Maandelijkse archieven: juli 2025

CSRD bij maar 13% van de bedrijven geïmplementeerd

Hoewel de Europese Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) vanaf boekjaar 2025 van kracht is, blijkt een groot deel van de Nederlandse bedrijven nog niet klaar voor deze nieuwe duurzaamheidsrapportage. Slechts dertien procent van de organisaties heeft de CSRD-verplichtingen volledig geïntegreerd in de bedrijfsvoering. 

Dat blijkt uit onderzoek van Visma onder 313 Nederlandse professionals die binnen hun organisatie (mede)beslissingsbevoegd zijn op het gebied van administratie en inkoop. Visma levert softwareoplossingen voor financieel beheer, HRM, inkoop en e-government op de Nederlandse en Belgische markt. 

CSRD verplicht tot transparantie over duurzaamheid

De CSRD maakt deel uit van de Europese duurzaamheidswetgeving en verplicht een groot aantal bedrijven om te rapporteren over hun impact op milieu, maatschappij en bestuur (Environmental, Social & Governance, ESG). Hoewel de Europese Commissie in februari met het zogenoemde Omnibus-pakket kwam om de administratieve lasten te verlichten, blijft de ingangsdatum van 2025 ongewijzigd.

Toch blijkt uit het onderzoek dat veel organisaties nog achterlopen: 37 procent is nog bezig met actieve implementatie. Een op de drie bedrijven (32%) bevindt zich nog in de oriëntatiefase, terwijl zes procent zelfs nog helemaal niet is begonnen. Wel zegt zes op de tien al een strategie of beleidsplan te hebben om aan de richtlijn te voldoen.

Bewustzijn is er, maar kennis ontbreekt vaak

Opvallend is dat twee derde van de ondervraagden duurzaamheidsrapportage wél belangrijk vindt. De meest genoemde voordelen van CSRD zijn bewustere (duurzame) beslissingen (38%), energiebesparing (36%) en een betere reputatie (34%).

Toch zegt slechts dertig procent van de ondervraagde professionals inhoudelijk goed op de hoogte te zijn van wat de CSRD precies inhoudt. Wel denkt twee derde dat hun organisatie voldoende kennis en middelen heeft om aan de vereisten te voldoen. De grootste uitdagingen zijn volgens hen de kosten (35%) en het gebruik van IT-systemen (32%).

Spreadsheets populairder dan software

Veel organisaties gebruiken nog traditionele middelen voor hun duurzaamheidsrapportages. De helft van de respondenten gebruikt spreadsheets en ERP-software. Slechts een derde beschikt over gespecialiseerde ESG-software, die specifiek is ontwikkeld om milieu-, sociale en governancegegevens te verzamelen en te rapporteren.

De verantwoordelijke afdeling voor de CSRD-rapportage blijkt sterk afhankelijk van de bedrijfsgrootte. In grote bedrijven (meer dan 250 FTE) ligt de verantwoordelijkheid vaak bij een speciale sustainability-afdeling of -werkgroep. In het mkb (minder dan 250 FTE) zijn Finance en HR vaker verantwoordelijk. Over alle organisaties heen zijn Finance (39%), HR (39%) en IT (38%) het vaakst bij CSRD betrokken.

De CSRD heeft naar verwachting grote impact op Finance-afdelingen. Respondenten verwachten vooral een toename in werklast, intensievere samenwerking met andere afdelingen en veranderingen in rapportagestructuren. Maar liefst 44 procent denkt dat hun rol binnen Finance wezenlijk zal veranderen.

Investering in tijd en kosten

Grote organisaties verwachten aanzienlijk hogere kosten en tijdsinvesteringen dan mkb-bedrijven. Bijna één op de tien grootbedrijven verwacht jaarlijkse kosten van meer dan €250.000 (tegenover één op de honderd van het mkb). Slechts zes procent van de grootbedrijven verwacht minder dan €50.000 kwijt te zijn, vergeleken met tien procent van de mkb’ers.

Ook qua tijdsbesteding zijn de verschillen groot. Vijftien procent van het grootbedrijf verwacht jaarlijks meer dan 250 uur kwijt te zijn aan de rapportage, versus vijf procent in het mkb. Opvallend is dat 26 procent van de grootbedrijven nog geen inschatting kan maken van de benodigde tijd. In het mkb ligt dat percentage met dertien procent aanzienlijk lager. Bovendien wordt de tijdsinvestering door mkb’ers over het algemeen ook lager ingeschat. Veertien procent denkt zelfs aan minder dan vijftig uur per jaar. Bij het grootbedrijf is dit slechts zes procent.

