Maandelijkse archieven: december 2020

PIXID Group neemt Connecting-Expertise over van USG People

PIXID Group, de leverancier van onder meer Carerix en Amris, zet zijn Europese expansie voort met de overname van toonaangevende Belgische VMS-leverancier Connecting-Expertise.

Connecting-Expertise was eigendom van USG People Belgium. Als onderdeel van PIXID Group zal Connecting-Expertise onder de eigen merknaam blijven opereren en de samenwerking met USG People behouden door producten en diensten aan de huidige USG-klanten te leveren.

Keensight heeft als investeerder sinds 2015 de groei van PIXID Group versneld. In 2018 nam PIXID Group al de Nederlandse CRM- en ATS-leverancier Carerix over. Met de nieuwe overname heeft PIXID, ook leverancier van Saas HCM4-oplossingen, de geografische dekking uitgebreid met activiteiten in 20 landen in Europa en Noord-Amerika. Het klantenbestand is gegroeid van 1.500 Franse firma’s naar 18.000 uitzendbureaus en -bedrijven wereldwijd. In 2019 telde PIXID Group meer dan drie miljoen geregistreerde werknemers in haar database, volgens het persbericht bij de overname.

Bron: PIXID Group, 10 december 2020

Lees ook
Franse VMS PIXID neemt Carrerix over

Geplaatst in Bedrijfsnieuws | Tags , , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor PIXID Group neemt Connecting-Expertise over van USG People

Kabinet versterkt vangnet voor bedrijven en banen

Het kabinet breidt het steun- en herstelpakket voor banen en economie op delen verder uit. Ook ziet het af van de geplande versoberingen van de steunmaatregelen.

Er komt extra tegemoetkoming voor bedrijven met hoge omzetverliezen, bijvoorbeeld omdat zij door de corona-maatregelen gesloten zijn. Met deze uitbreiding en versterking van het vangnet wil het kabinet zoveel mogelijk voorkomen dat Nederlanders hun baan of bedrijf verliezen, nu het virus langdurig impact heeft op delen van de economie.

Met deze versterking is een bedrag van 3,7 miljard euro gemoeid. Dat komt bovenop de 33,7 miljard euro die de steun- en herstelpakketten tot nu toe hebben gekost. Hoewel de verwachting is dat volgend jaar verder herstel plaatsvindt, zal de werkloosheid in eerste instantie verder oplopen. Faillissementen en ontslagen nemen onvermijdelijk toe. Daarom zet het kabinet de steun voort.

De Nederlandse economie blijkt veerkrachtig, en dat geeft hoop voor de toekomst. Tegelijkertijd is het belangrijker dan ooit dat iedereen zich aan de maatregelen houdt. In combinatie met de mogelijkheden van een vaccin, biedt dat de beste kansen voor het échte herstel van de economie.

NOW en TVL
De NOW blijft in het eerste kwartaal van 2021 gelijk aan het vierde kwartaal van 2020. De TVL krijgt een nieuw subsidiepercentage: afhankelijk van het omzetdervingspercentage bedraagt deze tussen de 50 en 70%. Hierdoor krijgen ondernemingen met de grootste omzetverliezen meer subsidie. Denk bijvoorbeeld aan cafés, die zijn gesloten op last van de overheid. Het kabinet voert deze verruiming in voor het vierde kwartaal van 2020 en het eerste kwartaal van 2021. De verbreding van de SBI-codes voor de TVL blijft ook in het eerste kwartaal van 2021. Dat betekent dat ook bijvoorbeeld toeleveranciers van restaurants in aanmerking komen voor de TVL.

Evenementensector
De zogenaamde seizoensmodule voor de evenementenbranche blijft ook in het eerste kwartaal van 2021 bestaan. Met deze module kunnen evenementenbedrijven waarvan de omzet sterk afhankelijk is van het seizoen, toch aanspraak maken op de TVL. Ook kan de sector in field labs gaan experimenteren met het veilig en verantwoord organiseren van een evenement. De evenementenbranche heeft hiertoe een plan ingediend en vanaf half januari kunnen zij aan de slag. Het kabinet overweegt om in het nieuwe jaar een field lab te starten voor cafés.

Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK)
Het kabinet beseft ook dat niet iedereen geholpen is door deze maatregelen en dat er mensen tussen wal en schip kunnen belanden. Via de gemeenten wordt extra hulp geboden door tijdelijke ondersteuning van noodzakelijke kosten als deze door inkomensterugval niet meer betaald kunnen worden. Het kan gaan om zelfstandigen die veel van hun opdrachten zien verdwijnen, of werknemers die vanwege quarantaine inkomsten mislopen. Het kabinet reserveert hiervoor 130 miljoen euro in het eerste half jaar van 2021 en verwacht 1 februari 2021 klaar te zijn met de uitwerking met gemeenten.

Vouchers reisbranche
Veel geboekte vakanties en pakketreizen konden in 2020 niet doorgaan. Reisorganisaties hebben vaak ter compensatie vouchers uitgegeven. De regering werkt samen met reisgarantiefondsen aan een zogenaamde ‘voucherkredietfaciliteit’. Die zou ervoor zorgen dat mensen de ontvangen vouchers kunnen verzilveren, ook als de reisorganisatie tijdelijk niet genoeg geld heeft. De contouren van dit plan zijn inmiddels verder uitgewerkt en het kabinet is in gesprek met brancheorganisaties en het garantiefonds SGR. De Europese Commissie zal zich ook nog over de uiteindelijke regeling buigen.

TOZO
Al eerder is aangekondigd dat de TOZO in de huidige vorm tot 1 april 2021 loopt. Bovendien gaat het kabinet per 1 januari zelfstandig ondernemers helpen om zich voor te bereiden op een nieuwe toekomst, bijvoorbeeld via coaching of bijscholing.

Belastingmaatregelen
Het kabinet verlengt de periode dat ondernemers uitstel van belasting of een verlenging van het uitstel kunnen aanvragen tot 1 april 2021. Ondernemers die nog niet eerder uitstel of verlenging hebben aangevraagd, kunnen dit nu alsnog doen. Voor ondernemers die eerder dit jaar al verlenging hadden gekregen, geldt het uitstel nu automatisch tot 1 april 2021. Ook vijf andere belastingmaatregelen worden verlengd tot die datum, zoals het btw-nultarief op mondkapjes en het fiscaal mogelijk maken van de betaalpauze voor hypotheekverplichtingen. Daarnaast treft het kabinet twee nieuwe maatregelen. Allereerst geldt tot 1 april 2021 een btw-tarief van 0% op COVID-19-vaccins en – testkits. Ten tweede stelt het kabinet de opslag voor voorraad- en aanpassingskosten horeca vrij van inkomsten- en vennootschapsbelasting.

Coronabanen
Het kabinet ondersteunt cruciale sectoren, zoals de zorg en het onderwijs, met tijdelijke coronabanen. Dat gebeurt door bestaande matching-initiatieven te steunen, en door mogelijk tijdelijk extra budget te geven aan deze sectoren. Het kabinet komt op zeer korte termijn met meer informatie.

Bron: Rijksoverheid, 9 december 2020

Geplaatst in Nieuws | Tags , , , , , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Kabinet versterkt vangnet voor bedrijven en banen

Algemene Rekenkamer onderzoek Sociale zekerheid en flexibele arbeidsmarkt

Rapport Algemene Rekenkamer, 2020
Download het rapport

Een vijfde van de 1,9 miljoen werknemers met flexibele arbeidscontracten heeft geen vermogen of werkende partner om op te kunnen terugvallen bij inkomensverlies.

Juist deze werknemers, die op tijdelijke contracten werken of hun geld verdienen als uitzend- of oproepkracht, hebben zo’n buffer het hardst nodig. Zij krijgen veel vaker dan de 4,8 miljoen werknemers met een vaste baan te maken met perioden van werkloosheid.

De Algemene Rekenkamer trekt deze conclusie na vergelijkend onderzoek naar de eigen vangnetten van zelfstandigen en werknemers met flexibele of vaste contracten. Hiervoor zijn de data van alle bijna 8 miljoen werkenden gedurende 8 jaar (2010 tot en met 2017) geanalyseerd. Zo is een groep in beeld gebracht van 1,9 miljoen mensen die de meeste van deze jaren een hoofdinkomen hadden uit tijdelijke arbeidscontracten. 1,2 miljoen mensen hadden de meeste van deze jaren een hoofdinkomen uit zelfstandig ondernemerschap.

