Brainnet lanceert denktank EerlijkeFlex Geplaatst 2 september 2015 door Redactie FlexNieuws Brainnet, Managed Service Provider voor flexibele arbeid, heeft onlangs de denktank ‘EerlijkeFlex’ gelanceerd, die zich bezighoudt met vragen rondom de toenemende flexibilisering van de arbeidsmarkt. Interview met Christoph van der Stelt, Adjunct-Directeur van Brainnet (foto: rechts), en Frank Goedhart, Business Change Manager (foto: links). Christoph van der Stelt: “De behoefte aan flexibel personeel groeit, terwijl visies op wetgeving, economische- en sociale aspecten achterblijven. Wij vinden dat het anders kan en willen bijdragen aan het creëren van een duurzame arbeidsmarkt.” Brainnet is opgericht in 1996 en voert voor haar klanten het gehele inhuurproces uit in de rol van Managed Service Provider. In januari 2015 nam Brainnet Myflex/Infraflex over van eigenaars/aandeelhouders Grontmij Nederland B.V., HaskoningDHV Nederland B.V. en Movares Nederland B.V. Myflex/Infraflex is als Managed Service Provider sterk gespecialiseerd in werving en selectie van interimmers, zzp’ers, contractors en freelancers en bedient andere sectoren dan Brainnet. Door specialismen in elkaar te schuiven, kunnen de organisaties hun dienstverlening verbreden en professionaliseren en in meer branches actief zijn. Brainnet is tweevoudig winnaar van de FD Gouden Gazellen Award (2012-2013) en winnaar van de High Growth Award Midden Nederland (2013). Het initiatief ‘EerlijkeFlex’ past in de filosofie van Brainnet. De organisatie pleit voor eerlijke kansen voor iedereen op de arbeidsmarkt, of iemand nu kiest voor een vaste, flexibele of hybride arbeidsvorm. “Gelijkwaardigheid en transparantie zijn voor ons kernbegrippen”, aldus Van der Stelt. “Wij worden door opdrachtgevers ingeschakeld om inhuurprocessen in te regelen en de flexibele schil efficiënt te beheren. Voor vele opdrachtgevers zijn wij de regievoerder richting alle (preferred) leveranciers en zzp’ers. Wij zoeken kandidaten, stellen overeenkomsten op, verzorgen betalingen, nemen fiscale risico’s over en realiseren grip en inzicht op de totale flexibele schil. Wij opereren 100% neutraal, we hebben geen medewerkers die we inzetten bij opdrachtgevers, we hebben geen belang bij wie de opdracht doet. Het gaat ons om de juiste persoon op de juiste plek tegen het juiste tarief. We hebben zowel contact met onze opdrachtgevers als met de flexibele medewerker(s). Beide partijen willen graag duidelijkheid over zaken als voorwaarden, tarieven, screening et cetera. Wij proberen dat hele proces goed vorm te geven en bieden transparantie richting opdrachtgever en flexibele medewerker. Medewerkers hebben veel behoefte aan duidelijkheid over de opdracht, de termijn en de betaling, zo merken wij. Daarom zetten wij dit structureel op de agenda van opdrachtgevers. Opdrachtgevers die investeren in goed opdrachtgeverschap, die heldere afspraken maken en zich daaraan houden, krijgen daar veel voor terug. Hun (flexibele) medewerkers voelen zich daardoor betrokken, zetten zich optimaal in en worden merkambassadeur.” 24/7 inzicht voor opdrachtgever en opdrachtnemer “Wie vraag en aanbod bij elkaar brengt, hoort het proces goed te regelen en digitaal inzichtelijk te maken,” vindt Van der Stelt. “Daarvoor moet je op voorhand vaststellen hoe je samenwerkt en wat de doelstellingen zijn. Hoe ziet het inhuurproces eruit? Als wij daar samen met de opdrachtgever een goed beeld van hebben, kunnen we de praktische vertaalslag maken. Wij geven 24/7 online inzicht aan de opdrachtgever en de opdrachtnemer in het proces. Iedere stakeholder heeft daardoor grip op zijn of haar aandeel in het inhuurproces. We zorgen ook dat de opdrachtgever en de deskundigen – de flexibele medewerkers – bij elkaar komen om samen thema’s te bespreken. De visie van een corporate organisatie op goed opdrachtgeverschap kan heel anders zijn dan het beeld dat een aantal zzp’ers tezamen daarvan hebben. De beleving van het opdrachtgeverschap hangt natuurlijk ook samen met de bedrijfscultuur. Steeds meer opdrachtgevers houden zich bezig met ‘de vraag van morgen’. Ze spreken bijvoorbeeld met hun vaste en hun flexibele medewerkers over de projectenkalender en wat dat betekent voor de verhouding vast en flexibel personeel. Door te anticiperen op de toekomst, zijn zij beter in staat goed en marktconform personeel en expertise in te kopen. Die trend juichen wij toe.” Helderheid over tarieven Naast de vraag van morgen, vormt de transparantie van tarieven een punt van aandacht. Frank Goedhart, Business Change Manager, stelt dat de tarieven van bemiddelaars niet altijd doorzichtig zijn. “De waarde van de vergoeding moet een dienst vertegenwoordigen die in evenwicht is met het tarief,” zegt hij. “Bureaus worden bijvoorbeeld door de Wet werk en zekerheid geconfronteerd met de transitievergoeding. We zien dat ze dat nu vaker aangrijpen om een hoger tarief te vragen bij de opdrachtgever, terwijl ze al ruim van tevoren wisten van deze nieuwe regelgeving. Bureaus die mensen op basis van tijdelijke contracten aannemen, vragen nu vaak een extra vergoeding voor de wettelijke transitievergoeding. In hoeverre is dat nodig en terecht? Wij vinden dat elke extra opslag moet kunnen worden uitgelegd aan de opdrachtgever. Over deze en andere onderwerpen zijn wij met onze opdrachtgevers in gesprek. Wat betekent de nieuwe wet- en regelgeving en hoe ga je daar mee om, zodat je met elkaar een antwoord hebt op de wijzigingen? Welke consequenties heeft dat voor de processen rond de inhuur?” Duurzame ontwikkeling “De denktank EerlijkeFlex probeert antwoorden te vinden op de vragen van morgen. Een van de onderdelen van de denktank is het online platform www.eerlijkeflex.nl. Experts uit verschillende branches geven hier hun visie op de uitdagingen, ontwikkelingen en vereisten van een steeds flexibeler wordende arbeidsmarkt. Met het initiatief ondersteunt Brainnet overheden, wet- en regelgevers, HR-managers, directies en zelfstandigen in hun zoektocht naar nieuwe, vruchtbare en flexibele arbeidsrelaties.” Aan de denktank EerlijkeFlex werken experts als Aukje Nauta (bijzonder hoogleraar en SER-kroonlid), Adjiedj Bakas (trendwatcher), Prof. dr. mr. Leo Witvliet (hoogleraar interim management), mr. Jan Henk van der Velden (Wijn & Stael advocaten), Farid Tabarki (oprichter Studio Zeitgeist), Hans Biesheuvel (voorzitter stichting ONL) en vele anderen mee. Regelmatig worden nieuwe visies van experts toegevoegd. De denktank zal ook meningen en verwachtingen verzamelen uit de markt van zzp’ers, uitzenders, detacheerders en payrollbedrijven. Tevens organiseert de denktank rondetafel discussies met HR-managers, aangesloten experts, overheidsvertegenwoordigers en zzp’ers. Van der Stelt besluit: “Opdrachtgevers en zelfstandigen worstelen met vragen. Opdrachtgevers moeten flexibel schakelen, willen zij kunnen voldoen aan de vraag van morgen. De behoefte van werkenden verandert. Flex is een feit. Nu is het de vraag hoe we samen gaan zorgen voor een duurzame doorontwikkeling.” Interview: Hinke Wever, FlexNieuws Geplaatst in Bedrijfsnieuws | Tags Brainnet, broker, Christoph van der Stelt, flexibele arbeid, goed opdrachtgeverschap, Infraflex, managed service provider, MSP, MyFlex | Reacties uitgeschakeld voor Brainnet lanceert denktank EerlijkeFlex
AVV CAO Huis-aan-Huisbladjournalisten 2015 Geplaatst 2 september 2015 door Redactie FlexNieuws | Download CAO Huis-aan-Huisbladjournalisten » | 2 september 2015 AVV CAO Huis-aan-Huisbladjournalisten 2015 Download: AVV CAO Huis-aan-Huisbladjournalisten 2015 Besluit: wijziging van de algemeen verbindendverklaring van bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst voor Huis-aan-Huisbladjournalisten. Bron: Het besluit is gepubliceerd in de Staatscourant d.d. 2 september 2015, nr. 23275, onder UAWnr. nr. 11680. Geplaatst in Wetten & CAO’s | Tags cao, CAOWijzer, Huis-aan-huisbladjournalisten, Wet AVV | Reacties uitgeschakeld voor AVV CAO Huis-aan-Huisbladjournalisten 2015
46 procent MKB gegroeid in 2014, verwachtingen 2015 positief Geplaatst 2 september 2015 door Redactie FlexNieuws Terugkijkend op 2014, heeft 46 procent van de MKB-bedrijven groei gerealiseerd. Dit blijkt uit de MKB Marktmonitor die Unique vandaag publiceert. Daaruit valt af te leiden dat de omzet in het MKB positief ontwikkelt, in 2013 zag slechts 39 procent de omzet stijgen. Vooruitkijkend verwacht meer dan de helft (54 procent) van de MKB’ers een omzetstijging in 2015. Voor de zevende editie zijn 2.142 MKB’ers ondervraagd over duurzame inzetbaarheid en de bedrijfseconomische en personele ontwikkelingen van hun bedrijf. Maatregelen om te groeien Om een omzetgroei te realiseren, focussen de meeste ondernemers zich op het ontwikkelen van nieuwe producten of diensten (44 procent) en het aanboren van nieuwe markten (40 procent). Er wordt dit jaar weer iets vaker terug gegrepen op kostenbesparingen om het bedrijfsresultaat goed uit te laten pakken. Personele ontwikkelingen De omzetgroei gaat in 2015 grotendeels met hetzelfde personeelsbestand gerealiseerd worden. Ruim de helft (57 procent) van de MKB’ers verwacht dat het aantal medewerkers (vast en flexibel) gelijk zal blijven. 34 procent verwacht een groei en slechts 9 procent een afname. Het ontwikkelen van medewerkers is het belangrijkste speerpunt in het personeelsbeleid in 2015, 53 procent noemt dit thema. Daarnaast geldt dat de match met de bedrijfscultuur het zwaarst weegt bij het aannemen van nieuw personeel, gevolgd door vakkennis en werkervaring. “De MKB’ers van Nederland geloven er in”, concludeert Raymond Puts, algemeen directeur van Unique. “Positiviteit blijft het kernwoord van de MKB Marktmonitor. Wat we wel zien, is dat het optimisme iets terughoudender is dan in 2014. We beseffen allemaal dat de tijden zijn veranderd. Hoe zet ik mijn personeelsbestand zo effectief mogelijk in? Oftewel, minimaal personeelsrisico, maximaal resultaat.” De MKB Marktmonitor 2015 is gratis aan te vragen via de volgende link. Bron: Unique, 2 september 2015 Geplaatst in Bedrijfsnieuws | Tags duurzame inzetbaarheid, MKB, MKB Marktmonitor, personeelsbestand, Unique | Reacties uitgeschakeld voor 46 procent MKB gegroeid in 2014, verwachtingen 2015 positief
Ontslag en toewijzing billijke vergoeding Geplaatst 2 september 2015 door Hinke Wever Overeengekomen billijke vergoeding toegewezen In het artikel ‘Vergoedingen bij (pro forma) ontbinding’ van 12 augustus 2015 is uiteengezet dat de kantonrechter onder de Wet werk en zekerheid een transitievergoeding of een billijke vergoeding kan toekennen. De billijke vergoeding wordt slechts toegekend bij ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. De kantonrechter te Den Haag heeft in zijn beschikking van 24 augustus 2015 (ECLI:NL:RBDHA:2015:9849) een billijke vergoeding toegewezen, hoewel (uit de beschikking) niet duidelijk wordt waaruit de ernstige verwijtbaarheid van de werkgever bestaat. Het gezamenlijk verzoek van partijen tot toekennen vergoeding Uit recente rechtspraak blijkt, dat de kantonrechter meermaals is verzocht de werknemer een billijke vergoeding toe te wijzen. In de zaken bij de kantonrechter te Rotterdam (ECLI:NL:RBROT:2015:5563 en ECLI:NL:RBROT:2015:5903) en de kantonrechter te Almelo (ECLI:NL:RBOVE:2015:3663 en ECLI:NL:RBOVE:2015:3897) betrof het een pro forma ontbindingsprocedure, waarbij de werkgever een (voordien met de werknemer overeengekomen) billijke vergoeding heeft aangeboden. Kortweg hebben de kantonrechters te Rotterdam en Almelo beiden overwogen, dat een billijke vergoeding niet kon worden toegekend, omdat er geen sprake was van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. De overeengekomen billijke vergoeding In bovenbedoelde zaak van de