Nog veel onduidelijkheid en onzekerheid

Joris Joppe, Managing Director van Visionplanner (onderdeel van Visma): “Het feit dat slechts dertien procent van de CSRD-plichtige organisaties de vereisten al heeft ingebed, laat zien hoe groot de uitdaging nog is. De CSRD biedt organisaties een kans om duurzaamheid strategisch te verankeren in hun bedrijfsvoering. Maar het onderzoek laat zien dat er nog veel onduidelijkheid en onzekerheid heerst over de praktische invulling ervan. Bedrijven hebben behoefte aan concrete handvatten én slimme technologie die hen helpt om aan de nieuwe rapportageverplichtingen te voldoen.”

 

Geplaatst in Compliance, In de wet | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor CSRD bij maar 13% van de bedrijven geïmplementeerd

28% verscheen nooit op de eerste werkdag – en zo gek is dat niet

Als professional in de flexmarkt trek je alles uit de kast om in deze overspannen arbeidsmarkt een kandidaat te verleiden. Dus hang je in wervingscampagnes de slingers op. Tijdens de gesprekken strooi je met beloftes alsof het confetti is. En zodra de kandidaat “ja” zegt?  High five. Op naar de opdrachtgever. Die doet de muziek uit, de TL-lampen aan en laat de kandidaat alleen achter op de dansvloer. 

In deze blog:

  • Waarom de candidate journey niet stopt bij de handtekening.
  • Hoe een slechte pre-boarding je plaatsing kan laten mislukken.
  • Wat er gebeurt in de ‘twijfelzone’ van de opzegtermijn.
  • Welke signalen het verschil maken in het brein van je kandidaat.
  • En waarom jij als bureau hierin meer invloed hebt dan je denkt.

Van welkom naar wegwerp

Na een verleidelijke wervingscampagne heb je de kandidaat aan het handje genomen en door het hele sollicitatieproces geloodst. Je hebt je werk goed gedaan met als resultaat: de kandidaat wordt geplaatst. De arbeidsovereenkomst wordt getekend, jij stuurt je factuurtje en doorrr. Maar de kandidaat? Die wordt in de wachtstand gezet en hoort van je opdrachtgever: “Je wordt over 4 weken verwacht, tot later!”

De risicomaand vóór de start

Na het tekenen van de overeenkomst zegt jouw kandidaat de huidige baan op. Maar jouw kandidaat, die is natuurlijk een topper. Zo eentje die de huidige werkgever het liefst behoudt. Hoe dan ook. Dus wat als de werkgever een tegenbod doet? Of als in de opzegtermijn een overactieve concurrerende recruiter een onweerstaanbare InMail stuurt? Gebeurt dit niet? Wat een geluk.

Maar zet je schrap voor de twijfel die gegarandeerd nog toeslaat in het brein van je kandidaat: ‘Heb ik wel de juiste keuze gemaakt?’. De sociale omgeving doet er nog even een schepje bovenop. Zodra de kandidaat vertelt: ‘ik heb een nieuwe baan’, komt er altijd wel iemand met een waarschuwing, een horrorverhaal of een goedbedoeld advies dat olie op het vuur gooit: “Daar zou ik écht niet gaan werken”, “Weet je zeker dat je dit moet doen?” of “Je had het toch prima bij je oude baan?”.

Niet zo gek dus dat 28% van de mensen wel eens een contract tekenden maar nooit kwam opdagen op de eerste werkdag.

De schok van dag 1

Als de kandidaat dan toch op die eerste werkdag bij jouw opdrachtgever op komt dagen, breekt er een volgende fase aan. Een fase waarin een kwart van de mensen al in week 1 van de nieuwe baan in tranen uitbarst. Misschien wel omdat dat het beeld dat tijdens het sollicitatieproces is geschetst, in werkelijkheid net even minder rooskleurig is. Of omdat de kandidaat zich op dag 1 meldt maar niemand op hem/haar/het had gerekend. Geen rode loper, geen toegangspasje, geen inwerkplan en al zeker geen mok met een eigen naam erop.

Dan zet de nieuwe medewerker voorzichtig de eerste stappen op 1 groot sociaal mijnenveld. De inlogcodes zijn onbekend en men weet niet welke collega wel of niet kan worden vertrouwd. En wat denk je van het risico om een smakeloze lunchkeuze te maken in het bedrijfsrestaurant? Of net aan de verkeerde tafel plaats te nemen? Het brein staat in de overlevingsmodus.

Invloed zit in de kleine dingen

Als beïnvloedingsspecialist weet ik: het zit ’m niet in grote onboardingplatforms of dure introductiedagen. Het zit in kleine signalen, die het onbewuste brein geruststellen. Denk aan:

• Een handgeschreven kaartje bij het contract is de cue voor persoonlijkheid en waardering.
• Een welkomstmail van het team met een foto activeert sociale verbondenheid.
• LinkedIn-uitnodigingen van toekomstige collega’s verhogen de verbinding.
• Een checklist met ‘Wat te verwachten op dag 1’ vermindert onzekerheid.
• Een buddy met wie ze al bellen vóór de start: verlaagt drempels, verhoogt verbondenheid.
• Een simpele video waarin je hun naam noemt en zegt: “We kijken naar je uit”: activeert het belonging-systeem.

Heb jij dit soort tips al eens met je opdrachtgever gedeeld? Voor een duurzame match?! Of was je te druk met het versturen van debet-facturen omdat de kandidaat al binnen de proeftijd afhaakte?

Geplaatst in In de wereld, Werken 4.0 | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor 28% verscheen nooit op de eerste werkdag – en zo gek is dat niet

“De Wtta kent nog wel enkele losse eindjes”

Een hoofdpijndossier wil hij het niet noemen. Patrick Tom, ceo van Bureau Cicero, mag graag een partijtje stoeien met complexe vraagstukken. Bureau Cicero inspecteert uitleners nu nog op het SNA-keurmerk. Straks, als de Wtta een feit is, gaat het bureau de inspecties op het normenkader voor haar rekening nemen.

In grote lijnen ziet het er goed uit. De Wtta is na jaren van uitstel nu toch echt bijna een feit. De wet, die een toelatingsstelsel voor de uitzendbranche regelt, is aangenomen door de Tweede Kamer. Rest nog wel de gang door de Eerste Kamer. En, zo heeft Tom begrepen: de BBB wil als grootste partij in de Eerste Kamer het wetsvoorstel inhoudelijk behandelen. “Het is geen hamerstuk,”  benadrukt hij. 

Inwerkingtreding

Vlak na dit interview maakte de minister bekend dat het toelatingsstelsel per 1 januari 2027 in werking treedt. Dit betekent dat op 1 januari 2028 de toelatingsplicht ingaat. Vanaf dan gaat de Arbeidsinspectie handhaven op de toelatingsplicht en zullen in- en uitleners die zich niet aan de wet houden, worden beboet. Wel houdt de minister een slag om de arm, wanneer het niet tijdig lukt om de Toelatende Instantie in te richten, denk daarbij aan het vinden van de juiste mensen en huisvesting, het inregelen van de IT systemen en de organisatie rondom de publiek – private samenwerking, heeft dit effect op de ingangsdatum.

Het plan is dat uitleners zich tussen 1 november en 31 december moeten aanmelden, en vervolgens voor 1 juli 2027 een toelatingsaanvraag hebben gedaan. Ondernemingen die op 1 juli 2027 in het bezit zijn van het SNA keurmerk komen vervolgens achteraan in de wachtrij.

Wordt ontwijken te makkelijk?

Aan de wet zelf kleeft nog een aantal mitsen en maren. De reikwijdte van de wet bijvoorbeeld. Die is bewust breed gehouden om ontwijkconstructies geen kans te geven. Maar zal daar in de praktijk wel genoeg zicht op zijn, vraagt Tom zich hardop af. Zal de pakkans groot genoeg zijn? “Mijn zorg is dat straks een grote groep bedrijven die wel uitlenen, niet zullen instromen.”

Denk aan bedrijven die deels aan uitleen doen. Elk bedrijf dat ook maar één man personeel uitleent, valt straks onder het stelsel, benadrukt hij. Bedrijven die dat doen voor minder dan 10% van die loonsom, kunnen ontheffing vragen, maar moeten dat wel doen. Bedrijven die voor meer dan 10% uitlenen, moeten opgaan voor certificering. En daar zouden zomaar bedrijven als ASML en Shell bij kunnen horen. Of accountantsbedrijven en softwarebedrijven waarvan consultants onder leiding en toezicht werken bij een opdrachtgever.’

Hoe wordt het handhavingsbeleid?

Een bedrijf dat arbeidskrachten ter beschikking stelt zonder toelating of ontheffing, is beboetbaar. Het handhavingsbeleid is daarbij nog een groot vraagteken. Wordt dat zoals de Belastingdienst dat aanpakt bij schijnzelfstandigheid: eerst een zachte landing, ondernemingen informeren en ze alsnog op het goede pad brengen? Of komen er gelijk boetes? “Bij dat laatste is het gelijk over en uit met de business,”  zegt Tom. “Dan praat je over forse boetes die kunnen oplopen tot bijna een ton per bedrijf.” 

