Maandelijkse archieven: mei 2026

Wanneer groei vraagt om een andere backoffice-inrichting

Je bureau groeit. Nieuwe opdrachtgevers, meer plaatsingen, misschien een tweede vestiging of een extra label. Alles draait, maar het kost meer energie dan vroeger. Niet omdat er structureel iets misgaat, maar omdat er steeds iets is dat aandacht vraagt. Een correctie in de verloning, een vraag over een contract die bij de verkeerde persoon terechtkomt, een rapportage die niet klopt met wat je in je hoofd had. Los van elkaar zijn het kleine dingen. Samen vormen ze een patroon dat je als ondernemer langzaamaan begint te herkennen.

Dit is het moment waarop veel middelgrote uitzendbureaus zichzelf dezelfde vraag stellen: past onze backoffice-inrichting nog bij waar we nu staan?

Groei vergroot wat er al is

Een backoffice die bij 50 plaatsingen per maand goed functioneert, hoeft dat niet automatisch te doen bij 500. Niet omdat de partij of het systeem slechter is geworden, maar omdat de organisatie eromheen veranderd is. Meer contractvormen, complexere klantafspraken, een groter team dat afhankelijk is van dezelfde processen en dat stelt andere eisen.

Wat je dan ziet, is dat bureaus gaan compenseren. Extra controles inbouwen, afspraken mondeling bevestigen, sleutelmensen aanwijzen die “het systeem kennen”. Dat werkt, tot op zekere hoogte. Maar het maakt de organisatie ook gevoeliger. Voor uitval, voor fouten op grotere schaal, voor het verlies van overzicht op het moment dat je het het minst kunt gebruiken.

Dit is geen falen. Het is wat er gebeurt als een organisatie groeit en de infrastructuur daar niet automatisch in meegroeit. De vraag is niet of je iets fout hebt gedaan. De vraag is of de inrichting die je had, nog past bij de fase waar je nu in zit.

Waarom die vraag in 2026 urgenter is

Er zijn altijd redenen om de status quo te laten voor wat die is. Maar er zijn ook momenten waarop externe ontwikkelingen de balans doen kantelen. 2026 is zo’n moment.

De nieuwe uitzend-cao introduceert het begrip gelijkwaardige beloning, wat in de praktijk betekent dat de arbeidsvoorwaarden per inlener zorgvuldiger vastgelegd en bijgehouden moeten worden. Wie dat niet goed organiseert, loopt risico op fouten in de verloning; met gevolgen voor de relatie met je opdrachtgevers én voor de aansprakelijkheid.

Daarnaast stelt de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) vanaf 2026 eisen aan uitzendbureaus die willen blijven werken voor inleners, die op hun beurt verplicht zijn gecertificeerde partijen in te huren. Compliance is daarmee geen intern vraagstuk meer, maar een commerciële voorwaarde.

Geen van deze ontwikkelingen is reden voor paniek. Maar ze maken wel duidelijk dat de backoffice steeds minder alleen een uitvoerend thema is en steeds meer een bestuurlijk vraagstuk. Het raakt aan risicobeheersing, aan de kwaliteit van je dienstverlening en aan de positie die je inneemt in de markt.

Optimaliseren of herinrichten

Niet elk bureau dat deze vragen herkent, hoeft direct over te stappen. Dat is een nuance die belangrijk is. Voor sommige organisaties is de inrichting in de kern goed en is het een kwestie van bijsturen: betere afspraken, slimmere processen, een upgrade van de software. Dat is een reële en verstandige keuze als de basis solide is.

Maar voor andere bureaus zit het knelpunt dieper. De processen zijn niet inefficiënt omdat ze slecht worden uitgevoerd, maar omdat de structuur zelf niet schaalbaar is. Handmatige stappen, systemen die niet met elkaar communiceren, kennis die bij één of twee mensen ligt in plaats van in de organisatie verankerd te zijn. In dat geval lost optimaliseren het probleem niet op, je verschuift het alleen.

Het verschil tussen deze twee situaties is niet altijd van buitenaf zichtbaar. Dat maakt het precies het soort vraagstuk waarbij een externe blik iets kan toevoegen.

