Omzet Nederlandse detacheerders 6% gedaald in Q2 2020 Geplaatst 18 augustus 2020 door Hinke Wever De omzet van Nederlandse detacheerders is als gevolg van de coronacrisis in het tweede kwartaal met 6% gedaald ten opzichte van een kwartaal eerder. Opvallend is dat het percentage gedetacheerden in vaste dienst het afgelopen kwartaal is gestegen van 56,3% naar 58,5%. Dat blijkt uit de eerste MarktMonitor van de Vereniging van Detacheerders Nederland (VvDN), die vandaag is gepubliceerd en door veel media wordt opgepikt. De VvDN-leden die hebben mee gedaan aan het onderzoek voor de MarktMonitor vertegenwoordigen een omzet van ongeveer 30% van de totale markt, die geschat wordt op 6,2 miljard euro. In een toelichting op de uitkomsten zegt vicevoorzitter Marcel van den Bekerom: “Er zijn heel veel opdrachten on hold gezet. Maar als je het vergelijkt met de uitzendbranche bijvoorbeeld (ABU MarktMonitor) dan valt de omzetdaling nog wel mee. Het is de uitzendbranche die de echte klappen heeft opgevangen, maar in de slipstream daarvan krijgen wij natuurlijk ook wel klappen.” Grote verschillen per sector Het blijkt dat vooral detacheringsbureaus in sectoren als ICT en zakelijke dienstverlening te maken hebben gehad met een forse omzetdaling in het tweede kwartaal, van respectievelijk -15% en -13%. Transport, agrarisch en de medische sector lieten daarentegen een (kleine) plus zien. De omzetkrimp in de ICT-branche kan worden verklaard doordat veel projecten door opdrachtgevers direct na het uitbreken van de coronacrisis zijn stilgezet. Als voorbeeld noemt Van den Bekerom KLM. “Daar zijn projecten abrupt stopgezet. En het is de vraag of en wanneer die weer gaan lopen en hoe KLM dat gaat invullen, met eigen vaste mensen of dat zij specialistische kennis van gedetacheerden nodig hebben.” Nieuwe aanvragen? Overall valt de omzetdaling van -6% in het tweede kwartaal wel mee, vindt ook Van den Bekerom. Dat komt volgens hem doordat detacheringsorganisaties over het algemeen werken aan specialistische projecten die een langere doorlooptijd hebben. Maar ook deze projecten eindigen op enig moment. “Wat gebeurt er in het derde en vierde kwartaal van dit jaar; hoeveel nieuwe aanvragen zullen er de komende tijd zijn? Dat is de hamvraag. En dat wordt spannend. De vacaturemarkt toont sinds juni licht herstel. Er lijkt een stabilisatie op te treden en we hopen dat we op een kantelpunt zitten. Opdrachtgevers zijn druk bezig om na te gaan wat er nog moet gebeuren en er zijn natuurlijk nog budgetten voor dit jaar. Maar of het herstel echt doorzet is nog onzeker en het zal sterk verschillen per sector.” Wel meer leegloop Opvallend is dat uit het onderzoek blijkt dat het aandeel gedetacheerde dat een vast dienstverband heeft bij het detacheringsbureau ondanks de coronacrisis is gestegen van 56,3% naar 58,5%. Van den Bekerom: ‘Het belang van de gedetacheerden wordt steeds duidelijker en het is zaak voor de bureaus om duidelijk te maken dat iemand die gedetacheerd wordt steeds meer perspectief wordt geboden. De bureaus bieden steeds vaker vaste contracten en bespreken opleidingen, carrièreperspectief, ambities met hun mensen.” Ondertussen is het percentage ‘leegloop’ gestegen van 6,6% in het eerste kwartaal naar 7,5% in het tweede kwartaal. En dat komt natuurlijk voor rekening van de detacheerders. Van den Bekerom: “Over de hele linie valt de leegloop relatief mee. Maar de meeste gedetacheerden zijn in vaste dienst en die moeten worden doorbetaald en blijvend worden opgeleid door detacheerders.” Voorzien in flexibiliteit Dat bewijst ook dat detacheerders voorzien in de behoefte aan flexibiliteit, stelt