Is voor iedereen duidelijk wat onder uitlenen wordt verstaan?

“De definitie is duidelijk: ter beschikking stellen van een arbeidskracht onder leiding en toezicht van een derde. Maar daarbinnen zijn een hoop grijstinten. Er ligt een parallel met de beoordeling van de arbeidsrelatie van zzp’ers. Ook daar speelt de gezagsverhouding een belangrijke rol. Dat maakt het extra urgent om uit te zoeken hoe er gewerkt wordt en om de procedures binnen het bedrijf scherp op het netvlies te hebben. Het ligt voor de hand dat de overheid nu eerst een goede informatiecampagne optuigt. Dat inzichtelijk wordt wie en wat onder het stelsel valt.”

En dan zijn er nog de groepen die niet instromen omdat wijzigingsvoorstellen van de Tweede Kamer hen hebben uitgezonderd. Het gaat om BBL-trajecten, sociale werkbedrijven en beveiligings- en recherchebedrijven. Onverstandig noemt Tom dat. “Je ondermijnt daarmee de wet. Bovendien onnodig, want de minister had in de wet zelf al een optie gecreëerd om uitzonderingen toe te staan. Door dat op voorhand te organiseren, zeg je feitelijk dat er bij deze bedrijven geen problemen kunnen optreden. Maar hoe weet je dat als deze bedrijven buiten je radar vallen? Neem de SW-bedrijven. Ik zie dat veel van deze bedrijven vaak meerdere takken van sport beoefenen. Creëer je daarmee niet een interessant verdienmodel om straks onder de Wtta uit te komen? Dat is een punt van zorg, zeker omdat het om  kwetsbare doelgroepen gaat.” 

De uitzondering voor de beveiligingsbranche kan Tom evenmin volgen. Die branche kent al een vergunningsplicht en een verplicht Verklaring omtrent het Gedrag (VOG). “Maar dat zegt iets over betrouwbaarheid, niks over het naleven van arbeidsvoorwaarden. Er  zijn flink wat beveiligingsbedrijven die zich laten certificeren, omdat ketenpartners dat wensen. Ook hier is de vraag waarom we dat helemaal los willen laten.”

Hoe toetsbaar is het normenkader?

En zo viel Tom bij de behandeling van de wet van de ene verbazing in de andere. Hij zag toe hoe de zorgplicht door uitzenders voor inschrijving in de gemeentelijke basisregistratie in het normenkader werd opgenomen. “Als inspectie-instellingen moeten wij toetsen op de bevorderingsplicht, vergewisplicht en een eventuele meldplicht. Niemand heeft de vraag gesteld: is dit te toetsen en is het zinnig om dit te toetsen? Als er grote wijzigingen in een keurmerk zijn, draaien we normaliter eerst proef. Hier wordt lukraak iets in een normenkader gestopt, dat grote gevolgen kan hebben voor onze tijdsbesteding en daarmee inspectiekosten.”

Moet elk detail straks langs het parlement?

Ook bijzonder noemt Tom het amendement dat elke wijziging op de set van eisen (het ‘normenkader’) eerst langs het parlement moet. “Het is niet te hopen dat straks elk detail dat wijzigt middels een voorhangprocedure moet worden getoetst? Als daar vervolgens vier, vijf maanden aan stemrondes en debatten overheen gaan, wordt het heel ingewikkeld om het normenkader actueel te houden.” 

En de eerste wijzigingen staan mogelijk nú al voor de deur, weet Tom. De NBBU en ABU hebben met vakbond LBV een nieuwe cao gesloten. Per 1 januari 2026 verdwijnt uit de cao voor uitzendkrachten de inlenersbeloning en de reserveringen voor verlof en vakantierechten. Daarvoor in de plaats komt een pakket aan gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden. De insteek is dat de totale waarde van het pakket van de uitzendkracht moet overeenkomen met dat van een werknemer bij de opdrachtgever in een vergelijkbare functie. Dat zou inhouden dat niet identiek elk element hetzelfde is, maar in totaal onderaan de streep een gelijkwaardig pakket overblijft. De cao-teksten moeten hierover nog worden opgesteld.

Welke impact heeft de nieuwe cao op de Wtta?

