Uitspraak rechter over uitzendkracht bij Albert Heijn ‘opmerkelijk’ Geplaatst 20 mei 2026 door Annet Maseland Uitzendkracht Pawel werkt zeven jaar lang via Otto Work Force in de distributiecentra van Albert Heijn. Hij wil graag in vaste dienst bij Albert Heijn. Maar deze zet na zeven jaar de inlening stop. De uitzendkracht vindt dat hij recht heeft op een vaste instelling bij Albert Heijn en stapt, ondersteund door vakbond FNV, naar de rechter. De kantonrechter gaat mee in de eis van de uitzendkracht. “Albert Heijn heeft hiermee misbruik gemaakt van de uitzendovereenkomst, omdat de inlening van de uitzendkracht langer heeft geduurd dan redelijkerwijs als tijdelijk is aan te merken en voor de duur van de inlening onvoldoende objectieve verklaring is gegeven.” Albert Heijn had de man al na drie jaar in dienst moeten nemen, oordeelt de rechter. En de inlener moet de uitzendkracht met terugwerkende kracht alsnog een vaste aanstelling geven. Lees ook: Hof van Justitie EU bepaalt dat tijdelijkheid essentieel element van uitzendarbeid is De zaak Upfield Uit de Europese uitzendrichtlijn en de Europese jurisprudentie volgt dat uitzenden tijdelijk moet zijn. Maar nergens staat een termijn voorgeschreven. Hoe lang het tijdelijk mag duren en onder welke condities, is aan de nationale rechters om te bepalen. Eén keer eerder boog de Nederlandse rechter zich over de tijdelijkheid van uitzenden. In de zaak Upfield eiste een productiemedewerker na dertien jaar uitzendwerk een vaste aanstelling. De zaak diende uiteindelijk voor de Hoge Raad. Die gaf de man gelijk: dertien jaar was te veel van het goede. De behoefte van het bedrijf aan een flexibele schil vond de raad onvoldoende verklaring voor een dermate lange termijn. De zaak werd terugverwezen naar het hof, dat nog uitspraak moet doen. Lees ook: Voor de rechter: mag een uitzendovereenkomst 13 jaar duren? Na drie jaar in vaste dienst Hoewel sommigen in het arrest lezen dat een flexschil nooit een rechtvaardiging mag zijn voor het inhuren van uitzendkrachten, is dat voor arbeidsrechtadvocaat Maarten Tanja een brug te ver. De behoefte aan flexibiliteit kan wel degelijk een valide reden zijn om uitzendkrachten langere tijd in te huren, stelt hij. “Het enige wat er in het Upfield-arrest staat is: naarmate het uitzenden langer duurt, moet het inlenende bedrijf beter kunnen onderbouwen waarom.” De vraag die in deze tweede zaak voorlag was dus of Albert Heijn valide redenen had om deze uitzendkracht zeven jaar lang in te huren. De rechter vond van niet. Maar aan de onderbouwing daarvan is de rechter onvoldoende toegekomen, vindt Tanja. En hij vraagt zich af of dit vonnis in hoger beroep zal standhouden. “Er is weinig inhoudelijk gekeken hoe er gewerkt is en waarom je dat wel of niet tijdelijk mag noemen. Albert Heijn heeft verschillende argumenten aangevoerd. Zo had de werkgever geen goede ervaringen met deze uitzendkracht en is het bedrijf heel terughoudend geweest om hem te blijven inschakelen. Ik kan me voorstellen dat je iemand die niet goed functioneert liever niet in vaste dienst neemt.” Ook heeft AH aangevoerd dat zij bezig is met de mechanisering van haar distributiecentra. De aard en hoeveelheid van toekomstige functies in de distributiecentra zijn daarom onzeker. Daarom maakt AH de bedrijfsstrategische keuze om te werken met uitzendkrachten, zodat snel kan worden ingespeeld op ontwikkelingen in de personeelsbehoefte. Maar de kantonrechter heeft geen van de argumenten gehonoreerd. Waarom een periode van drie jaar? Tanja vindt de uitspraak in de zaak Albert Heijn opmerkelijk. Dat een uitzendperiode van zeven