Van den Bekerom. “In het eerste kwartaal was er nog sprake van krapte en hadden opdrachtgevers grote behoefte aan gedetacheerden met specialistische kennis. Nu, tijdens de coronacrisis, vangt de detacheringsbranche enigszins de klappen op voor die opdrachtgevers.” Maar het toont volgens hem ook aan dat de detacheringsbranche anders is dan bijvoorbeeld uitzenden. “Wij leveren veel hoogopgeleide mensen met specialistische kennis die veelal bij ons in dienst zijn. Detacheerders blijven investeren in opleiding en ontwikkeling van hun mensen, zodat die deskundigheid beschikbaar blijft voor opdrachtgevers.” Bron: VvDN, 18 augustus 2020 Lees ook Interview met VvDN: detacheerders gaan zich sterker positioneren VvDN – oprichting branchevereniging voor detacheerders een feit Geplaatst in Bedrijfsnieuws | Tags detachering, Detacheringbureaus, Vereniging van Detacheerders Nederland, VVDN | Reacties uitgeschakeld voor Omzet Nederlandse detacheerders 6% gedaald in Q2 2020
Uitzendbeding bij ziekte in ABU- en NBBU-cao Geplaatst 18 augustus 2020 door Hendarin Mouselli Hendarin Mouselli Is binnenkort het doek gevallen voor het uitzendbeding bij ziekte in de ABU- en NBBU-cao’s? Wijst de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag op 17 maart 2020 terecht in die richting? Ik meen van niet. Door Hendarin Mouselli, VRF Advocaten Om mijn mening toe te lichten ga ik eerst wat dieper in op de oorsprong en functie van het uitzendbeding. Het uitzendbeding is in het leven geroepen in 1999 met de komst van de Wet Flexibiliteit en Zekerheid en is geregeld in artikel 7:691 lid 2 en lid 3 BW: […] 2. In de uitzendovereenkomst kan schriftelijk worden bedongen dat die overeenkomst van rechtswege eindigt doordat de terbeschikkingstelling van de werknemer door de werkgever aan de derde als bedoeld in artikel 690 op verzoek van die derde ten einde komt. Indien een beding als bedoeld in de vorige volzin in de uitzendovereenkomst is opgenomen, kan de werknemer die overeenkomst onverwijld opzeggen en is op de werkgever artikel 668, leden 1, 2, 3 en 4, onderdeel a, niet van toepassing. 3. Een beding als bedoeld in lid 2 verliest zijn kracht indien de werknemer in meer dan 26 weken arbeid voor de werkgever heeft verricht. Na het verstrijken van deze termijn vervalt de bevoegdheid van de werknemer tot opzegging als bedoeld in lid 2. Het uitzendbeding in de wet houdt simplistisch gezegd in dat de uitzendwerkgever in de eerste 26 weken in de uitzendovereenkomst kan afspreken: einde terbeschikkingstelling op verzoek van de inlener / opdrachtgever = einde uitzendovereenkomst. In de wettekst staat niet dat de uitzendwerkgever toestemming moet hebben van het UWV, ontbinding moet verzoeken bij de kantonrechter of dat de uitzendwerkgever zelf nog iets moet doen (oftewel: er is geen opzeggingshandeling vereist). Het uitzendbeding is een aparte regeling enkel en alleen bedoeld voor de uitzendovereenkomst, waarbij blijkens de wettekst een einde van rechtswege aan de orde is. Artikel 7:691 lid 8 BW geeft vervolgens de mogelijkheid om onder meer bij cao de termijn van 26 weken op te rekken naar maximaal 78 weken. Andere mogelijkheden om van de wettelijke regeling af te wijken, ten negatieve van de uitzendkracht, zijn niet toegestaan. Van deze afwijkingsmogelijkheid hebben de cao-partijen bij de ABU- en NBBU-cao’s gebruik gemaakt. Daarmee is het uitzendbeding opgerekt naar 78 weken, oftewel Fase A / Fase 1 en 2. Het uitzendbeding in de ABU- en NBBU-cao’s heeft in de loop der jaren verschillende ‘cosmetische aanpassingen’ ondergaan. Laatstelijk verscheen het in de volgende uitvoering: […] De uitzendovereenkomst met