Maandelijkse archieven: januari 2025

Adviescollege: stop met nieuwe arbeidsmarktwetgeving die niets oplost

Het gebeurt te vaak dat wetten uit de koker van het ministerie van SZW een negatief advies krijgen, schrijft het Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR) in een rapportage, die op 22 januari is besproken in de Tweede Kamer.

Dit komt doordat nut en noodzaak van voorgestelde wetgeving niet duidelijk zijn, schrijft het college. In de voorstellen ontbreekt vaak een probleemanalyse, zodat het voorstel de problemen niet oplost. En soms zelfs nog erger maakt: de gevolgen voor ondernemers én burgers zijn bij nieuwe regelgeving doorgaans namelijk niet goed in beeld gebracht. Verder wordt niet altijd gekozen voor een alternatief dat met minder regeldruk gepaard gaat. Sinds 2021 heeft het ATR de helft van alle adviesaanvragen van het ministerie afgewezen.  “Er is sprake van een stapeling van wetgeving. Er komt steeds meer bij, de samenleving snapt het nauwelijks meer,” aldus Marijke van Hees, voorzitter van het ATR, in haar toelichting in de Kamer. 

De ATR vindt dat wetgeving van het Ministerie van SZW vaak gebaseerd is op een gebrekkige probleemanalyse waardoor maatregelen onvoldoende specifiek zijn en het onduidelijk is hoe ze in de praktijk uitpakken.

Wtta en VBAR

Zo maakte het college gehakt van de nieuwe uitzendwet, de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta). “Liever niet nog meer, complexe regelgeving. Zeker niet omdat die niet effectief is. Die nemen de misstanden bij het ter beschikking stellen van arbeidskrachten niet weg, simpelweg omdat deze zich voordoen bij ondernemers die zich weinig of niets aan (administratieve) procedures en eisen gelegen laten liggen. Dan helpen nieuwe procedures en eisen niet.” 

Ook de Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (VBAR) kon de toets der kritiek niet doorstaan. Bedoeling van de wet was meer duidelijkheid scheppen rond schijnzelfstandigheid. Maar volgens het ATR zorgt het voorstel juist voor meer regeldruk, zonder dat het er allemaal duidelijker op wordt. Het ATR adviseerde om van de wetswijziging af te zien. De Raad van State was overigens dezelfde mening toegedaan over het voorstel, dat vooral “het geldende recht codificeert.”

Het Wetsvoorstel Toezicht gelijke kansen bij werving en selectie kreeg eveneens het dictum “niet indienen”. Het wetsvoorstel bevatte de verplichting voor werkgevers en intermediairs om een werkwijze tegen discriminatie bij werving en selectie te hebben en deze schriftelijk vast te leggen. Het ATR miste in het voorstel nut, noodzaak, proportionaliteit en werkbaarheid van deze administratieve verplichtingen.

Deze drie wetsvoorstellen werden ondanks de kritiek toch in gang gezet, al werd de Wtta uitgesteld en sneuvelde de anti-discriminatiewet in de Eerste Kamer. 

Aanbevelingen

In de rapportage doet het ATR een aantal aanbevelingen aan de Tweede Kamer. Zo roept het college de kamerleden op bij incidenten niet automatisch om nieuwe wet- en regelgeving te vragen of om een uitbreiding van het toezicht, maar om eerst goed te analyseren welk probleem er opgelost moet worden en wat daar mogelijk voor nodig is. En om ook te kijken of een striktere en meer consequente handhaving van de bestaande normen de problemen kan wegnemen, zo schrijft het college in haar aanbevelingen.

Permanent adviescollege

Het adviescollege opereert op basis van een tijdelijk mandaat. In 2020 gaf Berenschot het college een positieve evaluatie. Begin februari debatteert de Tweede Kamer over een wetsvoorstel om van ATR een permanent adviescollege te maken. Daarbij krijgt het ook nieuwe taken en bevoegdheden, zoals de verplichting om al in een vroege fase van het wetgevingsproces ATR-advies in te winnen.

