"Voor futureproof ondernemen in flex"
SLUIT MENU

Wat betekent het toelatingsstelsel voor brokers en zzp’ers?

De Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) wordt wel de nieuwe ‘uitzendwet’ genoemd, maar raakt bijna alle in- en uitleners in de flexbranche. Hoe zit het bijvoorbeeld met het inzetten van en werken met zzp’ers? Patrick Tom (Bureau Cicero) schept duidelijkheid.

Patrick Tom

De kritiek en onrust in de markt rond de Wtta wordt veroorzaakt door onduidelijkheden over de reikwijdte die het toelatingsstelsel zal hebben, bijvoorbeeld voor brokers en zzp’ers. Patrick Tom (Bureau Cicero) legt dit in dit artikel uit wat de gevolgen voor hen zijn.

Met de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) wordt een toelatingsstelsel ingevoerd voor uitzendbureaus en andere bedrijven die arbeidskrachten ter beschikking stellen. In het nieuwe stelsel mogen uitleners alleen op de markt opereren als zij daartoe zijn toegelaten.

De invoering van de wet is weliswaar een jaar uitgesteld (tot 1 januari 2026), maar het toelatingsstelsel houdt de gemoederen in de hele flexbranche flink bezig.

Want de Wtta geldt niet alleen voor uitzendbureaus die hun uitzendkrachten plaatsen bij opdrachtgevers, maar ook voor doorleners, payrollers en zelfs detacheerders. Waar de aanleiding voor de wet het beschermen van de positie van arbeidsmigranten was, is de reikwijdte dus veel groter.

De Wtta raakt ook detacheerders en zelfs broker, vandaar dat respectievelijk de Vereniging van Detacheerders Nederland (VvDN) en de brancheorganisatie voor intermediairs en brokers Bovib zich eerder al kritisch hebben uitgelaten over het wetsvoorstel.

Zuiver zzp of schijnzelfstandig

“Om te beginnen, de Wtta geldt voor arbeidskrachten die ter beschikking worden gesteld onder leiding en toezicht van de opdrachtgever. De zuivere zzp’er werkt per definitie niet onder leiding en toezicht en valt dus niet onder de Wtta. Maar de praktijk is anders. “Er is nagenoeg geen broker die op die manier werkt, het gaat vrijwel allemaal via tussenkomst. Het gros van de Bovib-leden biedt de zzp’er aan in de keten en stelt daarbij wel degelijk arbeidskrachten ter beschikking onder leiding en toezicht van de opdrachtgever. Dus willen brokers vrijwel allemaal worden toegelaten volgens de Wtta.”

De marktleiders hebben zelfs een voortrekkersrol, stelt Tom. “Die moeten transparantie in (de as van) de keten aantonen. Is er sprake van ter beschikking stelling (TBA) onder leiding en toezicht en volgens welke arbeidsvorm werkt die flexkracht? Is er wél sprake van werken onder leiding en toezicht van de opdrachtgever en gaat het om een zzp’er, dan kan dat dus straks niet meer. Want dan praat je niet meer over échte zzp’ers, maar schijnzelfstandigen en dan is er feitelijk gewoon een dienstbetrekking met alle naheffingsgevolgen van dien.”

Dat valt binnen het Wtta-stelsel overigens buiten de scope van een inspectie-instelling als Bureau Cicero, maar de Arbeidsinspectie (NLA) moet hierop handhaven. “Het gevaar is dan dat een hele batterij zzp’ers ergens onder leiding en toezicht wordt ingezet, maar dat we geen normpunten in het toelatingsstelsel hebben die ons verplichten hiernaar te kijken. Dat vinden we als inspecteurs wel ingewikkeld.”

Lees ook: ‘De helft van zzp’ers schijnzelfstandige? Onmogelijk.’

Waterbedeffecten

Patrick Tom voorziet met de komst van de Wtta een tweetal waterbedeffecten: “Een verschuiving in de arbeidsrelatie, van zzp naar dienstverband. Veel zzp’ers kunnen niet meer onder het toelatingsstelsel op dezelfde wijze blijven werken, die zullen via een dienstbetrekking moeten worden aangeboden in de markt.”