uitzendbeding eindigt: a. van rechtswege doordat de opdrachtgever om welke reden dan ook de uitzendkracht niet langer wil of kan inlenen, of, b. doordat de uitzendkracht om welke reden dan ook, daaronder begrepen arbeidsongeschiktheid, de bedongen arbeid niet langer wil of kan verrichten. In geval van arbeidsongeschiktheid van de uitzendkracht wordt de uitzendovereenkomst met uitzendbeding direct na de ziekmelding geacht met onmiddellijke ingang van rechtswege te zijn beëindigd op verzoek van de opdrachtgever. Ik laat sub a onbesproken en ga enkel in op sub b, waar op dit moment veel om te doen is. Dit artikellid is in mijn visie geschreven zoals de wetgever dat heeft bedoeld ten tijde van de inwerkingtreding in het Burgerlijk Wetboek. Blijkens de Nota naar aanleiding van het verslag [1] bij de Wet Flexibiliteit en Zekerheid hebben de leden van de fractie van GroenLinks destijds al gevraagd in hoeverre de redelijkheid en billijkheid de afspraak, dat de uitzendovereenkomst na beëindiging van de terbeschikkingstelling van rechtswege eindigt, kunnen beperken. Met name vroegen deze leden of het redelijk is af te spreken dat de terbeschikkingstelling en daarmee de uitzendovereenkomst, eindigt op het moment dat de werknemer ziek, zwanger of lid van een vakbond zou worden of in het huwelijk zou treden. Zij vroegen of de regering heeft overwogen om een minimale motiveringsplicht aan deze regeling toe te voegen. De regering reageerde dat het uitzendbeding het mogelijk maakt dat partijen overeenkomen, dat indien gedurende de eerste 26 weken een terbeschikkingstelling door de derde, de uitzendwerkgever dan wel de uitzendwerknemer om welke reden dan ook wordt beëindigd, daarmee ook de uitzendovereenkomst wordt beëindigd. Gelet op het specifieke karakter van de uitzendrelatie, waarbij partijen alleen en voor zover nodig gebruik maken van elkaars diensten, vond de regering dat een verplichte motiveringsplicht bij beëindiging van de terbeschikkingstelling niet nodig was. Noch de wettekst van het uitzendbeding, noch de toelichting en het antwoord van de regering bij de totstandkoming van het uitzendbeding, laten zien dat sprake is van een beperking van het uitzendbeding bij ziekte. De wettekst en de toelichting spreken van ‘om welke reden dan ook’. Bovendien hebben cao-partijen ook afgesproken dat als sprake is van arbeidsongeschiktheid en het uitzendbeding in werking treedt, de uitzendovereenkomst direct na de ziekmelding geacht wordt met onmiddellijke ingang van rechtswege te zijn beëindigd op verzoek van de opdrachtgever. Dat laatste is een belangrijk punt, omdat hiermee een verzoek van de opdrachtgever aan die beëindiging van de terbeschikkingstelling (automatisch) ten grondslag ligt. Aangezien er sprake is van een einde van rechtswege, en dus geen opzegging van de uitzendovereenkomst, kan er ook geen strijd zijn met het opzegverbod bij ziekte. Er is in mijn visie in dat geval evenmin sprake van strijdigheid met artikel 29 Ziektewet (ZW), omdat er juist geen recht op loondoorbetaling ex artikel 7:629 BW bestaat. De uitzendkracht heeft dan recht op een ZW-uitkering, waarbij niet te vergeten een aanvullingsverplichting geldt voor de uitzendwerkgever. De eerste 52 weken vult de uitzendwerkgever de ZW-uitkering immers op grond van de ABU- en NBBU-cao’s aan tot 90% van het op basis van het dagloonbesluit werknemersverzekering vastgestelde uitkeringsdagloon en daarna tot 80%. Dit is exact wat de uitzendkracht met een uitzendovereenkomst zonder uitzendbeding ook krijgt. In dat opzicht krijgt de uitzendkracht met een uitzendovereenkomst met uitzendbeding niet minder dan de uitzendkracht