Meer lezen:

Geplaatst in In de wereld, Politiek | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor Adviescollege: stop met nieuwe arbeidsmarktwetgeving die niets oplost

Dít is de kortste route naar herstel

“De corona-periode heeft een duidelijke verandering in verzuim teweeggebracht. Vóór de pandemie lag het verzuim in Nederland rond de 4%, nu is dat meer dan 5% – we zien een toename van zo’n 25%. Als we het verzuim terugbrengen naar het oude niveau, zou dat een cruciaal effect hebben op het terugdringen van de arbeidsmarktkrapte. Van verzuimmanagement een topic maken aan de directietafel loont dus.” Dat zegt Annabelle Hagoort. Zij is CEO van Acture, private uitvoerder sociale zekerheid.

Het griepseizoen is in volle gang, dat zien jullie vast in de verzuimcijfers?

“Ik werk nu zeven jaar bij Acture. Voorheen zagen we duidelijke pieken in de wintermaanden, zoals januari, februari, november en december, veroorzaakt door het griepseizoen. Maar sinds corona is dat veranderd. We zien nog steeds pieken in het voor- en najaar, maar het verzuim blijft het hele jaar door hoog. Dat komt deels door meer soorten virussen, die zorgen voor kortdurende ziekmeldingen. Maar ook de mentale gezondheid speelt een grote rol en is inmiddels de op één na grootste oorzaak van verzuim.”

Hoelang duurt verzuim bij het ontbreken van mentale fitheid?

“Zonder goede begeleiding duurt het verzuim bij psychische klachten net zo lang als bij mensen met een levensbedreigende ziekte.”

Dat verwacht je niet.

“Wij dachten ook: dit kan toch niet waar zijn? Daarom zijn we enkele jaren geleden samen met Impact Centre Erasmus aan de slag gegaan om te onderzoeken hoe we de verzuimduur flink konden verkorten. En met resultaat. Onze verzuimbegeleidingsaanpak heeft bij verschillende organisaties aantoonbaar geleid tot het terugdringen van psychisch verzuim met maar liefst 40%.

Belangrijk onderdeel is de wet- en regelgeving. Niet het meest inspirerende deel, maar het is een verplichte route die je als werkgever moet volgen. Daarin ondersteunen wij werkgevers als private uitvoerder en zetten we in op moeilijke dingen makkelijk maken.

Maar het echte verschil maak je bij preventie en activatie. Die aanpak begint bij het vroegtijdig signaleren van problemen én echt actie ondernemen. Er zijn vaak signalen die naderend uitval inluiden. Door op basis van die kleine indicaties vroeg met je medewerkers in gesprek te gaan, kun je langdurig verzuim voorkomen. Deze signaalkaart vind je in onze orange paper psychisch verzuim.

Valt iemand dan toch uit met mentale klachten, dan is het  cruciaal om in de tweede of derde week van het verzuim contact te houden. Laat oprechte aandacht zien als werkgever: bel regelmatig, nodig iemand uit voor een kop koffie op kantoor en zorg dat je elkaar weer even in de ogen kunt kijken. Richt je daarnaast op wat wél mogelijk is. Die aanpak kan niet alleen de werkrelatie versterken, maar ook de verzuimduur drastisch verkorten. En daar wordt uiteindelijk iedereen beter van.”

Waarom is die begeleiding zo belangrijk?

“Vooral voor mensen bij wie de mentale fitheid laag is, lijkt de drempel om actie te ondernemen torenhoog. Ze zijn tenslotte niet voor niets uitgevallen. Het is dan ontzettend lastig zelf te overzien hoe je weer uit die situatie kunt komen.

Maar juist deze mensen zijn vaak enorm gemotiveerd om weer stappen te zetten. Ervaring leert ons dat niemand ervoor kiest om thuis te zitten of ziek te zijn.”

Je hebt ook mensen met een zware burn-out, waardoor zelfs uit bed komen een té grote opgave is, toch?

“Natuurlijk zijn er situaties waarin zelfs een paar uur werken écht niet mogelijk is. Maar het merendeel van de mensen is juist geholpen als ze een paar uur per week in het proces kunnen blijven. Door te kijken naar wat diegene wél kan en nodig heeft, ontstaan er veel mogelijkheden.”

Over hoeveel mensen hebben we het eigenlijk?

“Als je kijkt naar onze cijfers: van de 110.000 tot 120.000 ziekmeldingen per jaar is zo’n 70-80% verzuim zonder medische aanleiding.”

70-80% zonder medische aanleiding. Is het ontbreken van mentale fitheid echt iets van deze tijd?

