Deel 3: de regels en risico’s bij inhuur Geplaatst 23 september 2024 door Marcel Reijmers Uitzendbureau, of toch niet? Werkgevers die aan ter beschikkingstelling doen horen volgens de Belastingdienst altijd thuis in sector 52, tenzij ze payrollwerkgever zijn, want zitten ze in sector 45. Dat is zo sinds 2020, toen er definitief een einde kwam aan de mogelijkheid om als uitlener in een andere sector ingedeeld te zijn. Voor ‘echte’ uitzendbureaus veranderde er weinig, maar veel detacheerders en zeker de consultancybureaus waren van oudsher ingedeeld in sector 44 of 45. We zien in onze adviespraktijk dat veel van dit soort partijen zich daar nog steeds niet van bewust zijn en niet van sector zijn gewisseld in 2020. Ik zal proberen de sectorindeling voor uitleners eenvoudig uit te leggen: Ligt het aandeel terbeschikkingstelling van arbeid (TBA) om onder leiding en toezicht van een derde (opdrachtgever) te werken, op meer dan 50% van de loonsom, dan moet de hele vennootschap in sector 52. De werkgever valt onder StiPP en vanaf het moment dat de ABU-CAO algemeen verbindend is verklaard, ook onder deze CAO. Tot die tijd geldt de WAADI. Hoe het bureau zich ook noemt of profileert, wettelijk gezien is het een uitzendbureau. Is het aandeel TBA tussen de 15 en 50% van de loonsom, dan moet er voor dat deel een aansluiting zijn in sector 52. Het geheel is wettelijk gezien geen uitzendbureau en zal dus niet onder StiPP en/of de ABU-CAO vallen, maar valt voor het deel TBA wel onder de WAADI en zal voor dat deel moeten voldoen aan het loonverhoudingsvoorschrift. Is het aandeel TBA kleiner dan 15%, dan mag dat binnen de oorspronkelijke aansluiting gebeuren, dus meestal sector 44 of 45. Het bedrijf is geen uitzendbureau en zal dus niet onder StiPP en/of de ABU-CAO vallen, maar valt voor het deel TBA wel onder de WAADI en zal voor dat deel moeten voldoen aan het loonverhoudingsvoorschrift. De financiële gevolgen van een verkeerde sectorindeling kunnen groot zijn en komen voort uit een onjuiste premie Werkhervattingskas (Whk). Afhankelijk van de loonsom kan de schade oplopen tot ongeveer 5% van de totale loonsom en in dit geval is er terugwerkende kracht tot en met 2020. Daarbovenop komen dan nog een mogelijke vergrijpboete en wettelijke rente. Dat lijkt vooral een risico voor de uitlener, maar als die de aanslag niet kan betalen en failliet gaat, is de kans groot dat de Belastingdienst zich bij de opdrachtgever meldt en op grond van de Wet Keten Aansprakelijkheid (WKA) de niet betaalde premies, belasting en BTW komt innen. Als partijen denken dat het geen TBA is, maar dat achteraf wordt vastgesteld door bijv. de Belastingdienst of , zoals we steeds vaker zien, tijdens een NEN 4400-controle, is er niet alleen te weinig premie Whk betaald, maar is ook niet aan het loonverhoudingsvoorschrift (vergelijkbaar met de inlenersbeloning uit de CAO voor Uitzendkrachten) van de WAADI voldaan. Als de lonen bij de uitlener hoger liggen dan bij het bureau, dan kan de werknemer met de Wet Aanpak Schijnconstructies in de hand ook de opdrachtgever aansprakelijk stellen, want zowel uit- als inlener zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de juiste beloning. Welke wetten gelden er nu al en wie loopt welke risico’s? Aan de basis staat de Wet Allocatie Arbeid door Intermediairs, de WAADI. Daarin staan de definities van terbeschikkingstelling, het uitzendbeding en payrolling. De wet regelt de gelijke beloning, gelijke behandeling en bevat het ‘onderkruipersverbod’: uitzendkrachten mogen stakende werknemers niet vervangen. De wet kent geen directe sancties. Sinds 2020 is er de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) die bepalingen bevat die voor álle werkgevers gelden, zoals bijvoorbeeld: oproepcontracten, een (bijna volledig) verbod op concurrentie- en relatiebedingen in tijdelijke contracten en transitievergoeding vanaf dag 1. Naleving van de wet is grotendeels afhankelijk van (individuele) werknemers die hun recht gaan halen. Dat geldt nog meer voor de Richtlijn Transparante en Voorspelbare Arbeidsvoorwaarden die in augustus 2023 is ingegaan. De Wet Aanpak Schijnconstructies (WAS) die vooral de positie van arbeidsmigranten wilde verbeteren. Voor uitleners kwamen er grenzen aan de inhoudingen en verrekeningen op en met het loon, een verbod op contante betaling van het loon tot aan het WML en voor in- én uitleners is de hoofdelijke aansprakelijkheid voor het loon geregeld. Handhaving is vooral geregeld bij de uitleners, met de NEN 4400-norm en controles door de SNCU. De Wet Keten Aansprakelijkheid (WKA) regelt de aansprakelijkheid voor de betaling van BTW, loonheffing en premies als de uitlener failliet gaat. De Belastingdienst kan die dan innen bij alle andere partijen in de keten, dus ook bij de uiteindelijke opdrachtgever. Alle partijen zijn aansprakelijk voor het volledige bedrag en alleen als aan bepaalde voorwaarden is voldaan, is er mogelijk vrijwaring. Het gaat in dit artikel te ver om die voorwaarden te beschrijven, maar de Belastingdienst heeft ze heel duidelijk in een folder uitgewerkt. Wat komt er nog aan? Er komen twee grote wetten aan. De eerste is de Wet Toelating Terbeschikkingstelling van Arbeidskrachten, de WTTA. Zoals ik al eerder schreef, zal die voor bonafide uitleners vooral een flinke administratieve lastenverzwaring geven, maar ook voor inleners verandert er dit keer veel. De ‘hoogtepunten’: Er komt een verbod om te werken met niet-toegelaten bureaus. Dat gaat veel verder dan alleen traditionele uitzenders, maar het betreft álle bedrijven die op enige manier bedrijfsmatig aan terbeschikkingstelling doen, dus ook de detacheerders en de consultants die (veel) minder dan 50% van hun loonsom aan TBA doen. Ook die bedrijven moeten zijn toegelaten. De boetes gaan vele duizenden euro’s per overtreding bedragen; De inlener wordt verplicht elke terbeschikkingstelling te administreren; De doorgeleidingsplicht van informatie over de arbeidsomstandigheden die al 25 jaar wettelijk verplicht is, gaat (eindelijk) worden gehandhaafd, dus de inlener ontkomt er niet langer aan die informatie niet actief en zelf aan de uitlener te verstrekken; Dit geldt ook voor informatie over de beloning; De inlener moet de begin- en eindtijd plus de niet-doorbetaalde pauzes van de flexkrachten registeren en doorgeven aan de uitlener; Storting op de G-rekening wordt verplicht en het percentage gaat omhoog van 25 naar 35%. De handhaving werkt vanuit twee kanten: de inleners worden gecontroleerd door inspectie-instellingen, net als nu al gebeurt. De nieuwe normen zoals die gaan gelden voor de WTTA zijn een combinatie van de huidige normen voor de NEN 4400, de huisvesting, de lidmaatschapseisen voor ABU/NBBU en die van PayOk. Als een bureau hier niet aan voldoet, worden de hersteltermijnen korter dan nu het geval is en als er niet tijdig is hersteld, dan mogen in eerste instantie geen nieuwe plaatsingen meer worden gedaan en in het ergste geval moeten de bestaande werknemers worden teruggetrokken en wordt de toelating ingetrokken. Dat zal vrijwel zeker leiden tot faillissement, waarna de WKA en de WAS uit de kast worden getrokken om eventuele tekorten en onderbetaling bij de opdrachtgevers te incasseren. Met zulke draconische gevolgen, kun je er vergif op innemen dat uitleners hier richting de inleners bovenop zullen zitten waar het gaat om de doorgeleidingsplicht en de urenadministratie. De opdrachtgevers zullen op hun beurt bij elk