NOW 2.0: een samenvatting

0
747
Marcel Reijmers
Marcel Reijmers

NOW 2.0: een samenvatting

22 juni heeft minister Koolmees een Kamerbrief gestuurd en de tekst van de Tweede tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid gepubliceerd.

Deze regeling borduurt verder op de NOW 1.0, maar er zijn wel wat wijzigingen. Marcel Reijmers van FlexKnowledge zet ze voor je op een rijtje.

Hoofdlijnen
• Om de regeling uitvoerbaar te houden, zijn er geen branche specifieke uitwerkingen bedacht. Ook is er geen rekening meer gehouden met seizoensbedrijven. Het is One-Size-Fits-Almost-All.
• De regeling loopt van 1 juni tot en met 30 september. Dat is dus 4 maanden en daarmee 1 maand langer dan NOW 1.0.
• De regeling wordt uitgevoerd door het UWV. Tussen maandag 6 juli en maandag 31 augustus kunnen de aanvragen worden ingediend.
• Binnen 2 tot 4 weken na het indienen van de aanvraag betaalt het UWV het eerste voorschot uit. In totaal bedraagt het voorschot 80% van het aangevraagde bedrag en dit wordt in 2 termijnen uitbetaald. Bij NOW 1.0 was dat in drie termijnen.
• De regeling geldt voor alle werknemers die verplicht zijn verzekerd voor de werknemersverzekeringen, ongeacht de contractvorm en ook als er geen loondoorbetalingsplicht is. De werknemer moet dan uiteraard wel in dienst gehouden worden. Een DGA is geen werknemer in de zin van deze regeling.
• Het loon op medewerkersniveau dat wordt gecompenseerd is daarbij begrensd op 2 x het maximale SV-loon, dus € 9538,- per maand per medewerker. Als het loon nog hoger is, wordt het meerdere niet meer gecompenseerd.
• Heb je gebruik gemaakt van NOW 1.0 dan moet de referentieperiode voor de omzet aansluiten op de periode die je voor NOW 1.0 hebt gebruikt. Dus was dat maart-mei, dan is het nu juni-september. Was het mei-juli, dan is het nu augustus-november.

Berekening van de tegemoetkoming
• De compensatie bedraagt maximaal 90% van de loonsom over de viermaands periode juni 2020 tot en met september 2020. Voor de loonsom wordt van het SV-loon uit tegenwoordige dienstbetrekkingen uitgegaan. Ook aanvullende lasten en kosten zoals werkgeverspremies en werknemersbijdragen aan pensioen en de opbouw van vakantiebijslag worden gecompenseerd. Er is gekozen voor een opslag voor werkgeverslasten van 40% voor alle gevallen. Dat is 10% meer dan in de NOW 1.0
• Als uitgangspunt voor de hoogte van de subsidie wordt gekeken naar de loonsom over maart of periode 3 voor de vierweeks aangevers.

Let op: Uitleners die werken met de traditionele uitzendsoftware en aangifte doen per maand, lijken hierdoor te worden benadeeld. Deze pakketten verdelen de aangiftes in een cyclus van 4-4-5 weken en kijken dus niet naar kalenderdata. In de aangifte over maart zit dan 5 weken loonsom. Die zal daarom relatief hoog zijn, wat het risico geeft op extra verlaging van de uiteindelijke subsidie, omdat de loonsom over periode juni tot en met september dan al snel lager is dan 4 x de loonsom van maart.

• Er wordt gekeken naar de loonsom over periode 6, 7, 8 en 9. Als je aangifte loonheffing per maand doet, is dat juni tot en met september. Doe je aangifte per 4 weken, dan gaat het over de periode 18 mei tot en met 6 september. Dat loopt dus flink scheef met de officiële looptijd van de regeling (1 juni tot en met 30 september)!

Dat lijkt heel nadelig, maar omdat de regeling zelf tot 1 oktober loopt en je hem tot en met 31 augustus kunt aanvragen, kun je daar juist voordeel aan hebben. Als je de aanvraag op het laatste moment indient, weet je al heel nauwkeurig wat de loonsom zal zijn en dat geeft in september nog drie weken de ruimte om nog een beetje bij te sturen. Besef echter wel dat niet het moment van factureren leidend is, maar het moment waarop de omzet ontstaat!

