Wet arbeidsmarkt in balans (WAB): hoe staat het ervoor?

0
921

In de Eerste Kamer heeft de commissie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) op 12 maart een deskundigenbijeenkomst gehouden over de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB).

Eerste KamerDe strekking daarvan was, kort gezegd: het gaat te snel. De meeste deskundigen en sociale partners zijn bang voor onrust en onduidelijkheid.

‘Wacht op evaluatie WWZ’
De Wet werk en zekerheid (WWZ) wilde de kloof tussen vast en flex verkleinen. Aan die wet kleefden verschillende bezwaren, die in de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) worden opgelost. Nu dreigt de WAB te worden ingevoerd zonder dat de WWZ is geëvalueerd. Hoe kun je dan zeker weten of de oplossingen van de WAB zullen werken? De meeste deskundigen adviseren om die evaluatie af te wachten.

‘Wacht op commissie Regulering van werk’
De huidige regelgeving sluit niet meer goed aan bij hoe werk wordt georganiseerd. De arbeidsmarkt verandert in hoog tempo. Het aantal zzp’ers neemt toe, het aantal oproepkrachten neemt toe, platformwerk rukt op en er is nog steeds geen oplossing voor de Wet DBA. Daarom heeft minister Koolmees een onafhankelijke commissie van experts, onder leiding van Hans Borstlap, gevraagd onderzoek te doen naar de arbeidsmarkt van de toekomst. Deze commissie Regulering van werk brengt in november advies uit.

Waarom heeft het kabinet haast?
In februari ging een kleine meerderheid in de Tweede Kamer akkoord met de WAB. Volgens de planning zou de Eerste Kamer er al eind mei over moeten stemmen. Er is politieke druk, want een meerderheid in de Kamer wil de verschillen in pensioenopbouw tussen ‘eigen’ (vaste) medewerkers en payrollkrachten gelijk trekken en daar voortgang mee maken. Om die reden zou payrolling moeten worden aangepakt. PvdA, GroenLinks en SP hebben hiertoe vorig jaar een wetsvoorstel ingediend. Dit wetsvoorstel is recent ingetrokken vanuit het vertrouwen dat de WAB hierin gaat voorzien.
De Europese Commissie maant het kabinet ook tot maatregelen die zorgen voor meer evenwicht tussen vast en flexibel werk.

Wordt de situatie voor flexwerkers in de praktijk beter?
De WAB maakt het werken met tijdelijke contracten duurder om werkgevers te stimuleren medewerkers vast in dienst te nemen. Gaan flexwerkers hiervan profiteren? Paul Haarhuis (Timing) zegt in zijn recente opiniestuk: ‘De flexibele werknemer merkt in de eigen portemonnee niets van alle hogere premies. Dus voor wie levert de wet nu echt meerwaarde?’
Vakbonden en uitzenders vrezen dat werkgevers zullen uitwijken naar goedkope arbeid; zij verwachten een toename van schijnconstructies met zzp’ers en verplaatsing van productie naar landen waar arbeid goedkoper is.

Wordt de regelgeving eenvoudiger?
Werkgevers snakken naar verlichting van regeldruk. De WAB geeft oproepkrachten meer rechten, maar maakt die administratieve processen voor werkgevers complexer.

Deskundigen en sociale partners
Hieronder een samenvatting van de mening van de deskundigen en sociale partners tijdens de bijeenkomst van de commissie SZW van de Eerste Kamer. Sommige deskundigen hebben overigens ook zitting in bovengenoemde commissie Regulering van werk.

  • Evert Verhulp, hoogleraar arbeidsrecht, UvA
    Volgens Verhulp is de wet nog niet af. Hij wil liever wachten op de evaluatie van de Wwz, zodat de praktijkervaringen die daarmee zijn opgedaan kunnen worden meegenomen.
  • Femke Laagland, hoogleraar arbeidsrecht, RU
    Ook Laagland vindt het vreemd dat de WAB wordt ingevoerd voordat de evaluatie van de Wwz is voltooid.
  • Willemijn Roozendaal, hoogleraar sociaal recht, VU
    Roozendaal is positief over het feit dat het probleem van de oproepkracht serieus wordt genomen, maar vindt het slecht uitgewerkt. Oproepkrachten krijgen meer zekerheid, maar ze vindt de uitvoerbaarheid en terminologie lastig en complex.
  • Sandra Phlippen, universitair docent toegepaste economie, EUR
    Economische schommelingen komen volgens Phlippen vooral terecht op de schouders van laagopgeleide flexwerkers. Die vangen de klappen op en verdienen meer zekerheid. Bovendien is de kloof tussen vast en flex te groot in Nederland. Zij vindt de wet ‘welvaartsverhogend’, en pleit er daarom als een van de weinigen voor de wet in te voeren.
  • Jacco Vonhof, VNO/NCW, voorzitter MKB Nederland
    MKB Nederland wil wachten op de bevindingen van de commissie Regulering van werk. Volgens hem zorgt de WAB alleen voor hogere kosten en meer rompslomp, en niet tot meer vast werk.
  • Arend van Wijngaarden, waarnemend voorzitter CNV
    Het CNV vreest dat de cumulatiegrond de standaard grond voor ontslag wordt. Werkgevers zouden ontslag goed moeten motiveren, in plaats van de reden voor ontslag bij elkaar te shoppen. Onder de WAB is de ontslagvergoeding bovendien vaak twee keer lager dan onder de kantonrechtsformule. Verder wil ook het CNV de evaluatie van de WWZ afwachten.
  • Zakaria Boufangacha, coördinator arbeidsvoorwaardenbeleid FNV
    FNV is bang dat werkgevers makkelijker naar de kantonrechter stappen bij ontslag. Net als veel mensen in de uitzendbranche denkt de bond dat werkgevers vluchten naar (schijn-)zzp-constructies en platformwerk.
  • Marc Calon, voorzitter LTO Nederland
    LTO stelt dat de werkloosheidspremies die werkgevers moeten betalen voor tijdelijke krachten worden opgeschroefd naar 5%, en dat seizoenswerk daarvan de dupe is. Calon vindt daarom dat seizoenswerk buiten de WAB moet worden gehouden, maar volgens minister Koolmees kan de Belastingdienst dat niet aan.

Bronnen: Eerste Kamer, 12 maart 2019 en FlexNieuws