met een uitzendovereenkomst zonder uitzendbeding krijgt aan loondoorbetaling bij ziekte. Daar komt bij dat de ZW-premie in de uitzendmarkt in vergelijking tot andere sectoren vrij hoog is. Vanuit de gedachte de ‘vervuiler betaalt’ is hier een financiële prikkel gecreëerd. Als het aan het Gerechtshof Den Haag [2] ligt is het doek gevallen voor het uitzendbeding bij ziekte. Als we naar de laatstelijk verschenen technische beleidsvarianten ter uitwerking van het advies van Commissie Borstlap kijken ook. Dat is echter naar mijn mening – eendachtig de wettekst en achterliggende reden van het uitzendbeding – nog maar zeer de vraag. Het uitzendbeding bij ziekte lijkt op het eerste gezicht lucratief, maar menigeen die actief is in de uitzendmarkt weet dat schijn bedriegt. De uitzendwerkgever die gebruik maakt van het uitzendbeding bij ziekte, heeft de verplichting om de ZW-uitkering aan te vullen. Bovendien heeft de uitzendwerkgever er geen belang bij dat uitzendkrachten ziek uit dienst treden, omdat ze de gevolgen daarvan terug zullen zien in de te betalen premies. Hendarin Mouselli, VRF Advocaten Voetnoten [1] Kamerstukken II 1996/97, 25262, nr. 6 [2] Gerechtshof Den Haag 17 maart 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:460 Lees ook Uitzend-cao en loon bij arbeidsongeschiktheid van flexkrachten, hoe zijn de regels? Geplaatst in Branchenieuws | Tags arbeidsrecht, column, Hendarin Mouselli, rechtspraak, uitzendbeding, ziekte | Reacties uitgeschakeld voor Uitzendbeding bij ziekte in ABU- en NBBU-cao
Advies aan Hoge Raad inzake kwalificatie arbeidsovereenkomst Geplaatst 18 augustus 2020 door Hinke Wever Hoe moet een arbeidsrelatie worden gekwalificeerd? Hoe moet invulling worden gegeven aan het element ‘in dienst van’ (gezagscriterium)? Wat is het belang van de partijbedoeling bij de kwalificatie? Als een rechter oordeelt of iemand als zzp’er of werknemer gewerkt heeft, mag ‘partijbedoeling’ geen rol spelen. Inbedding in de organisatie en afhankelijkheid zijn leidend, adviseert de advocaat-generaal bij een cassatiezaak. Dat advies kan gevolgen hebben voor veel zzp’ers. Advies: laat ‘gezag’ of ‘vrije vervanging’ niet meer leidend zijn De beoordeling of een arbeidsrelatie een arbeidsovereenkomst is, moet worden aangepast. Niet gezag of vrije vervanging moet leidend zijn, maar het feit of iemand ‘ingebed’ is in de organisatie. Dat bepleit advocaat-generaal Ruth de Bock in haar advies aan de Hoge Raad over een cassatiezaak. Zij vindt ook dat de intentie van beide partijen (de ‘partijbedoeling’) niet meer meegewogen moet worden in de beoordeling of iemand als zelfstandig ondernemer mag werken. Lees de toelichting op ZiPconomy. De commissie Borstlap kwam in zijn rapport ook al tot de conclusie dat het gezagscriterium niet meer voldoet voor de beoordeling van de arbeidsrelatie. Bron: Rechtspraak.nl en ZiPconomy, 17 augustus 2020 Lees ook Commissie Borstlap geeft professionele zzp’ers onvoldoende ruimte Aanbevelingen Commissie Borstlap voor regulering van flexibele arbeid Handreiking beoordelingskader overeenkomsten arbeidsrelaties | Handreiking DBA Geplaatst in Rechtspraak | Reacties uitgeschakeld voor Advies aan Hoge Raad inzake kwalificatie arbeidsovereenkomst