• De subsidie wordt gerelateerd aan het percentage van de omzetdaling. Het percentage van 90% van de totale loonsom is een maximumpercentage dat zal worden uitbetaald bij een omzetdaling van 100%. Is de omzetdaling lager, dan zal de subsidie evenredig lager worden vastgesteld.
• De omzetdaling van minimaal 20% moet zich voordoen over een viermaands periode waarvan de startdatum valt op de eerste dag van de maanden juni, juli, augustus of september 2020. De omzet in deze meetperiode wordt vergeleken met de omzet van januari tot en met december 2019, gedeeld door drie.
• Er is meer mogelijk dan bij NOW 1.0 als je activiteiten hebt overgenomen of juist afgestoten, nog niet heel 2019 bestond of als je onderdeel bent van een concern. De details daarvan gaan te ver om in dit kader te bespreken. De omzetdaling binnen een concern kan ook onder voorwaarden voor een afzonderlijke rechtspersoon of vennootschap worden vastgesteld. Laat je heel goed informeren als dit soort situaties spelen bij jouw bedrijf!

Aanvraag, voorschot en toekenning van de subsidie
Je dient, naast het opgeven van gegevens als bedrijfsnaam en loonheffingennummer, de volgende stappen te doorlopen:
• Je vraagt subsidie aan voor de loonsom in juni, juli, augustus en september ofwel periode 6, 7, 8 en 9 in verband met een terugval in omzet van meer dan 20%.
• Als je verwacht dat het effect van de huidige situatie pas met vertraging in de omzetcijfers zichtbaar wordt, kun je aangeven dat je de meetperiode voor de omzetvergelijking later wilt laten aanvangen. De loonsom blijft ook in deze gevallen de loonsom van periode 6, 7, 8 en 9 2020. Heb je ook een aanvraag gedaan voor NOW 1.0, dan móet de meetperiode voor NOW 2.0 aansluiten op de meetperiode van NOW 1.0.
• Je noteert de verwachte omzet in de vier maanden van de door gekozen meetperiode en vergelijkt deze met de totale omzet in 2019, gedeeld door drie, zodat beide cijfers zien op een omzet over vier maanden.
• Als je subsidies hebt gekregen zoals de TOZO, de TOGS of de TVL, moet je die meetellen als omzet. De NOW 1.0 is uitdrukkelijk géén omzet.
• Op basis daarvan bereken je het omzetverlies in procenten. Dat percentage wordt op het aanvraagformulier ingevuld.
• Voor bijzondere situaties (het bedrijf bestond niet gedurende geheel 2019; het bedrijf maakt onderdeel uit van een groter geheel, er zijn activiteiten overgenomen of afgestoten), bevat de nadere toelichting op het formulier aanwijzingen voor de juiste berekening van het omzetverlies,
• Als je meerdere loonheffingsnummer hebt, moet je meerdere aanvragen indienen, met voor elke aanvraag dezelfde verwachte omzetdaling en meetperiode.
• Nadat positief op de aanvraag is beslist, zal UWV een voorschot verlenen van 80% van de subsidie zoals deze wordt berekend op basis van de bij de aanvraag geleverde gegevens over de verwachte omzetdaling. Gegevens over de loonsom baseert UWV op de polisadministratie, waarbij als uitgangspunt de maand maart 2020 wordt genomen. Het UWV streeft ernaar de betaling van de eerste termijn van het voorschot binnen 2-4 weken uit te betalen.
• Achteraf volgt de definitieve subsidievaststelling. De werkgever die van de NOW 1.0 gebruik heeft gemaakt, kan hiervoor vanaf 7 oktober 2020 een aanvraag indienen. Voor de NOW 2.0 is zo’n aanvraag mogelijk ná 15 november 2020. Dit geldt ook voor werkgevers die gelijktijdig een aanvraag tot vaststelling willen indienen voor zowel de NOW 1.0 als de NOW 2.0.

