Maandelijkse archieven: februari 2025

AWVN: Loonafspraken nog steeds boven 4 procent

De gemiddelde loonafspraak in nieuwe cao’s was in januari 4,7 procent. Dat stelt AWVN als arbeidsvoorwaarden­adviseur van Nederlandse werkgevers in haar cao-maandbericht over januari. De januari-cao’s gelden voor 40.000 werknemers.

Met het onverwachte hoge maandgemiddelde van januari lijkt de daling van de gemiddelde loonafspraken tot stand gekomen. De afgelopen anderhalf jaar gingen de maandgemiddelden langzaam naar beneden vanaf een hoogste maandgemiddelde van 8 procent in juni 2023.

AWVN maakt wel een kanttekening bij de interpretatie van de gemiddelde loonafspraak in januari. Er werden afgelopen maand slechts 12 nieuwe akkoorden gesloten tegenover 27 in een doorsnee-januari-maand. Vanwege het relatief grote gewicht van incidentele uitschieters kan januari achteraf een uitzonderlijke maand blijken.

Hoge loonafspraken

In haar duiding van de januari-cijfers zegt AWVN zeer bezorgd te zijn over de aanhoudende hoge gemiddelden. ‘De loonafspraken zijn inmiddels veel hoger dan de inflatie, het koopkrachtverlies van een paar jaar geleden is voor vrijwel alle werknemers meer dan goed gemaakt. Het huidige niveau van verhogingen gaat ten koste van de concurrentiekracht van Nederlandse bedrijven en zal de economie verzwakken.’ AWVN dringt al langer aan op de noodzaak om de arbeidsproductiviteit in Nederland te verhogen en wil dat het belangrijkste thema maken in het cao-overleg.

Vakbonden

Voor een verklaring van de hoge loonafspraken verwijst AWVN naar de harde opstelling van de vakbonden, die ook blijkt uit het kleine aantal nieuwe akkoorden. ‘Bedrijven kiezen dan snelwerkende oplossingen voor de korte termijn. Het risico is dat er daarmee te weinig aandacht is voor en dialoog over de productiviteitsverhogende maatregelen voor de lange termijn.’ AWVN roept de vakbonden op tot ‘constructief overleg dat uitgaat van de loonruimte bij bedrijf of bedrijfstak en dat ook stilstaat bij de uitdagingen rond krapte en productiviteit’.

Het AWVN-looncijfer geeft aan wat werknemers die onder de betreffende cao’s vallen in de komende 12 maanden aan loonsverhogingen kunnen verwachten. De periodieke cao-cijfers van het CBS kijken terug op de realisatie van de gemaakte cao-afspraken.

Kerncijfers

Loonafspraken januari, gemiddeld 4,7%
Aantal werknemers in januari-cao’s 40.000
Loonafspraken kalenderjaar 2025, gemiddeld 4,7%
Loonafspraken kalenderjaar 2024, gemiddeld 4,9%
Hoogste maandgemiddelde afgelopen jaren 8,0% in juni 2023
Laagste maandgemiddelde afgelopen jaren 1,6% in oktober 2020
Aantal nieuwe cao-akkoorden in januari 2025 12
Gemiddeld aantal nieuwe cao-akkoorden in maand januari 27
Aantal aflopende cao’s in 2025 421 voor 5 mln. werknemers
Aantal vernieuwde cao’s die in 2025 ingaan 62 voor 388.000 werknemers
Aantal openstaande cao’s op dit moment (expiratie in 2025) 359 voor 4.6 mln. werknemers

Het cao-seizoen in één oogopslag

Aantal afgesloten akkoorden en gemiddelde afgesproken cao-loonstijging per afsluitmaand (exclusief incidentele loonsverhogingen).

