"Voor futureproof ondernemen in flex"
SLUIT MENU

ING: krimp flexbranche in 2024 – veel uitdagingen, maar ook kansen

Geringe economische groei, krapte op de arbeidsmarkt en een verschuiving van uitzenden naar andere flexvormen, zoals zzp. Deze factoren spelen de flexbranche parten in 2024, zo voorspelt de ING.

De flexbranche gaat een jaar van krimp tegemoet. Dat stelt ING op basis van een marktanalyse. ING rekent tot de flexbranche uitzendbureaus, arbeidsbemiddelaars en payrollers.

Daling uitzenduren (-5%)

Na coronacrisis was er twee jaar lang sprake van een flinke groei in uitzenduren, maar die tijd is voorbij. Afgelopen jaar kromp het aantal uitzenduren fors (-7%) en ook voor 2024 rekent ING op volumekrimp (-5%). De flexbranche is conjunctuurgevoelig en merkt het onmiddellijk als opdrachtgevers minder personeel inhuren vanwege de lagere economische groei.

Deze ontwikkeling is ook terug te zien in het aantal uitzendbanen. Na twee jaren van groei, was er in het eerste kwartaal van 2023 voor het eerst weer sprake van een krimp in uitzendbanen (-52.000), gevolgd door een krimp van ruim 60.000 in het tweede en het derde kwartaal.

ING geeft drie oorzaken van de sterke krimp in uitzendbanen: 

  1. Bedrijven maken een pas op de plaats met de inhuur van personeel vanwege een relatief lage economische groei en aanhoudende onzekerheid.
  2. In een structureel krappe arbeidsmarkt krijgen uitzendkrachten sneller een vast contract aangeboden, ook door de flexbedrijven zelf.
  3. Wet- en regelgeving maakt uitzendwerk duurder en minder flexibel. Dit leidt tot een substitutie-effect naar andere vormen van flexibiliteit, zoals zzp’ers.

Omzet vlakt af, tarieven omhoog

Ondanks de dalende vraag naar uitzendkrachten, slaagden flexbedrijven er vorig jaar wel in om omzetgroei te boeken. Deze vlakte in de loop van het jaar wel flink af.

Er zijn overigens wel verschillen in omzetontwikkeling tussen flexbureaus. Waar de grote generieke uitzenders hun omzet in 2023 met gemiddeld -3% zagen krimpen, zagen de gespecialiseerde flexbedrijven hun omzetten over het algemeen wel groeien.

Deze omzetgroei komt volgens ING volledig door de hogere tarieven die flexbureaus rekenen. De tarieven stegen in 2023 met maar liefst 12%. Dat was volgens flexbureaus nodig vanwege de stijgende bedrijfs- en personeelskosten en vanwege de krappe arbeidsmarkt die zorgt voor een hogere cost-per-hire. (Bureaus moeten meer tijd en moeite steken in het vinden van kandidaten.)

Ondanks de hogere tarieven verslechterd de winstgevendheid van flexbedrijven als gevolg van hoge inflatie en stijgende lonen. Die verslechtering van de winstgevendheid is in 2022 al ingezet. Flexbedrijven hebben hun prijzen (tarieven) weliswaar fors verhoogd, zij kunnen de eigen hoge kosten lang niet altijd doorberekenen aan hun klanten. Dat geldt zeker als wordt gewerkt met langlopende contracten (waarin prijzen zijn vastgelegd).  

Krapte arbeidsmarkt blijft

Ook voor de flexbranche blijft personeelsschaarste de grootste uitdaging dit jaar. Ondanks een licht oplopende werkloosheid en een dalende vraag naar uitzendkrachten, zegt nog altijd tweederde van de flexbedrijven dat tekort aan uitzendkrachten een rem op de groei van het flexbedrijf vormt. Toch biedt de structurele krapte op de arbeidsmarkt volgens ING ook kansen voor flexbedrijven. Zij kunnen mensen aan zich binden door te investeren in goed werkgeverschap en het bieden van vaste contracten. 

De arbeidsmarkt kent nog altijd een mismatch omdat vraag en aanbod niet op elkaar aansluiten. Volgens ING biedt dat juist ook kansen voor flexbedrijven. Zij kunnen door opleiden, omscholen en loopbaanbegeleiding van arbeidskrachten zorgen voor betere arbeidsmobiliteit tussen krimp- en groeisectoren (zoals energie, zorg en bouw).

Uitzendwerk duurder, verschuiving naar zzp

Nog een ander aspect speelt de flexbranche parten: de strengere wet- en regelgeving. Uitzendwerk wordt hierdoor duurder en minder flexibel. Concurreren op arbeidsvoorwaarden wordt steeds moeilijker; de uitzendkracht heeft inmiddels recht op dezelfde arbeidsvoorwaarden als een werknemer in loondienst, zoals een marktconform pensioen en een transitievergoeding. 

Het (politieke) doel is uitzendwerk te beperken tot ziek & piek en niet in te zetten voor werk op structurele basis.

De strengere aanpak van uitzendwerk leidt tot een waterbedeffect; bedrijven gaan op zoek naar andere flexibele arbeidsvormen, zoals het zelfstandig ondernemerschap. Aangezien de handhaving op schijnzelfstandigheid voorlopig op de lange baan is geschoven, is volgens ING het inzetten van zzp’ers een aantrekkelijk alternatief voor uitzenden. De krappe arbeidsmarkt maakt het bovendien aantrekkelijker voor de werkende om als zzp’er aan de slag te gaan dan als uitzendkracht, bijvoorbeeld in de bouw, zorg en horeca. Vandaar dat het aandeel zzp’ers in de totale beroepsbevolking is gegroeid van 11% in 2019 naar 13% in 2023.

Toch is het maar de vraag of die verschuiving van uitzenden naar zzp doorzet, stelt ING. Als het nieuwe wetsvoorstel Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (VBAR) (als opvolger van de Wet DBA) in de huidige opzet wordt doorgevoerd, zal dit grote gevolgen hebben voor zzp’ers. Veel werk kan dan niet langer door zzp’ers worden uitgevoerd, maar moet in loondienst gedaan worden.

Slecht nieuws voor zzp’ers, maar goed nieuws voor uitzend- en detacheringsbureaus, omdat zij dan weer de meest flexibele arbeidsvormen bieden. 

Of en in welke vorm de zzp-wet er komt, is echter onzeker en onduidelijk.

Lees ook: 

Redactie van Flexnieuws - interviews, artikelen, aankondigingen en persberichten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *