedselproductie, techniek en zorg. Tegelijk raken vragen over huisvesting, leefbaarheid en voorzieningen steeds nadrukkelijker aan het maatschappelijke debat over arbeidsmigratie.

Het CBS-onderzoek bevestigt dat dubbele beeld: erkenning van het nut van arbeidsmigratie, naast zorgen over woningen, overlast en integratie.

Juist daarom laat dit onderzoek zien dat het debat over arbeidsmigratie niet alleen over aantallen gaat. Het gaat ook over de voorwaarden waaronder arbeidsmigratie plaatsvindt.

Denk aan fatsoenlijke huisvesting, eerlijke arbeidsvoorwaarden, handhaving tegen misstanden en aandacht voor taal, participatie en leefomgeving. Ook regie op waar mensen werken en wonen is daarbij van belang.

Arbeidsmigranten zijn geen abstract begrip of beleidsdossier. Het zijn mensen die naar Nederland komen om te werken en daarmee bijdragen aan sectoren waarin het personeel schaars is. Dat maakt des te belangrijker dat het gesprek over arbeidsmigratie niet alleen over economische noodzaak gaat, maar ook over de manier waarop we dat in Nederland organiseren.

Misschien is dat wel de belangrijkste les van dit onderzoek. De meeste Nederlanders lijken arbeidsmigratie niet principieel af te wijzen, maar verbinden daar wel duidelijke voorwaarden aan. Dat vraagt om regie en verantwoordelijkheid van politiek, werkgevers en samenleving.

Geplaatst in In de wereld, Werken 4.0 | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor Arbeidsmigratie vraagt om regie en verantwoordelijkheid

FlexNieuws lezersonderzoek: waar hangt het succes van je flexbureau van af (in de toekomst)?

In het kader van de publicatie van de FlexNieuws TOP 100 2026 is een lezersonderzoek gehouden waaraan 167 respondenten uit de flexbranche hebben deelgenomen. Dit eerste artikel (van twee) beschrijft een aantal opvallende uitkomsten.

Het geheim achter groei: goede relaties

Welke factoren bepalen of je als flexbureau een gezonde, langdurige groei kunt realiseren? Het antwoord op die vraag is tweeledig, blijkt uit het lezersonderzoek. Aan de ene (harde) kant gaat het volgens de respondenten om het benutten van technische mogelijkheden: 22 procent ziet meer digitalisering en AI-toepassingen als het speerpunt voor duurzame groei. Dit moet volgens een op de zes respondenten leiden tot het verbeteren van de huidige dienstverlening. Een op de tien denkt zelfs dat dankzij slimme digitalisering hele nieuwe vormen van dienstverlening zullen ontstaan.

Maar nog veel belangrijker blijkt de softere kant, de menselijke factor. Volgens 84 procent hangt het wel of niet realiseren van langdurige groei af van de relatie met opdrachtgevers en in iets mindere mate de relatie met kandidaten (59%). Het opbouwen en onderhouden van een sterke relatie is ondanks alle digitalisering dus nog altijd bepalend in het uitzendwerk. Het is en blijft mensenwerk. Daarin kun je je onderscheiden, jouw waarde tonen en blijf je de concurrentie voor. Opdrachtgevers willen zaken doen met mensen die ze persoonlijk kennen en waarvan ze weten dat het flexbureau hun business begrijpt en de lokale markt kent. Dat verklaart wellicht dat de TOP 100 aantoont dat ook kleine tot middelgrote generieke uitzenders (omzet < 100 miljoen euro) blijven groeien. Hun kracht zit vaak in de sterke regiofunctie die ze hebben en de persoonlijke contacten die deze mkb-flexondernemers hebben met bedrijven en organisaties in de nabije omgeving.  

Bron: FlexNieuws

Optimaliseren of specialiseren?

Wim Davidse, hoofdredacteur FlexNieuws en flexexpert, stelde eind vorig jaar dat flexondernemers op een T-splitsing staan. Ga je linksaf en probeer je wat je al deed te optimaliseren (efficiëntie)? Of sla je rechtsaf en ga je mee op weg naar die nieuwe toekomst van flex? Zijn advies: sla rechtsaf, ga voor die toegevoegde waarde voor de opdrachtgever en kandidaat. 

Davidse raadt flexbureaus al jaren aan om zich te specialiseren, in een niche, voor een specifieke doelgroep of door een unieke propositie. Uit het lezersonderzoek blijkt dat ook een overgrote meerderheid van de flexondernemers meer gelooft in specialisatie dan in generiek bemiddelen (zie tabel hieronder). 

Dat lijkt tegenstrijdig met de cijfers uit de FlexNieuws TOP 100 die aantonen dat ook in het lastige jaar 2025 kleinere tot middelgrote generieke uitzenders zijn blijven groeien, zoals hiervoor beschreven. Maar dat is het niet als je het focussen op goede, persoonlijke relaties met opdrachtgevers en kandidaten door regionale spelers in de uitzendbranche ook als specialisme ziet. Specialiseren en je onderscheiden in de markt kan op vele manieren.