contact met de Arbeidsinspectie worden geconfronteerd met een check of aan de eisen van de WTTA wordt voldaan. De tweede nieuwe wet die eraan komt, is de Wet Meer Zekerheid Flexwerkers en die heeft impact op álle werkgevers: Er komt een verbod op oproepcontracten met slechts een paar uitzonderingen; De onderbrekingstermijn bij een keten van arbeidsovereenkomsten gaat van 6 maanden naar 5 jaar; Het ketensysteem (3 contracten in 3 jaar) wordt in de wet als zodanig vastgelegd; Als de uitlener wettelijk gezien een uitzendbureau is, geldt ook het volgende: Gelijke of gelijkwaardige beloning, zoals nu al geldt voor payrollwerknemers Fase A/1+2 wordt wettelijk 52 weken en fase B/3 gaat terug van 3 naar 2 jaar De pensioenpremie voor StiPP gaat omhoog van 12 naar 23,4%, waarvan 15,9% voor de werkgever Afwijkingen op al deze punten in een CAO zijn niet meer toegestaan, maar worden bij wet geregeld; Ook voor deze wet geldt dat er een aantal elementen zijn waar de werknemer het initiatief moet nemen om zijn recht af te dwingen, maar andere zullen via cao’s en de controles in het kader van de WTTA relatief eenvoudig te handhaven zijn. Wat zullen de gevolgen zijn? Deze nieuwe wetten zorgen ervoor dat terbeschikkinggestelde werknemers (in welke vorm dan ook) waarschijnlijk niet of nauwelijks goedkoper meer is dan zelf in dienst nemen. Inlenen biedt natuurlijk nog wel voordelen als het niet hoeven te betalen bij ziekte en het makkelijker kunnen beëindigen van de opdracht. Ook beschikken gespecialiseerde bureaus over uitgebreide middelen voor de werving en opleiding van nieuwe medewerkers. Van groot belang met het steeds krapper worden aanbod van medewerkers. En omdat in deze nieuwe wetten alles bij wet geregeld is en niet afhankelijk van een CAO gelden de regels altijd en voor iedereen. Dus ook voor bedrijven die vinden dat ze geen werknemers terbeschikkingstellen, omdat ze menen dat het om consultancy of aangenomen werk gaat. Als achteraf wordt geconstateerd dat dat niet zo was, treedt gelijk het hele mechanisme van de WTTA in werking en dat begint dus met de boetes wegens het werken met niet-toegelaten ondernemingen. Ik verwacht dat als opdrachtgevers zich hiervan bewust worden, ze veel eerder dan nu geneigd zijn te veronderstellen dat er sprake is van TBA en dus zullen eisen dat de leveranciers aan de bijbehorende regels voldoen. Maar zoals ik al in mijn eerste artikel zei: alles valt of staat met goede handhaving…. Dan toch maar zzp’ers inhuren? Heel bewust heb ik het in dit en mijn vorige artikelen niet gehad over de inhuur van zzp’ers. Dat is echt een vak apart en daar zal het vierde en laatste artikel over gaan. Lees ook: Deel 1: nieuwe wetten en de risico’s voor uitleners en inleners Deel 2: het verschil tussen uitzenden, detacheren en consultancy Geplaatst in In de branche | Tags consultancy, detachering, Uitzenden | Reacties uitgeschakeld voor Deel 3: de regels en risico’s bij inhuur
AWVN: slechts 8 nieuwe cao’s in augustus Geplaatst 20 september 2024 door Redactie FlexNieuws Het aantal augustus-cao’s ligt dit jaar lager dan normaal – 8 tegenover 10 in andere jaren. Terwijl het totale aantal in 2024 afgesloten cao’s juist hoog is: bijna 400. Ofwel: ruim 70 procent van de 550 cao’s die dit jaar aflopen. De 8 augustus-cao’s hebben betrekking op 230.000 werknemers. De gemiddelde loonafspraak kwam uit op 5,8 procent. Dat is hoger dan de afgelopen maanden. Vanwege het kleine aantal cao’s is het lastig om grote conclusies te verbinden aan het percentage. Dat stelt AWVN als belangrijkste arbeidsvoorwaardenadviseur van Nederlandse werkgevers in haar cao-maandbericht over augustus. Volgens AWVN blijft nog steeds onduidelijk of de onderliggende trend in de loonafspraken – die in de zomer van 2023 werd ingezet – nog steeds dalend is. De cao’s van augustus lenen zich niet voor bredere conclusies, vooral omdat 5 van de 8 afgesloten augustus-cao’s betrekking hebben op 1 onderhandelingssituatie binnen de metaal- en technologische industrie. Deze 5 cao’s hebben allemaal hetzelfde bovengemiddelde percentage. De kans dat het augustus-percentage incidenteel hoog is, is daarmee niet denkbeeldig, aldus AWVN. AWVN stelde eerder al ‘zeer bezorgd’ te zijn over de hoogte van de loonafspraken. Die bezorgdheid herhaalt de werkgeversvereniging nu. Volgens de werkgeversvereniging dwingen de economische omstandigheden tot grote voorzichtigheid. Daarbij wijst zij op de fragiele geopolitieke situatie en aanhoudende berichten over een mogelijke recessie. Te sterk stijgende loonkosten kunnen de concurrentiepositie en gezondheid van Nederlandse bedrijven verzwakken. Ook wijst de vereniging op de Nederlandse arbeidsproductiviteit die het afgelopen jaar voor het eerst in decennia is gedaald. Groei van de arbeidsproductiviteit is een voorwaarde om hogere lonen te kunnen betalen. Het AWVN-looncijfer geeft aan wat werknemers die onder de betreffende cao’s vallen in de komende 12 maanden aan loonsverhogingen kunnen verwachten. De periodieke cao-cijfers van het CBS kijken terug op de realisatie van de gemaakte cao-afspraken. Kerncijfers loonontwikkeling Loonafspraken augustus, gemiddeld 5,8% Loonafspraken kalenderjaar 2024, gemiddeld 5,3% Loonafspraken kalenderjaar 2023, gemiddeld 7,3% Hoogste maandgemiddelde afgelopen jaren 8,0% in oktober 2023 Laagste maandgemiddelde afgelopen jaren 1,7% in januari 2020 Aantal nieuwe cao-akkoorden in juli 2024 8 Gemiddeld aantal nieuwe cao-akkoorden in maand juli 10 Aantal aflopende cao’s in 2024 550 voor 4,0 mln. werknemers Aantal vernieuwde cao’s die in 2024 ingaan 390 voor 3,2 mln. werknemers Aantal openstaande cao’s op dit moment (expiratie in 2024) 160 voor 800.000 werknemers Het cao-seizoen 2024 in één oogopslag Aantal afgesloten akkoorden en gemiddelde afgesproken cao-loonstijging per afsluitmaand (exclusief incidentele loonsverhogingen). Lees ook: Loonafspraken juli iets hoger dan juni Loonafspraken juni iets hoger dan mei Dalende trend in loonafspraken in mei voortgezet Geplaatst in Nieuws | Tags AWVN, cao, loonafspraken | Reacties uitgeschakeld voor AWVN: slechts 8 nieuwe cao’s in augustus
Harde of zachte landing Belastingdienst bij handhaving arbeidsrelaties? Geplaatst 20 september 2024 door Boris Emmerig Ryanair staat in de vliegwereld bekend om haar harde landingen; men doet dat bewust. In het debat dat op 12 september 2024 in de Tweede Kamer werd gevoerd over onder meer het opheffen van het handhavingsmoratorium, werd twaalf keer de term “zachte landing” gebruikt. Ook werd zesmaal gesproken over de “menselijke” kant, maat of gezicht. De staatssecretaris van Financiën bezwoer dat de Belastingdienst niet op “een hysterische manier” gaat handhaven. Ik geloof ook dat de beleidsmakers oprecht deze intentie hebben. Ik baseer dat bijvoorbeeld op de podcast die ik eerder samen met ZiPconomy en John Piepers (programmamanager Handhaving Arbeidsrelaties bij de Belastingdienst) heb gemaakt. Lees ook: Het einde van het handhavingsmoratorium op schijnzelfstandigheid is in zicht: wat nu? Uitspraak Hof Den Bosch Echter, zoals het bij het beoordelen van arbeidsrelaties aankomt op de feitelijke werkelijkheid en niet op de intenties van partijen, zo is dat ook hier. Ik geef een voorbeeld op micro-niveau. In het laatste debat in de Tweede Kamer verwees Thierry Aartsen naar een zaak over de aard van de arbeidsrelatie van timmerlieden die de Belastingdienst bij het Hof had verloren. Het betreft een uitspraak van Hof Den Bosch