“Data wijst uit dat psychische klachten al veel langer een rol spelen in verzuim, maar vaak niet als zodanig herkend werden. Omdat deze klachten zich ook vaak uiten in lichamelijke symptomen zoals hoofdpijn, vermoeidheid en allerlei andere pijntjes.

Wel staan huidige generaties meer onder druk, door bijvoorbeeld de uitdagingen op de woningmarkt, social media, financiële stress en mantelzorg. Bovendien lijkt er tegenwoordig meer ruimte te zijn om aan te geven dat je het even niet meer overziet of dat je het lastig hebt.”

Hoe beoordeel je wat iemand met psychische klachten nog wél of niet kan?

“In Nederland is het zo dat de zieke medewerker en/of de arts bepalen of er sprake is van een ziekmelding. De werkgever heeft hierin geen stem.

Het kan voorkomen dat mensen die situatie misbruiken. Maar van de 110.000 tot 120.000 ziekmeldingen hebben we het dan over een heel klein groepje. Dus organiseer activatie vanuit de gedachte dat mensen niet ziek willen zijn. Vertrouw erop dat als je mensen adequaat begeleidt – met het juiste contact op het juiste moment – ze in beweging komen. Dat klinkt wellicht wat filosofisch, maar onze data laat zien dat het écht werkt.”

Het optreden van een leidinggevende is dus superbelangrijk. Waar ligt de uitdaging?

“De uitdaging is dat die leidinggevende, doordat iemand uitvalt, het zelf drukker krijgt. Want er komt nog meer werk bij, en dan is er geen tijd meer voor de collega die juist zo verlegen zit om ondersteuning. Het is cruciaal dat juist die leidinggevende tijd vrij kan maken voor een dagelijks belletje naar een collega. En dat hij of zij inzet op het voorkomen van verzuim.”

Is verzuim vaak het gevolg van privéomstandigheden in plaats van werk?

“Vaak is er sprake van een combinatie. Uit onze ervaring van de afgelopen 16 jaar zien we vier hoofdthema’s die verzuim beïnvloeden: mentale – , fysieke -, carrière- en financiële fitheid. Door knelpunten in een van de thema’s, of een combinatie ervan, ontstaat verzuim.

Carrièrefitheid gaat bijvoorbeeld over de vraag of je de ontwikkelingen binnen je organisatie nog bij kunt houden. Financiële fitheid kan te maken hebben met het niet kunnen betalen van de hypotheek omdat je partner werkloos is geraakt en je ook nog een studerend kind hebt.

Deze factoren leiden vaak tot spanningsklachten. Als je kunt achterhalen waar het knelpunt zit, kun je verandering in gang zetten. Daarom hebben wij een platform ontwikkeld – Evermood – dat preventie centraal stelt op basis van de onderliggende data. Met het platform kun je als werkgever gericht interventies inzetten op deze vier thema’s, om verzuim te voorkomen.”

Hoe doen wij het in Nederland op preventief gebied?

“Daar liggen nog wel kansen. We hebben het hier in Nederland al jaren over duurzame inzetbaarheid. Dit vraagt om een collectief besef dat het anders moet en dat werkgevers hier een actieve rol in kunnen vervullen, om te bouwen aan een gezonde en vitale werkvloer.”

Doen ze het in andere landen beter?

“Een land ontwikkelt zich naar hoe wet- en regelgeving is ingericht. In Nederland ligt de nadruk op re-integratie. Werkgevers zijn verplicht om actief mee te werken aan het herstel van een werknemer. Doe je dat niet conform regelgeving, dan zal je als werkgever zelfs een derde ziektejaar moeten betalen. Dat maakt dat bedrijven investeren in re-integratieactiviteiten.

In Duitsland, bijvoorbeeld, werkt het heel anders. Daar vallen zieke werknemers na zes weken onder een collectieve regeling. De preventiemarkt heeft zich in Duitsland veel sneller ontwikkeld dan in Nederland, want daar is de aanpak veel meer gericht op het voorkomen van ziekte.”

Moet de werknemer op tijd aan de bel trekken, of is het juist aan het bedrijf om signalen op te vangen?

“Ik denk dat beide belangrijk zijn. Werkgevers kunnen die verantwoordelijkheid niet helemaal van werknemers overnemen, maar ze moeten wél zorgen voor een werkomgeving waarin mensen hun werk goed aankunnen binnen de tijd die er is. Dat betekent ook dat er ruimte moet zijn voor persoonlijke groei, begeleiding en het ontwikkelen van nieuwe vaardigheden.