Geplaatst in Arbeidsmarktdata, In de wereld | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor AWVN: Loonafspraken nog steeds boven 4 procent

Herstel flexbranche in aantocht? Periode 1 says No

Economie aangetrokken, arbeidsmarkt afgekoeld, aantal uitzendkrachten afgenomen

In het vierde kwartaal is de totale Nederlandse economie stevig gegroeid, met +1,8% ten opzichte van een jaar eerder. Dat was de sterkste kwartaalgroei van het jaar, waarmee de economie in het hele jaar +0,9% groter is geworden dan in 2023 (toen groeide de economie maar +0,1%). De totale werkgelegenheid groeide met +0,1% in het vierde kwartaal, en met +0,6% in het hele jaar (dat was +2,0% in 2023). De werkloosheid kwam in het laatste kwartaal van 2024 uit op 3,7%, wat ook het jaargemiddelde is geworden. Dat is stevig onder de krapte-grens van 5% (daaronder is de arbeidsmarkt krap, daarboven is het voor werkgevers makkelijker om aan goede kandidaten te komen). 

Uitgedrukt in het aantal werkende personen, was de groei van de totale werkgelegenheid op jaarbasis +61.000. Op een krappe arbeidsmarkt neemt het aantal werkenden met een vast contract (contract voor onbepaalde tijd) altijd snel toe. Hun aandeel in de totale werkende beroepsbevolking stijgt dan. In een onzeker wordende economie neemt doorgaans eerst het aandeel tijdelijke en flexibele contracten af, en in een herstellende economie neemt hun aandeel juist (sterk) toe. Het laatste kwartaal van 2024 werd gekenmerkt door de historisch unieke combinatie van krapte plus onzekerheid plus herstel van de economie. Al met al leidde die verwarrende combinatie tot een aardige groei van het aantal werkenden met een vast contract: +84.000, ofwel +1,6% ten opzichte van 2023. Het aandeel werkenden met een vast contract steeg daardoor van 55,6% naar 56,1%. De totale flexibele schil kromp met -0,3% en bevatte in 2024 nog 38,4% van alle werkenden (was 38,8% in 2023); die krimp was eigenlijk veel kleiner dan je op historische gronden zou verwachten in zo’n gespannen omgeving.

Binnen de flexibele schil waren er vervolgens flinke verschillen zichtbaar: het aantal uitzend- en detacheringskrachten nam af (-17.000, ofwel een pittige -4,5%), en dat gold ook voor de tijdelijke medewerkers met uitzicht op vast en de overige tijdelijke medewerkers; het aantal oproep- en invalkrachten steeg nog licht en het aantal zzp’ers eigen arbeid groeide met +42.000 nog steeds fors (dat is +4,1% ten opzichte van 2023!).

In een paar sectoren en beroepsgroepen is er relatief veel uitzendkrimp geweest, in een aantal juist groei

Als we inzoomen op de sectoren (wáár we werken) waaruit de Nederlandse economie bestaat, valt op dat er niet alleen (lichte) groei is geweest in 2024, maar ook krimp – zoals in de Handel (retail, groothandel), de Industrie en de Financiële diensten (banken, verzekeraars), en zelfs wat in de IT- en informatiediensten. De sterkste groei zat in de sectoren Specialistische zakelijke diensten (accountancy, reclamebureaus en dergelijke), de Bouw en – vooral – de Publieke sectoren (Overheid, Onderwijs en Zorg). In totaal is de werkgelegenheid in de Profit-sectoren met -18.000 werkenden gekrompen. (Van 10.000 nieuwe werkenden was nog niet bekend in welke sector zij werkten.) 

Zoomen we in op de contractvormen, dan worden de verschillen nog opmerkelijker. In de Overheid komt de groei van de werkgelegenheid bijna volledig voor rekening van werknemers met een vast contract, in de Specialistische zakelijke diensten, de Zorg, de Bouw en het Onderwijs hebben de zzp’ers eigen arbeid ook een flink deel van de groei voor hun rekening genomen. In de Industrie is het aantal werknemers met een vast contract juist stevig gekrompen (dat waren vooral werknemers in de leeftijd van 45 tot 55 jaar).

Ook is het aantal uitzend- en detacheringskrachten in de Industrie in 2024 flink gekrompen (-8.000 ofwel -14,3%), en dat gebeurde ook in de Financiële diensten (-6.000, dat is -23,1%!). Andere belangrijke krimpsectoren voor uitzend- en detacheringskrachten in 2024 waren de Overheid en de Zorg. In de Logistiek groeide het aantal uitzend- en detacheringskrachten juist, met +3.000, ofwel +8,3% ten opzichte van 2023.

