Maandelijkse archieven: april 2025

Ineke Kooistra en Elbrich Batstra starten executive search bureau

Ineke Kooistra, voormalige CEO van uitzender Young Capital en Elbrich Batstra richten samen een executive search bureau op: ELiN Partners. Het bedrijf is geboren uit frustratie én ambitie, zo zegt Kooistra. “Frustratie over hoe het ging, ambitie om het beter te doen – menselijker, moediger en met meer diepgang.  Ik ben klaar met vinklijstjes. Wat telt is of iemand durft te leiden met karakter, scherpte en intuïtie – daar zoeken wij naar”, aldus Kooistra. “Executive search moet weer gaan over mensen – niet over titels. Wij kijken naar impact, naar hoe iemand leidt in tijden van verandering.”

Kooistra en Balstra, die beide jarenlang bij Young Capital werkten, willen daarom in hun executive search praktijk leiderschap niet langer beoordelen op wat je allemaal hebt gedaan doormiddel van cv’s en functietitels, maar op hoe je het hebt gedaan: gedrag, executieve functies, karakter, lef en impact in tijden van transformatie.

 “We hebben zelf in de board gezeten. We weten wat er gevraagd wordt van leiders – en wat het verschil maakt tussen een manager en een leider”, aldus Kooistra. “Wij herkennen echte leiders omdat we zelf die route hebben afgelegd”, vult Batstra aan.

ELiN richt zich op organisaties in beweging: scale-ups, corporates, familiebedrijven en private equity. Het bureau wil daarbij de precisie van een boutique kantoor combineren met de reikwijdte van een internationaal netwerk. Vanuit Amsterdam worden kantoren geopend in Londen, Stockholm, Zürich en Berlijn en bouwt het aan partnerschappen in New York en andere strategische hubs. 

Geplaatst in Bedrijfsnieuws, In de branche | Tags | Reacties uitgeschakeld voor Ineke Kooistra en Elbrich Batstra starten executive search bureau

Arbeidsmigratie in 2025: wat verandert er en hoe bereid je je voor?

In december 2024 deelde Tres Dijkshoorn tijdens een webinar bij BackOfficer waardevolle inzichten over de aankomende veranderingen in 2025. In een tijd waarin de arbeidsmarkt onder druk staat en regelgeving steeds complexer wordt, is het cruciaal om op de hoogte te blijven. De samenvatting van dit webinar biedt niet alleen een overzicht van de belangrijkste wijzigingen, maar ook praktische tips en adviezen voor iedereen die met arbeidsmigratie te maken heeft.

Wat kun je verwachten?

Een greep uit de onderwerpen die in de samenvatting aan bod komen:

  • Aanpassingen in de ET-regeling: Wat betekenen deze veranderingen voor werkgevers en arbeidsmigranten?
  • Nieuwe huisvestingsnormen: Hoe het puntensysteem invloed heeft op de beschikbaarheid en kwaliteit van huisvesting.
  • Schijnzelfstandigheid en handhaving: De overheid intensiveert de controles – wat betekent dit voor zzp’ers en opdrachtgevers?
  • Certificeringen en naleving: Waarom het hebben van de juiste certificeringen steeds belangrijker wordt voor uitzendbureaus.
  • De rol van opdrachtgevers: Hoe ga je als intermediair het gesprek aan met je opdrachtgevers om risico’s te minimaliseren?

De impact van deze veranderingen is groot. Wie zich nu voorbereidt, voorkomt problemen en blijft de concurrentie voor. Maar hoe vertaal je deze kennis naar concrete acties voor jouw bedrijf?

Blijf vooroplopen

De volledige samenvatting van het webinar bevat niet alleen een overzicht van de veranderingen, maar ook strategische handvatten om direct aan de slag te gaan. Mis deze kans niet om je voor te bereiden op de toekomst.