jaar lang een gang naar de rechter rechtvaardigt, begrijpt hij ergens nog wel. In deze zaak is de rechter duidelijk op zoek naar een houvast. Maar dat hij uitkomt bij een periode van drie jaar vindt de advocaat onnavolgbaar. “De rechter baseert dat op de wettelijke regeling dat tijdelijke contracten na 36 maanden overgaan in een contract voor onbepaalde tijd. Maar dat is wetgeving die helemaal niets met de tijdelijkheid van uitzenden van doen heeft. Daar maakt deze rechter in mijn ogen een heel rare sprong.” Wel ligt er een voornemen van voormalig minister Van Hijum om een maximumtermijn van inlenen van 36 maanden in te voeren. Maar dat voorstel is nog geen wet, benadrukt Tanja. “Je kunt daar als rechter niet op vooruitlopen.” Lees ook: Minister Van Hijum: tijdelijkheid uitzenden met wet beperken tot 36 maanden Rechtsgeldige overeenkomst Opmerkelijk vindt hij bovendien dat de uitzendkracht met terugwerkende kracht in dienst komt. “Hoe zou dat vorm moeten krijgen? Er is altijd gehandeld op basis van een rechtsgeldige uitzendovereenkomst met Otto Work Force. Er zijn betalingen gedaan uit hoofde van een arbeidsovereenkomst. Gaat Otto nu met terugwerkende kracht loon terugvorderen? En wat betekent dit voor de overeenkomst tussen Otto en Albert Heijn? Moet de opslag die Albert Heijn heeft betaald aan Otto ook worden teruggedraaid?” Ondertussen reageert vakbond FNV verheugd op de winst en onderstreept het belang van de uitspraak. “Dit gaat niet alleen over Pawel”, zegt een woordvoerder tegen de NOS. “De rechter bevestigt dat iemand die ergens drie jaar lang als uitzendkracht werkt, het recht heeft om daarna in dienst genomen te worden.” Individuele zaak Tanja is het daar niet mee eens. “Dit gaat alleen over Pawel. Het is een individuele weging. Het is een weging van de tijdelijkheid van de individuele uitzendkracht bij de individuele inlener. In het Nederlands recht bestaat nog geen algemene regel over wanneer die tijdelijkheid voorbij is. Daarom kijk ik ook met belangstelling naar het oordeel van het hof in de Upfield-zaak. Ik ben benieuwd hoe zij deze juridische knopen gaan doorhakken, want eigenlijk voorziet het recht niet in een eenvoudige, snelle oplossing.” Geplaatst in In de wet, Rechtspraak | Tags arbeidsrecht, Europese Uitzendrichtlijn, FNV, tijdelijkheid van uitzenden, uitzendrichtlijn | 1 Reactie
AWVN: Loonafspraken opnieuw boven 3 procent Geplaatst 19 mei 2026 door Redactie FlexNieuws Het maandgemiddelde van de cao-looncijfers kwam in april 2026, net als in maart, uit op 3,1%. Daarmee staat het gemiddelde over 2026 na april eveneens op 3,1%. De 20 cao’s die afgelopen maand werden afgesproken, gelden voor 163.000 werknemers. Het AWVN-looncijfer geeft aan wat werknemers die onder de betreffende cao’s vallen in de komende 12 maanden aan loonsverhogingen kunnen verwachten. De periodieke cao-cijfers van het CBS kijken terug op de realisatie van de gemaakte cao-afspraken. Loonafspraken historisch hoog AWVN maakt zich al langere tijd grote zorgen over de ontwikkeling van de lonen en de loonkosten en het effect daarvan op de Nederlandse concurrentiepositie. De cao-loonafspraken reageren paradoxaal op verslechterende economische omstandigheden en de toegenomen geopolitieke onzekerheid als gevolg van de Iran-oorlog. Terwijl de waarschuwingen over de Nederlandse economie steeds luider klinken, blijven de loonafspraken historisch hoog. Tot 2022 kwamen loonafspraken decennialang niet boven de 2% uit. Ter verklaring wijst AWVN primair op inflatieverwachtingen van cao-partijen: zij houden rekening met hogere inflatie en lopen daarop vooruit. De financiële