Voeren we de analyse uit vanuit het perspectief van de verschillende beroepsgroepen (wát we doen) op de Nederlandse arbeidsmarkt, dan zien we dat de sterkste krimp van het aantal uitzend- en detacheringskrachten zich concentreerde in Ambtelijke beroepen, ICT-beroepen en Economische en administratieve beroepen (w.o. ook de HR-beroepen). Bij Technische beroepen was er een aanzienlijke groei van +6.000 uitzend- en detacheringskrachten (een mooie groei van +5,2%).

Nu de uren, waarbij de monitoren van de brancheverenigingen meer krimpen tonen

Voorgaande analyse betreft de werkzame beroepsbevolking, die door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) wordt gedefinieerd als “personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 75 jaar. Bij betaald werk gaat het om werkzaamheden ongeacht de arbeidsduur.” Het totale aantal uitzend- en detacheringskrachten volgens deze definitie kwam in 2024 uit op 362.000, in 2023 op 379.000. Dat was dus 3,7% van de werkzame beroepsbevolking in 2024 (3,9% in 2023). 

Daarnaast meet het CBS ook de (werknemers)banen in de flexbranche, de banen op uitzendbasis en de uren gewerkt in/door de werknemers in de flexbranche. Het totale aantal flexbranche-uren kwam in het vierde kwartaal uit op 206 miljoen, -4,6% minder dan een jaar eerder; in totaal 2024 werden er 836 miljoen uren gewerkt, -5,3% minder dan in 2023.

Deze urenontwikkelingen kunnen mooi vergeleken worden met de ontwikkelingen die worden gemeten door de ABU Marktmonitor en de VvDN Kwartaalmonitor. Zowel de VvDN als de ABU heeft in de afgelopen dagen verse cijfers gepubliceerd (de VvDN publiceert de ontwikkeling van de omzet en van het gemiddelde uurtarief, waarmee de ontwikkeling van de uren is te ramen). De ABU-uren krompen -6,8% in het vierde kwartaal en de VvDN-uren met maar liefst -13,7%. Vervolgens zijn de ABU-uren in de eerste periode van 2025 (ongeveer gelijk aan de maand januari) met -9,2% gekrompen.

Alle in Nederland gewerkte uren exclusief de flexbranche-uren (dus in alle andere sectoren samen) groeiden in het vierde kwartaal met +0,9% ten opzichte van een jaar eerder. 

Verwachtingen

Dat zijn al met al dus relatief pittige krimpcijfers van de flexbranche, die nog niet wijzen op een nabij herstel van de sector als geheel. De vooruitzichten die de afgelopen weken zijn gepubliceerd door Randstad en ManpowerGroup bevestigen dat beeld. 

Overigens blijft het verschil in de ABU Marktmonitor tussen de drie gerapporteerde beroepsgroepen gigantisch: de Admin-uren krompen in periode 1 wederom enorm sterk (-21,1%) en dat gold ook voor de Tech-uren (-17,1%). Daarmee vergeleken viel de Indu-krimp van -4,4% enorm mee. In onze analyse van de Q4-cijfers van de ABU Marktmonitor gaan we dieper in op de analyse en de verklaring van die al langer bestaande, enorme verschillen.

Tegelijk zijn wij in onze sector ook gewend aan enorme groeiverschillen – sommige bureaus staan onder druk, andere groeien lekker. Zo maakte OTTO WorkForce al op 31 december 2024 bekend dat ze na een omzetgroei van +13% ten opzichte van 2023 door de grens van 1 miljard euro waren gebroken.

Maar goed, mijn eind 2024 geformuleerde verwachtingen voor de flexbranche als geheel in 2025, klinken op grond van de eerste 2025-cijfers misschien al een beetje optimistisch: “Er is nog geen aanleiding om die verwachtingen aan te passen: “De flexbranche-uren blijven […] krimpen, met -3,0% ten opzichte van 2024. De flexbranche-omzet (die veel groter is dan die in de ABU Marktmonitor, met een wat andere dynamiek) blijft wat groeien, vanwege een verdere gemiddelde tariefstijging, met +3,5%. In 2026 wordt het dan allemaal wat beter. En dan wordt in 2027 de krapte x drukte op de arbeidsmarkt weer te groot.”