Tegenwoordig zie je dat vooral jongere werknemers hier heel kritisch naar kijken. Ze willen weten of een werkgever aandacht heeft voor mentale gezondheid. Het gaat niet alleen om ingrijpen als het misgaat, maar ook om zorgen dat problemen überhaupt worden voorkomen.

De voordelen? Die zijn duidelijk. Bedrijven die dit goed aanpakken, hebben vaak minder ziekteverzuim en medewerkers die sneller weer op de been zijn. Zulke werkgevers helpen echt om een gezonde werkcultuur te bouwen. Dat is niet alleen goed voor de mensen die er werken, maar ook voor de toekomst van het bedrijf zelf. Het drukt niet alleen de kosten, maar biedt ook onderscheidend vermogen door goed werkgeverschap.”

Geplaatst in Bedrijfsnieuws, In de branche, Nieuws | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor Dít is de kortste route naar herstel

Door onduidelijke einddatum contract moet uitzendbureau jaar loon bij ziekte doorbetalen

Sinds 1 juli 2023 is in de uitzend-cao opgenomen dat ziekte in contracten met uitzendbeding niet meer leidt tot het beëindigen van de uitzendovereenkomst. De meeste uitzendbureaus kiezen om die reden voor uitzendovereenkomsten van vier weken; dat is de minimale duur van de overeenkomst. Op het moment dat de uitzendkracht ziek wordt, verlengt het bureau het contract niet. De werkgever hoeft dan nog maximaal vier weken het loon zelf door te betalen, voor hij de werknemer ziek uit dienst kan melden.

Einde bij ziekte

Een uitzendbureau bood een uitzendkracht, die uit Roemenië naar Nederland kwam om te werken als buschauffeur, contracten aan van telkens vier weken. In de uitzendovereenkomst stond dat deze van rechtswege eindigt na de overeengekomen termijn. Bij ongeschiktheid om de functie te vervullen eindigde de overeenkomst op de overeengekomen einddatum. De uitzendovereenkomst kon uitdrukkelijk of stilzwijgend worden verlengd.

Het contract werd een aantal keer verlengd, tot de buschauffeur zich ziek meldde. Volgens het uitzendbureau was dat het einde van een lopende termijn van vier weken. De uitzendovereenkomst werd per 12 augustus 2024 ‘van rechtswege’ geëindigd.

De buschauffeur stapte daarop naar de rechter om loondoorbetaling te eisen. Hij wees op de bepaling dat de uitzendovereenkomst tot het begin van fase 3 telkens stilzwijgend wordt verlengd. Daarbij is hem mondeling toegezegd dat hij ten minste een jaar voor het bureau zou kunnen werken.

Voor de rechter

In het contract staat dat bij arbeidsongeschiktheid van de uitzendkracht de uitzendovereenkomst eindigt op de overeengekomen einddatum. Maar wat is die overeengekomen einddatum? Daarover verschillen de partijen van mening, constateert de kantonrechter. Is dat het einde van een lopende termijn van vier weken of het einde van fase 1/2 na 52 weken?

De rechter stelt om te beginnen dat de einddatum onduidelijk is geformuleerd in het contract. Er staat voor de duur van ‘the assignment’ en uiterlijk tot het einde van fase 1/2. Dat wijst erop dat de uitzendovereenkomst doorloopt tot het einde van fase 1/2.

Verderop staat in de voorwaarden dat de uitzendovereenkomst voor de duur van vier weken wordt aangegaan en daarna van rechtswege eindigt. Dat wijst er op dat de uitzendovereenkomst slechts voor de duur van vier weken wordt aangegaan. Er staat in hetzelfde artikel echter ook – zonder dat daarbij voorwaarden worden genoemd – dat het contract elke vier weken stilzwijgend wordt verlengd tot het begin van fase 3. Uit de overeenkomst zou je kunnen afleiden dat dit een periode van 52 weken is. Die onduidelijkheid, zo vindt de rechter, komt voor rekening van het uitzendbureau.

Contracten van vier weken onlogisch

De buschauffeur was in de veronderstelling dat hij ten minste 52 weken voor het uitzendbureau zou werken. De rechter vindt het aannemelijk dat de buschauffeur het zo heeft opgevat. Zou hij anders met zijn vrouw vanuit Roemenië naar Nederland zijn gekomen met het risico om hier maar vier weken te werken? Gezien de functie van buschauffeur mocht hij ook verwachten dat dit voor langere duur zou zijn, anders dan bijvoorbeeld bij seizoensarbeid. Ook kreeg hij een leaseauto en woonruimte, wat de indruk wekte dat het dienstverband veel langer dan vier weken zou duren.