ruimte die nodig is om de lonen te verhogen, halen veel werkgevers elders in hun begroting. AWVN waarschuwt dat deze eenzijdige focus op loon ten koste gaat van andere arbeidsvoorwaarden, zoals extra reiskostenvergoedingen. Ook staan de investeringen in opleiding en ontwikkeling van werknemers in toenemende mate onder druk. Daarnaast constateert AWVN dat een loonstijging van 3% een psychologische ondergrens is gaan vormen. Lees ook: AWVN: Loonafspraken toch weer boven 3 procent AWVN organiseert op jaarcongres 8 juni haar jaarcongres met als thema groei van de (arbeids)productiviteit. De gestagneerde groei van Nederlandse arbeidsproductiviteit is een belangrijke factor in de moeizame economische ontwikkeling. Onder meer de loonkosten zijn relatief te hoog. Als de arbeidsproductiviteit (meer) stijgt, schept dat meer loonruimte, wordt de winstgevendheid van bedrijven beter en ontvangt de overheid meer belasting. Kerncijfers Loonafspraken april, gemiddeld 3,1% Loonafspraken kalenderjaar 2026, gemiddeld 3,1% Loonafspraken kalenderjaar 2025, gemiddeld 3,8% Hoogste maandgemiddelde afgelopen jaren 8,0% in september 2023 Laagste maandgemiddelde afgelopen jaren 1,6% in oktober 2020 Aantal nieuwe cao-akkoorden in april 2026 20 voor 163.000 werknemers Gemiddeld aantal nieuwe cao-akkoorden in maand april 32 Aantal aflopende cao’s in 2026 422 voor 2,9 mln. werknemers Aantal vernieuwde cao’s die in 2026 ingaan 159 voor 1,2 mln. werknemers Aantal openstaande cao’s op dit moment (expiratie in 2025) 38 voor 27.000 werknemers Het cao-seizoen in één oogopslag Aantal afgesloten akkoorden en gemiddelde afgesproken cao-loonstijging per afsluitmaand (exclusief incidentele loonsverhogingen). Geplaatst in Arbeidsmarktdata, In de wereld | Tags AWVN, cao, loonafspraken | Laat een reactie achter
AI bij BackOfficer: slimmer werken, met aandacht Geplaatst 19 mei 2026 door BackOfficer AI is bij BackOfficer geen speeltje en geen einddoel. Het is een hulpmiddel dat met ons meeloopt in het werk. Soms op de voorgrond, vaker op de achtergrond, maar altijd bedoeld om ons werk beter, slimmer en zorgvuldiger te doen. Sneller inzicht, meer ruimte om na te denken Binnen marketing helpt AI ons dagelijks. Bij het uitvoeren van analyses, het scherper maken van inzichten en het aanscherpen van teksten. We willen niet dat dit ons denken vervangt, maar wel dat het bepaalde processen en werkzaamheden versnelt. Patronen die normaal pas later zichtbaar worden, komen nu eerder bovendrijven. Dat helpt bij keuzes maken en prioriteiten stellen. Ook bij de inzet van ons marketingbudget gebruiken we AI. Door informatie uit verschillende bronnen samen te brengen, worden verbanden zichtbaar. Ontwikkelingen in interesse van de doelgroep, de timing van campagnes en het effect daarvan. Het zorgt ervoor dat we sneller kunnen bijsturen en minder hoeven gokken. Wat dat oplevert? Overzicht. En ruimte. Ruimte om bezig te zijn met inhoud en richting, in plaats van eindeloos handmatig analyseren. Lees ook: ‘Uitzendorganisaties moeten scherper dan ooit laten zien waar hun toegevoegde waarde ligt’ Marketing en sales dichter bij elkaar De inzichten die AI ons geeft, stoppen niet bij marketing. Door data slimmer te verbinden, ontstaan signalen die ook voor sales waardevol zijn. Bewegende markten, terugkerende vragen, momenten waarop de behoefte toeneemt. Geen voorspellingen op basis van onderbuikgevoel, maar onderbouwde aanknopingspunten. Dat maakt samenwerken makkelijker. En effectiever. AI in onze dienstverlening: rust in de operatie Minstens zo belangrijk is wat AI voor onze operationele dienstverlening