Laten we hopen dat januari even een afwijking blijkt te zijn van de licht positieve trend die in het tweede halfjaar van 2024 leek te zijn ingezet.

Geplaatst in Flexdata, In de branche | Tags | Reacties uitgeschakeld voor Herstel flexbranche in aantocht? Periode 1 says No

Wat is het beste flex-alternatief voor zzp: uitzenden, detacheren of payrolling?

Door de strengere handhaving op de Wet DBA stoppen zzp’ers, maar de vraag blijft. En lang niet al die zelfstandigen willen in loondienst. Dus kiezen ze een andere flexvorm. Wie profiteert binnen de flexbranche het meest hiervan? Het lijkt er vooralsnog op dat dat vooral backofficedienstverleners/payrollers zijn.

De Kamer van Koophandel meldde onlangs dat de groei van het aantal zzp’ers is vertraagd in 2024. De cijfers zijn niet significant, maar de voorzichtige conclusie is dat dit wel degelijk een gevolg is van de strengere handhaving van de Wet DBA. In december 2024 was deze trend al enigszins zichtbaar en in januari van dit jaar is het aantal zzp’ers verder afgenomen. Meer stoppers, minders starters. Qua aantallen stelt het op de populatie van bijna 1,78 miljoen nauwelijks iets voor, maar er lijkt een voorzichtige kentering in de zzp-markt te komen.

Zorg: trendbreuk in zzp

De trendbreuk is het meest duidelijk in de gezondheidszorg. Die sector heeft de afgelopen jaren een explosiever groei van zzp’ers gekend. Door het harder aanpakken van schijnzelfstandigheid wil de politiek dit juist een halt toeroepen. En dat lijkt al enigszins zijn vruchten af te werpen.

Een grote shoonmaak- en thuiszorgorganisatie als Total Care (SCU, Tzorg en Zizo) voelt zich door de wetgeving (strengere handhaving Wet DBA, red.) gedwongen helemaal te stoppen met de inzet van zzp’ers, zoals blijkt uit een interview met HR-baas Alies ten Have in vaktitel CHRO.

Wim Buizert, CFO Highcare Groep stelt dat de kern van het probleem het (gebrek aan) aantrekkelijk werkgeverschap is. Veel zzp’ers willen (nog) niet in vaste dienst. Maar als een zorginstelling wel in staat is om van alle zzp-opdrachten die ze verstrekt hebben in 2024 circa 40% in vast dienstverband om te zetten, dan kan 60% van dat volume uit 2024 kostenneutraal op uitzend- en detacheringsbasis worden ingezet  (zelfs rekening houdend met de BTW over uitzenden en detacheren), zo redeneert Buizert.

Zuiver Zorggroep: ‘zzp’ers inzetten kan nog steeds’

Jorian Hoos van Zuiver Zorggroep krijgt regelmatig telefoontjes van opdrachtgevers en zzp’ers die in onzekerheid verkeren of zij nog wel kunnen samenwerken. “Sommige opdrachtgevers bieden de zzp’ers wel een baan in loondienst aan, maar de respons daarop is niet altijd hoog. En uitzendkrachten inzetten is relatief duurder.”

Het inhuren van zzp’ers is wel degelijk mogelijk, stelt Hoos. Het gaat er volgens hem om hoe je de zzp’er wegzet. “Een zzp’er inhuren puur voor de roostergaten, daar kom je niet meer mee weg. Daar moet je kritisch naar kijken, net als naar de randzaken van de opdracht.” Hoos noemt daarbij bijvoorbeeld duur van projecten terugbrengen naar 7 maanden en na die termijn evalueren voordat je eventueel verlengt. Maar ook het niet langer hanteren van vaste tarieven door bureaus raadt hij aan. En de zzp’er moet zijn ondernemerschap duidelijker aantonen, bijvoorbeeld door een eigen site, een factuur op zijn eigen naam, rechtstreekse betaling door de opdrachtgever en vrije vervanging in de overeenkomst laten vastleggen. “Een zzp’er moet zich profileren als ondernemer. De expertise van een zzp’er moet aansluiten bij hetgeen wat hij komt doen bij een opdrachtgever.”

