Maandelijkse archieven: november 2025

AI en Recruitment: bedreiging, kans of dé revolutie in de uitzendbranche?

Spoiler: het is precies dát laatste. Maar dan moet je er nu wél iets mee doen.

AI drukt op juniorfuncties, ook in flex

Sinds de opmars van AI-tools zoals ChatGPT stijgt de werkloosheid onder jonge hoogopgeleiden flink: +38% bij 25–35 jaar, +86% bij 15–25 jaar. De grootste klappen vallen in sectoren met veel routinematige, digitale of administratieve taken, zoals klantenservice, marketing, administratie en IT.

Voor flexbureaus die ook in administratieve of ondersteunende functies bemiddelen, is dit een signaal om alert te zijn. Tegelijkertijd ligt het zwaartepunt van veel flexbureaus juist in sectoren als bouw, techniek, logistiek en industrie. In die sectoren zijn het minder de functies zelf, maar eerder de werkprocessen die veranderen. Denk aan robotisering in magazijnen of slimme planningssoftware die werk efficiënter maakt. AI verandert dus niet overal het werk op dezelfde manier. (bron: FlexNieuws, HRMorgen & UWV).

AI in recruitment: meer snelheid, minder werkdruk

Toch zit hier ook een enorme kans. Want wat blijkt? Recruiters die AI slim inzetten, besparen gemiddeld 16% van hun werktijd. Dat is bijna een volle werkdag per week. En ze vinden bovendien sneller en beter gekwalificeerd talent (62%) (bron: FlexNieuws).

AI helpt recruiters bij:

  • Kandidaten matchen met vacatures (semantische matching)
  • CV’s scannen op ervaring en skills
  • Automatisch opstellen van vacatureteksten
  • Personaliseerbare e-mails en berichten genereren

Kortom: recruitment wordt efficiënter, sneller en minder foutgevoelig. Je krijgt meer tijd voor de menselijke kant van het vak.

Recruiter, blijf het verschil maken met menselijk werk

Minder klikken, meer contact. AI neemt de steeds herhalende taken over, zodat jij kunt doen waar je écht in uitblinkt: gesprekken voeren, mensen begeleiden en relaties bouwen.
Maar dan moet je het wel goed inregelen. Want wie AI inzet zonder nadenken over risico’s, loopt achter de feiten aan. Drie belangrijke aandachtspunten voor iedere uitzendondernemer:

 1. Privacy en dataveiligheid in recruitment
AI verwerkt gevoelige persoonsgegevens: cv’s, zoekgedrag, gespreksverslagen. Je bent dus verplicht om zorgvuldig om te gaan met dataverwerking, cloudopslag en toegang.

Tips:

  • Kies alleen voor AI-tools die voldoen aan de AVG (GDPR)
  • Informeer kandidaten over het gebruik van AI
  • Beperk toegang intern en stel privacybeleid op

2. Eerlijke selectie: voorkom bias in AI-algoritmes

AI ‘leert’ van historische data. Maar als die data vooroordelen bevatten, worden ze onbewust versterkt. Zo kunnen kandidaten met buitenlandse namen of vrouwen in tech lager scoren bij automatische matching.

Wat kun je doen:

  • Laat AI adviseren, niet beslissen
  • Controleer regelmatig de uitkomsten van matchingsoftware
  • Train je team in het herkennen van bias en inclusieve selectie

3. Transparantie richting kandidaten

Kandidaten willen weten: hoe werkt het sollicitatieproces? Worden ze beoordeeld door een algoritme of door een recruiter?
Duidelijkheid geeft vertrouwen.

Laat in je communicatie bijvoorbeeld zien:

  • Welke stappen AI ondersteunt (bijv. matching of cv-analyse)
  • Dat de eindbeslissing altijd bij een mens ligt
  • Hoe je privacy beschermt tijdens het proces

Investeren in mensen loont

AI hoeft geen kostenbesparingswapen te zijn. Kijk maar naar IKEA. Toen chatbot Billie 8.500 callcentermedewerkers overbodig leek te maken, koos het bedrijf voor omscholing. Dezelfde mensen werden interieuradviseurs en realiseerden een nieuwe omzetstroom van $1,4 miljard.