“Wat dat betekent in detail en in uitvoering is nog niet bekend,”, zegt Tom. “Maar het  zou zo maar gevolgen voor het normenkader kunnen hebben. Nu zijn in het normenkader bepaalde elementen uit de inlenersbeloning opgenomen. Bijvoorbeeld dat de functie-inschaling volgens de beloningsregeling van de inlener moet zijn. Als er straks een gelijkwaardige arbeidsvoorwaardenregeling komt waarbij emolumenten mogen worden uitgeruild, past het normenkader misschien niet meer op de nieuwe situatie. Je zou in theorie dan niet meer hoeven verlangen dat de functie-inschaling de beloningsregeling van de inlener moet volgen. Zeker als in de nieuwe cao straks wordt opgenomen dat dat ook op een andere manier kan worden geregeld. Je zou de situatie kunnen krijgen dat de norm dan strengere eisen stelt dan de cao en dat daarmee de norm niet meer aansluit op de werkelijkheid. Dan controleer je op iets wat misschien wel gewoon mag. Wat nog eens de gevaren onderstreept als het normenkader alleen kan worden geüpdatet met de goedkeuring van het parlement.” 

“Het is ingewikkeld,”  zegt Tom. “Gelijkwaardige beloning gaat verder dan wat er in de cao van de opdrachtgever staat. Het gaat over het totaalpakket aan arbeidsvoorwaarden binnen een bedrijf. En veel bedrijven, zeker de grotere, hebben hun eigen arbeidsvoorwaardenpakket boven op de cao. Je krijgt een hele hoop grijstinten en interpretatieverschillen. Ik begrijp heel goed dat de sector daarmee worstelt. Het is belangrijk dat de inlener een goede set van informatie-uitvragen ontvangt. Als sector moeten we de inleners goed informeren over wat er van hen verwacht wordt.”


Wat de Tweede Kamer wijzigde aan de Wtta

  • Uitzonderingen op de certificeringsplicht voor sociaal werkbedrijven, de beroepsbegeleidende leerweg en beveiligings- en recherchebedrijven.
  • De mogelijkheid van een uitzendverbod voor sectoren en segmenten als de situatie daartoe noopt.
  • Voorhangprocedures (wijzigingen moeten eerst langs de Tweede en Eerste Kamer) voor: meldplicht voor uitleners; de vergoeding voor de toelatingsprocedure; de vaststelling van het normenkader en sectorale uitzonderingen op de toelatingsplicht. 
  • Een maximumvergoeding van 4287 euro voor de toelatingsprocedure.
  • Het normenkader wordt uitgebreid. De zorgplicht die uitleners hebben voor registratie van migranten in de BRP wordt eraan gekoppeld. 
  • De wet krijgt een snellere evaluatie: na drie jaar en vervolgens iedere 5 jaar. 
  • Binnen 9 maanden rapporteren of en op welke wijze de g-rekening (zo veel mogelijk) verplicht kan worden in het normenkader. 
  • Toelating kan geweigerd, geschorst of ingetrokken wegens veroordeling voor arbeidsmarktdiscriminatie of verboden onderscheid. 

Wat is de Wtta?

Met de Wet “toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten” (Wtta ) omvat een toelatingsstelsel voor uitzendbureaus en andere bedrijven die arbeidskrachten ter beschikking stellen. In het nieuwe stelsel mogen uitleners alleen op de markt opereren als zij daartoe toegelaten zijn. Elke onderneming die arbeid ter beschikking stelt valt onder het stelsel. Is dat voor minder dan 10% van de loonsom, dan kan de onderneming ontheffing van de toelatingsplicht aanvragen. 

Een nieuwe speciale eenheid binnen het ministerie van SZW zal als toelatende instantie verantwoordelijk zijn voor de beoordeling van toelatingsaanvragen, schorsingen en intrekkingen van vergunningen voor uitleners. De eerste jaren zal een overgangsregeling gelden. 

Naast de beoordeling op de toelating komen er periodieke inspecties op het ‘verplichte normenkader’ door private instellingen, waarvan Bureau Cicero er een is. Het normenkader is een uitgebreide variant van het SNA-keurmerk waaraan uitzendbureaus zich nu nog vrijwillig onderwerpen. 

Meer informatie over de Wtta op de website van Bureau Cicero. Daar lees je alles over het normenkader, de overgangsregeling en hoe je je kunt voorbereiden met een vrijwillige pre-inspectie op de WTTA module van de SNA. 