Uitzend-cao en loon bij arbeidsongeschiktheid van flexkrachten Geplaatst 17 augustus 2020 door Linda Bol Linda Bol, Inspecteur Bureau Cicero CAO voor Uitzendkrachten en loon bij arbeidsongeschiktheid van flexkrachten Door Linda Bol, Inspecteur Bureau Cicero CAO voor Uitzendkrachten ABU CAO voor Uitzendkrachten NBBU Linda is werkzaam als inspecteur van Bureau Cicero, een inspectie-instelling die onder meer controles uitvoert voor het keurmerk van de Stichting Normering Arbeid. Voordat Linda als inspecteur aan de slag ging, was zij werkzaam als financieel manager van een uitzendbureau, waar zij ruime ervaring heeft opgedaan op dit terrein. Linda vindt het jammer dat de uitzendbranche nogal eens negatief in het nieuws komt. “Ik kom genoeg ondernemingen tegen die het goed (willen) doen,” zegt ze. “Met Bureau Cicero hebben wij de doelstelling ondernemingen vooruit te willen helpen. Met columns en artikelen kan ik hier ook aan bijdragen. Goede, toegankelijke informatie biedt uitzenders immers mogelijkheden om te leren en deskundig te worden. Het is de moeite waard met elkaar te laten zien op welke manier de uitzendsector positief bijdraagt aan de economie en de arbeidsmarkt.” Reacties op Linda’s bijdragen zijn welkom! Bekijk ook dit korte video-interview met Linda Bol Uitzend-cao’s en loon bij arbeidsongeschiktheid van flexkrachten Onlangs was nog in het nieuws dat uitzendkrachten geen loon doorbetaald krijgen bij ziekte. Dit klopt niet en het schaadt het imago van de uitzendsector. Wij zien dat sommige uitzendbureaus inderdaad weleens moeite hebben om dit specifieke cao-artikel juist uit te voeren. Daarom ga ik daar in dit blog wat dieper op in. Hoe zit het nu met het uitbetalen van ziekengeld van flexkrachten? Afhankelijk van het soort overeenkomst is in de uitzend-cao vastgelegd aan welke verplichtingen het uitzend,- detacheringsbureau moet voldoen. Uitzendovereenkomsten met uitzendbeding Bij een uitzendovereenkomst met uitzendbeding eindigt bij het intreden van de arbeidsongeschiktheid de uitzendovereenkomst. De uitzendkracht meldt zich ziek bij het uitzendbureau. Het uitzendbureau meldt de uitzendkracht uiterlijk op de vierde ziektedag aan bij het UWV en vraagt voor hem een Ziektewet-uitkering aan. De hoogte van de Ziektewet-uitkering is 70% van het uitkeringsdagloon, berekend door het UWV. Zowel de werknemer als de werkgever ontvangen van het UWV bericht over de hoogte van de uitkering gebaseerd op het uitkeringsdagloon. Zodra werknemer hersteld is, ontvangt de werkgever ook een bericht van het UWV. Let op! In de uitzend-cao is vastgelegd dat, gedurende de eerste 52 weken arbeidsongeschiktheid, de uitzendonderneming het uitkeringsdagloon aanvult tot 90%. Gedurende week 53 tot en met week 104 dient bij voortdurende arbeidsongeschiktheid het uitkeringsdagloon aangevuld te worden tot 80% van het uitkeringsdagloon. Uitzendovereenkomsten zonder uitzendbeding of bepaalde tijd contracten De uitzendkracht heeft bij arbeidsongeschiktheid, zolang de overeenkomst voortduurt, recht op 90% van het naar tijdsruimte vastgestelde loon gedurende de eerste 52 weken van de arbeidsongeschiktheid, en ten minste het wettelijk minimumloon. Vervolgens 80% van het naar tijdsruimte vastgestelde loon gedurende week 53 t/m week 104 bij voortdurende arbeidsongeschiktheid. Wat is het naar tijdsruimte vastgestelde loon? Het naar tijdsruimte vastgestelde loon is het feitelijk loon (bruto uurloon of bruto maandloon) aangevuld met toeslagen, ADV-compensatie in geld, wachtdagcompensatie en overige vergoedingen die de uitzendkracht zou hebben verdiend als hij niet arbeidsongeschikt was geweest. Als er geen of geen eenduidige arbeidsomvang is overeengekomen of de feitelijke arbeidsduur wijkt structureel af van de overeengekomen arbeidsduur dan wordt de berekening uitgevoerd op de dertien kalenderweken voorafgaand aan de week van de ziekmelding. Als er nog geen dertien weken is gewerkt, dan over de redelijkerwijs verwachte arbeidsomvang. Waar kan het misgaan? Tijdens inspecties merken wij dat het wel eens misgaat, zeker bij startende uitzendondernemingen. 