Andere voorbeelden:

  • Amazon: 700.000 medewerkers opgeleid tot robotica-technici
  • AT&T: $1 miljard geïnvesteerd in het omscholen van 100.000 mensen
  • DHL: robotica geïntroduceerd zónder banen te schrappen

De gemene deler? Ze investeren niet alleen in technologie, maar juist ook in hun mensen (bron: Jan van der Laan).

Wat betekent dit concreet voor jouw flexbureau?

AI verandert het speelveld. Maar wie nu slim schakelt, blijft aan zet. Vijf praktische tips om als uitzendondernemer je voordeel te doen met AI:

  1. Zet AI in als assistent, niet als beslisser
    Gebruik AI-tools voor matching en sourcing, maar houd het persoonlijke contact bij selectie en gesprekken.
  2. Investeer in AI-vaardigheden bij je team
    Creëer een AI-testomgeving of volg trainingen via platforms zoals LinkedIn Learning.
  3. Adviseer opdrachtgevers over omscholing
    Laat zien dat je meedenkt: hoe herpositioneer je personeel slim binnen de organisatie?
  4. Wees open richting kandidaten over AI-gebruik
    Transparantie wekt vertrouwen. Benoem hoe je AI inzet en welke rol het speelt in het proces.
  5. Blijf menselijke vaardigheden waarderen
    AI kan veel, maar geen empathie tonen of persoonlijk maatwerk leveren. Mensenwerk blijft jouw meerwaarde.
Geplaatst in AI, In de cloud | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor AI en Recruitment: bedreiging, kans of dé revolutie in de uitzendbranche?

‘Het succes van het toelatingsstelsel staat of valt met goede samenwerking’

Patrick Tom, directeur van inspectie-instelling Bureau Cicero, en Kees van Nieuwamerongen, interim-directeur van de nieuw op te richten toelatende instantie Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU), feliciteren elkaar daags nadat de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) is aangenomen. “Eindelijk is het zover. We kunnen we aan de slag”, klinkt het enthousiast. Van Nieuwamerongen: “Ik ben ervan overtuigd dat dit tot een betere, gezondere arbeidsmarkt leidt.” In dit dubbelinterview FlexNieuws vertellen zij wat de komst van het toelatingsstelsel in de praktijk gaat betekenen.

Wat doet de NAU?

Eerder deze maand heeft de Eerste Kamer de Wtta aangenomen. Daarmee is de komst van het toelatingsstelsel een feit. De Wtta gaat in op 1 januari 2027 en vanaf 1 januari 2028 mogen uitleners alleen nog actief zijn als zij officieel zijn toegelaten. Inleners mogen vanaf dan alleen nog samenwerken met toegelaten uitleners.

De nieuw op te richten Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU) – die onder het ministerie van SZW valt – wordt verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wtta. De 3 belangrijkste taken van de NAU zijn:

  1. Het beoordelen van toelatingsaanvragen van uitleners
  2. Het beheren van een openbaar register van toegelaten uitleners
  3. Het aanwijzen van inspectie-instellingen

Aan Kees van Nieuwamerongen de taak de NAU op te zetten. Hij heeft vaker met dit bijltje gehakt en heeft een schat ervaring als kwartiermaker als het gaat om het optuigen van uitvoerings- en toezichthoudende organisaties voor verschillende ministeries. De flexbranche is nieuw voor hem, maar Van Nieuwamerongen is al druk bezig met het leggen van contacten in de uitzendsector. Uiteindelijk moet de NAU uitgroeien tot een organisatie van circa 150 medewerkers die vanuit het kantoor in Lelystad alle werkzaamheden zullen gaan uitvoeren. Te beginnen met het aanwijsloket voor inspectie-instellingen (vanaf 1 juli 2026) en het aanmeldloket voor uitleners (dat wordt geopend vanaf november 2026.)

Digitaal gesloten systeem

Hoe werkt dat toegelaten worden? Een inspectie-instelling als Bureau Cicero voert audits uit en toetst of de uitlener voldoet aan het verplichte normenkader dat geldt voor de Wtta. Volgt daar een positief rapport uit, dan beslist vervolgens de NAU op basis van dit rapport en andere wettelijke eisen, zoals het storten van een waarborgsom, of deze uitlener wel/niet in het register wordt toegelaten. Van Nieuwamerongen: “Het is uiteindelijk formeel de minister die beslist. Wij zorgen voor een transparante beoordeling, verrijkt met aanvullende informatie van bijvoorbeeld de Belastingdienst.” En dat is het grote verschil met de huidige vrijwillige (SNA-)certificering. “Het toelatingsstelsel is verplicht voor alle uitleners. Je komt of wel of niet in het register. Het is een digitaal gesloten systeem. Het is daarmee het meest concrete resultaat van marktregulering.”

Tom over de rol van de inspectie-instelling. “Wij stellen alleen op basis van het verplichte Wtta-normenkader vast of er sprake is van een conformiteit. Belangrijk onderdeel is bijvoorbeeld de juiste beloning. Maar wij gaan niet op de stoel van de rechter zitten als sociale partners het niet eens zijn over hun cao. En wij delen ook geen boetes uit. Het is aan de Arbeidsinspectie om boeven te pakken.”

“Als alle partijen met elkaar samenwerken weten we hoe de hazen lopen en is de pakkans veel groter.”
Patrick Tom (Bureau Cicero)

Tijdig aanmelden voor overgangsrecht

De basis voor het nieuwe normenkader is het huidige private SNA-keurmerk. Het SNA-keurmerk is vrijwillig en toetst vooral de financiële en administratieve betrouwbaarheid. Het bredere normenkader van de Wtta is verplicht en toetst ook of een bedrijf goed en verantwoord omgaat met werknemers.
Voldoe je aan het SNA-keurmerk, dan ben je al goed op weg, weet Tom. “Er leeft een angstbeeld dat de komst van de Wtta heel veel hassle met zich meebrengt. Dat gevoel herken ik. Tegelijkertijd, als je het toelatingsstelsel afpelt, draait het vooral om de naleving van bestaande wetgeving. Maar we realiseren ons heel goed dat dit voor veel partijen toch veel werk lijkt — zeker in combinatie met de nieuwe cao voor uitzendkrachten. We kijken hier niet vanuit een ivoren toren naar. We begrijpen wat er op bedrijven afkomt en zullen daarin ook de menselijke maat hanteren.”
Toch komt er heel werk op inspectie-instellingen af. Tom verwacht zelfs een verzesvoudiging van de markt. Het aantal bedrijven dat moet worden gecertificeerd/toegelaten zal zeker verdubbelen en de inspectie zal (in vergelijking met een SNA-keurmerk) ook verdubbelen. “Vooral de exercitie van het toetsen van de juiste loonbetaling zal veel tijd in beslag nemen. En de nieuwe uitzend-cao maakt het er niet gemakkelijker op.”

Vanaf 1 januari 2028 moeten uitleners (uitzenders en detacheerders) dus in het register staan als zij willen blijven uitlenen. Dat lijkt ver weg, maar de tijd begint te dringen gezien enorme aantallen flexbedrijven en de beperkte capaciteit. Om te voorkomen dat uitleners na 1 januari 2028 niet meer mogen uitlenen, geldt het overgangsrecht. Dan kun je ook blijven uitlenen als je je vóór 1 januari 2027 hebt aangemeld bij de NAU én nog geen inspectierapport hebt.

Risico-sectoren eerst

De komst van de Wtta wordt zowel in de politiek als in de flexbranche zelf breed gesteund. Betekent dat dat de zelfregulering (vrijwillige SNA-keurmerk) is mislukt? Dat is niet de woordkeus van Van Nieuwamerongen, maar hij stelt wel: “Deze wet komt er niet voor niets.” De kracht zit volgens hem echter juist in de publiek-private samenwerking. “We zullen samenwerken met de Belastingdienst, Arbeidsinspectie, brancheorganisaties en inspectie-instellingen. Om dit tot een succes te maken hebben we daarbij niet alleen een uitvoerende rol. We zijn niet alleen een politieagent, maar tegelijkertijd een schoolmeester met een begeleidende taak. We zijn een autoriteit en hebben een onafhankelijke positie, zowel van de politiek als naar de uitzendsector. Wij willen als NAU midden in de markt staan, want we hebben ook een signalerende en reflecterende rol. Dat werkt beide kanten op, zowel naar de markt als naar de minister. Uiteindelijk gaat het om de uitvoerbaarheid, resultaten.”

