Maandelijkse archieven: januari 2026

Buitenlandse werknemers in de meerderheid bij uitzendbureaus

In 2024 waren er in Nederland bijna 20.000 uitzendbureaus actief, goed voor 407.000 uitzendbanen. Ruim de helft van deze banen werd vervuld door werknemers die in het buitenland zijn geboren en korter dan acht jaar in Nederland wonen. Een deel hiervan betreft arbeidsmigranten. De meeste komen uit Polen, Roemenië, Oekraïne of Bulgarije. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Uitzendbranche koploper in buitenlandse werknemers

Van alle sectoren maakt de uitzendbranche het meest gebruik van in het buitenland geboren werknemers. Van alle banen in de branche, inclusief administratief personeel, wordt 44,4 procent ingevuld door deze groep. Bij de uitzendkrachten zelf ligt dit aandeel nog hoger: 52,4 procent.

Sinds 2010 is het aandeel buitenlandse werknemers in de uitzendbranche met meer dan de helft toegenomen. Toen vervulden zij nog 27,2 procent van de banen. Ter vergelijking: in de totale Nederlandse economie steeg dit aandeel in dezelfde periode van 8,5 procent naar 14,3 procent.

Buitenlandse uitzendkrachten vooral bij grotere bureaus 

Het grootste deel van de uitzendbureaus (86 procent) heeft in het buitenland geboren werknemers in dienst. Bij de helft van deze bureaus vormen zij de meerderheid van de uitzendkrachten. Dat is vooral bij grotere bureaus het geval. Zo had in 2024 bij 56 procent van de uitzendbureaus met 500 of meer werknemers meer dan de helft van de uitzendkrachten een buitenlandse achtergrond, en bij 47 procent zelfs meer dan driekwart. Bij kleinere bureaus liggen deze percentages lager.

Bij een kwart van alle uitzendbureaus is meer dan de helft van de uitzendkrachten niet als inwoner van Nederland ingeschreven, wat vaak tijdelijke arbeidsmigranten betreft.

Polen voert de lijst aan

De meerderheid van de buitenlandse uitzendkrachten komt uit Europa (88 procent). De meesten zijn afkomstig uit Polen, gevolgd door Roemenië, Oekraïne en Bulgarije. Uitzendkrachten van buiten Europa vervulden in 2024 zo’n 26,1 duizend banen.

Veel van deze buitenlandse werknemers zijn recent naar Nederland gekomen: ruim 67 procent van het uitzendwerk werd gedaan door mensen die korter dan twee jaar in het land zijn.

Geplaatst in Flexdata, In de branche | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor Buitenlandse werknemers in de meerderheid bij uitzendbureaus

FNV verliest rechtszaak Uber: deel chauffeurs is ondernemer

Het is niet mogelijk een algemeen oordeel te vellen over de kwalificatie van de arbeidsrelatie van de groep Uber-chauffeurs, is het oordeel van het Amsterdamse gerechtshof. Dat betekent niet dat Uber-chauffeurs geen arbeidsovereenkomst kunnen hebben, maar het moet per geval bekeken worden. Het hof deed vandaag in hoger beroep uitspraak in de zaak Uber, die vakbond FNV in 2021 aanspande.

Volgens de vakbond zijn de chauffeurs die via een Uber-app werken schijnzelfstandige, hebben ze een arbeidsovereenkomst met Uber en vallen ze onder de taxi-cao. De rechter gaf de bond in eerste instantie gelijk, waarna Uber in beroep ging. Zes taxichauffeurs voegden zich aan de zijde van Uber. Zij vinden dat ze door het aantal opdrachtgevers, acquisitie en fiscale behandeling als ondernemer moeten worden aangemerkt.

De holistische toets

Het hof worstelde tijdens de behandeling met een belangrijke rechtsvraag: is het mogelijk een algemeen oordeel te vellen over de kwalificatie van de arbeidsrelatie van de groep Uberchauffeurs? Ofwel: kunnen zzp’ers die op dezelfde manier werken anders beoordeeld worden op grond van hun ondernemerschap? Hoe iemand zich gedraagt als ondernemer (het ‘extern ondernemerschap’) is namelijk een van de gezichtspunten uit het Deliveroo-arrest, die samen bepalen of iemand wel of geen zelfstandig ondernemer is – in jargon ook wel: de holistische toets. Het hof vroeg daarover advies aan de Hoge Raad.