doet. Daar draait alles om betrouwbaarheid, consistentie en zorgvuldigheid. En juist daar voegt AI veel waarde toe. Dagelijks werken we met veel data uit verschillende systemen. AI helpt om die informatie met elkaar te verbinden. Het legt verbanden, signaleert afwijkingen en brengt structuur aan. In plaats van losse puzzelstukjes ontstaat er een samenhangend beeld. Dat zie je terug in controlewerkzaamheden, het automatisch aanvullen van informatie en het consistent toepassen van regels en afspraken. Denk aan beloningen, cao-gegevens of administratieve vastleggingen. AI zorgt ervoor dat niets uit de pas loopt zonder dat het wordt opgemerkt. Het resultaat? Minder handmatig werk en minder ruis, maar meer aandacht voor uitzonderingen en vragen die er écht toe doen. Technologie die ondersteunt, geen hoofdrol speelt We werken met moderne systemen en tools, waaronder oplossingen binnen het Microsoft-ecosysteem. Daar zit steeds vaker slimme ondersteuning in verweven. Niet zichtbaar voor iedereen, maar dit is merkbaar in de manier van werken. We merken het in hoe informatie wordt aangeboden, waar verbanden worden gelegd en hoe kennis beter beschikbaar blijft. We gaan bewust niet tot in detail over systemen en functionaliteiten. Simpelweg omdat AI zich blijft ontwikkelen. En omdat de kracht juist zit in het geheel en niet in één specifieke toepassing. Lees ook: Han Mesters: ‘AI verandert rol uitzender fundamenteel’ Creatief, maar wel kritisch Ook aan de creatieve kant gebruiken we AI. Voor ideeën, formats en eerste uitwerkingen. Het versnelt het proces en geeft extra invalshoeken. Vervolgens nemen wij het over. We kiezen, scherpen aan en maken het eigen. Wat goed voelt, houden we. Wat niet past, laten we los. Zo blijft wat we maken herkenbaar, oprecht en authentiek. AI werkt snel, soms zelfs té snel. Daarom blijven we lezen, controleren en bevragen. Zeker als informatie van buiten komt, blijven we ons afvragen: klopt het inhoudelijk? Is het actueel? En sluit het aan bij de situatie van deze klant? Die kritische houding kost tijd, maar voorkomt fouten. En eerlijk gezegd levert het vaak betere keuzes op. Ons DNA voorop Wat we ook doen met AI: onze manier van werken verandert niet. We blijven nuchter, betrokken en scherp. Technologie ondersteunt ons, maar bepaalt nooit wie we zijn of hoe we werken. Authenticiteit blijft leidend in onze communicatie, in onze dienstverlening en in onze samenwerking met klanten en flexmedewerkers. AI helpt ons om sneller te zien, beter te doen en rust te creëren in complex werk. In de marketing én in de operatie, mits je het verstandig inzet en scherp blijft. Daar geloven wij in en daar bouwen we elke dag verder aan. Geplaatst in AI, In de cloud | Tags AI, BackOfficer | Laat een reactie achter
Minister houdt vast aan ingangsdatum Wet TTA: 1 januari 2027 Geplaatst 18 mei 2026 door Redactie FlexNieuws Minister Vijlbrief houdt vast aan het tijdspad van de gefaseerde inwerkingtreding van de wet toelating terbeschikkingstelling arbeidskrachten (Wtta). Er komt dus geen uitstel. Het toelatingsstelsel gaat op 1 januari 2027 in. Dat heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid laten weten aan de Tweede Kamer. Vijlbrief erkent dat er zeker risico’s zitten in het stevige tijdspad maar, zo schrijft hij “de urgentie van het tegengaan van de misstanden in de uitzendsector (weegt) zwaarder dan het geringe profijt van uitstel.” Risico’s In zijn brief somt Vijlbrief een aantal risico’s op rond het tijdig op orde krijgen van de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU). Het onderzoeksbureau Gateway bracht die risico’s eerder