Eerlijk platformwerk. Onmogelijk?

0
558
Anika Keuter
Anika Keuter

Eerlijk platformwerk. Onmogelijk?

Door Anika Keuter

De Europese Commissie vroeg lidstaten in 2016 of ze voorbereid zijn op de opkomst van platforms als Deliveroo, Temper en Helpling. Als we nu, vijf jaar later, antwoord moeten geven, wat zou het antwoord van Nederland dan zijn? Welke ontwikkelingen zijn er? En is de huidige wet- en regelgeving nog wel toereikend voor de opkomende platformeconomie? Wat gaat er goed en wat kan beter of moet anders? Een eerste verkenning.

Eerlijk werk, an honest day’s work, travail honnête. De combinatie van de woorden ‘werk’ en ‘eerlijk’ komen in veel talen voor. Voor veel mensen is dit blijkbaar een belangrijke combinatie. Onlangs hanteerde de SER het uitgangspunt ‘decent work’ in haar advies. Fatsoenlijk werk. Kun je decent en platformwerk wel in een adem noemen?

Digitalisering verandert de wereld. Met de opkomst van platforms verandert ook de manier waarop we werken. Of we als land wel klaar zijn voor deze verandering, luidt de vraag van de Europese Commissie. De oproep dateert alweer uit 2016. Met de huidige staat van de wereld voelt dit als een eeuwigheid geleden. Hoe staat Nederland ervoor?

Platform en arbeidsverhouding
Allereerst is het belangrijk om te benoemen dat er veel verschillende soorten werkplatforms en platformwerkers zijn. Eigenlijk zijn deze verschillen niet onder één noemer te brengen. Er zijn platforms die bemiddelend optreden, bijvoorbeeld Temper of Helpling. De platformwerker voert de werkzaamheden uit voor een derde en niet voor het platform zelf. Er zijn ook platforms waarbij de platformwerker werk uitvoert voor het platform zelf. Dit kan op locatie zijn, zoals bij de bezorgplatforms, maar dit kan ook online zijn, zoals bij Testbirds of Clickworker. Door de diversiteit is het werk bij de platforms op verschillende manieren georganiseerd. Sommige platforms werken met werknemers, andere met zzp’ers.

Naast de diversiteit in platforms, is het lastig de arbeidsverhouding tussen platform en platformwerker te kwalificeren. Waarom is dit zo belangrijk? De arbeidsovereenkomst is een dwingendrechtelijke overeenkomst. Dit betekent dat als een overeenkomst feitelijk voldoet aan de wettelijke vereisten, de werknemer automatisch dwingendrechtelijke bescherming geniet. Een systeem waar we ooit voor hebben gekozen omdat een werknemer een ondergeschikte en economisch afhankelijke positie heeft ten opzichte van de werkgever. Veel landen in Europa, inclusief Nederland, hebben moeite met het kwalificeren van de arbeidsovereenkomst tussen platform en platformwerknemer. Om in Nederland van een arbeidsovereenkomst te kunnen spreken, moet deze voldoen aan drie elementen: arbeid, loon en gezag. Bij een overeenkomst met een zzp’er ontbreekt het element ‘gezag’. Een zzp’er geniet niet de bescherming van de werknemer.

Toetsing achteraf
De rechter toetst een overeenkomst aan de hand van de feitelijke uitvoering. Dit is achteraf en betekent dus weinig rechtszekerheid. De arbeidsovereenkomst is relatief duur, en deze legt veel risico’s bij de werkgever. De vernieuwing van de DBA had dit hiaat moeten opvullen, maar werd nooit ingevoerd. De problemen blijven en worden door platforms zelfs uitvergroot. Namelijk niet alle, maar wel de meeste platforms werken met zzp’ers. Tussen de manier waarop platforms werken en de wet- en regelgeving zit een enorme kloof (zie hierover ook mijn column: De Grand Canyon in het arbeidsrecht). En dat is te zien. In de afgelopen jaren is er een hele rits aan rechtszaken geweest.

Een uitspraak waarin de dienst van een platform is geduid, is die van Helpling in 2019. Helpling valt volgens de rechter onder de Waadi en mag geen vergoeding voor de bemiddeling meer vragen van de werkende. Zoals een uitzendbureau geen vergoeding mag vragen aan de werkzoekende. Als het gaat om de kwalificatie van de arbeidsverhouding heeft vooral Deliveroo het te verduren gehad. In 2018 besloot het bedrijf geen werknemers meer in dienst te nemen, maar alleen nog te werken met zzp’ers. FNV spande daarop een rechtszaak aan tegen Deliveroo. Zowel de rechter als later het Gerechtshof oordeelt dat de bezorgers van Deliveroo werknemers zijn en geen zzp’ers. Tegen Deliveroo loopt nog een rechtszaak over de verplichte toepassing van de cao beroepsgoederenvervoer. FNV en CNV hebben tevens een rechtszaak aangespannen tegen Temper. Temper bemiddelt zzp’ers of ‘freeflexers’ zoals ze het zelf noemen. De vakbonden stellen dat de werkers geen zzp’ers zijn en dat Temper een uitzendbureau is. Op de uitspraak moeten we nog wachten. Intussen heeft het ministerie SZW wel al een rapport opgesteld waarin is geoordeeld dat ook Temper onder de Waadi valt. Ondanks alle rechtszaken is er nog niet echt verandering. Hoe kan dit?