Ja, dat kan, luidde het antwoord van de Hoge Raad. Als de ene chauffeur zich naar buiten toe gedraagt als een echte ondernemer en een ander niet, kan het kwartje net even de andere kant oprollen. Ofwel: het extern ondernemerschap kan bij de beoordeling van de arbeidsrelatie de doorslag kan geven.

Niet alle Uber-chauffeurs in loondienst

Het hof trekt in zijn vonnis die redenering van de Hoge Raad door. Het gaat niet mee met het vonnis van de rechtbank dat alle Uber-chauffeurs in loondienst zijn. Maar het oordeelt evenmin dat alle Uber-chauffeurs zelfstandig zijn. Of een Uber-rijder ondernemer is of in loondienst, zal per geval kunnen verschillen.

Wel vindt het hof dat de zes chauffeurs die in hoger beroep aan de zijde van Uber mee procedeerden, zelfstandig ondernemer zijn. Factoren die hierbij onder meer van belang zijn: de hoogte van de investeringen die de chauffeurs deden (zoals voor hun auto), de vrijheid in het kiezen van de tijdstippen waarop ze werken, de strategie bij het wel of niet accepteren van ritten en de daarbij behorende verdiensten, en het risico op aansprakelijkheid en arbeidsongeschiktheid.

Tegenvaller voor vakbond

Dat er geen algemene uitspraak komt, is een tegenvaller voor de vakbond. De FNV is teleurgesteld over de uitkomst, maar ziet dit nadrukkelijk niet als het einde van de strijd. De FNV had verwacht dat het hof in ieder geval chauffeurs die exclusief voor Uber werken als werknemers zou aanmerken. De vakbond blijft ervan overtuigd dat Uber-chauffeurs werknemers zijn en recht hebben op bescherming. Amrit Sewgobind, bestuurder FNV Flex: ‘Dit is geen nee tegen chauffeurs, maar een juridisch obstakel. De rechter zegt niet dat alle chauffeurs zelfstandig zijn. Dat verschil is cruciaal.’

De FNV gaat de mogelijkheid van cassatie tegen de uitspraak van het Hof onderzoeken. Daarnaast zal FNV de mogelijkheid bekijken van het opstarten van procedures voor individuele chauffeurs.

Handhaving schijnzelfstandigheid

Het heeft ook gevolgen voor de handhaving op schijnzelfstandigheid door de Belastingdienst. Het hof bekrachtigt met deze uitspraak dat je een groep zzp’ers die hetzelfde werk doet bij een opdrachtgever niet over één kam mag scheren. Dat maakt handhaving maatwerk.

‘Dat was het altijd al’, zegt arbeidsrechtadvocaat Joost van Ladesteijn. ‘Al wordt in de praktijk onvoldoende aandacht besteed aan de uitlegfase.’ Hij vervolgt:  ‘A priori stellingnames over functies verhouden zich moeizaam met een holistische toets.’ Van tevoren zeggen dat bepaalde functies als verpleegkundige, pedagogisch medewerker of onderwijzer niet samengaan met opdrachtnemerschap; die redenering houdt geen stand. ‘Bij een bedrijf met duizend werknemers moet je duizend rechtsverhoudingen door, inclusief een beoordeling van het extern ondernemerschap. Daarvoor is enig zitvlees is vereist, maar dat is echt wel uitvoerbaar’

Als Uber-chauffeurs werknemers blijken te zijn

Van Ladesteijn verwacht dat Uber z’n model in verdergaande mate zal aanpassen voor optimale positionering en risk managing. ‘Dat is een continu proces en eigen aan elke business.’ Alsnog acht hij de kans aanwezig dat er onder de Uber-chauffeurs verschillende werkenden zijn met een arbeidsovereenkomst.

