Aanbevelingen Commissie Borstlap voor regulering van flexibele arbeid

0
1324

Welke aanbevelingen doet de Commissie Borstlap voor de regulering van flexibele arbeid?
In wat voor land willen wij werken?
Rapport ‘In wat voor land willen wij werken?
Naar een nieuwe ontwerp voor de regulering van werk’

De Commissie Regulering van Werk (onder leiding van Hans Borstlap) rapporteert dat er op het terrein van het arbeidsrecht, het fiscaal recht en het privaatrecht fors moet worden bijgestuurd om de Nederlandse economie en arbeidsmarkt voor iedereen, niet alleen voor de happy few, toekomstbestendig te maken.

Wat betekent dit voor flexibele arbeidsrelaties?
In plaats van de huidige waaier aan contractmogelijkheden voor zzp’ers, uitzendkrachten, payrollkrachten, contracters en gedetacheerden adviseert de commissie de veelheid terug te snoeien tot drie typen contractvormen; werknemers, uitzendkrachten en (echte) zelfstandigen.

Focus op alloceren
Bij uitzenden zou de focus moeten liggen op alloceren; dat wil zeggen; nieuwe werkplekken vinden en bieden, bijvoorbeeld voor mensen die bij reguliere werkgevers hun baan verliezen of instromen vanuit een afstand tot de arbeidsmarkt.

Kort uitzenden, geen loonuitsluiting bij ziekte, alle arbeidsvoorwaarden inlener
De uitzendperiode dient kort te zijn, maximaal 26 weken, wat neerkomt op zes maanden. Momenteel is het mogelijk om gedurende 5,5 jaar tijdelijke uitzendovereenkomsten te bieden. Uitzenden zou in de visie van de Commissie alleen moeten worden ingezet voor piek en ziek; voorzien in tijdelijk extra personeel bij de inlener en zorgen voor vervangend personeel tijdens ziekte van een werknemer.

De totale maximumtermijn voor drie opeenvolgende tijdelijke uitzendcontracten kan twee jaar zijn, zoals bij reguliere werknemers.

Er gelden – als het aan de commissie ligt – voor uitzenden straks geen wettelijke of bij cao overeen te komen afwijkingen meer, behalve de mogelijkheid om gedurende 26 weken een uitzendbeding op te nemen. Bij geen werk is er dan geen loondoorbetaling, maar dat geldt niet wanneer een uitzendkracht ziek wordt in de uitzendperiode; daarvoor adviseert de commissie verplichte loondoorbetaling.

De creativiteit in de markt om goedkope arbeid in te kunnen zetten is groot. Daarom moet ervoor worden gezorgd dat er geen misbruik wordt gemaakt van het uitzendbeding. Stel administratieve en financiële eisen aan het oprichten van een uitzendbureau, adviseert de Commissie. Dit vraagt om meer private handhaving van kwaliteitseisen of het invoeren van een vergunningsplicht. Ook de deur naar faillissementsfraude moet dicht, zodat onbetaalde personeelskosten en premies niet voor rekening komen van het collectief.

Oneigenlijk gebruik van driehoeksrelaties indammen
De wettelijke regeling van de uitzendovereenkomst vormt de basis voor verschillende soorten arbeidsrechtelijke driehoeksrelaties: uitzending, payrolling en sommige vormen van detachering en contracting. Dit leidt soms tot vier- of meerpartijenrelaties met opdrachtovereenkomsten en doorleenconstructies met goedkopere arbeidsvoorwaarden. De Commissie vindt dat de regelgeving het grondrecht moet waarborgen dat arbeid geen handelswaar is. Het doorknippen van een directe relatie tussen de werkgever en de werknemer maakt de kans op arbeid als handelswaar groter. Met ingewikkelde wetgeving probeert de overheid dit nu tevergeefs tegen te gaan. Er zit niets anders op dan de mogelijkheden voor driehoeksverhoudingen fors in te dammen, concludeert de Commissie.

De opdrachtgever/inlener zou bij driehoeks- of meerpartijenrelaties weer als werkgever moeten aangemerkt. Dat is de eigenaar of exploitant van de onderneming waarin of waarvoor de arbeid wordt verricht.

Hierop kunnen in de visie van de Commissie enkele uitzonderingen bestaan:
1. Actieve allocatieve functie (uitzending)
2. Uitgestelde termijn werkgeverschap bij intra-concern detachering en collegiale in- en uitlening (de groepsmaatschappij is de juridische werkgever)
3. Weerleggen rechtsvermoeden bij onduidelijkheid over bij welke partij leiding en toezicht berust. (zie pag 74 van het rapport)
Het werkgeverschap van de uitbestedende opdrachtgever op wiens locatie het werk wordt verricht, wordt als rechtsvermoeden gereguleerd; deze onderneming is werkgever, tenzij.