van 19 juni 2024. De staatssecretaris van Financiën stelde vlak voor het aflopen van de cassatietermijn ongemotiveerd cassatie in bij de Hoge Raad tegen deze uitspraak. De Hoge Raad stelde daarop, zoals gebruikelijk, een termijn om het cassatieberoep nader te motiveren. Vlak voor het aflopen van deze termijn werd het cassatieberoep echter weer (opnieuw ongemotiveerd) ingetrokken. Deze manier van handelen is opmerkelijk en jaagt een belastingplichtige op de kast. Dit is niet wat ik mij voorstel bij een zachte landing. In de uitspraak van het Hof werden de Deliveroo-criteria toegepast. Criteria waarvan de staatssecretaris van Financiën zegt volop mee bezig te zijn om die te verduidelijken. En dan komt de vraag op waarom dan toch in eerste instantie besloten wordt tot het instellen van cassatie tegen een uitspraak waarin juist die criteria worden toegepast en daarmee worden verduidelijkt? Ik blijf het antwoord schuldig. Webmodule Kortom, the proof is in the eating of the pudding en niet iedere Inspecteur is hetzelfde. Ik spreek de hoop uit dat Inspecteurs worden geïnstrueerd geen gebruik te maken van de webmodule. Reden hiervoor is dat deze webmodule dateert van vóór het Deliveroo-arrest en daardoor niet alle daarin gegeven criteria zijn verwerkt (bv. het ondernemersgedrag van de werkende) en soms ook uit hun aard niet daarin kúnnen worden verwerkt (bv. de wijze waarop de contractuele regeling van de verhouding van partijen tot stand is gekomen). Wanneer men wel gebruik blijft maken van de webmodule, dan voorzie ik dat de landing minder zacht uitvalt dan gehoopt. Echter, die landing zal – hard of zacht – toch een keer moeten gebeuren. Lees ook: Kwart zzp’ers loopt nu al opdrachten mis door naderende handhaving schijnzelfstandigheid Geplaatst in Compliance, In de wet | Tags handhavingsmoratorium, KHHW, schijnzelfstandigheid, wet dba | Reacties uitgeschakeld voor Harde of zachte landing Belastingdienst bij handhaving arbeidsrelaties?
Kabinet wil meer dan 80% minder flexkrachten op ministeries Geplaatst 19 september 2024 door Redactie FlexNieuws Het kabinet-Schoof wil flink minder gebruik maken van flexkrachten op de kerndepartementen. Dit blijkt uit de diverse begrotingen die op Prinsjesdag bekend zijn gemaakt en die door de collega’s van ZiPconomy op een rij zijn gezet. In totaal moet het bedrag voor externe inhuur binnen vijf jaar met 81% afnemen. Bij het ministerie van VWS ligt de ambitie zelfs op een daling van 90%. Onder externe inhuur vallen kosten voor consultancy en ICT, zowel voor detachering als zzp-inhuur, maar ook uitzendkrachten. Deze ambities gelden voor de kerndepartementen; uitvoeringsorganisaties, agentschappen en dergelijke, zoals ook de Belastingdienst, zijn niet in deze cijfers te zijn meegenomen. Het percentage van de totale loonkosten dat de Rijksoverheid uitgeeft aan extern personeel, loopt al jaren op. In 2023 was dit 15,4%, wat ver verwijderd is van het streefcijfer van 10% (de Roemer-norm). Het bedrag gemoeid met inhuur steeg tussen 2019 en 2023 met bijna 96%. De stijging van externe inhuur is deels te wijten aan schaarste op de arbeidsmarkt en crises zoals de covid-pandemie, de afhandeling van de kinderopvangtoeslagenaffaire en het Groningen-dossier. De groei bestond overigens eerder in consultancy, detachering en interim-management dan uitzendkracht. Het kabinet zet hier nu dus radicaal het mes in. Ook minder ‘vast’ De besparingen op externe inhuur komen overigens niet ten goede aan vaste banen. Ook daar heeft het kabinet-Schoof namelijk een stevige bezuinigingsambitie. In totaal moeten de kosten voor vast personeel met 22% omlaag. Geplaatst in Flexdata, In de branche | Tags flexkrachten, inhuur, Kabinet, rijksoverheid, uitzendkracht | Reacties uitgeschakeld voor Kabinet wil meer dan 80% minder flexkrachten op ministeries