kantonrechter te Den Haag betrof het geen pro forma ontbindingsprocedure. De zaak is inhoudelijk behandeld, waarbij de werkgever heeft verzocht om ontbinding van de arbeidsovereenkomst en de werknemer (inhoudelijk) verweer heeft gevoerd. Het is aannemelijk dat – zoals in de praktijk gebruikelijk is – de kantonrechter vervolgens is nagegaan of partijen (alsnog) in onderling overleg tot een oplossing kunnen komen. In dit verband zijn partijen tot overeenstemming gekomen, waarbij de arbeidsovereenkomst eindigt per 1 november 2015 en de werknemer een transitievergoeding en billijke vergoeding wordt toegekend van €50.000,- bruto. Tot slot oordeelt de kantonrechter overeenkomstig hetgeen partijen zijn overeengekomen en veroordeelt de werkgever – onder meer – de billijke vergoeding te voldoen aan de werknemer. Toekenning van de billijke vergoeding Het is onduidelijk waaruit het ernstig verwijtbare gedrag van de werkgever in zaak bij de kantonrechter te Den Haag heeft bestaan. Dat is spijtig, omdat het inzicht zou hebben kunnen geven in de wijze waarop de kantonrechter invulling geeft aan de voorwaarden voor het toekennen van een billijke vergoeding. De beschikking brengt hierin geen duidelijkheid. Daarentegen bestond er kennelijk wel voldoende aanleiding om een billijke vergoeding toe te kennen. Dit zou onder meer kunnen volgen uit het feit dat partijen het erover eens waren, dat de werkgever ook een bedrag van €25.000,- netto aan de werknemer moet voldoen wegens verbeurde dwangsommen. Het is niet onaannemelijk, dat de kantonrechter tijdens de zitting reeds heeft laten doorschemeren een (nader te bepalen) billijke vergoeding aan de werknemer toe te wijzen, wanneer partijen niet onderling tot overeenstemming zouden komen. Vervolgens zijn partijen een bedrag overeengekomen, die ziet op de transitievergoeding en een billijke vergoeding. Conclusie Uit de beschikking van de kantonrechter te Den Haag volgt niet, dat de kantonrechter is gebonden aan de afspraak tussen de werkgever en de werknemer, waarbij de werknemer een overeengekomen vergoeding wordt toegekend. Onder de Wet Werk en Zekerheid kan de kantonrechter onder voorwaarden een transitievergoeding en/of een billijke vergoeding toewijzen. In een pro forma ontbindingsprocedure zal de kantonrechter niet, althans niet snel een billijke vergoeding toewijzen, omdat niet (snel) aan de daaraan gestelde voorwaarden zal zijn voldaan. In een ontbindingsprocedure – waarbij een inhoudelijke behandeling heeft plaats gevonden – bestaat er ruimte om onderling een billijke vergoeding overeen te komen, dat door de kantonrechter wordt toegewezen. Het is niet onaannemelijk, dat een overeengekomen billijke vergoeding in dat geval niet eerder wordt toegewezen, dan nadat tijdens de zitting het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever aannemelijk is geworden. Deze bijdrage is geschreven door mr. Remmelt Suir. Voor meer informatie over de uitspraak of over Van Diepen van der Kroef Advocaten: stuur een email naar mw. mr. Babs Dubois – Van Kleef Van Diepen Van der Kroef Haarlem, tel. 023 542 42 92. Geplaatst in Rechtspraak | Tags arbeidsrecht, billijkheidsvergoeding, ernstig verwijtbaar handelen werkgever, kantonrechter, transitievergoeding, Van Diepen Van der Kroef Advocaten, Wet Werk en Zekerheid | Reacties uitgeschakeld voor Ontslag en toewijzing billijke vergoeding