De Belastingdienst zal Uber met argusogen volgen: bij vastgestelde schijnzelfstandigheid volgen er onder meer correcties. Daarnaast kunnen opdrachtgevers/werkgevers te maken krijgen met claims van werkenden of andere belanghebbenden, bijvoorbeeld op het gebied van pensioenrechten, cao-rechten, naleving van het minimumloon en eventueel andere sociale zekerheidsrechten (denk aan WW of vakantiegeld).

Geplaatst in In de wet, Rechtspraak | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor FNV verliest rechtszaak Uber: deel chauffeurs is ondernemer

5 opvallende trends uit de Talent Monitor

Flink meer aandacht voor risico’s rond schijnzelfstandigheid, een afremmende economie, overheden met de hand op de knip en afnemende arbeidsmarktschaarste: deze combinatie van factoren zorgt voor duidelijke verschuivingen in de interim- en flexmarkt. Wat betekent dit voor tarieven en sourcingstrategieën? 

De Talent Monitor – Tariefontwikkeling professionals van HeadFirst Group en Intelligence Group geeft daar inzicht in. Daarbij vielen vijf zaken op die relevant zijn voor opdrachtgevers en uitzend- en detacheringsbureaus. 

1. Tariefstijging vlakt af richting 2026

Na jaren van stevige tariefgroei lijkt dit nu af te vlakken. In 2024 stegen de uurtarieven nog met gemiddeld 3,6 procent, maar voor 2026 wordt een stijging van slechts circa 1,0 procent verwacht. Dat is uitzonderlijk laag in historisch perspectief.

Dit betekent dat de kosten van externe inhuur niet veel lijken te stijgen komend jaar. De boodschap is duidelijk: het tijdperk waarin tarieven ‘vanzelf’ meestegen met de markt, lijkt voorlopig voorbij. 

2. Verschillen tussen specifieke groepen worden groter

Tariefontwikkeling is steeds minder een algemeen marktfenomeen en steeds meer afhankelijk van specifieke doelgroepen. 

  • Ervaren professionals en niche-specialisten blijven bovengemiddeld verdienen.
  • In technologie-, data- en digitaliseringsdomeinen blijft de vraag relatief sterk.
  • Juniorprofielen en functies die gevoelig zijn voor automatisering en AI staan juist meer onder druk.

De markt beweegt daarmee richting een tweedeling: een bovenkant die zijn tarieven redelijk kan vasthouden en een onderkant waar concurrentie en prijsdruk toenemen.

Voor zowel opdrachtgevers als zelfstandigen wordt marktsegmentatie daarmee cruciaal. Algemene tariefbenchmarks zeggen steeds minder; specifieke nichedata steeds meer. 

  1. Meer reacties per opdracht 

Er is een flinke stijging zichtbaar in het aantal reacties van zzp’ers en detacheringsbureaus per opdracht. Opdrachtgevers zien een verviervoudiging van het aantal aanbiedingen voor opdrachten sinds het hoogtepunt van de arbeidsmarktkrapte. Dit is het hoogste aantal aanbiedingen sinds de start van de meting in 2020. 

Tegelijkertijd blijkt dat opdrachtgevers zzp’ers minder vaak actief benaderen. Meer actieve werkzoekenden bij een vraag die gelijk blijft, kan extra druk op de tarieven veroorzaken.

4. Vrouwelijke zzp’ers verdienen inmiddels meer dan mannen

Een van de meest in het oog springende conclusies: vrouwelijke zelfstandigen verdienen gemiddeld een hoger uurtarief dan hun mannelijke collega’s. Dat is historisch, omdat in vrijwel alle eerdere metingen mannen met hun tarief structureel boven vrouwen zaten.

De onderzoekers zien dit niet als een statistische ruis, maar als een structurele kanteling. De verklaring ligt deels in sectorale verschuivingen: vrouwen zijn relatief sterk vertegenwoordigd in beroepsgroepen waar de vraag aantrekt en tarieven robuust blijven. Tegelijkertijd worden vaardigheden op het gebied van communicatie, organisatie en verandermanagement (domeinen waar veel vrouwen actief zijn) zichtbaarder beloond.