Randvoorwaarden
• Je hebt een inspanningsverplichting de loonsom min of meer gelijk te houden. Daaraan wordt de loondoorbetaling gemeten. Een daling van de loonsom zal dalen tot minder tegemoetkoming, omdat het voorschot wordt berekend op basis van de loonsom van maart en de toekenning zal zijn op basis van de loonsom van juni-juli-augustus-september.
• Je mag geen ontslagvergunning(en) aanvragen bij het UWV wegens bedrijfseconomische redenen in de periode 1 juni tot en met 30 september. Doe je dat toch, dan wordt de loonsom van die medewerker afgetrokken van de uiteindelijke subsidie. Ontsla je meer dan 20 medewerkers via een collectief ontslag, dan wordt er nog 5% extra in mindering gebracht op de uiteindelijke subsidie. Door aan extra voorwaarden te voldoen, kun je dit voorkomen. Voor alle duidelijkheid: het niet verlengen van een contract is dus géén ontslag wegens bedrijfseconomische reden en heeft dus alleen effect op de uiteindelijke vaststelling doordat de loonsom lager wordt.
• Ontvangt jouw bedrijf minimaal € 125.000 aan subsidiegeld of minimaal € 100.000 aan voorschotten, dan mag er over 2020 (tot en met de datum van de vergadering waarin de jaarrekening wordt vastgesteld in 2021) geen dividend worden uitgekeerd aan aandeelhouders of bonussen aan de raad van bestuur, bestuur en directie van het concern en de rechtspersoon of vennootschap. Ook mag je geen eigen aandelen inkopen. Een DGA die een laag salaris neemt en dat aanvult met (een voorschot op het) dividend, kan dat dus niet meer doen als het bedrijf NOW 2.0 aanvraagt.
• Deze grens van € 100.000/€ 125.000 geldt ook voor de verplichting een accountantsverklaring over het naleven van de subsidievoorwaarden af te geven.

Niet vergeten!
• Je moet je werknemers informeren dat je NOW 2.0 hebt aangevraagd. Dat kun je bijvoorbeeld doen met een brief.
• Je hebt een inspanningsverplichting om (meer) aandacht te besteden aan om- en bijscholing. Denk bijvoorbeeld aan het structureel voeren van scholingsgesprekken of gewoon meer scholen. Hiervoor is geen extra subsidie beschikbaar, maar het valt natuurlijk wel binnen de scholingsverplichting van de uitzend-cao. Denk eraan ook de tijd die je hieraan besteedt goed te administreren, want ook dat kun je ten laste van de scholingsverplichting brengen!

We hopen je hiermee geïnformeerd te hebben. Dit artikel is gebaseerd op informatie zoals die op 25 juni om 15.00 uur bekend was. Mogelijk komen er nog wijzigingen. We zullen dit artikel dan bijwerken. Als je vragen hebt, neem dan gerust contact met ons op, telefonisch via 088 999 1200 of via de mail.

Marcel Reijmers
Directeur FlexKnowledge

Vorig artikelVooral faillissementen in de bouw
Volgend artikelHelp flexkrachten om TOFA te berekenen
Marcel Reijmers
Marcel Reijmers is eigenaar van FlexKnowledge. FlexKnowledge adviseert en begeleidt uit- en inleners bij vraagstukken rondom o.a. wet- en regelgeving in de flexbranche, kostprijzen, sectorindeling, inlenerbeloning, CAO's, arbeidsovereenkomsten, Algemene Voorwaarden en arbo- en verzuimbeleid. Hij wordt regelmatig ingeschakeld door gerenommeerde advocatenkantoren vanwege zijn diepgaande kennis van de branche en de raakvlakken tussen uitzenden en regulier arbeidsrecht. Ook doet hij bij overnames onderdelen van het due diligence onderzoek. Daarnaast is Reijmers eindredacteur van CAOWijzer en FlexWijzer van FlexNieuws waarvoor hij ook columns schrijft. Voor ARTRA Arbeidsmarktopleidingen ontwikkelt en verzorgt hij trainingen en van keesz.com is hij een van de initiatiefnemers en adviseur. Kernkwaliteit: vertalen van alle ingewikkelde wet- en regelgeving in deze branche naar bruikbare praktijk. Van 2008 tot 2013 heeft hij HelloFlex People ontwikkeld van concept tot een organisatie met 150 aangesloten intermediairs. In die rol heeft hij ook diverse intermediairs geadviseerd en begeleid bij het starten van hun bedrijf. Eerder in zijn loopbaan heeft Reijmers 13 jaar bij de Luba Groep gewerkt, waarvan de laatste 7 jaar als manager Organisatie & Kwaliteit. Onderdeel van die functie was het ontwikkelen en geven van trainingen op het gebied van de CAO en wet- en regelgeving. Als projectmanager namens Luba is hij verantwoordelijk geweest voor de ontwikkeling en daaropvolgende implementatie van FlexService software. Samen met UWV Leiden heeft hij in 1999 aan de wieg gestaan van de huidige manier van verzuimbegeleiding in de uitzendbranche. Ook heeft hij geparticipeerd in diverse projecten bij de ABU en STAF over arbo- en verzuimbeleid en was hij lid van verschillende commissies.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here