WAS – uitleg minimumloon en vakantiegeld Geplaatst 2 september 2015 door Hinke Wever | Wet aanpak schijnconstructies | Uitleg voor werkgevers over minimumloon en vakantiegeld in het kader van Wet aanpak schijnconstructies. Vanaf 1 januari 2016 worden de bepalingen van de Wet aanpak schijnconstructies (WAS) die van invloed zijn op de specificatie van de loonstrook en de betaling van het wettelijk minimumloon van kracht. De Rijksoverheid heeft een notitie gepubliceerd waarin meer duidelijkheid wordt gegeven over een aantal vragen die in de praktijk kunnen voorkomen. De tekst uit die notitie is hieronder integraal overgenomen. Bron: Rijksoverheid, 28 augustus 2015 Loonbegrip en betalingen De arbeidsovereenkomst dus ook het overeengekomen loon wordt geregeld in het BW. Welk loonbegrip hanteert het BW? Het loonbegrip is in het BW niet gedefinieerd. Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat onder loon in de definitie van de arbeidsovereenkomst moet worden verstaan ‘de vergoeding door de werkgever aan de werknemer verschuldigd ter zake van de bedongen arbeid’. Vergoedingen van kosten gemaakt voor het werk, zoals de werkelijk gemaakte reis- en verblijfkosten, telefoon, eigen gereedschap ed. zijn geen loon. Wat wordt in de WML bedoeld met loon? Volgens art 6 WML is loon de geldelijke inkomsten uit hoofde van de dienstbetrekking. Hiermee worden bruto bedragen bedoeld. Niet tot het loon volgens de WML behoren: • verdiensten uit overwerk • vakantiebijslagen • winstuitkeringen • uitkeringen bij bijzonder gelegenheden • uitkeringen ingevolge aanspraken om na verloop van tijd of onder een voorwaarde één of meer uitkeringen te ontvangen • vergoedingen voor zover zij geacht kunnen worden te strekken tot bestrijding van noodzakelijke kosten, die de werknemer i.v.m. zijn dienstbetrekking heeft te maken • bijzondere vergoedingen voor kostwinners en gezinshoofden • uitkeringen ingevolge de spaarloonregeling • eindejaarsuitkeringen • een werkgeversbijdrage in de premie ziektekostenverzekering voor militairen Wat wordt bedoeld met het netto equivalent van het wettelijk minimumloon? Het netto equivalent van het wettelijk minimumloon is geen wettelijk begrip en kan per individuele werknemer verschillen. Een werkgever is op grond van de WML wel verplicht het netto wettelijk minimum loonbedrag giraal aan de werknemer te betalen. In het algemeen kan worden gesteld dat onder het netto equivalent van het wettelijk minimumloon wordt verstaan: • het bruto minimumloon bepaald volgens art. 6 WML • minus de verplichte en toegestane inhoudingen zoals o loonheffing o pensioenpremies o ingevolge een pensioenregeling verschuldigde bedragen voor aanvullende ANW- of aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekeringen Het nieuwe artikel 7a van de WML verplicht het loon giraal uit te betalen. Wordt hiermee het bruto of het (equivalent van het) nettoloon bedoeld? De werkgever is op grond van het nieuwe artikel 7a WML verplicht het verschuldigde minimumloon giraal uit te betalen. Hiermee wordt bedoeld het netto equivalent van het wettelijk minimumloon. Waarom moet het loon giraal worden uitbetaald? Het loon moet giraal aan de werknemer worden uitbetaald op een rekening die (mede) op naam staat van de werknemer, zodat vastgesteld kan worden of tenminste het netto equivalent van het wettelijk minimumloon is betaald. Het bankafschrift is een objectief en transparant document. Bij een contante betaling is niet met zekerheid vast te stellen of het verschuldigde loon daadwerkelijk aan de werknemer is uitbetaald. Wat moet de werkgever doen als een werknemer geen bankrekening heeft, zijn bankgegevens niet wil doorgeven, of het loon wil laten overmaken naar een rekening die niet op zijn naam staat? In dit geval kan de werkgever het minimumloon niet uitbetalen op de in de wet voorgeschreven wijze. Daarmee begaat de werkgever een overtreding waarvoor een boete kan worden opgelegd. Inhoudingen en verrekeningen Wat is het verschil tussen een inhouding en een verrekening? Inhoudingen zijn wettelijk geregeld in artikel 7:631 BW en verrekeningen in artikel 7:632 BW: o Inhouding: Bij inhouding gaat het om bestedingen van de werknemer. Een werknemer mag zijn loon vrij besteden. Elk beding waarbij de werkgever het recht krijgt enig bedrag van het loon in te houden is nietig. De werknemer mag aan de werkgever wel een machtiging geven (dit is dus tweezijdig) om zijn loon op een bepaalde manier te