PayOK keurmerk bevordert juiste CAO-verloning

0
735

PayOK
PayOK keurmerk bevordert juiste procedure voor toepassing CAO-loon

Interview met Gerlof Roubos, directeur van Stichting PayOK

De juridische ketenaansprakelijkheid voor CAO-verloning is geregeld in de Wet Aanpak Schijnconstructies (WAS). Opdrachtgevers kunnen het PayOK-keurmerk verplicht stellen aan hun leveranciers. Het geeft opdrachtgevers het vertrouwen dat het juiste CAO-loon wordt betaald in de keten.
Gerlof Roubos
Gelijk loon voor gelijk werk
De controle op het betalen van de zogenoemde inlenersbeloning* aan uitzendkrachten vindt al langer plaats via verschillende aanvliegroutes. Enerzijds via zelfregulering in de uitzend-branche; de SNCU, ook wel aangeduid als de CAO-politie van de uitzendbranche, ziet hierop toe en kan stevige boetes uitdelen bij overtreding van de regels. Daarnaast is er het SNA-keurmerk van Stichting Normering Arbeid.

Onderbetaling in de keten tegengaan
De overheid heeft zelf ook een route ingericht om onderbetaling van ingehuurd personeel tegen te gaan. Die is vastgelegd in de Wet Aanpak Schijnconstructies.

Wie uitzendkrachten uitleent, moet hen betalen volgens het loon dat vaste werknemers ontvangen als zij hetzelfde werk doen bij de opdrachtgever. Sinds 1 juli 2015 is de Wet Aanpak Schijnconstructies (WAS) stapsgewijs in werking getreden. Deze wet pakt de keten van opdrachtgevers en opdrachtnemers aan. De opdrachtgever in de keten is volgens deze wet aansprakelijk als de onderaannemers hun werknemers en uitzendkrachten niet volgens het juiste cao-loon betalen.

Of een opdrachtgever in gebreke blijft bij het toezien op de betaling van het juiste cao-loon volgens de Wet aanpak Schijnconstructies, moet worden vastgesteld via de rechter.

In de praktijk is het zo dat de vakbond opkomt voor werknemers die worden onderbetaald in de keten van onderaannemers. De vakbond start een rechtszaak en in de meeste gevallen wordt er snel een schikking getroffen met de opdrachtgever, die immers liever niet negatief in het nieuws wil komen met een rechtszaak. Er zijn diverse mogelijkheden om ‘verminderde verwijtbaarheid’ op te roepen.

PayOK stelt de normering op voor de controle. De toetsing en inspectie voor de PayOK-norm omvat alle in Nederland werkzame CAO-regelingen in alle bedrijfstakken. De toetsing wordt uitgevoerd door onafhankelijke, geaccrediteerde inspectie-instellingen.

Stichting PayOK is actief sinds september 2018. In januari 2019 zijn de eerste certificaten  uitgereikt.

PayOK vult SNA aan
Waarom is het PayOK-keurmerk nodig naast het bestaande SNA-keurmerk?
Gerlof Roubos, directeur van Stichting PayOK legt het uit. “Goed verlonen volgens de inleen-CAO is lastig,” zegt hij. “Het vraagt veel gedetailleerde kennis. Het SNA-keurmerk heeft gezorgd voor een verdere professionalisering in de uitzendbranche. Maar waar SNA vaststelt of er een procedure is bij een uitleenorganisatie voor de juiste cao-verloning, zorgt PayOK voor de volgende stap: wij kijken diep in het proces door bijvoorbeeld te kijken of de inschaling juist is. Een uitzendkracht met meerdere jaren ervaring kan bijvoorbeeld niet als assistent worden ingeschaald.”

Perspectief van de opdrachtgever
Hoe kijkt een opdrachtgever naar de huidige situatie?
“Als opdrachtgever bepaal je met opdrachtnemers het tarief voor een bepaalde dienst. Je wilt niet te veel betalen, maar gunt uiteraard je opdrachtnemer wel een normale marge. Maar wat als blijkt dat je een tarief voor een vakkracht betaalt, deze vakkracht goed werk levert, maar door de onderaannemer of het uitzendbureau het loon van een leerling of assistent-vakman krijgt? Dan wordt de marge voor de opdrachtnemer (veel) hoger en loop je als opdrachtgever het risico dat je aansprakelijk wordt gesteld voor het te weinig betaalde loon.

Dat wil je niet. Om die reden zijn er nu opdrachtgevers die diep in de administratie van de opdrachtnemers en uitzendbureaus willen kijken, maar die zijn daar natuurlijk niet zo happig op, mede vanwege de commerciële verhouding die opdrachtgever en opdrachtnemer ten opzichte van elkaar hebben.

Bovendien vereist een controle up-to-date kennis van bijvoorbeeld CAO’s en arbeidsrecht, iets wat bij veel opdrachtgevers ontbreekt. De oplossing is dat je de controle uitbesteedt aan een onafhankelijk, gespecialiseerd bureau. Als je het PayOK-keurmerk verplicht stelt voor leveranciers, handel je in de geest van de wet en belast je de zakelijke relatie met je opdrachtnemers hier niet mee. Stel dat er onverhoopt toch een rechtszaak dreigt, dan kun je aantonen dat je je best hebt gedaan om een zorgvuldige verloningsprocedure en regelmatige controle verplicht te stellen in je leveranciersketen.”