1. Bij gebruik van het uitzendbeding eindigt het dienstverband bij een ziekmelding. De uitzendkracht wordt ziek gemeld en krijgt van het UWV een Ziektewet-uitkering. De uitzendonderneming is niet goed op de hoogte van de verplichte aanvulling en voldoet dus niet aan deze verplichting. Aanvulling ziektewetuitkering conform Uitzend-cao is een verplichting voor alle uitzendovereenkomsten met uitzendbeding. 2. Het is niet bekend hoe de aanvulling berekend en verwerkt moet worden. Bij overeenkomsten met uitzendbeding ontvangen zowel werknemer als werkgever bericht van het UWV met daarin vermeld het uitkeringsdagloon. Het dagloon kan ook worden opgevraagd bij het UWV, of de onderneming berekent zelf het dagloon voor de Ziektewet. Het dagloon wordt berekend op basis van het loon dat de werknemer verdiende in het jaar voor hij ziek werd, gedeeld door 261 dagen. Lees meer De aanvulling is 20% van het dagloon om tot 90% van het uitkeringsloon te komen en 10% in het tweede ziektejaar om tot 80% van het uitkeringsloon te komen. 3. Onderneming ontvangt geen bericht van het UWV en betaalt daarom geen aanvulling. De onderneming is te allen tijde zelf verantwoordelijk voor de aanvulling van het ziekengeld en kan niet alleen uitgaan van berichtgeving van het UWV. Indien de werknemer recht heeft op een aanvulling, zal de onderneming dit conform cao moeten doen. De onderneming moet dus altijd zelf in actie komen om het dagloon op te vragen of zelf te berekenen. Op basis van het dagloon kan de aanvulling dan worden gedaan. 4. De ziekmelding wordt niet (tijdig) gemeld bij het UWV. Zodra de uitzendkracht zich meldt bij het UWV zal de onderneming hierover bericht ontvangen en mogelijk een boete ontvangen voor het (te laat) melden. Ziekmelding dient uiterlijk op de vierde ziektedag door uitzendonderneming bij het UWV gemeld te zijn om dergelijke boetes te voorkomen. 5. De onderneming is eigenrisicodrager voor de Ziektewet en denkt dat het UWV toch de Ziektewet-uitkering zal verrichten. Eigenrisicodragers voor de Ziektewet vallen niet onder het UWV, de onderneming zal 90% van het dagloon moeten uitbetalen gedurende de arbeidsongeschiktheid in het eerste ziektejaar en 80% gedurende het tweede ziektejaar (ziekte-uitkering duurt maximaal 104 weken), ook bij uitzendovereenkomsten met uitzendbeding. Let op! Eigenrisicodragers ontvangen dus ook geen bericht van het UWV over het dagloon. De volledige uitvoering van de correcte uitbetaling van het ziekengeld ligt in handen van de onderneming. 6. Dagloonberekening wordt niet goed uitgevoerd bij uitzendovereenkomsten zonder uitzendbeding, of bepaalde tijd contracten. De berekening wordt gebaseerd op het naar tijdsruimte vastgestelde loon, zoals hierboven beschreven. Veelgestelde vragen over (aanvullende) ziektewetuitkeringen 1. Hoe lang dient de aanvulling te worden gedaan? Zolang als de ziekte voortduurt en er geen herstelmelding is (de maximale periode voor de aanvulling is 2 jaar). 2. Hoe weet ik of mijn voormalige uitzendkracht, die inmiddels uit dienst is, nog ziek is? Het UWV zal de onderneming een bericht sturen, zodra de werknemer hersteld is. Het is echter verstandig en in het belang van de onderneming om ook hier zelf de verantwoording te nemen. Mocht de herstelbrief om wat voor reden dan ook, niet worden ontvangen, dan zou er ten onrechte te lang een aanvulling worden uitgekeerd. Blijf daarom in contact met uw uitzendkracht! Of besteed de Ziektewetbegeleiding uit aan ondernemingen die hierin zijn gespecialiseerd, zoals bijvoorbeeld Flexcom4 of keesz. Het goed uitvoeren van de Ziektewet is