Maandelijkse archieven: november 2021

Regels voor studiekostenbeding veranderen door Europese richtlijn

Door David Lagarrigue, Advocaten van Nu

Wat is het studiekostenbeding?
Op het moment dat een werkgever de kosten draagt voor een opleiding van de werknemer, zal de werkgever deze investering normaal gesproken willen terugverdienen. Een werkgever zal bij het vergoeden van de opleidingskosten niet blij zijn als de werknemer na het afronden van de opleiding overstapt naar de concurrent. Om deze redenen worden tussen werkgevers en werknemers vaak afspraken gemaakt over de kosten van een opleiding. Deze afspraken kunnen worden vastgelegd in de arbeidsovereenkomst of een afzonderlijke studieovereenkomst. Vaak wordt dan een studiekostenbeding overeengekomen. Hierin staat beschreven dat de werknemer verplicht is om (een deel van) de door werkgever gemaakte studiekosten terug te betalen als de werknemer gedurende of binnen een bepaalde tijd na afronding van de opleiding de onderneming van werkgever verlaat.

Het studiekostenbeding is niet wettelijk geregeld. In de jurisprudentie zijn in de loop der jaren wel voorwaarden gesteld waaraan een dergelijk studiekostenbeding moet voldoen. In het kort betreffen dit de volgende eisen:

  1. Het studiekostenbeding moet duidelijk aan de werknemer zijn uiteengezet en schriftelijk zijn overeengekomen;
  2. Het moet duidelijk zijn wat de kosten van de opleiding zijn en onder welke omstandigheden deze kosten door de werknemer dienen te worden terugbetaald;
  3. De terugbetalingsverplichting dient naar evenredigheid te verminderen bij het voortduren van de arbeidsovereenkomst na afronding van de opleiding (de “glijdende schaal”).

Voldoet een studiekostenbeding aan voornoemde voorwaarden, dan kunnen de opleidingskosten in de voorkomende gevallen van de werknemer worden teruggevorderd.

Met de implementatie van de Europese Richtlijn Transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden zullen er nieuwe regels gaan gelden voor het studiekostenbeding waardoor (hoogstwaarschijnlijk) in sommige gevallen roet in het eten van de werkgever wordt gestrooid.

Europese Richtlijn Transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden en Nederlandse wetsvoorstel
De Europese Richtlijn Transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden heeft als doel de arbeidsvoorwaarden voor werknemers in de EU te verbeteren en werknemers minimumrechten te geven in het kader van scholing. Onderdeel hiervan is dat bepaalde scholing kosteloos moet worden verstrekt door de werkgever. De Nederlandse overheid moet uiterlijk op 1 augustus 2022 deze Europese Richtlijn implementeren. Kort gezegd betekent dit dat de Nederlandse overheid de Nederlandse wet zal moeten aanpassen om te voldoen aan deze richtlijn. Op 11 november 2021 is het Nederlandse wetsvoorstel in dit kader ingediend bij de Tweede Kamer. Het is op dit moment enkel nog een wetsvoorstel, maar het is in ieder geval duidelijk welke kant het opgaat.

Voor wat betreft het onderwerp studiekostenbeding geldt dat met het wetsvoorstel het de intentie is om een aantal leden toe te voegen aan artikel 7:611a BW (dat thans ziet op de scholingsplicht van de werkgever), zijnde:

Lid 2: Wanneer de werkgever op grond van toepasselijk Unierecht, toepasselijk nationaal recht, een collectieve arbeidsovereenkomst, of een regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan verplicht is zijn werknemers scholing te verstrekken om het werk waarvoor zij zijn aangenomen uit te voeren, wordt de in lid 1 bedoelde scholing kosteloos aangeboden aan de werknemers, beschouwd als arbeidstijd en, indien mogelijk, vindt deze plaats tijdens de tijdstippen waarop arbeid verricht moet worden.

Lid 4: Een beding waarbij de kosten van scholing als bedoeld in lid 2 worden verhaald op of verrekend met geldelijke inkomsten uit hoofde van de dienstbetrekking van de werknemer, is nietig.

In het kort betekent het voorgaande dat werkgevers verplichte opleidingen kosteloos aan hun werknemers moeten gaan aanbieden. Verder moet de scholingstijd als arbeidstijd worden aangemerkt en moet deze zoveel als mogelijk plaatsvinden tijdens de reguliere arbeidstijd.

Gevolgen studiekostenbeding?
Het studiekostenbeding zoals dat thans in Nederland wordt gebruikt, kan indien het wetsvoorstel wordt aangenomen niet meer onverkort worden toegepast. Immers, als de studiekosten door de werknemer terugbetaald moeten worden, is de opleiding niet meer kosteloos voor de werknemer.

In de Memorie van Toelichting op het wetsvoorstel wordt de nodige tekst en uitleg gegeven.

Scholing die de werkgever verplicht aan moet bieden, kan onder meer zien op veiligheid en het bijhouden van vakbekwaamheid. Als voorbeeld wordt verwezen naar artikel 67 van de Wet Toezicht Trustkantoren 2018 en artikel 19 lid 2 sub f en 28 lid 2 sub f van de Wet Lokaal Spoor. Ook wordt in de Memorie van Toelichting verwezen naar opleidingen die op basis van een collectieve arbeidsovereenkomst verplicht zijn gesteld. Concrete voorbeelden in het kader van collectieve arbeidsovereenkomsten worden in de Memorie van Toelichting niet genoemd.

In de Memorie van Toelichting valt tevens te lezen wat in het kader van dit voorgestelde wetsartikel niet onder scholing wordt verstaan. Er wordt verwezen naar beroepsopleidingen of opleidingen die werknemers verplicht moeten volgen voor het verkrijgen, behouden of vernieuwen van een beroepskwalificatie, zolang de werkgever niet verplicht is deze aan te bieden aan de werknemer op grond van het Unirecht of het Nationale Recht of een collectieve overeenkomst. Het betreft de zogenaamde gereglementeerde beroepen (zie link: wetten.nl – Regeling – Regeling vaststelling lijst gereglementeerde beroepen – BWBR0023396 (overheid.nl)) waarbij gedacht kan worden aan deskundig asbestverwijderaar, beëdigde tolk, tandarts, verpleegkundige, etc. Opleidingen voor deze beroepen vallen dus niet onder het wetsvoorstel van 7:611a BW lid 2 (tenzij de opleiding verplicht is op basis van de wet, cao etc.).

Hoewel het voorgaande iets meer duidelijkheid geeft, kan ik me voorstellen dat er in de praktijk nog veel discussie zal ontstaan of een opleiding al dan niet verplicht is en wel of niet onder de werking valt van het voorgestelde wetsartikel valt.

Voor onverplichte opleidingen blijft het in beginsel mogelijk om een studiekostenbeding af te spreken. Indien het echter een verplichte opleiding betreft is een overeengekomen studiekostenbeding op basis van het wetsvoorstel nietig. Met andere woorden; in juridische zin wordt het studiekostenbeding als “niet bestaand” beschouwd. Volgens de Memorie van Toelichting maakt het ook niet uit welke omstandigheden ten grondslag liggen aan de wens van de werkgever om de studiekosten terug te vorderen. Het maakt dus niet uit of de opleiding met goed of slecht gevolg is afgelegd of dat de werknemer binnen een bepaalde termijn de arbeidsovereenkomst wenst te beëindigen.

Hopelijk zal in de komende periode nog de nodige verduidelijking worden gegeven. Een verdere verduidelijking is mijns inziens van groot belang, zeker nu de bepalingen in deze wet voor wat betreft het studiekostenbeding onmiddellijke werking hebben. Oftewel: een studiekostenbeding dat voor 1 augustus 2022 is afgesloten en kort gezegd ziet op verplichte opleidingen, is vanaf 1 augustus 2022 nietig. Er geldt geen overgangsrecht.

En nu?
Hoewel de Europese Richtlijn en het wetsvoorstel het afdwingen van een studiekostenbeding zullen bemoeilijken, valt het vooralsnog aan te bevelen om studiekostenbedingen overeen te komen (zie voor de voorwaarden in het kort de inleiding). Tot 1 augustus 2022 is het immers nog “business as usual”. Verder spreekt het voor zich dat indien er geen studiekostenbeding is afgesproken, je als werkgever überhaupt geen poot hebt om op te staan. Uiteraard dient wel in het achterhoofd gehouden te worden dat vanaf 1 augustus 2022 andere regels zullen gaan gelden. Of er voor werkgevers nog oplossingen zijn te bedenken zal mede afhangen van de definitieve wettekst. Er moet dus nog even geduld worden betracht.

Geplaatst in Branchenieuws | Tags , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Regels voor studiekostenbeding veranderen door Europese richtlijn

Regionale stakingsacties sector Metaal en Techniek

FNV en CNV Vakmensen organiseren de komende tijd regionale stakingsacties bij bedrijven, werkzaam in de sector Metaal en Techniek.

Verspreid over het land komen werknemers in actie, omdat de cao Metaal en Techniek (circa 320.000 werknemers) is per 1 oktober verlopen en de onderhandelingen over een nieuwe cao zijn gestrand, onder meer op een loonbod van de werkgevers van slechts 1,4%, zo melden de vakbonden.

Vrijdag: 24-uursstaking in regio Rotterdam en West-Brabant
Vrijdag is 19 november een 24-uursstaking van metaalwerknemers in de regio Rotterdam en West-Brabant (stadion Feyenoord, Olympiaweg 34, van 9.00 – 10.00 uur). Het gaat om werknemers van onder meer Equans, Croon Wolter en Dros, Spie, Facta, Snijders Electrotechniek, Delta Reefer Care, Thermo King, Bakker Sliedrecht en RH Marine.

Maandag: 24-uursstaking in regio Utrecht, Amersfoort en Gorinchem
Maandag 22 november zijn metaalwerknemers uit de regio’s Utrecht, Amersfoort en Gorinchem opgeroepen om naar de actielocatie in Utrecht te komen (Savannahweg, Lage Weide, tussen 9.00 en 11.00 uur).

Maandag: 24-uursstaking in Friesland
Maandag 22 november komen ook de metaalwerknemers in Friesland in actie. Stakers kunnen zich melden op twee locaties: in Leeuwarden (Parkeerplaats 4, Recreatiegebied de Groene Ster, tussen 7.30 en 9.00 uur) en in Heerenveen (Parkeerplaats Abe Lenstra stadion, aan de voorkant, tussen 7.30 en 8.30 uur). Het gaat om werknemers van onder meer SRI Veenwouden, FIB Industries, FIB Beersystems en Polem Lemmer.

Staakstraat
Vanwege de coronamaatregelen organiseren de bonden een ‘staakstraat’, zoals eerder ook bij de acties in de metalektro is gebeurd. Actievoerders komen met eigen vervoer naar de actielocatie, leveren daar hun stakingsformulier in en gaan vervolgens naar huis.

CNV Vakmensen meldt de volgende eisen:
• voor iedere werknemer in de sector het recht om 3 jaar vóór de AOW-leeftijd gebruik te kunnen maken van een regeling om eerder kunnen stoppen met werken (de RVU-regeling)
• voortzetting van het generatiepact zoals die in de (geëxpireerde) cao staat omschreven, met het recht op de 60-80-100-regeling (60% werken met 80% loon en 100% pensioenopbouw)
• uitbreiding van het verlofsparen van 50 weken naar 100 weken
• consignatiediensten worden door werknemers boven de 55 jaar uitsluitend op vrijwillige basis verricht
• 1% van de loonruimte wordt beschikbaar gesteld voor een individuele leerrekening
• € 100.000,00 wordt beschikbaar gesteld aan vakorganisaties om instroom van werknemers buiten de sector te stimuleren
• 3% loonsverhoging voor alle werknemers in de sector, met een vloer van € 110 bruto per maand
• een stagevergoeding van minimaal € 200 bruto per maand
• aanvulling tot 100% van laatstverdiende salaris, op de uitkering op basis van wet WIEG
• betaald ouderschapsverlof
• faciliteren van tijd voor mantelzorg
• thuiswerkvergoeding van € 2 per dag
• 5 mei als feestdag opnemen in de cao

Komende tijd zal op meer plekken in het land actie worden gevoerd.

Bron: CNV Vakmensen, november 2021

Lees ook
Werkgevers CAO Metaal en Techniek laten ultimatum verlopen
CAO Metaal en Techniek 2019-2021

Geplaatst in Wetten & CAO’s | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor Regionale stakingsacties sector Metaal en Techniek

Belang van opleiding medewerkers backoffice in uitzendland zwaar onderschat

Nettie Alkema
Nettie Alkema

Belang van opleiding backoffice medewerkers in uitzendland zwaar onderschat

‘Neem als uitzender je backofficemedewerkers serieus en leid ze op. Dat is geen luxe, de backoffice is de ruggengraat van je bedrijf.’

Gelijke beloning voor gelijk werk, en dan specifiek binnen de uitzendbranche, dat is de passie van cao- en salarisexpert Nettie Alkema.

“Het werk op de backoffice van een uitzendorganisatie behoort tot de moeilijkste takken van sport. Ik zeg het altijd zo: Je hebt salarisadministratie, wat door iedereen al als complex wordt ervaren, vanwege de voortdurende cao- en wetswijzigingen. Dan komt er een poosje niets en dan komt de uitzendverloning. Die is al een heel stuk complexer dan reguliere verloning. En dan heb je als kers op de taart nog de ET-verloning.

In uitzendland wordt de noodzaak van een grondige backoffice opleiding nogal eens onderschat. Je hebt echt meer nodig dan ervaring met een salarisverwerkingspakket. Ook al is dat dan een programma dat speciaal is gemaakt voor de uitzendbranche. Ik raad een volwaardige PDL-opleiding aangevuld met een brancheopleiding sterk aan voor backofficemedewerkers in de uitzendsector.

Als interimmer kom ik geregeld zowel bij reguliere salarisadministrateurs als bij uitzendorganisaties over de vloer en zie hoe er wordt gewerkt; welke vraagstukken er dagelijks voorbij komen. Uit die ervaring benadruk ik hier dat de taken en verantwoordelijkheden van een backoffice worden onderschat.”

Uitzendbedrijf staat of valt met kwaliteit van backoffice
“Overal waar ik ben, pleit ik daarom: neem het vak van backoffice medewerker serieus. Want je bedrijf staat of valt met de kwaliteit van de backoffice. Het zou de spil moeten zijn van je uitzendonderneming. De ruggengraat. En ja, natuurlijk heb je ook een salesafdeling nodig en een financiële afdeling. Want zonder hen is er geen omzet, geen financiële afwikkeling. Op de backoffice komt alles samen. Als daar fouten gemaakt worden krijgen je werknemers niet waar ze recht op hebben, wat tot vervelende consequenties leidt. Niet alleen verdwijnt het vertrouwen van je werknemer in jou als werkgever, maar ook opdrachtgevers zullen de facturen niet begrijpen en dus niet betalen. Ook de controles van de SNCU en de NEN-certificeerders zullen dan tot grote correcties en boetes leiden. Al die verantwoordelijkheid rust op de schouders van de backoffice medewerkers. Een volwaardige opleiding is dan wel het minste wat ze nodig hebben.

Het gebeurt nog te vaak dat ik bij een backoffice-afdeling kom en als ik dan vraag: wat zijn de onderdelen van de inlenersbeloning? de medewerkers mij glazig aan zitten te kijken. Terwijl dat de basis is in uitzendland!”

Zorg goed voor je uitzendkrachten
“Jongens, denk ik dan, kom op, dit moet echt beter, want je neemt onverantwoorde risico’s. En dan heb ik het nog niet eens over goed werkgeverschap. Je wilt in deze tijden van gebrek aan goede arbeidskrachten in ieder geval goed zorgen voor de mensen die voor je werken. Dat doe je, om te beginnen, door uit te zoeken waar ze recht op hebben in verhouding tot de bedrijven waar ze geplaatst worden.
Daarom heb ik er ook enorm voor gepleit dat de periodieken worden vermeld in de tool CAOWijzer.”

Periodieken
“Deze term duidt op de periodieke loonsverhoging waar mensen op grond van de cao recht op hebben, een onderdeel van de inlenersbeloning. Als je je werknemer niet tijdig een loonsverhoging toekent volgens de betreffende cao, voldoe je niet aan de inlenersbeloning. Dat betekent dat je bij een NEN- of SNCU-controle het risico loopt op naheffingen en boetes. Alleen maar de inschaling, dus het loon vaststellen waar iemand recht op heeft bij aanvang van het werk, is niet voldoende.

Je dient vast te stellen: de medewerker krijgt nu dit loon, maar wanneer krijgt hij/zij er een bedrag bij? De cao’s verschillen daarin. Een betrouwbare bron waar je kunt zien wanneer en hoeveel je het salaris van een werknemer dient te verhogen is daarom erg belangrijk.”

Het lastige is dat veel uitzendsalarisprogramma’s daar geen functionaliteit voor hebben.
In regulier salarisland kun je in de meeste salarisprogramma’s aangeven op welk moment iemand een salarisverhoging zou moeten krijgen op grond van de schaal die van toepassing is. Bij uitzendsoftware kan dat meestal niet. De backoffice zal dus zelf een procedure moeten bedenken van controle en uitvoering.”

Gewerkte perioden
“Daarom is het bijvoorbeeld super handig dat de tool CAOWijzer deze informatie biedt. De tool geeft de regels over het hoe en het wanneer. Het enige wat je dan nog moet doen is de verhoging ook daadwerkelijk doorvoeren…

In uitzendland wordt er gerekend met gewerkte weken. Denk hierbij aan bijvoorbeeld de fasentelling maar ook de wachttijd voor deelname aan de pensioenregeling van StiPP is hierop gebaseerd. In de uitzendsoftware is het begrip gewerkte weken dan ook uitgangspunt. In de meeste inlenerscao’s wordt er niet gerekend met gewerkte weken maar met gewerkte perioden als het gaat om toekenning van een periodiek. De verhoging vindt dan plaats na bijvoorbeeld een jaar, waarbij het aantal gewerkte weken in dat jaar geen rol speelt. Vastlegging, bewaking en uitvoering van een periodiek zijn dan eenvoudiger te verwerken.

De backoffice van de uitzendorganisatie moet een combinatie zien te vinden van aan de ene kant de registratie per gewerkte week en aan de andere kant de registratie per tijdseenheid. Dat maakt het complex.”

CAOWijzer vermeldt periodieken
“Daarom ben ik heel blij dat in CAOWijzer nu ook de periodieken zijn vermeld bij de belangrijkste cao’s.”

Informeren
“Alles wat helpt om mensen in de uitzendbranche te informeren vind ik prettig.
Het draait erom dat je goed voor je werknemers en/of uitzendkrachten wilt zorgen, dat je regelt dat zij het loon krijgen dat zij ook zouden krijgen als zij rechtstreeks bij de opdrachtgever in dienst zouden zijn. Dat is de basis van de inlenersbeloning; van de Waadi.

Ik kom nog steeds wel eens tegen dat mensen langdurig op de onderste trede van een schaal zitten en dus te weinig betaald krijgen. Dat is dan nog niet eens omdat uitzendbureaus zo goedkoop mogelijk hun personeel weg willen zetten, maar vaak vanuit onwetendheid bij de backoffice. Als je dan een tool kunt gebruiken, die aangeeft: let op, er bestaat ook nog zoiets als periodieken en die pas je op deze manier toe, is dat een zegen.

Dat dit in CAOWijzer wordt toegelicht (na zoveel tijd heeft iemand recht op een periodiek, een loonsverhoging) daar ben ik als iemand met passie voor mijn vak erg blij mee.”

Interview: Hinke Wever

Lees ook
Uitzendkrachten hebben recht op inlenersbeloning, CAOWijzer helpt

Geplaatst in Tooling | Tags , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Belang van opleiding medewerkers backoffice in uitzendland zwaar onderschat

Vakbonden en ABU bereiken akkoord over nieuwe CAO voor Uitzendkrachten

Vakbonden en ABU bereiken akkoord over nieuwe CAO voor Uitzendkrachten

Er is na ruim een jaar een akkoord bereikt tussen vakbonden FNV, CNV Vakmensen, De Unie en de ABU over een nieuwe Cao voor uitzendkrachten. Daardoor komt er voor deze groep meer werkzekerheid, een betere pensioenopbouw en wordt het verschil in loon tussen uitzendkrachten en vast personeel verkleind. En specifiek voor arbeidsmigranten komt er onder meer een inkomensgarantie voor de eerste twee maanden.

De nieuwe cao gaat in per 17 november 2021 met een looptijd tot 2 januari 2023 (de afspraken worden nu voorgelegd aan de leden van de vakbonden).

Meer details in dit bericht:
Onderhandelingsresultaat CAO voor Uitzendkrachten (17-11-2021 – 2-1-2023)

De betrokken partijen lichten het resultaat als volgt toe:

Onderhandelingsresultaat
Het onderhandelingsresultaat is het gevolg van ruim een jaar aan gesprekken. De onderhandelingen begonnen in september 2020 maar liepen eind mei stuk. Nadat de betrokken partijen in september opnieuw met elkaar om de tafel zaten, kwam er schot in de zaak. Jurriën Koops, directeur ABU: “We kunnen en willen niet ontkennen dat we een roerig onderhandelingsproces achter ons hebben. Maar deze vier partijen hebben elkaar gevonden in het belang voor de uitzendbranche om een cao met een breed draagvlak te realiseren. Hiermee willen we de basis leggen voor een gezamenlijke verdere invulling van het SER-advies ‘Zekerheid voor mensen, een wendbare economie en herstel van de samenleving.”

Gelijkwaardigheid
Afgesproken is dat de zogeheten ‘inlenersbeloning’ wordt uitgebreid. “Het loon en de overige arbeidsvoorwaarden van uitzendkrachten moeten gelijkwaardig worden aan die van hun collega’s in dienst bij de inlener, met deze afspraak wordt het verschil al kleiner. Afgesproken is om in de volgende meerjarige cao de noodzakelijke stappen te zetten om deze gelijkwaardigheid te realiseren,” zegt FNV Flex bestuurder Karin Heynsdijk. Ook het pensioen wordt beter: de pensioenopbouw start eerder en wordt opgebouwd over een groter deel van het inkomen.

Meer werkzekerheid
Verder komt er meer werkzekerheid. De duur van een eerste tijdelijk contract gaat van maximaal 78 weken naar maximaal 52 weken. Ook de periode dat iemand een contract voor bepaalde tijd mag krijgen wordt korter en gaat van 4 naar 3 jaar. Daardoor is de stap naar een vast dienstverband sneller te maken.

Arbeidsmigranten
Naast regelingen die voor alle uitzendkrachten gelden, is er ook gekeken naar de positie van arbeidsmigranten. De aanbevelingen van het zogeheten Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten onder leiding van Emile Roemer zijn daarbij als leidraad gebruikt. Er komt er een inkomensgarantie ter hoogte van het wettelijk minimumloon voor de eerste twee maanden bij een uitzendwerkgever. Ook is afgesproken dat arbeidsmigranten tot vier weken na het einde van de uitzendovereenkomst in de huisvesting kunnen blijven. Marten Jukema van CNV Vakmensen zegt: “Niet alle aanbevelingen van het Aanjaagteam zijn via de cao te regelen, maar hiermee zetten we een mooie stap en tegelijkertijd zijn we ook aan andere tafels en met andere betrokkenen in gesprek over zaken als bijvoorbeeld huisvesting voor arbeidsmigranten.”

Positief
Partijen zullen de gemaakte afspraken positief voorleggen aan hun achterban.

Bron: ABU en FNV Flex, CNV Vakmensen, De Unie, 17 november 2021

Reparatie WW via aansluiting bij SPAWW
Een opmerkelijke nieuwe afspraak in het cao-akkoord is de aansluiting bij de cao PAWW. Citaat uit het onderhandelingsresultaat:
‘Partijen zullen in 2022 aansluiting zoeken bij de CAOPAWW, overeenkomstig de oproep van de Stichting van de Arbeid bij het Sociaal Akkoord uit 2013. Het streven is om dit per 1 april 2022 te doen. In de CAO voor uitzendkrachten wordt opgenomen dat de werkgever de werknemerspremie zal voldoen tot het einde van de eerstvolgende CAO-PAWW (1 oktober 2027) of zoveel eerder als het SER-advies met betrekking tot gelijkwaardige beloning is geïmplementeerd in wetgeving of in de CAO voor Uitzendkrachten. Partijen zullen de effecten van de premieafdracht en het beroep van uitzendkrachten op de regeling jaarlijks monitoren.’

Wat is de reactie van de NBBU op dit akkoord?
“De NBBU heeft vernomen dat de ABU een akkoord heeft bereikt met FNV, CNV en de Unie. De NBBU maakt geen onderdeel uit van dat akkoord en is zelf nog in gesprek. We streven daarbij naar een situatie waarin de belangen van NBBU-leden het beste behartigd worden. Met het grootste deel van de genoemde verbeteringen voor uitzendkrachten in het ABU-bericht stemden wij eerder dit jaar al in. Zodra er nieuwe informatie is, komen wij hiermee naar buiten.”

Dat laat de NBBU weten, naar aanleiding van dit nieuwsbericht.
Het ziet er dus naar uit dat de sinds 30 december 2019 geharmoniseerde cao’s van ABU en NBBU weer op onderdelen van elkaar gaan verschillen.

Lees ook
Wijziging AVV CAO PAWW Sector Dienstverlening (16-11-2021 – 01-10-2022)
ABU en NBBU CAO voor Uitzendkrachten, stand van zaken per 01-10-2021
FNV wil marktconform pensioen uitzendkrachten vanaf dag één
Vakbonden stoppen cao-overleg met uitzendbranche

Geplaatst in Wetten & CAO’s | Tags , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Vakbonden en ABU bereiken akkoord over nieuwe CAO voor Uitzendkrachten

Inspectie SZW controleert Haagse uitzenders die sjoemelen met ID-bewijzen

Zeven Haagse uitzendbureaus sjoemelen waarschijnlijk met valse identiteitsdocumenten. Zij laten niet-Europeanen werken op Europese identiteitsdocumenten die vermoedelijk vals dan wel vervalst zijn.

Het gaat hierbij voornamelijk om valse of vervalste Griekse identiteitskaarten. De Inspectie SZW vermoedt dat het hier om honderden arbeidsmigranten kan gaan die vaak de Georgische nationaliteit hebben.

De inspecteurs bezochten de uitzendbureaus en twee inleners van de uitzendbureaus dinsdag 16 november. Dit was een vervolg op een controle van de Haagse politie begin september. De Politie heeft toen een personenbusje van een uitzendbureau gecontroleerd waar Georgiërs in werkkleding in zaten die op dat moment allemaal geen arbeidsstatus in Nederland hadden. De politie meldde dit bij de Inspectie SZW die toen een vervolgonderzoek startte. Dit leidde tot de controle bij de zeven uitzendbureaus en de twee inleners.

Al eerder constateerde de Inspectie SZW dat in bepaalde sectoren als schoonmaak, horeca, agrarische bedrijven, bouw en uitzendbureaus werknemers van buiten de Europese Unie aan het werk zijn met valse dan wel vervalste documenten. Deze werknemers mogen in een aantal gevallen wel in Nederland verblijven echter niet zomaar in Nederland werken. De werknemer beschikt dan vaak niet over een tewerkstellingsvergunning, terwijl dit wel nodig is. Het verblijfsdocument is weliswaar afkomstig uit een Europees land, maar de werknemer heeft niet de nationaliteit van één van de Europese landen. Komt de werknemer van buiten de Europese Unie dan moet sprake zijn van een vergunning waarin staat dat de persoon in Nederland mag werken. De werkgever moet een tewerkstellingsvergunning voor deze werknemers aan vragen. Een werkgever die werknemers inleent van een uitzendbureau dient dit te controleren.

Een eerste inschatting van de inspecteurs na de controle is dat het hier om circa tweehonderdenvijftig werknemers gaat. Ze zijn vooral afkomstig uit Georgië, maar ook uit Wit-Rusland, Oekraïne en Moldavië. Zij werken bij verschillende inleners waarvan onder meer bij tuinbouwbedrijven, inpak- en verwerkingsbedrijven in het Westland, maar ook bij bouwbedrijven en kabelbedrijven. Uit gesprekken die gevoerd zijn heeft de Inspectie ook het idee dat inleners de aangeboden arbeidskrachten direct aan het werk zetten zonder de documenten te controleren en. De Inspectie vermoedt dat door corona de vaste arbeidsmigranten uit Europa in hun vaderland blijven. Vandaar dat de nieuwe werknemers gezocht worden van buiten Europa.

Met deze constructie overtreedt niet alleen het uitzendbureau, maar ook de inlener, de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Voor elke werknemer die hier dus niet mag werken, kan zowel het uitzendbureau als de inlener een boete krijgen vanaf achtduizend euro. De Wet arbeid vreemdelingen bevat namelijk een ketenaansprakelijk waardoor de verantwoordelijkheid niet alleen bij het uitzendbureau ligt maar ook bij de inlener(s) en de eventuele doorlener(s). Als ergens in de keten van werkgevers de Wav wordt overtreden, kan in principe dus aan iedere werkgever in die keten een boete worden opgelegd.

Bron: Inspectie SZW, 17 november 2021

Geplaatst in Rechtspraak | Tags , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Inspectie SZW controleert Haagse uitzenders die sjoemelen met ID-bewijzen