in beeld. Dat begint met de tijdige beschikbaarheid van de infrastructuur voor de informatievoorziening. Vijlbrief zegt dat de doorlooptijd ‘krap’ is maar dat er ook geen aanwijzingen zijn dat de huidige planning niet gehaald wordt. Of de NAU alle aanvragen tijdig en correct kan verwerken hangt nog steeds vooral af van de hoeveelheid (voor)aanvragen. Daarover is nog steeds geen volledig inzicht. Ook het tijdig kunnen afgeven van een VOG voor Rechtspersonen in ‘een kort tijdsbestek’ is nog onderwerp van gesprek tussen de NAU en Justis. De vraag of er voldoende inspectiecapaciteit is hangt ook samen met die aantallen. “De groei van de private inspectiecapaciteit is sterk afhankelijk van de omvang van de vraag vanuit de markt” schrijft Vijlbrief. Hij verwacht dat met het nu vaststellen van een definitieve inwerkingtredingsdatum en door het voeren een intensieve communicatiecampagne – die binnenkort gestart wordt – de markt in beweging komt en dat “inspectie-instellingen anticiperen op de verwachte vraag en investeren in groei van capaciteit.” Geen uitstel Risico’s dus, maar die zijn voor Vijlbrief geen aanleiding om invoering van de wet uit te stellen. Zo’n uitstel heeft volgens de minister “een remmend effect kunnen hebben op de benodigde stappen die, vanuit de markt en andere betrokkenen, worden gezet op deze onderwerpen. Inwerkingtreding van het toelatingsstelsel per 1 januari 2027 biedt goedwillende werkgevers een eerlijke kans en draagt direct bij aan de bescherming van kwetsbare arbeidskrachten. Uitstel van de inwerkingtreding van de Wtta weegt daarom niet op tegen de effecten van een zo snel mogelijke inwerkingtreding.” Vijlbrief zegt dat de mogelijke gevolgen van deze risico’s – zoals wachtrijen als gevolg van onvoldoende inspectiecapaciteit of opschalingsmogelijkheden bij de NAU – bekend zijn en “waar mogelijk worden maatregelen getroffen om die te beheersen.” De minister wijst er ook op dat er overgangsrecht geldt “om te voorkomen dat uitleners door omstandigheden die buiten hun macht liggen bij de start van het toelatingsstelsel niet kunnen voldoen aan de Wtta. Uitleners die tijdig een aanvraag indienen, mogen blijven uitlenen zolang de NAU nog niet over de aanvraag heeft beslist.” Normenkader nog niet volledig bekend Tugba Karabulut, programmamanager ABU, wijst er in het kader van deze brief van minister Vijlbrief op dat het normenkader nog niet volledig is gepubliceerd. Eén belangrijk onderdeel ontbreekt namelijk en dat is de normeis die toeziet op de gelijk(waardige) beloning van werknemers. “Die normeis wordt niet vóór de zomer gepubliceerd” zegt Karabulut. “Gelet op de complexiteit van dit vraagstuk en de noodzaak van zorgvuldigheid is besloten dat hiervoor meer tijd nodig is. Naar verwachting zal de normeis in oktober of november gereed zijn voor internetconsultatie en openbaar worden. Dit betekent dat de definitieve normeis pas tegen het einde van het jaar wordt vastgesteld. Met de invoering van de wet per 1 januari zal voor dit onderdeel dus een overgangsregeling nodig zijn. Uitleners moeten voldoende tijd krijgen voor de implementatie. Naar verwachting wordt hierover na de zomer meer bekend.” Op het FlexNieuws TOP 100 LIVE event van 20 mei komt dit onderwerp uitgebreid ter sprake, onder andere in de sessie met Bureau Cicero directeur Patrick Tom. Geplaatst in In de wet, Wetten & CAO’s | 1 Reactie