Dat het werk ingebed is in de organisatie wil niet per se te zeggen dat een zzp’er dit werk niet kan doen, stelt Hoos. “Of er dan wel of niet sprake is van arbeidsovereenkomst, is aan de rechter.” En daar ligt nou juist de crux, geeft ook hij toe. “De eerste paniek in de markt is wel voorbij, maar het blijft nog steeds spannend. Het is afwachten tot de eerste zaak voor de rechter is geweest.”

Volgens Hoos blijft de noodzaak om zzp’ers in te zetten bestaan. Hij wijst hierbij op het bericht dat de overheid zelf zzp’ers blijft inzetten ondanks het feit dat het volgens hun eigen regels om schijnzelfstandigen gaat. “Die noodzaak is er in de zorg ook. Mensen hebben nu eenmaal zorg nodig.”

ABU: kansen voor uitzenders

Jurriën Koops

In de aanloop naar 1 januari jl. – de datum waarop de strengere handhaving van de Wet DBA is ingegaan – liet de ABU al weten vooral kansen voor uitzenders te zien in de aanpak van schijnzelfstandigheid. Tegenover het ANP sprak ABU-directeur Jurriën Koops de verwachting uit dat van de circa 600.000 zzp’ers die hun eigen arbeid aanbieden – de doelgroep die het risico op schijnzelfstandigheid loopt – naar schatting 10 tot 15% zal uitwijken naar een uitzendbureau. Vooral uitzenders die actief zijn in sectoren als de kinderopvang en beveiliging zouden kunnen profiteren  van stoppende zzp’ers. Uitzenden als alternatief voor zzp ligt sowieso meer voor de hand in sectoren waar de zzp-tarieven lager liggen.

Bij de recente presentatie van de jaarcijfers over 2024 liet Randstad overigens tegenover het ANP weten wel ‘veel onzekerheid onder werkgevers’ te bespeuren, maar ‘nog geen grote verschuivingen in de arbeidsmarkt’ te zien.

Toch is de ABU blij met de strengere handhaving op schijnzelfstandigheid. En dat is niet verwonderlijk. De ABU stelt al jaren dat invoering van strengere wetgeving voor uitzenden gelijktijdig moet plaatsvinden met invoering van zzp-wetgeving. Dit om een waterbedeffect te voorkomen; als de ene vorm van flexibele arbeid (zzp) namelijk pas later met strengere regulering te maken heeft dan andere vormen (uitzenden), dan vindt er een verschuiving plaats van de strengere naar de minder goed gereguleerde flexvorm, van uitzenden naar zzp dus.

Toch is de stap van zzp naar uitzenden groot. Veel groter dan bijvoorbeeld van zelfstandige naar payroll. Dat geldt zowel voor de intermediair, de opdrachtgever als de zzp’er zelf. Payroll lijkt dan een veel logischer alternatief. Zzp-intermediairs schakelen veel vaker backofficedienstverleners in (zie Pay for People) en opdrachtgevers die (moeten) stoppen met de inzet van zzp’ers stappen massaal over op payroll (Connexie).

Pay for People: omkatten naar uitzenden

Reijer Hollander

Bij backofficedienstverlener Pay for People kloppen intermediairs vaker aan sinds de strengere handhaving van de Wet DBA. Vooral zzp-bemiddelaars in de zorg maken, zo stelde Reijer Hollander eind 2024 al in een interview in FlexNieuws. “Zij merken dat zorginstellingen geen zzp’ers meer willen inhuren. Maar zij hebben die flexcapaciteit wel nodig. Het alternatief is bijvoorbeeld omkatten naar uitzenden, zeg maar een omgekeerd waterbedeffect. De intermediair kan die flexprofessionals bijvoorbeeld uitzendcontracten bieden. Maar vaak is zo’n zzp-bemiddelaar niet ingericht op het werkgeverschap, niet gecertificeerd en heeft hij nooit zelf verloond. Dus dan komen wij (als backofficedienstverlener, red.) in beeld.”