Lees ook: Diederik Keverling Buisman (BackOfficer): ‘Trend naar uitbesteden backoffice door wetgeving en krapte arbeidsmarkt’

Geplaatst in In de wereld, Werken 4.0 | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor Arbeidsmigratie in 2025: wat verandert er en hoe bereid je je voor?

UPDATE: Akkoord ABU, NBBU en LBV voor nieuwe CAO. FNV, CNV ‘verbolgen’

De NBBU, de ABU en vakbond LBV hebben een onderhandelaarsakkoord bereikt over een nieuwe CAO voor Uitzendkrachten. De cao heeft een looptijd van drie jaar: van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2028. Deze nieuwe cao betekent een verbetering van de arbeidsvoorwaarden voor uitzendkrachten door de invoering van gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden.

De onderhandelaars zeggen met dit akkoord uitvoering te geven aan het SER-MLT-advies uit 2021 en willen de branche voorbereiden op de verwachte invoering van de Wet meer zekerheid flexwerkers die naar verwachting begin volgend jaar van kracht gaan.

Lees het volledige onderhandelingsakkoord hier

Vakbonden boos

Vakbond CNV en FNV reageren verbolgen over het feit dat de werkgeversorganisaties ABU en NBBU het akkoord hebben afgesloten met alleen de kleinere bond LBV. Hiermee is gekozen voor “een makkelijke deal”, zegt CNV-onderhandelaar Marten Jukema. ‘Dat was expliciet niet de afspraak. De LBV heeft geen achterban van betekenis, stelt geen harde eisen en handelt volgens ons niet onafhankelijk. Toch wordt met hen een cao gesloten.” stelt FNV-bestuurder Karin Heynsdijk.

Belangrijkste veranderingen per 2026

Uitzendkrachten krijgen vanaf 1 januari recht op gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden. Dat betekent dat de totale waarde van hun arbeidsvoorwaarden minimaal gelijkwaardig moet zijn aan die van medewerkers in dienst van de opdrachtgever in eenzelfde of vergelijkbare functie.  “Gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden passen bij modern werkgeverschap. Met deze cao komt er meer ruimte voor maatwerk en behoeften van uitzendkrachten.” aldus Jurriën Koops, directeur ABU.

Daarnaast gaat op 1 januari ook de eerder afgesproken en verbeterde pensioenregeling in. Verder wordt op het moment dat de Wet meer zekerheid flexwerkers in werking treedt ook Fase B/3 verkort naar 2 jaar.

Met het akkoord wordt de allerlaatste stap gezet naar volledig gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden voor uitzendkrachten aldus ABU en NBBU. Om deze stap per 1 januari 2026 te kunnen zetten was tijdig duidelijkheid nodig, omdat de invoering complex is.

FNV vindt dat van een doorbraak geen sprake is met dit akkoord. ‘Sinds uitspraken van het Europees Hof van Justitie en de Hoge Raad (Dosign arrest, red) staat het zwart op wit: gelijke arbeid, gelijke beloning – tenzij aantoonbaar gecompenseerd,’ aldus Heynsdijk van het FNV

Tijd nodig voor implementatie

“We zijn blij dat we met de LBV tijdig een cao-akkoord hebben kunnen sluiten. De implementatie van de nieuwe cao is complex en nu er een akkoord ligt, hebben we de noodzakelijke tijd gecreëerd voor onze leden om dit zo goed mogelijk te laten verlopen,” aldus NBBU-directeur Marco Bastian. Hij wijst er op dat de  implementatie van gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden een grote operatie is. Honderden cao’s en arbeidsvoorwaarden van inleners moeten in kaart worden gebracht en vervolgens in lijn worden gebracht met gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden. Uitzendbureaus krijgen dus te maken met vernieuwde processen, complexe administratie en benodigde aanpassingen in software.