Download het rapport

Uit analyse van de data blijkt dat de meeste werkenden, namelijk bijna 90%, tijdelijk verlies van inkomen uit eigen middelen kunnen opvangen. Maar 1 miljoen werkenden kunnen dat niet. Dit komt doordat zij geen eigen vermogen hebben (minder dan € 1.000) en evenmin kunnen steunen op het inkomen van een partner als hun werk wegvalt. Het gaat om 9% van de zelfstandigen (100.000 mensen), 10% van de werknemers in vaste dienst (469.000 mensen) en 20% van de flexwerkers (379.000 mensen).

Bepaalde groepen werknemers met tijdelijke contracten hebben nog minder vaak middelen om verlies van inkomen op te vangen. Dat geldt voor 33% van de laagopgeleiden, 32% van de werknemers met een niet-westerse migratieachtergrond en 30% van de uitzendkrachten.

20% mensen met flexibel contract heeft geen eigen buffer voor inkomensverlies

Bijdrage aan debat over flexwerk en sociale zekerheid
Met dit onderzoek wil de Algemene Rekenkamer een bijdrage leveren aan het debat over flexibilisering van de arbeidsmarkt en sociale zekerheid voor werkenden. Dit debat heeft begin dit jaar een nieuwe impuls gekregen door adviezen van de commissie-Borstlap en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. In zijn reactie hierop (11 november 2020) zegt het kabinet voorbereidingen te treffen waardoor het volgende kabinet deze adviezen verder kan oppakken.

Jongeren
Het onderzoek geeft meer inzicht in de samenstelling van de groep van 1,9 miljoen werknemers met flexibele contracten. Vergeleken met zelfstandigen en vaste werknemers zijn zij vaak zeer jong. Het merendeel van de werknemers met een flexibel contract is jonger dan 35 jaar. Toch is het niet zo dat jongeren hun carrière nu eenmaal vaak beginnen met een flexibel contract en zonder buffers en vanzelf het verschil met vaste werknemers en zelfstandigen inhalen.

De Algemene Rekenkamer wijst erop dat 2 van de 5 werknemers met flexibele contracten tussen de 35 en 65 jaar oud zijn. Deze 800.000 werknemers verdienen structureel hun inkomen met tijdelijke contracten. Zij bouwen ook consequent minder buffers op dan hun leeftijdsgenoten met een vast contract of een eigen onderneming. Van hen hebben er 135.000 geen eigen middelen om inkomensverlies op te vangen en ook geen werkende partner.

Bron: Algemene Rekenkamer, 9 december 2020

Lees ook
Platform Toekomst van Arbeid: Financiële reserve zelfstandigen en kortere WW maken arbeidsmarkt crisisbestendiger
NBBU: creëer inkomenszekerheid voor alle werkenden met een basisregeling
Tweede Kamer bespreekt uitkomsten uitzendonderzoeken
Aanbevelingen Commissie Borstlap voor regulering van flexibele arbeid

Geplaatst in Nieuws | Tags , , , , , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Algemene Rekenkamer onderzoek Sociale zekerheid en flexibele arbeidsmarkt

Wijziging regels verplichte aanbod bij oproepovereenkomst per 1 juli 2021

Op 1 januari 2021 treedt de Verzamelwet SZW in werking. De wet wijzigt onder andere de regels die gelden voor het verplichte aanbod dat na twaalf maanden aan een werknemer met een oproepovereenkomst moet worden gedaan.

Het gaat om twee wijzigingen. Als de werknemer het aanbod heeft geaccepteerd, moet de vaste arbeidsomvang uiterlijk ingaan op de eerste dag van de vijftiende maand van de arbeidsovereenkomst. Eerder mag wel, maar later niet meer.

Ten tweede moet een werknemer niet ten minste een maand de tijd krijgen om het aanbod te accepteren maar een maand. Let op: deze nieuwe regels zullen – in tegenstelling tot de rest van de wet – pas op 1 juli 2021 in werking treden.