Dat maakt deze uitkomst niet alleen symbolisch relevant, maar ook beleidsmatig interessant: het wijst erop dat tariefverschillen in de interimmarkt minder vastgeroest zijn dan vaak wordt gedacht.

5. Daling in aantal zzp’ers door handhaving op schijnzelfstandigheid

Sinds de hernieuwde aandacht voor schijnzelfstandigheid en de aangescherpte handhaving door de Belastingdienst is het aantal zzp’ers ‘eigen arbeid’ in Nederland met circa 80.000 afgenomen. Daarmee daalt het aandeel zelfstandigen in de totale beroepsbevolking van 11,1 naar ongeveer 10,3 procent. Dat aantal groeide jarenlang vrijwel onafgebroken. De toestroom van nieuwe zelfstandigen neemt af en het aantal zelfstandigen dat stopt als ondernemer stijgt. Een deel van deze groep stroomt door naar loondienst of kiest voor inzet via detacherings- en uitzendconstructies. Voor opdrachtgevers en bureaus verschuift daarmee het beschikbare aanbod, niet zozeer de totale capaciteit.

Overigens geldt deze daling zeker niet in alle delen van de zzp-markt. De daling is het meest zichtbaar bij zzp’ers met een MBO-opleiding. 

Beweegt de markt terug naar kopersmarkt? 

De combinatie van afvlakkende tarieven en een sterk toegenomen aantal aanbiedingen wijst erop dat de interimmarkt zich voorzichtig beweegt richting een kopersmarkt. Na jaren waarin professionals vaak de regie hadden over zowel opdrachtkeuze als tarief, ontstaat er weer meer balans.

De belangrijkste conclusie voor opdrachtgevers is misschien wel dat deze algemene cijfers een brede trend duidelijk maken, maar dat voor gerichte toepassing binnen een sourcingstrategie inzicht in meer microdata over specifieke doelgroepen nodig is.

Geplaatst in Arbeidsmarktdata, In de wereld | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor 5 opvallende trends uit de Talent Monitor

Helft van de werknemers oriënteert zich op een andere baan

Steeds meer Nederlandse werknemers kijken voorzichtig over de rand van hun huidige baan. De helft (53%) oriënteert zich actief op een nieuwe functie, voornamelijk gedreven door de wens naar meer inkomensgroei en betere loopbaanperspectieven. Dat blijkt uit de Global Talent Barometer van ManpowerGroup Nederland.

Weinig baanzekerheid

Naast inkomensgroei en betere loopbaanperspectieven is een aanzienlijke groep werknemers gemotiveerd door onzekerheid: 29 procent verwacht mogelijk op de korte termijn baanverlies. 

Hoewel de gemiddelde werktevredenheid met 67 procent stabiel blijft, maken de resultaten duidelijk dat het risico op verloop en uitval zich niet breed aftekent, maar zich vooral concentreert bij specifieke groepen op de arbeidsmarkt.

Werktevredenheid Gen Z-mannen daalt

Binnen Gen Z zijn er duidelijke verschillen te zien. Vooral mannen (18–28 jaar) vormen een risicogroep: hun werktevredenheid daalt fors (met 12 procentpunten), terwijl het vertrouwen om een andere baan te kunnen vinden juist toeneemt (+8 procentpunten). Deze combinatie vergroot het risico dat zij hun huidige werkgever verlaten. Bij vrouwen uit deze generatie is een ander beeld zichtbaar: in deze groep stijgt de werktevredenheid juist, met 11 procentpunten.

Gen X-vrouwen zijn onbenut potentieel

Daarnaast wijst de Talent Barometer op een minder zichtbaar, maar niet minder relevant risico bij Gen X-vrouwen (45–50 jaar). In deze groep nemen zowel de ervaren baanzekerheid (-9 procentpunten) als het vertrouwen om een andere baan te kunnen vinden (-10 procentpunten) af. Daardoor ontstaat een situatie waarin een ervaren groep werknemers zich onzeker voelt over de toekomst, maar tegelijkertijd minder geneigd is om naar een nieuwe baan te zoeken, waardoor waardevol potentieel onbenut dreigt te blijven.