De einddatum van vier weken was bovendien sterk in het nadeel van de werknemer, stelt de rechter: de voornaamste reden voor vierweekse contracten was om een zieke werknemer niet langer te hoeven doorbetalen; het volgt niet uit de aard en functie van de uitzendovereenkomst.

Zeker bij arbeidskrachten uit het buitenland is het van belang er expliciet op te wijzen dat de arbeidsovereenkomst telkens voor vier weken wordt aangegaan en om elke willekeurige reden kan eindigen. In de wervingsflyer stond dat evenmin uitgelegd.

Conclusie

De kantonrechter oordeelt dat de uitzendovereenkomst zo moet worden uitgelegd dat de overeengekomen einddatum van de uitzendovereenkomst het einde van fase 1/2 is, dus 52 weken na aanvang van de uitzendovereenkomst. Tot de einddatum moet het uitzendbureau als eigen risicodrager aan de werknemer 90 procent van zijn loon doorbetalen (70 procent Ziektewet plus een toeslag van 20 procent).

 

Bron: Rechtbank Midden-Nederland, ECLI:NL:RBMNE:2024:7049, 14-01-2025.

 

Geplaatst in In de wet, Nieuws, Rechtspraak | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor Door onduidelijke einddatum contract moet uitzendbureau jaar loon bij ziekte doorbetalen

Jaarcijfers uitzendbranche 2024: 8 procent krimp uitzenduren, 1 procent krimp omzet

De jaarontwikkelingen per sector zijn als volgt:

  • Administratieve sector

Een daling van 17% in uren en een daling van 8% in omzet ten opzichte van 2023.

  • Industriële sector

Een daling van 3% in uren en een stijging van 3% in omzet ten opzichte van 2023.

  • Technische sector

Een daling van 11% in uren en een daling van 4% in omzet ten opzichte van 2022.

Totale omzet

Uren en omzet uitzendbranche periode 13 2024 (2 december t/m 29 december)

In periode 13 daalde het aantal uren met 5% en de omzet daalde met 1% in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar. Omdat deze periode evenveel werkbare dagen telde als in dezelfde periode vorig jaar, is er geen correctie toegepast.

De ontwikkelingen per sector zijn als volgt:

  • Administratieve sector

Het aantal uren daalde met 17% en de omzet is gedaald met 11% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar.

  • Industriële sector

Het aantal uren steeg met 1% en de omzet steeg met 6% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar.

  • Technische sector

Het aantal uren daalde met 11% en de omzet daalde met 6% in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar.

Aantal uitzenduren

 

Lees ook: ABU-cijfers: nog steeds krimp aantal uitzenduren

Geplaatst in Flexdata, In de branche, Nieuws | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor Jaarcijfers uitzendbranche 2024: 8 procent krimp uitzenduren, 1 procent krimp omzet

Marcel Reijmers: er zitten zeker ook positieve kanten aan de nieuwe regelgeving

De Wet TTA regelt een toelatingsstelsel voor uitzendbureaus, waardoor er een kans is dat malafide bureaus eindelijk met succes zullen worden bestreden. Of dat lukt, zullen we echter pas over een aantal jaar weten. In de tussentijd worden de bonafide bureaus vooral met heel veel extra administratieve lasten opgescheept en liggen er volgens Reijmers heel grote kansen voor de backofficepartijen. 

Juridische werkgeverschap uitbesteden

‘Als je nu al aan alle certificeringen voldoet en langer bestaat dan vier jaar, dan word je vrijwel zeker toegelaten tot het stelsel. Besta je korter dan vier jaar, dan is er een behoorlijke hobbel. Dan moet je namelijk honderdduizend euro aftikken. Heb je dat bedrag niet, dan kun je niet worden toegelaten’, geeft hij aan. ‘Alle partijen die geen ton hebben, zullen het juridische werkgeverschap ongetwijfeld uitbesteden aan een partij die daar geen last meer van heeft: de backoffice partijen. We zien dat die op dit moment veel nieuwe klanten verwelkomen. Wat ik ook zie, is dat er op dit moment relatief veel uitzendbureaus te koop staan. Dat kan natuurlijk een kans bieden aan partijen die wel wat geld te besteden hebben voor overnames.’