Geplaatst in In de wet, Wetten & CAO’s | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor “De Wtta kent nog wel enkele losse eindjes”

AWVN: Loonafspraken in juni gedaald naar 3,9 procent

In juni bedroeg de gemiddelde loonafspraak in nieuwe cao’s 3,9 procent. Dat meldt AWVN als arbeidsvoorwaarden­adviseur van Nederlandse werkgevers in haar cao-maandbericht over juni. De juni-cao’s gelden voor 280.000 werknemers. Afgelopen maand werden 28 cao’s afgesloten.

Sinds het hoogste maandgemiddelde van 8 procent in juni 2023 daalden de loonafspraken in cao’s. De maandgemiddelden bleven sinds afgelopen najaar echter hangen op een niveau rond de 4 procent. De 3,7 procent van april was het eerste maandgemiddelde in ruim tweeënhalf jaar dat onder de 4 procent uitkwam, juni het tweede. Het gemiddelde over 2025 ligt na 6 maanden op 4 procent.

In haar duiding van het juni-cijfer herhaalt AWVN te verwachten dat de maandcijfers de komende tijd zullen dalen. Het CBS geeft aan dat eerder koopkrachtverlies voor alle werkenden is gecompenseerd via de loonsverhogingen en overheidsbeleid. De onlangs gepubliceerde Concept-Macro-Economische Verkenning van het Centraal Planbureau laat zien dat vrijwel iedere Nederlander er de komende tijd op vooruit gaat. Daarmee vervalt het argument van de vakbonden voor hoge loonafspraken, stelt AWVN.

Gevolgen voor concurrentiepositie Nederland

Vanwege geopolitieke en daarmee economische risico’s maken werkgevers zich bezorgd over het vestigingsklimaat van Nederland. Nederland verliest positie in ranglijsten van concurrentievermogen. Bedrijfssluitingen in de industrie tonen dat aan. Hogere loonkosten door hoge loonafspraken zullen op lange termijn het concurrentievermogen verder uithollen en investeringsbeslissingen in het nadeel van Nederland doen uitvallen, waarschuwt de werkgeversvereniging.

Om te helpen die ontwikkeling te keren, is het noodzakelijk dat de vakbonden in de cao-onderhandelingen de gezondheid en de marktpositie van bedrijven als uitgangspunt nemen, stelt AWVN. Dat de FNV standaard een loonwens van 7 procent tafel legt, ongeacht de toestand bij het betreffende bedrijf of bedrijfstak, is werkgevers een doorn in het oog.

Het AWVN-looncijfer geeft aan wat werknemers die onder de betreffende cao’s vallen in de komende 12 maanden aan loonsverhogingen kunnen verwachten. De periodieke cao-cijfers van het CBS kijken terug op de realisatie van de gemaakte cao-afspraken.

Kerncijfers

Loonafspraken juni, gemiddeld 3,9%
Loonafspraken kalenderjaar 2025, gemiddeld 4,0%
Loonafspraken kalenderjaar 2024, gemiddeld 4,9%
Hoogste maandgemiddelde afgelopen jaren 8,0% in juni 2023
Laagste maandgemiddelde afgelopen jaren 1,6% in oktober 2020
Aantal nieuwe cao-akkoorden in juni 2025 28 voor 280.000 werknemers
Gemiddeld aantal nieuwe cao-akkoorden in maand juni 42
Aantal aflopende cao’s in 2025 445 voor 2,9 mln. werknemers
Aantal vernieuwde cao’s die in 2025 ingaan 243 voor 2,3 mln. werknemers
Aantal openstaande cao’s op dit moment (expiratie in 2025) 202 voor 660.000 werknemers

 

Het cao-seizoen in één oogopslag

Aantal afgesloten akkoorden en gemiddelde afgesproken cao-loonstijging per afsluitmaand (exclusief incidentele loonsverhogingen).

Lees meer:
Geplaatst in Arbeidsmarktdata, In de wereld | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor AWVN: Loonafspraken in juni gedaald naar 3,9 procent

Twan Christiaens (Sun-Power): “Ik heb veel waardering voor arbeidsmigranten die hierheen komen om een beter bestaan op te bouwen.”

Sun-Power biedt jaarlijks werk aan circa 900 uitzendkrachten, waarvan bijna allemaal  arbeidsmigranten uit Oost-Europa. Zij verdienen een goede behandeling, inclusief huisvesting, stelt Twan Christiaens (CEO/eigenaar). “Die mensen komen hierheen om een beter bestaan op te bouwen in eigen land. Ik heb daar veel waardering voor.”