Drie signalen die het waard zijn om serieus te nemen

  1. Je bent méér tijd kwijt aan afstemming dan aan het werk zelf. Niet omdat je team niet goed functioneert, maar omdat processen vragen om uitleg, bevestiging of herstel. Dat is een teken dat er meer energie gaat zitten in het systeem onderhouden dan in het laten groeien.
  2. Je weet niet altijd zeker of je compliant bent. Niet omdat je de regels negeert, maar omdat de cao-toepassing, de contractvormen of de facturatie-afspraken niet op één plek volledig zijn vastgelegd. Bij 50 plaatsingen kon je dat bijhouden. Bij 500 is dat een risico.
  3. Beslissingen duren langer. Niet door gebrek aan daadkracht, maar omdat de informatie waarop je moet sturen niet direct beschikbaar is of niet betrouwbaar genoeg voelt. Groei vraagt om voorspelbaarheid, en voorspelbaarheid vraagt om inzicht.

Iemand die jouw organisatie begrijpt

De meeste organisaties die wij spreken, zijn niet op zoek naar een partij die iets komt aandragen, maar naar iemand die hun situatie begrijpt en helpt om scherp te krijgen wat er speelt. Of dat nu leidt tot optimaliseren, herinrichten of simpelweg bevestigen dat de basis nog klopt.

Juist dat soort gesprekken helpen om weer overzicht te krijgen en keuzes bewuster te maken. Voor bureaus die dit herkennen, kan het waardevol zijn om hier af en toe bewust bij stil te staan, al dan niet samen met iemand van buitenaf.

Geplaatst in In de wereld, Werken 4.0 | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor Wanneer groei vraagt om een andere backoffice-inrichting

Uitspraak rechter over uitzendkracht bij Albert Heijn ‘opmerkelijk’

Uitzendkracht Pawel werkt zeven jaar lang via Otto Work Force in de distributiecentra van Albert Heijn. Hij wil graag in vaste dienst bij Albert Heijn. Maar deze zet na zeven jaar de inlening stop. De uitzendkracht vindt dat hij recht heeft op een vaste instelling bij Albert Heijn en stapt, ondersteund door vakbond FNV, naar de rechter.

De kantonrechter gaat mee in de eis van de uitzendkracht. “Albert Heijn heeft hiermee misbruik gemaakt van de uitzendovereenkomst, omdat de inlening van de uitzendkracht langer heeft geduurd dan redelijkerwijs als tijdelijk is aan te merken en voor de duur van de inlening onvoldoende objectieve verklaring is gegeven.”

Albert Heijn had de man al na drie jaar in dienst moeten nemen, oordeelt de rechter. En de inlener moet de uitzendkracht met terugwerkende kracht alsnog een vaste aanstelling geven. 

De zaak Upfield

Uit de Europese uitzendrichtlijn en de Europese jurisprudentie volgt dat uitzenden tijdelijk moet zijn. Maar nergens staat een termijn voorgeschreven. Hoe lang het tijdelijk mag duren en onder welke condities, is aan de nationale rechters om te bepalen.

Eén keer eerder boog de Nederlandse rechter zich over de tijdelijkheid van uitzenden. In de zaak Upfield eiste een productiemedewerker na dertien jaar uitzendwerk een vaste aanstelling. De zaak diende uiteindelijk voor de Hoge Raad. Die gaf de man gelijk: dertien jaar was te veel van het goede. De behoefte van het bedrijf aan een flexibele schil vond de raad onvoldoende verklaring voor een dermate lange termijn. De zaak werd terugverwezen naar het hof, dat nog uitspraak moet doen.

Na drie jaar in vaste dienst

Hoewel sommigen in het arrest lezen dat een flexschil nooit een rechtvaardiging mag zijn voor het inhuren van uitzendkrachten, is dat voor arbeidsrechtadvocaat Maarten Tanja een brug te ver. De behoefte aan flexibiliteit kan wel degelijk een valide reden zijn om uitzendkrachten langere tijd in te huren, stelt hij. “Het enige wat er in het Upfield-arrest staat is: naarmate het uitzenden langer duurt, moet het inlenende bedrijf beter kunnen onderbouwen waarom.”