besteden waarbij de werkgever dan namens hem via inhouding op het loon een betaling verricht. Daarnaast zijn inhoudingen zonder expliciete machtiging toegestaan voor betalingen van werknemers in verband met deelname in een pensioenfonds of spaarfonds. Uiteraard zijn ook inhoudingen gebaseerd op wettelijke basis toegestaan (zie hierna). o Verrekening: bij verrekening gaat het om vorderingen die de werkgever heeft op de werknemer. De werkgever mag (eenzijdig) en onder bepaalde voorwaarden een aantal limitatief genoemde vorderingen die hij heeft op de werknemer (zoals voor huisvesting en boetes) verrekenen met het door de werkgever verschuldigde loon. Mogen nog wel bedragen worden ingehouden? Ja, bedragen mogen nog wel worden ingehouden. Verplichte inhoudingen gebaseerd op wettelijke basis zoals loonheffing en pensioenpremies moeten nog steeds worden ingehouden. Ook andere inhoudingen (via specifieke machtiging, zie hierboven) mogen nog steeds worden gedaan. Inhoudingen zijn met de WAS echter niet meer toegestaan, ook niet met een machtiging, als door de inhouding minder dan het wettelijk minimumloon wordt uitbetaald. Inhoudingen mogen alleen plaatsvinden op het meerdere loon en op de (minimum)vakantiebijslag. Het is daarmee dus van belang dat het aan de werknemer uitbetaalde loon niet onder de grens van het netto equivalent van het wettelijk minimumloon komt. Mogen nog wel bedragen worden verrekend? Ja, de in artikel 7:632 van het Burgerlijk Wetboek genoemde vorderingen mogen nog wel worden verrekend. Verrekeningen zijn met de WAS echter niet meer toegestaan als door de verrekening minder dan het netto equivalent van het wettelijk minimumloon wordt uitbetaald. Verrekeningen mogen wel plaats vinden op het meerdere loon en op de (minimum)vakantiebijslag. Het is daarmee dus van belang dat het aan de werknemer uitbetaalde loon niet onder de grens van (het netto equivalent van) het wettelijk minimumloon komt. Een uitzondering is gemaakt voor voorschotten op loon. Mits schriftelijk overeen gekomen mogen voorschotten in mindering gebracht worden op een volgende loonbetaling. Het loon is immers uitbetaald, alleen op een eerder tijdstip. Hoe zit het met de inhouding loonheffing? De loonheffing (loonbelasting en premies volksverzekeringen) wordt voor werknemers bij wijze van inhouding geheven. Dit betekent dat de werkgever in zijn hoedanigheid als inhoudingsplichtige voor de loonbelasting de wettelijke verplichting heeft om deze belasting en premies op het bruto minimumloon in te houden. Deze inhoudingen vinden plaats op grond van de Wet op de loonbelasting en zijn daarom toegestaan. Hoe zit het met de inhouding van pensioenpremies? Pensioenpremies mogen nog steeds worden ingehouden. Deze inhouding is gebaseerd op grond van een wettelijke bepaling. De Pensioenwet geeft namelijk de mogelijkheid dat een deel van de pensioenpremie betaald wordt door de werknemer. Artikel 7:631 BW geeft de uitdrukkelijke bevoegdheid om pensioenpremies in te houden (waarbij hij natuurlijk wel verplicht is deze bedragen aan het pensioenfonds te voldoen). Hoe zit het met inhoudingen die op grond van een cao verplicht zijn? Inhoudingen op grond van de cao zijn niet uitgezonderd met de WAS van het inhoudingenverbod en mogen dus niet plaatsvinden als door de inhouding minder dan (het netto equivalent van) het minimumloon wordt betaald. Hoe te handelen met inhoudingen voor ANW-gat, WIA-hiaat verzekeringen e.d. Dergelijke inhoudingen worden niet gedaan op grond van een wettelijke verplichting. Deze bedragen mogen dus niet worden ingehouden, ook niet na machtiging, als door de inhouding minder dan (het netto equivalent van) het minimumloon wordt betaald. Voor zover er sprake is premie voor een aanvullende verzekering op grond van een pensioenregeling zijn inhoudingen wel toegestaan (zie het antwoord op de vraag over de pensioenpremie). Welke inhoudingen mogen niet meer in