Uitzenden of payrollen

Die backofficepartijen hadden eerder te maken met een dreiging dat hun dienstverlening als payrollen wordt gezien als gevolg van de Wet arbeidsmarkt in balans. Reijmers zei in 2020 al dat er binnen drie maanden iemand voor de rechter zou staan om dat te toetsen. Alleen toen kwam corona en had iedereen hele andere dingen aan zijn hoofd. ‘Nu staat de opvolger van de WAB alweer klaar: de Wet meer zekerheid flexwerkers. Om die reden, naast de aangepaste dienstverlening en de échte toegevoegde waarde die backofficepartijen hebben in de markt, denk ik dat bijna niemand zich echt meer druk maakt om de nuance of iets uitzenden of payrollen is. Naar mijn mening is de verhouding tussen backoffice en intermediair goed vergelijkbaar met die van hoofdkantoor en vestiging. Wat mij betreft is het dus uitzenden.’

Snel iets bieden

Speelt het opheffen van het handhavingsmoratorium voor zzp’ers nog een rol? Reijmers: ‘Veel zzp-bemiddelaars willen hun zzp’ers natuurlijk niet kwijtraken als de conclusie is dat ze het werk niet als zzp’er kunnen doen, maar in loondienst moeten doen. Wij zien partijen die nu druk bezig zijn om uitzendtakken op te richten, alleen zijn ze er over het algemeen helemaal niet aan gewend om verloning te doen. Voor hun is uitbesteding dan een heel goede oplossing. Ze kunnen snel iets bieden om die mensen te behouden en tegelijk blijven doen waar ze goed in zijn, het bemiddelen en het zoeken van mensen.’

Horeca en schijnzelfstandigheid

Reijmers kan zich voorstellen dat de horeca snel richting uitzenden zal bewegen of richting echte dienstverbanden bij de opdrachtgever. Door de combinatie van relatief lage lonen en tarieven en de aard van de werkzaamheden, denkt hij dat werk hier snel als schijnzelfstandigheid zal worden betiteld. Zorg en onderwijs gaan er op termijn ook aan geloven. “Maar dat zijn niet de partijen waarvan ik denk dat de Belastingdienst er op 1 januari op de stoep staat. Je ziet juist dat bemiddelaars in die sectoren kritisch aan het kijken zijn naar wat ze moeten doen. Je ziet in die sectoren ook meer bewustzijn bij de zzp’ers zelf.’

Het minimumtarief

Van het wetsvoorstel VBAR (verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden), verwacht Reijmers dat het voorgestelde minimumuurtarief er op termijn gaat komen, ook al heeft de minister aangegeven het wetsvoorstel niet te splitsen zodat dit sneller kan worden gerealiseerd. ‘Het tarief waar het nu over gaat is 33 euro. Dan haal je die echte onderkant waarschijnlijk wel weg, zoals bijvoorbeeld de Bulgaren met A1-verklaringen en een inschrijving bij de Kamer van Koophandel die voor een paar tientjes per uur de glasvezelkabels aanleggen. Hetzelfde geldt voor de horeca, zoals ik eerder aangaf. Ik hoop dat dit er misschien toch wel voor gaat zorgen dat de écht malafide bedrijven daardoor gaan verdwijnen, maar alles zal vallen of staan met goede handhaving, niet alleen voor zzp’ers maar straks ook voor de Wet TTA.’

Gunstig voor de sector

Dat laatste ziet Reijmers als gunstig voor de reputatie van de sector. ‘Als de arbeidsinspectie de belofte nakomt dat ze bij elk contact met een werkgever gaan toetsen of er wel wordt gewerkt met toegelaten bureaus, dan zou je in theorie alleen nog de bedrijven moeten overhouden die heel bewust werken met niet-toegelaten bureaus. Dan houd je dus malafide opdrachtgevers met malafide uitleners over en die zouden toch relatief makkelijk te vinden moeten zijn. Daarvan heb ik wel de hoop, dat het nu gaat gebeuren.’

Dit interview is mogelijk gemaakt door onze HR kennispartner Brightmine 

Geplaatst in In de wereld, Politiek | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor Marcel Reijmers: er zitten zeker ook positieve kanten aan de nieuwe regelgeving