Want er zal ongetwijfeld een situatie ontstaan op 1 januari 2028 waarop nog niet alle flexbedrijven getoetst zijn. Ook de NAU zal niet direct voldoende capaciteit hebben op alle aanvragen tijdig te verwerken. Van Nieuwamerongen: “Het duurt enkele jaren voordat we een volledige capaciteit hebben, misschien pas in 2030. Wij zullen er alles aan doen om het wegwerken van de wachtrij zo slim mogelijk aan te pakken. Dat betekent de ingewikkelde (lees: potentieel malafide, red.) gevallen eerst. Op basis van feeling en signalen uit de markt zullen we gericht te werk gaan, niet op individueel niveau, maar bijvoorbeeld afgaand op regio’s of risicosectoren.”

Professionalisering en exodus uitzendmarkt

Hoewel politiek breedgedragen was er ook kritiek vanuit de Eerste Kamer op het toelatingsstelsel. Het zou de lastendruk voor – met name kleinere uitzenders – vergroten. Ook wordt betwijfeld of malafide uitzenders hierdoor wel echt gestopt zullen worden. Misstanden met ter beschikking stellen van arbeidskrachten zullen blijven voorkomen want de cowboys in de markt houden zich sowieso niet aan de regels, nu niet en ook in de toekomst niet, zo is de redenering. Van Nieuwamerongen pareert die kritiek. “Op dit moment worden bonafide uitzenders door malafide uitzenders weggeconcurreerd. Het creëren van een gelijk speelveld is juist in het belang van bonafide uitzenders.”
Ook Patrick Tom gelooft in dat dit systeem daadwerkelijk malafide uitzenders zal gaan weren. “Als alle partijen – ieder vanuit zijn eigen rol – met elkaar samenwerken, elkaar vasthouden, weten we hoe de hazen lopen en is de pakkans veel groter. Private inspectie-instellingen zoals Bureau Cicero toetsen uitsluitend de naleving van het normenkader; de Arbeidsinspectie is verantwoordelijk voor handhaving en toezicht op uitleners die (niet) zijn toegelaten. In zo’n gesloten systeem is straks geen ruimte meer voor cowboys in de markt.”

Wel verwacht Tom dat de komst van de Wtta de markt zal opschudden. “Straks is ongeveer 90% van alle uitzenduren gecertificeerd mede doordat grote uitzenders al in bezit zijn van het SNA keurmerk. Voor hen verandert er relatief weinig. Maar voor kleinere en startende uitzenders wel. De partijen die bewust onbekwaam zijn zal de Arbeidsinspectie er grotendeels uitpikken. De kleinere, welwillende uitzenders die onbewust onbekwaam zijn – maar wel een eerlijk haalbaar verdienmodel hebben – zullen moeten professionaliseren. Zij moeten zorgen dat ze hun administratie op orde krijgen. Veel van hen zullen hun backoffice gaan uitbesteden of zich aansluiten bij grotere uitzendorganisaties. Ik verwacht dus wel een exodus en consolidatieslag in de uitzendmarkt.”

Kees van Nieuwamerongen (NAU) over het belang van een gedeelde ketenverantwoordelijkheid: “Tegenover een malafide uitlener staat meestal geen bonafide inlener.”