Proces

Eind vorig jaar liepen onderhandelingen over een nieuwe CAO vast. Om die onderhandelingen vlot te trekken hebben de NBBU en de ABU alle vakbonden in de uitzendsector – te weten FNV, CNV, De Unie en LBV – eind maart een ultieme oproep gedaan om zonder voorwaarden vooraf aan tafel te komen. FNV, CNV en De Unie gingen niet op de uitnodiging in. Vakbond LBV deed dat  wel en met hen is het akkoord tot stand gekomen, aldus de ABU en NBBU in een verklaring.
Dat akkoord moet nog worden voorgelegd aan de achterban van de betrokken partijen.
Geplaatst in Bedrijfsnieuws, In de branche, Wetten & CAO’s | Reacties uitgeschakeld voor UPDATE: Akkoord ABU, NBBU en LBV voor nieuwe CAO. FNV, CNV ‘verbolgen’

Hoe om te gaan met btw bij huisvesting buitenlandse werknemers?

Huisvestingskosten met en zonder Btw

Wanneer er werknemers uit het buitenland worden geworven om tijdelijk in Nederland te komen werken, is het niet ongewoon dat de werkgever zorgt voor huisvesting. Voor deze huisvesting worden kosten gemaakt. Denk aan huurkosten, onderhoudskosten, energiekosten. Veel van deze kosten zijn belast met btw. Of u de btw op deze huisvestingskosten in aftrek kunt brengen hangt van de situatie af.

Huisvesting werknemers zonder vergoeding

Basisregel
Wanneer de werkgever de huisvesting verstrekt zonder hier een vergoeding voor te vragen aan de werknemers, geldt het Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting 1968 (BUA). Dit betekent dat er geen btw-aftrek mogelijk is op de kosten van huisvesting welke u aan uw werknemers verstrekt heeft, omdat er geen (btw)belaste prestatie tegenover staat.  
 
Uitzondering
Wanneer de werkgever genoodzaakt is tot het maken van huisvestingskosten vanwege een bijzondere omstandigheid, kan de aftrek van btw op huisvestingskosten mogelijk zijn. De bewijslast van deze noodzaak moet overtuigend kunnen worden aangetoond door de onderneming. 

Huisvesting werknemers tegen vergoeding

Wanneer de werkgever de huisvesting vertrekt en hier wel een vergoeding voor vraagt, wat de meest voorkomende situatie is dan is btw-aftrek mogelijk op huisvestingskosten, mits de verhuur aan onderstaande voorwaarden voldoet : 

  • Er is een verhuur overeengekomen voor verblijf van maximaal 6 maanden
  • De verhuurder zorgt voor de inventaris
  • De huurder is tijdelijk in Nederland en heeft zijn vaste verblijfplaats nog in het buitenland.

Kortom: het gaat om kortlopende verhuur.

Let wel, in deze gevallen is de btw-aftrek op huisvestingskosten mogelijk, maar is de verhuur ook belast met btw.  De verhuur is dan belast met het tarief van 9% en moet worden aangegeven in de aangifte omzetbelasting.

Kortlopende verhuur

Als de woonruimte dus aan de voorwaarden voor kortlopende verhuur voldoet, is de verhuur dus altijd belast met 9% btw, ook als de werkgever de woonruimte zelf huurt zonder btw.

Als de werkgever de woning huurt met btw, maar de verhuur voldoet niet aan kortlopende verhuur dan kan de btw op inhuur niet in aftrek worden gebracht.

Verhoging btw

Het kabinet heeft plannen om het tarief van 9% te verhogen naar 21% voor het verlenen van huisvesting. Dit is nog niet definitief maar goed om in de gaten te houden.

Conclusie

De btw-regels rondom huisvesting van werknemers kunnen complex en situatieafhankelijk zijn. U als intermediair die huisvesting verstrekt doet er dan ook goed aan om zorgvuldig na te gaan of u in aanmerking komt voor btw-aftrek en voldoet aan de voorwaarden voor kortlopende verhuur. 

Lees ook: Huisvestingscertificering en de WTTA

Geplaatst in Branchenieuws, In de branche | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor Hoe om te gaan met btw bij huisvesting buitenlandse werknemers?