De vraag die in deze tweede zaak voorlag was dus of Albert Heijn valide redenen had om deze uitzendkracht zeven jaar lang in te huren. De rechter vond van niet. Maar aan de onderbouwing daarvan is de rechter onvoldoende toegekomen, vindt Tanja. En hij vraagt zich af of dit vonnis in hoger beroep zal standhouden.

“Er is weinig inhoudelijk gekeken hoe er gewerkt is en waarom je dat wel of niet tijdelijk mag noemen. Albert Heijn heeft verschillende argumenten aangevoerd. Zo had de werkgever geen goede ervaringen met deze uitzendkracht en is het bedrijf heel terughoudend geweest om hem te blijven inschakelen. Ik kan me voorstellen dat je iemand die niet goed functioneert liever niet in vaste dienst neemt.”

Ook heeft AH aangevoerd dat zij bezig is met de mechanisering van haar distributiecentra. De aard en hoeveelheid van toekomstige functies in de distributiecentra zijn daarom onzeker. Daarom maakt AH de bedrijfsstrategische keuze om te werken met uitzendkrachten, zodat snel kan worden ingespeeld op ontwikkelingen in de personeelsbehoefte. Maar de kantonrechter heeft geen van de argumenten gehonoreerd. 

Waarom een periode van drie jaar?

Tanja vindt de uitspraak in de zaak Albert Heijn opmerkelijk. Dat een uitzendperiode van zeven jaar lang een gang naar de rechter rechtvaardigt, begrijpt hij ergens nog wel. In deze zaak is de rechter duidelijk op zoek naar een houvast. Maar dat hij uitkomt bij een periode van drie jaar vindt de advocaat onnavolgbaar. “De rechter baseert dat op de wettelijke regeling dat tijdelijke contracten na 36 maanden overgaan in een contract voor onbepaalde tijd. Maar dat is wetgeving die helemaal niets met de tijdelijkheid van uitzenden van doen heeft. Daar maakt deze rechter in mijn ogen een heel rare sprong.”

Wel ligt er een voornemen van voormalig minister Van Hijum om een maximumtermijn van inlenen van 36 maanden in te voeren. Maar dat voorstel is nog geen wet, benadrukt Tanja. “Je kunt daar als rechter niet op vooruitlopen.” 

Rechtsgeldige overeenkomst

Opmerkelijk vindt hij bovendien dat de uitzendkracht met terugwerkende kracht in dienst komt. “Hoe zou dat vorm moeten krijgen? Er is altijd gehandeld op basis van een rechtsgeldige uitzendovereenkomst met Otto Work Force. Er zijn betalingen gedaan uit hoofde van een arbeidsovereenkomst. Gaat Otto nu met terugwerkende kracht loon terugvorderen? En wat betekent dit voor de overeenkomst tussen Otto en Albert Heijn? Moet de opslag die Albert Heijn heeft betaald aan Otto ook worden teruggedraaid?” 

Ondertussen reageert vakbond FNV verheugd op de winst en onderstreept het belang van de uitspraak. “Dit gaat niet alleen over Pawel”, zegt een woordvoerder tegen de NOS. “De rechter bevestigt dat iemand die ergens drie jaar lang als uitzendkracht werkt, het recht heeft om daarna in dienst genomen te worden.”

Individuele zaak

Tanja is het daar niet mee eens. “Dit gaat alleen over Pawel. Het is een individuele weging. Het is een weging van de tijdelijkheid van de individuele uitzendkracht bij de individuele inlener. In het Nederlands recht bestaat nog geen algemene regel over wanneer die tijdelijkheid voorbij is. Daarom kijk ik ook met belangstelling naar het oordeel van het hof in de Upfield-zaak. Ik ben benieuwd hoe zij deze juridische knopen gaan doorhakken, want eigenlijk voorziet het recht niet in een eenvoudige, snelle oplossing.”

 

Geplaatst in In de wet, Rechtspraak | Tags , , , , | 2s Reacties

AWVN: Loonafspraken opnieuw boven 3 procent

Het maandgemiddelde van de cao-looncijfers kwam in april 2026, net als in maart, uit op 3,1%. Daarmee staat het gemiddelde over 2026 na april eveneens op 3,1%. De 20 cao’s die afgelopen maand werden afgesproken, gelden voor 163.000 werknemers.