mindering worden gebracht op het minimumloon? In principe zijn alle inhoudingen op het wettelijk minimum loon verboden tenzij er een wettelijke basis is voor de inhouding in bijvoorbeeld de pensioenwet of de Wet op de loonbelasting. Er is geen uitputtende opsomming te geven van alle bestaande inhoudingen. Veel voorkomende inhoudingen zoals ‘contributie personeelsvereniging’, verkeersboetes, het betalen van de nominale premie ziektekostenverzekering of premie aanvullende ziektekostenverzekering van de werknemer via het salaris zijn niet meer toegestaan indien door deze inhoudingen minder uit wordt betaald dan het wettelijk minimumloon. Om te voorkomen dat werknemers in betalingsproblemen komen wordt soms vanuit het salaris meteen de huur en energienota betaald. Mag dit nog wel? Ook dit soort inhoudingen op het netto loon zijn niet meer toegestaan indien door deze inhoudingen minder uit wordt betaald dan (het netto equivalent van) het wettelijk minimumloon. U dient dus minimaal het netto equivalent van het wettelijk minimum loon giraal over te maken aan op een rekening die (mede) op naam staat van de werknemer. Mag ik nog wel een voorschot verrekenen? Ja, dat mag als dit een voorschot op het loon is. Het voorschot op het loon is als een uitzondering opgenomen op het verbod om te verrekenen onder het minimumloon (het nieuwe artikel 7:632, tweede lid, BW). U kunt door het verrekenen van het voorschot ook onder het netto equivalent van het wettelijk minimumloon uitkomen. Het loon is immers uitbetaald, alleen op een eerder tijdstip. Voorwaarde is wel dat een dergelijke verrekening vooraf schriftelijk met de werknemer is overeengekomen. Per saldo moet van het voorschot en de slotbetaling wel het netto equivalent van het wettelijk minimum loon giraal aan de werknemer zijn overgemaakt. Ik heb een verkeersboete betaald en wil die op mijn werknemer verhalen. Mag dat nog wel? Ja, als de verkeersboete voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 7:632 van het BW mag u nog steeds de verkeersboete verrekenen. Maar als u door het verrekenen onder het netto equivalent van het wettelijk minimumloon komt is het niet toegestaan. Het niet te verhalen deel kunt u wel op het salaris in volgende perioden verhalen, mits ook deze salarissen daarmee niet onder het netto equivalent van het wettelijk minimum loon komen. Hoe zit het met beslaglegging en loonbeslag? Ten aanzien van beslaglegging en loonbeslag verandert er niets. Beslaglegging en loonbeslag vinden niet plaats door een vrijwillige handeling van de werknemer. Zij zijn in andere regelgeving opgenomen (artikel 475 en volgende van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Bij beslaglegging en/of loonbeslag mag er dus minder uit worden betaald dan (het netto equivalent van) het wettelijk minimumloon. Vanzelfsprekend moet wel rekening worden gehouden met de beslagvrije voet. De grens van de beslagvrije voet bij verrekeningen wordt wel vervangen door het bedrag van het wettelijk minimum loon (artikel 7: 632 lid 2 BW). Hoe moet het loon betaald worden bij onder curatele stelling, bewindvoering etc? Bij onder curatelestelling en bij bewindvoering t.b.v. de werknemer dient het loon nog steeds aan de werknemer betaald te worden. Betaling dient plaats te vinden op een bankrekening van de betrokken werknemer. Of hij dan daadwerkelijk bevoegd is om uit dit geld rechtshandelingen te verrichten doet hier niets aan af. Loonstrook en specificatie Het vernieuwde artikel 626 BW verplicht om een gespecificeerde opgave van het loon aan de werknemer te verstrekken. Betekent dit dat alle kostenvergoedingen voortaan op de loonstrook moeten worden gespecificeerd? Het vernieuwde artikel 7:626 BW verplicht u om het loon te specificeren, als het brutoloon mede opgebouwd is uit looncomponenten waarvan in redelijkheid kan worden aangenomen dat die worden betaald ter bestrijding van kosten die voor werk