Welke plek blijft er voor payrolling, de uitbesteding van het juridisch werkgeverschap, in deze benadering?

Zelfstandigen
Het afremmen van externe flexibiliteit via het werken met zelfstandigen wordt aangepakt door de fiscale voordelen (zelfstandigenaftrek en mkb winstvrijstelling) af te bouwen en een arbeidsongeschiktheidsverzekering te verplichten.

Ook de regelgeving en de handhaving moet eenvoudiger worden. De invoering van de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties heeft de handhaving op schijnzelfstandigheid niet gemakkelijker gemaakt. Bovendien heeft het geleid tot de gedachte dat er vrij te kiezen opties zijn, in plaats van dwingendrechtelijke bepalingen.

De rekbare uitleg van het gezagscriterium, de rol van de ‘partijbedoeling’ en ‘holistische weging’ vanuit jurisprudentie hebben ertoe geleid dat het kwalificeren van de arbeidsrelatie gemakkelijk te manipuleren is.

Daarom adviseert de Commissie: maak duidelijk welk type arbeid bij welke contractvorm hoort, zie hierop toe en handhaaf het. Maak voor arbeidsrecht, sociale zekerheid en fiscaliteit één set afbakeningscriteria en één toetsingskader.

Tot nu toe is dit nu juist het probleem. De feitelijke uitvoering van de overeenkomst wordt achteraf vastgesteld en de beoordeling vindt ook achteraf plaats.

De commissie adviseert daarom aansluiting te zoeken bij het Europese werknemersbegrip dat iedereen die werkt bij of voor een onderneming in principe een werknemer is, tenzij. De bedoeling van opdrachtgever en opdrachtnemer is niet meer leidend; bepalend zou moeten zijn hoe de arbeid feitelijk wordt uitgevoerd, zodat mensen die de bescherming van het arbeidsrecht en de sociale zekerheid nodig hebben, dat ook krijgen.

De commissie is geen voorstander van de opt-out voor de bovenkant van de markt, omdat praktisch geschoolde werknemers kunnen worden gedwongen in te stemmen met de opt-out, terwijl hooggeschoolde zzp’ers die opt-out niet nodig hebben, omdat zij als zij werkelijk ondernemers zijn immers geen bescherming nodig hebben. Ook van het minimumtarief voor zzp’ers, zoals vastgelegd in het Wetsvoorstel minimumbeloning zelfstandigen en zelfstandigenverklaring, is de commissie niet gecharmeerd. Beide oplossingen voor de onderkant en de bovenkant van de markt geven veel administratieve rompslomp en sluiten misbruik nog steeds niet uit.

In Europees verband houdt de opt-out bovendien geen stand, er zouden hierdoor drie categorieën werkenden ontstaan, werknemer, zelfstandig ondernemer en nog een categorie daartussenin. Dat maakt de zzp- regelgeving onnodig complexer.

Momenteel zijn volgens de Wet DBA opdrachtgever en zzp’er allebei verantwoordelijk voor de aard van de arbeidsrelatie. De commissie adviseert: maak de opdrachtgever verantwoordelijk voor de bewijslast dat een zzp’er werkt als zelfstandige.

Oproepcontracten
Ten behoeve van hun interne flexibiliteit werken veel bedrijven momenteel met oproepkrachten of nul-urencontracten. De Commissie adviseert binnen een (oproep)contract voor onbepaalde tijd in ieder geval per kwartaal een vast aantal uren af te gesproken, dat gespreid over die periode wordt betaald. Dan kan de werkgever de te werken uren bepalen, terwijl de werknemer toch duidelijkheid en zekerheid heeft over het aantal uren dat hij werkt en het inkomen dat daar in die periode tegenover staat.

Bovenstaande schetst in grote lijnen de aanbevelingen voor het reguleren van de externe flexibiliteit. Het rapport gaat ook in op platformwerk. Zie het rapport voor meer details, evenals alle adviezen van de Commissie ter bevordering van interne flexibiliteit, participatie en duurzame inzetbaarheid (leven lang ontwikkelen).

Samenvatting: Hinke Wever

‘Het betere werk – grip op geld, werken en leven’
Op 15 januari j.l. presenteerde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) het rapport ‘Het betere werk’. De WRR concludeert hierin dat mensen meer grip nodig hebben op hun geld, hun werk en hun leven. Dit rapport sluit aan bij het eindrapport van de Commissie Regulering van Werk, gepresenteerd op 23 januari j.l, ook al hebben beide teams van wetenschappers onafhankelijk van elkaar onderzoek verricht. Lees meer