Lean and mean

DAF Trucks, Volvo Car, controller bij Frans Maas in Nederland, Spanje/Portugal en Italië, CFO van business units van Philips in Duitsland en Singapore. Gewoond en gewerkt in Portugal, Italië, Duitsland, Hongarije en Singapore om later als Controller HRM  bij Philips in Amsterdam aan de slag te gaan. En vervolgens voor zichzelf begonnen als interim manager. Zo kwam Twan Christiaens in 2010 bij Sun-Power in het Limburgse Grubbenvorst binnen. Een jaar later nam hij de aandelen over van de oud-eigenaren die met pensioen gingen. “Ik wist helemaal niks van de uitzendwereld, maar heb mij dat snel eigen gemaakt en de lean and mean-principes van Philips toegepast op het uitzendbedrijf.” En dat blijkt uit de cijfers. Sinds de overname is de omzet gegroeid van € 5 miljoen richting de € 25 miljoen (verwachting 2025). En dat met hetzelfde aantal kantoormedewerkers, 15 man kantoorpersoneel. Dat komt door de digitaliseringsslag die Sun-Power heeft gemaakt. “Eerst ging alles met de post, loonstrookjes, facturen – dat gaat nu met een druk op de knop.”

Ook de lessen uit de automotive heeft Christiaens meegenomen naar Sun-Power. “We hebben de processen zo ingeregeld dat iedereen precies weet wat hij moet doen. Dat herhaalt zich elk jaar, ook in de agro. We weten precies wanneer de komkommers aan de struiken hangen en de paprika’s of de aardbeien eraf moeten. Dat is heel voorspelbaar, dus dat kun je heel lean and mean organiseren.”

Daarbij zet Sun-Power vol in op digitalisering. We hebben geen kantoor in het buitenland en adverteren via Facebook, zijn bezig met AI-toepassingen in de front en back office (chatbot, gestandaardiseerde mails), gebruiken video’s voor uitleg over de huisvesting of e-bikes. Dat standaardiseren we allemaal, zodat we niet 900 keer hetzelfde hoeven te doen.”

In de coronatijd zijn veel van onze concurrenten van de agro overgestapt naar de logistiek. Nu willen ze weer terugkeren. Maar bij een tuinder hoef je niet meer aan te komen als je hem eerst hebt laten vallen.

Trouw aan core business

Sun-Power bedient grote klanten in de glastuinbouw en boomteelt in Noord-Limburg en Zuidoost Brabant. Daarnaast levert de uitzender productiepersoneel aan MKB-bedrijven in de regio en uitzendkrachten aan bijvoorbeeld tankstations in Zuid-Nederland. De snelle omzetgroei (+34%) komt volgens Christiaens doordat Sun-Power trouw is gebleven aan de eigen core business. “In de coronatijd zijn veel van onze concurrenten van de agro overgestapt naar de logistiek. Dat was toen booming business. Nu willen uitzendbureaus weer terugkeren naar de agro. Maar bij een tuinder hoef je niet meer aan te komen als je hem eerst hebt laten vallen. Daardoor is ons marktaandeel bij bestaande klanten gegroeid.”

Op termijn zal de glastuinbouw niet groeien, weet Christiaens. Daarom richt Sun-Power zich naast de agro ook op nieuwe sectoren, zoals de techniek en misschien wel de zorg. “In die sectoren wordt de arbeidskrapte een drama. Zeker in Limburg gaan heel veel mensen met pensioen en er komen geen nieuwe mensen bij. Daar willen wij in voorzien.”  Voor bijvoorbeeld technische functies (mechanical en electrical engineers) focust Sun-Power daarom bijvoorbeeld op de Fillipijnen.

Meer anti-cyclische klanten

Bij het zoeken van arbeidskrachten kijkt Sun-Power zeker ook over de grens. De arbeidsmigranten komen voornamelijk uit Oost-Europa. Voorheen kwamen veel van hen uit Polen, nu steeds minder. “Het aantal Polen neemt drastisch af doordat de economie daar heel goed draait.” Daar staat tegenover dat het aantal Roemenen en Oekraïners toeneemt.

Sun-Power heeft al jaren circa 900 (buitenlandse) medewerkers aan de slag, maar realiseert wel jaarlijks een stijging in uitzenduren van 20%. Dat komt doordat er steeds meer anticyclische klanten bij komen, naast de opdrachtgevers met seizoensgebonden werk. Daardoor blijven de arbeidsmigranten langer, legt Christiaens uit. “In het verleden hadden we vooral mensen in de agro nodig voor de periode van maart tot en met oktober, nu blijven meer mensen van januari tot november. De piek blijft, maar het dal wordt steeds meer gevuld met werk voor anti-cyclische klanten.”