Ketentransparantie

Opdrachtgevers zijn beboetbaar als zij na 1 januari 2028 flexkrachten inlenen via niet toegelaten uitleners. Inleners moeten dus checken of een uitlener in het register staat voordat zij uitzendkrachten en gedetacheerden inhuren. Van Nieuwamerongen: “Dat dwingt tot ketentransparantie. De inlener moet zich afvragen ‘met wie doe ik eigenlijk zaken?’” De verantwoordelijkheid ligt dus niet alleen maar bij de uitzendbureaus. “Inleners kunnen niet meer wegkijken, het argument ‘ik wist het niet’ geldt niet meer.” Die gedeelde ketenverantwoordelijkheid is een goede zaak, stelt Van Nieuwamerongen. “Want tegenover een malafide uitlener staat meestal geen bonafide inlener.”
Volgens Tom betekent dit dat opdrachtgevend Nederland antwoord moet vinden op de fundamentele vraag: weten we wie bij ons ter beschikking is gesteld onder onze leiding en toezicht (en waar dus deze ketenverantwoordelijkheid voor geldt)? “Veel Inleners hebben dat nog niet goed genoeg in beeld en zullen dit straks wél zorgvuldig en aantoonbaar moeten vastleggen.”

‘Wtta niet zaligmakend, wel noodzakelijk’

Ex-minister Van Hijum zei al dat ‘Nederland verslaafd is aan laagbetaalde arbeid’ en ook Borstlaps’ beroemde rapport met de titel ‘In wat voor land willen wij werken?’ geven aan dat de (uitzend)markt beter gereguleerd moet worden. Het toelatingsstelsel is volgens Van Nieuwamerongen ‘een heel belangrijke stap’ in de richting die de politiek wenst. “De Wtta is niet zaligmakend, maar wel noodzakelijk. Het heeft een verplichtend karakter en biedt de mogelijkheid tot handhaving.”
“Bovendien levert het hebben van een digitaal gesloten systeem een enorm inzicht op.” Daarbij staat of valt het succes volgens Van Nieuwamerongen met een goede samenwerking tussen alle betrokken partijen bij de uitvoering van de Wtta. “Op die manier weten we welke misstanden, waar en in welke mate plaatsvinden. En kom je tot uitvoerbare resultaten.” Patrick Tom is het daarmee eens: “De Wtta vraagt geen wij-zij-denken tussen publieke en private uitvoerders. We trekken samen op. De verplichtingen liggen bij de uitleners — maar het is aan ons als partners in het stelsel om ervoor te zorgen dat naleving duidelijk, haalbaar en toetsbaar is.”

Geplaatst in In de wet, Nieuws, Wetten & CAO’s | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor ‘Het succes van het toelatingsstelsel staat of valt met goede samenwerking’

De waarde van gelukkige sollicitanten

Op 11 november was ik te gast bij de Employer Branding Summit in Haarlem. Het was een dag vol inzichten, verhalen en discussies over mens en werk. Maar vooral was het een dag die een gevoel achterliet. Dat kwam vooral door de keynote van Sven Rickli. Zijn woorden waren helder, maar de impact was groot. Vooral die 4 woorden: ons geluk neemt af. Dit raakte mij. En het raakt hoe we binnen HR en recruitment samenwerken, hoe we communiceren en hoe we nieuwe mensen aan onze organisatie verbinden.

Minder gelukkig

Bam! Die 4 woorden van drs. Sven Rickli, dé specialist in mensgerichtheid, kwamen wel even binnen. We zijn minder gelukkig. Hoe komt dat? Een belangrijk kantelpunt was het begin van de technologische revolutie in 2016. Digitalisering, efficiënter werken, thuiswerken. We leven steeds meer online waardoor de echte verbinding verdwijnt. Ja, er zijn meer en meer contactmomenten, maar de ware connectie neemt af. Een confronterende realisatie als je weet dat het geluksgevoel wordt bepaald door de kwaliteit van relaties. Bijvoorbeeld de relatie van jou als werkgever met een potentiële nieuwe medewerker.

Hoe kun je meer geluk brengen binnen employer branding?

Het antwoord laat zich raden: door aandacht te hebben voor de echte verbinding in je candidate en employee journey en zo te werken aan die relatie. Offline én online. Dat kan variëren van een appje met “veel succes” aan een kandidaat die die dag een sollicitatiegesprek heeft tot de vraag “hoe is het nu echt met jou” op een maandagochtend bij het koffiezetapparaat. Maar dan is je kandidaat al ‘binnen’: hoe zorg je voor meer geluk tijdens de werving van nieuwe medewerkers?