Multi-specialist in technisch personeel TSG is ‘een Volvo met een Lamborghini-motor’ Geplaatst 19 september 2024 door Arthur Lubbers The Specialist Group (TSG) is volgens de FlexNieuws Top100 de snelstgroeiende multispecialist in de flexbranche. CEO Sil Hoeve vertelt in dit interview over de kracht van meerdere sterke merken binnen een organisatie. “Ik geloof niet dat alle labels dezelfde naam hoeven te hebben om goed te kunnen samenwerken.” The Specialist Group (TSG) is hard gegroeid (zie kader) en heeft de ambitie om dat in de toekomst te blijven doen. “Maar groeien om te groeien vind ik niet interessant, het is geen doel op zich”, stelt Hoeve. Groei helpt volgens hem om klanten beter te kunnen bedienen. “Door onze omvang zijn wij een nog betrouwbaardere partner. Klanten hebben vaak geen idee hoeveel specialisten en disciplines we in huis hebben, hoeveel consultants hier elke dag keihard werken voor klanten.” En groot zijn maakt TSG ook aantrekkelijker voor de externe specialisten die als zzp’er of gedetacheerd vanuit TSG bij klanten aan de slag gaan. “Wij hebben een enorm palet aan interessante projecten in verschillende technische sectoren, zowel in Nederland als internationaal.” Verschillende labels werken samen Sil Hoeve heeft ruim twaalf jaar bij Brunel gewerkt in verschillende (management)functies in binnen- en buitenland. In 2017 werd hij CEO van STAR GROUP en sinds 2021 is Hoeve CEO van The Specialist Group (TSG). TSG bestaat uit verschillende labels die elk onder hun eigen naam in de markt opereren (zie kader). Hoeve legt uit waarom. “Elk label is in het eigen specifieke segment een sterk merk met een eigen cultuur. Dat sijpelt door naar hun klanten en onze (externe) specialisten. De één voelt zich meer thuis bij Litecad dan STAR, of andersom.” “Het gaat niet om de namen van de labels. Ik geloof niet dat je allemaal dezelfde naam nodig hebt om goed te kunnen samenwerken. Wij kijken continu hoe die labels samen onze klanten beter kunnen bedienen. Want het gaat er uiteindelijk om dat we de beste specialisten plaatsen bij de klant voor een specifieke opdracht. En doordat de labels onderling samenwerken bieden we onze specialisten (gedetacheerden, zzp’ers) meer opties bij opdrachtgevers, waardoor zij met plezier blijven werken. Sommige specialisten vinden het ook leuk om soms in een andere sector aan de slag te gaan of internationale projecten te doen.” Hoeve geeft een voorbeeld van die onderlinge samenwerking: Sensor in Rotterdam is sterk in het recruiten van startende HBO en WO-technici. STAR (in Moerdijk) profiteert daarvan omdat die veel traineeships bij klanten heeft, bijvoorbeeld in de energietransitie. Een aantal mensen werken nu via Sensor bij klanten van STAR. Nog een praktisch voorbeeld: Litecad, Sensor en STAR werken samen voor de Gasunie en NAM. De klant wil meer vrouwen in de techniek via internationale traineeships. Sensor in Drachten heeft die internationale recruitment gedaan en deze dames uit allerlei landen weten te werven. Die werken nu via Litecad bij NAM. Compliancy centraal De labels opereren zelfstandig op hun eigen specifieke markten, maar aan de achterkant worden wel degelijk synergievoordelen behaald, legt Hoeve uit. “De backoffice en compliance gebeurt centraal binnen TSG. Daar moet je grip op hebben en dat moet je goed en efficiënt organiseren. Compliancy is heel belangrijk. Daar moet je niet mee marchanderen. Je wilt geen issues en daar slapeloze nachten van hebben. Iedereen moet dezelfde taal spreken, dezelfde administratie, hetzelfde maandboekje en op dezelfde manier de wetgeving naleven.” Hoeve ziet dat TSG als organisatie goed staat – er is een degelijke, veilige en betrouwbare basis om snel en efficiënt en de ambities waar te maken en in te spelen op de markt. “Wij zijn een Volvo met een Lamborghini-motor.” The Specialist Group (TSG) behaalde in Nederland in 2023 een omzet van bijna 250 miljoen euro. Dat is een omzetgroei van circa 26%. Daarmee is het bedrijf volgens de FlexNieuws Top100 de snelstgroeiende multispecialist in de flexbranche. De (met name autonome) omzetgroei van het afgelopen jaar is onder meer te danken aan de groeiende vraag in de markt naar specialisten voor de energietransitie. Onder de vlag van TSG opereren vijf labels onder eigen naam: STAR (petrochemie, energie, life-science), Sensor (samenvoeging Sentijn en Or-Quest, ingenieurs bouw en infra), ECG Solutions (projectorganisatie), Litecad (duurzaamheid/energietransitie) en Altio (Zweden). In totaal werken circa 2.800 technisch specialisten (gedetacheerden, zzp’ers) via een van deze TSG-dochters, waarbij de verschillende labels ook samenwerken. TSG mag grote namen tot haar klantenkring rekenen, zoals BASF, Boskalis, bam, Gemeente Amsterdam, Port of Rotterdam, MSD, Pfizer Siemens, Stedin, Vattenfall en TenneT. Betrouwbare werk- en opdrachtgever Met een huidige werkloosheid van 3,6% spreek je al over extreme schaarste. In de techniek is die krapte nog veel groter en dat geldt helemaal voor goede technici, weet Hoeve. “Het is ongelooflijk lastig om mensen te krijgen. Des te belangrijker om een betrouwbare werkgever/opdrachtgever te zijn. Door op tijd te betalen en altijd de telefoon op te nemen als er iets is. Want we hebben te maken met heel veel processen (bij verschillende klanten) waardoor snel fouten kunnen ontstaan, in urenverwerking, facturering, etc. Als er iets fout gaat moet je dat zo snel mogelijk oplossen.” Investeren in ontwikkeling TSG heeft natuurlijk, zoals elke detacheerder/zzp-bemiddelaar, te maken met de praktijk waarin opdrachtgevers de specialisten uiteindelijk liefst zelf in dienst willen nemen. Hoeve: “Bij STAR gaat het vaak om traineeships. Sensor vervult voor ongeveer 60% vacatures, waarbij de specialist na een bepaalde periode overgaat naar de klant (detavast). Natuurlijk proberen wij mensen vast te houden, zeker gezien de huidige schaarste. Maar de behoefte om mensen over te nemen is er nu eenmaal.” Maar dat geldt zeker niet voor alle opdrachten, zegt Hoeve. “Er zijn ook veel specialisten die projectmatig willen werken, die blijven bij ons en kiezen de ene keer een mooi project bij opdrachtgever X en een andere keer bij Y.” Dat hun specialisten (kunnen) worden overgenomen door klanten weerhoudt TSG er niet van fors te investeren in de opleiding en ontwikkeling van jonge technici. Er zijn momenteel ruim tweehonderd mensen in de (STAR) Academy; zij hebben tussen de nul en vijf jaar werkervaring en doen via een traineeship verschillende projecten bij klanten. Litecad leidt jaarlijks 25 mensen op via traineeships en ook Sensor is daarmee gestart. “Daar is behoefte aan bij klanten. Die willen niet alleen dat wij mensen leveren, maar die mensen ook opleiden. Bij ons staat alles in het teken van de ontwikkeling van de specialist als persoon. Want het gaat er uiteindelijk om plezier uit je werk te halen, dat je je kunt ontwikkelen, mooie projecten kan doen.” En dat werpt z’n vruchten af. Een fraai voorbeeld is iemand die als trainee bij TSG is begonnen en nu in het management team zit bij een klant. “Dan heb je echt impact op iemands leven. Daar doe je het voor. Dat maakt het werk leuk en dan is het leven ook veel leuker.” Geplaatst in In de branche | Tags FlexNieuws TOP 100 | Reacties uitgeschakeld voor Multi-specialist in technisch personeel TSG is ‘een Volvo met een Lamborghini-motor’