Handhavingsmoratorium
De huidige wet- en regelgeving maakt de kwalificatie van de overeenkomst moeilijk uitvoerbaar. Door deze uitvoeringsproblemen bij de Belastingdienst is er sinds 2016 een handhavingsmoratorium. Er wordt dus al jaren niet gehandhaafd door de Belastingdienst met als gevolg een wildgroei aan schijnzelfstandigheid. Om de uitvoeringsproblemen op te lossen, moet de wetgeving worden aangepast. Maar met dat laatste wordt al jaren geworsteld. Een vicieuze cirkel dus.

In de al genoemde verkenning van de SER, zijn platforms langs de lat van ‘decent work’ gelegd. Dit is volgens de Raad de beschikbaarheid van productieve arbeid, een eerlijk inkomen, sociale bescherming, een veilige werkplek, mogelijkheden voor persoonlijke ontwikkeling en sociale integratie, recht op inspraak, recht om zich te organiseren, recht op medezeggenschap en gelijke kansen en behandeling van mannen en vrouwen.

Bescherming en inkomenszekerheid
Platforms scoren slecht op een aantal van deze criteria. Vooral de platforms waarbij simpel werk wordt verricht zonder benodigde opleiding. Grotendeels komt dit door de problemen met het kwalificeren van de arbeidsovereenkomst. De werkenden hebben weinig inkomenszekerheid en sociale bescherming en relatief lage inkomens. De kwaliteit van het werk is vaak laag, er is weinig autonomie bij de uitvoering van het werk en er zijn weinig scholings- en ontwikkelingsmogelijkheden. De kans is groot dat het werk onveilig is. Voor middelbaar en hoogopgeleide professionals die werkplatforms gebruiken om opdrachten te krijgen, zijn de werkomstandigheden een stuk beter. Deze groep kan goede werkomstandigheden afdwingen. De sociale bescherming laat wel vaak te wensen over.
In zijn algemeenheid blijkt dat platformwerkers weinig invloed hebben op het bedrijfsmodel, de organisatie en de invulling van hun werk. Los van het soort werk zijn er de uitdagingen die de digitalisering zelf met zich meebrengt. De privacy van de werkende of gebruiker bijvoorbeeld, of het risico op ingebouwde discriminatie. Maar ook de ratings kunnen lang een negatief effect hebben, terwijl de werkende hier niets tegen kan doen.

Advies van de SER
Is het rapport dan alleen negatief? Integendeel, ook de kansen van de platformeconomie worden benoemd. Platforms zorgen voor dynamiek en innovatie. De diversiteit aan platforms biedt kansen aan werkenden om op een laagdrempelige manier op de arbeidsmarkt te participeren. Het koppelen gaat gemakkelijk en de werkende kan zelf kiezen, wat in principe zorgt voor meer autonomie. Het platform als instrument wordt dus niet als het probleem gezien. Er zou volgens de SER zelfs moeten worden geïnvesteerd in digitaliseren, de platformeconomie, Artificial Intelligence (AI) en juist opgeleid personeel.

Daarvoor is wel nodig dat de platformwerker beter wordt beschermd. En die bescherming is eenvoudiger te realiseren als er geen discussie meer is over de kwalificatie van de arbeidsovereenkomst van de platformwerker. Makkelijker gezegd dan gedaan. hier ligt een grote uitdaging voor de nieuwe regering. De Europese commissie heeft aangekondigd dit jaar (2021) met een initiatief te komen dat is gericht op verbetering van de werkomstandigheden van platformwerkers. Ook kijkt zij naar de mogelijkheden platforms te certificeren en gedragscodes op te stellen.

Platforms, a fair game
An honest day’s work? Het valt niet mee om dat te zeggen als platformwerker aan het einde van een werkdag. Terechte kritiek dus. Maar als alle plannen van de Europese Commissie doorgaan, is er licht aan het einde van de tunnel. Eerlijk platformwerk is dus niet onmogelijk, maar er is nog wel een hele hoop werk te verzetten.

Mr. Anika Keuter studeerde rechten aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG). In 2018 behaalde zij haar Master in Nederlands Recht, met als specialisatie Arbeidsrecht. Zij deed dit met het proefschrift ‘Hallo platformwerker, dag werknemer?’ over de juridische en arbeidsrechtelijke aspecten van de nieuwe platformeconomie.

Lees ook
Belastingdienst benadeelt incidentele flexwerkers in loondienst
FNV: Temper is uitzendbureau volgens ISZW
Gerechtshof: Deliveroo-koeriers zijn geen zzp’ers
Sectorgericht toezicht op zzp-wetgeving start bij zorg en bouw
Platformwerk in tijden van corona
SER rapport: platformeconomie: meer kansen, maar ook meer risico’s
Interview Anika Keuter: ‘Hallo platformwerker, dag werknemer’

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here