En er zullen volgens Tom partijen zijn die ‘creatieve oplossingen’ vinden om onder de Wtta uit te komen, bijvoorbeeld via contracting. “Op het moment dat partijen op papier overeenkomen dat het om aannemen van werk gaat (contracting), waarbij de regie en het risico rust bij de zelfstandige, dan hoeft de uitlener niet onder het toelatingsstelsel te vallen.” Een voorbeeld: de vleesverwerkende industrie (waar strenge controles de bekende misstanden moeten voorkomen). Een uitlener kan met een opdrachtgever afspreken dat hij een hele productielijn overneemt als aanneming van werk, desnoods met een eigen opzichter of teamleider zodat er zogenaamd leiding en toezicht ontstaat.

Tom: “Ook dit valt dan buiten onze scope als inspectie-instelling. De handhaving zal moeten vaststellen of de feiten en omstandigheden kloppen met de contractuele relatie. Dat doet de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA). Zij gaan het met het handhaven heel druk krijgen.”

Want de Wtta zal alleen goed werken als ook de handhaving dit soort misstanden aanpakt, weet Tom. ”Er is wel degelijk het risico dat men via dergelijk ‘creatieve oplossingen’ onder het toelatingsstelsel uit probeert te komen. “Ik hoor nu al geluiden van opdrachtgevers die zeggen ‘we moeten het handiger gaan organiseren’. Sectoren als de bouw, agrarische sector of de schoonmaakbranche zijn daar gevoelig voor.”

Samenwerking in keten is ook een kans

Met de komst van de Wtta komt de verplichting dat inleners en uitleners gaan registreren welke arbeidskrachten onder leiding en toezicht ter beschikking (TBA) zijn gesteld. Als de inlener zegt dat er wel sprake is van TBA ‘onder leiding en toezicht’ en de uitlener zegt dat het om een zzp‘er gaat die middels een overeenkomst van opdracht is ingezet, dan is er een mismatch. De Arbeidsinspectie zal dan toch geneigd zijn te oordelen dat het om een ter beschikking gestelde arbeidskracht gaat en dat de uitlener wel onder het toelatingsstelsel zou moeten vallen.

De Wtta zal er volgens Tom toe leiden dat brokers en inleners veel meer (moeten) gaan samenwerken. Want het risico op boetes en naheffingen is er voor alle partijen in de keten. “De broker wil geen leveringsproblemen en de inlener krijgt te maken met extra verplichtingen, zoals vaststellen of de broker is toegelaten in het openbare Wtta-register en het communiceren van de juiste arbeidsvoorwaarden van de ingeleende medewerker in de keten. Dit is nou net iets waar de broker uitermate goed bij kan ondersteunen. Het is dus ook zeker een commerciële kans voor Bovib-leden.”

De Wtta brengt met zich mee dat de hele keten, ook inleners, zich bewust moeten zijn van de contractvormen van de flexkrachten die zij inhuren. Tom ziet in de praktijk voorbeelden waaruit blijkt dat dat nog lang niet altijd het geval is. “Een schoonmaakbedrijf huurt via een uitzendbureau arbeidskrachten in, maar weet niet dat daar ook zzp’ers tussen zitten. Dus kan het voorkomen dat een zzp’er wel degelijk onder leiding en toezicht staat zonder dat de opdrachtgever dit beseft. Met de komst van de Wtta moet de opdrachtgever dit wel vastleggen.

Toms’ boodschap aan inhurend Nederland: ga na of je weet wie volgens welke contractvorm rondloopt in jouw bedrijf en of het uitlenende bedrijf bonafide is? Is het antwoord ‘nee’, breng dan snel je processen en procedures op orde. “Bovib-leden kunnen hun opdrachtgevers goed helpen bij dit vraagstuk. Zij kunnen meer de rol van partner op zich nemen.”

Wtta naast SNA en Bovib-keurmerk

“Alle Bovib-leden en hun leveranciers in de keten gaan waarschijnlijk het toelatingsstelsel in omdat zij ook aan TBA doen. Opdrachtgevers gaan in het kader van risicobeheer ook eisen van hun keten-leveranciers dat zij zijn toegelaten.” Het is dan zeer belangrijk voor al deze leveranciers om nu al te starten met de voorbereidingen door een SNA-keurmerk aan te vragen, al is het maar als nulmeeting.