Perspectief van de leverancier
Binnen de uitzendbranche wordt al intensief gecontroleerd. Is er voldoende animo bij uitzendorganisaties om zich aan te melden voor het PayOK-keurmerk?
“Ja. De uitzendorganisaties zijn realistisch. Het kost tijd en geld, maar het keurmerk heeft ook voordelen. Wie zich met het keurmerk onderscheidt, laat zijn goede wil zien. Bovendien is PayOK van toepassing op alle sectoren, waardoor wordt vermeden dat elke sector zijn eigen WAS-keurmerk ontwikkelt. Zo’n situatie zou onwerkbaar worden; het zou er toe leiden dat uitzendbureaus om gaan komen in de controles.”

Perspectief van de inspectie-instellingen
“Drie inspectie-instellingen hebben nu met ons een overeenkomst gesloten. Zij voeren de controles uit. Het gaat om Bureau Cicero, Normec FLC en Normec VRO. Deze instellingen bouwen deskundigheid op en houden de wetgeving en jurisprudentie bij. De extra kennis is eveneens nuttig voor andere controles op het terrein van arbeid en verloning. De inspectie-instellingen doen nu al duizenden controles per jaar voor SNA. Nu kunnen zij ook via PayOK het vervolgtraject inspecteren.

De kracht van een keurmerk zit in de normen en in de manier waarop inspectie-instellingen te werk gaan. Iedere inspecteur dient de inspectie op dezelfde manier uit te voeren en reproduceerbaar te maken op basis van dezelfde procedure. De audit duurt soms twee of drie dagen.”

Perspectief van de vakbonden
Hoe zien de vakbonden het keurmerk?
“Ze zijn positief over het initiatief. De vakbonden vinden juiste beloning van groot belang,” zegt Roubos. “In de opleiding van de inspecteurs wordt ook gebruik gemaakt van de kennis en ervaring van de vakbonden. Zij weten vaak waar de ‘ontsnappingsroutes’ in CAO’s zitten. Daarnaast zal bij een geschil over interpretatie van een CAO-artikel altijd contact gezocht worden met de interpretatie commissie van die betreffende CAO’s, waar onder meer de vakbonden zitting hebben. De partijen die een CAO af hebben gesloten weten wat de intentie is bij bepaalde CAO-artikelen en daarom leggen we dat aan hen voor,” aldus Roubos.

Risicosectoren voor de inspectie
“Wij hebben negen risicosectoren benoemd, waaronder horeca, landbouw, tuinbouw, logistiek, metaal, schoonmaak. Als je werkt in de risicosectoren wordt er een steekproef genomen op de populatie uitzendkrachten, die werkzaam is in die sector.
Stel dat een uitzendbureau in veel sectoren werkt, dan kan het nodig zijn om bijvoorbeeld in totaal tien keer een steekproef te doen, namelijk een algemene en per sector een steekproef.”

Perspectief van de werknemer
Kan een werknemer ook vragen om een controle?
“Ja, maar we zullen altijd controleren of het verzoek goed is onderbouwd. Wij doen geen controle op basis van geruchten. Wij hebben de loonstrook nodig of het werkurenbriefje en informatie over het soort werk dat iemand deed. Dan kunnen wij bepalen welke inleen-CAO van toepassing is.”

Procedures goed inrichten
Wat valt op bij controles?
“De grootste bottleneck is de inrichting van de procedures bij de uitzenders. Dat is overigens niet altijd verwijtbaar aan de uitzenders. Opdrachtgevers hebben een verantwoordelijkheid in de informatieverstrekking. Zij zijn niet altijd open over de verloning van hun eigen medewerkers. Voor het bepalen van de juiste inlenersbeloning is de uitzendorganisatie afhankelijk van de informatie van de inlener.

Het bewustzijn bij de opdrachtnemer om dit goed uit te voeren en vast te leggen is de eerste hobbel om te nemen. De vertaling naar de afspraken die de intercedent maakt met de opdrachtgever is de volgende hobbel.”

Verdere professionalisering uitzendsector
“In de uitzendsector gebeurt 90% van het werk onder tijdsdruk. Een intercedent – de interne medewerker van het uitzendbureau – moet snel kunnen handelen en schakelen. Het faciliteren van de intercedent is niet altijd goed geregeld. Het kost een intercedent tijd om de juiste beloningstabellen te vinden in een cao. De directie van de organisatie moet beseffen dat backoffice (het verloningsproces) en frontoffice (de administratieve informatie vanaf de binnenkomst van de opdracht) op elkaar af moeten zijn gestemd. Beide moeten in elkaar grijpen, zeg maar ‘zwaluwstaarten’.

Het keurmerk stimuleert dat de procedures beter worden ingericht. Het gaat daarom zeker bijdragen aan verdere professionalisering van de uitzendsector. Ik hoop dat wij dit jaar zo’n 100 organisaties kunnen certificeren. Als we dat aantal elk jaar verdubbelen ben ik tevreden.”

Interview: Hinke Wever, FlexNieuws

Inlenersbeloning
*Het betalen van gelijk loon voor gelijk werk is sinds 1 juli 2015 verplicht in de (algemeen verbindend verklaarde) cao voor uitzendkrachten. Dit is de ABU-cao. De NBBU-cao hanteerde al langer de inlenersbeloning.