Bron: Rijksoverheid, bovenstaande samenvatting is afkomstig van de ABU, december 2020

Lees ook
Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) – checklist (met o.m. regelgeving voor oproepkrachten per 1 januari 2020)
Steeds meer mensen werken als oproepkracht

Geplaatst in Rechtspraak | Tags , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Wijziging regels verplichte aanbod bij oproepovereenkomst per 1 juli 2021

30% van de Nederlandse organisaties heeft geen leerbeleid

Bij bijna een derde (30%) van de Nederlandse bedrijven met meer dan 200 werknemers geven HR-verantwoordelijken aan dat er geen duidelijke strategie is voor de ontwikkeling van hun personeel.
Infographic Learning & Development Monitor 2021, Studytube
Wie wél een L&D-beleid voert, laat belangrijke kansen liggen op het gebied van employer branding en werving & selectie van met name jongere werknemers.

Dat blijkt uit de Studytube Learning & Development Monitor 2021, een jaarlijks onderzoek van Motivaction/Sparkey in opdracht van Studytube.

De resultaten suggereren verder dat de HR-prioriteiten niet in de pas lopen met de wensen van huidige én toekomstige medewerkers.

De Learning & Development Monitor 2021 vroeg bij meer dan 1.000 professionals naar de leer- en ontwikkelcultuur van hun werkgever. Maar liefst 30% van de betrokken HR-verantwoordelijken gaf daarbij aan dat een concrete leerstrategie ontbreekt, terwijl vrijwel alle HR-pro’s die dit aangeven zo’n ontwikkelplan écht noodzakelijk achten.

Grote verschillen
Die bezorgdheid is terecht: op diverse punten behalen bedrijven mét een leerstrategie een betere score dan bedrijven zonder leerstrategie. Zo beschikken ze vaker over een ruim leeraanbod (69% versus 48% bij organisaties zonder leerstrategie), dat gemakkelijk toegankelijk is voor medewerkers (75% vs. 50%), zodat die eenvoudig zelf opleidingen kunnen boeken (60% vs. 38%) met hun persoonlijke leerbudget (51% vs. 23%).

Ondernemingen zonder leerstrategie schatten hun toekomst dan ook vrij somber in. Bijna de helft van de HR-verantwoordelijken (47%) zegt dat de organisatie niet zal kunnen inspelen op veranderingen in de markt, tenzij ze “serieuze stappen” zet om tot een operationeel leerbeleid te komen.

Een meerderheid (62%) vreest dat het – zonder investeringen in Learning & Development – moeilijk zal zijn om talentvolle werkkrachten aan te trekken of te behouden.

Contrast tussen HR en medewerkers
De HR-afdelingen van organisaties met een leerstrategie focussen hun beleid voornamelijk op het behoud van hun medewerkers; 53% noemt die factor als één van de drie belangrijkste speerpunten. Op de tweede en derde plaats volgen respectievelijk “talentontwikkeling” (51%) en “goed werkgeverschap” (49%).

Het valt op dat “nieuwe medewerkers aantrekken” bij bijna twee derde geen top 3-prioriteit is (64%), terwijl vooral jonge werknemers leermogelijkheden ten zeerste waarderen in een (potentiële) werkgever. In de leeftijdscategorie tussen 18 en 34 jaar vindt het overgrote deel (84%) van de respondenten het belangrijk dat een bedrijf hen stimuleert in hun persoonlijke ontwikkeling. Niet minder dan 68% zegt dat leren en ontwikkelen een belangrijke motivatie is op de werkvloer, en wederom 68% vindt een werkgever aantrekkelijk als die een groot leeraanbod in huis heeft.

Alarmbel
“Ik denk dat bij veel leidinggevenden nu de alarmbel afgaat,” aldus Homam Karimi, CEO van Studytube. “Al deze resultaten bevestigen nog maar eens dat een leerstrategie cruciaal is voor een gezonde organisatie. Die investering verdien je op zoveel manieren terug: je blijft bij met ontwikkelingen in de markt, je behoudt je werknemers en maakt hen tegelijkertijd duurzaam inzetbaar, én je trekt gemakkelijker nieuw personeel aan. Elke organisatie zou L&D moeten opnemen in de strategische agenda voor 2021.”

Bron: Studytube, 8 december 2020

Lees ook
Arbeidsmarktscan van MatchQ goedgekeurd door ministerie SZW
Sterke toename in gevolgde online trainingen bij Studytube
YoungCapital NEXT – Het opleiden en ontwikkelen van jong talent
O&O conferentie: ‘Leren & werken net zo normaal als eten & drinken’
Manpower lanceert Talent Academy voor flexwerkers

Geplaatst in Nieuws | Tags , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor 30% van de Nederlandse organisaties heeft geen leerbeleid