Leiderschap

Opvallend is dat bijna een kwart van de respondenten uit het lezersonderzoek (23%) stelt dat teamspirit en (intern) werkplezier het geheim achter langetermijnsucces is. Dat impliceert gedreven en inspirerend leiderschap. Hoewel deze factor in het lezersonderzoek niet hoog scoort, vormt dit volgens Sandra Klijn, expert werkgeluk en leiderschap, wel degelijk de basis voor succes. “Die drie factoren – een sterke relatie met opdrachtgevers, het kennen van de kandidaten en onderscheidend zijn als flexbedrijf – kun je alleen realiseren dankzij goed leiderschap”, zo zei Klijn tijdens het recente FlexNieuws TOP 100 live-event.

Toekomst van flex: tijd voor verandering

Er zijn flexondernemers die nauwelijks last lijken te hebben van de moeilijke marktomstandigheden waarin de branche verkeert: 12 procent van de respondenten in het lezersonderzoek stelt dat het ‘prima’ gaat en dat zij lekker blijven groeien. Een op de vijf (21%) ziet de sterke krimp (in uitzenduren, die al vier jaar tijd aanhoudt) als een tijdelijke hick-up en stelt: ‘komt straks wel weer, dan gaan we weer lekker groeien’.

Maar de grote meerderheid denkt dat zij als flexbureau een omslag moeten maken om in de toekomst succesvol te blijven. Tijd voor verandering dus. Een derde (33%) stelt dat de rek eruit is en de branche als geheel onder druk staat. Zij zien vooral toekomst in het optimaliseren van hun bedrijfsprocessen om de kosten verder te drukken. Digitalisatie en AI moeten leiden tot slimmer, efficiënter werken.  

Een bijna even grote groep (30%) ziet meer in een offensieve strategie, namelijk inzetten op innovatie en het uitbreiden van hun dienstverlening. “Flexbedrijven moeten zich niet langer alleen maar richten op het realiseren van meer uitzenduren, maar hun dienstverlening verbreden (waardecreatie)”, zo zei Reinder Koelewijn (Rabobank) begin dit jaar in zijn column voor FlexNieuws. 

Een van de respondenten ziet het als iets positiefs dat de tijd van ‘snel geld verdienen’ voorbij is. “Er komt meer ruimte voor ondernemers die willen bijdragen aan de professionalisering en voelen wat echt mensenwerk inhoudt. Je gaat voor het geld de zorg niet meer in.”

Anderen zijn minder positief over die professionalisering van de branche (strengere wet- en regelgeving, zoals het toelatingsstelsel, red.) en denken dat dit de ‘genadeklap’ zal zijn voor gewone MBK-uitzendbedrijven. 

Financiële resultaten 2026 onder druk

Flexondernemers zijn (van nature) positief over de toekomst, maar dat wil niet zeggen dat het er gemakkelijker op wordt. Vooralsnog staan de financiële resultaten van flexbedrijven stevig onder druk. Een ‘dure’ cao, nog meer wet- en regelgeving op een (iets afgekoelde, maar nog altijd) krappe arbeidsmarkt: dat heeft zijn weerslag op de financiële verwachtingen voor 2026. Het lezersonderzoek geeft dan ook een wisselend beeld van de financiële situatie van uitzenders in de eerste maanden van dit jaar. ‘Het gaat (veel) beter dan vorig jaar’, zegt een derde. Bijna evenzoveel (32%) ziet geen verschil met het jaar daarvoor. En 34 procent merkt na het eerste kwartaal al dat 2026 een minder goed jaar gaat worden. Vooral bij grote uitzenders staan de financiële resultaten onder druk: 42 procent van de grote uitzenders (omzet > 100 miljoen euro) geeft aan dat 2026 een financieel slechter jaar wordt dan 2025.

Het beeld is dus sterk afhankelijk van de omvang van het flexbedrijf en de markt (doelgroep) waarin het actief is. Zo zijn de vooruitzichten voor de non-profit sector opvallend positiever: daarvan zegt slechts 20 procent dat de resultaten achterblijven bij vorig jaar. Conclusie is dat ondanks de moeilijke marktomstandigheden flexbedrijven heel wisselend blijven presteren. Waar de een krimpt, blijft de ander groeien. Dat gevarieerde beeld zien we in de FlexNieuws TOP 100 duidelijk terug. Of die trend doorzet en welke uitschieters (in positieve en negatieve zin) we in 2026 zullen zien? De verwachting is dat de verschillen tussen groeiers en dalers weleens nog groter kunnen worden in dit roerige jaar. Maar dat weten we pas wanneer de volgende FlexNieuws TOP 100 (in mei 2027) verschijnt.  


Dit is het eerste artikel over de uitkomsten van het FlexNieuws lezersonderzoek dat is gehouden in het kader van de publicatie van de FlexNieuws TOP 100 2026. Het tweede artikel (dat later deze maand volgt) gaat in op de huidige uitdagingen, zoals de krapte, wet- en regelgeving en gevolgen van de nieuwe cao waar flexbureaus mee kampen.

 

Geplaatst in Flexdata, In de branche | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor FlexNieuws lezersonderzoek: waar hangt het succes van je flexbureau van af (in de toekomst)?