Van Hijum ziet toe hoe de Tweede Kamer stevig ingrijpt in de Wtta

In een aparte stemmingsronde werd op 8 april een flink aantal moties en amendementen bij het Wetsvoorstel toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) in de Tweede Kamer in stemming gebracht.  

Reikwijdte

Het wetsvoorstel houdt in dat uitleners alleen op de markt mogen opereren als ze toegelaten zijn. De reikwijdte van de wet is bewust breed gehouden, om waterbedeffecten en ontduiking te voorkomen. Het wetsvoorstel  kent slechts enkele uitzonderingen, zoals intraconcerne en collegiale uitleen, en een ontheffingsregeling voor ondernemingen die in geringe mate arbeidskrachten ter beschikking stellen.

Uitzonderingen

Over die brede reikwijdte maakten veel Tweede Kamerleden zich zorgen. Zij dienden diverse wijzigingsvoorstellen in voor uitzonderingen; voor sociaal werkbedrijven, bedrijven die BBL-trajecten verzorgen, de beveiligingsbranche en de topsport.

Minister Van Hijum (SZW) ontraadde alle voorstellen, omdat uitzonderingen de handhaving complexer maakt en het risico op ontduiking groter. Alleen de SW-bedrijven zijn volgens de Arbeidsinspectie objectief toetsbaar; hun uitzondering levert ook nauwelijks extra risico’s op.

De Tweede Kamer was niet overtuigd door het standpunt van de minister, zo bleek tijdens de stemmingen. De SW-bedrijven, bedrijven die BBL-trajecten verzorgen en de beveiligingsbranche blijven in het wetsvoorstel buiten het toelatingsstelsel. Alleen het voorstel om ook de topsport uit te zonderen, haalde het niet. Ook een motie om welwillend om te gaan met verzoeken tot uitzonderingen inzake de Wtta werd aangenomen.

Branchevereniging ABU is niet blij met de sectorale uitzonderingen. Volgens Tugba Karabulut, programmamanager marktregulering, druisen deze in tegen het gelijke speelveld dat de Wtta nu juist beoogt. “Bovendien brengt het extra complexiteit mee voor de handhaving door de Arbeidsinspectie, waar wij al bepaald niet gerust op zijn. Het wetsvoorstel biedt ruimte voor uitzonderingen, maar sectoren moeten daarvoor eerst de toets doorstaan. Het is dan niet passend om sectoren al bij voorbaat in de wet uit te zonderen.”

Sectoraal uitzendverbod

Een opvallend amendement dat werd aangenomen komt van de GL/PvdA, waarin zij vragen om de mogelijkheid van een uitzendverbod expliciet in de wet op te nemen. Volgens de indieners wordt het tijd voor een uitleenverbod in de vleessector. “We hebben het de minister met ons amendement makkelijk willen maken om een dergelijk verbod in te stellen.” Volgens de indieners is het nu al mogelijk om per algemene maatregel van bestuur (AMvB) nadere regels, inclusief een verbod, in te stellen voor TBA in een sector. Als de minister overgaat op een uitzendverbod, moet hij dit nader uitwerken en motiveren in een besluit.

In het amendement is geregeld dat de inwerkingtreding van het voorgestelde verbod eerder kan plaatsvinden dan andere onderdelen van de wet. De indieners stellen als datum 1 juli 2025 voor.

Het amendement kreeg van de minister ‘oordeel Kamer’. De minister wil zo’n verbod in probleemsectoren al heel lang, maar dan puur als stok achter de deur. “Het aannemen van dit amendement betekent nog niet dat er een sectorale maatregel zal volgen”, benadrukt hij. Daarvoor wil hij eerst een technische verkenning afwachten. Daarin wordt onderzocht of het überhaupt mogelijk is om uitzendarbeid in risicosectoren als de vleessector te verbieden.