Het AWVN-looncijfer geeft aan wat werknemers die onder de betreffende cao’s vallen in de komende 12 maanden aan loonsverhogingen kunnen verwachten. De periodieke cao-cijfers van het CBS kijken terug op de realisatie van de gemaakte cao-afspraken.

Loonafspraken historisch hoog

AWVN maakt zich al langere tijd grote zorgen over de ontwikkeling van de lonen en de loonkosten en het effect daarvan op de Nederlandse concurrentiepositie. De cao-loonafspraken reageren paradoxaal op verslechterende economische omstandigheden en de toegenomen geopolitieke onzekerheid als gevolg van de Iran-oorlog. Terwijl de waarschuwingen over de Nederlandse economie steeds luider klinken, blijven de loonafspraken historisch hoog. Tot 2022 kwamen loonafspraken decennialang niet boven de 2% uit.

Ter verklaring wijst AWVN primair op inflatieverwachtingen van cao-partijen: zij houden rekening met hogere inflatie en lopen daarop vooruit. De financiële ruimte die nodig is om de lonen te verhogen, halen veel werkgevers elders in hun begroting. AWVN waarschuwt dat deze eenzijdige focus op loon ten koste gaat van andere arbeidsvoorwaarden, zoals extra reiskostenvergoedingen. Ook staan de investeringen in opleiding en ontwikkeling van werknemers in toenemende mate onder druk. Daarnaast constateert AWVN dat een loonstijging van 3% een psychologische ondergrens is gaan vormen.

AWVN organiseert op jaarcongres 8 juni haar jaarcongres met als thema groei van de (arbeids)productiviteit. De gestagneerde groei van Nederlandse arbeidsproductiviteit is een belangrijke factor in de moeizame economische ontwikkeling. Onder meer de loonkosten zijn relatief te hoog. Als de arbeidsproductiviteit (meer) stijgt, schept dat meer loonruimte, wordt de winstgevendheid van bedrijven beter en ontvangt de overheid meer belasting.

Kerncijfers

Loonafspraken april, gemiddeld 3,1%
Loonafspraken kalenderjaar 2026, gemiddeld 3,1%
Loonafspraken kalenderjaar 2025, gemiddeld 3,8%
Hoogste maandgemiddelde afgelopen jaren 8,0% in september 2023
Laagste maandgemiddelde afgelopen jaren 1,6% in oktober 2020
Aantal nieuwe cao-akkoorden in april 2026 20 voor 163.000 werknemers
Gemiddeld aantal nieuwe cao-akkoorden in maand april 32
Aantal aflopende cao’s in 2026 422 voor 2,9 mln. werknemers
Aantal vernieuwde cao’s die in 2026 ingaan 159 voor 1,2 mln. werknemers
Aantal openstaande cao’s op dit moment (expiratie in 2025) 38 voor 27.000 werknemers

 

Het cao-seizoen in één oogopslag

Aantal afgesloten akkoorden en gemiddelde afgesproken cao-loonstijging per afsluitmaand (exclusief incidentele loonsverhogingen).

Geplaatst in Arbeidsmarktdata, In de wereld | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor AWVN: Loonafspraken opnieuw boven 3 procent

AI bij BackOfficer: slimmer werken, met aandacht

AI is bij BackOfficer geen speeltje en geen einddoel. Het is een hulpmiddel dat met ons meeloopt in het werk. Soms op de voorgrond, vaker op de achtergrond, maar altijd bedoeld om ons werk beter, slimmer en zorgvuldiger te doen.

Sneller inzicht, meer ruimte om na te denken

Binnen marketing helpt AI ons dagelijks. Bij het uitvoeren van analyses, het scherper maken van inzichten en het aanscherpen van teksten. We willen niet dat dit ons denken vervangt, maar wel dat het  bepaalde processen en werkzaamheden versnelt. Patronen die normaal pas later zichtbaar worden, komen nu eerder bovendrijven. Dat helpt bij keuzes maken en prioriteiten stellen.

Ook bij de inzet van ons marketingbudget gebruiken we AI. Door informatie uit verschillende bronnen samen te brengen, worden verbanden zichtbaar. Ontwikkelingen in interesse van de doelgroep, de timing van campagnes en het effect daarvan. Het zorgt ervoor dat we sneller kunnen bijsturen en minder hoeven gokken.