Voordeel voor de zzp’er is dat hij dan toch kan blijven werken voor verschillende opdrachtgevers. Want die behoefte blijft volgens Hollander. “Ik heb zelf in het verleden ook docenten bemiddeld. Die professionals willen zelf als zelfstandige werken, die willen het vak uitoefenen waarvoor ze zijn opgeleid en niet alle administratie en organisatorische verplichtingen daaromheen.”

De vraag is wel of dat juridisch ook mogelijk is; kun je bij een bedrijf als uitzendkracht gaan werken als je voor datzelfde bedrijf jarenlang als zzp’er hebt gewerkt?

“Opdrachtgevers schrijven zich bij bosjes in om hun externe medewerkers op payroll-basis te laten werken.”
Rianne Koene (Connexie)

 

Connexie: overstappen op payroll

Rianne Koene

Om het risico op schijnzelfstandigheid te voorkomen stappen opdrachtgevers ook over van zzp-platformen naar payroll, zo stelt Rianne Koene, CEO bij payrollspecialist Connexie, in haar expertblog op FlexNieuws.

Er is volgens haar een duidelijk beweging in de zzp-markt gaande in de markten waarin Connexie actief is. “Vrijwel elke opdrachtgever in de horeca, leisure, retail en levensmiddelenindustrie is eind vorig jaar begonnen met het afbouwen van het werken met zzp-platformen. In de horeca was het bijvoorbeeld heel gebruikelijk om, naast vaste medewerkers, via zzp-platformen planningen in te vullen. Dat zien we verdwijnen. Die opdrachtgevers schrijven zich bij bosjes bij ons in om hun medewerkers op payroll-basis te laten werken.”
Voordeel voor de opdrachtgever is volgens haar dat de kosten relatief laag blijven in vergelijking met zzp en dat de opdrachtgever door het uitbesteden van het juridisch werkgeverschap geen risico’s meer loopt op boetes of naheffingen als gevolg van de handhaving van de Wet DBA.
Connexie merkt dus wel degelijk dat veel opdrachtgevers stoppen met de inzet van zzp’ers en overstappen over op payroll. En Koene ziet dat veel zzp’ers volgen. Want ook zzp’ers zijn zich steeds meer bewust van het feit dat zij risico lopen op naheffingen. “Voordeel van payrollen voor hen is dat zij nog steeds op meerdere plekken kunnen blijven werken, hun flexibiliteit behouden en direct betaald krijgen.”

ABN AMRO: verschuiving naar detacheren

Mario Bersem

In hun verwachtingen voor 2025 stelde de ABN AMRO eerder al in FlexNieuws dat zij een sterke terugloop in het aantal zzp’ers, met name in de zorg, het onderwijs en het openbaar bestuur. Volgens sectoreconoom Mario Bersem ligt een verschuiving naar detachering het meest voor de hand. “Wat zelfstandigen drijft is het autonoom kunnen werken. Als zij dat niet langer als zzp’er kunnen doen, is het niet zo’n grote stap om dat op detacheerbasis (bij verschillende opdrachtgevers) te doen.” Ook zijn collega Han Mesters denkt dat er vooral kansen voor detacheerders liggen. “Detacheerders hebben opleidingsbudget beschikbaar en hebben laten zien dat mensen, die in een bepaalde professie zijn opgeleid, toch ook snel weer elders inzetbaar zijn te krijgen.”

Intelligence Group: meer detachering

Ook ZiPconomy meldt op basis van een analyse van Intelligence Group dat er een kentering gaande is. Het marktdatabureau constateert ook dat er een flinke verschuiving is tussen detachering en zzp. 75,2% van alle aanvragen in december betrof een vraag naar (uitsluitend) detachering, in 24,8% van de gevallen werd er om een zzp’er gevraagd. Dit is het hoogste aandeel detachering in opdrachten sinds 2022, toen dit voor het eerst gemeten werd. Deze verschuiving in het laatste kwartaal van 2024 kan lastig los worden gezien van het vervallen van het handhavingsmoratorium.