Hoog verloop in blue-collar segment 

Ook buiten deze generaties zijn signalen van verhoogd verloop zichtbaar. Werknemers in uitvoerende functies, het blue-collar segment, ervaren aanzienlijk minder loopbaanperspectief bij hun huidige werkgever (-15 procentpunten). Tegelijkertijd neemt het vertrouwen om elders werk te vinden toe (+5 procentpunten). De werktevredenheid in deze groep daalt met acht procentpunten naar 56 procent. Dit vergroot de kans dat juist deze groep de overstap gaat overwegen.

Toekomstperspectief 

Andre Secrest, Algemeen Directeur bij ManpowerGroup Nederland: “De arbeidsmarkt beweegt in hoog tempo onder invloed van technologische veranderingen, AI en toenemende werkdruk. In die context verschuift wat mensen verwachten van hun werkgever: werktevredenheid wordt steeds sterker bepaald door het perspectief op de toekomst.”

“Wanneer ontwikkeling en inkomensgroei geen vast onderdeel zijn van het werkgeversaanbod, ontbreekt het aan perspectief en zekerheid, wat zich bij specifieke groepen vertaalt in verhoogde verloop- en uitvalrisico’s. Door loopbaanpaden een centrale plek te geven binnen een bredere aanpak rond ontwikkeling, beloning en werkzekerheid, kunnen werkgevers voorkomen dat talent zich extern oriënteert of afhaakt.”

Geplaatst in Arbeidsmarktdata, In de wereld | Tags , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Helft van de werknemers oriënteert zich op een andere baan

‘Groei uitzenders en detacheerders zit niet in omzet, maar in waardecreatie voor inleners’

“De krapte op de arbeidsmarkt blijft, maar de periode van weelde is voorbij. De uitzendbranche staat namelijk voor grote uitdagingen. In de wirwar van de snel veranderende wereld moet de flexondernemer opnieuw zijn weg zien te vinden. Daarbij maakt wet- en regelgeving uitzenden terecht professioneler, maar ook complexer. En de nieuwe cao voor uitzendkrachten, die sinds 1 januari gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden voor uitzendkrachten voorschrijft, maakt uitzenden duurder en het toepassen daarvan voor uitzenders lastig. Daar komt de verdubbeling van de pensioenpremie nog eens bij. Gevolg: door stijgende kosten zal uitzenden zich meer beperken tot ziek en piek. 

Uitzenders kunnen daarop inspelen met een plug & play-propositie; zorgen dat hun flexkrachten ‘panklaar’ zijn – compliant én qua opleiding – om direct te worden ingezet. Wat dat betreft zijn er vooral kansen voor detacheerders. Zij hebben hun mensen in dienst, wat het gemakkelijker maakt hen aan zich te binden. Bovendien zijn zij in staat hun mensen op niveau op te leiden, waardoor zij snel inzetbaar zijn. Voor uitzenders geldt vooral dat zij gespecialiseerd moeten zijn om flexkrachten aan zich te binden. Zij moeten zichzelf de vraag stellen: waarom zou iemand als uitzendkracht via ons aan het werk gaan als hij ook bij een (inlenend) bedrijf in dienst kan gaan? Oftewel, hoe kun je die flexkracht aan jouw uitzendorganisatie binden?

Van uitzenduren naar waardecreatie

En dat is nog niet genoeg. De succesvolle uitzender maakt de slag van platte uitzendfabriek naar bredere HR-dienstverlening. Of zijn bedrijf kan blijven groeien, hangt van de flexondernemer zelf af. Het komt aan op echt ondernemen waarbij uitzenders meer waarde moeten creëren voor de inlener om toekomstbestendig te blijven. 