niet eenvoudig. Gelukkig zijn er specialisten die u hiermee kunnen helpen. Ook zijn er mogelijkheden om de (aanvullende) Ziektewetuitkeringen en begeleiding te verzekeren. Aanvullende opmerking Onlangs is er een uitspraak gedaan door het Gerechtshof Den Haag, waarin wordt bepaald dat beëindiging van een arbeidsovereenkomst tijdens ziekte, ondanks het uitzendbeding, niet is toegestaan conform artikel 7:670. Met de invoering van de Wet werk en zekerheid per 1 juli 2015 is lid 13 waarin stond opgenomen dat er per CAO kon worden afgeweken, komen te vervallen. Een uitspraak die gevolgen kan hebben voor de opgenomen artikelen in de uitzend-cao’s van de ABU en NBBU. Er bestaat de kans dat tegen de uitspraak nog cassatie wordt ingesteld. Lees meer Linda Bol, Inspecteur bij Bureau Cicero Lees ook deze column CAO voor Uitzendkrachten en budget duurzame inzetbaarheid Geplaatst in Branchenieuws | Tags cao, column, uitkeringsdagloon, uitzendbeding, Uitzenden, uitzendkrachten, UWV, wachtdagcompensatie, ziekteverzuim, Ziektewet | Reacties uitgeschakeld voor Uitzend-cao en loon bij arbeidsongeschiktheid van flexkrachten
Stimuleer zoeken naar ander werk vanuit de NOW Geplaatst 14 augustus 2020 door Hinke Wever Stimuleer zoeken naar ander werk vanuit de NOW, adviseert het Centraal Planbureau De NOW heeft een belangrijke rol gespeeld in het behoud van werkgelegenheid aan het begin van de coronacrisis. Nu een deel van de bedrijven echter langdurig een lagere productiviteit kent, neemt het belang van zoeken naar ander werk toe. Een lagere vergoeding voor bedrijven en/of een beperking van de loondoorbetaling aan werknemers vergroot de prikkel om minder productieve banen te verlaten voor meer productieve banen. Ondersteuning in de vorm van omscholing en begeleiding van werk-naar-werk kan daar ook een bijdrage aan leveren. Dit zijn de belangrijkste conclusies uit de publicatie ‘Lessen voor de NOW’ van het Centraal Planbureau (CPB). De NOW is een tegemoetkoming in de loonkosten van bedrijven die te maken hebben met een omzetdaling van meer dan 20%. Het gebruik van de NOW was en is vele malen groter dan het gebruik van de regeling voor werktijdverkorting tijdens de financiële crisis. Bij de NOW 1.0 werd voor 2,6 miljoen werknemers gebruik gemaakt van de regeling, tijdens de financiële crisis werd ‘maar’ voor 77 duizend werknemers gebruik gemaakt van de deeltijd-WW. Wat betreft het aandeel werknemers in de NOW is Nederland een middenmoter in Europa. De loondoorbetaling is met 100% uitzonderlijk hoog, en hetzelfde geldt voor het loon tot waar subsidie ontvangen kan worden (een kleine 10 duizend euro per maand). De NOW kent op korte termijn aanzienlijke voordelen in termen van het behoud van werkgelegenheid en het voorkomen van werkloosheid. De NOW heeft een belangrijke rol gespeeld bij de relatief beperkte stijging van de werkloosheid, ondanks een historische krimp in de productie. Naarmate de omzet van bedrijven echter langdurig lager is, neemt het belang van reallocatie toe. Bij het vervolg van de NOW is ook van belang hoe de pandemie en de arbeidsmarkt zich verder ontwikkelen, die mede bepalen in welke mate reallocatie mogelijk is. Het CPB zal hier in zijn komende maandag te publiceren augustusraming nader op ingaan. Bron: CPB, 14 augustus 2020 Lees ook Gratis ontwikkeladvies bij loopbaanadviseur Derde van werkgevers vindt om- en bijscholing noodzakelijk NOW 2.0: een samenvatting Investeer in mensen voor de toekomst van arbeid Platform Toekomst van Arbeid inspireert om de arbeidsmarkt te hervormen Geplaatst in Nieuws | Reacties uitgeschakeld voor Stimuleer zoeken naar ander werk vanuit de NOW