Vrouwen in Flex: Christina Moreno van She Matters Geplaatst 18 mei 2026 door Rosita van der Kwaak Fotocredit: ICON Photography Wat begon als een persoonlijke zoektocht naar zingeving, groeide uit tot een organisatie die zich inzet voor gelijke kansen op de arbeidsmarkt. Christina Moreno, oprichter van She Matters, zag van dichtbij hoe hoogopgeleide vrouwelijke nieuwkomers in Nederland moeite hadden om werk te vinden en besloot daar iets aan te doen. “Ik ben Amerikaanse met Mexicaanse roots en kwam naar Nederland om te werken als mensenrechtenadvocaat,” vertelt ze. “In die periode ontmoette ik veel vrouwelijke statushouders en nieuwkomers in Den Haag, onder andere uit Afrika, Syrië en Oekraïne. Zij hadden enorme moeite om een baan te vinden in Nederland.” Vrouwelijke nieuwkomers werd aangeraden om Uber te gaan rijden, in keukens te gaan werken of in de schoonmaak aan de slag te gaan Wat haar vooral opviel: het probleem zat niet in de kwaliteit van de kandidaten. “De vrouwen die ik ontmoette waren hoogopgeleid en zeer vaardig, maar kregen geen kansen. Toen zag ik het voor het eerst scherp: talent is niet het probleem, toegang is het probleem. Ik hoorde verhalen waarin deze vrouwen werd aangeraden om Uber te gaan rijden, in keukens te gaan werken of in de schoonmaak aan de slag te gaan.” Van vluchtelingen naar alle vrouwen In 2017 richtte Moreno She Matters op, aanvankelijk gericht op vrouwelijke statushouders. Maar al snel werd die doelgroep breder. Inmiddels ondersteunt She Matters vrouwen ‘in al hun diversiteit’, inclusief Nederlandse vrouwen, expats en transvrouwen. “We ontdekten dat de obstakels waar vluchtelingenvrouwen tegenaan lopen, niet uniek zijn. Ze zijn misschien zichtbaarder, maar veel vrouwen ervaren dezelfde barrières,” zegt ze. “Denk aan vrouwen die uit het werk zijn geweest vanwege zorgtaken, die willen doorgroeien maar vastlopen, of die van carrière willen veranderen en niet weten hoe. Ik ontmoet derde generatie Marokkaanse vrouwen, die in Nederland hebben gestudeerd en soms op wel honderd vacatures reageren, maar toch niet aan het werk komen.” De obstakels waar vluchtelingenvrouwen tegenaan lopen, zijn niet uniek. Veel vrouwen ervaren dezelfde barrières De missie van Moreno is sterk verbonden met haar eigen verleden. Als tienermoeder zonder perspectief in de VS moest ze zich een weg omhoog vechten. “Ik kreeg te horen dat ik geen advocaat kon worden en maar beter in een supermarkt kon gaan werken. Dat moment vergeet ik nooit,” vertelt ze. Uiteindelijk studeerde ze rechten en werd advocaat. Die ervaring vormt nog steeds de kern van haar werk. “Ik weet hoe het voelt om niet gezien te worden. En ik weet dat het mogelijk is om daar doorheen te breken.” Werken in het eigen vakgebied She Matters richt zich op een breed spectrum aan functies, vooral vanaf mid-level management. Vaak hebben vrouwelijke nieuwkomers met hoge opleidingen en ruime werkervaring toch moeite om in Nederland op dat niveau aan de slag te komen. “Ingenieurs kunnen we relatief makkelijk terugbrengen in hun vakgebied. Voor artsen en juristen is dat lastiger en vraagt het soms een nieuwe opleiding. We zijn daar eerlijk over.” In sommige gevallen helpt She Matters om vrouwen toch in hun vakgebied actief te houden, bijvoorbeeld via samenwerking met ngo’s. “Zo blijven ze in ieder geval dicht bij hun expertise.” Lees ook: Vrouwen in flex: Désiré Slisser van Femme Works De organisaties waarmee She Matters samenwerkt, zijn vaak internationale bedrijven. “We worden vooral benaderd door multinationals, vaak gevestigd in de Randstad. Zo werkt She Matters samen met organisaties als Nike, ASICS en Odido, die zij zowel ondersteunt op het gebied van talentontwikkeling als met inclusieve werving en doorstroom. Dat betekent niet dat er geen Nederlandse klanten zijn. “We dagen organisaties uit: moet iemand perfect Nederlands spreken of kijk je naar potentieel en doorzettingsvermogen?” Onbewuste vooroordelen Veel organisaties hebben de ambitie om diverser te worden, maar worstelen met de vertaalslag naar concrete resultaten. Juist op dat snijvlak tussen intentie en uitkomst ligt de focus van She Matters. Een belangrijk obstakel zit volgens Moreno in onbewuste vooroordelen binnen organisaties. “Werkgevers zeggen bijvoorbeeld: ‘Ze is een goede kandidaat, maar geen cultural fit.’ Dan vraag ik door naar wat ze daarmee bedoelen en als een organisatie dat niet concreet kan maken, is de kans groot dat er sprake is van onbewuste bias.” Ook gaten in cv’s worden vaak negatief geïnterpreteerd. “Terwijl die periode juist kan wijzen op veerkracht en verantwoordelijkheid. Misschien heeft iemand voor familie gezorgd.” De ondersteuning van vrouwen is altijd maatwerk. Soms begint het met koffie drinken en praten. “Veel vrouwen hebben simpelweg behoefte aan iemand die hun verhaal hoort,” zegt Moreno. “Bij ons hoef je je niet anders voor te doen.” Daarna volgt een praktisch traject: cv’s verbeteren, strategie bepalen, netwerken opbouwen en gebruikmaken van tools zoals AI. Maar minstens zo belangrijk is het werken aan zelfvertrouwen. Moreno ziet regelmatig dat vrouwen zichzelf onderschatten. “Ze zeggen: ‘Deze prestatie was een team effort.’ Of: ‘Ik voldoe niet aan alle eisen, dus ik ga niet solliciteren.’” Organisaties zijn gebouwd op structuren die historisch zijn afgestemd op mannen. Hoe verander je zo’n systeem? She Matters ondersteunt vrouwen in hun traject, maar helpt ook bedrijven om hun werving, selectie en doorstroom zo in te richten dat talent beter wordt herkend én benut. “Organisaties zijn gebouwd op structuren die historisch zijn afgestemd op mannen. Hoe verander je zo’n systeem? Dat is een enorme uitdaging.” De rol van AI: kans én risico Nieuwe technologieën zoals AI maken het vraagstuk complexer. “Bias voedt bias. Als je AI traint op bestaande data waarin al vooroordelen zitten, dan versterk je die alleen maar.” Ze ziet dat steeds meer organisaties AI gebruiken voor het screenen van cv’s. “Kandidaten vertellen me dat ze uren aan hun CV hebben gewerkt en binnen twee minuten na solliciteren al een afwijzing krijgen. Dan weet je dat er iets misgaat.” In de afgelopen tien jaar is er volgens Moreno wel degelijk vooruitgang geboekt. “Er is meer aandacht voor vrouwelijke statushouders en het beleid rondom gendergelijkheid is verbeterd. Denk aan quota voor vrouwen in topfuncties en wetgeving rond loontransparantie. We zijn op weg in de goede richting, maar we zitten nog op het snijvlak tussen beleid en realiteit.” Volgens Moreno zit het probleem zelden in het talent zelf, maar in hoe systemen talent herkennen, waarderen en laten doorstromen. “Daar zit vaak het verschil tussen ambitie en daadwerkelijke uitkomst.” Moreno krijgt weleens de vraag hoe eerlijk het tegenover mannen is dat vrouwen extra ondersteuning krijgen. “In theorie zijn we misschien gelijk, maar sommige vrouwen beginnen al met een achterstand door hun achtergrond. We willen niemand voorrang geven, maar we willen wel dat iedereen op dezelfde startlijn komt. Pas dan is er echt sprake van gelijke kansen.” Lees ook: Vrouwen in Flex: Annet van Strik van Strikt Vrouwen Lees het FlexNieuws TOP 100-magazine digitaal Dit interview is gepubliceerd in het FlexNieuws TOP 100-magazine 2026. Behalve als printuitgave is het FlexNieuws TOP 100-magazine 2026 nu ook als pdf beschikbaar. Download het magazine hier. Geplaatst in Bedrijfsnieuws, In de branche | Tags Diversiteit, vrouwen in flex | Laat een reactie achter