Pijnlijke missers

In de praktijk gaat het vaak al mis bij de start, bij de werving. Inderdaad, bij de vacaturetekst a.k.a. dé ultieme kans om verbinding te maken. Een kans die wordt gemist als je je realiseert dat het meest gebruikte middel in arbeidsmarktcommunicatie 9 van de 10 keer functioneel, feitelijk en informatief is. Ook scoort de gemiddelde vacaturetekst een dikke onvoldoende.

Clichés jagen potentiële sollicitanten weg en woorden als ‘informeel’, ‘marktconform’ en ‘opdrachtgever’ creëren eerder afstand dan verbinding. Dan heb ik het nog niet eens over die afsluitende, veelgebruikte zin “acquisitie op deze vacature is niet gewenst”. Uhm, voor wie is deze tekst geschreven: voor een potentiële nieuwe collega of om bureaus af te schrikken?

Zo kan het ook

Je kunt het verschil maken door in je vacaturetekst de verbinding te leggen met de juiste woorden. Omdat je met 1 woord hét verschil kunt maken. En met het benoemen van het salaris neemt je kans op conversie sowieso al toe met 64%. Maar kijk je naar die verbinding: houd ook rekening met diverse denkstijlen.

Een IT’er heeft vaak een andere denkstijl en vraagt daarom om een andere aanspreekvorm dan bijvoorbeeld een verpleegkundige. Zoals Bas Schreurs, een van de sprekers tijdens Employer Branding Summit, vertelde toen hij sprak over neurobased employer branding.

Verbinding met je organisatie kun je ook eenvoudig creëren door toekomstige collega’s aan het woord te laten. Een quote, liefst voorzien van een foto, doet wonderen. Toch ontbreekt die quote nog steeds in 88% van de vacatureteksten, zo blijkt uit onderzoek van Digitaal Werven.

En als je AI inzet, wat veel efficiëntie kan opleveren bij de totstandkoming van de vacaturetekst, doe dan alsjeblieft 2 dingen: 1) voeg aan je prompt toe ‘schrijf niet als een robot, maar schrijf menselijk, alsof de tekst door een mens is geschreven’ en 2) voeg altijd zelf, als mens van vlees en bloed, de broodnodige menselijke tone of voice toe. Want hoe goed een AI-tekst ook is, mensen vóélén dat deze door AI is gegenereerd.

Na de vacaturetekst

Als áls iemand dan overgaat tot sollicitatie, wat superspannend is voor deze mensen, wat gebeurt er dan? Krijgen ze dan een geautomatiseerd mailtje in hun mailbox dat standaard met het ATS was meegeleverd? Een mailtje waar je door drukte nooit naar hebt omgekeken en dat misschien nog wel een aanhef heeft die start met ‘geachte’? En afsluit met ‘hoogachtend’?

In gedachten zie ik je fronsen, maar dit gebeurt echt in de praktijk. Ik heb het meegemaakt bij een van de grootste werkgevers van Nederland. Op mijn vraag waarom dit zo gebeurde, kreeg ik het antwoord dat het wijzigen van de standaardmail in het logge ATS zeer complex was. Case closed, aldus de werkgever.

En als je denkt dat het niet erger kan: meer dan 15 van elke 100 sollicitanten krijgt nooit meer iets te horen. Wordt geghost. Loopt een blauwtje. Hoort krekels tsjirpen. En dit is dan nog maar het begin van een candidate journey.

Tijd voor verandering

Hoe mooi is het als we na die technologische revolutie de menselijke revolutie kunnen inzetten binnen HR en recruitment?! Hier worden niet alleen sollicitanten gelukkiger van. Ook jij en je vacaturehouders zullen meer geluk ervaren. Want wist je dat gelukkige medewerkers 17% productiever en 21% winstgevender zijn? Reken maar uit.

Geplaatst in In de wereld, Werken 4.0 | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor De waarde van gelukkige sollicitanten

ABU marktmonitor: omzet blijft gelijk

In periode 11, van 6 oktober t/m 31 oktober, daalde het aantal uren met 5% en de omzet bleef gelijk in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar. Omdat deze periode evenveel werkbare dagen telde als in dezelfde periode vorig jaar, is er geen correctie toegepast.

Ook in periode 10 bleef de omzet gelijk en daalde het aantal uren met 5%.

De ontwikkelingen per sector zijn als volgt:

  • Administratieve sector: Het aantal uren daalde met 16% en de omzet is gedaald met 9% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar.
  • Industriële sector: Het aantal uren daalde met 2% en de omzet nam toe met 2% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar.
  • Technische sector: Het aantal uren daalde met 10% en de omzet daalde met 5% in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar.
Aantal uitzenduren (Bron: ABU-marktmonitor)
Totale omzet (Bron: ABU-marktmonitor)

 

De volgende ABU-marktmonitor verschijnt op dinsdag 23 december 2025.

Geplaatst in Flexdata, In de branche | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor ABU marktmonitor: omzet blijft gelijk

Opleiden in de flexbranche: artra over specialisme, modulair leren en AI

De flexbranche staat voor flinke uitdagingen: een krappe arbeidsmarkt, lage werkloosheid en een veranderende economie. In deze context is opleiden volgens artra essentieel. In een recente videopodcast sprak FlexNieuws-hoofdredacteur Wim Davidse met Nanda Peters, manager learning en development bij artra, en Dominique van der Kinderen, manager sales en marketing. Hun boodschap is helder: opleiden is cruciaal voor ontwikkeling én binding van medewerkers. “Leven lang ontwikkelen is het motto binnen artra. Daar staan we voor,” vertelt Van der Kinderen. “Dat proberen we ook onze klanten altijd mee te geven.” 

Davidse haalt een opiniestuk van de directeur van het Centraal Planbureau aan, die benadrukte dat de arbeidsmarkt ingrijpend verandert door vergrijzing, AI en geopolitieke ontwikkelingen. “Een van de dingen die we moeten gaan doen, is veel meer opleiden,” citeert hij. Van der Kinderen beaamt dat: “Absoluut, dat omarmen wij en dat is iets wat wij al heel lang roepen. Dat dit nu ook breder wordt gedragen, is alleen maar mooi.”

Opleiden als bindmiddel

In een krappe arbeidsmarkt is opleiden niet alleen een kwestie van kennisoverdracht, maar ook van loyaliteit en betrokkenheid. “Als je jezelf kan en mag ontwikkelen, zorgt dat ook voor meer loyaliteit,” legt Peters uit. “Mensen willen gezien worden, gehoord worden. En als je dat kan bieden door een stukje ontwikkeling, brengt dat natuurlijk veel.” 

Veel organisaties denken dat opleiden veel tijd, geld en gedoe kost. Terwijl opleiden ook kan werken als bindmiddel. Peters: “Wij proberen juist de noodzaak van opleiden te benadrukken. Het helpt medewerkers te behouden en verloop tegen te gaan. Anders moet je steeds op zoek naar en investeren in nieuwe mensen, en dat kost ook tijd en geld.”

Voor elke fase

Artra bestaat dit jaar 48 jaar en begon als opleider voor intercedenten, gespecialiseerd in wet- en regelgeving rondom de uitzend-cao. “Dat kun je nog steeds bij ons doen, maar we hebben ons aanbod door de jaren heen flink uitgebreid,” zegt Van der Kinderen. Naast kennisopleidingen biedt artra commerciële vaardigheidstrainingen, recruitmentvaardigheden en management- en leiderschapstrainingen aan. “Voor iedere stap die een medewerker wil zetten, of die nu verticaal of horizontaal wil doorgroeien, kun je bij ons terecht.”

Peters voegt daaraan toe: “Het gaat niet alleen om kennis, maar ook om vaardigheden en persoonlijke ontwikkeling. Wij vinden het belangrijk dat we medewerkers in elke fase van hun loopbaan een training kunnen bieden.”