Binden en boeien

Christiaens verwacht dat robotisering, die ook in de agro opkomt, zeker een rol gaat spelen bij het werk dat de arbeidsmigranten doen. “Ik denk niet dat het aantal mensen minder wordt, maar wel dat er een verschuiving komt. Er komen misschien robots die paprika’s kunnen snijden of aardbeien plukken. Maar er zijn ook mensen nodig om die robots aan te sturen.”

Dus arbeidsmigranten blijven nodig. En de kunst is om die te blijven binden en boeien. “Elke maandag en donderdagavond hebben we spreekuur, waar onze intercedenten fysiek aanwezig zijn.

Uitzendkrachten kunnen daar terecht met vragen of hun problemen voorleggen. Dat kan van alles zijn: willen ze een andere job, hoe gelukkig zijn ze met hun werk? Maar ook met vragen over het loonstrookje, klachten over de douche – die moeten binnen 24 uur opgelost zijn. Dat lijkt normaal, maar je moet het wel regelen. En daar onderscheiden we ons in. En daardoor is er zo weinig verloop.”

Dat de Wtta er komt is positief. Maar ik ben bang dat de cowboys op de markt zullen blijven. En zolang je niet ook inleners gaat controleren, gaat er niets veranderen.

Wtta is ‘goed, maar verandert niets’

Christiaens betreurt het dat er zoveel negativiteit rondom arbeidsmigratie is, in de maatschappij en politiek. “Er wordt veel gesproken vanuit het buikgevoel, vanuit emotie, zonder dat mensen ooit een arbeidsmigrant hebben gesproken. Dat is jammer. Bij ons is iedereen welkom. Kom maar kijken hoe onze mensen gehuisvest zijn.”

Volgens Christiaens verdienen arbeidsmigranten meer respect. “Dat zijn mensen zoals jij en ik, die komen hiernaartoe om geld te verdienen om een beter bestaan in hun eigen land op te bouwen. Wat is daar mis mee? Ik heb daar veel waardering voor.” Bovendien kan ons land volgens hem helemaal niet zonder hen. “Van de tien miljoen werkenden is een miljoen arbeidsmigrant. Als we met arbeidsmigratie stoppen, hebben we binnen een week niets meer te eten.”

Dat arbeidsmigranten fatsoenlijke beloning en huisvesting moeten krijgen, spreekt voor zich. Christiaens is dan ook positief over de komst van de Wtta, maar ook kritisch. ”Ik twijfel of het iets gaat veranderen. Ik ben bang dat dezelfde uitzendbureaus worden gecontroleerd. Van de 20.000 uitzendbureaus worden waarschijnlijk 4.000 gecontroleerd. De rest blijft onder de radar. Er zijn heel veel cowboys op de markt en ik ben bang dat die er ook na de komst van de Wtta nog zullen zijn zolang de Arbeidsinspectie niet de mankracht heeft om hen te controleren.”

Toch is Christiaens voorstander van het toelatingsstelsel. “Dan mag de inlener alleen nog maar werken met uitzendbureaus die zo’n certificaat hebben en komt er ook verantwoordelijkheid te liggen bij de inlener.” Maar of dit gaat werken is nog maar de vraag, stelt hij. “Er zijn inleners die op zoek zijn naar goedkope arbeid. Zolang je niet ook die inleners gaat controleren, gaat er niets veranderen.”


Sun-Power boekte in 2024 een omzet van € 20,4 miljoen, een omzetgroei van 34% ten opzichte van het jaar daarvoor (FlexNieuws Top 100). En die groei zet door. Sun-Power verwacht in 2025 een omzet van € 25 miljoen te realiseren.
Sun-Power is een specialistisch uitzendbureau, gevestigd in Tienray, dat zich met name richt op de sectoren agro, groen en food in de regio Limburg. De uitzendorganisatie bedient naast glastuinbouw en boomteelt in Noord-Limburg en Zuidoost-Brabant ook regionale MKB-bedrijven. Sun-Power biedt jaarlijks werk aan circa 900 uitzendkrachten, onder wie veel arbeidsmigranten uit Oost-Europa.
Sun-Power beidt al die arbeidsmigranten ook huisvesting. Naast de grote bestaande Campus in Tienray, een woonlocatie in Maasbree en meerdere gehuurde kleinere locaties in de regio, heeft Sun-Power momenteel een totale capaciteit van 450 bedden.

Geplaatst in Bedrijfsnieuws, In de branche | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor Twan Christiaens (Sun-Power): “Ik heb veel waardering voor arbeidsmigranten die hierheen komen om een beter bestaan op te bouwen.”