LindenIT: toegenomen vraag mondjesmaat

Gerbert Jan Valk

Gerbert Jan Valk, mede-oprichter en CEO van detacheerder Linden-IT merkt echter nog maar weinig van die verschuiving van zzp naar detacheren. “Vooralsnog wordt er vanuit de markt slechts mondjesmaat gevraagd naar de mogelijkheden om zzp’ers voortaan te detacheren. Opdrachtgevers zijn wel degelijk goed geïnformeerd over de gevolgen van de handhaving van de Wet DBA, maar hebben er tot nu toe niet veel mee gedaan. Ik verwacht dat die vraag in de loop van het jaar wel zal toenemen als meer opdrachtgevers gaan inzien dat het inzetten van zzp’ers niet meer zo gemakkelijk is als voorheen. Dus ik zie wel kansen voor ons detacheerders.”

Linden-IT heeft zelf wel een aantal zzp’ers die zij bemiddelden omgezet naar een vast dienstverband (om als gedetacheerde voortaan te werken, red.) Maar dat geldt volgens Valk alleen voor die gevallen waarvoor het werken als zzp’er ‘niet langer houdbaar’ was. Voor ‘zwaardere’ kandidaten is dit meestal geen optie, legt hij uit. “Die zien het als een inbreuk op hun vrijheid en financiële situatie als zij niet meer zelfstandig kunnen zijn.”
Valk benadrukt dat het ook niet zo is dat interim-klussen niet meer mogen worden uitgevoerd door zzp’ers. “Als je maar duidelijke voorwaarden stelt, zoals het begin en eind van een project, en de verantwoordelijkheid (leiding en toezicht, red.) goed vastlegt, et cetera. Dan is het heel logisch om een interimmer in te zetten.”

Alertec: zelf opleiden en detavast

Johan Nijp

“De uitdaging voor 2025 is de zzp-bemiddeling (door de strengere handhaving van de Wet DBA. red.)”, stelt Johan Nijp (directeur Alertec Group, een middelgrote uitzendorganisatie in het Noorden van het land in met name technische sectoren. Nijp ziet in de praktijk dat zzp’ers zich terugtrekken en opdrachtgevers minder zzp’ers inhuren (op uurbasis) – alles om niet het risico op schijnzelfstandigheid te lopen. “Dat merken wij zeker. Het probleem is dat het lastig is die mensen te vervangen. Hoe gaan werkgevers die lege plekken invullen?”
Als oplossing kiest Alertec ervoor zelf mensen op te leiden. “We zijn een campagne gestart om mensen die wel een opleiding hebben in de metaal, maar niet in de metaalindustrie werken, terug te halen naar de metaalsector. Daar is heel veel animo voor. Zij worden opgeleid door een eigen praktijkbegeleider, krijgen na de proefperiode een baangarantie en we spreken met bedrijven af dat zij die mensen na een bepaalde periode mogen overnemen (detavast).”

Schijnzelfstandigheid in fasen aanpakken

Om het risico op schijnzelfstandigheid te voorkomen neemt Alertec overigens ook zzp’ers in eigen dienst om hen vervolgens te detacheren. Maar dat wil niet elke zzp’er, weet Nijp, die dan ook met lede ogen moet aanzien dat sommige zzp’ers naar de concurrent stappen en daar gewoon doorgaan. Met het risico als schijnzelfstandige te worden bestempeld en in de problemen te komen.

Het zou volgens Nijp beter zijn geweest als de overheid de schijnconstructies in fases had aangepakt. Zijn voorstel: begin met een minimum tarief van € 35. En eis dan in een volgende fase bijvoorbeeld van zzp’ers dat ze een eigen website hebben, een eigen bus of eigen materiaal hebben. (Dus echt ondernemer zijn, red.) “Dan zouden er in 2028 al veel minder schijnzelfstandigen zijn. En dan zou er een veel zachtere landing zijn geweest dan nu het geval is.”

Lees ook: Het zzp-dossier en wetgeving in 2025: harde of zachte landing? Vier voorspellingen van vier experts

Geplaatst in Branchenieuws, In de branche | Tags , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Wat is het beste flex-alternatief voor zzp: uitzenden, detacheren of payrolling?