De ABU vindt een sectoraal uitzendverbod een slecht plan. “Uitzendverboden in allerlei sectoren – want het zal er niet slechts één zijn – zijn disproportioneel en ineffectief”, zegt Tugba Karabulut. “Eerlijke ondernemers in die sectoren zullen moeten stoppen omdat de overheid er niet in slaagt om de malafide, en soms zelfs criminele, ondernemers aan te pakken. Terwijl die ondernemers gewoon onder een andere naam en in een andere vorm verder zullen gaan.”

Op de bres voor de branche

Thierry Aartsen (VVD) stelde zich de afgelopen jaren op als een kritisch volger van de wet. Hij diende een aantal wijzigingsvoorstellen om de regeldruk en kosten beheersbaar te houden. En kreeg daarvoor flink bijval van de kamer.

Hoewel Van Hijum de kamer keer op keer voorhoudt dat het normenkader wat hem betreft zo min mogelijk volgehangen moet worden, wil Aartsen links- of rechtsom de controle daarop behouden. Hij diende daarom een motie in dat eventuele uitbreidingen altijd eerst langs het parlement moeten. Dit om te voorkomen dat het normenkader “onnodig en ongebreideld wordt uitgebreid en ook normen zal bevatten die geen verband houden met de kern van deze wet”. Ook vreest hij dat zonder betrokkenheid vanuit de kamers het normenkader nodeloos vaak gewijzigd zal worden; met rechtsonzekerheid bij uitleners tot gevolg.

Eenzelfde strekking heeft zijn motie inzake de meldplicht als arbeidskrachten niet in de BRP (basisregistratie van gemeenten) staan ingeschreven. Die staat nu als optie in de wet. Over al die zaken wil Aartsen dat het parlement iets te zeggen blijft hebben.

Een plafond aan de kosten

Een paar wijzigingsvoorstellen betreffen de kosten. Tijdens de behandeling plaatste Aartsen vraagtekens bij de oplopende kosten van de toelatende dienst, waarvan de ondernemingen de rekening krijgen gepresenteerd. Uit angst voor een ‘monstermoloch’ stelde hij per amendement een maximumvergoeding van 3.611 euro voor die een aanvrager moet betalen voor de toelatingsprocedure. Van Hijum ontraadde het voorstel; hij vond het geen goed idee om harde maximumbedragen in de wet op te nemen. Maar opnieuw werd hij door de Tweede Kamer overruled. Ook dit amendement werd aangenomen.

“Enerzijds bijzonder”, zegt Patrick Tom van Bureau Cicero, een van de inspectie-instellingen. “Dat vereist een bijzonder stevige taak bij de toelatende instantie om de kosten in de perken te houden en dat is goed.” Hij benadrukt dat het hier puur gaat om de leges vanuit de toelatende instantie. Aan de andere kant voorziet het amendement ook in de mogelijkheid om via AmVB af te wijken van het maximumbedrag als de toelatende instantie haar werkzaamheden niet voldoende kan uitvoeren. In het voorstel is wel al een mogelijkheid opgenomen om de kosten van de inspectie-instellingen te maximeren.

Een motie VVD en CDA over de opbouw van de kosten werd eveneens gehonoreerd. Daarin staat de wens voor een aparte rapportage over de opbouw van de kosten die uitleners en inspectie-instellingen krijgen doorberekend. Deze kosten mogen alleen op grond van loon- en prijsbijstelling aangepast worden.

Ook een motie van Don Ceder (ChristenUnie) om de leges voor het toelatingsstelsel kostendekkend te houden, werd aangenomen. Daarin wordt opgeroepen om actief te sturen op het binnen de perken houden van deze leges.

BRP

Een van de pijnpunten binnen het arbeidsmigrantendossier is dat veel arbeidsmigranten zich niet inschrijven in de basisregistratie van de gemeenten (BRP). Het aanjaagteam van Emile Roemer heeft in 2020 geadviseerd om de juiste registratie van arbeidsmigranten onderdeel te maken van de certificering. Maar dat wilde Hijum niet uit vrees een papieren tijger op te tuigen. “Dat kan altijd nog”, zei hij tijdens de behandeling van de WTTA. “Die mogelijkheid zit gewoon in de wet.”