zijn gemaakt. Deze looncomponenten/kostenvergoedingen zijn geen vergoeding voor arbeid en behoren niet tot het loonbegrip volgens het BW en de WML. Ook de Europese Detacheringsrichtlijn bepaalt dat vergoedingen van kosten die rechtstreeks in verband staan met de detachering voor rekening van de werkgever moeten komen, en daarom niet tot het verplicht te betalen bruto minimumloon mogen worden gerekend. Een vergoeding van dergelijke kosten dient naast het overeengekomen wettelijk minimum loon te worden betaald. Ook als meer dan het bruto-wettelijk minimum loon wordt betaald, moet in sommige gevallen het brutoloon nader gespecificeerd worden. Bijvoorbeeld als een werknemer € 1800,- brutoloon krijgt, waarvan € 350,- kostenvergoedingen. Wanneer moet ik een kostenvergoeding dan wel op de loonstrook specificeren? U moet een kostenvergoeding op de loonstrook specificeren als deze kostenvergoeding niet naast het loon is overeengekomen, maar onderdeel uitmaakt van het overeengekomen loon. Artikel 7:626 BW is gewijzigd zodat op de loonstrook het loonbedrag dient te staan, en ‘de gespecificeerde bedragen waaruit dit is samengesteld’. Dit betekent dat u kostenvergoedingen die onderdeel zijn van het loon dient te specificeren. Voorbeeld: Het brutoloon in geld dat u betaalt is € 1.800. De werknemer moet zijn kosten die hij moet maken in verband met zijn dienstbetrekking (bijv. dubbele huisvesting, gereedschappen en reizen naar het werk) uit dit loon betalen, stel € 600. In wezen bestaat zijn brutoloon dus uit een vergoeding voor de verrichte arbeid ad. € 1200 en een vergoeding voor de door hem gemaakte of te maken kosten van € 600. In dat geval moet u ook de kostenvergoeding of kostenvoorkomende verstrekking specificeren op de loonstrook, zodat blijkt waaruit deze is samengesteld. Ik heb op basis van loonbelastingwetgeving mijn vaste kostenvergoedingen gespecificeerd. Deze specificatie wordt bewaard in de administratie. Is dit voldoende? Voor de WML is deze werkwijze voldoende. In de WML is immers opgenomen dat de specificatie moet zijn opgenomen op de loonstrook of moet blijken uit andere bescheiden. Het BW stelt echter wel dat een gespecificeerde loonstrook (en niet andere bescheiden) verplicht is. Op grond van het BW kan door of namens een werknemer een civiele procedure worden gestart als de loonstrook niet voldoet aan de vereisten van het BW. Wat moet worden gespecificeerd? Uit de specificatie moet duidelijk worden waarvoor de kostenvergoeding is bedoeld; voor huisvesting, maaltijden of uitgaven die niet voor het werk zijn gedaan. Op de loonstrook hoeft niet gespecificeerd te worden wanneer de maaltijden zijn gebruikt en welke dienstreizen exact zijn gemaakt. De omschrijving ‘algemene onkostenvergoeding’ volstaat dus niet, want die maakt niet duidelijk waarvoor de vergoeding is bedoeld. De werkgever moet deze kostenvergoeding dan alsnog specificeren. Doet hij dat niet en kan daardoor niet worden vastgesteld dat hij (het netto equivalent van) het wettelijk minimumloon heeft uitbetaald, dan wordt hem op grond van de WML een boete opgelegd. Wat gebeurt er als de loonstrook niet voldoende gespecificeerd is? Als de loonstrook niet voldoende gespecificeerd is heeft de werkgever op grond van de WML de mogelijkheid om met andere bescheiden de informatie te verstrekken die vereiste specificaties bevatten en aldus inzichtelijk te maken hoe het loon dat hij heeft uitbetaald is samengesteld en wat daar eventueel op is ingehouden. Als deze bescheiden onvoldoende zijn om de voorgeschreven gegevens voor de loonstrook daar uit af te leiden kan een boete worden opgelegd. Bron: Notitie Rijksoverheid, 28 augustus 2015 (letterlijke tekst) Geplaatst in Rechtspraak | Tags inhoudingen, kostenvergoeding, loonbegrip, loonbeslag, loonstrook, minimumloon, vakantiegeld, Wet Aanpak Schijnconstructies | Reacties uitgeschakeld voor WAS – uitleg minimumloon en vakantiegeld