Eerste ABU-cijfers 2025: grotere daling aantal uitzenduren

De eerste ABU marktmonitor van 2025 laat weer een grotere daling zien in het aantal uitzenduren. In periode 1 (30 december 2024 t/m 26 januari 2025) daalde het aantal uren met 9% en de omzet daalde met 5% in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar. Omdat deze periode evenveel werkbare dagen telde als in dezelfde periode vorig jaar, is er geen correctie toegepast.

De ontwikkelingen per sector zijn als volgt:

  • Administratieve sector: Het aantal uren daalde met 21% en de omzet is gedaald met 14% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar.
  • Industriële sector: Het aantal uren daalde met 4% en de omzet bleef gelijk (0%) ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar.
  • Technische sector: Het aantal uren daalde met 17% en de omzet daalde met 12% in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar.
Aantal uitzenduren
Totale omzet

 

Over het hele jaar 2024 kwam de urenkrimp op -7,7% en de omzetkrimp op -1,3%. In het vierde kwartaal van 2024 waren de uren van de ABU Marktmonitor een beetje minder gedaald dan in de voorgaande drie kwartalen. Zo daalde in periode 13 het aantal uren met 5% en de omzet met 1%.

De volgende ABU-marktmonitor verschijnt op dinsdag 18 maart 2025.

Lees ook:

Geplaatst in Flexdata, In de branche | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor Eerste ABU-cijfers 2025: grotere daling aantal uitzenduren

Wat is de werkelijke prijs van personeelsverloop?

Onderbezetting heeft directe gevolgen: niet al het werk kan worden uitgevoerd, er is minder tijd voor sales of het matchen van kandidaten, en er ontstaan gemiste kansen bij het plaatsen van kandidaten. Dit raakt niet alleen de dagelijkse operatie, maar heeft ook invloed op de winstgevendheid en concurrentiepositie van je organisatie.

Door de focus te leggen op het verminderen van verloop en het strategisch inzetten van opleidingsmogelijkheden, beperk je deze risico’s en leg je een sterk fundament voor een toekomstbestendige organisatie.

De voordelen van verminderd personeelsverloop

  • Minder personeelsverloop betekent dat je minder hoeft te investeren in het werven en inwerken van nieuwe medewerkers. Dit leidt direct tot aanzienlijke kostenbesparingen.
  • Behoud acquisitieresultaten; bij hoog verloop kunnen potentiële of nieuwe klanten en flexkrachten tussen wal en schip vallen, wat kan leiden tot verlies van vertrouwen én omzet. 
  • Ervaren medewerkers ontwikkelen inhoudelijke kennis die bijdraagt aan een hogere kwaliteit dienstverlening en het verder professionaliseren van processen.
  • Een team met ervaren medewerkers kan diepgaande expertise van de markt opbouwen. Zij krijgen beter inzicht in (potentiële) klanten en uitzendkrachten, waardoor ze sneller en effectiever kunnen inspelen op hun behoeften.
  • Een stabiel team zorgt voor rust, kennis en ervaring binnen de organisatie. Dit bevordert efficiënte onderlinge samenwerking en een betere werksfeer.

Zet opleiden in als middel om personeel aan je te binden

Beschouw kennis bijhouden niet als kostenpost, maar als een strategische investering. Dit vereist een proactieve aanpak van HR en L&D: samen met medewerkers kijken naar wat zij willen leren en hoe dit aansluit bij hun werk en toekomst binnen de organisatie.

Het stappenplan implementatie PE helpt HR en L&D bij het effectief ontwikkelen en integreren van permanente educatie binnen de organisatie.

Conclusie

Permanente educatie is meer dan een instrument voor kennisbehoud; het vormt een essentieel fundament voor duurzaam personeelsbehoud. Door strategisch te investeren in ontwikkeling en daarmee in kennisbehoud, kun je als uitzendorganisatie de kosten en gevolgen van personeelsverloop verminderen en tegelijkertijd een sterk fundament leggen voor een toekomstbestendige organisatie. Begin vandaag nog met het versterken van je organisatie: ontwikkel een toekomstgerichte PE-strategie en maak het verschil voor jouw medewerkers én jouw bedrijf.

Geplaatst in Arbeidsmarktdata, In de wereld | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor Wat is de werkelijke prijs van personeelsverloop?