Want de krapte zal blijven bestaan omdat de arbeidsmarkt stagneert. Economische groei door meer arbeid zit er niet meer in, zo blijkt uit het eind 2025 verschenen rapport Wennink en de visie 2040 op de zakelijke dienstverlening van Rabobank. De arbeidsinzet in Nederland kan dit jaar nog stijgen, maar daarna zal dit afnemen. Dat betekent dat we meer moeten doen met minder mensen (denk aan de vraag naar mensen in de zorg en Defensie). Dat maakt de noodzaak tot innovatie nog veel groter. En dat dwingt ook uitzenders tot het maken van andere keuzes. 

Zij moeten zich niet langer alleen maar richten op het realiseren van meer uitzenduren, maar hun dienstverlening verbreden. Meedenken met de inlener, die ook zoekend is door de hogere kosten voor het inhuren van flexkrachten. Dat geldt zeker in de arbeidsintensieve sectoren. Denk aan de tuinbouw, waar robotisering hierdoor een boost zal krijgen. Kun je als uitzender die inlener helpen door je uitzendkrachten de juiste opleiding te bieden om die nieuwe machines te bedienen? Of denk aan robotisering in distributiecentra; kun je als uitzender jouw heftruckchauffeurs om- of bijscholen tot operators?

Mensgericht ondernemen

In het verlengde daarvan is er een verschuiving van omzetgedreven naar mensgedreven ondernemen. Juist uitzenders moeten investeren in human well-being van hun flexkrachten. Je belangrijkste asset zijn je mensen, dus moet je daarin investeren. Dat klinkt misschien soft, maar werkt door in harde cijfers. Het verzuim onder blue collar uitzendkrachten is bijvoorbeeld van oudsher hoog. 

Er zijn uitzendorganisaties die door goed om te gaan met hun menselijk kapitaal en goed verzuimbeleid het verzuimpercentage van 10 naar 5 procent weten terug te brengen. Dat verschil kan bepalen of je cijfers onderaan de streep positief of negatief zijn. Investeren in menselijk kapitaal loont. Uiteindelijk gaat het om de vraag ‘wat is de toegevoegde waarde van jouw flexbedrijf, zowel voor de inlener als de flexkracht?’ Dat vergt sturen op klant- en flexkrachttevredenheid.

Investeren in digitalisering en welzijn

In mijn vorige blog voorspelde ik een consolidatieslag in de uitzendmarkt. De complexiteit en prijsdruk dwingen tot efficiëntie in uitzenden. Daarvoor is schaalvergroting nodig, vandaar dat er meer strategische overnames zullen komen. Die shake-out in de uitzendmarkt kent winnaars en verliezers. De flexbedrijven die investeren in human well-being en innovatie (digitalisering) zullen bij de winnaars horen. Dat kan van alles zijn, variërend van de inzet van AI voor werving en selectie (zonder bias) of een AI-psycholoog die flexkrachten ondersteunt en hun welzijn vergroot. 

Als Rabobank willen wij investeren in een beter Nederland. Dat betekent ook bijdragen aan het toekomstbestendig maken van de uitzendsector. De uitzendbranche staat voor grote uitdagingen en het belang van een goed functionerende flexbranche is groot. Daarom bieden wij start-ups en scale-ups de mogelijkheid van de Rabo Innovatielening. Bedrijven in de energiemarkt en zorg maken daar al veelvuldig gebruik van. En hiermee kunnen we ook flexbedrijven helpen. 

Nieuw is dat we, vooruitlopend op de Wtta, als voorwaarde voor financiering stellen dat flexbedrijven over het SNA-keurmerk moeten beschikken. Want ja, wet- en regelgeving maakt uitzenden complexer, maar er is ook een positieve kant. Hierdoor wordt het voor malafide uitzenders dermate moeilijk gemaakt dat het kaf van het koren wordt gescheiden. En dan komt er ruimte om in combinatie met de krapte op de arbeidsmarkt en uitgebreidere dienstverlening ook betere tarieven te hanteren. Een eerlijke prijs voor de extra toegevoegde waarde maakt uitzenders toekomstbestendiger.”

Geplaatst in Branchenieuws, In de branche | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor ‘Groei uitzenders en detacheerders zit niet in omzet, maar in waardecreatie voor inleners’