Vooral uitzendkrachten in eerste kwartaal vaker zonder werk

0
91

In het eerste kwartaal van 2020 waren er 1,8 miljoen werknemers met een flexibel dienstverband.

In het eerste kwartaal van 2019 waren dat er nog 1,9 miljoen. De afname is het grootst bij het aantal uitzendkrachten.

Uitzendkrachten kwamen ook vaker zonder werk te zitten van het vierde op het eerste kwartaal dan in 2019.

geen werk, in voorafgaande kwartaal nog wel werkzaam, bron CBS

Dat melden TNO en CBS op basis van een gezamenlijke analyse van de nieuwste gegevens over flexibel werk in Nederland.

Van de verschillende soorten flexibele werknemers die het CBS onderscheidt, hadden alleen de uitzendkrachten en tijdelijke werknemers zonder vaste uren vaker dan vorig jaar van het vierde op het eerste kwartaal geen werk meer. Bij de uitzendkrachten was dat in 2020 bijna 12 procent (tegenover 8,5 procent een jaar eerder), bij de tijdelijke werknemers zonder vaste uren 11,6 procent (tegenover bijna 10 procent).

Voor deze flexwerkers zijn de dienstverbanden minder zeker dan voor bijvoorbeeld werknemers met een tijdelijk dienstverband en uitzicht op vast, omdat hun werk maar voor een korte periode gegarandeerd is, of omdat het aantal uren dat ze in een week kunnen werken niet vaststaat.

Flexibel barpersoneel en verkoopmedewerkers vaker zonder werk
Wanneer specifiek gekeken wordt naar beroepen die vanwege de coronamaatregelen niet of nauwelijks meer zijn uit te voeren, blijkt dat vooral verkoopmedewerkers in de detailhandel en kelners en barpersoneel met een flexibel dienstverband vaker dan vorig jaar van het ene op het andere kwartaal niet meer werkzaam waren. Bij flexibele werknemers in andere getroffen beroepsgroepen was daarvan geen sprake.

De gegevens over de verschillende typen flexwerk zijn niet op maandbasis beschikbaar.
Wel blijkt uit de arbeidsmarktgegevens over maart dat de arbeidsparticipatie in het eerste kwartaal, waarschijnlijk als gevolg van de coronacrisis, terugliep.

Minder flexwerkers, met name uitzendkrachten
Het totaal aantal flexibele werknemers nam in het eerste kwartaal van 2020 in vergelijking met hetzelfde kwartaal vorig jaar af met 102 duizend. Deze daling zette halverwege 2019 al in en betreft bijna alle verschillende typen flexibele werknemers die worden onderscheiden.

Geen werk, in voorafgaande kwartaal nog flexwerknemer, naar beroep, bron CBS

De afname is het grootst bij de uitzendkrachten (39 duizend), gevolgd door werknemers met korte tijdelijke dienstverbanden en werknemers met tijdelijke dienstverbanden zonder vaste uren. In iets mindere mate nemen ook de aantallen werknemers met een langdurig tijdelijk dienstverband en met een vast dienstverband en wisselende uren af. Alleen de aantallen tijdelijke werknemers met uitzicht op een vast dienstverband en oproepkrachten namen nog licht toe in het eerste kwartaal van 2020.

Meer vaste werknemers en zzp’ers
Tegenover de afname van flexibele werknemers stond in het eerste kwartaal een toename van het aantal zzp’ers en werknemers met een vaste arbeidsrelatie ten opzichte van een jaar eerder. Deze ontwikkeling, minder flexwerkers en meer vaste dienstverbanden en zzp’ers, was al langer gaande.

Zzp'ers en werknemers met flexibele arbeidsrelatie

Het aantal zzp’ers, zowel degenen die eigen arbeid aanbieden als degenen die producten verkopen, nam in het eerste kwartaal van 2020 licht toe, met 20 duizend naar 1,1 miljoen. Dit zegt overigens niets over het aantal opdrachten of klanten dat zij hebben gehad. Zzp’ers die sinds half maart minder of geen opdrachten meer hebben, zullen zichzelf wel nog steeds beschouwen als zzp’er. Het aantal werknemers met een vaste arbeidsrelatie nam in het eerste kwartaal van 2020 toe met 209 duizend naar 5,7 miljoen.

Bron: TNO, 15 mei 2020

Lees ook
Uitzendkrachten dreigen zzp’ers te worden door WAB en zzp-wetgeving