Van startend intercedent tot regio- of divisiedirecteur: iedereen kan via artra een carrièrepad volgen. Van der Kinderen: “Ook voor uitzendkrachten en gedetacheerden bieden we soms trainingen, bijvoorbeeld op het gebied van arbeidsrecht of gespreksvaardigheden. Maar onze focus ligt vooral op de medewerkers op de vestiging die anderen begeleiden.”

Modulair leren

Een opvallende ontwikkeling is de verschuiving naar modulair en micro-georiënteerd leren. “Het wordt steeds meer plug-and-play,” legt Van der Kinderen uit. “Mensen willen korte, praktische modules die ze direct kunnen toepassen. Een training hoeft niet altijd een hele dag te duren, een dagdeel kan al volstaan”, voegt Peters toe. 

Dat helpt ook bij Generatie Z, die een korte spanningsboog heeft, maar eigenlijk geldt dat voor iedereen met een druk leven. “Ook bij management- en leiderschapstrajecten zien we vraag naar kortere modules. Het gaat erom dat men iets kan leren en direct in de praktijk kan brengen”, zegt Peters.

Praktische toepassing

Artra zet sterk in op praktisch toepasbare trainingen. “Het gaat erom dat wat je leert, je morgen kunt toepassen op de werkvloer,” zegt Peters. “Onze trainers komen allemaal uit de praktijk en spelen in op de persoonlijke casussen van deelnemers.”

Davidse benadrukt het belang van leidinggeven: “Na corona blijken ziekteverzuim en verloop te zijn gestegen. Vaak komt iemand voor de vacature, maar vertrekt vanwege de leidinggevende.” artra kan daar volgens Van der Kinderen bij helpen. “We voeren gesprekken met opdrachtgevers om te bepalen waar de knelpunten liggen. Soms is maatwerk nodig, bijvoorbeeld bewustwording bij leidinggevenden of training in preventieve ziekteverzuimgesprekken.”

Vier pijlers 

Het opleidingsaanbod van artra is georganiseerd rondom vier pijlers: kennis, commercie, recruitment en management. Deze pijlers dekken zowel wet- en regelgeving als commerciële vaardigheden en leiderschapsontwikkeling. Van der Kinderen: “We zijn afgestapt van het idee van een jaartraject. Alles kan los gevolgd worden, met stapsgewijze verdieping.” Zo wordt opleiden behapbaar en gericht op het individu, niet op een generieke groep. 

Naast de CAO-uitzendkrachten staat artra voor nieuwe uitdagingen zoals de WTTA en de opkomst van AI. Van der Kinderen legt uit: “AI heeft gigantisch veel invloed op leren en ontwikkelen. We kijken naar hoe deelnemers AI-tools gebruiken en hoe we dat in de training kunnen integreren. Bijvoorbeeld bij het schrijven van vacatureteksten: wat mag, wat moet je controleren, hoe pas je het verantwoord toe?” Deelnemers leren hoe ze AI correct gebruiken, binnen wet- en regelgeving, maar ook strategisch gericht op hun doelgroep.

Gevarieerde doelgroep

De groep deelnemers aan artra-trainingen wordt steeds gevarieerder. Het zijn niet alleen meer mensen tussen 25 en 40 jaar, zoals vroeger, maar de doelgroep loopt van 18 tot 68 jaar, met uiteenlopende opleidingsachtergronden. Van der Kinderen: “Het is de kunst voor onze trainers om het voor iedereen interessant en herkenbaar te maken. We hebben een jaarlijkse trainersdag om ervaringen uit te wisselen en het te hebben over hoe je het beste inspeelt op die veranderingen.”

Wel blijft artra bewust focussen op zijn specialisme in de flexbranche, zegt Peters. “Niet alles doen, maar ons richten op wat we goed kunnen en specialist zijn in onze vier pijlers. Daarvoor moet je bij artra zijn.” 

Ze sluit af met een concreet advies aan organisaties die nadenken over opleiden: “Denk niet gelijk groots, pak het klein aan. Zo blijft opleiden behapbaar en leuk. Het is belangrijk dat de medewerker betrokken en gemotiveerd blijft.”

Geplaatst in Bedrijfsnieuws, In de branche | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor Opleiden in de flexbranche: artra over specialisme, modulair leren en AI