Maar hoewel Patrick Tom stelt dat SNA de sleutel tot het toelatingsstelsel is, zal de Wtta gaat het SNA-keurmerk niet vervangen. Immers gaat het SNA-keurmerk ook over aannemers van werk. “Voor de gevallen dat er sprake is van een echte zelfstandige (geen leiding en toezicht) en het dus gaat om aanneming van werk gaat (inzet van zzp’ers via overeenkomst van opdracht en zzp-bemiddeling), blijft het SNA- en Bovib-keurmerk bestaan.”

Lees ook: Arbeidskrachten in- en doorlenen, wat is het verschil in de WTTA t.o.v. de SNA


Alexander Kist

Juridische gevolgen Wtta voor zzp-bemiddeling

Alexander Kist (W&RK advies) stelt, vanuit juridisch oogpunt, dat de Wtta wel degelijk impact zal hebben op de zzp-markt. “Zzp-bemiddeling heeft in beginsel niets te maken heeft met de Wtta.” De Wtta geldt voor arbeidskrachten die ter beschikking worden gesteld onder leiding en toezicht van de opdrachtgever en daar is bij (zuivere) zzp-bemiddeling geen sprake van. “Toch denk ik dat in de praktijk ook alle zzp-bemiddelaars willen worden toegelaten tot het stelsel. Want opdrachtgevers gaan straks niet meer inlenen van een zzp-bemiddelaar waarvan ze niet 100% zeker weten dat er geen sprake is van ter beschikking stellen van arbeidskrachten. Opdrachtgevers zullen dus eisen dat ook zzp-bemiddelaars toegelaten zijn tot het stelsel.”

En dat heeft alles te maken met het risico op schijnconstructies. Dit staat helder verwoord in de Memorie van toelichting op de Wtta: De regering onderkent dat kwaadwillende uitleners zullen willen proberen om de toelatingsplicht te ontduiken, bijvoorbeeld door uit te wijken naar zzp-bemiddeling of vormen die daar de schijn van hebben. De Arbeidsinspectie heeft de bevoegdheid handhavend op te treden wanneer zij concludeert dat een uitlener zonder toelating arbeidskrachten ter beschikking stelt. Hiervoor is irrelevant hoe de arbeidsrelatie op papier is ingericht. De Arbeidsinspectie beoordeelt een arbeidsrelatie te allen tijde aan de hand van de feiten en omstandigheden.

Vooral de laatste twee zinnen zijn belangrijk, licht Kist toe. Dit is het (juridische) principe ‘wezen gaat voor schijn’. Oftewel, het maakt niet zoveel uit hoe je iets contractueel afspreekt (bijvoorbeeld de zzp’er werkt volgens een overeenkomst van opdracht, geen arbeidsovereenkomst): het gaat om de praktijk. Dus als de Arbeidsinspectie op de werkvloer vaststelt dat er wél sprake is van werken onder leiding en toezicht van de opdrachtgever, dan is er wel degelijk sprake van een arbeidsovereenkomst.

Het risico dat een zzp’er (volgens de Arbeidsinspectie) eigenlijk een werknemer blijkt te zijn, was er al. Met alle gevolgen van dien. Maar die gevolgen zullen met de Wtta nóg groter zijn. Niet alleen voor de uitlener, ook voor de inlener (opdrachtgever). Die had namelijk helemaal die flexkracht niet mogen inhuren van een uitlener die niet is toegelaten tot het stelsel. Dat komt ook de opdrachtgever op een fikse boete te staan.

VBAR of Deliveroo-arrest

Wat hierbij nog een rol speelt is de Wet Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden (VBAR), die beoogt te verduidelijken wanneer een werkende ingehuurd kan worden als zzp’er. “De VBAR moet onder meer een begrip als ‘werken onder leiding en toezicht’ verduidelijken. En de VBAR en Wtta zouden oorspronkelijk gelijktijdig worden ingevoerd, maar nu dat niet het geval blijkt te zijn, blijft de onduidelijkheid over de term ter beschikking stellen van arbeidskrachten (TBA) bestaan.” En dat zal in de praktijk gevolgen hebben. “Als de invoering van beide wetten uit elkaar loopt en er twee verschillende definities van TBA zijn, wordt het lastig. Rechters zullen dan uiteindelijk het Deliveroo-arrest aanhouden als enige houvast voor het kwalificeren van de arbeidsrelatie.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *