Maandelijkse archieven: mei 2021

Bovib wil zich sterker profileren

De Bovib, branchevereniging voor inhuur-intermediairs en brokers, presenteert zich deze week met een nieuwe site en een vernieuwd logo.
Bovib
Om nieuwe leden aan te trekken, beter zichtbaar te zijn en zich stevig te profileren als ervaren belangenbehartiger.

“De afgelopen verkiezingen laten zien dat de politiek nog sterk denkt vanuit oude dogma’s. Daardoor dreigt de arbeidsmarkt vast te lopen,” waarschuwt Bovib-voorzitter Frederieke Schmidt Crans.

Frederieke Schmidt Crans
Frederieke Schmidt Crans

Uitvoerbaarheid van regelgeving
“In het rapport Borstlap wordt richting de politiek het belang aangegeven om met elkaar in gesprek te gaan”, zegt zij: “Die oproep tot gesprek steun ik van harte. Als Bovib kunnen wij veel toevoegen aan de discussie dankzij onze intermediaire rol. Wij kijken ook naar de uitvoerbaarheid van regelgeving.”

“Door ons aan de voorkant een plaats aan tafel te geven kunnen wij zorgen dat de praktijktoets vooraf gebeurt, zodat de implementatie van een wet soepeler verloopt.”

Bijdragen aan wendbaarheid arbeidsmarkt
“De corona-pandemie heeft aangetoond dat intermediairs van belang zijn voor de wendbaarheid en flexibiliteit van de arbeidsmarkt,” aldus Schmidt Crans: “Denk aan de technische kant van onze dienstverlening, zoals opdrachtgevers ondersteunen bij de mogelijkheden in afschalen, maar ook door werkenden aan het werk te houden op andere plekken. Samen met onze opdrachtgevers en werkenden kijken we naar oplossingen die beide ten goede komen. Daar zijn wij voor.”

“Hoe groter Bovib is, hoe sterker het geluid dat de organisatie kan laten horen richting Den Haag,” vindt Schmidt Crans. “Daarom willen wij groeien in aantal leden, onze slagkracht vergroten en stimuleren dat alle spelers zich aan de wet- en regelgeving houden.” De Bovib heeft daarvoor een keurmerk ontwikkeld.

Bron: Bovib, persbericht 26 mei 2021

Lees ook
Bovib, I-ZO en PZO waarschuwen SZW voor pilot zzp-webmodule
Bovib wijzigt keurmerk vanaf april 2020: meer focus op de hele keten
Inhuurintermediairs richten eigen brancheorganisatie op: Bovib

Geplaatst in Branchenieuws | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor Bovib wil zich sterker profileren

Uitzendwerkgevers bereiken akkoord met vakbond LBV

De ABU en NBBU hebben vandaag een principeakkoord bereikt met vakbond LBV over een ongewijzigde verlenging van de huidige CAO voor Uitzendkrachten, tot 1 oktober 2021.

De verlenging is noodzakelijk omdat de huidige uitzend-cao op 1 juni aanstaande afloopt. Uitzendkrachten, uitzendwerkgevers en inleners zouden zonder cao in een onzekere periode terechtkomen.

Jurriën Koops, directeur van de ABU: “Belangrijk dat LBV zijn verantwoordelijkheid heeft genomen, waardoor ook na 1 juni de huidige cao van kracht blijft. Dat geeft voorlopig rust en duidelijkheid en de mogelijkheid om – als er een SER-akkoord over de arbeidsmarkt komt – de gevolgen hiervan mee te nemen.”

Het akkoord wordt op 31 mei voorgelegd aan de leden van de ABU. Op 27 mei stemmen de leden van de NBBU erover. Update 1 juni: de leden van ABU en NBBU hebben ingestemd met het akkoord.

Bron: ABU en NBBU, persbericht 26 mei 2021

Dinsdag 25 mei werd bekend dat vakbonden FNV, CNV en De Unie uit het cao-overleg zijn gestapt. Lees meer

Op vrijdag 28 mei werd bekend dat vakbonden FNV, CNV en De Unie aan het ministerie SZW hebben verzocht het akkoord tussen LBV en de uitzendwerkgevers ongeldig te verklaren, omdat de LBV een kleine (‘gele’) vakbond is die niet of nauwelijks uitzendkrachten vertegenwoordigd.

Het ministerie van Sociale Zaken gaat niet in op het verzoek van de grote bonden. “Het ministerie kijkt alleen of er een cao wordt aangemeld, niet naar de inhoud van de cao of naar de representativiteit van partijen”, zo laat een woordvoerder op 1 juni weten aan de NOS. Lees meer

Geplaatst in Wetten & CAO’s | Tags , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Uitzendwerkgevers bereiken akkoord met vakbond LBV

Vakbonden stoppen cao-overleg met uitzendbranche

Vakbonden FNV Flex, CNV Vakmensen en De Unie stoppen met de onderhandelingen over een nieuwe cao voor de uitzendbranche.

Volgens deze vakbonden zijn de voorstellen van de uitzendkoepels ABU en NBBU zo slecht dat de onzekerheid over werk en inkomen voor uitzendkrachten nog verder toeneemt.

Er werd al sinds september over een nieuwe cao onderhandeld. De huidige cao loopt af op 31 mei 2021.

Hoe nu verder?
De vakbonden FNV, CNV Vakmensen en De Unie zijn gestopt met onderhandelen, maar van de vierde vakbond aan tafel, LBV, is het nog onduidelijk wat zij doen. Afhankelijk hiervan zal per 31 mei een nieuwe situatie ontstaan. Dit kan grote gevolgen hebben voor de contracten en de arbeidsvoorwaarden van uitzendkrachten.

Update
Later vandaag werd bekend dat ABU en NBBU met vakbond LBV een akkoord hebben gesloten voor verlenging van de CAO voor Uitzendkrachten tot 1 oktober 2021.

Karin Heynsdijk, bestuurder FNV Flex, zegt: ‘De uitzendkoepels willen de flexibiliteit voor hen zelf zo groot mogelijk houden en alle risico’s bij de uitzendkrachten neerleggen.’

Gelijk werk, gelijk loon
De bonden willen dat uitzendkrachten vanaf dag één dezelfde arbeidsvoorwaarden hebben als de collega’s die in vaste dienst zijn. Marten Jukema, bestuurder CNV Vakmensen: ‘Uitzendkrachten doen hetzelfde werk. Door ze niet dezelfde arbeidsvoorwaarden te geven maak je van uitzendwerk goedkope arbeid, dat voor structureel werk wordt ingezet. Uitzendwerk is bedoeld voor piek en ziek.’ Door uitzendwerk in te zetten voor structureel werk gaat dat ook ten koste van vaste arbeidsplekken.

Rondpompen uitzendkrachten
Gerard van der Lit, bestuurder De Unie: ‘De uitzendwerkgevers zeggen wel dat ze uitzendkrachten meer zekerheid willen geven, maar in de praktijk zien we wat anders. Het merendeel van de uitzendkrachten krijgt geen contract met meer zekerheid. Ze komen na maximaal 78 weken werken in de WW of bijstand. Na zes maanden kunnen ze dan weer aan de slag. In hetzelfde onzekere uitzendcontract.’

Doorbetaling loon
De bonden willen ook dat de uitzendkrachten recht hebben op doorbetaling van loon, ook al is er geen werk. Heynsdijk: ‘De uitzendkracht moet wel te allen tijde beschikbaar zijn en kan dus geen ander werk aannemen. Als je dan ook geen loon betaalt leg je het risico volledig neer bij de uitzendkracht.’

Uitzendwerk wordt escape route
Met de voorstellen van de ABU en de NBBU zoals die er nu liggen worden volgens de bonden alle verbeteringen voor flexwerkers, die mogelijk door de politiek worden ingezet, teniet gedaan. Via wetgeving worden dan wel andere vormen van flex zoals oproepkrachten en schijnzelfstandigheid aangepakt, maar blijft uitzenden ongemoeid, met als risico dat uitzendwerk een escape route wordt voor goedkope arbeid.

De werkgevers vinden dat uitzendwerk te duur wordt met de voorstellen van de vakbonden Uitzendwerk zou zich dan uit de markt prijzen.

Bron: FNV, CNV Vakmensen en De Unie, 25/26 mei 2021

Lees ook
Recept voor de nieuwe CAO voor Uitzendkrachten?
CAO voor Uitzendkrachten en AVV lopen af, wat nu?
Overleg CAO voor Uitzendkrachten zeer moeizaam, volgens vakbonden
CAO voor Uitzendkrachten – voortgang en inzet onderhandelingen

Geplaatst in Wetten & CAO’s | Tags , , , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Vakbonden stoppen cao-overleg met uitzendbranche

Welke rechten heeft de payrollkracht?

Hendarin Mouselli
Hendarin Mouselli (VRF Advocaten) is een van de auteurs van dit blog.

In het tijdperk vóór de Wet arbeidsmarkt in balans (Wab) was er juridisch geen verschil tussen een uitzendkracht en een payrollkracht. De Wab heeft hier verandering in gebracht.

Na ruim een jaar nieuwe wetgeving op dit gebied is er veel veranderd in uitzend- en payrollland.

Bureau Cicero publiceert een drieluik over payrolling. In het tweede blog en podcast uit deze serie wordt stilgestaan bij het verschil in rechten tussen de uitzendkracht, de payrollkracht en de werknemer die rechtstreeks in dienst is van de opdrachtgever.

Rechten payrollkracht: gelijke behandeling
Wanneer eenmaal sprake is van payrolling, heeft de payrollkracht sinds 1 januari 2020 ex artikel 8a Waadi recht op gelijke behandeling. Dit betekent concreet dat de payrollkracht recht heeft op ten minste dezelfde arbeidsvoorwaarden als die gelden voor werknemers werkzaam in gelijke of gelijkwaardige functies in dienst van de onderneming waar de terbeschikkingstelling plaatsvindt (opdrachtgever). Daarnaast heeft de payrollkracht sinds 1 januari 2021 recht op een adequate pensioenregeling.

Wat betekent de gelijke behandeling bij payrollkrachten in vergelijking met de rechten van uitzendkrachten en werknemers die in dienst zijn van de opdrachtgever? In een overzicht worden de verschillen en overeenkomsten geschetst. Tijdens de bijbehorende podcast wordt ingaan op de nuances die bij dit overzicht horen. Juist die nuances kunnen in een concrete situatie het verschil maken.

Lees meer in dit blog van Bureau Cicero


Voor welke keuzes staat een opdrachtgever?
Er kunnen talloze redenen zijn om voor een bepaald model van tijdelijke inzet van flexwerkers te kiezen, die per bedrijf en naar gelang omstandigheden kunnen verschillen. Redenen zijn bijvoorbeeld:

Omvang van het werk, is er bijv. sprake van seizoensarbeid of piek/ziek;
Duur van het project; kort of lang;
Vervangbaarheid van de medewerker;
Complexiteit van het werk;
Soort functie; afbreukrisico, schaarste;
Fluctuaties binnen het project;
Capaciteit van de onderneming om zelf de juiste mensen te werven.

Wat dient de opdrachtgever zich hierbij te realiseren?
Lees meer

Bekijk op 27 mei een webinar over payrolling.

Bron: Bureau Cicero

Lees ook
Wie is de payrollkracht? Wetgeving en vragen in de praktijk
Invoering Adequate Pensioenregeling voor payrollbedrijven, een terugblik
StiPP pensioen – aanpassing verplichtstelling payroll en intra-concern uitzenden

Geplaatst in Nieuws | Tags , , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Welke rechten heeft de payrollkracht?

Technische bedrijven werven onverminderd door

Volgens ruim vier op de tien (43%) technische werkgevers is het tekort aan nieuwe aanwas de grootste uitdaging op personeelsgebied.

Het grote aantal onbekwame mensen dat op vacatures afkomt, staat met 39 procent op een tweede plaats. Dit lijkt haaks te staan op een ruime meerderheid (56%) die aangeeft dat zijn bedrijf bij de werving van technici meer moet letten op motivatie dan op het voldoen aan alle technische kwalificaties.

Dit blijkt uit de TechBarometer, een onderzoek uitgevoerd door ROVC, partner in trainingen en opleidingen voor technisch Nederland. Ruim 700 respondenten uit de technische branche geven in het rapport antwoord op vragen over markt-, HR- en opleidingstrends binnen de techniek.

Aantal vacatures blijft gelijk
Voor ruim driekwart (76%) van de technische bedrijven geldt dat het aantal openstaande vacatures niet is veranderd door de coronacrisis. Bij 7 procent is het aantal vacatures zelfs toegenomen. In 2020 had een ruime meerderheid (57%) van de bedrijven gemiddeld nul tot twee vacatures open staan. Bij een kwart (26%) was dit drie tot vijf vacatures en 17 procent gaf aan jaarlijks gemiddeld meer dan zes vacatures uit te hebben staan. Maar liefst een op de tien technische vacatures (11%) staat gemiddeld langer dan een jaar open. Bij de helft (49%) van de vacatures duurt het gemiddeld één tot zes maanden voordat hij gevuld is en voor een derde (32%) is dit een half jaar tot een jaar.

John Huizing, directeur ROVC: “Een tekort aan nieuwe aanwas is een probleem waar technisch Nederland al erg lang mee te maken heeft. Er is enorm veel vraag naar geschoolde technische vakmensen en de technische branche staat te springen om snel functioneel inzetbaar personeel. Door middel van korte trainingen kunnen mensen met allerlei verschillende beroepsachtergronden al heel snel de techniek in. Goede om- of bijscholing is hier dan ook een belangrijke oplossing voor. Daarnaast is het van belang om huidig personeel uit te blijven dagen en doorgroeimogelijkheden te blijven bieden. Ook daar spelen cursussen en trainingen een belangrijke rol in.”

Er gebeurt veel op de technische arbeidsmarkt
Technici zelf merken ook dat er grote vraag is naar bekwaam personeel, zo blijkt uit onderzoek van ROVC onder bijna 1.400 cursisten. Meer dan de helft (52%) zegt het afgelopen jaar wel eens een aanbod te hebben gekregen voor een andere functie. Een kwart (26%) werd hiervoor benaderd door een andere werkgever en 26 procent is benaderd door een recruiter.

Zelf sluiten technici de ogen ook niet voor de kansen die de arbeidsmarkt biedt. Een op de vijf (19%) heeft zelf gesolliciteerd naar een nieuwe functie, waarvan ruim twee derde (68%) bij een nieuwe werkgever. De voornaamste redenen hiervoor waren persoonlijke ontwikkeling (56%), doorstromen naar een hogere functie (44%) en een gebrek aan uitdaging (34%).

Bron: ROVC.nl, 25 mei 2021

Lees ook
TNO brengt skills in kaart voor betere matching
Waarom kiezen mensen wel/niet voor baan in techniek?
Hoppenbrouwers Techniek krijgt 6.000 sollicitaties in 2020
Ontwikkelingsfonds OTIB heet voortaan Wij Techniek

Geplaatst in Nieuws | Tags , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Technische bedrijven werven onverminderd door