Uitzenders krijgen wel een rol in het tijdig en correct registreren van arbeidskrachten. In het wetsvoorstel is voor uitleners een zorgplicht opgenomen over correcte registratie van arbeidskrachten in de Basisregistratie Personen (BRP). Deze zorgplicht bestaat uit een bevorderings- en vergewisplicht, plus de optie om zo nodig een meldplicht in te voeren. Die zorgplicht was niet gekoppeld aan het normenkader.

Zorgplicht in normenkader

Voor GL-PvdA en ChristenUnie gaat dat niet ver genoeg. In een amendement pleitten zij ervoor de zorgplicht voor registratie in de BRP wel te koppelen aan het normenkader. Het voorstel werd aangenomen, dit tegen de zin van minister Van Hijum die waarschuwde om het normenkader niet nog verder vol te hangen.

Ook branchevereniging NBBU wil het normenkader niet verder uitbreiden. “Het bestaat uit meer dan 100 normeisen. Het is tot stand gekomen na lang en intensief overleg met betrokken partijen. Voor uitleners is het inregelen van hun administratie – zodanig dat het voldoet aan het normenkader – enorm arbeidsintensief. De NBBU hecht er daarom aan dat dit normenkader intact blijft en niet wordt uitgebreid.”

Patrick Tom van Bureau Cicero, een van de inspectie-instellingen, vindt deze ontwikkeling zorgelijk. “Het normenkader kun je uitbreiden tot sint juttemis, maar dat heeft wel gevolgen. De vraag is hoe je de inspecties effectief houdt, en hoe je de inspectietijd en dus de kosten beheersbaar houdt. Wat dit amendement betreft zou je in het normenkader kunnen opnemen of bedrijven hier een procedure voor hebben. Dat zou je kunnen controleren. We zijn een privaatrechtelijke instantie en kunnen niet in alle gevallen vaststellen of de zorgplicht wordt nageleefd. Dat is handhaving en hoort bij de gemeenten.”

Een amendement van (GL-PvdA) en ChristenUnie om ook de meldplicht te verplichten (in plaats van het optionele karakter zoals in het wetsvoorstel) struikelde.

G-rekening verplicht stellen

De motie tot verplichtstelling van een g-rekening – een geblokkeerde bankrekening om loonheffingen te betalen – werd aangenomen. De verplichtstelling is niet controversieel. In de Kamerbrief bij de behandeling stelde de minister dat verplichtstellen een wens is van het kabinet, maar op korte termijn technisch niet haalbaar. Het ministerie van Financiën heeft een verkenner aangesteld die samen met de banken, het bedrijfsleven en de Belastingdienst onderzoekt of, onder welke voorwaarden en per wanneer verplichtstelling voor de g-rekening voor uitleners mogelijk zou kunnen zijn. In de motie wordt een deadline genoemd van negen maanden. Die kan de minister, als hij dat wil, want een motie is niet verplichtend, naast zich neerleggen.

Na het verwerken van deze wijzigingen zal de Tweede Kamer haar definitieve oordeel over de wet geven,

Amendementen ingediend bij de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten

  • Doğukan Ergin (DENK). Een toelating kunnen weigeren, schorsen of intrekken wegens veroordeling voor arbeidsmarktdiscriminatie of verboden onderscheid.
    JA
  • Doğukan Ergin (DENK). Een uitzondering op de toelatingsplicht voor de topsportsector.
    NEE
  • Don Ceder (ChristenUnie)/ André Flach (SGP). Een uitzondering op de toelatingsplicht voor sociaal werkbedrijven.
    JA
  • Ilse Saris (NSc). Uitzonderen van de beroepsbegeleidende leerweg.
    JA
  • Thierry Aartsen (VVD). Uitzonderen van beveiligings- en recherchebedrijven.
    JA
  • Doğukan Ergin (DENK) Voorhangprocedure voor de amvb over uitzonderingen op de toelatingsplicht.
    JA
  • Mariëtte Patijn (GL-PvdA)/Pieter Omtzigt (NSc). De mogelijkheid van een verbod op terbeschikkingstelling van arbeidskrachten expliciteren (in de vorm van een verbod op tba voor sectoren en segmenten als de situatie daartoe noopt).
    JA
  • Don Ceder (ChristenUnie). Optionele meldplicht voor uitleners verplicht maken.
    NEE
  • Thierry Aartsen (VVD). Een voorhangprocedure voor de amvb over het invoeren van een meldplicht voor uitleners.
    JA
  • Thierry Aartsen (VVD). Een maximumvergoeding van 4287 euro die een aanvrager moet betalen voor de toelatingsprocedure.
    JA
  • Thierry Aartsen (VVD). Een voorhangprocedure voor de amvb over de vergoeding die een aanvrager moet betalen voor de toelatingsprocedure.
    JA
  • Bart van Kent (SP). Verhoging van de waarborgsom
    NEE
  • Bart van Kent (SP). De waarborgsom structureel maken.
    NEE
  • Don Ceder (ChristenUnie)/ Mariëtte Patijn (GL-PvdA). De zorgplicht voor registratie in de BRP koppelen aan het normenkader.
    JA
  • Thierry Aartsen (VVD). Een voorhangprocedure voor de amvb over de vaststelling van het normenkader.
    JA
  • Mariëtte Patijn (GL-PvdA)/Pieter Omtzigt (NSC).  Handhaving mogelijk maken voor de bepalingen inzake gelijke behandeling van ter beschikking gestelde arbeidskrachten.
    NEE
  • André Flach (SGP). Een evaluatie na drie jaar en vervolgens iedere 5 jaar.
    JA
  • Wytske Postma (NSc). Een zorgplicht voor werkgevers voor het afsluiten van een zorgverzekering door werknemers.
    NEE

Moties ingediend bij de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten

  • Mariska Rikkers (BBB). Bbl-trajecten uitzonderen van de reikwijdte van de Wtta.
    JA
  • Don Ceder (ChristenUnie). Prioritaire handhaving in sectoren met misstanden met arbeidsmigranten.
    NEE
  • Don Ceder (ChristenUnie)/Thierry Aartsen (VVD). Afwegingskader voor het mogelijk uitzonderen van sectoren van het toelatingsstelsel.
    NEE
  • Don Ceder (ChristenUnie). Kostendekkend houden van de leges.
    JA
  • Annemarie Podt (D66). De zorgplicht opnemen in het normenkader.
    NEE
  • Inge van Dijk (CDA)/Thierry Aartsen (VVD). Welwillend omgaan met verzoeken tot uitzonderingen inzake de Wtta.
    JA
  • Inge van Dijk (CDA)/Thierry Aartsen (VVD). Apart rapporteren over de kostenopbouw van doorberekende toelatings-, ontheffings- en aanwijzingsprocedures.
    JA
  • Doğukan Ergin (DENK). Onderzoek naar het juridisch bindend maken van oordelen van het College voor de Rechten van de Mens.
    NEE
  • Doğukan Ergin (DENK). Een structureel programma voor mysterycalls bij uitzendbureaus.
    NEE
  • Ilse Saris (NSc). De toezichthoudende instelling voor het toelatingsstelsel vestigen buiten de Randstad.
    JA
  • Ilse Saris (NSc). De g-rekening verplicht stellen in het normenkader.
    JA
  • Ilse Saris (NSc). Elk jaar rapporteren over de BRP-registratie van arbeidsmigranten.
    JA
  • André Flach (SGP). De administratieve lasten en regeldruk zo veel mogelijk beperken.
    JA

Lees ook:

Geplaatst in Arbeidsmarktdata, In de wereld | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor Van Hijum ziet toe hoe de Tweede Kamer stevig ingrijpt in de Wtta