Wat dat oplevert? Overzicht. En ruimte. Ruimte om bezig te zijn met inhoud en richting, in plaats van eindeloos handmatig analyseren.

Marketing en sales dichter bij elkaar

De inzichten die AI ons geeft, stoppen niet bij marketing. Door data slimmer te verbinden, ontstaan signalen die ook voor sales waardevol zijn. Bewegende markten, terugkerende vragen, momenten waarop de behoefte toeneemt. Geen voorspellingen op basis van onderbuikgevoel, maar onderbouwde aanknopingspunten.

Dat maakt samenwerken makkelijker. En effectiever.

AI in onze dienstverlening: rust in de operatie

Minstens zo belangrijk is wat AI voor onze operationele dienstverlening doet. Daar draait alles om betrouwbaarheid, consistentie en zorgvuldigheid. En juist daar voegt AI veel waarde toe.

Dagelijks werken we met veel data uit verschillende systemen. AI helpt om die informatie met elkaar te verbinden. Het legt verbanden, signaleert afwijkingen en brengt structuur aan. In plaats van losse puzzelstukjes ontstaat er een samenhangend beeld.

Dat zie je terug in controlewerkzaamheden, het automatisch aanvullen van informatie en het consistent toepassen van regels en afspraken. Denk aan beloningen, cao-gegevens of administratieve vastleggingen. AI zorgt ervoor dat niets uit de pas loopt zonder dat het wordt opgemerkt.

Het resultaat? Minder handmatig werk en minder ruis, maar meer aandacht voor uitzonderingen en vragen die er écht toe doen.

Technologie die ondersteunt, geen hoofdrol speelt

We werken met moderne systemen en tools, waaronder oplossingen binnen het Microsoft-ecosysteem. Daar zit steeds vaker slimme ondersteuning in verweven. Niet zichtbaar voor iedereen, maar dit is merkbaar in de manier van werken. We merken het in hoe informatie wordt aangeboden, waar verbanden worden gelegd en hoe kennis beter beschikbaar blijft.

We gaan bewust niet tot in detail over systemen en functionaliteiten. Simpelweg omdat AI zich blijft ontwikkelen. En omdat de kracht juist zit in het geheel en niet in één specifieke toepassing.

Creatief, maar wel kritisch

Ook aan de creatieve kant gebruiken we AI. Voor ideeën, formats en eerste uitwerkingen. Het versnelt het proces en geeft extra invalshoeken. Vervolgens nemen wij het over. We kiezen, scherpen aan en maken het eigen. Wat goed voelt, houden we. Wat niet past, laten we los. Zo blijft wat we maken herkenbaar, oprecht en authentiek.

AI werkt snel, soms zelfs té snel. Daarom blijven we lezen, controleren en bevragen. Zeker als informatie van buiten komt, blijven we ons afvragen: klopt het inhoudelijk? Is het actueel? En sluit het aan bij de situatie van deze klant? Die kritische houding kost tijd, maar voorkomt fouten. En eerlijk gezegd levert het vaak betere keuzes op.

Ons DNA voorop

Wat we ook doen met AI: onze manier van werken verandert niet. We blijven nuchter, betrokken en scherp. Technologie ondersteunt ons, maar bepaalt nooit wie we zijn of hoe we werken. Authenticiteit blijft leidend in onze communicatie, in onze dienstverlening en in onze samenwerking met klanten en flexmedewerkers.

AI helpt ons om sneller te zien, beter te doen en rust te creëren in complex werk. In de marketing én in de operatie, mits je het verstandig inzet en scherp blijft. Daar geloven wij in en daar bouwen we elke dag verder aan.

Geplaatst in AI, In de cloud | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor AI bij BackOfficer: slimmer werken, met aandacht

Minister houdt vast aan ingangsdatum Wet TTA: 1 januari 2027

Minister Vijlbrief houdt vast aan het tijdspad van de gefaseerde inwerkingtreding van de wet toelating terbeschikkingstelling arbeidskrachten (Wtta). Er komt dus geen uitstel. Het toelatingsstelsel gaat op 1 januari 2027 in. Dat heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid laten weten aan de Tweede Kamer.

Vijlbrief erkent dat er zeker risico’s zitten in het stevige tijdspad maar, zo schrijft hij “de urgentie van het tegengaan van de misstanden in de uitzendsector (weegt) zwaarder dan het geringe profijt van uitstel.”

Risico’s

In zijn brief somt Vijlbrief een aantal risico’s op rond het tijdig op orde krijgen van de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU). Het onderzoeksbureau Gateway bracht die risico’s eerder in beeld.

Dat begint met de tijdige beschikbaarheid van de infrastructuur voor de informatievoorziening. Vijlbrief zegt dat de doorlooptijd ‘krap’ is maar dat er ook geen aanwijzingen zijn dat de huidige planning niet gehaald wordt.

Of de NAU alle aanvragen tijdig en correct kan verwerken hangt nog steeds vooral af van de hoeveelheid (voor)aanvragen. Daarover is nog steeds geen volledig inzicht. Ook het tijdig kunnen afgeven van een VOG voor Rechtspersonen in ‘een kort tijdsbestek’ is nog onderwerp van gesprek tussen de NAU en Justis.

De vraag of er voldoende inspectiecapaciteit is hangt ook samen met die aantallen. “De groei van de private inspectiecapaciteit is sterk afhankelijk van de omvang van de vraag vanuit de markt” schrijft Vijlbrief. Hij verwacht dat met het nu vaststellen van een definitieve inwerkingtredingsdatum en door het voeren een intensieve communicatiecampagne – die binnenkort gestart wordt – de markt in beweging komt en dat “inspectie-instellingen anticiperen op de verwachte vraag en investeren in groei van capaciteit.”

Geen uitstel

Risico’s dus, maar die zijn voor Vijlbrief geen aanleiding om invoering van de wet uit te stellen. Zo’n uitstel heeft volgens de minister “een remmend effect kunnen hebben op de benodigde stappen die, vanuit de markt en andere betrokkenen, worden gezet op deze onderwerpen. Inwerkingtreding van het toelatingsstelsel per 1 januari 2027 biedt goedwillende werkgevers een eerlijke kans en draagt direct bij aan de bescherming van kwetsbare arbeidskrachten. Uitstel van de inwerkingtreding van de Wtta weegt daarom niet op tegen de effecten van een zo snel mogelijke inwerkingtreding.”

Vijlbrief zegt dat de mogelijke gevolgen van deze risico’s – zoals wachtrijen als gevolg van onvoldoende inspectiecapaciteit of opschalingsmogelijkheden bij de NAU – bekend zijn en “waar mogelijk worden maatregelen getroffen om die te beheersen.” De minister wijst er ook op dat er overgangsrecht geldt “om te voorkomen dat uitleners door omstandigheden die buiten hun macht liggen bij de start van het toelatingsstelsel niet kunnen voldoen aan de Wtta. Uitleners die tijdig een aanvraag indienen, mogen blijven uitlenen zolang de NAU nog niet over de aanvraag heeft beslist.”

Normenkader nog niet volledig bekend

Tugba Karabulut, programmamanager ABU, wijst er in het kader van deze brief van minister Vijlbrief op dat het normenkader nog niet volledig is gepubliceerd. Eén belangrijk onderdeel ontbreekt namelijk en dat is de normeis die toeziet op de gelijk(waardige) beloning van werknemers.

“Die normeis wordt niet vóór de zomer gepubliceerd” zegt Karabulut. “Gelet op de complexiteit van dit vraagstuk en de noodzaak van zorgvuldigheid is besloten dat hiervoor meer tijd nodig is. Naar verwachting zal de normeis in oktober of november gereed zijn voor internetconsultatie en openbaar worden. Dit betekent dat de definitieve normeis pas tegen het einde van het jaar wordt vastgesteld. Met de invoering van de wet per 1 januari zal voor dit onderdeel dus een overgangsregeling nodig zijn. Uitleners moeten voldoende tijd krijgen voor de implementatie. Naar verwachting wordt hierover na de zomer meer bekend.”

Op het FlexNieuws TOP 100 LIVE event van 20 mei komt dit onderwerp uitgebreid ter sprake, onder andere in de sessie met Bureau Cicero directeur Patrick Tom. 

 

Geplaatst in In de wet, Wetten & CAO’s | 1 Reactie